Onvergetelijk – Masada

Vriendin L had het me al verteld: alleen al de rit naar Masada is de moeite waard. Naarmate je dichterbij de Dode Zee komt, verandert het landschap en waan je jezelf in een ander land, op een andere planeet zo mogelijk.

Natuurlijk had L gelijk. Het was overigens wel een kleine uitdaging er te komen. Op zich is het redelijk simpel, je moet er niet te veel over nadenken en gewoon de reguliere route via Jeruzalem en over de Westbank volgen. Wij dachten wel na, niet handig. We dachten na omdat we op zondag gingen. In Nederland is zondag over het algemeen een rustige dag om ergens naartoe te rijden. In Israël is dat anders. Zondag is de eerste dag van de werkweek en dat betekent: lange files, onder meer rondom Tel Aviv en Jeruzalem. We meenden die te kunnen omzeilen door een stuk richting Beer Sheva te rijden (in de Negev). Op zichzelf geen gek idee. Het probleem was echter dat onze GPS helemaal in de war raakte van onze wens om niet via Jeruzalem te rijden. Zelfs na ruim 100 km “onze route” gereden te hebben, bleef de GPS ons stug terug sturen richting Jeruzalem. Overigens kwamen we daar pas achter nadat we tot drie keer toe dezelfde weg op en af hadden gereden (en dus twee keer waren omgekeerd). Onze kaart bleek verouderd, we wisten het op een gegeven moment echt niet meer! Toen we uiteindelijk begrepen welke afslag we moesten nemen om te voorkomen dat we in de Negev terecht zouden komen in plaats van aan de Dode Zee, was er aardig wat tijd verstreken hetgeen ons niet echt in dank werd afgenomen door de mannetjes achterin. Ach, we hebben weer een stukje van Israël goed kunnen bekijken.

Toen we eindelijk de gezochte afslag hadden gevonden, ontvouwde zich al snel een prachtig (understatement!) landschap voor onze ogen. De weg kronkelde door een rotsachtige woestijn met hier en daar een verdwaald boompje. In eerste instantie gingen we een stuk aardig stijl omhoog, om vervolgens tot beneden de zeespiegel af te dalen waar de Dode Zee aan onze voeten lag. Na nog een stuk langs de Dode Zee te hebben gereden, waar iedere wadi lijkt te zijn ingenomen door dure hotels behorende bij de grote (Israëlische) ketens zoals Isrotel, Leonardo en Daniel, zagen we links van ons Masada. Hoewel we in de reisgidsen en op internet hadden gelezen dat Masada moeilijk te onderscheiden is van de andere bergplateaus, herkenden wij de vorm direct. We passeerden enorme lege parkeerterreinen: het grote voordeel van het maken van dit soort uitstapjes op zondag is dat er op wat bussen met leerlingen na, vrijwel niemand op de toeristische highlights afkomt. Natuurlijk troffen we in de parkeergarage een gezin waarvan de oudste dochter bij Benjamin in de klas zit en naast onze auto stond een andere auto met een CD nummerplaat van de Nederlandse Ambassade. Al met al is Israël een klein land en kom je – zeker op zondag – al snel andere diplomaten en hun gezinnen tegen.

Je kunt Masada op twee manieren beklimmen: te voet over het zogenaamde slangenpad, zoals ooit de Romeinen deden en de Joden zie zij vervolgden, of op de moderne en gemakkelijke manier: met de kabelbaan. Wij kozen voor die laatste optie en kozen ervoor het slangenpad naar beneden af te dalen na ons bezoek aan de overblijfselen van het roemruchte fort. Achteraf gezien misschien niet de slimste keuze, maar deze dag stond al vanaf de start in het teken van verkeerd gekozen routes :). Alvorens de kabelbaan in te stappen, zagen we een kort promo filmpje over Masada, in het Engels. Wat was ik blij dat ik in de auto al het verhaal van Masada aan de jongens had verteld. Even hadden we getwijfeld of we ze wel konden vertellen over de massale zelfmoord die de vervolgde Joden pleegden nadat hen duidelijk was geworden dat hun bestand niet langer bestand was tegen de Romeinse overmacht aan wapens en belegeringsmachines. Als ik dat had achtergehouden, waren ze er door het bekijken van dit filmpje wel achtergekomen. In het filmpje werd de massale zelfmoord beschreven als een heroïsche daad, een ultiem verzet tegen de Romeinse onderdrukkers. Een en ander werd geïllustreerd met fragmenten uit de miniserie “Masada”. Anyway, we hadden de jongens voorbereid en na het zien van dit filmpje dat zijn doel zeker niet voorbij schiet, stonden de jongens te trappelen van ongeduld om het fort met eigen ogen te aanschouwen. Gelukkig vertrok de kabelbaan al snel en zo stonden we enkele minuten later in het verblindende zonlicht, bovenop het plateau.

Waar de jongens zich een voorstelling probeerden te maken van de gevechten, zagen Arjen en ik het waanzinnige uitzicht in alle richtingen rondom Masada. We zagen goed bewaard gebleven restanten van het fort, een prachtig badhuis, een synagoge, het paleis van Herodes aan de noordzijde van de berg en een indrukwekkend watersysteem. Een behulpzame gids – niet door ons ingehuurd – gaf de jongens een lesje waarin hij de werking van dat watersysteem uitlegde. Wat een technisch vernuft. Moeilijk aan de jongens uit te leggen hoe de Romeinen zulke prachtige uitvindingen hebben nagelaten aan de wereld, terwijl ze tegelijkertijd zoveel ellende hebben gebracht in de door hen bezette gebieden. Mooi ook om te zien hoe de jongens zich steeds meer interesseren voor de verhalen achter wat ze zien. Bijzonder om onze oudste de parallel te horen trekken tussen het verleden en het heden. Nog steeds worden Israël en het Joodse volk belaagd. Gelukkig merken wij daar nu niets van voor wat betreft raketaanvallen die overigens nog steeds plaatsvinden maar die zich niet op Tel Aviv richten. Maar de jongens zijn zich er wel van bewust dat de buurlanden van Israël overwegend vijanden van het land zijn en inderdaad, dat is al lange tijd zo.

Uitkijkend over de Dode Zee, probeerde ik me een voorstelling te maken van hoe het moet zijn geweest in dat fort, ooit door Herodes gebouwd, omsingeld door een overmachtige vijand,  en je te realiseren dat er een einde komt aan je vrijheid. Ik realiseerde me dat ik best iets kan begrijpen van de strijdlustigheid van het Joodse volk. History repeats itself, lijkt de geschiedenis steeds weer te bewijzen. Geen wonder dat Israël tot de tanden toe bewapend is en fel van zich afbijt, letterlijk en figuurlijk. En tegelijkertijd kan ik me niet verenigen met veel van de dingen die gebeuren in het kader van het beschermen van de Israëlische staat en het behouden van het Joodse karakter van die staat. Zoals de bouw en uitbreiding van nederzettingen. Daarover later meer.

De terugkeer naar Tel Aviv begon met het afdalen van Masada, terug naar de auto. We bleken niet de enigen die bedacht hadden dat dat een mooie afsluiting zou zijn. Arjen en Benjamin liepen al snel een stuk voor Thomas en mij uit. Ik ben nu eenmaal geen snelle afdaler met mijn hoogtevrees. Zij hadden daardoor geen last van de groep jongeren die gelijktijdig met ons de tocht naar beneden aanvingen. Voor ons liepen twee meisjes met hoogtevrees. Een van hen droeg een enorm geweer over haar schouder: blijkbaar een dagje vrij van de opleiding bij de IDF. Achter ons een colonne van schreeuwende en liederen zingende jongeren, velen eveneens met grote wapens over hun schouder. Die aanwezigheid van wapens, ik zal er nooit aan kunnen wennen denk ik. Zeker in zo’n situatie waarin de dragers ervan in burger zijn. De IDF-ers mogen hun wapens niet onbeheerd achterlaten en dus dragen ze ze overal met zich mee. Ik hoop ongeladen. Het heeft echt iets engs, die jonge, zelfverzekerde mensen met nonchalant een geweer over hun schouder, een flesje water in de hand, die luidkeels schreeuwend en zingend over een slingerend paadje met losliggende stenen naar beneden lopen. Thomas en ik hielden stevig elkaars hand vast en beten van ons af wanneer er iemand met geweer langs ons heen probeerde te rennen op een smal en stijl stukje trap. Trots dat Thomas op zichzelf was toen we eenmaal beneden stonden!

Na de naar ons gevoel veel te lange heenreis, besloten we de op terugweg via de Westbank te rijden. Afgezien van ons bezoek aan Bethlehem, hadden we nog weinig van de Westbank gezien. Nu reden we het hele stuk vanaf Masada tot Jeruzalem door dit betwiste gebied. En weer hadden we het gevoel een ander land in te rijden. Arabische dorpjes zien er soms redelijk uit, maar op het stuk waar we nu reden, zagen we vreselijk veel dorpjes die slechts bestaan uit hutjes met golfplaten daken. Afrika-like. Druzen met kamelen, geiten en schapen. Armoede. Totale armoede. Echt schrijnend werd het toen we dichterbij Jeruzalem kwamen. Hier zagen we de ene Joodse nederzetting na de andere, gebouwd bovenop de heuvels. Mooie huizen met tuinen, van alle gemakken voorzien, omheind met hekken en prikkeldraad. Goed zichtbaar voor de Arabieren die aan de voet van de nederzettingen iedere dag weer moeten knokken voor hun dagelijks bestaan.

En dan heb ik even geen antwoorden meer op mijn eigen vragen. Hoe kan dit? Hoe kan dit zo geplaagde volk – want daar ben ik me zeer van bewust, de vreselijk moeilijke positie van het Joodse volk in een wereld met absoluut genoeg antisemieten om angst te rechtvaardigen – een ander volk zo in het nauw drijven? Hoe kunnen mensen elkaar dit aan doen? Er zijn zo veel kanten aan dit probleem. Ik kom er niet uit. Wie wel? Twee-staten oplossing? Haalbaar of niet? De toekomst zal het leren. Duidelijk is dat Israël er alles aan zal doen om een situatie zoals die zich destijds op Masada afspeelde, te voorkomen. En dat begrijp ik dan ook wel weer…

 

 

 

What’s in a (street)name?

Met het zweet op mijn voorhoofd probeer ik het alarm van onze huurauto tot zwijgen te brengen. Wat is het verschrikkelijk heet, zelfs in de parkeergarage onder ons appartement is het niet uit te houden. Zo dadelijk ga ik voor het eerst alleen een stukje rijden met de huurauto. De auto is beveiligd met een cijfercode en als je die code niet snel genoeg intoetst na het openen van de auto, gaat het alarm af. Nu kostte het me enige moeite de jongens zo ver te krijgen dat ze in de auto stapten. Er stond namelijk een té coole raceauto in de buurt van onze auto geparkeerd. En ik had nog niet echt door hoe snel dat alarm afgaat. Erg snel dus. En hoe vaak ik de (juiste!) code ook intoets, het alarm blijft loeien en in stilte ben ik dankbaar voor het feit dat de parkeergarage vrijwel leeg is. Ik heb geen behoefte aan nieuwsgierige blikken. Of hulp aangeboden in het Ivriet. Hoe goed ook bedoeld. Uiteindelijk kom ik op het lumineuze idee om de auto weer af te sluiten en daarna weer te openen en tot mijn grote opluchting, stopt het alarm prompt. In Israël worden auto’s alleen verzekerd wanneer er een cijferslot in is geïnstalleerd, ik kan hier maar beter aan wennen.

Hindernis één is overwonnen. Hindernis twee dient zich echter al binnen enkele meters rijden aan: het verlaten van de parkeergarage blijkt geen sinecure. Israël loopt enorm voorop als het gaat om de ontwikkeling van high tech en men is ook erg bedreven in het toepassen van die high tech in het dagelijks leven. Zo heeft deze parkeergarage een sensor met nummerbordherkenning die de slagboom bedient. Het idee is dat wanneer het nummerbord van je auto bekend is, je automatisch toegang krijgt tot de parkeergarage. En dat je er ook weer uit geraakt. Echter, zowel het in- als uitrijden van de parkeergarage is bij ons appartementencomplex vaker wel dan niet een probleem. Het feit dat de conciërge feilloos op de sensor vertrouwt, helpt niet echt. Of het feit dat hij geen Engels spreekt of, zo blijkt iedere keer weer, wilt spreken. Het kost me uiteindelijk circa 7 keer voor en achteruit rijden met de auto in de hoop dat de sensor “me ziet”, om de conciërge ervan te overtuigen dat de sensor het niet doet. Helaas denkt de conciërge dat dit niet aan de sensor ligt, maar aan mij en aan het nummerbord van de auto. Of ik a.u.b. even naar de receptie kan komen. NU. Ik probeer hem uit te leggen dat NU geen goed moment is daar ik ergens verwacht wordt. Maar hij wil NU mijn nummerbord opnieuw registreren, dat heb ik vast niet goed gedaan (hij spreekt nu opeens wel Engels overigens, niet eens slecht).  Uiteindelijk verlies ik mijn geduld en schreeuw ik bijkans in de microfoon dat ik NU eruit wil met mijn inmiddels niet meer zo blije kinderen achterin de auto. Het blijft een minuut stil aan de andere kant en dan gaat – verlossing, verlossing – de slagboom open en rijd ik de felle zon in.

Hindernis nummer twee is overwonnen. Nu nog mijn weg vinden naar het adres van de collega van Arjen. Het is de bedoeling dat ik samen met haar – de vrouw van Arjens collega – op pad ga om een Iphone abonnement af te sluiten. De jongens kunnen ondertussen met haar kinderen spelen. Ik ben al eerder op het betreffende adres geweest en heb goed opgelet waar het is en ik heb een GPS te leen van de ambassade. Moet lukken zou je zeggen. Toen ik in Dar es Salaam voor het eerst zelf op pad ging met de auto, stonden de tranen in mijn ogen en vervloekte ik inwendig Arjens weigering om direct een chauffeur in dienst te nemen, terwijl ik de hobbels in de weg trotseerde en me probeerde te oriënteren aan de hand van herkenningspunten (straatnaambordjes zijn geen wijdverbreid fenomeen in Dar es Salaam). Hier in Herzlya zijn geen hobbels in de weg, zijn er wel straatnaambordjes en is zelfs het gebruik van GPS mogelijk. Dus…

Dus raak ik de weg alsnog kwijt. Ja, ja, ik weet het. Ik ben vrouw en heb een oriëntatievermogen van ongeveer 0,01, maar toch had ik me dit iets anders voorgesteld met die GPS. De werkelijkheid blijkt weerbarstig. De “boosdoener”? Ivriet. Of misschien moet ik zeggen het feit dat ik geen Ivriet spreek. Of erger nog: lees. Alle straatnaambordjes zijn in het Ivriet, Arabisch en Engels. Het probleem is echter dat er geen eenduidige Engelse vertalingen zijn voor straatnamen in het Ivriet. Als gevolg daarvan kan het zo maar zo zijn dat het GPS systeem dat je gebruikt, een net iets andere vertaling hanteert van de straatnaam die je zoekt, dan die die aan je is doorgegeven. Mijn GPS kan de straatnaam die ik intoets in ieder geval niet vinden maar geeft me wel een naam die erop lijkt. Op goed geluk kies ik die, om er een paar kilometer verder achter te komen dat ik een totaal andere richting op wordt gestuurd dan ik me herinner van eerdere ritjes. Om een lang verhaal kort te maken, het kost me “wat” tijd en gepriegel met GPS en Waze, ettelijke u-turns (veel eenrichtingsverkeer in Herzleya), geïrriteerd getoeter, veel zweet en (om eerlijk te zijn) wat tranen en uiteindelijk kom ik ruimschoots te laat op het opgegeven adres aan. De tocht naar de mall om mijn mobiele telefoonabonnement af te sluiten blijkt vervolgens ook nog eens voor niets te zijn want met alle hoog technologische snufjes waar men in Israël over beschikt, kan het Iphone abonnement bij provider Golan echt maar door één genius worden afgesloten in die grote hightech winkel die toepasselijk BUG heet. En laat die genius nou net die dag niet op zijn werk te zijn komen opdagen… So far dus voor de techniek: zonder de juiste mensen kom je nergens. En zonder een goede Engelse vertaling of kennis van het Ivriet evenmin…

Grappig was dat ik enkele weken later opnieuw werd geconfronteerd met de betrekkelijkheid van GPS hier. Inmiddels verhuisd naar de Residentie van de Ambassadeur, zat ik te wachten op een nieuwe collega van Arjen die een hapje zou komen eten met mij en de kids (Arjen was in Londen). Ze kwam maar niet. En ze kwam maar niet. Ruim 2 uur later dan afgesproken kwam ze aan. Bezweet, gefrustreerd en moe (maar nog steeds vrolijk). Vol goede moed was ze die middag op de fiets vertrokken vanuit Tel Aviv. Een goede manier om de stad te leren kennen, Ook haar GPS had haar naar de verkeerde straat gestuurd. Zij was echter niet eerder op de Residentie geweest (ze was pas een week eerder in Tel Aviv aangekomen) en dus kon ze niet afgaan op eerdere ritjes. Ze kwam er aldus pas laat achter dat ze helemaal verkeerd zat en moest vervolgens een stuk fietsen om alsnog bij mij te geraken. Haar fiets heeft ze ’s avonds maar laten staan en ze is met een taxi naar haar hotel teruggekeerd. Leek ons toch verstandiger.