Leven in een vreemde realiteit

foto

Aan de lange tafel in onze eetkeuken zitten 8 dames en een heer. We hebben onze eerste vergadering over de te organiseren International Day op school. Ik ben voorzitter. Overigens kom ik nauwelijks aan het woord want de President van de PTA (Parent Teacher Association) is er ook en zij informeert mij en mijn team over de randvoorwaarden waar het evenement aan moet voldoen.

Nu vindt International Day pas midden mei 2015 plaats, we hebben dus nog even. Hopelijk is het tegen die tijd weer echt rustig en veilig in Israël en Gaza. Maar op dit moment bevinden de inwoners van Gaza en Israël zich duidelijk in een onzekere situatie als het gaat om hun veiligheid. Als voorzitter van het organiserend comité voor International Day, moet ik daar rekening mee houden. Dat betekent dat er een emergency plan moet zijn. Wat doe je met 1.500 gasten van binnen en buiten de school als er een raket in de richting van Even Yehuda wordt afgeschoten? En wat vindt de IDF – het Israëlische leger – eigenlijk van zo’n grote bijeenkomst in tijden van conflict? En dan is er het vraagstuk  van de gasten uit momenteel politiek beladen landen. Mogen we van de IDF bijvoorbeeld Turkse gasten ontvangen op zo’n groot evenement? Gaat het ons lukken om de Israëlische en Palestijnse ouders gezamenlijk een tafel te laten inrichten om de “colours en flavours” van hun land(-en) te showen? Dat laatste vraagstuk werd met enig gehoon van de tafel geveegd door de aanwezige Israëlisch/Joodse mensen vanmorgen. Het is één land, er komt één tafel. Een Israëlische tafel. Tja, daar sta je dan mooi voor als niet-Israëlische voorzitter met iets andere denkbeelden over dit onderwerp.

Goed, we waren dus in een interessante discussie verwikkeld toen opeens alle telefoons – die pontificaal op tafel lagen – op precies hetzelfde moment begonnen te piepen. Automatisch reikten 9 handen naar 9 telefoons en niet veel later hoorden we duidelijk explosies van ofwel raketten die ergens zuidwaarts de aarde raakten ofwel de explosies van de luchtafweer raketten  van de Iron Dome. Het dreunde aardig in ons huis. Het waren niet eens explosies bij Tel Aviv, zo bleek uit de sms-jes die we even eerder hadden ontvangen.  De raketten waren op doelen zuidelijker gericht en toch waren de explosies duidelijk hoorbaar.

Op dit moment worden er weer de hele dag door raketten en mortieren over en weer geschoten. Het is verschrikkelijk, ik kan het niet anders zeggen. Dat wij daar rekening mee moeten houden bij de organisatie van onze International Day, is niets als je nadenkt over de gevolgen voor de mensen in het zuiden. In Gaza valt niet veel meer te organiseren. Los van het feit dat men daar niet over het soort scholen beschikt waar wij zo mee gezegend zijn, staat er daar simpelweg niet veel meer overeind. Arjen sprak deze week een journalist die net terug is uit Gaza. Het schijnt echt afschuwelijk te zijn. En dan de mensen in Zuid Israël? Hun economie is behoorlijk onderuit gegaan, ze brengen veel tijd in en rond hun schuilkelder door. Ja, de Iron Domes functioneren goed, gelukkig. Maar het is ontwrichtend zo te moeten leven. Want ook voor “shrapnel” moet je de schuilkelder in.

Hoe belangrijk dat is, bleek wel toen er een stuk shrapnel  door het dak viel van de Nof Yam school. De hele punt van een raket kwam daar naar beneden. Waar Nof Yam is? Nof Yam is het buurtje naast het onze. Daar wonen vriendinnen van me met hun gezinnen. Veel vrienden in Nof Yam,  maar ook hier in Herzlyia Pituach, hebben shrapnel in hun tuin gevonden. Een goede vriend van ons was bijna half-slapend zijn huis uit gelopen toen hij dacht dat het weer veilig was na een luchtalarm. Om voor hemzelf onduidelijke redenen bleef hij even staan in de deuropening en precies op dat moment zag hij vlak voor zich een regen van brokstukjes van een raket of van afweergeschut naar beneden vallen. Die schuilkelders hebben dus wel degelijk een functie, zelfs met geweldig afweergeschut.

Na hun eerste schooldag, kwamen de jongens thuis vol stoere verhalen. Voor Benjamin was het hoogtepunt van de dag wel dat hij erachter was gekomen dat de school een super coole schuilkelder heeft bij de sportvelden. Met douches en wc’s. En voor Thomas was dat de ontdekking van een wel héél grappige schuilkelder: in de meisjes-wc in de buurt van zijn klaslokaal.

En zo leven we momenteel dus. In een bizarre realiteit met schuilkelders, emergency plans en discussies over Israëlische en Palestijnse tafels. Ik ben er erg verdrietig over en kan niet ontkennen dat ik me zorgen maak. Niet zozeer over onze veiligheid. Nog niet althans. Maar wel over de sfeer waarin onze kinderen naar school gaan en over het feit dat ik ze voortdurend moet bijsturen in hun spelletjes. Hier in huis worden namelijk onder geen beding raketten afgeschoten of getekend.

De horror van de media en mijn nieuwe obsessie

Een Duitse diplomaat vertelde me onlangs tijdens een etentje, dat er tijdens de Koude Oorlog een periode is geweest dat er zeer groot gevaar was voor een nucleaire aanval op Duitsland. Vraag me niet wanneer dat precies speelde en het hoe en waarom, daar hebben we het niet over gehad. Daar ging het ook niet om. Hij vertelde me dit verhaal in het kader van de totale obsessie die wij diplomaten en andere expats, de afgelopen weken vrijwel allen lijken te hebben ontwikkeld voor Het Nieuws. Tijdens de Koude Oorlog was er geen internet, geen 24/7 nieuws op de televisie, er waren geen mobiele telefoons, kortom, het nieuws kon veel minder eenvoudig verspreid en gevolgd worden. Als gevolg daarvan was bij het merendeel van de Duitsers die specifieke nucleaire dreiging onbekend. Uiteindelijk is er op dat moment niets gebeurd en de Koude Oorlog kreeg uiteindelijk zijn beloop en eindigde zonder nucleaire aanvallen. Het was niet zo dat niemand zich zorgen maakte over het bestaan van de atoombom, natuurlijk was daar aandacht voor in de media. Maar je kon niet van uur tot uur het nieuws volgen. Hoewel ik erg blij ben met de verworvenheden van de tijd waarin we leven en het feit dat informatie zo gemakkelijk toegankelijk is voor eenieder, heb ik in de afgelopen spannende weken ervaren dat het van uur tot uur kunnen volgen van de ontwikkelingen in en rondom Syrië, ook een bijzonder vervelende wending kan nemen.

In Tanzania heb ik het wereldnieuws met groot succes op afstand weten te houden. Ik hield nu.nl bij en af en toe schoof ik op de bank naast Arjen wanneer hij het NOS journaal keek op BVN. Buiten dat, maakte ik me liever druk over het wel en wee van onze kinderen en van vrienden en familie in Nederland, onze staf en de dingen die mis gingen in en om het huis, de roddels binnen de expat community (waar ik af en toe aardig genoeg van had), mijn werk, de veiligheidssituatie in Dar es Salaam, malaria, dengue, diarree en virussen, wat waar gekocht kon worden enzovoort, enzovoort. Goed, dit is lichtelijk overdreven gesteld, maar als ik de tijd in Dar vergelijk met mijn en ons leven nu in Israël, moet ik toegeven dat mijn wereld in Dar es Salaam een stuk kleiner en overzichtelijker was dan dat nu het geval is. Ik zet mezelf met deze woorden aardig te kijk als oppervlakkig vrees ik, maar zo was het op dat moment. Ik denk dat de verschillen tussen ons leven in Nederland en dat in Tanzania zo groot waren, dat ik niet genoeg ruimte in mijn hoofd had om me bezig te houden met de problemen in het Midden Oosten. Om maar een voorbeeld te noemen.

We wisten dat we in Israël niet om het wereldnieuws heen zouden kunnen. Of willen. Want hoewel het beangstigend is je aan de rand van een oorlog te bevinden, is het ook interessant, boeiend. We zitten dicht bij het vuur als het gaat om de conflicten in en rondom Israël.  Arjen hoort de meest recente berichten op zijn werk en deelt die met mij en dat geldt ook voor de andere diplomatiek partners en expats die ik dagelijks ontmoet en spreek. Zij horen ook van alles van hun mannen die weer op andere ambassades werken en we wisselen onze kennis gretig uit. En dus gaan de gesprekken bij de cappuccino over Gaza, verijdelde bomaanslagen, raketaanvallen en sinds een aantal weken over Syrië, Syrië en nog eens Syrië en natuurlijk over Assad, Obama, Puttin, Rouhani en Khamenei. Wauw, na mezelf twee jaar lang soort van geïsoleerd te hebben van het wereldnieuws, word ik er nu dagelijks onder bedolven. Figuurlijk dan. En om heel eerlijk te zijn: afgelopen weekend bereikte ik het punt dat ik het echt even niet meer trok. Ik werd gek van mezelf en mijn nieuwsobsessie. NU.nl weet zich inmiddels vergezeld door NOS, The Israël Times, Haaretz, Jerusalem Post, BBC News en artikelen die me worden toegezonden door vriendinnen hier en elders op de wereld, En als al die kranten nu eens hetzelfde schreven, dan ging het nog. Maar nee, ze schrijven niet hetzelfde. Steeds meer dringt tot me door hoe subjectief de verslaggeving kan zijn. Woord- en taalgebruik blijken zo bepalend voor hoe je een bericht moet/kunt interpreteren. Het is om gek van te worden. In Israël is het onderscheid tussen de links en rechts georiënteerde media ook extreem merkbaar als je een krant leest. Waar de ene krant spreekt over een onomkeerbare situatie die vast en zeker tot een derde wereldoorlog zal leiden, is de andere krant een stuk genuanceerder en voorspelt dat Israël overal buiten zal blijven. En juist doordat de berichten elkaar soms voor bijna 100% tegenspreken, blijf ik zoeken naar nog meer informatie, andere invalshoeken, andere meningen. Niet goed voor de gemoedsrust, zeker niet voor iemand als ik, die toch al eerder last heeft van gevoelens van onveiligheid.

En terwijl we dealen met onze eigen onzekerheden en spanningen, hebben we ook te maken met die van onze dierbare familie en vrienden in Nederland. Ook voor hen waren de afgelopen weken extreem spannend. Zij werden bovendien nogal eens geconfronteerd met gevoelloze opmerkingen van mensen in hun omgeving. Dat Ceciel en Arjen en de kinderen echt wel tijdig geëvacueerd worden als het mis gaat in Israël. Alsof dat niets voorstelt. Alsof dat een geruststelling is voor onze familie, die juist hoopt dat ons dat bespaard kan blijven. Dat de kinderen niet overhaast uit hun nieuwe omgeving hoeven worden weggehaald. En voor Arjen en zijn familie leidde de precaire situatie van de afgelopen weken ertoe dat hij een dienstreis naar Nederland moest cancelen, waardoor hij de doop van onze pasgeboren neefjes moest missen. Iets waarop hij zich vanzelfsprekend enorm had verheugd.

Maar er is licht aan de horizon! Na een interventie van Rusland, lijkt het erop dat Syrië zijn chemische wapens onder toezicht wil stellen en gisteravond hoorden we zelfs dat Syrië zich wil aansluiten bij het OPCW, hetgeen zou betekenen dat die chemische wapens vernietigd worden. Obama heeft afgelopen nacht zijn volk en de wereld laten weten nu ook te willen focussen op een diplomatieke oplossing. Militair ingrijpen lijkt hiermee voorlopig niet aan de orde, hoewel we natuurlijk weten dat een en ander sterk afhangt van de manier waarop en de mate waarin Syrië daadwerkelijk zal meewerken. Er is licht. En dat is in de eerste plaats een groot geluk voor de inwoners van Syrië en de vele, vele vluchtelingen die hun heil hebben gezocht in Jordanië, Egypte en Turkije. In vergelijking met de situatie waarin zij zich bevinden, is de spanning die wij hebben gevoeld de afgelopen weken, peanuts.

En Arjen en ik? Arjen kon natuurlijk veel beter omgaan met de spanningen van de afgelopen weken. Een geluk voor ons beiden dat hij ontspannen bleef. Ik ben opgelucht en hoop dat het nu een tijdje rustig blijft en we plannen kunnen maken voor uitstapjes in dit prachtige land. Oh ja, een droomplan wil ik jullie niet onthouden. Stel nou eens dat er vrede komt in Syrië… Misschien volstrekt onrealistisch maar stel nou eens dat dat gebeurt! Wij dromen in ieder geval stiekem een heel, heel klein beetje over een over-land trip dwars door Syrië en Turkije, terug naar Nederland aan het eind van onze plaatsing hier over 4 jaar. Ach, hoop doet leven, toch?