Over oude deuren en nieuwe deuren

Drie jaar geleden, op de dag af, sloten we een avontuur af. En begonnen we aan een nieuw hoofdstuk. Het Israel hoofdstuk wel te verstaan. Wanneer een deur sluit, opent een andere. Ik denk dat vrijwel iedereen zich vasthoudt aan die gedachte als er grote veranderingen op komst zijn. Maar op het moment dat die ene deur dichtgaat, weet je nog niet wat er achter de nog gesloten deuren op je wacht. Wij waren dan ook allevier verdrietig toen we op 7 juni 2013 Tanzania achter ons lieten. Israel lonkte, Tanzania zat echter onder onze huid.

Onlangs sprak ik een vriendin uit onze Tanzania tijd. Over mijn depressiviteit, over hoe ik in elkaar zit, waar ik aan werk. Zij herinnerde me eraan dat mijn mooie herinneringen aan Tanzania de moeilijke momenten lijken te hebben weggevaagd. Want ook daar wankelde ik af en toe. Had ik moeite met mijn nog nieuwe rol in het leven, zonder het “ik werk bij Heineken” credo achter mijn naam. Na een eerste ongemakkelijk gevoel – nooit fijn, geconfronteerd worden met minder leuke herinneringen – moest ik haar gelijk geven. Typisch hoe het menselijk brein werkt, hoe uiteindelijk de mooie avonden aan zee en de spannende safari’s je herinneringen domineren terwijl de moeilijke momenten, de frustraties, verbleken en vervagen tot ze er nooit lijken te zijn geweest.

Dat gesprek met die oude vriendin, het was misschien even wat ongemakkelijk, zelfs pijnlijk. Maar zo heilzaam en nuttig. Natuurlijk nam ik haar feedback mee naar mijn volgende online gesprek met mijn psycholoog. Tijdens dat gesprek en de daaropvolgende, pelden we langzaam lagen af uit mijn verleden, de moeilijke momenten analyserend, de fijne momenten evaluerend. Wat mijn grootste worsteling is geweest sinds het verlaten van Nederland, is het verlies van identiteit. Die “ik werk bij Heineken” gedachte. Ik was niet alleen Ceciel, moeder van Thomas en Benjamin, vrouw van Arjen. Ik was ook professional, ik ontwikkelde me, ik deed werk dat er toe deed binnen de kaders die ik van kinds af aan kende. Geld, aanzien en respect verdienen door je werk bij een bekend Nederlands bedrijf. Een leven als thuismoeder was iets waar ik me in die periode helemaal, maar dan ook echt helemaal niets bij kon voorstellen. En hoewel ik het nooit zo zou hebben gezegd in die tijd, denk ik dat ik het diep  van binnen afkeurde als andere moeders met bul op zak hun carrière aan de wilgen hingen.

Dat dus. Dat was mijn worsteling. Toe te moeten geven dat ik nu ook één van die moeders was. Met bul, zonder carrière. En hoe dat onderstreept werd als ik op een receptie stond en de zoveelste gesprekspartner me vroeg: ‘So tell me, what does your husband do?’

Toen ik moest onderkennen dat het echt niet goed met me ging, was mijn vervolggedachte een voor mij erg logische: ik moet gewoon weer een baan, een carrière. En: we moeten terug naar Nederland. Zodat alles weer normaal wordt en ik weer mezelf kan zijn.

Mezelf zijn? Is Ceciel dan niet zichzelf als ze geen geld verdient? Werkelijk? Is dat het enige dat ik waardevol vind aan mezelf? Daar was werk aan de winkel, constateerde mijn psycholoog tevreden.

Deze week heb ik het deel van mijn therapie dat puur over het overwinnen van de depressiviteit gaat, afgesloten. Een training Mindfulness is de logische laatste stap op mijn pad naar, uh, helemaal mezelf zijn? Misschien, zoiets. Ik ben al een heel eind gekomen kan ik met trots en blijdschap zeggen. Ik heb veel ontdekt in de afgelopen maanden. Heel simpele dingen zoals wandelen brengt mijn geest tot rust (maar ik raak niet meer in een vrije val als het wandelen er even niet van komt). En schrijven, dát vind ik pas leuk (en kan ik best goed!). Moeder worden en moeder zijn is het mooiste dat me in mijn leven is overkomen (Arjen ontmoeten staat met stip op nummer twee, ik wil mijn geliefde niet tekort doen!). Wat ben ik dankbaar dat ik er voor de jongens kan zijn als ze uit school komen met verhalen en met huiswerk. Dat ik speelafspraken voor ze kan regelen na school, hun vriendjes ken en de moeders van die vriendjes. Dat ik tijd heb om betrokken te zijn bij school, fantastisch fijn. En mijn bestuurswerk blijkt minstens zo uitdagend, zowel inhoudelijk als procesmatig, als dat werk bij good old Heineken. Nee, ik word er niet voor betaald. Maar de impact die mijn werk heeft op het beleid en het functioneren van de school is zichtbaar na twee jaar bikkelen.

Dus misschien gaat die Mindfulness me niet naar mezelf terugbrengen. Misschien ben ik al bij mezelf terug. Hopelijk gaat het me helpen nog net iets beter om te leren gaan met spanningen en onzekerheid. Want die zullen er het komend jaar volop zijn. Dat we drie jaar geleden Tanzania verlieten, betekent namelijk ook dat we aan ons laatste jaar in Israel beginnen. Ons overplaatsingsjaar is aangebroken en we zullen zien waar onze container vol hebben en houden naartoe zal varen. De overplaatsingssystematiek van het Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt gekenmerkt door aardig wat dynamiek. Hoewel onze plaatsing hier uiterlijk over een jaar eindigt, is het mogelijk dat we voor die tijd al verhuizen. Onzekerheid is dus troef en hé, laat het nou net mijn uitdaging zijn daar beter mee te leren omgaan. Dus kom maar op met die Mindfulness training! Ik kan ‘m wel gebruiken!

 

Een weekend van uitersten

Afgelopen weekend gingen we op pad met twee bevriende gezinnen. We hadden kamers geboekt in een hostel in de Golan. We maakten mooie wandelingen naar watervallen, er werd gezwommen in riviertjes, we picknickten terwijl er krabben om ons heen scharrelden. Er werden gesprekken gevoerd, in Engels, Deens, Duits en Nederlands. In het hostel ontmoetten we backpackers en andere avonturiers van overal ter wereld. Met hen deelden we de shabbath maaltijd, aan een lange tafel met prima wijn van de winery in de kibbutz. De zon scheen, het was warm. Het was fijn. Maar…

Maar… de Golan ligt op de grens tussen Israël en Syrië en het eigendom van deze bergstreek wordt al sinds de oudheid betwist en bevochten. Tijdens de 6-daagse oorlog in 1967 veroverde Israël dit gebied op Syrië. De VN veroordeelden zowel de Israëlische verovering, bezetting en vervolgens de annexatie en dringen tot op heden nog aan op een Israëlische militaire terugtrekking en onderhandeling met buurland Syrië. Syrië eist de volkenrechtelijk tot zijn territorium behorende Golan terug, gesteund door VN-resoluties. Libanon, en met name de Hezobollah, leggen een claim op een zeer klein gedeelte van de Golan (de Shebaa-boerderijen), maar die claim wordt niet door de Verenigde Naties gesteund. De VN beschouwen de Shebaa-boerderijen als deel van Syrië, maar de grenstrekking in het verleden geschiedde niet altijd nauwkeurig. De burgerbevolking op de Golanhoogten bestaat uit Druzen, Alawitische Arabieren (een minderheid) alsook Soennitische Turkomannen. De overgrote meerderheid beschouwt zichzelf nog altijd als Syrisch en heeft een Syrisch paspoort. Sinds de niet-erkende Israëlische annexatie in 1981 zijn er op de Golanhoogten talrijke Israelische nederzettingen (Wikipedia).

Een omstreden streek dus. Na een ritje met de kabelbaan, Mount Hermon op, en een kleine wandeling over de berg, keken we neer op Syrië. Voortdurend hoorden we de explosies, zagen rookpluimen opstijgen aan een verder wolkeloze hemel. Links onderaan de berg zagen we een Druzen stadje in Syrië. Rechts onderaan de berg, meerdere Druzen dorpen in Israël. Eén volk, van elkaar gescheiden door een gesloten grens. Velen hebben familieleden aan beide zijden van die grens. Wat het extra complex maakt, is dat Druzen zich traditiegetrouw voegen naar het land waar ze wonen. Druzen uit de dorpen in Israël vechten dan ook mee in de IDF. Druzen in Syrië vechten mee in de regeringstroepen van Assad. In tijden van oplaaiend conflict tussen Israël en Syrië, vechten de Druzen dus tegen hun familie aan de andere kant van de grens. Niet te bevatten wat oorlog met een gemeenschap doet.

Hoe ontwrichtend oorlog is, konden we een heel klein beetje zien vanaf Mount Hermon. Het Druzen stadje aan Syrische zijde leek vanaf onze veilige plek hoog boven Syrië verlaten. Er was geen beweging te zien, geen auto’s op de weg. Niets dan huizen en verlaten straten. De opstijgende rookwolken enkele tientallen kilometers verderop vormden de verklaring voor de levenloze indruk die het dorp op ons maakte. Want die rookwolken geven aan hoe ver Al Nusra (Al Qaida sympathisanten) is opgerukt. Niemand durft nog naar buiten, uit angst voor problemen, uit angst voor oorlog. Hoe afschuwelijk. En zo dichtbij Israël. Zo ontzettend schrikbarend dichtbij. En toch ook ver weg. Heel surrealistisch. Ik had het er moeilijk mee. Die explosies te horen. Thomas en Benjamin en hun vriendjes van school te horen praten over oorlog. Over raketten. Niet op een sensationele manier overigens. zoals met name jongens wel vaker doen als ze over oorlog praten. Ze waren er wat stilletjes onder. Want dit was wel heel dichtbij.

Israël is wat dat betreft echt een land van uitersten. De zee en het strand, de bergen en de natuur. Verschillende religies en verschillende gebruiken, culturen, dicht op elkaar. Conflicten die op de loer liggen. Politiek beladen gebieden en omstreden nederzettingen.  Hip Tel Aviv, traditioneel Jeruzalem.

Zo reden wij van de politiek beladen Golan vlakte naar Massada. Symbool voor Joodse moed en strijdvaardigheid. Momenteel het decor van de opera Tosca. Samen met de jongens maakten we deze opera mee, in de open lucht, in een nagebouwd theater in de woestijn. Woorden schieten tekort om uit te drukken hoe bijzonder dit was. Het massaal zingen van Hatikva (het Israëlisch volkslied) voor aanvang van de opera. De decors. de lichtshow, het gezang, de zwoele avondlucht. Benjamin die af en toe zijn hoofd op mijn schoot legde in een halfslachtige poging om te slapen en die dan binnen enkele minuten overeind schoot omdat hij niets wilde missen. De eerste opera die de jongens meemaakten. Op een historische plek in de woestijn. Een herinnering voor altijd, dat weet ik zeker.

Met dit weekend in de Golan markeren we twee jaar leven in Israël. Twee jaar met ups en downs. Twee jaar waarin vriendschappen zijn ontstaan die nu wat meer diepgang krijgen. Twee jaar waarin we verliefd zijn geworden op dit land. Maar ook twee jaar van frustratie over het uitblijven van resultaten in de vredesbesprekingen. Twee jaar waarin de zorgen over de situatie in de landen rondom Israël toe zijn genomen. Te zien hoe dichtbij Al Qaida is, is ronduit eng. En ja, ik weet het, Israël zal niet zo maar onder de voet gelopen worden. Daarvoor is het defensie systeem veel te sterk en de politieke druk te groot. Een enge gedachte is het wel en mijn hart gaat uit naar degenen die aan de andere kant van de grens wonen en die niet kunnen vertrouwen op een sterk leger. Hoe ironisch, dat de mensen die in het door Israël geannexeerde gebied wonen zo veel veiliger leven dan de mensen die in het Syrische deel van de Golan wonen en zich zo bedreigd weten. Een bittere realiteit.

Het Druzen stadje aan Syrische zijde. Geen leven op straat.

Het Druzen stadje aan Syrische zijde. Geen leven op straat.

De Kooltjes bij Massada, klaar voor de opera Tosca!

De Kooltjes bij Massada, klaar voor de opera Tosca!

.

Onderhandelen Israeli style

Israëliërs behoren volgens mij tot de beste verkopers ter wereld. Dat kan niet anders. Of ik ben gewoon super gemakkelijk over te halen dingen te kopen die ik niet nodig heb (hetgeen ik zeker niet kan uitsluiten). Serieus, op sommige dagen kan ik beter geen winkel ingaan hier. Als ik enigszins emotioneel ben, last heb van heimwee, slecht heb geslapen of anderszins geen beste dag heb, blijf ik beter thuis. Want sjonge, wat zijn de verkopers hier te lande er goed in je te helpen bij het uitgeven van je geld. Onderhandelen, daar zijn ze ook goed in. Daarover later meer.

Het moet zo ongeveer anderhalf jaar geleden zijn geweest, dat ik voor het eerst geconfronteerd werd met de uitstekende verkoopkunsten van, in dit geval, een tweetal charmante Israëlische dames. Ik had heimwee. Niet een beetje. Nee. Het was een allesoverheersend gevoel dat me uit mijn slaap hield. Het nieuwe schooljaar was net begonnen, we woonden zo’n beetje twee maanden in Israël.  Vrijwel alle dozen waren uitgepakt, de belangrijke en de leuke dozen althans. Ik had nog niet veel vriendinnen en de vriendinnen die ik had, waren minder snel met uitpakken en zaten daar dus nog middenin. Er was sprake  van dreiging vanuit Syrië (wist ik veel dat het meestal bij dreiging blijft). Arjen had het lekker druk op de ambassade en de kinderen brachten lange dagen door op hun nieuwe school en kwamen iedere dag thuis met opwindende verhalen. Wat duurden de dagen lang en wat mistte ik Tanzania. En Nederland. Familie en vrienden. Een leven met een reguliere baan. In feite mistte ik alles wat op dat moment (nog) niet voorhanden was in Israël. En toen…, toen ontdekte ik de Body Shop. Een Body Shop! Je moet in Tanzania gewoond hebben – of in een vergelijkbaar land dat verstoken is van dit soort winkels – om te begrijpen hoe blij ik was. Een Body Shop! Even waande ik me in Nederland. Een intens gevoel van thuis zijn overviel me. En hoewel ik werkelijk niets nodig had, was daar opeens die drang om mijn old time favorite White Musk Bodyspray te kopen. Gewoon omdat het kon.

Totaal onbevangen stapte ik de winkel binnen. Overal hingen posters op, er was blijkbaar een aanbieding. Dat interesseerde me echter niet, ik had immers niets nodig. Behalve die bodyspray dan. Al snel had ik die gevonden en ik toog naar de kassa om af te rekenen. Wat er daarna gebeurde, kan ik niet meer navertellen. Nee, ik werd niet bedwelmd, niet bedreigd, niet onder druk gezet. Niets van dat alles. En toch, toch liep ik nog geen vijftien minuten later de winkel uit met een tas vol producten. Shampoo, doucheschuim, bodylotion (ik gebruik nooit bodylotion!), die spray en nog iets wat ik verdrongen heb. Geen idee wat het was. Vijf producten die ik in feite geen van allen nodig had. Wat was er mis gegaan? Tja. Twee zeer goede verkoopsters, dat was wat er mis was gegaan. En echt, ik zou je niet kunnen vertellen hoe ze het voor elkaar kregen, maar ze wisten me ervan te overtuigen dat ik die aanbieding niet kon laten lopen. Een aanbieding speciaal in verband met de Joodse feestdagen.

Inmiddels weet ik beter. Ik weiger iedere hulp in winkels, zoek mijn eigen weg en antwoord standaard met nee op iedere, iedere aanbieding. Want er zijn altijd wel aanbiedingen. Ik doe er niet meer aan mee. En ik ga dus niet meer winkelen op emotioneel minder fijne dagen.

Goed, tegen die verkoopkunsten weet ik me dus te weren. Nu het onderhandelen nog. Sinds kort ben ik voorzitter van de commissie die een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst onderhandelt met de ondernemingsraad van onze school. Enigszins tegen mijn zin overigens. Ik ben van mening dat het schoolbestuur niet de aangewezen entiteit is om te onderhandelen over arbeidsvoorwaarden. De Amerikaanse ambassade wil het echter zo en we zijn nu eenmaal een (Amerikaanse) ambassade school.  Dus zo zij het. Vandaag hadden we de eerste officiële bijeenkomst. Een kennismakingsgesprek. Niet meer dan dat. Er zou niet onderhandeld worden, ook zou er niet gesproken worden over het oud zeer waar de leerkrachten onder gebukt gaan. Mevrouw N, een geweldige gepassioneerde lerares die ook les geeft aan Thomas en Benjamin, kwam als laatste binnen. Met een bakje salade in haar ene hand en een vorkje in de andere. Zuchtend ging ze zitten. Even liet ze haar hoofd in haar handen zakken, waarna ze haar rug rechtte en begon te eten. Op een zeker moment keek ze me aan. Oh Ceciel, you really need to know this. We just never – NEVER – have time for lunch. Or for coffee. We never – NEVER – can take a break. Yes. That’s our life Ceciel. I am so happy that you will help us to make things better. Niet veel later merkte een andere leerkracht op dat de onderhandelingen dit jaar gelukkig soepel zullen verlopen, aangezien de school er financieel uitstekend voor staat. Hij bedoelde dit niet ironisch. Hij was bloody serious, zoals een medebestuurslid achteraf opmerkte.

Ik ben er niet meer gevoelig voor, dit soort verkoop- of onderhandelingsstrategieën. Ik trap er niet in. Het is een groot spel. Een spel waar ik leiding aan mag geven, met aan mijn zijde goede vriend en medebestuurder J. J, diplomaat bij de Amerikaanse ambassade, managet in het dagelijks leven het vredesproces tussen Israël en Palestina. Jawel, ik mag met een heuse vredesonderhandelaar samenwerken. Wat dat zal opleveren, zal de toekomst uitwijzen. Ik heb er vertrouwen in. Conflict resolution draagt onze school hoog in het vaandel. Het staat zelfs in onze missie. Komt goed, zou je zeggen. Tja. Jammer dat het ’t vorig jaar heel erg mis is gelopen, de onderhandelingen voor een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst op onze school. En het vredesproces tussen Israël en Palestina wil ook niet zo vlotten. Maar dat is beslist niet aan J te wijten. Of aan de leerkrachten op onze school. Toch?

PS Voor alle volledigheid: ik ben onder de indruk van de passie waarmee de leerkrachten op onze school hun werk doen en ik ga helemaal voor een win-win situatie waarbij het oud zeer zoveel mogelijk wordt weggenomen – er is nogal wat verkeerd gegaan in het verleden. Mijn beschrijving van lerares N is niet vervelend bedoeld, de leerlingen aanbidden haar en ik kan het erg goed met haar vinden…

Avontuur in Istanbul en de uitdagingen van internationaal onderwijs

De mensen van de veiligheidscontrole op Ben Gurion, het vliegveld bij Tel Aviv, weten zich geen raad met ons. Drie leden van het management van de American International School in Israël, de vrouw van de directeur van de school en een dame getrouwd met een Nederlandse diplomaat – ik dus. Drie Amerikanen, een Israëlische en een Nederlandse dame. We willen inchecken voor onze vlucht naar Istanboel. Een vreemd reisgezelschap, onderweg naar een gevoelige bestemming gezien de huidige minder vriendschappelijke betrekkingen tussen Israël en Turkije. “Waarom gaat u naar Istanboel? Heeft u daar gemeenschappelijke vrienden? Een conferentie over internationaal onderwijs? Kunt u dat bewijzen? Heeft u een uitnodiging bij u?” I-pads worden aangezet, in e-mails wordt naarstig gezocht naar berichten van NESA, de Near East South Asia Council of Overseas Schools. Iemand vist een brochure uit zijn tas maar die is niet overtuigend. De veiligheidsfunctionaris haalt zijn supervisor erbij die ons uit de rij haalt en apart plaatst. Na een herhaling van dezelfde vragen wordt er een nog hoger geplaatste officer bijgehaald die besluit ons allen afzonderlijk te ondervragen. Ik ben als laatste aan de beurt en uiteindelijk mogen we inchecken. Voor mij is dit alles nieuw, diplomaten en gezin worden nooit zo uitgebreid gescreend. Eerlijk gezegd geeft het me wel een veilig gevoel, in Israël wordt de veiligheid aan boord heel serieus genomen. Niet zonder reden natuurlijk.

En zo begint mijn avontuur. Voor het eerst in lange tijd ga ik zonder mijn mannen op reis. Ik ben niet eerder in Istanboel geweest en reis met een groep mensen die ik nog niet zo goed ken. Tamelijk recent ben ik toegetreden tot het bestuur van onze school en deze trip naar Istanboel is bedoeld om in korte tijd veel te leren over het internationaal onderwijs in een tamelijk complexe omgeving en over de rol van bestuurslid van een particuliere school. Ik vertrek twee dagen eerder dan de andere bestuursleden die aan de conferentie zullen deelnemen. De directeur van onze school me heeft gevraagd zijn vrouw gedurende die dagen gezelschap te houden. Zij voelt er weinig voor de stad alleen te verkennen. Natuurlijk heb ik ja gezegd op dat verzoek. Twee dagen een naar het schijnt prachtige stad verkennen, ik zie het wel zitten.

Twee dagen lang doorkruis ik met R een overweldigend mooie stad. We maken een boottocht over de Bosporus, bezoeken de Blauwe Moskee en de Aya Sofia, we winkelen in de Grote Bazaar en in de kleinere Arasta Bazaar, lunchen in de najaarszon en leren elkaar beter kennen. Een bijzondere ervaring. Vaak word ik omhelsd door Turkse handelaren in de twee bazaars: “We love Holland!” Zelfs als ik niets koop krijg ik kopjes sterke Turkse koffie aangeboden en als ik een aankoop overweeg wordt me direct 25% korting aangeboden. Wat overigens volgens R (die Israëlisch is en dus gezegend met ijzersterkte onderhandelingsvaardigheden) geen enkele reden is tot het accepteren van de geboden prijs. Het levert grappige momenten op waarbij ik voor het eerst blij ben met die Israëlische zeer commerciële mentaliteit :). In Israël raak ik er steeds door in de problemen: te vaak verlaat ik winkels met aankopen die ik echt niet nodig had en die ik ook niet van plan was te doen!

En dan eindigt mijn sightseeing-tijd. De andere bestuursleden en nog enkele schoolhoofden van onze school arriveren en het leer-avontuur gaat van start. De NESA leiderschapsconferentie boeit vanaf de eerste minuut. Ik bezoek lezingen over onderwerpen als creativiteit in relatie tot schoolprestaties, normering in schoolrapporten, samenstelling van een goed bestuur, governance, budgettering, institutional development en fundraising en op de laatste dag van de conferentie neem ik deel aan een uitgebreide workshop over de zogenaamde U Theory, een inspirerende theorie over het tot stand brengen van verandering.

Tussen lezingen en workshops door wordt er druk genetwerkt. Ik spreek vooral met bestuursleden van andere internationale scholen in de regio. Ze komen uit Qatar, Egypte, India, de Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi Arabië… Een enkeling weigert te spreken met afgevaardigden uit Israël. Ik heb niet eens zin om uit te leggen dat ik noch Joods, noch Israëlisch ben. Over het algemeen is de sfeer echter open en constructief. We staan allen voor dezelfde uitdaging. Onderwijs bieden aan een multiculturele en multireligieuze groep studenten. Dealen met leerlingen (en hun ouders!) met verschillende taalachtergronden die na enkele jaren onderwijs weer verhuizen naar een ander land. En velen  van ons zijn woonachtig in landen met “enige complexiteit”. Vooral de ontmoeting met de bestuursleden uit Caïro was informatief. Ook wij houden altijd rekening met een oorlog die tot (tijdelijk) evacuatie van leerlingen en uitgezonden leerkrachten leidt. Onze school kan, indien die situatie zich zou voordien, overschakelen op afstandsonderwijs waarbij Skype en Moodle (ons digitale onderwijssysteem) centraal staan.

Tijdens het ontbijt voor vertrek naar de luchthaven in het Aziatische deel van Istanboel, spreek ik een US Marshall die op de conferentie lezingen heeft gegeven over het voorkomen en herkennen  van kindermisbruik en hoe daar vervolgens mee om te gaan. Zijn werkgebied is wereldwijd, hij woont echter met zijn gezin in de VS. Voor hemzelf was de week ook leerzaam, het was zijn eerste kennismaking met leiders van overzeese scholen. Hij deelt zijn observaties over wat in zijn ogen zo anders is aan dit soort scholen in vergelijking tot “gewone” scholen in de VS. Weinig gebroken gezinnen (expats die scheiden keren immers veelal zo snel mogelijk terug naar hun thuisland), vrijwel uitsluitend hoogopgeleide ouders (daar het vooral hoger opgeleiden zijn die worden uitgezonden door overheden en bedrijven) en een populatie die zeer gemakkelijk contacten legt waarbij nog meer dan gemiddeld gebruik wordt gemaakt van diverse media. Vooral kinderen die nieuw zijn op een internationale school kunnen “gemakkelijke” slachtoffers zijn voor kindermisbruikers. Zij hebben nog geen vrienden, zoeken vastigheid. Ook hun ouders kunnen gemakkelijk worden ingepalmd. Als bestuurslid van onze school en als voorzitter van de beleidscommissie, ben ik momenteel druk bezig met het herzien van onze Child Protection Policy. En dat gaat precies hierover. Niet leuk om over na te denken, wel erg belangrijk. Ik doe momenteel even geen betaald advieswerk, maar dit werk voor school voelt voor mij als minstens zo belangrijk en leerzaam.

En zo reis ik terug naar Arjen en de jongens die ik erg gemist heb. Een heleboel kennis en een waardevolle ervaring rijker. Volgende week zit ik de volgende beleidscommissie vergadering voor en zet ik in op een aantal belangrijke veranderingen. Spannend. Leuk!

 

 

Shana Tova! Happy New Year! Gelukkig Nieuwjaar!

Aanstaande woensdag, bij het ondergaan van de zon, viert het Joodse volk wereldwijd de start van een nieuw jaar. Het wordt beschouwd als de dag waarop Adam geschapen werd. Met het vieren van Rosh Hashana, zoals dit twee dagen durende feest heet, wordt het seizoen van de Joodse hoge feestdagen ingeluid. Of zoals we in Nederland zeggen, de feestdagen komen eraan. Zou ik rond deze tijd in Nederland zijn, dan zou het me misschien opvallen dat bepaalde producten die gerelateerd zijn aan Rosh Hashana in de aanbieding zijn bij supermarkten in steden met een grote Joodse gemeenschap. Voordat we naar Israël verhuisden, is het me echter nooit opgevallen. Ik wist dan ook niet waar ik op  moest letten. Laat me eerlijk zijn, ik had geen idee van het bestaan van Joodse feestdagen, al had ik wel gehoord van Yom Kipur.

Nu wonen we inmiddels ruim een jaar in dit bijzondere land en maken we voor de tweede keer de Joodse feestdagen mee, deze keer een stuk bewuster dan vorig jaar. Vorig jaar vond ik het vooral lastig. De kinderen hadden om de paar dagen vrij, restaurants waren gesloten op momenten dat ik ze graag open had gezien en hetzelfde gold voor de supermarkten. Ik had nog niet echt een notie van de betekenis van de diverse feesten, ik was nog volop aan het wennen aan onze nieuwe omgeving en verzwolg geregeld in intense gevoelens van heimwee naar Tanzania en naar Nederland. Wel vond ik het geweldig dat de kinderen er zo in op gingen. Dat Benjamin voortdurend liedjes zong waarin hij iedereen een Sweet New Year toewenste en dat hij steevast een pot honing uit de keuken haalde als er een appel werd geschild.

Ondanks al mijn onwetendheid, ervoer ik het wel als heel bijzonder dat mijn nieuwe Joodse vriendin L ons op Rosh Hashana een mandje met lekkernijen bracht samen met haar dochters. Heel lang kenden we elkaar nog niet, ik begreep dat ze met het brengen van dit lieve, zoete mandje, haar vriendschap met mij, met ons gezin, bezegelde. Dit jaar zullen we met L en haar gezin genieten van een traditionele maaltijd na aanvang van Rosh Hashana op woensdagavond. Ik zie er enorm naar uit.

Maar goed, dit jaar wilde ik de feestdagen niet opnieuw zo onwetend ingaan. Uit respect voor het land waar we wonen en de gebruiken van het Joodse volk, maar ook uit interesse en nieuwsgierigheid, heb ik me deze keer beter voorbereid. Hoe fijn dat de Diplomatic Spouses Club Israël een ochtend organiseerde waar mijn voormalig Hebreeuws lerares Pnina uitleg gaf bij de drie hoge feestdagen die de komende weken het leven in Israël zullen bepalen, te beginnen met Rosh Hashana. Rosh Hashana betekent letterlijk Hoofd van het Jaar. Het feest luidt het begin van het nieuwe jaar en daarmee het begin van de herfst in. Een mooi moment om terug te kijken, tot zelf inkeer te komen. De herfst is immers ook het moment waarop de natuur haar jaarlijkse cirkel voltooit.

Rosh Hashana leidt de tien boetedagen in. De gedachte is dat op Rosh Hashana, alle bewoners van de aarde God passeren en dat voor ieder van hen wordt bepaald hoe het komende jaar zal zijn: wie zal leven en wie zal sterven, wie zal armer worden en wie wordt rijker, wie zal vallen en wie zal rijzen. Het lot van de mens wordt echter nog niet bezegeld op Rosh Hashana. Ieder heeft de kans betere keuzes te maken, zijn leven ten goede te keren, tijdens de tien boetedagen. Pas op Yom Kipur – de Grote Verzoendag –  wordt het lot van iedere mens definitief bepaald en bezegeld.

Wat betekent dit voor ons in praktische zin? Op woensdag hebben de kinderen slechts een paar uur les. Om 11 uur sluit de school zodat de (Joodse) leerkrachten en medewerkers zich op tijd naar huis kunnen begeven om zich voor te bereiden op het feest en op tijd naar de Synagoge te kunnen gaan. Op donderdag en vrijdag is de school gesloten en ook de Nederlandse Ambassade is gesloten op donderdag. We zullen de donderdag vermoedelijk in en rond ons huis doorbrengen, het zal enorm druk zijn op de stranden en een bezoek aan Jeruzalem is ook niet aan te raden vanwege de te verwachten drukte. We zullen veel gebeden horen vanuit de nabij gelegen zeer religieuze synagoge, evenals het geschal van de ramshoorn die honderd keer zal klinken, om iedereen bewust te maken van begane zonden en tot inkeer te laten komen. We zullen net als de bevolking van Israël terugkijken op het afgelopen jaar en voornemens maken voor het nieuwe jaar. We zullen stukjes appel in honing dippen en de kinderen zullen wederom hun liedjes zingen. En ja, dit jaar zullen we ook een traditionele maaltijd meemaken met onze inmiddels zeer dierbare vrienden L en J en hun dochters. Ik verzorg een dessert en dat moet vooral heel lekker en heel zoet zijn. Geheel in aansluiting op de traditionele wens die eenieder elkaar toezendt in deze dagen: Shana Tova U’metoka, oftewel: een goed en zoet jaar. En dat wens ik iedereen toe, Joods en niet-Joods. Laten we hopen dat het nieuwe jaar zoet wordt, voor alle volkeren ter wereld en in het bijzonder voor hen die in de ons omringende landen dagelijks worden geconfronteerd met afschuwelijk geweld.

Mijn eerste luchtalarm

In een parkeergarage, schuilen voor een raket

In een parkeergarage, schuilen voor een raket

Het is dan toch gebeurd, ik heb mijn eerste luchtalarm meegemaakt. Ofwel red alert. Datzelfde geldt voor Arjen en voor de jongens. Het bleek uiteindelijk om een vals alarm te gaan. Ik vond het niet leuk. En dat is echt the understatement of the year.

Vanochtend vroeg las ik dat bronnen van Palestijnse zijde voorspellen dat er binnen enkele uren een staakt het vuren zou zijn. Onderweg naar de bushalte had ik het daar met de jongens over. Thomas had namelijk iets opgevangen en wilde weten wat er vanmorgen op het nieuws was. Dit leek me wel iets om met ze te delen en we praatten met elkaar over hoe je, ook als je ruzie hebt met elkaar, kunt afspreken een time out te nemen om na te denken en dat het daarna gemakkelijker is om het goed te maken met elkaar.

Nadat de schoolbus was vertrokken, ging ik met vriendin D koffie drinken bij Yenkele, het koffietentje direct bij de halte van de schoolbus. D en ik zijn beiden voorzitter van een groot event op school en ze zit in de policy committee waarvan ik als bestuurslid voorzitter ben. We were talking shop, zoals men dat hier noemt. Gezellig en nuttig. Tot het alarm afging. Een alarm dat ik eerlijk gezegd helemaal niet meer verwacht had. Er zou toch bijna een staakt het vuren zijn? Mijn hart schoot in mijn keel en mijn maag draaide zich om. Ik kon alleen aan de jongens denken, waar zij waren en of daar ook luchtalarm was. Of de bus al in Even Yehuda was (het was kwart over acht zag ik later, dus school was gelukkig al begonnen) of dat ze misschien nog op de snelweg waren. Ik had geen notie van tijd en ik had echt geen idee waar ik naartoe moest. Om ons heen zag ik ook alleen maar “kippen zonder kop”. Niemand leek te weten waar we konden schuilen. Vriendin D had ook geen idee.

Aanvankelijk wilden we Yenkele in rennen, het tentje waar we koffie zaten te drinken. Daar werden we echter direct weer naar buiten gestuurd, ze hadden geen veilige plek. Dan maar naar het naast gelegen autoverhuur bedrijf. Waar we ook werden weggestuurd. Het was enorm chaotisch. Totdat de manager van Yenkele het voortouw nam en ons de hoek om dirigeerde, de straat in waar zich ook de residentie van de Nederlandse ambassadeur bevindt. We renden achter elkaar aan een ondergrondse parkeergarage in die me werkelijk nog nooit eerder was opgevallen. Een privé garage, de poort was gesloten. Precies op het moment dat ik bedacht dat dit verre van veilig was, gingen de hekken open: de manager van Yenkele bleek de afstandsbediening bij zich te hebben.

Zo stonden we even later met een stuk of tien mensen te schuilen in een ondergrondse parkeergarage. Terwijl de hekken langzaam dicht gingen, kwam vriendin L – één van mijn dierbaarste vriendinnen hier – naar binnen rennen. Ze was op het moment dat het alarm afging aan het hardlopen en was op zoek naar een schuilplek. We vielen elkaar om de hals, zo fijn om ons eerste luchtalarm met elkaar mee te maken. En niet alleen thuis te zijn. Of, zoals Arjen, met de fiets ergens tussen Herzlyia en Ramat Gan (waar de ambassade gehuisvest is) onder een boom te moeten schuilen.

Na tien minuten konden we de schuilkelder verlaten. Buiten zagen we allemaal mensen naar de lucht turen. Er was niets te zien. We hadden ook geen explosie gehoord. Even later regende het weer sms-jes van allerlei alert-apps: het was een vals alarm. Dat was op zichzelf wel een opluchting, maar het deed niets af aan de gevoelens van mij en mijn vriendinnen. We vonden het eerlijk gezegd echt verschrikkelijk om mee te maken. Het maakt je er weer even enorm van bewust dat we toch echt in een land in oorlog wonen. Ja, we zijn hier super veilig, dat geloof ik nog steeds. We hebben maar liefst 90 seconden respons tijd op het moment dat het alarm afgaat en dat is best lang. Maar toch.

Zojuist kreeg ik bericht van vriendin P die met manlief in de eigen schuilkelder een kopje koffie dronk, dat er ook op school luchtalarm was. Onze kinderen hebben dit dus ook meegemaakt. Het allerliefst zou ik nu in de auto springen en naar school rijden om te zien hoe het met ze gaat. Maar dat kan dus niet. Dat mag niet – beleid  van de school. Ik baal. Ik baal enorm.

Leven in een vreemde realiteit

foto

Aan de lange tafel in onze eetkeuken zitten 8 dames en een heer. We hebben onze eerste vergadering over de te organiseren International Day op school. Ik ben voorzitter. Overigens kom ik nauwelijks aan het woord want de President van de PTA (Parent Teacher Association) is er ook en zij informeert mij en mijn team over de randvoorwaarden waar het evenement aan moet voldoen.

Nu vindt International Day pas midden mei 2015 plaats, we hebben dus nog even. Hopelijk is het tegen die tijd weer echt rustig en veilig in Israël en Gaza. Maar op dit moment bevinden de inwoners van Gaza en Israël zich duidelijk in een onzekere situatie als het gaat om hun veiligheid. Als voorzitter van het organiserend comité voor International Day, moet ik daar rekening mee houden. Dat betekent dat er een emergency plan moet zijn. Wat doe je met 1.500 gasten van binnen en buiten de school als er een raket in de richting van Even Yehuda wordt afgeschoten? En wat vindt de IDF – het Israëlische leger – eigenlijk van zo’n grote bijeenkomst in tijden van conflict? En dan is er het vraagstuk  van de gasten uit momenteel politiek beladen landen. Mogen we van de IDF bijvoorbeeld Turkse gasten ontvangen op zo’n groot evenement? Gaat het ons lukken om de Israëlische en Palestijnse ouders gezamenlijk een tafel te laten inrichten om de “colours en flavours” van hun land(-en) te showen? Dat laatste vraagstuk werd met enig gehoon van de tafel geveegd door de aanwezige Israëlisch/Joodse mensen vanmorgen. Het is één land, er komt één tafel. Een Israëlische tafel. Tja, daar sta je dan mooi voor als niet-Israëlische voorzitter met iets andere denkbeelden over dit onderwerp.

Goed, we waren dus in een interessante discussie verwikkeld toen opeens alle telefoons – die pontificaal op tafel lagen – op precies hetzelfde moment begonnen te piepen. Automatisch reikten 9 handen naar 9 telefoons en niet veel later hoorden we duidelijk explosies van ofwel raketten die ergens zuidwaarts de aarde raakten ofwel de explosies van de luchtafweer raketten  van de Iron Dome. Het dreunde aardig in ons huis. Het waren niet eens explosies bij Tel Aviv, zo bleek uit de sms-jes die we even eerder hadden ontvangen.  De raketten waren op doelen zuidelijker gericht en toch waren de explosies duidelijk hoorbaar.

Op dit moment worden er weer de hele dag door raketten en mortieren over en weer geschoten. Het is verschrikkelijk, ik kan het niet anders zeggen. Dat wij daar rekening mee moeten houden bij de organisatie van onze International Day, is niets als je nadenkt over de gevolgen voor de mensen in het zuiden. In Gaza valt niet veel meer te organiseren. Los van het feit dat men daar niet over het soort scholen beschikt waar wij zo mee gezegend zijn, staat er daar simpelweg niet veel meer overeind. Arjen sprak deze week een journalist die net terug is uit Gaza. Het schijnt echt afschuwelijk te zijn. En dan de mensen in Zuid Israël? Hun economie is behoorlijk onderuit gegaan, ze brengen veel tijd in en rond hun schuilkelder door. Ja, de Iron Domes functioneren goed, gelukkig. Maar het is ontwrichtend zo te moeten leven. Want ook voor “shrapnel” moet je de schuilkelder in.

Hoe belangrijk dat is, bleek wel toen er een stuk shrapnel  door het dak viel van de Nof Yam school. De hele punt van een raket kwam daar naar beneden. Waar Nof Yam is? Nof Yam is het buurtje naast het onze. Daar wonen vriendinnen van me met hun gezinnen. Veel vrienden in Nof Yam,  maar ook hier in Herzlyia Pituach, hebben shrapnel in hun tuin gevonden. Een goede vriend van ons was bijna half-slapend zijn huis uit gelopen toen hij dacht dat het weer veilig was na een luchtalarm. Om voor hemzelf onduidelijke redenen bleef hij even staan in de deuropening en precies op dat moment zag hij vlak voor zich een regen van brokstukjes van een raket of van afweergeschut naar beneden vallen. Die schuilkelders hebben dus wel degelijk een functie, zelfs met geweldig afweergeschut.

Na hun eerste schooldag, kwamen de jongens thuis vol stoere verhalen. Voor Benjamin was het hoogtepunt van de dag wel dat hij erachter was gekomen dat de school een super coole schuilkelder heeft bij de sportvelden. Met douches en wc’s. En voor Thomas was dat de ontdekking van een wel héél grappige schuilkelder: in de meisjes-wc in de buurt van zijn klaslokaal.

En zo leven we momenteel dus. In een bizarre realiteit met schuilkelders, emergency plans en discussies over Israëlische en Palestijnse tafels. Ik ben er erg verdrietig over en kan niet ontkennen dat ik me zorgen maak. Niet zozeer over onze veiligheid. Nog niet althans. Maar wel over de sfeer waarin onze kinderen naar school gaan en over het feit dat ik ze voortdurend moet bijsturen in hun spelletjes. Hier in huis worden namelijk onder geen beding raketten afgeschoten of getekend.

Benjamin, vredestichter in spe

Benjamin, vredestichter in spe?

Benjamin, vredestichter in spe?

Mama, als Israël nou ophoudt met raketten sturen naar Palestina (hij bedoelt Gaza) en als ze nou de raketten afpakken van de stoute mannen in Palestina (hij doelt op Hamas), dan is de oorlog toch gewoon voorbij?

Benjamin denkt (veel te) veel na over het huidige conflict tussen Israël en Gaza/Palestina en zou het dolgraag even oplossen.

Bij de diploma-uitreiking voor alle kinderen die van de Pre-school overgingen naar Kindergarten, vertelden Benjamins juffen al dat Benjamin van orde en regelmaat houdt en dat hij rechtvaardigheid super belangrijk vindt. Zij zagen in hem een toekomstig rechter. Natuurlijk herkenden we die karaktereigenschappen van onze Ben. Hij denkt graag na over “hoe het hoort”, heeft een scherp oog voor rechtvaardigheid. Of het nu gaat om dierenmishandeling of armoede, hij ziet het en praat erover met ons. Als het even kan bedenkt hij een oplossing.

We hebben natuurlijk geprobeerd het conflict hier in Israël niet te dichtbij te laten komen voor de kinderen.  Maar dat was en is niet gemakkelijk. We moesten ze immers instrueren over luchtalarm en zo. En er wordt voortdurend over gepraat. In Nederland was het een terugkerend onderwerp  van gesprek tijdens onze vakantie. En nu, terug in Israël, is het dat al helemaal. En niet iedereen is even terughoudend als het gaat om vrijuit spreken waar kinderen bij zijn. Kinderen van vijf en zeven zouden niets moeten weten over oorlog. Nou ja, zo weinig mogelijk in ieder geval. Wij, Arjen en ik, zijn opgegroeid met verhalen over de Eerste en Tweede Wereldoorlog. En op de een of andere manier heb ik altijd geloofd dat wij nooit persoonlijk geconfronteerd zouden worden met oorlog en conflict. Niet zo dichtbij als nu althans, op 100 kilometer afstand. De realiteit blijkt anders. En waar de wereld om me heen voor mij als kind altijd een veilige haven was, is hij dat voor Thomas en Benjamin niet langer. Veiligheid is voor hen niet meer vanzelfsprekend. En daar baal ik van.

Ik heb natuurlijk helemaal niets te klagen. We wonen op een van de meest veilige plekken in Israël. De mensen in het zuiden en in Gaza hebben het pas echt zwaar! En toch baal ik ervan dat de jongens me vragen of Israël en Palestina al vrede hebben gesloten.  Dat ze zich afvragen of er ook morgen nog een staakt het vuren zal zijn. Of niet.

Vrijdag hebben we een briefing op school waarin we worden geïnformeerd over de maatregelen die de school heeft getroffen om de veiligheid van onze kinderen te waarborgen. Ook zijn de school-psychologen aanwezig om ons een en ander uit te leggen over het omgaan met angst en het begeleiden van onze kinderen daarbij. Leerkrachten zijn geïnstrueerd over hoe om te gaan met angstige kinderen. Sommige kinderen zijn de hele zomer hier geweest en hebben een stuk of vijftien keer in de schuilkelder gezeten. En dan zijn er de Palestijnse kinderen – Thomas heeft een Palestijns vriendje. Hun families hebben al onder normale omstandigheden te kampen met vooroordelen en discriminatie. Dat zal er met het huidige conflict niet beter op zijn geworden. Ook zij komen weer naar school straks.

De eerste week op school – volgende week – zal in het teken staat van het drillen van de kinderen. Drillen als in goed reageren op luchtalarm. Rustig blijven en instructies opvolgen. Netjes in de rij naar de schuilkelder. De kinderen leren niet alleen wat ze moeten doen als ze op school zijn als het alarm afgaat, maar ook de monitor van de schoolbus doet een luchtalarm-oefening met de kinderen. Wat ben ik blij dat onze jongens weer in de schoolbus zitten voor de jongsten. Een kleine groep die de kortste route naar school rijdt zonder tussenstops. Zo’n kleine groep is veel gemakkelijker te managen bij een luchtalarm.

Zoals ook in Nederland bekend, spreken vertegenwoordigers van Israël en de diverse Palestijnse bewegingen momenteel met elkaar in Caïro over een duurzaam bestand. We volgen het nieuws op de voet en hopen intens dat het deze keer lukt. Was het maar zo eenvoudig als onze Benjamin voorstelt.

Skypend werken en ander leed

Ik zit aan mijn bureau. Het is twee uur ’s middags en ik zit te wachten op mijn collega’s waarmee ik een belangrijke werkbespreking heb. Ik ben – heel Nederlands – op tijd, ben goed voorbereid, heb alle alle relevante stukken “open staan” op mijn laptop en mijn aantekeningen van de vorige bespreking liggen voor me. Vooralsnog ben ik echter alleen. Alleen op Skype wel te verstaan. Niemand reageert op mijn chat bericht waarin ik vraag of iedereen klaar is voor de bespreking. Om kwart over twee ontvang ik een chat bericht: “Just woke up, sorry! Need a coffee, will join you a.s.a.p”. Het bericht komt van collega S uit de Verenigde Staten. Ach ja, bij haar is het nu 6 uur ’s ochtends, dan kun je je wel eens verslapen. In Kenya is het echter twee uur ’s middags,, net als hier in Israël. Mijn collega’s daar kunnen zich niet verslapen hebben, toch? Collega L is offline, Ik stuur haar een korte e-mal: “Hi! Where are you? We had planned a meeting from 2 to 3…”. Vooralsnog geen antwoord en ook geen verandering in haar online-status. Dan komt er een berichtje van collega M, eveneens in Kenya: “Are we meeting today?” …. In reactie op mijn bevestiging vraagt ze om 10 minuten uitstel, de regionaal directeur heeft haar even nodig. Uiteindelijk start de meeting rond half 3 terwijl ik om 3 uur de kinderen van school moet halen. De meeting start bovendien zonder collega L die simpelweg niet reageert op e-mails en die ook haar telefoon niet opneemt wanneer collega M haar belt om te achterhalen waarom ze er niet is.

Bizar verhaal? Niet realistisch? Forget it. This is the story of my working life! Serieus. dit overkomt me minstens eens per week en in weken met veel meetings gebeurt het vaker. Ik werk vanuit huis, op afstand van mijn opdrachtgever en van de mensen waarmee ik samenwerk. We werken niet alleen vanuit verschillende plekken op de wereld, ook leven we in verschillende tijdzones en hebben we uiteenlopende culturele achtergronden. Daar komen nog wat taalverschillen bij en problemen met internetverbindingen die buiten Europa en de VS helaas niet zo betrouwbaar zijn. tja, uitdagingen genoeg zeg maar.

Ik ben enorm dankbaar dat ik werk heb, al is het dan niet bij een opdrachtgever in Israël. Dat blijkt namelijk niet eenvoudig. Niet alleen vormt de taal een obstakel, ook de arbeidswetgeving werkt niet echt mee. Tot nu toe heb ik slechts één reële optie om in Israël te werken gehad, waarbij ik minstens 40 uur per week zou moeten werken voor een lager salaris dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. Ik zou minder verdienen voor die 40 uur (plus) dan ik nu verdien met een kleine 20 uur werken per week. Het betrof bovendien werk dat me inhoudelijk totaal niet aansprak en wat totaal niet aansluit op mijn kennis en ervaring. Ik heb dus niets te klagen. En toch doe ik dat af en toe hartgrondig. Werken op afstand met tijds- en cultuurverschillen is namelijk niet altijd eenvoudig. Met name het verschil in cultuur vormt soms een obstakel. Ik heb me niet eerder gerealiseerd hoeveel impact dat heeft op samenwerking.

Zo ben ik gewend aan werken met duidelijke targets, deadlines, plannen, afspraken en met het uitgangspunt afspraak = afspraak aan de basis van de werkrelatie. Natuurlijk, daar komt wel eens iets tussen en dat laat je elkaar dan – indien mogelijk tijdig – weten. Heel Nederlands weet ik inmiddels. Nu werk ik voornamelijk met mensen in verschillende Afrikaanse landen en met mensen in de Verenigde Staten. Ze werken voor een NGO, een non-governmental organization. Een NGO is een non-profit organisatie die zich inzet voor een maatschappelijk belang. Dat is mooi. Alleen blijkt dat in dit geval in de praktijk te betekenen dat prioriteiten van dag tot dag kunnen veranderen als gevolg van noodsituaties en humanitaire rampen, maar ook vanwege andere, heel wat kleinere, afwijkingen van het reguliere. De organisatie cultuur is er een van totaal vertrouwen in het goede van de mens. In theorie is dat mooi, dat meen ik. In de praktijk brengt het echter met zich mee dat men het bijzonder moeilijk vindt om elkaar op verantwoordelijkheden aan te spreken. Als iemand niet komt opdagen bij een bespreking, zonder zich af te melden, gaan collega’s er vanuit dat er iets ergs gebeurd is. Geeft iemand al weken geen opvolging aan actiepunten? Geen probleem, hij/zij heeft het super druk en het regenseizoen leidt tot veel overlast in Kenya. Het gevolg van deze losse manier van werken is dat het maken van een planning weinig zinvol is, behalve dan deze pijnlijk duidelijk maakt wat de gevolgen zijn van zes weken oponthoud. Ik moet bekennen dat ik dat af en toe verschrikkelijk vind. Diplomatiek uitgedrukt. Ik voel me namelijk verantwoordelijk voor de afronding van dit project. Ik heb me gecommitteerd en wil het goed doen, ik wil resultaten boeken.

Ruim een maand geleden vond ik dat ik lang genoeg uitvluchten en excuses had geaccepteerd en heb ik de noodklok geluid. Mijn agenda had ik maanden lang vrijgehouden voor mijn opdrachtgever die me gemiddeld 24 uur per week nodig zou hebben. Die 24 uur haalde ik soms wel, vaker werden het in de praktijk (veel) minder uren omdat afspraken steeds gecanceld werden of zonder cancellation niet plaatsvonden, actiepunten niet werden opgevolgd, door mij opgestelde adviezen of documenten niet werden gereviewed etcetera. Ondertussen hield ik andere verplichtingen op afstand, ik meldde me niet aan voor lezingen omdat ik dacht een afspraak te hebben, ik maakte geen afspraken met vriendinnen en durfde me niet te committeren aan vrijwilligerswerk bij het Eritrees vrouwencentrum in Tel Aviv. Ik luidde dus de noodklok. En dat heeft gewerkt. Na enige discussie over het belang van het daadwerkelijk realiseren van doelstellingen en hoe samen te werken met de genoemde geografische afstanden en cultuurverschillen, gaf mijn opdrachtgever een duidelijke boodschap af aan de medewerkers in zowel de VS als in Afrika: zo kan het niet langer. En dat had effect. De bal ging eindelijk rollen. En hard.

Gisteren had ik een meeting met het senior management van de NGO waarvoor ik werk in Kenya. Vier managers, de country director, regionaal HR Manager en lokale HR Manager zaten in Nairobi in een vergaderzaal, ik zat achter mijn laptop in Israël en de Global HR Manager zat achter de hare in de VS. We bespraken de rangorde van alle functies in de organisatie in Kenya. Na maanden van trekken en duwen waren uiteindelijk alle functies beschreven en gewaardeerd en had de country director zijn feedback gegeven op dat alles. Best spannend is dan zo’n milestone meeting waarin het management team zich moet uitspreken over de rangorde. Die rangorde is immers bepalend voor de salarisniveau’s die medewerkers kunnen bereiken in hun functie. Na al mijn slechte ervaringen in de afgelopen maanden, was ik opgelucht en blij toen ik gisteren om half tien ’s ochtends opmerkte dat iedereen op tijd was (zelfs mijn collega in de VS waar het midden in de nacht was), dat de internetverbindingen overal werkten, dat iedereen voorbereid was en – misschien het belangrijkste van alles – dat de managers zich durfden uit te spreken over de rangorde. Niet heel Afrikaans namelijk, om je duidelijk voor of tegen iets uit te spreken. Het werd een constructieve bespreking waarbij het management ook met name onderling het gesprek aanging over de manier waarop de verschillende projecten worden aangestuurd en uitgevoerd. Het was louterend. De rangorde werd op vier functies na volledig ondersteund en goedgekeurd, afspraken werden gemaakt over harmonisatie van functienamen en over het creëren van betere carrièrepaden. Precies het soort issues waar ik ook mee te maken had toen ik  nog een normale baan had in Nederland.

En zo lijkt het erop dat ik mijn project in Kenya tot een goed einde kan brengen dit najaar terwijl ik de volgende twee projecten kan opstarten in Afrika en in Zuid Amerika. En daar ben ik best trots op.

Verjaardagen op z’n “expats'”

Israel 217

Een tractor vol vrienden

Ik heb al een jaar of drie geen kinderverjaardagsfeestjes meegemaakt in Nederland en toen we nog in Nederland woonden, waren Thomas en Benjamin nog maar 2 en 4 jaar oud. Het huis-tuin-en-keuken feestje met taart en koekhappen (bij wijze van spreken) was meer dan voldoende om ze een super feest te bezorgen. Ik heb dus geen ervaring met typisch Nederlandse verjaardagsfeestjes voor 5- en 7-jarigen. Maar ergens heb ik het gevoel dat die anders zijn dan de feestjes waaraan wij gewend zijn geraakt sinds we in het buitenland wonen en in het bijzonder sinds we in Israël wonen.

Het eerste kinderfeest waar ik met de kinderen naartoe ging na onze verhuizing naar Tel Aviv, was van een broertje en een zusje die respectievelijk 7 en 4 jaar werden. Mexicaans-Amerikaanse kinderen, Thomas en Benjamin zijn met beiden bevriend. Het was een waanzinnige happening. Geen idee hoeveel mensen er waren maar mijn inschatting is dat het om minstens 60 kinderen ging met voor vrijwel ieder kind een ouder. Laten we zeggen dat er circa 100 mensen waren. Natuurlijk worden zulke grote verjaardagsfeesten niet thuis gevierd, maar buitenshuis. En buitenshuis betekent hier in Herzlyia en omstreken meestal dat er gefeest wordt in een shopping mall. In de shopping malls zijn namelijk speelterreinen. Meestal betreft het zogenaamde “jymboree’s”, vergelijkbaar met Ballorig in Nederland.  Maar er is meer. In Ra’anana, een stad bij ons in de buurt, is er in de mall een heus sprookjesbos gebouwd waar kinderfeestjes kunnen plaatsvinden en in het winkelcentrum dat het dichtst bij ons huis ligt, de Arena, bevindt zich niet alleen een jymboree, maar ook een indoor kermis met botsautootjes, een carrousel, klimrekken en een hele rij speelautomaten.

Dit laatste speelparadijs was de plek waar we ons eerste grote kinderfeest meemaakten. Ik wist niet wat ik zag. Bij aankomst moesten we ons melden bij een balie waar de namen van de genodigden werden afgetekend op een lijst. Cadeautjes werden in winkelwagentjes gelegd. Er was voor iedere jarige een karretje. Die karretjes lagen al aardig vol met grote cadeau’s toen wij aankwamen. Ik voelde me enigszins gegeneerd vanwege onze bescheiden kleine LEGO cadeautjes. Maar ja, we zijn en blijven toch Nederlanders :). De jarigen kon ik nergens ontdekken, die waren lekker aan het spelen ergens in dat enorme speelparadijs. Mijn eigen kinderen raakte ik ook al snel kwijt. De botsauto’s lonkten. Er ging ruim een uur voorbij waarin de jongens zich af en toe bij mij meldden om iets te drinken of om opgewonden hun avonturen in het kinderparadijs te vertellen. Er stond een lange tafel vol met flessen water, sap en soda’s en bakjes met snoepgoed en pretzels waar we vrij gebruik van konden maken.

Ach, het was best gezellig zo. Ik kletste wat met andere moeders, maar had niet echt het gevoel me op een verjaardagsfeest te bevinden. Totdat de gasten door luidsprekers werden verzocht zich te verzamelen bij het podium. Even later klonken er harde beats en flitsten de discolampen, Thomas sprong op het podium en toonde z’n meest coole moves, Benjamin stopte zijn vingers in zijn oren en begon te huilen. Na de nodige disco muziek werd Happy Birthday gedraaid (met stevige beat eronder), waarna er twee enorme taarten werden binnengedragen, kaarsjes werden uitgeblazen en er gezamenlijk taart werd gegeten. Na de taart kwamen er hotdogs en zakjes met muntjes. Muntjes? Hmmm. Vreemd. Maar echt, het waren muntjes. Voor de speelautomaten. Ik gaf ze direct terug. Laat mijn kinderen maar gewoon in die botsauto’s of in de carrousel. Daar hadden ze overigens het rijk alleen de daaropvolgende 30 minuten. Alle andere kinderen verdrongen zich rondom de speelautomaten, totdat ze hun muntjes hadden opgemaakt. Ik wist niet wat ik zag.  Dat er geen cadeautjes werden uitgepakt in het bijzijn van de gasten, daar was ik al aan gewend, zo ging het op de niet-Nederlandse feestjes in Tanzania ook al. Toen we uiteindelijk na 3 uur het feest verlieten met twee enorme “goodiebags”, had ik een vaag gevoel van heimwee. Heimwee naar kneuterige kinderfeestjes in Nederland, met koekhappen, kleine cadeautjes, zelfgebakken taart en pannenkoeken. De jongens waren overigens over-enthousiast en de onderhandelingen over hun eigen verjaardagsfeestjes (die nog 8 maanden op zich zouden laten wachten) begonnen al in de auto op weg naar huis.

Want ook mijn kinderen wilden zo’n groots en cool feest. Thomas wilde alle eersteklassers uitnodigen (circa 40 in totaal) en Benjamin de hele pre-school (ongeveer een zelfde aantal). Minstens. En dan nog alle andere vriendjes en vriendinnetjes die in andere klassen zitten, plus de buurkinderen en de kinderen van mijn vriendinnen die op andere pre-schools zitten. Dit alles graag aangevuld met de opa’s en oma’s, ooms en tantes, neefjes en nichtjes uit Nederland en graag ook alle oude vriendjes en vriendinnetjes uit Tanzania en Nederland. Dat dit laatste niet ging lukken, kon ik ze wel goed uitleggen. Maar toen wij begonnen over zoveel kinderen uitnodigen als je nieuwe leeftijd en over gezellig thuis feestvieren  met koekhappen, een speurtocht in de tuin en pannenkoeken eten, barstte de discussie los. Gelukkig konden we het even laten rusten.

Afgelopen weekend was het zo ver. We vierden de verjaardagen van Thomas (die 7 was geworden een week eerder) en van Benjamin (die over 2 weken 5 wordt). Het werd niet het huis-tuin-en-keuken verjaardagsfeestje waarover ik fantaseerde. We hebben ons aardig aangepast aan onze nieuwe leefomgeving :).  Maar het werd ook geen hysterisch megafeest in een van de malls. In plaats daarvan nodigden we de door Thomas en Benjamin uitgekozen beste vriendjes en vriendinnetjes met hun broertjes en zusjes en ouders uit op een Kibbutz hier in de buurt. Een Kibbutz met kinderboerderij, twee springkussens, pita ovens en met een heuse tractor waarmee de kinderen en hun ouders een rit maakten over het grote terrein van de Kibbutz. Dat was natuurlijk het absolute hoogtepunt van het feest. De kinderen werden rondgereden, kregen uitleg over de Kibbutz en mochten zelf graan snijden op het veld waarna de tractor hen naar de koeienstal bracht. De koeien werden gevoerd met het zelf afgesneden graan, daarna reed de tractor ons naar de berggeiten die ook gevoerd mochten worden. Het afsluitend rapen van eieren in de kippenren, hebben we af moeten blazen omdat de tijd begon te dringen. Er moesten namelijk ook nog pita broodjes worden gebakken en gegeten voordat de kinderen naar huis gingen.

Het was ge-wel-dig. De jongens hadden beiden hun beste vriendjes en vriendinnetjes uitgekozen voor het feest, dat waren er in totaal 30. Meer dan ik normaal gesproken leuk zou vinden, maar ik moet zeggen. het was werkelijk een geweldige ochtend. Mede omdat deze 30 kinderen allemaal leuke ouders hebben, de meesten rekenen we tot onze vrienden en ze bleven vrijwel allemaal het hele feest erbij. Geen traditioneel Nederlands kinderfeestje denk ik, maar wat hebben de jongens en hun vriendjes en vriendinnetjes genoten… En wij hadden, voor het eerst sinds we hier wonen, al onze nieuwe vrienden bij elkaar. Gezellig dus. De taarten had ik zelf gebakken en ook op ons feest stond een tafel met gekoeld sap, water en soda’s, pretzels en groenten en fruit. Ja, we hebben ons goed aangepast…

Een nadeel van dit grote feest was overigens de enorme berg cadeau’s die we uiteindelijk mee naar huis namen. Ook wat dat hebben we ons aardig aangepast aan de mores van de internationale verjaardagsfeestjes in Tel Aviv. De cadeautjes werden thuis uitgepakt terwijl ik een lijst bijhield waarop ik noteerde van wie de jongens wat hadden gekregen. Een deel van de cadeau’s hebben we – heel Nederlands – weggelegd. Het is gewoonweg te veel voor de kinderen. Af en toe zullen we ze iets laten uitkiezen om mee naar de speelkamer te nemen.

Nu hoeven we alleen nog de bedankjes te schrijven en dan hebben we een jaar verjaardagsrust…