Een half jaar later…

Time flies… even when you’re not always having fun…

Op drie dagen na is het een half jaar geleden dat we aan ons nieuwe avontuur begonnen. Op 7 juni 2013 lieten wij Tanzania achter ons. Ondanks de Dar-dipjes die ik best geregeld had, was het alles behalve leuk of gemakkelijk om te vertrekken. Twee jaar slechts woonden we in dit overweldigend mooie land met ontwikkelingsproblemen, veiligheidskwesties en een matige gezondheidszorg. Wat ons betreft had het langer mogen duren. Dat gevoel van missen is niet weg en eigenlijk hoeft dat ook niet weg. Hoewel het missen van mensen en plekken verdriet kan oproepen, is het ook een mooi gevoel. Je kunt iemand (of een plek, een manier van leven) niet missen als je je niet kunt hechten. En wij hebben ons gehecht aan Tanzania, aan Afrika. Onmiskenbaar en onomkeerbaar. Dat mag zo zijn en dat mag en zal zo blijven. Bijzonder vind ik het te zien, dat ook Thomas en Benjamin Tanzania nog steeds missen. Toen wij onlangs bezoek hadden van vrienden die tegelijk met ons in Dar es Salaam woonden, trof ik Thomas stilletjes huilend in bed aan. Hij mistte Tanzania zo erg, gaf hij aan. Hij was het even vergeten omdat het hier in Israël ook heel leuk is, maar toen hij ons bezoek zag en de grote mensen hoorde praten over The Yachtclub, The Lighthouse, zijn vriendjes die ter sprake kwamen, toen voelde hij opeens hoe ver weg hij was van Afrika. Hij vond het niet eerlijk dat we niet zelf kunnen beslissen waar we wonen. Moeilijk om aan een kind uit te leggen hoe dat in elkaar zit. Welke afwegingen je als ouders maakt bij het nemen van beslissingen over werk en wonen, al helemaal als die beslissing betekent dat je je hele hebben en houden oppakt om in een wederom nieuw en onbekend land te gaan wonen.

Natuurlijk breekt je hart wanneer je je kind met heimwee ziet worstelen. Op die momenten vraag ik me echt wel eens af of we er goed aan doen de jongens mee te slepen in onze zucht naar avontuur. Tegelijkertijd zie ik ook dat de eerste zes maanden hier, snel voorbij zijn gegaan. Niet alleen doordat er veel op ons allen afkwam en we onze handen vol hebben gehad aan de verhuizing en de transitie naar een nieuwe omgeving, Maar vooral ook omdat het goed gaat met ons. De jongens hebben allebei vriendjes gemaakt in hun klassen en zelfs daarbuiten. We ondernemen veel. Meer dan veel andere expats die ik spreek en die hun verwondering uitspreken over de vele uitstapjes die wij inmiddels al hebben gemaakt. We streven ernaar zo vaak mogelijk op zondag erop uit te gaan. Jeruzalem, Nazareth, het meer van Tiberias, Zichron Ya’acov met zijn wijnhuizen, Bethlehem, Tsfat, Caesarea en natuurlijk Yaffo en Tel Aviv… we hebben al best veel gezien en gedaan. De jongens hebben niet altijd even veel zin in “weer een kerk” en “weer een verhaal over Jezus en over God”. Maar toch, iedere keer als we in de auto stappen met een tas vol picknickspullen en de Lonely Planet en de Bradt binnen handbereik, stralen ze. We gaan weer op avontuur, klinkt het dan tevreden vanaf de achterbank. En zo is het.

Begrijp me niet verkeerd, we zijn hier natuurlijk niet alleen voor dat avontuur en ons leven is beslist niet altijd even gemakkelijk. Heimwee is niet leuk, hoe mooi het ook is dat je in staat bent je te hechten aan mensen en plaatsen, het is ook verdrietig bij tijd en wijle. Helemaal opnieuw een leven opbouwen in een vreemd land, is spannend, is avontuurlijk, is vaak heel erg leuk maar soms ook eenzaam. Arjen werkt hard. Zeker de laatste weken is het gekkenhuis in verband met de komst van Minister President Rutte en de ministers Ploumen en Timmermans die aanstaande zaterdag in Jeruzalem hun bezoek aan Israël en de Palestijnse gebieden starten. In hun kielzog reizen vertegenwoordigers mee van minstens 70 Nederlandse bedrijven (still counting…), dit met het oog op het creëren van meer business voor het Nederlandse en Israëlische bedrijfsleven. Super uitdagend, een hoogtepunt in Arjens carrière. Maar door dat harde werken is er veel minder gezinstijd dan voorheen, weinig tijd voor het maken van nieuwe vrienden en al helemaal weinig tijd om te zeilen of te kitesurfen. En dat is zeker niet altijd leuk of gemakkelijk.

Voor mij geldt ondertussen dat ik er vaker alleen voor sta dan in Tanzania het geval was. Tel daarbij op dat ik nog niet aan het werk ben (iedereen die mij een beetje kent weet wat dat voor mij betekent…) en dat het maken van vrienden tijd kost, dan is het niet vreemd dat de eenzaamheid mij wel eens naar de keel kan vliegen. Maar… de eerste zes maanden zijn bijna voorbij en iedere expat weet dat dat de periode is waar je echt even doorheen moet. Het kost gemiddeld 6 maanden om je te settelen. De grote eerste dip heb je dan achter de rug (dat klopt wel ongeveer geloof ik 🙂 ), de eerste vriendschappen beginnen uit te kristalliseren, alle verhuisdozen zijn uitgepakt en wat is kapot gegaan tijdens het transport is vervangen. De eerste feestjes zijn gevierd en in ons geval is er al veel familiebezoek geweest. Terugkijkend op de periode die achter ons ligt, ben ik trots en tevreden. Trots op mijn gezin dat in korte tijd een plek heeft weten in te nemen in een nieuwe gemeenschap. Trots op ons viertjes, dat we bij alle veranderingen en de stress die daarbij hoort, dicht bij elkaar zijn blijven staan, elkaar hebben gesteund en soms boven onszelf zijn uitgestegen om iemand tot steun te kunnen zijn die dat nodig had. Of het nu gaat om Thomas die een arm om Benjamin heen slaat en zegt dat hij het oké vindt als mama even wat meer tijd aan Benjamin besteedt bij het naar bed brengen. Of om Benjamin die Thomas een kusje geeft en zegt dat hij het zielig vindt voor zijn broer dat hij weer naar de orendokter moet in Nederland. Of Arjen die eerder naar huis komt omdat ik er echt even doorheen zit.

Midden januari begint naar mijn gevoel het tweede hoofdstuk van ons Israël avontuur. Vanaf dan ben ik weer aan het werk. 25 uur per week maar liefst. Niet veel in de Nederlandse context, maar hier, met het ontbreken van buitenschoolse opvang en andere vangnetten zoals opa’s en oma’s, nanny’s en huishoudsters, is dat heel wat. Ik ben intens dankbaar dat het me gelukt is werk te regelen, op mijn eigen vakgebied nog wel.

En tot midden januari? Eerst maar eens Sinterklaas vieren! Vrijdag komt de Goedheiligman per boot aan in de haven van Yaffo. Dat wordt een groot feest! Het zal leuk zijn weer eens op te gaan in een Nederlandse gemeenschap want hoewel wij die niet ontmoeten, is die er wel degelijk. En als die boot van de Sint terugkeert naar Spanje, komen de ministers aan uit Nederland. We hopen dat we na hun vertrek, weer wat meer kunnen genieten van Arjens aanwezigheid. De tijd zal dan snel voorbij vliegen… Op vrijdag 20 december, in alle vroegte, stappen we in een KLM toestel dat ons weer even terugbrengt naar het vertrouwde Nederland. En daar hebben we allevier super veel zin in en behoefte aan!

Bethlehem, de andere kant van de muur

Ik denk dat er weinig mensen zijn die werkelijk nog nooit van dit plaatsje gehoord hebben. Joods, Christelijk, Islamitisch of niet-gelovend, wie kent het verhaal  van de geboorte van Christus niet? Afgelopen zaterdag brachten wij een bezoek aan deze stad waar ooit, volgens de Bijbel en andere overleveringen, Jezus Christus het levenslicht zag. Hoewel de jongens helemaal in Sinterklaassfeer waren (en zijn), besloten we unaniem dat kerstliedjes toepasselijker waren dan sinterklaasliedjes, onderweg naar Bethlehem. Vorig jaar maakten we een fantastische reis door Tanzania rondom de Kerstdagen en voor die gelegenheid had ik een Sky Radio proof cd gebrand voor in de auto. Nu, die afspeellijst  – in onze nieuwe auto kunnen we de I-phone aansluiten voor de nodige muziek – voldoet ook prima in Israël. Niet dat we van Skyradio houden, maar het is toch een stukje Nederlandse cultuur nietwaar. Anyway, met de bekende kerstkrakers op de achtergrond en een moeder die haar emoties niet de baas wist te blijven, reden we met twee andere gezinnen – onze buren – naar Jeruzalem. Bethlehem ligt namelijk dichtbij Jeruzalem. Zo dichtbij dat het niet meer dan logisch zou zijn dat er in Jeruzalem bewegwijzering zou zijn naar deze beroemde stad. Hoewel we ervoor gewaarschuwd waren, was het toch een vreemde gewaarwording dat borden met de naam Bethlehem volledig ontbraken. We volgden onze buren – zij wonen hier al ruim 4 jaar – die ons behendig door Jeruzalem loodsten. Pas vlak voor het checkpoint ontdekten we zowaar een bordje waar Bethlehem op werd genoemd als mogelijke bestemming.

Waarom er geen borden de weg wijzen naar Bethlehem? Welnu, vermoedelijk om dezelfde reden waarom er een checkpoint is voordat je Bethlehem kunt bereiken. Checkpoint? Zoals in Checkpoint Charlie in Berlijn? Inderdaad. Een checkpoint met hetzelfde doel als het beroemde (of beruchte) checkpoint dat ooit de doorgang tussen Oost en West Berlijn markeerde. Een checkpoint met als doel mensen aan de ene of de andere kant van de muur te houden. Een muur? Ja. Een muur. Een muur die Israël scheidt van Palestina. Of de Palestijnse gebieden, Het is maar net hoe je over de Israëlisch-Palestijnse kwestie denkt. De muur vormt een onderdeel van de Israëlische Westoever barrière die bestaat uit stukken muur, greppels, prikkeldraad, torens en poorten en die langs de Westelijke Jordaanoever loopt.

Bethlehem ligt dus aan de andere kant van de muur. Op Palestijns grondgebied. De stad wordt bijna volledig omsingeld door de acht meter hoge muur. We vermoeden dat er geen bewegwijzering naar Bethlehem te zien is vanwege het conflict tussen Israël en de Palestijnse autoriteit. Aan de andere kant van de muur zijn Israëliërs niet welkom en vice versa zijn Palestijnen niet welkom in Israël. Tenzij ze over een speciale vergunning beschikken die hen ontheffing verleent. Bijvoorbeeld omdat ze familie hebben aan de andere kant van de muur. Of er zakelijke belangen hebben. Een groot bord bij het checkpoint geeft het duidelijk aan: verboden toegang voor Israëliërs. Wij waren wel welkom. Evenals toeristen.

Het passeren van het checkpoint, aan beide zijden bewaakt door zwaar bewapende militairen, vond ik heftig. Mijn tranen zaten al tamelijk “los” vanwege die zoetsappige kerstliedjes. Maar langs een zwaarbewaakt checkpoint een ommuurd gebied inrijden, een gebied dat naar mijn gevoel het symbool van vrede zou moeten zijn – Bethlehem – werd me even te veel. Het contrast tussen de ene kant van de muur en de andere kant hielp ook niet overigens. Israël is relatief welvarend, Palestina alleshalve. We leken wel terug te zijn in Afrika met de vele straatventers die hun waren aan automobilisten proberen te verkopen. Ergens had ik verwacht dat ik Bethlehem spannend zou vinden, dat ik me bedreigd zou kunnen voelen. Niets was minder waar. Wat een gastvrijheid en blijmoedigheid! De kerstsfeer – hoewel het wat vroeg is voor kerstsferen, je zult er weinig van merken in Israël. Het was werkelijk bijzonder.

We brachten een bezoek aan de Geboortekerk. Een kerk die gebouwd is op de plaats waarvan men meent dat Jezus er geboren is. Een gids bracht ons naar de zilveren veertienpuntige ster die de plek waar de kribbe zou hebben gestaan markeert. Dat was bijna een stressvolle ervaring. Het was er namelijk waanzinnig druk, vele, vele pelgrims van overal ter wereld, willen dat kruis kussen of aanraken, bij voorkeur in de weken voor Kerstmis. De pelgrims en andere bezoekers worden daarom op hoog tempo langs de ster geloodst. Even te langs stilstaan om een foto te maken, leidt onvermijdelijk tot een reprimande van de toezichthouders.

Stille Nacht, Heilige Nacht weerklonk op het moment dat ik een blik kon werpen op de ster. Niet uit luidsprekers, maar uit de monden van een groep pelgrims. Hoewel ik er wat moeite mee heb te geloven dat de plek waar Jezus geboren is met zoveel precisie bekend is zoveel jaren na dato, was dat toch wel een bijzonder moment. En hoewel mijn geloof wellicht iets anders in elkaar zit dan dat van sommige pelgrims die zich geëmotioneerd voor de ster op de grond lieten vallen, het is uiteindelijk ook bijzonder om zo’n puur geloof te zien bij andere mensen. Ja, al met al vond ik het bijzonder en raakte het me. Meer dan de Heilig Grafkerk in Jeruzalem dat deed overigens. Maar daar in een andere weblog meer over (ik realiseer me nu pas dat ik nog nooit over Jeruzalem geschreven heb!).

Na ons bezoek aan de Geboortekerk en aan de Milk Grotto (een grot waar Maria Jezus zou hebben gevoed, op hun vlucht naar Egypte), begaven we ons naar Manger Square om daar bij een geweldig restaurant te lunchen. Citroenlimonade met crushed ice en mint, een gerecht met lamsvlees uit de tajine. We waren even helemaal in het Midden Oosten. Israël is maar een paar kilometer verderop, maar de sfeer in Bethlehem is totaal anders (hoewel die heerlijke citroenlimonade met mint ook overal in Israël wordt geschonken). Je moet het hebben gezien om het te begrijpen denk ik. Ik vind het moeilijk er de juiste woorden voor te vinden. Maar waar Israëliërs niet altijd even vriendelijk zijn, wat met name merkbaar is in restaurants en winkels, heb ik op die ene dag in Bethlehem zo veel vriendelijke, uitnodigende mensen gezien en gesproken. De jongens hebben op de Manger Square gevoetbald met een groepje Palestijnse jongens, waarna iedereen op de foto moest. Het was echt bijzonder. Met veel plezier hebben we een kerststalletje uitgezocht, gemaakt van olijfhout (hopelijk niet in China maar in Bethlehem), dat we deze week op de post doen naar Tanzania. Een kerstcadeautje voor onze nanny Nellie. Ik weet dat dat veel voor haar zal betekenen. En daarmee doet het dat ook voor ons.

Bethlehem, aan de andere kant van de muur. En waar de emoties even de overhand kregen bij me toen we door de poort Palestina inreden, verdwenen die gevoelens op de een of andere manier terwijl we door de stad liepen. Maar ja, ik was slechts een bezoeker, een passant. De mensen die aan de andere kant van de muur wonen, zijn “locked in”. Iedere dag. Hun leven lang. En ja, die muur staat er met een reden en heeft effect. Het aantal terroristische aanslagen is aanmerkelijk afgenomen zo niet tot nul gereduceerd sinds die muur er staat. Dat is natuurlijk een enorme vooruitgang. Nou ja, vooruitgang. Dat is wel een enorm understatement. Ik kan me er waarschijnlijk slechts bij benadering iets bij voorstellen hoe het leven hier was ten tijde van de laatste Intifada. De voortdurende dreiging van aanslagen… dat moet verschrikkelijk zijn. Maar toch, die muur ontneemt ook veel doodgewone, vredelievende mensen – niet-terroristen – hun bewegingsvrijheid. De kans op het opbouwen van een florerende onderneming. De kans op, nou ja, op zoveel. Die muur symboliseert naar mijn gevoel alles wat er mis is in deze regio, Triest is het, dat die muur er staat. Triest is het ook dat hij nodig is. Laat ik het daar maar bij laten.

 

Out of Africa

Strand bij The Lighthouse, ons favoriete plekje bij South Beach, ten zuiden van Dar es Salaam.

Strand bij The Lighthouse, ons favoriete plekje aan South Beach, ten zuiden van Dar es Salaam

De kleuren, de geuren, de geluiden, het ritme, de stranden en de zee, de sfeer en verbondenheid binnen onze vriendengroep, het avontuur, de weekendjes weg naar The Lighthouse, de roadtrips dwars door het land, langs akkers, dorpjes, kraampjes en kerkjes en moskeeën, de safari’s – zoekend naar de cheeta die we nooit zagen – en dat wat ik niet onder woorden kan brengen. Ik mis Afrika. Ik mis Tanzania. En daarin sta ik niet alleen. We missen Afrika allemaal. Arjen, Thomas, Benjamin en ik. Afrika gaat onder je huid zitten. Israël ongetwijfeld ook, maar zo ver ben ik nog lang niet. Dat zijn we geen van allen.

Tanzania en Israël zijn enorm verschillende landen. Er zijn overeenkomsten, absoluut. ik hoef maar te denken aan de “klantvriendelijkheid” in winkels en bij banken en overheidsinstellingen. Of aan het verkeer. De slechte kwaliteit van het werk van “fundi’s” (Swahili voor werkmannen). De uitdaging van het maken van een afspraak met zo’n werkman die vervolgens nooit komt opdagen op het moment dat je hem verwacht. Oh ja, er zijn veel overeenkomsten, overeenkomsten die mensen die uit een Westers en goed georganiseerd land komen, enorm kunnen frustreren. Want waar je in Tanzania verwacht dat de dingen nooit zo gaan als je zou willen, verwacht je in Israël een soepeler verloop van zaken. Israël heeft de looks van een modern land, maar achter de schermen valt er nog veel te ontwikkelen. Wat dat betreft hebben wij het veel gemakkelijker dan expats die hiervoor in een West Europese stad of in de VS woonden. Zij lopen voortdurend aan tegen dingen die het niet doen, mensen die hen onprettig (zeg maar onbeschoft) behandelen en klusjesmannen die niet komen opdagen of hun werk niet goed of niet volledig doen. ik haal daar mijn schouders voor op. Seen it, been there, done that.

Echter, in een ander belangrijk opzicht, hebben mijn nieuwe vriendinnen het veel gemakkelijker dan ik. Vriendin L woonde hiervoor met haar gezin in Litouwen en daarvoor in Kopenhagen, waar het niet gemakkelijk was vrienden te maken, zo vertelt ze mij.  Mijn vriendin P woonde hiervoor in Venetië en daarvoor in Rome, New York en Londen. Grote steden waar het echt een uitdaging is mensen te ontmoeten en te leren kennen. Zowel L en P verzuchten bijna dagelijks dat ze nog nooit zo’n gemakkelijker start hebben gehad in een nieuwe stad als hier, in Tel Aviv / Herzlyia. Beiden zijn hier, net als ik, recent komen wonen en hebben kinderen in de leeftijd van die van ons. We hebben elkaar ontmoet op school en het klikte. Met beide gezinnen trekken we nu geregeld op. Afzonderlijk. Dus niet met z’n allen tegelijk. We eten bij elkaar, de kinderen spelen met elkaar, we gaan samen naar het strand om te picknicken, om zandkastelen te bouwen en te genieten van de zonsondergang. Met L en P ontdek ik supermarkten en shopping malls, we wisselen adresjes uit voor lekker vlees, biologische groenten en vers brood (alledrie moeilijk te vinden). Met L en man en kinderen spreken we vaak af op zondag. Zij zijn Joods en zaterdag is hun heilige dag die ze doorbrengen in en rondom Synagoge en huis, met andere Joodse gezinnen. Met P en man en zoontjes, spreken we juist af op zaterdag aangezien hij vaak op zondag werkt. Arjen en ik zijn ontzettend dankbaar en blij dat we deze gezinnen al zo snel hebben leren kennen en dat we dus al een soort van sociaal leven hebben. Maar…

Maar het is niet zoals het in Dar es Salaam was. Heel irritant, die vergelijking dringt zich iedere keer weer op. Vooral op zaterdag. Zaterdag was Yacht Club dag. En wat missen we de Yacht Club. En de mensen die we er ontmoetten. En de boot die er lag. Op zaterdagmiddag -iedere zaterdagmiddag – wordt er op de Yacht Club een catamaran wedstrijd gezeild. Arjen probeerde daar zo vaak mogelijk aan mee te doen. Voor hem was dat het ultieme sportieve moment van de week. De boot waarop hij zeilde, een Nacra Infusion, is zoiets als de Porsche onder de catamarans in zijn klasse. Een gestroomlijnde boot waarmee hij op zo hoog mogelijke snelheid de golven trotseerde. Het competitie element maakte de middag compleet. Het was iedere keer weer leuk om te zien hoe de ene boot na de andere binnendruppelde en de mannen (vooral mannen) hun prestaties vergeleken en de kritieke momenten herbeleefden  onder het genot van een biertje. Ondertussen werd de pizza oven aangestoken en werd het druk op het pizza deck. Want zaterdagavond was (en is) pizza night op de Yacht Club. Het bijzondere aan die avond was dat je zelden expliciet met iemand afsprak om er samen te eten, maar dat je de avond uiteindelijk altijd afsloot aan een lange tafel met vrienden. Biertjes, gin tonics, glazen wijn en flessen water op tafel, grote borden met pizza’s die gul onderling werden uitgewisseld. Kinderen die rond renden op het strand, op de rotsen klommen en verstoppertje speelden tussen de boten. Pure romantiek. Echt. Gesprekken konden opeens heel diep en intens worden, terwijl het andere keren vooral gezellig en relaxed was. Altijd werd er volop gelachen en regelmatig werden aan tafel bezoekende familieleden of vrienden uit Nederland voorgesteld. Uit Nederland? Ja, uit Nederland. Want hoewel Dar es Salaam een heel gevarieerde expat community heeft, bestond onze vriendengroep toch vooral uit Nederlanders.

In Dar es Salaam woonden we op het schiereiland. Msasani. Een redelijk klein gebied waar zo’n beetje alle expats wonen. Niemand woont verder dan 5 minuten rijden bij je vandaan. Iedereen doet op dezelfde plekken boodschappen, als je naar het strand gaat is dat op de Yacht Club en als je naar het zwembad gaat is dat meestal ook op de Yacht Club waar dan ook vrijwel iedereen lid van is. Er zijn enkele leuke restaurants waar je elkaar ontmoet. Samen eten doe je in een van die restaurants. De keren dat we bij iemand thuis hebben gegeten, kunnen we op twee handen tellen denk ik. Omdat het schiereiland zo klein is en het aantal goede faciliteiten beperkt, kom je elkaar altijd en overal tegen in Dar. In de supermarkt, bij de bakker, op school, bij de dokter. Als ik even niemand wilde zien, kon ik maar het beste thuis blijven. Ik geef toe: dat kleine heeft me enorm benauwd. Soms werd ik er helemaal gek van. Dan had ik het gevoel totaal geen privacy te hebben. Buiten de deur kwam je altijd wel iemand tegen waarmee je een praatje “moest” maken en binnenshuis was er altijd je staf die schoonmaakte, kookte, zong en kletste.

Herzlyia lijkt in een opzicht op Msasani. Het is relatief klein en er wonen vrijwel uitsluitend expats. Maar daar houdt de vergelijking op. Er zijn hier namelijk heel veel goede restaurants, de stranden zijn aaneengeschakeld van Netanya tot Tel Aviv (en verder) en hebben allen hun eigen publiek en “vibe”. Alleen al in Herzlyia zijn meerdere shopping malls waar je terecht kunt voor je boodschappen, een cappuccino, een nieuwe jurk of een paar schoenen.  Daarbij komt dat we hier in Herzlyia geenszins zijn aangewezen op Herzlyia alleen, zoals dat op het Msasani Peninsula in feite het geval is. We hebben Tel Aviv om de hoek met nog meer shopping malls, mooie boetiekjes, musea en art galleries en restaurants, er is Netanya dat lekker handig dicht bij de Amerikaanse school ligt. Daar is onder meer IKEA gevestigd en ook hier zijn wederom vele, vele malls. En dan heb ik het nog niet eens over de stadjes en dorpjes tussen Tel Aviv en Netanya. Of de mogelijkheden voor uitstapjes in onze omgeving in het weekend. Israël is zo klein, dat veel bijzondere plekken vanuit Herzlyia bezocht kunnen worden voor een dagje. Kortom: er is enorm veel keuze, er zijn heel veel – HEEL VEEL – mogelijkheden om je dag en weekend mee invulling te geven. Zo veel dat het vrijwel uitgesloten is dat je spontaan iemand tegenkomt. Een avond in een restaurant die eindigt aan een lange tafel, waar spontaan de ene na de andere familie aanschuift, zullen we hier niet meemaken.

Tja.

een man weet niet wat hij mist
weet niet wat hij mist
een man weet niet wat hij mist
een man weet niet wat hij mist
maar als ze er niet is
als ze er niet is
weet een man pas wat hij mist
oh als ze er niet is

That was a close call…

“Vrijwel dagelijks denk ik wel een keer: that was a close call!”  Deze uitspraak deed een collega van Arjen enkele weken geleden tijdens het afscheidsetentje voor een vertrekkende collega. Wij haalden toen nog onze schouders op, tot dat moment ervoeren we het verkeer in Tel Aviv als een oase van rust in vergelijking tot de chaos die we gewend waren in Dar es Salaam.

We hadden op dat moment echter nog vrijwel geen ervaring met het verkeer in Tel Aviv.

Sinds de jongens naar Summer Camp gaan op AIS (American International School, http://www.wbias.net)  en ik twee keer per dag 18 kilometer heen en 18 kilometer terug rijd om hen te brengen en op te halen, moet ik toegeven dat de gedachte “dat ging maar net goed”, meer dan eens per week door mijn hoofd gaat. Of, om het in Thomas’ woorden te zeggen: “onze auto heeft goede remmen” en “die Israëliër doet ook maar gewoon waar hij zin in heeft, hè mama!”

Het verkeer is hier gekkenwerk. Geloof me, ik overdrijf niet. Ik begin al een radar te ontwikkelen voor auto’s die me waarschijnlijk gaan snijden. Ze halen in van rechts en van links, slalommen tussen het verkeer door, remmen fel en trekken fel op. Een driebaans snelweg kan zomaar in vier banen veranderen. Niet omdat hij breder wordt, maar omdat dat een of meer automobilisten even beter uitkomt. Niemand lijkt dit overigens gek, vervelend of gevaarlijk te vinden (behalve ik dan). Er wordt plaats gemaakt en na verloop van tijd voegen de uit de pas rijdende voertuigen in en rijden weer  mee in de reguliere stromen.

Fietsers op de snelweg, ook zo’n intrigerend fenomeen waar je je niet te veel over moet verbazen. Soms is de route over de vluchtstrook blijkbaar net iets sneller dan die over andere wegen (fietspaden zijn niet overal aanwezig) en met een racefiets is het natuurlijk heerlijk, die kilometers strak asfalt! Wandelaars zie je eveneens langs de snelweg overigens. Vanmorgen nog, liep een wat gezette oudere man gemoedelijk met een krantje onder zijn arm het verkeer tegemoet. Ik vermoed dat hij zijn krantje had gekocht bij het tankstation dat enkele honderden meters achter hem lag. Hij zag er heel relaxed uit, genoot zichtbaar van zijn ochtendwandelingetje… En dan heb je nog de bestuurders die even parkeren langs de snelweg. Soms om een telefoontje te plegen (zeldzaam, rijden en bellen tegelijk is hier eerder regel dan uitzondering), maar ook wordt de zijkant van de snelweg als parkeerplaats gebruikt. Er zijn namelijk bushaltes langs de snelweg en de vrije stukken asfalt in de nabijheid ervan worden op sommige plaatsen gebruikt als een soort P+R terrein. De plekken onder viaducten zijn vanzelfsprekend populair, vanwege de schaduw… Motorrijders dragen geen beschermende kleding, zij rijden – scheuren is een beter woord – gekleed in korte broekjes (helemaal “in”) en shirtjes, tussen het drukke verkeer door. Ze mogen blij zijn dat ik (en met mij hopelijk vele anderen) regelmatig mijn dode hoek check, ook als ik in de meest rechter baan rijd kijk ik regelmatig over mijn rechterschouder, want ook motorrijders halen op zeer hoge snelheid slalommend in, rechtsom of gewoon links. Levensgevaarlijk.

En dan is nog het fenomeen Waze. Waze is een geweldige routeplanner, een perfect functionerende app die vanaf dag één op mijn Iphone is geïnstalleerd. Terwijl ik Arjen instructies gaf op weg naar Caesaria, viel het me op dat ik geregeld berichten voorbij zag komen als “vehicle standing still on motorway” of “police ahead”. Klopte altijd, realtime informatie dus. Ik stond er niet echt bij stil, Israël is enorm ver in zijn technologische ontwikkeling, dit zou daar wel bij horen. Tot ik Waze laatst wat beter bestudeerde en zag dat er een button is waarmee je dit soort incidenten kunt melden, die dan direct worden verwerkt in de route informatie. Op dat moment herinnerde ik me weer dat gesprek met Arjens collega van een paar weken eerder, waarin hij ons vertelde over de gevaren in het verkeer. Hij verklaarde toen al dat Waze een enorme bijdrage leverde aan de onveiligheid in het verkeer. Dat zouden we nog wel ontdekken. En inderdaad, steeds vaker valt het me op: slingerende auto’s, ongecontroleerd rijgedrag. Bij het passeren zie je steeds hetzelfde: de bestuurder zit te bellen of is anderszins druk in de weer met zijn telefoon. Waze? Misschien. Gevaarlijk? Beslist.

In Tanzania was de kans dat je door een verkeersongeluk in het ziekenhuis belandde, groter dan dat je op diezelfde plek terechtkwam door malaria of dengue. In Israël geldt hetzelfde, alleen gaat het dan om het risico op een verkeersongeluk versus het risico van gewond raken (of erger) bij een raketaanval of bomaanslag… En dus houd ik beide handen aan het stuur en gebruik ik mijn spiegels ook als het niet nodig lijkt. Net als in Tanzania.

Een week Tel Aviv, een week in (culture) “shock”

Ik geef het toe, het schiereiland waar wij woonden in Dar es Salaam, had weinig te maken met het echte Tanzania. We leefden er in een luxe bubble, ik noemde het “Expat Heaven” en gezien het welvaartsniveau van het land waarin onze bubble zich bevond, was dat een aardig adequate benaming. Er waren redelijk bevoorrade supermarktjes, een paar prima restaurantjes, de Dar es Salaam Yacht Club bevond zich hier en het was er betrekkelijk veilig, al was dat laatste tanende. Een heerlijke plek om te wonen, weliswaar met de bekende nadelen van een ontwikkelingsland zoals niet drinkbaar – soms zelfs modderig – water uit de kraan, malariamuggen, een krakkemikkige keuken en dito badkamers, mierenplagen in huis, een generator die geregeld met veel lawaai aanspringt bij stroomonderbrekingen, een tv die het een paar keer per maand enkele dagen niet doet na een stroompiek en leven achter hoge muren bedekt met elektrisch draad en 24/7 bewaking voor de deur. Dat we lang niet alles wat we graag eten in de supermarkt konden vinden, hadden we al na een paar maanden naast ons neergelegd en nee, kleding, schoenen, speelgoed en dergelijke was er niet te krijgen (of tegen prijzen die het viervoudige zijn van de Nederlandse), maar daar leer je verbazingwekkend snel mee leven. Dat komt denk ik doordat het leven in Dar es Salaam verder enorm relaxed is. Alles gaat op z’n pole, pole (langzaam, langzaam) en dat is heerlijk, al frustreert het absoluut op momenten waarop je iets NU geregeld wilt zien. Tanzania is bovendien een prachtig land met geweldige stranden, een heerlijk warme zee waar je fantastisch kunt zeilen, indrukwekkende wildparken en een interessante cultuur.

Dat was onze leefomgeving tot voor kort.

Meestal heb je als je als diplomaat van post naar post verhuist, enkele weken vakantie tussen vertrek uit het “oude land” en aankomst in het “nieuwe land”. Je kunt dan als het ware afkicken van je vorige post en opladen voor de start in een heel nieuwe omgeving. Ons was die afkickperiode deze keer niet “gegund” (het kon simpelweg niet vanwege de drukte op de Ambassade in Tel Aviv). En zo belandden we na een drukke week in Nederland, zomaar in een totaal andere wereld.  Zo totaal anders dan pole, pole Tanzania! Ik kan me bijna geen groter verschil voorstellen. Afgezien van de temperaturen die momenteel ongeveer gelijk zijn in beide landen, zie ik tot op heden weinig overeenkomsten. Verhuizen is al heftig an sich. Verhuizen van de ene kant van de wereld naar de andere is nog een tikkeltje heftiger. Ons leven staat volledig op z’n kop en we vallen van de ene verbazing in de andere. Let wel: wij bekijken Tel Aviv met Tanzaniaanse ogen. Voor iemand die vanuit Amsterdam hier naartoe vliegt, zal de culture shock minder groot zijn vermoed ik. Voor ons is de verandering echter enorm en de term culture shock beschrijft aardig hoe wij eraan toe zijn momenteel…

Dat we naar een heel andere wereld verhuisden, bleek in feite al op Schiphol. De El Al balie ligt helemaal achteraan in vertrekhal 3. Voor een afscheiding staan zwaar bewapende mannen en vrouwen van de Koninklijke Marechaussee. Voor mij een confrontatie: hier moet ik aan wennen. De jongens vonden het bijzonder interessant en Thomas sloot al snel vriendschap met een van deze marechaussees die zich bereid verklaarde een paar keer op hem te letten terwijl Arjen heen en weer liep tussen vertrekhal 3 en de taxi standplaats waar Benjamin en ik onze massa bagage bewaakten. Ook na het passeren van de bewaking, voelden we duidelijk dat we Tanzania / Nederland gingen inruilen voor een land dat voortdurend op z’n qui vive is. Voordat je kunt inchecken, word je ondervraagd door veiligheidsmensen van El Al. Waar kom je vandaan, waar ga je naartoe en waarom? Wat heb je bij je? Deze veiligheidsprocedure verliep in ons geval bijzonder prettig en snel. Ik heb echter begrepen dat dit niet altijd het geval is. Ach, het viel ons reuze mee om eerlijk te zijn en we waren ons ervan bewust dat deze controles er zijn in ons eigen belang.

Na een vlucht van slechts 4 uur (we waren iets anders gewend…) en na de blijde ontdekking van humus door de jongens, arriveerden we in Tel Aviv. Een hypermoderne luchthaven, een super snelle bagage afhandeling en voor we het goed en wel in de gaten hadden, zoefden we over de snelweg door Tel Aviv, naar Herzelya. Hoogbouw, shopping malls, geen gaten in het wegdek, een strak blauwe hemel, geen badjadjies of daladala’s, geen hoog opgeladen fietsen met broden, bananen of eieren. Geen mama’s die eten koken langs de kant van de weg. Geen marskramers die hun waren aan inzittenden van auto’s aan de man (of vrouw) proberen te brengen. Geen bedelaars langs de weg (nog niet gezien althans). Wel voortdurend rondcirkelende helikopters met zware artillerie aan boord. Dat laatste is overigens minder geworden na een paar dagen. Er werd meer dan anders gesurveilleerd vanuit de lucht vanwege de aanstaande verjaardag van Peres.

Na enige tijd – volgens Benjamin duurde het een eeuwigheid – arriveerden we bij onze tijdelijke huisvesting, een appartementje in Herzelya Marina. Voor eenieder die wel eens door de haven van, zeg Saint Tropez, heeft geslenterd: Herzelya Marina  lijkt er wel wat op. Een exclusieve omgeving, volop prachtige appartementen rondom een haven met de meest schitterende jachten en zeilboten, een shoppingmall met exclusieve kledingzaken, fijne terrasjes en restaurants en een mooi strand.  Benjamin en ik kwamen als eerste aan bij het appartement (we hadden ons verspreid over 2 auto’s) en hebben enige tijd voor het enorme raam in de woonkamer naar buiten staan staren. Een azuurblauwe zee, vrijwel aan onze voeten, wapperende witte zeilen, jetskies, veel zongebruinde mensen die af en aan lopen over de boulevard, veelal schaars gekleed. Benjamin zag het, ik zag het: het is hier totaal anders dan in Dar es Salaam. Nadat we de koffers naar binnen hadden weten te sjouwen en afscheid hadden genomen van de collegae van de ambassade die ons hadden opgehaald van het vliegveld, bracht Arjen een bliksembezoek aan de supermarkt. Enthousiast keerde hij terug: alles is er! ALLES! Je moet in Dar es Salaam (of een vergelijkbare plaats op aarde) gewoond hebben om onze blijdschap te begrijpen. Verse groenten en fruit (nectarines! druiven! appels! meloentjes!), gerookte zalm, kipfilet, broodbeleg, vele, vele soorten kaas en nog meer keuze als het om zuivel gaat… Inmiddels hebben we ontdekt dat zelfs hagelslag, appelstroop, poedersuiker en schenkstroop verkrijgbaar zijn in de supermarkt hier om de hoek. Wat een rijkdom, wat een luxe!

Ik ben me nu al een week aan het verwonderen. Ik weet dat we ook nu in een luxe bubble terecht zijn gekomen. Herzelya Pituach lijkt een zwaar beveiligd Saint Tropez. Ook hier wonen alleen exorbitant rijke mensen en expats, villa’s van enkele miljoenen dollars domineren het straatbeeld. Huurprijzen zijn torenhoog, ook voor relatief eenvoudige huizen zonder extra’s als zwembaden en dergelijke. Het is bizar. Het is hektisch. Tijdens een etentje bij een collega van de ambassade werd Tel Aviv hysterisch genoemd. En zo voelt het ook. Toen wij vandaag op zoek gingen naar een rustig strandje, werden we volledig overweldigd door de drukte. Rijen en rijen auto’s, bij iedere strandopgang staat er vol mee. Overal lopen (jonge) mensen in bikini of zwembroek, handdoek nonchalant over een schouder, hippe zonnebrillen, slippertjes en designer tassen, veel lawaai, veel muziek, veel leven. En in totaal contrast hiermee zie je veel orthodoxe Joden met hun zwarte hoeden, lange jassen, lange rokken, hoge kousen. Ook zij gaan zeilen overigens, ik heb al verschillende boten gezien die bemand worden door orthodoxe Joden.

Herzelya straalt levensvreugde uit. Het bruist. Het leeft. Het leven wordt hier volop geleefd. Carpe Diem is de sfeer.

En wij moeten wennen. De jongens zijn opmerkzaam, benoemen de enorme verschillen die zij ervaren met Dar es Salaam. Stellen vragen. Zijn verdrietig en soms boos en dan weer blij. Verwonderen zich net als wij, samen met ons. We missen Dar es Salaam, de opgebouwde vriendschappen, de scholen (al is het ook in Dar vakantie…), de Yacht Club en Nelli, Veronica, Godi, Chalamanda en zelfs onze askaries (bewakers). We missen hen als mens, maar, ik schaam me bijna het te moeten bekennen, we missen ook hun geweldige helpende handen. Een volgende weblog hierover volgt snel. Onze culture shock wordt namelijk beslist ook beïnvloed door het ontbreken van huispersoneel. Het goede nieuws is wel dat we in de dochter van een collega al een oppas hebben gevonden. Komende week kan ik Arjen daarom al vergezellen naar een diner met Israelische investeerders met belangen in Nederland.

Wordt vervolgd, wordt vervolgd!

Afbeelding, ,

On the move

P1050854

Nu nog wonen we in Dar es Salaam, Tanzania. Twee avontuurlijke jaren hebben we hier doorgebracht. Ups en downs hebben we meegemaakt. Onze kinderen hebben hier twee verjaardagen gevierd, Vakanties hebben we hier doorgebracht. Aan menig zeilwedstijd heeft Arjen deelgenomen. Het was geweldig en dus is het met pijn in ons hart dat wij afscheid nemen van Tanzania. Een land met uitgestrekte witte stranden en indrukwekkende wildparken. Land ook van de Masai. Land waar armoede en achterstand heerst. Land waar veel NGO’s en gepassioneerde mensen ontwikkeling trachten te brengen. Wat zullen we Tanzania missen, wat zullen we onze vrienden hier missen en wat zullen we ons geweldige huispersoneel missen.

We zijn op weg naar een een nieuw land, een land met een rijke historie en een turbulent heden. Een land dat midden in de politieke belangstelling staat. Het land van de Bijbel. Een land ook waar strijd wordt gevoerd om land en autonomie. Het wordt interessant, boeiend. Genoeg stof tot nadenken in en over Israël. Onomstreden is ons nieuwe land zeker niet en dus start ik een nieuwe weblog. Een weblog over ons leven in Tel Aviv, Israel. Ik weet nu al dat wat ik ga schrijven, soms gevoelig kan liggen bij mijn lezers. Schrijven over Isreal betekent immers onvermijdelijk ook schrijven over gevoelige onderwerpen. Ik zal daar mijn weg in zoeken en respect voor de mensen die leven in Israel, in de bezette gebieden, in Jeruzalem, in Tel Aviv, in Eilat, nou ja, waar dan ook, is daarbij mijn uitgangspunt. Ik hoop wederom veel lezers te trekken met mijn bespiegelingen en nodig jullie allen dan ook uit mijn nieuwe weblog te volgen en te lezen. Voor nu nog een hartelijke groet uit Tanzania!