Een weekend van uitersten

Afgelopen weekend gingen we op pad met twee bevriende gezinnen. We hadden kamers geboekt in een hostel in de Golan. We maakten mooie wandelingen naar watervallen, er werd gezwommen in riviertjes, we picknickten terwijl er krabben om ons heen scharrelden. Er werden gesprekken gevoerd, in Engels, Deens, Duits en Nederlands. In het hostel ontmoetten we backpackers en andere avonturiers van overal ter wereld. Met hen deelden we de shabbath maaltijd, aan een lange tafel met prima wijn van de winery in de kibbutz. De zon scheen, het was warm. Het was fijn. Maar…

Maar… de Golan ligt op de grens tussen Israël en Syrië en het eigendom van deze bergstreek wordt al sinds de oudheid betwist en bevochten. Tijdens de 6-daagse oorlog in 1967 veroverde Israël dit gebied op Syrië. De VN veroordeelden zowel de Israëlische verovering, bezetting en vervolgens de annexatie en dringen tot op heden nog aan op een Israëlische militaire terugtrekking en onderhandeling met buurland Syrië. Syrië eist de volkenrechtelijk tot zijn territorium behorende Golan terug, gesteund door VN-resoluties. Libanon, en met name de Hezobollah, leggen een claim op een zeer klein gedeelte van de Golan (de Shebaa-boerderijen), maar die claim wordt niet door de Verenigde Naties gesteund. De VN beschouwen de Shebaa-boerderijen als deel van Syrië, maar de grenstrekking in het verleden geschiedde niet altijd nauwkeurig. De burgerbevolking op de Golanhoogten bestaat uit Druzen, Alawitische Arabieren (een minderheid) alsook Soennitische Turkomannen. De overgrote meerderheid beschouwt zichzelf nog altijd als Syrisch en heeft een Syrisch paspoort. Sinds de niet-erkende Israëlische annexatie in 1981 zijn er op de Golanhoogten talrijke Israelische nederzettingen (Wikipedia).

Een omstreden streek dus. Na een ritje met de kabelbaan, Mount Hermon op, en een kleine wandeling over de berg, keken we neer op Syrië. Voortdurend hoorden we de explosies, zagen rookpluimen opstijgen aan een verder wolkeloze hemel. Links onderaan de berg zagen we een Druzen stadje in Syrië. Rechts onderaan de berg, meerdere Druzen dorpen in Israël. Eén volk, van elkaar gescheiden door een gesloten grens. Velen hebben familieleden aan beide zijden van die grens. Wat het extra complex maakt, is dat Druzen zich traditiegetrouw voegen naar het land waar ze wonen. Druzen uit de dorpen in Israël vechten dan ook mee in de IDF. Druzen in Syrië vechten mee in de regeringstroepen van Assad. In tijden van oplaaiend conflict tussen Israël en Syrië, vechten de Druzen dus tegen hun familie aan de andere kant van de grens. Niet te bevatten wat oorlog met een gemeenschap doet.

Hoe ontwrichtend oorlog is, konden we een heel klein beetje zien vanaf Mount Hermon. Het Druzen stadje aan Syrische zijde leek vanaf onze veilige plek hoog boven Syrië verlaten. Er was geen beweging te zien, geen auto’s op de weg. Niets dan huizen en verlaten straten. De opstijgende rookwolken enkele tientallen kilometers verderop vormden de verklaring voor de levenloze indruk die het dorp op ons maakte. Want die rookwolken geven aan hoe ver Al Nusra (Al Qaida sympathisanten) is opgerukt. Niemand durft nog naar buiten, uit angst voor problemen, uit angst voor oorlog. Hoe afschuwelijk. En zo dichtbij Israël. Zo ontzettend schrikbarend dichtbij. En toch ook ver weg. Heel surrealistisch. Ik had het er moeilijk mee. Die explosies te horen. Thomas en Benjamin en hun vriendjes van school te horen praten over oorlog. Over raketten. Niet op een sensationele manier overigens. zoals met name jongens wel vaker doen als ze over oorlog praten. Ze waren er wat stilletjes onder. Want dit was wel heel dichtbij.

Israël is wat dat betreft echt een land van uitersten. De zee en het strand, de bergen en de natuur. Verschillende religies en verschillende gebruiken, culturen, dicht op elkaar. Conflicten die op de loer liggen. Politiek beladen gebieden en omstreden nederzettingen.  Hip Tel Aviv, traditioneel Jeruzalem.

Zo reden wij van de politiek beladen Golan vlakte naar Massada. Symbool voor Joodse moed en strijdvaardigheid. Momenteel het decor van de opera Tosca. Samen met de jongens maakten we deze opera mee, in de open lucht, in een nagebouwd theater in de woestijn. Woorden schieten tekort om uit te drukken hoe bijzonder dit was. Het massaal zingen van Hatikva (het Israëlisch volkslied) voor aanvang van de opera. De decors. de lichtshow, het gezang, de zwoele avondlucht. Benjamin die af en toe zijn hoofd op mijn schoot legde in een halfslachtige poging om te slapen en die dan binnen enkele minuten overeind schoot omdat hij niets wilde missen. De eerste opera die de jongens meemaakten. Op een historische plek in de woestijn. Een herinnering voor altijd, dat weet ik zeker.

Met dit weekend in de Golan markeren we twee jaar leven in Israël. Twee jaar met ups en downs. Twee jaar waarin vriendschappen zijn ontstaan die nu wat meer diepgang krijgen. Twee jaar waarin we verliefd zijn geworden op dit land. Maar ook twee jaar van frustratie over het uitblijven van resultaten in de vredesbesprekingen. Twee jaar waarin de zorgen over de situatie in de landen rondom Israël toe zijn genomen. Te zien hoe dichtbij Al Qaida is, is ronduit eng. En ja, ik weet het, Israël zal niet zo maar onder de voet gelopen worden. Daarvoor is het defensie systeem veel te sterk en de politieke druk te groot. Een enge gedachte is het wel en mijn hart gaat uit naar degenen die aan de andere kant van de grens wonen en die niet kunnen vertrouwen op een sterk leger. Hoe ironisch, dat de mensen die in het door Israël geannexeerde gebied wonen zo veel veiliger leven dan de mensen die in het Syrische deel van de Golan wonen en zich zo bedreigd weten. Een bittere realiteit.

Het Druzen stadje aan Syrische zijde. Geen leven op straat.

Het Druzen stadje aan Syrische zijde. Geen leven op straat.

De Kooltjes bij Massada, klaar voor de opera Tosca!

De Kooltjes bij Massada, klaar voor de opera Tosca!

.

De horror van de media en mijn nieuwe obsessie

Een Duitse diplomaat vertelde me onlangs tijdens een etentje, dat er tijdens de Koude Oorlog een periode is geweest dat er zeer groot gevaar was voor een nucleaire aanval op Duitsland. Vraag me niet wanneer dat precies speelde en het hoe en waarom, daar hebben we het niet over gehad. Daar ging het ook niet om. Hij vertelde me dit verhaal in het kader van de totale obsessie die wij diplomaten en andere expats, de afgelopen weken vrijwel allen lijken te hebben ontwikkeld voor Het Nieuws. Tijdens de Koude Oorlog was er geen internet, geen 24/7 nieuws op de televisie, er waren geen mobiele telefoons, kortom, het nieuws kon veel minder eenvoudig verspreid en gevolgd worden. Als gevolg daarvan was bij het merendeel van de Duitsers die specifieke nucleaire dreiging onbekend. Uiteindelijk is er op dat moment niets gebeurd en de Koude Oorlog kreeg uiteindelijk zijn beloop en eindigde zonder nucleaire aanvallen. Het was niet zo dat niemand zich zorgen maakte over het bestaan van de atoombom, natuurlijk was daar aandacht voor in de media. Maar je kon niet van uur tot uur het nieuws volgen. Hoewel ik erg blij ben met de verworvenheden van de tijd waarin we leven en het feit dat informatie zo gemakkelijk toegankelijk is voor eenieder, heb ik in de afgelopen spannende weken ervaren dat het van uur tot uur kunnen volgen van de ontwikkelingen in en rondom Syrië, ook een bijzonder vervelende wending kan nemen.

In Tanzania heb ik het wereldnieuws met groot succes op afstand weten te houden. Ik hield nu.nl bij en af en toe schoof ik op de bank naast Arjen wanneer hij het NOS journaal keek op BVN. Buiten dat, maakte ik me liever druk over het wel en wee van onze kinderen en van vrienden en familie in Nederland, onze staf en de dingen die mis gingen in en om het huis, de roddels binnen de expat community (waar ik af en toe aardig genoeg van had), mijn werk, de veiligheidssituatie in Dar es Salaam, malaria, dengue, diarree en virussen, wat waar gekocht kon worden enzovoort, enzovoort. Goed, dit is lichtelijk overdreven gesteld, maar als ik de tijd in Dar vergelijk met mijn en ons leven nu in Israël, moet ik toegeven dat mijn wereld in Dar es Salaam een stuk kleiner en overzichtelijker was dan dat nu het geval is. Ik zet mezelf met deze woorden aardig te kijk als oppervlakkig vrees ik, maar zo was het op dat moment. Ik denk dat de verschillen tussen ons leven in Nederland en dat in Tanzania zo groot waren, dat ik niet genoeg ruimte in mijn hoofd had om me bezig te houden met de problemen in het Midden Oosten. Om maar een voorbeeld te noemen.

We wisten dat we in Israël niet om het wereldnieuws heen zouden kunnen. Of willen. Want hoewel het beangstigend is je aan de rand van een oorlog te bevinden, is het ook interessant, boeiend. We zitten dicht bij het vuur als het gaat om de conflicten in en rondom Israël.  Arjen hoort de meest recente berichten op zijn werk en deelt die met mij en dat geldt ook voor de andere diplomatiek partners en expats die ik dagelijks ontmoet en spreek. Zij horen ook van alles van hun mannen die weer op andere ambassades werken en we wisselen onze kennis gretig uit. En dus gaan de gesprekken bij de cappuccino over Gaza, verijdelde bomaanslagen, raketaanvallen en sinds een aantal weken over Syrië, Syrië en nog eens Syrië en natuurlijk over Assad, Obama, Puttin, Rouhani en Khamenei. Wauw, na mezelf twee jaar lang soort van geïsoleerd te hebben van het wereldnieuws, word ik er nu dagelijks onder bedolven. Figuurlijk dan. En om heel eerlijk te zijn: afgelopen weekend bereikte ik het punt dat ik het echt even niet meer trok. Ik werd gek van mezelf en mijn nieuwsobsessie. NU.nl weet zich inmiddels vergezeld door NOS, The Israël Times, Haaretz, Jerusalem Post, BBC News en artikelen die me worden toegezonden door vriendinnen hier en elders op de wereld, En als al die kranten nu eens hetzelfde schreven, dan ging het nog. Maar nee, ze schrijven niet hetzelfde. Steeds meer dringt tot me door hoe subjectief de verslaggeving kan zijn. Woord- en taalgebruik blijken zo bepalend voor hoe je een bericht moet/kunt interpreteren. Het is om gek van te worden. In Israël is het onderscheid tussen de links en rechts georiënteerde media ook extreem merkbaar als je een krant leest. Waar de ene krant spreekt over een onomkeerbare situatie die vast en zeker tot een derde wereldoorlog zal leiden, is de andere krant een stuk genuanceerder en voorspelt dat Israël overal buiten zal blijven. En juist doordat de berichten elkaar soms voor bijna 100% tegenspreken, blijf ik zoeken naar nog meer informatie, andere invalshoeken, andere meningen. Niet goed voor de gemoedsrust, zeker niet voor iemand als ik, die toch al eerder last heeft van gevoelens van onveiligheid.

En terwijl we dealen met onze eigen onzekerheden en spanningen, hebben we ook te maken met die van onze dierbare familie en vrienden in Nederland. Ook voor hen waren de afgelopen weken extreem spannend. Zij werden bovendien nogal eens geconfronteerd met gevoelloze opmerkingen van mensen in hun omgeving. Dat Ceciel en Arjen en de kinderen echt wel tijdig geëvacueerd worden als het mis gaat in Israël. Alsof dat niets voorstelt. Alsof dat een geruststelling is voor onze familie, die juist hoopt dat ons dat bespaard kan blijven. Dat de kinderen niet overhaast uit hun nieuwe omgeving hoeven worden weggehaald. En voor Arjen en zijn familie leidde de precaire situatie van de afgelopen weken ertoe dat hij een dienstreis naar Nederland moest cancelen, waardoor hij de doop van onze pasgeboren neefjes moest missen. Iets waarop hij zich vanzelfsprekend enorm had verheugd.

Maar er is licht aan de horizon! Na een interventie van Rusland, lijkt het erop dat Syrië zijn chemische wapens onder toezicht wil stellen en gisteravond hoorden we zelfs dat Syrië zich wil aansluiten bij het OPCW, hetgeen zou betekenen dat die chemische wapens vernietigd worden. Obama heeft afgelopen nacht zijn volk en de wereld laten weten nu ook te willen focussen op een diplomatieke oplossing. Militair ingrijpen lijkt hiermee voorlopig niet aan de orde, hoewel we natuurlijk weten dat een en ander sterk afhangt van de manier waarop en de mate waarin Syrië daadwerkelijk zal meewerken. Er is licht. En dat is in de eerste plaats een groot geluk voor de inwoners van Syrië en de vele, vele vluchtelingen die hun heil hebben gezocht in Jordanië, Egypte en Turkije. In vergelijking met de situatie waarin zij zich bevinden, is de spanning die wij hebben gevoeld de afgelopen weken, peanuts.

En Arjen en ik? Arjen kon natuurlijk veel beter omgaan met de spanningen van de afgelopen weken. Een geluk voor ons beiden dat hij ontspannen bleef. Ik ben opgelucht en hoop dat het nu een tijdje rustig blijft en we plannen kunnen maken voor uitstapjes in dit prachtige land. Oh ja, een droomplan wil ik jullie niet onthouden. Stel nou eens dat er vrede komt in Syrië… Misschien volstrekt onrealistisch maar stel nou eens dat dat gebeurt! Wij dromen in ieder geval stiekem een heel, heel klein beetje over een over-land trip dwars door Syrië en Turkije, terug naar Nederland aan het eind van onze plaatsing hier over 4 jaar. Ach, hoop doet leven, toch?

Schuilkelders en gasmaskers

De variant voor volwassenen is zwart en ziet er precies zo uit als je zou verwachten, een beetje eng eigenlijk. Die voor kinderen is super cool en laat ze eruit zien als een astronaut, compleet met filter op hun rug gegespt, als een miniatuur zuurstof tank. Toen we ze gingen uitproberen gisteravond, kregen de jongens ruzie over wie het eerst mocht passen. Ik heb het over gasmaskers. Ooit gedacht dat je nog eens een gasmasker in je woonkamer zou hebben? Strategisch neergezet naast de tuindeuren, op de kortste route naar de schuilkelder? Ik niet in ieder geval en toch is het zo.

Het leven in Israël gaat ogenschijnlijk door alsof er niets aan de hand is. Helaas is er wel iets aan de hand. In Syrië heeft afgelopen week een aanval met gifgas plaatsgevonden. Dat is inmiddels vastgesteld. Wie de gifgasaanval heeft uitgevoerd, is niet duidelijk. Persoonlijk heb ik althans de indruk dat dat niet onomstotelijk is vastgesteld. De Amerikanen, Britten en Fransen zijn er echter van overtuigd dat de aanval is uitgevoerd op bevel van Assad, president van Syrië. De hele wereld houdt zijn adem in, in afwachting van de reactie van de VN Veiligheidsraad dan wel van de VS, de UK en Frankrijk. Vreselijk zou ik het vinden wanneer er besloten wordt – zoals velen verwachten – dat Syrië aangevallen moet worden. Er zijn al zo veel slachtoffers gevallen daar. Velen van hen mensen zoals wij, die hun werk doen, hun kinderen iedere dag naar school brengen en proberen de juiste keuzes te maken in het leven. Niemand weet wat er gebeurt als Syrië wordt aangevallen. Er wordt wel veel gezegd, geroepen, geschreeuwd over wat de reactie van Syrië en machtig bondgenoot Iran zal zijn op een aanval. Zij zullen op hun beurt Israël aanvallen, hun gezamenlijke gezworen vijand. En laten wij nu in Israël wonen…

Israël laat zich natuurlijk niet onder de voet lopen. Het leger is gereed om iedere aanval af te slaan en te beantwoorden. Het veiligheidskabinet heeft besloten een gedeelte van de reservisten op te roepen, de bevolking haalt massaal gasmaskers op bij de postkantoren, schuilkelders die gedurende de afgelopen rustige jaren zijn verstopt geraakt met afgedankt meubilair en andere zooi worden uitgeruimd en schoongemaakt, water en droog en houdbaar voedsel worden ingeslagen. Toch lijkt vrijwel niemand zich echt heel erg veel zorgen te maken. Nothing new, is de overheersende opinie. O.k., de dreiging van chemische wapens is nieuw (althans nu). Maar dat er voortdurend een zekere dreiging is, is “normaal” en dat er af en toe wat raketten over en weer worden afgeschoten is dat ook. Het zou niet normaal moeten zijn, laten we dat voorop stellen. Maar in dit geplaagde land is het dat wel. En in de omringende landen ook.

Voor ons is het niet normaal en allemaal erg nieuw. Het houdt ons bezig. Het nieuws volgen we op de voet, apps van de Jerusalem Post, Haaretz, BBC News en ja, ook NU.nl draaien overuren op mijn Iphone. Syrië is “the talk of the town”. De moeders die ik iedere ochtend en middag tref op Hasharon Square, het pleintje waar de schoolbus de allerkleinsten ophaalt om ze naar school te brengen, praten over schuilkelders en gasmaskers, evacuatieplannen en de rol van hun echtgenoot daarin en het op de juiste toon informeren van familie en vrienden in het paspoortland. En gelukkig – al had ik niet anders verwacht – houdt de veiligheidssituatie ook de ambassade bezig. Niet alleen vanuit de rol die de ambassade heeft in het vertegenwoordigen van Nederland in politiek opzicht, maar ook in de rol van werkgever.  Aldus werden ons deze week onze gasmaskers overhandigd. We gaan er overigens absoluut niet van uit dat we ze nodig zullen hebben, maar dat we ze in huis hebben en weten hoe ze werken, is een prettige gedachte. Better safe then sorry. Het was een hele puzzel om de gasmaskers in elkaar te zetten en te begrijpen hoe ze werken. Maar het is gelukt en inmiddels hebben we ook met de jongens geoefend.

Tja, de jongens. Je vraagt je af hoe kinderen omgaan met deze dreiging. Je kunt ze er helaas niet niets over vertellen. Op school wordt erover gepraat en er zijn veiligheidsoefeningen. Het is immers een hele klus om bij een luchtalarm al die kinderen tijdig (dat wil zeggen binnen 2 minuten vanaf het begin van het alarm!) in de schuilkelders te krijgen. Onze jongens kunnen er ogenschijnlijk goed mee dealen. Thomas is ervan overtuigd dat “ze ons niet gaan botheren” want: “niemand wil oorlog mama”. Benjamin vindt het een beetje spannender en wil er niet te veel over praten omdat hij dan enge dromen krijgt. Dat respecteren we vanzelfsprekend en ik ben er trots op dat onze kinderen met ons praten over dit onderwerp en open zijn over hun gedachten en gevoelens. Zowel Benjamin als Thomas hebben hun gasmasker gepast en hebben ons plechtig beloofd bij een luchtalarm precies te doen wat er van hen gevraagd wordt. En daarmee is er wat Benjamin betreft genoeg gepraat over oorlog en raketten en gaan we weer over op de orde van de dag. En om eerlijk te zijn, zo werkt het voor ons allemaal. Je kunt niet 24 uur per dag nadenken over eventuele vreselijke dingen die zouden kunnen gebeuren maar misschien ook niet. Overgaan tot de orde van de dag, kunnen en moeten we. We hebben natuurlijk wel alle benodigde voorzorgsmaatregelen getroffen, vanzelfsprekend met de hulp van de ambassade.

Zo heeft de ambassade ervoor gezorgd dat de schuilkelder in onze tuin is opgeruimd en bereikbaar is. Dat was tot twee dagen geleden niet het geval. De schuilkelder en de trap er naartoe, stonden vol met zooi. Met bouwmaterialen om precies te zijn. Zakken zand, tegels en allerlei andere spullen die gebruikt worden bij de renovatie van onze compound, lagen her en der verspreid en maakten het vrijwel onmogelijk de schuilkelder in te geraken. Nu was dat tot vorige week geen urgent probleem, dat werd het deze week helaas opeens wel. Inmiddels kunnen we kelder gemakkelijk in en uit, staan er stoelen in, is de elektriciteit aangesloten en is er stromend water. Onze schuilkelder biedt ruimte aan 50 mensen. Dat wil zeggen dat de luchtfilter schone lucht kan produceren voor 50 mensen. Een prettige gedachte. Alleen jammer dat niemand wist hoe het luchtfilter werkt. Echter ook hier is inmiddels verandering in gebracht. Na instructies van de beheerder van de compound, weet ik precies hoe het luchtfilter moet worden bediend, met elektriciteit en bij gebrek daaraan (pfff, dat is vermoeiend, handmatig schone lucht pompen!). In de schuilkelder staan stoelen en liggen wat dunne matrasjes, er is een wc en een wastafel en in de luchtsluis bevindt zich zelfs een douche. Overigens zit je over het algemeen niet langer dan tien tot vijftien minuten achter elkaar in de shelter. En dat is maar goed ook want het is er momenteel snikheet… 

Door de ambassade zijn we uitstekend gebriefd over wat te doen in geval van een noodsituatie. Het allerbelangrijkste is dat we rustig moeten blijven. Als Arjen op de ambassade is tijdens een luchtaanval of serie van luchtaanvallen, moet hij vooral daar blijven en niet overhaast in de auto springen om naar huis te komen. Hetzelfde geldt voor mij. Als de kinderen op school zijn tijdens een aanval, moeten we ons goed realiseren dat ze daar super veilig zijn. De school heeft diepe en goed uitgeruste schuilkelders en staat onder toezicht van de Amerikaanse ambassade met bijbehorende security. Ik mag dan ook niet naar de school rijden in geval van een noodsituatie. De kinderen zitten daar goed en het is volstrekt zinloos mezelf in gevaar te brengen door naar hen toe te willen op zo’n onverhoopt moment van dramatische omstandigheden. Verder moeten we ten alle tijden bereikbaar zijn. Mobiele telefoons binnen handbereik en opgeladen houden is het devies. En mocht het dan misgaan, moeten we goed contact met elkaar houden zodat iedereen altijd weet wie waar is en informatie snel kan worden doorgegeven. Gisteravond is in dat kader de telefoonboom van de ambassade getest. Bij ons was het op dat moment spitsuur: Arjen was net thuis en stond onder de douche, de kinderen hoorden in bed te liggen maar waren het daar niet mee eens en ik was de keuken aan het opruimen. Een perfect moment om de telefoonboom te testen. Toen Arjens telefoon twee keer vlak achter elkaar overging, was ik zo verstandig op te nemen…

En bij de tuindeuren staan dus keurig vier kartonnen dozen opgestapeld met in ieder een gasmasker. Ernaast staat een grote tas met houdbaar voedsel (droge koekjes en crackers), flessen water en bekers, spelletjes en tekenpapier en stiften. Voor zover je kunt zeggen dat je voorbereid bent op een korte oorlog, zijn wij dat. Maar we hopen en bidden dat deze beker aan ons en aan het Syrische en Israëlische volk voorbij zal gaan.

Thomas met gasmasker

Thomas met gasmasker

Benjamin met gasmasker
Benjamin met gasmasker

Ik met gasmasker
Ik met gasmasker