Over oude deuren en nieuwe deuren

Drie jaar geleden, op de dag af, sloten we een avontuur af. En begonnen we aan een nieuw hoofdstuk. Het Israel hoofdstuk wel te verstaan. Wanneer een deur sluit, opent een andere. Ik denk dat vrijwel iedereen zich vasthoudt aan die gedachte als er grote veranderingen op komst zijn. Maar op het moment dat die ene deur dichtgaat, weet je nog niet wat er achter de nog gesloten deuren op je wacht. Wij waren dan ook allevier verdrietig toen we op 7 juni 2013 Tanzania achter ons lieten. Israel lonkte, Tanzania zat echter onder onze huid.

Onlangs sprak ik een vriendin uit onze Tanzania tijd. Over mijn depressiviteit, over hoe ik in elkaar zit, waar ik aan werk. Zij herinnerde me eraan dat mijn mooie herinneringen aan Tanzania de moeilijke momenten lijken te hebben weggevaagd. Want ook daar wankelde ik af en toe. Had ik moeite met mijn nog nieuwe rol in het leven, zonder het “ik werk bij Heineken” credo achter mijn naam. Na een eerste ongemakkelijk gevoel – nooit fijn, geconfronteerd worden met minder leuke herinneringen – moest ik haar gelijk geven. Typisch hoe het menselijk brein werkt, hoe uiteindelijk de mooie avonden aan zee en de spannende safari’s je herinneringen domineren terwijl de moeilijke momenten, de frustraties, verbleken en vervagen tot ze er nooit lijken te zijn geweest.

Dat gesprek met die oude vriendin, het was misschien even wat ongemakkelijk, zelfs pijnlijk. Maar zo heilzaam en nuttig. Natuurlijk nam ik haar feedback mee naar mijn volgende online gesprek met mijn psycholoog. Tijdens dat gesprek en de daaropvolgende, pelden we langzaam lagen af uit mijn verleden, de moeilijke momenten analyserend, de fijne momenten evaluerend. Wat mijn grootste worsteling is geweest sinds het verlaten van Nederland, is het verlies van identiteit. Die “ik werk bij Heineken” gedachte. Ik was niet alleen Ceciel, moeder van Thomas en Benjamin, vrouw van Arjen. Ik was ook professional, ik ontwikkelde me, ik deed werk dat er toe deed binnen de kaders die ik van kinds af aan kende. Geld, aanzien en respect verdienen door je werk bij een bekend Nederlands bedrijf. Een leven als thuismoeder was iets waar ik me in die periode helemaal, maar dan ook echt helemaal niets bij kon voorstellen. En hoewel ik het nooit zo zou hebben gezegd in die tijd, denk ik dat ik het diep  van binnen afkeurde als andere moeders met bul op zak hun carrière aan de wilgen hingen.

Dat dus. Dat was mijn worsteling. Toe te moeten geven dat ik nu ook één van die moeders was. Met bul, zonder carrière. En hoe dat onderstreept werd als ik op een receptie stond en de zoveelste gesprekspartner me vroeg: ‘So tell me, what does your husband do?’

Toen ik moest onderkennen dat het echt niet goed met me ging, was mijn vervolggedachte een voor mij erg logische: ik moet gewoon weer een baan, een carrière. En: we moeten terug naar Nederland. Zodat alles weer normaal wordt en ik weer mezelf kan zijn.

Mezelf zijn? Is Ceciel dan niet zichzelf als ze geen geld verdient? Werkelijk? Is dat het enige dat ik waardevol vind aan mezelf? Daar was werk aan de winkel, constateerde mijn psycholoog tevreden.

Deze week heb ik het deel van mijn therapie dat puur over het overwinnen van de depressiviteit gaat, afgesloten. Een training Mindfulness is de logische laatste stap op mijn pad naar, uh, helemaal mezelf zijn? Misschien, zoiets. Ik ben al een heel eind gekomen kan ik met trots en blijdschap zeggen. Ik heb veel ontdekt in de afgelopen maanden. Heel simpele dingen zoals wandelen brengt mijn geest tot rust (maar ik raak niet meer in een vrije val als het wandelen er even niet van komt). En schrijven, dát vind ik pas leuk (en kan ik best goed!). Moeder worden en moeder zijn is het mooiste dat me in mijn leven is overkomen (Arjen ontmoeten staat met stip op nummer twee, ik wil mijn geliefde niet tekort doen!). Wat ben ik dankbaar dat ik er voor de jongens kan zijn als ze uit school komen met verhalen en met huiswerk. Dat ik speelafspraken voor ze kan regelen na school, hun vriendjes ken en de moeders van die vriendjes. Dat ik tijd heb om betrokken te zijn bij school, fantastisch fijn. En mijn bestuurswerk blijkt minstens zo uitdagend, zowel inhoudelijk als procesmatig, als dat werk bij good old Heineken. Nee, ik word er niet voor betaald. Maar de impact die mijn werk heeft op het beleid en het functioneren van de school is zichtbaar na twee jaar bikkelen.

Dus misschien gaat die Mindfulness me niet naar mezelf terugbrengen. Misschien ben ik al bij mezelf terug. Hopelijk gaat het me helpen nog net iets beter om te leren gaan met spanningen en onzekerheid. Want die zullen er het komend jaar volop zijn. Dat we drie jaar geleden Tanzania verlieten, betekent namelijk ook dat we aan ons laatste jaar in Israel beginnen. Ons overplaatsingsjaar is aangebroken en we zullen zien waar onze container vol hebben en houden naartoe zal varen. De overplaatsingssystematiek van het Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt gekenmerkt door aardig wat dynamiek. Hoewel onze plaatsing hier uiterlijk over een jaar eindigt, is het mogelijk dat we voor die tijd al verhuizen. Onzekerheid is dus troef en hé, laat het nou net mijn uitdaging zijn daar beter mee te leren omgaan. Dus kom maar op met die Mindfulness training! Ik kan ‘m wel gebruiken!

 

HEMA en Albert Heijn en zo

10917343_1072477376111622_1800779343954421536_nHagelslag, te koop bij een hip restaurant in Ramat Gan (Israël)

Deze week reed J, de man van vriendin L, met me mee terug naar Herzlyia na een vergadering op school. We zitten samen in het schoolbestuur en hij is mijn mede-onderhandelaar in de besprekingen met de vakbond over een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst. Hij was naar school gekomen vanaf de Amerikaanse ambassade met een dienstauto en reed na afloop van de bijeenkomst met mij mee terug. Tot mijn verbazing sjouwde hij een grote doos, omvang flinke verhuisdoos, mee naar mijn auto. Van Amazon.com. Aah, de geneugten van het online shoppen…

Tot enkele maanden geleden, konden ook wij nog online shoppen. Pakketten met maximaal de omvang van een schoenendoos konden naar ons verzonden worden per diplomatieke koerier. Ze mochten niet meer dan 2 kilo wegen en ze mochten geen voedingswaren bevatten of vloeibare stoffen. Deze post-regeling was een aanmerkelijke versobering van de regel die van kracht was toen wij naar Tanzania werden uitgezonden. Aanvankelijk konden we – tegen betaling – vrijwel alles laten verzenden. Met uitzondering dan van voeding en vloeibare producten. Zeker in Tanzania was dat geen overbodige luxe. Er waren daar immers vrijwel geen winkels – met uitzondering van supermarktjes en rommelige duka’s waar je van alles en nog wat kon krijgen van onduidelijke kwaliteit en herkomst. Kleding, ondergoed, schoenen, verjaardagscadeautjes voor de kinderen, het moest allemaal uit Nederland komen. Wij waren grootgebruikers van http://www.bol.com, http://www.wehkamp.com en de webshop van de Bijenkorf.

Die tijden zijn voorbij voor Nederlandse diplomaten. Ongeacht waar je woont, de diplomatieke koerier is er niet langer voor privé gebruik. Tot de zomer mogen we nog tijdschriften laten bezorgen en de bezorging van notariële akten en andere officiële documenten blijft toegestaan. Maar that’s it. Nu wonen wij in Israël waar in principe alles verkrijgbaar is. Zelfs hagelslag, appelstroop, poffertjesmix, speculaas, Calvé pindakaas en stroopwafels.  Onhandig is het natuurlijk wel, dat de postbezorging aan huis onbetrouwbaar is. Twee maanden geleden bestelde ik wat tijdschriften, die zijn nooit aangekomen. Jammer, daar niet van. Maar ik kan ermee leven. Tijdschriften lezen kan ook op de tijdschriften app  en we zijn tot nu toe iedere zes maanden in Nederland geweest, Arjen zelfs nog vaker vanwege zijn werk. Meer dan voldoende gelegenheid om boodschappen mee te nemen. Ik merk ook dat we ons steeds beter aanpassen en blij zijn met de producten die hier verkocht worden.

Groot was mijn verbazing dan ook, toen ik luisterde naar J’s opsomming van wat er allemaal in die doos van Amazon.com zat. WC-papier (veel zachter dan wat er in Israël verkocht wordt), ontbijtgranen (specifiek merk), de pindakaas waar de kinderen zo van houden, schoonmaakmiddelen en zo meer. Amerikaanse diplomaten kunnen alles laten bezorgen, waar ter wereld ze ook gestationeerd zijn. Er zijn voor zover ik weet geen limieten aan omvang en gewicht en voedsel en de meeste vloeibare producten zijn ook geen probleem. Ik dacht heel even: wat heerlijk! Wat een feest voor L om straks die doos uit te pakken. Ik weet hoe fijn het is, vertrouwde producten uit je thuisland hebben in het buitenland. En toen vroeg ik me af wat ik dan zou bestellen, als ik diezelfde vrijheid had. En eigenlijk wist ik het niet zo goed. Behalve dan cadeautjes voor verjaardagsfeestjes, want Lego en Playmobil kosten hier het dubbele van de Nederlandse prijzen.

Ik mis de HEMA, ik mis Albert Heijn. Absoluut. Maar ergens vind ik het ook wel bijzonder dat ik zo intens geniet van boodschappen doen in Nederland tijdens de vakanties. De Albert Heijn, perfect georganiseerd, goed uitziende groenten en fruit, lage prijzen (ik weet dat mensen in Nederland daar mogelijk anders over denken), veel keuze. Heerlijk! Die enorme keuze aan kazen, aan biologische producten. Dat ik de labels kan lezen… Maar het mijn weg zoeken bij Stop, onze supermarkt in Herzlyia, is inmiddels geen probleem meer. Labels lezen kan ik nog steeds niet, maar vragen staat vrij en leidt meestal wel tot een begrijpelijk antwoord. En we zijn gaan houden van allerlei typisch Israëlische producten. De humus… onovertroffen! En al die verschillende smeerkazen met verschillende vetpercentages en toegevoegde kruiden, de goedkope verse kruiden… Op vrijdag koop ik altijd Challa, het typische brood dat wordt gegeten op vrijdagavond bij het begin van de Shabbath. En sinds kort hebben we bio-degradable vuilniszakken ontdekt die net zo stevig zijn als de ouderwetse KOMO zakken in Nederland. Die hoeven dus ook niet meer mee in het koffer (echt, dat namen we altijd mee!). Geen diplomatieke koerier meer voor ons en ach, het is prima zo. Beter voor het milieu ook. Ik heb overigens wel te doen met collega’s van Arjen en hun gezinnen in ontwikkelingslanden… Op hun leven zal het ontbreken van postbezorging een heel wat grotere impact hebben.

Een half jaar later…

Time flies… even when you’re not always having fun…

Op drie dagen na is het een half jaar geleden dat we aan ons nieuwe avontuur begonnen. Op 7 juni 2013 lieten wij Tanzania achter ons. Ondanks de Dar-dipjes die ik best geregeld had, was het alles behalve leuk of gemakkelijk om te vertrekken. Twee jaar slechts woonden we in dit overweldigend mooie land met ontwikkelingsproblemen, veiligheidskwesties en een matige gezondheidszorg. Wat ons betreft had het langer mogen duren. Dat gevoel van missen is niet weg en eigenlijk hoeft dat ook niet weg. Hoewel het missen van mensen en plekken verdriet kan oproepen, is het ook een mooi gevoel. Je kunt iemand (of een plek, een manier van leven) niet missen als je je niet kunt hechten. En wij hebben ons gehecht aan Tanzania, aan Afrika. Onmiskenbaar en onomkeerbaar. Dat mag zo zijn en dat mag en zal zo blijven. Bijzonder vind ik het te zien, dat ook Thomas en Benjamin Tanzania nog steeds missen. Toen wij onlangs bezoek hadden van vrienden die tegelijk met ons in Dar es Salaam woonden, trof ik Thomas stilletjes huilend in bed aan. Hij mistte Tanzania zo erg, gaf hij aan. Hij was het even vergeten omdat het hier in Israël ook heel leuk is, maar toen hij ons bezoek zag en de grote mensen hoorde praten over The Yachtclub, The Lighthouse, zijn vriendjes die ter sprake kwamen, toen voelde hij opeens hoe ver weg hij was van Afrika. Hij vond het niet eerlijk dat we niet zelf kunnen beslissen waar we wonen. Moeilijk om aan een kind uit te leggen hoe dat in elkaar zit. Welke afwegingen je als ouders maakt bij het nemen van beslissingen over werk en wonen, al helemaal als die beslissing betekent dat je je hele hebben en houden oppakt om in een wederom nieuw en onbekend land te gaan wonen.

Natuurlijk breekt je hart wanneer je je kind met heimwee ziet worstelen. Op die momenten vraag ik me echt wel eens af of we er goed aan doen de jongens mee te slepen in onze zucht naar avontuur. Tegelijkertijd zie ik ook dat de eerste zes maanden hier, snel voorbij zijn gegaan. Niet alleen doordat er veel op ons allen afkwam en we onze handen vol hebben gehad aan de verhuizing en de transitie naar een nieuwe omgeving, Maar vooral ook omdat het goed gaat met ons. De jongens hebben allebei vriendjes gemaakt in hun klassen en zelfs daarbuiten. We ondernemen veel. Meer dan veel andere expats die ik spreek en die hun verwondering uitspreken over de vele uitstapjes die wij inmiddels al hebben gemaakt. We streven ernaar zo vaak mogelijk op zondag erop uit te gaan. Jeruzalem, Nazareth, het meer van Tiberias, Zichron Ya’acov met zijn wijnhuizen, Bethlehem, Tsfat, Caesarea en natuurlijk Yaffo en Tel Aviv… we hebben al best veel gezien en gedaan. De jongens hebben niet altijd even veel zin in “weer een kerk” en “weer een verhaal over Jezus en over God”. Maar toch, iedere keer als we in de auto stappen met een tas vol picknickspullen en de Lonely Planet en de Bradt binnen handbereik, stralen ze. We gaan weer op avontuur, klinkt het dan tevreden vanaf de achterbank. En zo is het.

Begrijp me niet verkeerd, we zijn hier natuurlijk niet alleen voor dat avontuur en ons leven is beslist niet altijd even gemakkelijk. Heimwee is niet leuk, hoe mooi het ook is dat je in staat bent je te hechten aan mensen en plaatsen, het is ook verdrietig bij tijd en wijle. Helemaal opnieuw een leven opbouwen in een vreemd land, is spannend, is avontuurlijk, is vaak heel erg leuk maar soms ook eenzaam. Arjen werkt hard. Zeker de laatste weken is het gekkenhuis in verband met de komst van Minister President Rutte en de ministers Ploumen en Timmermans die aanstaande zaterdag in Jeruzalem hun bezoek aan Israël en de Palestijnse gebieden starten. In hun kielzog reizen vertegenwoordigers mee van minstens 70 Nederlandse bedrijven (still counting…), dit met het oog op het creëren van meer business voor het Nederlandse en Israëlische bedrijfsleven. Super uitdagend, een hoogtepunt in Arjens carrière. Maar door dat harde werken is er veel minder gezinstijd dan voorheen, weinig tijd voor het maken van nieuwe vrienden en al helemaal weinig tijd om te zeilen of te kitesurfen. En dat is zeker niet altijd leuk of gemakkelijk.

Voor mij geldt ondertussen dat ik er vaker alleen voor sta dan in Tanzania het geval was. Tel daarbij op dat ik nog niet aan het werk ben (iedereen die mij een beetje kent weet wat dat voor mij betekent…) en dat het maken van vrienden tijd kost, dan is het niet vreemd dat de eenzaamheid mij wel eens naar de keel kan vliegen. Maar… de eerste zes maanden zijn bijna voorbij en iedere expat weet dat dat de periode is waar je echt even doorheen moet. Het kost gemiddeld 6 maanden om je te settelen. De grote eerste dip heb je dan achter de rug (dat klopt wel ongeveer geloof ik 🙂 ), de eerste vriendschappen beginnen uit te kristalliseren, alle verhuisdozen zijn uitgepakt en wat is kapot gegaan tijdens het transport is vervangen. De eerste feestjes zijn gevierd en in ons geval is er al veel familiebezoek geweest. Terugkijkend op de periode die achter ons ligt, ben ik trots en tevreden. Trots op mijn gezin dat in korte tijd een plek heeft weten in te nemen in een nieuwe gemeenschap. Trots op ons viertjes, dat we bij alle veranderingen en de stress die daarbij hoort, dicht bij elkaar zijn blijven staan, elkaar hebben gesteund en soms boven onszelf zijn uitgestegen om iemand tot steun te kunnen zijn die dat nodig had. Of het nu gaat om Thomas die een arm om Benjamin heen slaat en zegt dat hij het oké vindt als mama even wat meer tijd aan Benjamin besteedt bij het naar bed brengen. Of om Benjamin die Thomas een kusje geeft en zegt dat hij het zielig vindt voor zijn broer dat hij weer naar de orendokter moet in Nederland. Of Arjen die eerder naar huis komt omdat ik er echt even doorheen zit.

Midden januari begint naar mijn gevoel het tweede hoofdstuk van ons Israël avontuur. Vanaf dan ben ik weer aan het werk. 25 uur per week maar liefst. Niet veel in de Nederlandse context, maar hier, met het ontbreken van buitenschoolse opvang en andere vangnetten zoals opa’s en oma’s, nanny’s en huishoudsters, is dat heel wat. Ik ben intens dankbaar dat het me gelukt is werk te regelen, op mijn eigen vakgebied nog wel.

En tot midden januari? Eerst maar eens Sinterklaas vieren! Vrijdag komt de Goedheiligman per boot aan in de haven van Yaffo. Dat wordt een groot feest! Het zal leuk zijn weer eens op te gaan in een Nederlandse gemeenschap want hoewel wij die niet ontmoeten, is die er wel degelijk. En als die boot van de Sint terugkeert naar Spanje, komen de ministers aan uit Nederland. We hopen dat we na hun vertrek, weer wat meer kunnen genieten van Arjens aanwezigheid. De tijd zal dan snel voorbij vliegen… Op vrijdag 20 december, in alle vroegte, stappen we in een KLM toestel dat ons weer even terugbrengt naar het vertrouwde Nederland. En daar hebben we allevier super veel zin in en behoefte aan!

Een week Tel Aviv, een week in (culture) “shock”

Ik geef het toe, het schiereiland waar wij woonden in Dar es Salaam, had weinig te maken met het echte Tanzania. We leefden er in een luxe bubble, ik noemde het “Expat Heaven” en gezien het welvaartsniveau van het land waarin onze bubble zich bevond, was dat een aardig adequate benaming. Er waren redelijk bevoorrade supermarktjes, een paar prima restaurantjes, de Dar es Salaam Yacht Club bevond zich hier en het was er betrekkelijk veilig, al was dat laatste tanende. Een heerlijke plek om te wonen, weliswaar met de bekende nadelen van een ontwikkelingsland zoals niet drinkbaar – soms zelfs modderig – water uit de kraan, malariamuggen, een krakkemikkige keuken en dito badkamers, mierenplagen in huis, een generator die geregeld met veel lawaai aanspringt bij stroomonderbrekingen, een tv die het een paar keer per maand enkele dagen niet doet na een stroompiek en leven achter hoge muren bedekt met elektrisch draad en 24/7 bewaking voor de deur. Dat we lang niet alles wat we graag eten in de supermarkt konden vinden, hadden we al na een paar maanden naast ons neergelegd en nee, kleding, schoenen, speelgoed en dergelijke was er niet te krijgen (of tegen prijzen die het viervoudige zijn van de Nederlandse), maar daar leer je verbazingwekkend snel mee leven. Dat komt denk ik doordat het leven in Dar es Salaam verder enorm relaxed is. Alles gaat op z’n pole, pole (langzaam, langzaam) en dat is heerlijk, al frustreert het absoluut op momenten waarop je iets NU geregeld wilt zien. Tanzania is bovendien een prachtig land met geweldige stranden, een heerlijk warme zee waar je fantastisch kunt zeilen, indrukwekkende wildparken en een interessante cultuur.

Dat was onze leefomgeving tot voor kort.

Meestal heb je als je als diplomaat van post naar post verhuist, enkele weken vakantie tussen vertrek uit het “oude land” en aankomst in het “nieuwe land”. Je kunt dan als het ware afkicken van je vorige post en opladen voor de start in een heel nieuwe omgeving. Ons was die afkickperiode deze keer niet “gegund” (het kon simpelweg niet vanwege de drukte op de Ambassade in Tel Aviv). En zo belandden we na een drukke week in Nederland, zomaar in een totaal andere wereld.  Zo totaal anders dan pole, pole Tanzania! Ik kan me bijna geen groter verschil voorstellen. Afgezien van de temperaturen die momenteel ongeveer gelijk zijn in beide landen, zie ik tot op heden weinig overeenkomsten. Verhuizen is al heftig an sich. Verhuizen van de ene kant van de wereld naar de andere is nog een tikkeltje heftiger. Ons leven staat volledig op z’n kop en we vallen van de ene verbazing in de andere. Let wel: wij bekijken Tel Aviv met Tanzaniaanse ogen. Voor iemand die vanuit Amsterdam hier naartoe vliegt, zal de culture shock minder groot zijn vermoed ik. Voor ons is de verandering echter enorm en de term culture shock beschrijft aardig hoe wij eraan toe zijn momenteel…

Dat we naar een heel andere wereld verhuisden, bleek in feite al op Schiphol. De El Al balie ligt helemaal achteraan in vertrekhal 3. Voor een afscheiding staan zwaar bewapende mannen en vrouwen van de Koninklijke Marechaussee. Voor mij een confrontatie: hier moet ik aan wennen. De jongens vonden het bijzonder interessant en Thomas sloot al snel vriendschap met een van deze marechaussees die zich bereid verklaarde een paar keer op hem te letten terwijl Arjen heen en weer liep tussen vertrekhal 3 en de taxi standplaats waar Benjamin en ik onze massa bagage bewaakten. Ook na het passeren van de bewaking, voelden we duidelijk dat we Tanzania / Nederland gingen inruilen voor een land dat voortdurend op z’n qui vive is. Voordat je kunt inchecken, word je ondervraagd door veiligheidsmensen van El Al. Waar kom je vandaan, waar ga je naartoe en waarom? Wat heb je bij je? Deze veiligheidsprocedure verliep in ons geval bijzonder prettig en snel. Ik heb echter begrepen dat dit niet altijd het geval is. Ach, het viel ons reuze mee om eerlijk te zijn en we waren ons ervan bewust dat deze controles er zijn in ons eigen belang.

Na een vlucht van slechts 4 uur (we waren iets anders gewend…) en na de blijde ontdekking van humus door de jongens, arriveerden we in Tel Aviv. Een hypermoderne luchthaven, een super snelle bagage afhandeling en voor we het goed en wel in de gaten hadden, zoefden we over de snelweg door Tel Aviv, naar Herzelya. Hoogbouw, shopping malls, geen gaten in het wegdek, een strak blauwe hemel, geen badjadjies of daladala’s, geen hoog opgeladen fietsen met broden, bananen of eieren. Geen mama’s die eten koken langs de kant van de weg. Geen marskramers die hun waren aan inzittenden van auto’s aan de man (of vrouw) proberen te brengen. Geen bedelaars langs de weg (nog niet gezien althans). Wel voortdurend rondcirkelende helikopters met zware artillerie aan boord. Dat laatste is overigens minder geworden na een paar dagen. Er werd meer dan anders gesurveilleerd vanuit de lucht vanwege de aanstaande verjaardag van Peres.

Na enige tijd – volgens Benjamin duurde het een eeuwigheid – arriveerden we bij onze tijdelijke huisvesting, een appartementje in Herzelya Marina. Voor eenieder die wel eens door de haven van, zeg Saint Tropez, heeft geslenterd: Herzelya Marina  lijkt er wel wat op. Een exclusieve omgeving, volop prachtige appartementen rondom een haven met de meest schitterende jachten en zeilboten, een shoppingmall met exclusieve kledingzaken, fijne terrasjes en restaurants en een mooi strand.  Benjamin en ik kwamen als eerste aan bij het appartement (we hadden ons verspreid over 2 auto’s) en hebben enige tijd voor het enorme raam in de woonkamer naar buiten staan staren. Een azuurblauwe zee, vrijwel aan onze voeten, wapperende witte zeilen, jetskies, veel zongebruinde mensen die af en aan lopen over de boulevard, veelal schaars gekleed. Benjamin zag het, ik zag het: het is hier totaal anders dan in Dar es Salaam. Nadat we de koffers naar binnen hadden weten te sjouwen en afscheid hadden genomen van de collegae van de ambassade die ons hadden opgehaald van het vliegveld, bracht Arjen een bliksembezoek aan de supermarkt. Enthousiast keerde hij terug: alles is er! ALLES! Je moet in Dar es Salaam (of een vergelijkbare plaats op aarde) gewoond hebben om onze blijdschap te begrijpen. Verse groenten en fruit (nectarines! druiven! appels! meloentjes!), gerookte zalm, kipfilet, broodbeleg, vele, vele soorten kaas en nog meer keuze als het om zuivel gaat… Inmiddels hebben we ontdekt dat zelfs hagelslag, appelstroop, poedersuiker en schenkstroop verkrijgbaar zijn in de supermarkt hier om de hoek. Wat een rijkdom, wat een luxe!

Ik ben me nu al een week aan het verwonderen. Ik weet dat we ook nu in een luxe bubble terecht zijn gekomen. Herzelya Pituach lijkt een zwaar beveiligd Saint Tropez. Ook hier wonen alleen exorbitant rijke mensen en expats, villa’s van enkele miljoenen dollars domineren het straatbeeld. Huurprijzen zijn torenhoog, ook voor relatief eenvoudige huizen zonder extra’s als zwembaden en dergelijke. Het is bizar. Het is hektisch. Tijdens een etentje bij een collega van de ambassade werd Tel Aviv hysterisch genoemd. En zo voelt het ook. Toen wij vandaag op zoek gingen naar een rustig strandje, werden we volledig overweldigd door de drukte. Rijen en rijen auto’s, bij iedere strandopgang staat er vol mee. Overal lopen (jonge) mensen in bikini of zwembroek, handdoek nonchalant over een schouder, hippe zonnebrillen, slippertjes en designer tassen, veel lawaai, veel muziek, veel leven. En in totaal contrast hiermee zie je veel orthodoxe Joden met hun zwarte hoeden, lange jassen, lange rokken, hoge kousen. Ook zij gaan zeilen overigens, ik heb al verschillende boten gezien die bemand worden door orthodoxe Joden.

Herzelya straalt levensvreugde uit. Het bruist. Het leeft. Het leven wordt hier volop geleefd. Carpe Diem is de sfeer.

En wij moeten wennen. De jongens zijn opmerkzaam, benoemen de enorme verschillen die zij ervaren met Dar es Salaam. Stellen vragen. Zijn verdrietig en soms boos en dan weer blij. Verwonderen zich net als wij, samen met ons. We missen Dar es Salaam, de opgebouwde vriendschappen, de scholen (al is het ook in Dar vakantie…), de Yacht Club en Nelli, Veronica, Godi, Chalamanda en zelfs onze askaries (bewakers). We missen hen als mens, maar, ik schaam me bijna het te moeten bekennen, we missen ook hun geweldige helpende handen. Een volgende weblog hierover volgt snel. Onze culture shock wordt namelijk beslist ook beïnvloed door het ontbreken van huispersoneel. Het goede nieuws is wel dat we in de dochter van een collega al een oppas hebben gevonden. Komende week kan ik Arjen daarom al vergezellen naar een diner met Israelische investeerders met belangen in Nederland.

Wordt vervolgd, wordt vervolgd!

Afbeelding, ,