Ode aan mijn virtuele vriendinnen

Het lijkt niet samen te kunnen gaan, de termen virtueel en vriendschap. Virtueel heeft  vele betekenissen, één daarvan is “Iets wat niet echt is, maar wel echt lijkt of wat slechts denkbeeldig is”. Je zou kunnen zeggen dat een virtuele vriendschap niet echt kan zijn. Maar ik heb ze, een stel fijne virtuele vriendinnen. Nee, ik heb ze nooit gezien. Niet face to face althans. En toch ontmoet ik ze regelmatig. Soms uitgebreid, soms heel kort. Wat we met elkaar gemeen hebben is dat het leven ons buiten Nederland heeft gebracht en dat we moeder zijn. Sommigen hebben een buitenlandse partner gehuwd en hebben daarom het vertrouwde Nederland verlaten voor een woonplaats in een ver of minder ver buitenland. Sommigen, zoals ik, hebben Nederland tijdelijk verlaten voor het werk van hun geliefde of voor hun eigen baan of bedrijf. We hebben elkaar ontdekt doordat een Nederlandse moeder in Berlijn het tijd vond dat Nederlandse moeders in het buitenland met elkaar verbonden zouden raken zodat ze ervaringen kunnen uitwisselen, elkaar mentaal kunnen steunen in moeilijke tijden.

Hoe waardevol is dit netwerk inmiddels gebleken. Niet alleen voor mij, maar voor vele anderen wereldwijd. De online gesprekken gaan van praktisch tot emotioneel. Hoe maak je bijvoorbeeld typisch Nederlandse producten die je in Nederland kant en klaar kunt kopen? Ik noem maar iets: kroketten, speculaas en kruidnootjes, filet Americain, krentenbollen, rijstevlaai of vanillevla… En wat doe je als je moeder op sterven ligt en je weet je even geen raad omdat je ver weg woont, je kinderen gewoon naar school moeten en je man een drukke baan heeft. Wat doe je als je twee- of meertalige kinderen worstelen met die meertaligheid en de school weet zich geen raad? Hoe vier je Sinterklaas buiten Nederland? Hoe houd je de Nederlandse identiteit levend bij jezelf en bij je kinderen? Of vind je dat niet belangrijk? Hoe leren je kinderen Nederlands? En als je kind nooit meer verjaardagskaarten krijgt doordat opa’s en oma’s het te druk hebben met hun kleinkinderen in Nederland? Inmiddels sturen deze wereldvrouwen verjaardagskaarten naar de kinderen van hun virtuele vriendinnen verspreid over de wereld en er zijn zelfs lootjes getrokken door sommigen, waarna afgelopen zaterdag op vele plekken op de wereld pakjes werden geopend die verstuurd waren door, ja, virtuele vriendinnen verspreid over de wereld.

Inmiddels hebben er life ontmoetingen plaatsgevonden tussen vrouwen die erachter kwamen dat ze hartstikke dicht bij elkaar in de buurt wonen. Real life vriendschappen zijn ontstaan. En wat is dat fijn, een Nederlandse vriendin. Echt, geen kwaad woord over mijn geweldige Amerikaanse, Zwitserse en Israëlische vriendinnen. Ze zijn me intens dierbaar en ik hoop dat een deel van de vriendschappen duurzaam zal blijken. Maar af en toe in je moedertaal praten over het leven in een land dat uiteindelijk nooit helemaal het jouwe zal worden is heerlijk. Zo heb ik Suzanne ontmoet via de groep Nederlandse moeders in het buitenland. Ze woont in Israël met haar Israëlische man en hun drie kinderen, ze schrijft net als ik, heeft haar super baan in Nederland aan de wilgen moeten hangen om hier een bestaan op te bouwen en heeft, net als ik, af en toe enorm heimwee naar Nederland. Geweldig dat we elkaar via Facebook hebben ontdekt en elkaar nu vriendin kunnen noemen.

Terwijl de originele (besloten) Facebook groep groeit, ontstaan er jammer genoeg ook vervelende discussies. Onderwerpen die politiek of religieus zijn, leiden nogal eens tot verhitte discussies. De situatie hier in Israël is zo’n onderwerp dat helaas niet zonder emoties kan worden besproken. Dat maakt me wel eens verdrietig en ik merk dat ik me dan ook liever niet meng in dat soort gesprekken. Angst voor terroristische aanslagen zou moeten kunnen worden gedeeld zonder er een discussie over het conflict tussen Israël en Palestina van te maken. Gesprekken over Sinterklaas en (zwarte?) Piet lopen ook nogal eens uit de hand net als discussies over borstvoeding. De vier moderators hebben er soms hun handen vol aan. Ode aan hun doorzettingsvermogen, zij krijgen soms de wind van voren omdat ze bepaalde gesprekken in de kiem smoren.

Inmiddels zit ik in een klein, besloten groepje waarmee ik niet alleen aan de lijn doe, maar waarmee ik ook mijn persoonlijke zorgen en blijdschappen deel. Een deel van hen gaat elkaar enkele dagen voor Kerstmis ontmoeten in Nederland. Vreselijk jammer dat ik daar niet bij kan zijn! Wat zou ik ze graag ontmoeten! Door hen lukt het mij nu veel beter aan mijn dieet vast te houden, door hun wijze woorden leer ik op een andere manier naar mijn zorgen en irritaties te kijken.

Kortom, Nederlandse moeders in het buitenland, jullie zijn in één woord GEWELDIG!

To Skype or not to Skype

Skypen … Daar ben ik dus niet zo goed in. Meer dan dat. Ik ben niet zo goed in het onderhouden van mijn contacten met mijn (dierbare!) vriendinnen in Nederland. Ik trek het boetekleed aan met schuldgevoel en met de vraag: hoe komt dat toch? Hoe komt het dat het voor mij zo moeilijk is om de contacten met mijn vriendinnen goed te onderhouden? Een duidelijk antwoord heb ik niet. Want ik mis ze wel. Die vrouwen die me al zo lang kennen, die mijn verleden kennen, mijn dromen, mijn gevoeligheden. Waarom Skype of bel ik ze dan niet vaker?

Arjen is er heel goed in. Hij maakt Skypeafspraken en komt die dan ook na. Wacht geduldig bij de laptop tot de betreffende vriend online is. Samen drinken ze dan een glas wijn terwijl ze het leven doornemen. Ik trek me altijd discreet terug zodat het heel even is alsof ze samen ergens in een restaurant zitten, zonder meeluisterende vrouw. Als Arjen een week in Nederland is voor zijn werk – zoals afgelopen week – gebruikt hij zijn vrije tijd ook geweldig. Hij ziet zijn ouders en zijn zussen, maar ook een aantal vrienden. Nu denk ik dat zijn regelmatige dienstreizen naar Nederland het ook wel een stuk gemakkelijker maken om die band in stand te houden. Ik heb dat  niet, dienstreizen naar Nederland (of naar waar dan ook…). Die paar weken per jaar dat wij als gezin in Nederland zijn, loopt onze agenda over. En dat familie dan op één staat vind ik niet meer dan normaal. Dan zijn er nog de diverse doktersafspraken en de waslijst met boodschappen die gedaan  moeten worden. Ik doe mijn best, maar het lukt me nooit om iedere keer al mijn echt dierbare vriendinnen te zien. Schuldgevoelens achtervolgen me dan in de weken na terugkeer in Israel. En toch, geen Skype afspraken.

Hoe komt dat toch? Ik wilde maar dat ik er een antwoord op had! Eén uur tijdsverschil hebben we maar. Dat is weinig. Dat kan het dus niet zijn. Of toch wel? Mijn vriendinnen hebben allemaal kinderen in dezelfde leeftijd als die van ons. Rond de tijd dat die van mij in bed liggen, zitten zij in het spitsuur van tandenpoetsen, voorlezen en naar bed brengen. Wanneer zij daarmee klaar zijn, is het bij mij 9 uur ’s avonds. Laat me eerlijk zijn. Dat is heel geregeld ook het moment dat bij mij het licht uitgaat. Zo niet letterlijk, dan wel figuurlijk. En zo vliegt de week voorbij. In het weekend ligt bij iedereen – ook bij ons – de prioriteit bij gezinstijd. Vaak hebben we dan ook in de avonduren nog etentjes of hebben Arjen en ik de vrije uren echt nodig om met elkaar bij te praten na een drukke week. En nee, ook dan dus geen Skype afspraken.

Ook al vind ik dit heel verdrietig, ik heb wel het gevoel dat de echt belangrijke vriendschappen nog steeds oké zijn. De meeste althans. Eén vriendschap is duidelijk gesneuveld sinds ik in het buitenland woon. Vermoedelijk liepen onze levens te ver uiteen, begrepen we elkaar niet meer. Dat kan ook in Nederland gebeuren. Ik ben er verdrietig om geweest, maar kan niet anders dan het naast me neerleggen. Gelukkig merk ik dat over het algemeen, iedere keer als het eindelijk weer lukt een vriendin te spreken, mailen, zien, de afstand wegvalt. Dat de gesprekken doorgaan alsof er geen lange stilte is geweest. Dat we elkaar nog steeds kennen. Begrijpen. Aanvoelen. Ik heb er dan ook het volste vertrouwen in dat wanneer we terugkeren naar Nederland, de draad weer opgepakt kan en zal worden.

Iets wat overigens wel mee kan spelen bij het onderhouden van de contacten met vriendinnen in Nederland, is de enorme verandering in levensritme. Dat heeft niets met tijdsverschil te maken. Waar mijn vriendinnen allen gevulde dagen hebben met uitdagende carrieres en een dagelijkse race tegen de klok om ook thuis de boel draaiende te houden, zien mijn dagen er totaal anders uit. Ik schrijf. Thuis. In mijn eigen tijd. Ik ben overdag enorm flexibel. Dan zou ik wel tijd hebben om te appen, bellen of zelfs af en toe Skypen. En dat doe ik dan ook. Met mijn beste vriendinnetje in Tanzania bijvoorbeeld. Met mijn ouders die ook alle tijd hebben overdag. Met mijn zusje dat op maandag niet werkt. En met een groep Nederlandse vrouwen die op andere plekken op de wereld wonen en die net als ik met ups en downs kampen als het gaat om het leven ver van Nederland. Over hen volgt een andere weblog. Want zij zijn vaak degenen die mij uit de put praten als ik er weer eens in gevallen ben. Wat ik overdag maar moeilijk kan delen met mijn vriendinnen in Nederland, deel ik wel met een aantal Nederlandse moeders in onder andere Zuid Afrika, Frankrijk, Zwitserland, de UK en Mexico en met een paar vrouwen die tot voor kort in het buitenland woonden en die inmiddels terug zijn in Nederland. Zij hebben tijd om te reageren op die gekke tijdstippen waarop mijn vriendinnen in Nederland keihard aan het werk zijn. Niet dat mijn nomaden-vriendinnen niets te doen hebben. Maar zij kennen de put van heimwee, ze kennen de tranen van het geen werk hebben. Oké. Ik loop vooruit op mijn volgende weblog.

Afsluitend dit: vriendinnen in Nederland, ik mis jullie en houd van jullie. Onverminderd. Laten we het weer eens proberen, dat Skypen. Wie weet, lukt het een keer! Met een kopje thee erbij?

Een onverwachte verhuizing

En dan is het opeens weken geleden sinds mijn laatste post. Geen nieuws is goed nieuws, zou je kunnen zeggen. In dit geval klopt dat ten dele. Inmiddels is ons leven weer op de rit, business as usual so to speak. Maar daarvoor moesten we wel “even” verhuizen.

Bijna vijf weken duurde onze vakantie afgelopen zomer. Een heerlijke tijd in Nederland en in Frankrijk, volop familietijd. Opgeladen keerden we terug naar Israël. De jongens hadden zin in het nieuwe schooljaar, Arjen had een spannende delegatie uit Nederland in het vooruitzicht en ik borrelde van de inspiratie voor mijn boek-in-wording. Maar, zoals de Amerikanen zeggen: “then life happened”. In ons geval was het om precies te zijn “then mold happened”. Een huis met schimmel wordt niet blij van vijf weken gesloten deuren en ramen in combinatie met hoge temperaturen en dito luchtvochtigheid. Schimmel wel. Sterker nog, schimmel wordt daar heel erg blij van. En groeit als kool. Het gevolg was dat Huize Kool ernstig muf rook en er interessante, grillige vormen zichtbaar waren op plafonds en muren in woonkamer en keuken, kelder, trappenhuis en werkkamer.

Nu is algemeen bekend dat schimmel niet bevorderlijk is voor de gezondheid. Met name mensen met allergie-klachten kunnen er aardig ziek van worden. Benjamin, onze jongste, worstelt sinds een kleine anderhalf jaar met vrijwel voortdurend aanwezige allergie klachten. Jeukende ogen, lopende neus en soms ademhalingsklachten. Achteraf gezien moeten de klachten ongeveer een half jaar na de eerste grote lekkage in ons mooie huis aan zee in Israël zijn begonnen. Op die eerste lekkage – die pas na weken werd verholpen – volgden er nog twee. Groei van schimmels was het gevolg. Een poging deze aan te pakken leidde helaas niet tot duurzame verbetering. Schimmel leek part of life in Israël te zijn. En als het niet zo ongezond was geweest, hadden we ons daarbij neergelegd. Benjamin reageerde er echter steeds heftiger op.

Terwijl de ambassade overleg pleegde met de huiseigenaar over renovatie van het huis en een tijdelijke verhuizing van ons, werd Benjamin ziek. Hoofdpijn hield hem uit zijn slaap en hij zag alles dubbel. Dat we bezorgd waren, is een understatement. Gelukkig is de gezondheidszorg in Israël uitstekend. Benjamin en ik mochten dat twee dagen intensief meemaken. Onderzoeken door neurologen en oogartsen werden afgewisseld met gesprekjes met de kinderarts. Hebreeuws spreek ik helaas niet – wat heb ik daar op dat moment van gebaald! – het was een enorm gedoe om onze weg te zoeken in het overigens geweldige Schneider Children Hospital in Petach Tikwah. Artsen spreken weliswaar Engels, maar spreken bij voorkeur Hebreeuws. Hoe vreselijk om te moeten luisteren naar gesprekken tussen artsen over je zieke kind terwijl je de taal niet machtig bent die zij spreken. Mijn opmerkingen dat ik een relatie tussen de hoofdpijn en de allergieën vermoedde, werden weggewimpeld. Dubbelzien duidt meestal op een neurologische aandoening of een probleem met de ogen. Ik kan niet zeggen dat dat me geruststelde. Nog een understatement.

Duidelijkheid kregen we pas na een nacht op de kinderafdeling – waarbij ik naast Benjamin sliep op een uitklapbed. Het hoofd van de afdeling kindergeneeskunde stelde toen voor om zijn bloed ook maar te laten onderzoeken, aangezien de neurologische testen geen eenduidig beeld opleverden en Benjamins ogen in orde leken. De bloedtest bevestigde wat ik al die tijd al vermoedde: Benjamin vertoonde een ernstige allergische reactie, oedeem in zijn sinussen zorgde voor de pijn en het dubbelzien. Het arme mannetje. Maar wat waren we opgelucht! Want aan die allergische klachten konden we iets doen. Aangezien de pollentijd in Israël afgelopen was, was de enige logische verklaring voor de toenemende klachten, de aanwezigheid van schimmel in huis. De huiseigenaar vond dat weliswaar vervelend voor ons, maar was niet van plan het huis te renoveren. Dat zou te kostbaar worden. Een verhuizing was onvermijdelijk. Een kleine twee weken na de diagnose verhuisden we dus. Naar een kleiner huis aan zee. Maar vooral naar een gezonder huis met een geweldige huiseigenaar waarmee we inmiddels al meerdere glazen wijn hebben gedronken.

Nu de chaos van de verhuizing achter ons ligt, dozen zijn uitgepakt, spullen een plek hebben gevonden, zien we Benjamin opknappen. Wat een opluchting. Hoofdpijn heeft hij nog maar heel af en toe, zijn ogen jeuken niet meer en ook de loopneus neemt af. Hij slaapt goed, is blij, straalt, maakt grapjes. En wij? Wij genieten van de jongens en van elkaar. Van ons nieuwe huis dat huiselijk is, gezellig en warm. En hoe bijzonder was het ons nieuwe huis te kunnen inwijden met onze vrienden hier. Iets wat een expat gezin eigenlijk nooit kan doen, aangezien je normaal gesproken niemand kent bij je verhuizing naar een huis op een nieuwe post.

Overigens hebben we in deze nare tijd mogen ervaren hoe enorm intens en waardevol de hier opgebouwde vriendschappen inmiddels zijn. De hulp die we kregen was geweldig. Een etentje bij een Nederlands gezin op de eerste dag van de verhuizing. Speelafspraakjes voor de kinderen, zodat wij onze handen vrij hadden. De dagen in het ziekenhuis met een stroom van sms-jes en mailtjes. Vrienden die een bevriende chirurg in het ziekenhuis inseinden dat ik wel wat hulp kon gebruiken. De goede man zorgde ervoor dat we uiteindelijk op een rustige kamer terecht kwamen waar Benjamin kon uitrusten (daarvoor lagen we op een kamer met een ruziënde moeder en zoon en een schreeuwende moeder met baby). Ook de school was enorm betrokken, Thomas werd geweldig opgevangen. De staf van de ambassade die ervoor zorgde dat we uiteindelijk snel konden verhuizen, dat ons internet werd omgezet, adreswijzigingen werden doorgegeven, een alarmsysteem geïnstalleerd. Het enige wat nu nog moet gebeuren is het op orde brengen van de schuilkelder die we gelukkig, ondanks de toegenomen onrust in het land, op dit moment niet nodig hebben.

Ik hoop van harte dat we de komende twee jaar in goede gezondheid en in vrede hier kunnen wonen, in dit heerlijke lichte huis in Herzlyia Pituach!

Welcome back – de start van ons derde jaar in Israel

P1040092
Terwijl Arjen en ik ons boodschappenkarretje vol gooiden met potten pindakaas, appelstroop, schenkstroop en potjes met onze favoriete Provençaalse kruidenmix, liepen de tranen over mijn wangen. Het was onze laatste dag in Nederland, een paar uur voor vertrek naar Schiphol. Ik huil altijd in de Albert Heijn op de dag van vertrek. Het begint een mooie traditie te worden…

Teruggaan naar Israël, is teruggaan naar huis. Maar het is tegelijkertijd weggaan van huis. Weggaan van familie en vrienden. Van het oude vertrouwde naar een omgeving die weliswaar aardig bekend is inmiddels maar toch nooit helemaal eigen zal voelen. Omdat we de taal niet spreken, laat staan lezen. Omdat we er niet geboren en getogen zijn. Omdat we ons – gelukkig – ook na vier jaar buitenland zo ontzettend Nederlands voelen. Verbonden zijn met Nederland op veel manieren, verbonden met al die mensen waar we zo van houden. Die we nu weer moeten missen.

Het is iedere keer moeilijk. Weggaan. Het wordt niet minder, het verdriet bij het afscheid. Dat verandert niet.

Gek genoeg wordt thuiskomen in Israël wel steeds gemakkelijker. Nu we ons derde jaar ingaan, is er een draad die opgepakt kan worden. Al voordat we terugvlogen, waren de eerste speelafspraken gemaakt en etentjes gepland. Zoals ik vanuit Israël sms en app met vriendinnen in Nederland. doe ik hetzelfde met mijn vriendinnen hier als ik in Nederland ben. Het is heerlijk hen weer te zien na een lange vakantie, verhalen uit te wisselen over vakantie avonturen. Nieuwe schoenen en jurken te bewonderen – iedereen winkelt toch het allerliefste in haar eigen land – en de gevoelens van gemis te delen.

Culture shocks zijn er overigens ook. Zowel bij aankomst in Nederland als bij terugkeer in Israël. Wat kunnen Nederlanders chagrijnig en onaardig zijn! Luid en duidelijk over je praten terwijl je naast ze staat, kinderen wegduwen, klanten negeren in een winkel. Mopperen, snauwen, vloeken. Wat wordt er veel gevloekt! Ook door kinderen. Maar ook: wat is het verkeer heerlijk overzichtelijk! Verkeersregels worden overwegend opgevolgd, er wordt niet direct getoeterd als je een seconde te laat optrekt bij een groen stoplicht. En alles is in overvloed aanwezig tegen super lage prijzen. Ja, lage prijzen.

Terug in Israël is er direct weer die enorme chaos op de wegen, auto’s die midden op straat stil staan omdat er een telefoontje moet worden gepleegd of omdat er iemand op de stoep loopt waar iets mee moeten worden besproken. In de supermarkt zoeken naar niet beschimmelde sinaasappels. De teleurgestelde gezichten van de kinderen omdat er ook na onze vakantie geen vanillevla wordt verkocht. De ronduit vervelende confrontatie met het af te rekenen – veel te hoge – bedrag bij de kassa. Maar ook de serveersters bij Yankele, mijn favoriete koffietentje, die me omhelzen als ik voor het eerst weer een cappuccino bestel. De onbekende dame op straat die zegt dat ze mijn schoenen zo mooi vindt. Of het pak met een mix van rijst, granen en linzen dat van hand tot hand wordt doorgegeven in de supermarkt tot iemand het in handen krijgt die voldoende Engels spreekt om me uit te leggen hoe ik het moet bereiden. Ook dat is Israël.

We raken inmiddels weer wat geacclimatiseerd, hebben ons ritme aangepast aan de sauna-waardige temperaturen. Onze slijmvliezen zijn al wat minder geïrriteerd door de airconditioning waar we nu echt even niet zonder kunnen. De jongens hebben vandaag hun tweede schooldag en zijn intens gelukkig. Geen grote verschuivingen dit jaar in hun sociale kring. Al hun vriendjes zijn er weer, de draad wordt gewoon weer opgepakt na twee maanden. Arjen fietst weer iedere ochtend naar de ambassade en heeft gisteren afscheid genomen van de eerste delegatie na de zomervakantie. Mijn bestuurswerkzaamheden beginnen vrijdag als ik namens het bestuur een paar woorden spreek tijdens de Welcome Back ochtend die jaarlijks georganiseerd wordt door de Parent Teacher Association.

We zijn dus weer helemaal terug in Israël. Laat het derde jaar maar beginnen. Het laatste jaar zonder overplaatsingsstress. We gaan er goed van genieten!

De Expat Uitverkoop

Tapas op tafel, fles wijn open, een paar blikjes gekoelde Heineken, brandende fakkels in de tuin, een warme avond in Israël. Een avond van afscheid. Afscheid van onze buren die naar Washington verhuizen. Praten over de afgelopen twee jaar waarin we naast elkaar woonden, waarin we soms intensief en soms wat minder vaak met elkaar optrokken. Vooruitkijken naar hun nieuwe leven, nieuw huis, nieuwe school. Een knuffel ten afscheid, we zien elkaar nog even in augustus voordat ze definitief vertrekken. Maar toch, dit was de laatste keer in onze gezamenlijke tuin. Verdrietig en ja, vreemd ook.

Vanmorgen een ander afscheid van de vrouw van een collega van Arjen. Ook zij verhuizen, in hun geval naar Athene. Ook met haar een gesprek over het leven in Israël, de school hier en de nieuwe school daar. De verhuizing. Afscheid. Het blijft iets geks en moeilijks aan het leven dat we leiden. Steeds maar weer afscheid nemen, steeds weer die vragen over hoe lang je hier nog woont en wat je hierna gaat doen. En ook: steeds weer nieuwe mensen verwelkomen. Onze kinderen anticiperen er al op. Ze zijn nieuwsgierig naar de nieuwe kinderen die ongetwijfeld in hun jaar gaan instromen. Op een reguliere school in Nederland is dat waarschijnlijk niet iets dat heel vaak gebeurt, nieuwe kinderen op school en in de klas. Voor onze kinderen is het een fact of life waar ze eigenlijk wel blij mee zijn. Want die ene pestkop is verhuisd naar de VS en wie weet, komt er wel een heel leuk nieuw klasgenootje voor in de plaats! En Benjamin en zijn vriendjes H en V zagen vriendje J vertrekken waardoor hun kwartet niet meer compleet was. Sindsdien zijn ze op zoek naar een nieuwe J. En die hebben ze nog niet gevonden dus nu hopen ze op de perfecte aanvulling in de nieuwe aanvoer van eersteklassers.

In deze periode van overplaatsingen zie je naast de afscheidsetentjes, -feestjes, -lunches en -recepties ook een ander fenomeen. De Expat Uitverkoop. En dit is iets waar ik me nog steeds over verbaas. Kijk, wij reizen de wereld rond met ons hele hebben en houden en hebben daarbij een dubbele container tot onze beschikking. Dit geldt echter niet voor alle expats. Amerikanen bijvoorbeeld, verhuizen van gemeubileerd huis naar gemeubileerd huis. Zij hebben slechts een beperkt aantal kubieke meters in een container tot hun beschikking. Voor hen is een verhuizing een puzzel: wat gaat mee en wat blijft achter? Die spullen die achterblijven, die gaan dus in de uitverkoop.

Nu zou je zeggen: logisch toch? En tot op zekere hoogte is het dat ook. Absoluut. Wij hebben ook dingen verkocht toen we van Tanzania naar Israël verhuisden. Maar we hebben vooral veel weggegeven. Omdat er mensen zijn in Tanzania die het verre van gemakkelijk hebben in het leven. Die heel erg blij zijn met de borden waar we er te veel van hebben of waar een stukje uit is. Die dolgelukkig zijn met de kleren van de kinderen die te klein zijn geworden. Die blij zijn met speelgoed, of het nu nog mooi is of afgeleefd.

Ook hier in Israël zijn er heel veel mensen die het niet gemakkelijk hebben. Dat begint met de mensen die huizen schoonmaken. Arbeidsmigranten uit India en de Filipijnen die op een tijdelijk werkvisum in Israël verblijven. Ieder expat gezin dat ik ken, heeft wel zo’n arbeidsmigrant in dienst. Wij ook, onze geweldige Benna. Ik ben blij als ik iets extra’s voor hem kan doen af en toe. Hij heeft een gezin in India dat hij onderhoudt. Niet gemakkelijk. Daarom verbaast het mij zo dat expats bij hun verhuizing de meest bizarre dingen in de verkoop doen in plaats van ze gewoon weg te geven. Een paar voorbeelden.

Vier RVS soeplepels voor 10 shekkel (circa 2 euro)
Zonnejurkjes die overbodig zijn op de volgende post, 100 shekkel per stuk
Drie flessen olijfolie, onaangebroken, voor kostprijs
Kinder DVD’s, 20 shekkel per stuk
Tweedehands kinderkleding, prijs nader te bepalen
4 waterglazen van IKEA, iets goedkoper dan in de winkel
Een stel duidelijk te vaak geknuffelde knuffelbeesten voor 50 shekkel per stuk
Theepot, 100 shekkel
Soepborden, 10 shekkel per stuk
Kop en schotel, 10 shekkel
Koffiemok, 5 shekkel per stuk
Handdoeken, afhankelijk van de afmeting 20 of 40 shekkel per stuk

Ik verzin het niet, ik scrol door de berichten in mijn mailbox en op Facebook op zoek naar real life voorbeelden.

Natuurlijk worden er ook wasmachines, boekenkasten, bedden en matrassen en tv’s verkocht. Heel normaal dat je dat niet zo maar weggeeft. Maar echt, mensen die hun voorraadkast leegverkopen en hun bestek per lepel of vork verkopen (en nee, dat is geen tafelzilver of mooi design RVS), daar houdt mijn begrip op. Omdat er altijd wel iemand is die het écht kan gebruiken, die het nodig heeft. En anders zijn er nog de talloze NGO’s die kleding, schoenen, luiers en speelgoed inzamelen voor vluchtelingen uit Syrië. Er zijn speciale kinderopvangorganisaties voor vluchtelingen uit Afrika die onvoldoende speelgoed hebben. Om maar een voorbeeld te geven. En dan heb ik het nog niet eens over de gezinnen in Gaza die veel, zo niet alles, zijn kwijtgeraakt in de oorlog vorig jaar.

Waarom verkopen die expats dan dat soort spullen? Terwijl ze het geld niet nodig hebben. Ik begrijp het niet. Echt niet. Maakt dat me star? Zit ik vast in mijn eigen waarden en normen? So be it. Ik weiger er echter aan mee te doen. Ik geef echt liever weg.

 

Diploma zwemmen in Nederland

Alle vooroordelen jegens diplomaten bevestigend, hebben wij een heerlijk zwembad in de tuin. We delen het met de bewoners van de andere 11 huizen op onze “compound”. Aangezien er slechts enkele huizen permanent bewoond worden, is het zwembad meestal leeg. Nu mijn Zumba lessen stilliggen – een frustrerend neven-effect van het feit dat de hele expat gemeenschap vertrekt tijdens de zomermaanden – trek ik er bijna dagelijks baantjes. Toen ik vanmorgen op blote voeten door het bedauwde gras liep, een handdoek over mijn arm en een kikoy om mijn heupen, realiseerde ik weer eens ten volle hoe bijzonder het is dat dit kan. ’s Ochtends vroeg zwemmen. In je eigen zwembad.

Ook voor de jongens is het zwembad een flink pluspunt voor het wonen in Israël. Zeker nu het zomervakantie is en we nog twee weken te gaan hebben alvorens we op vakantie gaan naar Nederland. De temperaturen komen overdag niet onder de 28 graden, een beetje verkoeling is erg prettig. Natuurlijk moet je dan wel kunnen zwemmen. Geen klein detail. Sterker nog, erg belangrijk als je in een land woont waar zwembad en zee een belangrijk onderdeel vormen van je vrije tijd. Wij willen dus dat de kinderen echt goed kunnen zwemmen. Het “in staat zijn het hoofd boven water te houden” is voor ons niet genoeg.

In Tanzania was dit niet anders, daar zijn we dan ook begonnen met zwemlessen. Ik herinner me nog levendig hoe panisch zowel Thomas als Benjamin werden van de zwemlessen die ze kregen op Little Beaumont, de kleine preschool waar ze in ons eerste jaar naartoe gingen. Het heeft ons aardig wat tijd gekost om de jongens daarna weer water-vrij te krijgen. De meeste zwemlessen op dat schooltje zaten ze volgens mij uit aan de zijkant. En onze kinderen zijn erg sportief en inmiddels dol op water. Dat was dus wel apart en vooral vervelend. We moesten op zoek naar een alternatief.

In ons tweede jaar in Tanzania kreeg Thomas met een groepje vriendjes en vriendinnetjes privé les in een zwembad op een compound. Dat ging heel goed. Zo goed eigenlijk, dat we in overleg met de instructeur besloten hem verder te laten gaan met zwemmen bij de zwemclub. Dat was niet ons beste besluit ooit. Na een week of zes met twee lessen per week, weigerde Thomas nog langer te gaan. Als hij iets moest doen wat hij spannend vond, werd hij soms gewoon het water in gegooid door een instructeur. Pedagogische kwaliteiten ontbraken nogal. Tegen heug en meug in is Thomas doorgegaan met zwemmen bij die club. Toen er een goed vriendje en vriendinnetje in zijn groep kwamen, ging het iets beter. Benjamin hebben we dit alles maar bespaard. Tegen de tijd dat we naar Israel verhuisden kon Thomas dus wel zwemmen – al was het zeker nog niet op het niveau van het Nederlandse diploma A- en Benjamin nog steeds niet. Op dat moment waren ze zes en vier. Tijd voor een betere aanpak.

En die diende zich aan in de persoon van Y. Deze Israëlische zweminstructeur werd ons aanbevolen door een collega van Arjen. Vanaf het moment dat we een zwembad tot onze beschikking hadden, kwam hij lesgeven aan de jongens. Y geeft niet alleen privé zwemles, hij werkt ook op school als zweminstructeur in het after school program. Ook werkt hij op school tijdens de jaarlijkse zomerkampen en hij wordt veel ingehuurd voor zwemfeestjes. Kortom, we komen hem overal en altijd tegen. De jongens zijn inmiddels zijn grootste fan. Y geeft goed les, is duidelijk en kordaat en geeft een cadeautje na iedere zwemles. Tijdens de drie zomerkampen die de jongens inmiddels op school hebben meegemaakt, is hij een bekend gezicht. Hij houdt een oogje in het zeil en mij stuurt hij af en toe foto’s van jongens terwijl ze lekker aan het sporten zijn.

Hier in Israël wordt in zwemlessen veel aandacht besteed aan borstcrawl en vlinderslag. Schoolslag komt echter nauwelijks aan bod en wat de kinderen leren komt niet echt overeen met wat ze in Nederland leren. Juist in zee is het erg belangrijk die schoolslag goed te beheersen. Zeker als je zonder zwembril in het water belandt. Daarbij komt dat we niet weten hoe lang we nog in het buitenland wonen. In Nederland heb je formeel gezien een zwemdiploma nodig om zonder bandjes te mogen zwemmen. En ik denk dat daar best een logica in schuilt waar veel andere landen iets van zouden kunnen leren. Het voorkomt immers ongelukken die zeker in de buurt van water, snel gebeurd zijn en dramatisch kunnen aflopen.

En zo hebben wij enkele maanden geleden besloten dat Thomas en Benjamin ook hun diploma’s moeten halen. Conform de Nederlandse standaarden. In Nederland. Onze eerste vakantieweek in Nederland zal dan ook in het teken staan van zwemlessen en diploma zwemmen. De jongens krijgen een week lang intensief zwemles en aan het eind van die week zwemmen ze af. Mogelijk voor B, in ieder geval voor A. Frustrerend is dat ze beiden een uitstekende borstcrawl beheersen en Benjamin (ambitieus als hij is) al oefent op de vlinderslag. Duiken, onder water zwemmen, op de rug zwemmen, gaat allemaal prima. Alleen die schoolslag… Die doen ze alleen onder water. Want zo hebben ze het hier geleerd. Ik ben benieuwd!P1070058

Een weekend van uitersten

Afgelopen weekend gingen we op pad met twee bevriende gezinnen. We hadden kamers geboekt in een hostel in de Golan. We maakten mooie wandelingen naar watervallen, er werd gezwommen in riviertjes, we picknickten terwijl er krabben om ons heen scharrelden. Er werden gesprekken gevoerd, in Engels, Deens, Duits en Nederlands. In het hostel ontmoetten we backpackers en andere avonturiers van overal ter wereld. Met hen deelden we de shabbath maaltijd, aan een lange tafel met prima wijn van de winery in de kibbutz. De zon scheen, het was warm. Het was fijn. Maar…

Maar… de Golan ligt op de grens tussen Israël en Syrië en het eigendom van deze bergstreek wordt al sinds de oudheid betwist en bevochten. Tijdens de 6-daagse oorlog in 1967 veroverde Israël dit gebied op Syrië. De VN veroordeelden zowel de Israëlische verovering, bezetting en vervolgens de annexatie en dringen tot op heden nog aan op een Israëlische militaire terugtrekking en onderhandeling met buurland Syrië. Syrië eist de volkenrechtelijk tot zijn territorium behorende Golan terug, gesteund door VN-resoluties. Libanon, en met name de Hezobollah, leggen een claim op een zeer klein gedeelte van de Golan (de Shebaa-boerderijen), maar die claim wordt niet door de Verenigde Naties gesteund. De VN beschouwen de Shebaa-boerderijen als deel van Syrië, maar de grenstrekking in het verleden geschiedde niet altijd nauwkeurig. De burgerbevolking op de Golanhoogten bestaat uit Druzen, Alawitische Arabieren (een minderheid) alsook Soennitische Turkomannen. De overgrote meerderheid beschouwt zichzelf nog altijd als Syrisch en heeft een Syrisch paspoort. Sinds de niet-erkende Israëlische annexatie in 1981 zijn er op de Golanhoogten talrijke Israelische nederzettingen (Wikipedia).

Een omstreden streek dus. Na een ritje met de kabelbaan, Mount Hermon op, en een kleine wandeling over de berg, keken we neer op Syrië. Voortdurend hoorden we de explosies, zagen rookpluimen opstijgen aan een verder wolkeloze hemel. Links onderaan de berg zagen we een Druzen stadje in Syrië. Rechts onderaan de berg, meerdere Druzen dorpen in Israël. Eén volk, van elkaar gescheiden door een gesloten grens. Velen hebben familieleden aan beide zijden van die grens. Wat het extra complex maakt, is dat Druzen zich traditiegetrouw voegen naar het land waar ze wonen. Druzen uit de dorpen in Israël vechten dan ook mee in de IDF. Druzen in Syrië vechten mee in de regeringstroepen van Assad. In tijden van oplaaiend conflict tussen Israël en Syrië, vechten de Druzen dus tegen hun familie aan de andere kant van de grens. Niet te bevatten wat oorlog met een gemeenschap doet.

Hoe ontwrichtend oorlog is, konden we een heel klein beetje zien vanaf Mount Hermon. Het Druzen stadje aan Syrische zijde leek vanaf onze veilige plek hoog boven Syrië verlaten. Er was geen beweging te zien, geen auto’s op de weg. Niets dan huizen en verlaten straten. De opstijgende rookwolken enkele tientallen kilometers verderop vormden de verklaring voor de levenloze indruk die het dorp op ons maakte. Want die rookwolken geven aan hoe ver Al Nusra (Al Qaida sympathisanten) is opgerukt. Niemand durft nog naar buiten, uit angst voor problemen, uit angst voor oorlog. Hoe afschuwelijk. En zo dichtbij Israël. Zo ontzettend schrikbarend dichtbij. En toch ook ver weg. Heel surrealistisch. Ik had het er moeilijk mee. Die explosies te horen. Thomas en Benjamin en hun vriendjes van school te horen praten over oorlog. Over raketten. Niet op een sensationele manier overigens. zoals met name jongens wel vaker doen als ze over oorlog praten. Ze waren er wat stilletjes onder. Want dit was wel heel dichtbij.

Israël is wat dat betreft echt een land van uitersten. De zee en het strand, de bergen en de natuur. Verschillende religies en verschillende gebruiken, culturen, dicht op elkaar. Conflicten die op de loer liggen. Politiek beladen gebieden en omstreden nederzettingen.  Hip Tel Aviv, traditioneel Jeruzalem.

Zo reden wij van de politiek beladen Golan vlakte naar Massada. Symbool voor Joodse moed en strijdvaardigheid. Momenteel het decor van de opera Tosca. Samen met de jongens maakten we deze opera mee, in de open lucht, in een nagebouwd theater in de woestijn. Woorden schieten tekort om uit te drukken hoe bijzonder dit was. Het massaal zingen van Hatikva (het Israëlisch volkslied) voor aanvang van de opera. De decors. de lichtshow, het gezang, de zwoele avondlucht. Benjamin die af en toe zijn hoofd op mijn schoot legde in een halfslachtige poging om te slapen en die dan binnen enkele minuten overeind schoot omdat hij niets wilde missen. De eerste opera die de jongens meemaakten. Op een historische plek in de woestijn. Een herinnering voor altijd, dat weet ik zeker.

Met dit weekend in de Golan markeren we twee jaar leven in Israël. Twee jaar met ups en downs. Twee jaar waarin vriendschappen zijn ontstaan die nu wat meer diepgang krijgen. Twee jaar waarin we verliefd zijn geworden op dit land. Maar ook twee jaar van frustratie over het uitblijven van resultaten in de vredesbesprekingen. Twee jaar waarin de zorgen over de situatie in de landen rondom Israël toe zijn genomen. Te zien hoe dichtbij Al Qaida is, is ronduit eng. En ja, ik weet het, Israël zal niet zo maar onder de voet gelopen worden. Daarvoor is het defensie systeem veel te sterk en de politieke druk te groot. Een enge gedachte is het wel en mijn hart gaat uit naar degenen die aan de andere kant van de grens wonen en die niet kunnen vertrouwen op een sterk leger. Hoe ironisch, dat de mensen die in het door Israël geannexeerde gebied wonen zo veel veiliger leven dan de mensen die in het Syrische deel van de Golan wonen en zich zo bedreigd weten. Een bittere realiteit.

Het Druzen stadje aan Syrische zijde. Geen leven op straat.

Het Druzen stadje aan Syrische zijde. Geen leven op straat.

De Kooltjes bij Massada, klaar voor de opera Tosca!

De Kooltjes bij Massada, klaar voor de opera Tosca!

.