De expat vakantie – of wat daarvoor moet doorgaan

Vraag de gemiddelde expat hoe zijn/haar vakantie in het paspoortland – waar dat ook mag zijn – eruit ziet en je bent al moe voor je gesprekspartner is aanbeland bij de terugreis naar het expat-land.

Het gemiddelde Nederlandse gezin brengt tijdens de schoolvakantie denk ik een week of twee à drie door op een vakantiebestemming. De rest van de – wat is het, 6 weken durende – vakantie logeren kinderen bij opa’s en oma’s, spelen ze op de BSO of gaan misschien op zeilkamp. Zo’n vakantie hebben wij nog nooit gehad. Want toen Thomas vier jaar was, verlieten wij Nederland. Dat is nu vijf jaar geleden. Je zou denken dat we inmiddels het ideale concept voor onze ‘expat-vakantie in Nederland’ wel gevonden hebben. Helaas. We maken nog steeds dezelfde inschattingsfouten waardoor we na een maand Nederland (en Frankrijk) tamelijk uitgeput terugkeren naar Israel.

Ons probleem: we willen te veel, kunnen niet kiezen. Dus doen we veel.

En genieten volop, daar niet van. Maar zelfs zonder te kiezen en met een overvol programma heb ik aan het eind van de vakantie het gevoel tekort te hebben geschoten. Er zijn namelijk altijd vriendinnen die ik had willen zien – maar niet gezien heb. De tijd met mijn ouders en mijn zusje is altijd te kort en hetzelfde geldt voor Arjens familie. En dan zwijg ik nog van de vele ooms en tantes en neven en nichten waarvan we velen in geen jaren gezien hebben.

Moeilijk ook voor hen, dat wij onze jaarlijkse kampeervakantie in La Douce France zo belangrijk vinden dat we die niet willen laten vallen. Dit jaar hebben we dat deel van de zomervakantie wel wat ingekort. Want naast al die leuke dingen – familie, vrienden, etentjes, borrels, zelfs twee verjaardagen die we dit jaar mee kunnen vieren – zijn er ook nog eens talloze regel dingen. En medische kwesties. Om maar wat te noemen:

Werk – deze zomer heeft Arjen een aantal belangrijke werkgerelateerde afspraken die hem al gauw twee volle dagen gaan kosten. Spannend, gaaf en leuk. Maar ook een logistieke uitdaging.

Medische kwesties: tandarts afspraken voor ieder, huisarts, KNO arts, audioloog en kinderchirurg (zeer waarschijnlijk inclusief een operatie voor onze Benjamin).

Ons huis in Voorburg moet bekeken worden, beslissingen moeten worden genomen over eventuele benodigde renovaties.

Zelf heb ik deze zomer een spannende afspraak over mijn boek in wording met twee inmiddels zeer gewaardeerde collega debutanten, de manuscript-begeleider en Editio, de organisatie die meedenkt bij het afronden van mijn boek en wat er daarna moet gebeuren. Gaaf. Spannend.

En…

De jongens willen naar de bioscoop, iets wat in Israel vrijwel onmogelijk is vanwege het taalprobleem. Er moeten nieuwe schoenen komen voor ieder, Albert Heijn moet leeg gekocht en ik MOET naar de sauna met mijn lieve zusje want in Israel doe ik zoiets niet. Warm zat.

Volgende week vliegen we dus naar Nederland met een ‘enigszins’ gevulde agenda. De huurauto is geregeld, een vakantiehuisje voor week één idem en campings voor twee weken eveneens. En we mogen een aantal dagen gebruik maken van het huis van vrienden in Den Haag – wat een heerlijkheid! Onze ouders weten wanneer we graag bij ze logeren of bij ze op bezoek komen en al die andere afspraken staan eveneens vast. We hebben er zin in, kijken ernaar uit.

Lekker even in Nederland zijn, waar verkeersregels regels zijn en niet vatbaar voor eigen interpretatie. Waar de Albert Heijn alles verkoopt waar we maar zin in hebben. En meer. Waar de prijzen schappelijk zijn. Waar iedereen onze taal spreekt. Waar het niet zo heet is, waar het af en toe lekker plenst en waait. Waar we kunnen knuffelen met onze ouders, met neefjes en nichtjes die veel te hard groeien. Waar ik de LINDA kan kopen in papieren versie. En kranten. Waar het water uit de kraan lekker is. En zo.

Het lijkt me duidelijk: ik ben toe aan een paar weken Nederland!

 

Advertenties

Bezoedeld vertrouwen. Een rot-ervaring in Jeruzalem

Ik wilde het niet doen. En wel. En niet en toch maar wel. Laat ik het maar doen, want het is te belangrijk en er wordt waarschijnlijk al te vaak over gezwegen. Ik ga schrijven over iets waarvan ik vrees dat ik er vervelende reacties op ga krijgen en dat het in het politieke wordt getrokken. Niet doen alsjeblieft.

Ik houd van Jeruzalem.

Heel veel.

En ik me er altijd veilig gevoeld. Ondanks de terreurdreiging, ondanks (of dankzij) de zwaar bewapende politieagenten en militairen op straat. Ondanks de vele incidenten die er plaatsvinden. In Jeruzalem voel ik iets. Iets speciaals. Een verbondenheid met het eeuwige. Een verbondenheid met God. Met andere religies. Met mijn gezin. Met mezelf. Jeruzalem heeft iets dat ik nog niet eerder heb ervaren in andere steden. Met mij zijn er velen die dat gevoel herkennen. En gelukkig weten bezoekers aan dit mooie land nog steeds de weg naar Jeruzalem te vinden. Ondanks de veiligheidsincidenten. Ondanks de spanningen.

Gisteren is er iets gebeurd waardoor Jeruzalem even iets van haar veiligheid heeft verloren voor mij.

Niet dat ik de stad nu zal mijden. Maar ik zal me minder vrij bewegen door de smalle straatjes en wat ik al helemaal niet meer zal doen, is in m’n eentje onderhandelen met een verkoper als ik iets wil kopen.

Gisteren heeft een verkoper me betast. Ik heb geen zin daar over uit te wijden. Het was onprettig. En dat is een understatement.

Het gebeurde in zijn winkel. Waar hij me probeerde te overtuigen van de kwaliteit van zijn pashmina’s. Ik heb een aardige verslaving aan pashmina’s en wilde een bijzondere kopen voor een lieve vriendin in Herzlyia. Zelf heb ik er al te veel. Hoewel. Nee. Ik heb er nooit te veel van. Niet echt. Nou ja, nu misschien wel.

De verkoper zou me het verschil uitleggen tussen namaak zooi en de real thing, de pashmina van een mix van zijde en cashmere. Niet van polyester.

Ik vertrouwde hem. Hij leek aardig. Oprecht. Totdat hij zijn handen niet bleek thuis te kunnen houden. Ik stond inmiddels helemaal achterin in zijn winkeltje in de soek, in de Muslim Quarter van de oude stad. Niet zichtbaar vanuit het straatje. Enkele winkeltjes verwijderd van Arjen en de jongens die cadeautjes voor familie en vrienden in Nederland was aan het afrekenen.

Degenen die mij langer kennen, weten dat een situatie als deze voor mij extra beangstigend is. Oud zeer en zo.

Maar ik bleef kalm, hield mijn verstand erbij en sprak de man – die aan het vasten was want het is Ramadan – aan op zijn eergevoel en respect voor vrouwen terwijl ik zijn winkel verliet. Hij bleef me naschreeuwen over die rot pashmina die hij me opeens voor een spotprijs probeerde aan te smeren.

De zwaar bewapende soldaten een eindje verderop keken me na. Ik voelde hun ogen in mijn rug terwijl ik nadacht over het wel of niet melden van het incident. Wel of niet uitspreken. Wel of niet delen. Ben ik dit zelf schuld? Hoe kon ik die man zijn winkel in volgen? Waarom had ik een zomerjurkje aan? Oh ja, het was 30 graden, maar toch. Was iets bedekters niet beter geweest?

Ik heb het niet gemeld bij de soldaten. Ik was bang. Bang voor een groter incident in een Jeruzalem vol spanningen tussen Israëliërs en Palestijnen. Bang ook voor wat het met de kinderen zou doen die nu al moesten zien hoe mama gejaagd zo snel mogelijk de soek uit wilde.

Even later, inmiddels buiten de stadsmuren, voegde Arjen zich bij ons, niet begrijpend wat er was gebeurd. Pas toen ik het hem vertelde sloeg de emotie toe. Duizelig en misselijk braken de tranen door, gezeten op een terras in Mamilla (een winkelgebied net buiten Yaffa Gate). Het was al snel over want Benjamin nam mijn paniek over en had zijn moeder nodig.

Er volgde nog een hele fijne avond, we zagen en hoorden de opera Rigoletto van Verdi bij Sultan’s Pool, net buiten de muren van de stad. Schitterend. Maar iets van de sfeer was verloren voor mij. Ik voelde me naïef, vies en dom.

Nu zijn we een nacht en een flink aantal uren verder en heb ik dat rot gevoel van me af geschud. Geen enkele vrouw vraagt erom ongewenst betast te worden. Of erger, verkracht. Het maakt niet uit waar ze is, hoe ze zich kleedt, hoe aardig ze doet tegen een man. Nee is nee. En mannen horen hun handen thuis te houden.

Deze keer kon ik wegkomen. De opkomende paniekaanval kreeg ik snel onder controle en ik ben absoluut oké. Ik ben sterker dan ik lang ben geweest, kan veel meer aan en kan dit een plek geven. Maar wat baal ik ervan dat me dit is overkomen op een plek die me zo dierbaar is. Een situatie die zo stereotype bevestigend is in een tijd waarin zoveel gezegd wordt over moslims en hun intenties.

Het kost even moeite maar ik moet het zeggen. Ik laat deze ervaring mijn blik op de wereld niet verpesten. Aanranders en verkrachters komen voor in alle landen en binnen alle religies. Maar in de oude stad van Jeruzalem zul je mij niet meer zo vrij zien rondlopen als ik altijd heb gedaan. Jammer.En dat is nog een understatement.

 

 

 

 

Over oude deuren en nieuwe deuren

Drie jaar geleden, op de dag af, sloten we een avontuur af. En begonnen we aan een nieuw hoofdstuk. Het Israel hoofdstuk wel te verstaan. Wanneer een deur sluit, opent een andere. Ik denk dat vrijwel iedereen zich vasthoudt aan die gedachte als er grote veranderingen op komst zijn. Maar op het moment dat die ene deur dichtgaat, weet je nog niet wat er achter de nog gesloten deuren op je wacht. Wij waren dan ook allevier verdrietig toen we op 7 juni 2013 Tanzania achter ons lieten. Israel lonkte, Tanzania zat echter onder onze huid.

Onlangs sprak ik een vriendin uit onze Tanzania tijd. Over mijn depressiviteit, over hoe ik in elkaar zit, waar ik aan werk. Zij herinnerde me eraan dat mijn mooie herinneringen aan Tanzania de moeilijke momenten lijken te hebben weggevaagd. Want ook daar wankelde ik af en toe. Had ik moeite met mijn nog nieuwe rol in het leven, zonder het “ik werk bij Heineken” credo achter mijn naam. Na een eerste ongemakkelijk gevoel – nooit fijn, geconfronteerd worden met minder leuke herinneringen – moest ik haar gelijk geven. Typisch hoe het menselijk brein werkt, hoe uiteindelijk de mooie avonden aan zee en de spannende safari’s je herinneringen domineren terwijl de moeilijke momenten, de frustraties, verbleken en vervagen tot ze er nooit lijken te zijn geweest.

Dat gesprek met die oude vriendin, het was misschien even wat ongemakkelijk, zelfs pijnlijk. Maar zo heilzaam en nuttig. Natuurlijk nam ik haar feedback mee naar mijn volgende online gesprek met mijn psycholoog. Tijdens dat gesprek en de daaropvolgende, pelden we langzaam lagen af uit mijn verleden, de moeilijke momenten analyserend, de fijne momenten evaluerend. Wat mijn grootste worsteling is geweest sinds het verlaten van Nederland, is het verlies van identiteit. Die “ik werk bij Heineken” gedachte. Ik was niet alleen Ceciel, moeder van Thomas en Benjamin, vrouw van Arjen. Ik was ook professional, ik ontwikkelde me, ik deed werk dat er toe deed binnen de kaders die ik van kinds af aan kende. Geld, aanzien en respect verdienen door je werk bij een bekend Nederlands bedrijf. Een leven als thuismoeder was iets waar ik me in die periode helemaal, maar dan ook echt helemaal niets bij kon voorstellen. En hoewel ik het nooit zo zou hebben gezegd in die tijd, denk ik dat ik het diep  van binnen afkeurde als andere moeders met bul op zak hun carrière aan de wilgen hingen.

Dat dus. Dat was mijn worsteling. Toe te moeten geven dat ik nu ook één van die moeders was. Met bul, zonder carrière. En hoe dat onderstreept werd als ik op een receptie stond en de zoveelste gesprekspartner me vroeg: ‘So tell me, what does your husband do?’

Toen ik moest onderkennen dat het echt niet goed met me ging, was mijn vervolggedachte een voor mij erg logische: ik moet gewoon weer een baan, een carrière. En: we moeten terug naar Nederland. Zodat alles weer normaal wordt en ik weer mezelf kan zijn.

Mezelf zijn? Is Ceciel dan niet zichzelf als ze geen geld verdient? Werkelijk? Is dat het enige dat ik waardevol vind aan mezelf? Daar was werk aan de winkel, constateerde mijn psycholoog tevreden.

Deze week heb ik het deel van mijn therapie dat puur over het overwinnen van de depressiviteit gaat, afgesloten. Een training Mindfulness is de logische laatste stap op mijn pad naar, uh, helemaal mezelf zijn? Misschien, zoiets. Ik ben al een heel eind gekomen kan ik met trots en blijdschap zeggen. Ik heb veel ontdekt in de afgelopen maanden. Heel simpele dingen zoals wandelen brengt mijn geest tot rust (maar ik raak niet meer in een vrije val als het wandelen er even niet van komt). En schrijven, dát vind ik pas leuk (en kan ik best goed!). Moeder worden en moeder zijn is het mooiste dat me in mijn leven is overkomen (Arjen ontmoeten staat met stip op nummer twee, ik wil mijn geliefde niet tekort doen!). Wat ben ik dankbaar dat ik er voor de jongens kan zijn als ze uit school komen met verhalen en met huiswerk. Dat ik speelafspraken voor ze kan regelen na school, hun vriendjes ken en de moeders van die vriendjes. Dat ik tijd heb om betrokken te zijn bij school, fantastisch fijn. En mijn bestuurswerk blijkt minstens zo uitdagend, zowel inhoudelijk als procesmatig, als dat werk bij good old Heineken. Nee, ik word er niet voor betaald. Maar de impact die mijn werk heeft op het beleid en het functioneren van de school is zichtbaar na twee jaar bikkelen.

Dus misschien gaat die Mindfulness me niet naar mezelf terugbrengen. Misschien ben ik al bij mezelf terug. Hopelijk gaat het me helpen nog net iets beter om te leren gaan met spanningen en onzekerheid. Want die zullen er het komend jaar volop zijn. Dat we drie jaar geleden Tanzania verlieten, betekent namelijk ook dat we aan ons laatste jaar in Israel beginnen. Ons overplaatsingsjaar is aangebroken en we zullen zien waar onze container vol hebben en houden naartoe zal varen. De overplaatsingssystematiek van het Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt gekenmerkt door aardig wat dynamiek. Hoewel onze plaatsing hier uiterlijk over een jaar eindigt, is het mogelijk dat we voor die tijd al verhuizen. Onzekerheid is dus troef en hé, laat het nou net mijn uitdaging zijn daar beter mee te leren omgaan. Dus kom maar op met die Mindfulness training! Ik kan ‘m wel gebruiken!

 

“Nothing happens until you move”

12800304_476340945887839_3090986439364070723_n

Op een dag werd ik wakker en realiseerde me dat ik zin had in de dag die voor me lag.

Vanzelfsprekend? Ik hoop voor velen! Voor mij was het dat lange tijd niet. Ondanks die geweldige man waarnaast ik wakker werd en ondanks mijn lieve schatten die naast ons bed stonden, vol verwachting voor de dag die voor hen lag. Er was een moment waarop ik dacht dat het nooit meer echt beter zou worden, dat de zon die buiten zo uitbundig scheen, mijn hart niet meer zou kunnen bereiken zoals dat eerder het geval was.

Gelukkig heb ik ervoor gekozen in beweging te komen. Letterlijk en figuurlijk. Hoe wonderlijk is het de bijzondere verbinding tussen lichaam en geest te ervaren. Want dat die verbinding er is en dat de wisselwerking tussen beide krachtig is, heb ik in de afgelopen weken en maanden heel bewust gevoeld. Terwijl ik met negatieve gedachten vocht – of eigenlijk ze de ruimte gaf er te zijn – was ik moe. Zo afschuwelijk moe. Daar kon geen slaap tegenop. Slaap die bovendien niet helemaal lekker liep, om het maar zo te zeggen. Ik werd te vroeg wakker, piekerde wat af in bed. Maar zelfs na een goede nachtrust was ik moe. Pas nu ik niet meer moe ben en zelfs een minder goede nacht me niet direct vloert, realiseer ik me dat die moeheid voortkwam uit de zichzelf herhalende negatieve gedachten en het gevoel van eenzaamheid waarmee ik worstelde. Dat dit alles zichzelf in stand hield bovendien door, noch letterlijk, noch figuurlijk te bewegen.

Hoewel ik er nog niet ben, kan ik zeggen dat ik een heel eind ben opgeschoten vanaf dat moment dat ik besloot in beweging te komen. De gesprekken met een geweldige psycholoog vormden aanleiding tot de nodige zelfreflectie en nieuwe inzichten in wie ik ben, wat me drijft en wat mijn energie vreet. Gesprekken met Arjen die daarop volgden, maakten alles nog veel inzichtelijker. Hoe verbindend dat werkt, het is ongelooflijk. Een innerlijk proces, gedeeld met een paar dierbaren, het was en is een stevige wandeling door mijn hoofd en door mijn hart, met de nodige valkuilen waar ik zo af en toe keihard in donder. Maar het lukt steeds beter er weer uit te klimmen zonder uren of dagen te blijven hangen in nare gedachtes over mezelf en de wereld om me heen.

Maar wat echt enorm heeft geholpen, is het letterlijk in beweging komen. Voor iemand als ik die helaas niet veel met sport heeft, is dat niet gemakkelijk. Maar dat bewegen gezond is, voor lichaam en geest, dat wist ik wel. Nou ja, diep van binnen dan, het was een beetje weggezakt. Maar ik ben gaan bewegen. Wandelend wel te verstaan. Wandelend langs de zee, met vriendinnen maar vaak alleen. Terwijl ik door het zand ploegde, wandelde ik door herinneringen en gevoelens en zo heb ik inmiddels een heel eind afgelegd.

De wind in mijn haren, schelpen oprapend in de vloedlijn, af en toe natte voeten krijgend van onverwachts verreikende golven, het werkt. Het werkt echt.

Nu sta ik voor een nieuwe uitdaging. Ik wil en moet blíjven bewegen, mijn vrijwel dagelijkse strandwandelingen blijven maken. Maar wat merk ik? Nu ik beter in mijn vel zit, loopt mijn agenda weer vol. Dagelijkse meetings op school,  het afronden van het nieuwe bestuursbeleid – inclusief waanzinnig professionele website voor ouders en school staf – het werven van nieuwe bestuursleden, het schrijven van mijn boek, het loopt weer allemaal. En ik, ik vergeet te lopen.

Dus zeg ik vandaag weer tegen mezelf: nothing happens until you move! 

Wie loopt er mee?

 

 

Wat een steun! Dank!

Barstende hoofdpijn had ik. Alsof mijn hersenen mijn schedel wilden verlaten. Ik denk dat ik wel een uur naar het scherm zat te kijken na het publiceren van mijn vorige blog. Depressief zijn, er rust nog steeds een taboe op. Bij mij dus ook want ik heb nog urenlang overwogen de blog te verwijderen, de linkjes op Facebook weg te halen. Wat als een toekomstig werkgever of opdrachtgever dit over me leest? Wat als mensen het niet begrijpen? Me een slappeling vinden? Of niet begrijpen dat ik dit zo nodig aan de grote klok moet hangen? Wat als? Als maar niet …

Maar toen kwamen de reacties binnenstromen. Reacties van herkenning, vragen over hoe en waar ik hulp had gevonden. Suggesties van methoden die ik zou kunnen uitproberen om me beter te voelen. Meditatie (dank Paul!), Mindfulness, wandelen met Jawbone als externe motivator. Wat fijn, al die mensen die meedenken en meeleven. Ik zie ook dat mijn blog anderen heeft geholpen bij het nadenken over hoe met die nare gevoelens van eenzaamheid en leegte om te gaan. Vaak helpt het te weten dat je niet alleen staat met die gevoelens. Dat het helemaal niet raar is. En dat er oplossingen zijn te vinden in de wereld om je heen en op het worldwide web. Hoe ontluisterend dat er zoveel andere expat partners zijn die worstelen met hun nieuwe rol in het leven in het buitenland. Die worstelen met de cultuur waar hun partner in is opgegroeid en waar zij nu ook in leven. Maar ook vriendinnen in Nederland die het zwaar hebben door de uitdagingen van alledag, het combineren van werk met zorg.

Een paar reacties die ik per mail ontving na mijn blog, bevestigden overigens ook dat er nog steeds een taboe heerst op het onderwerp depressiviteit. Van één mail werd ik zo verdrietig dat ik ‘m direct heb gedelete en heb besloten er niet op te reageren. Laat maar zitten. Als iemand echt meent me aan te moeten spreken op het feit dat ik ‘niet dankbaar’ ben voor onze welvaart, voor onze gezonde en happy kinderen, voor mijn geweldige partner, dan heeft die persoon echt niet begrepen wie ik ben en hoeveel moeite het me heeft gekost onder ogen te zien dat het niet goed met me gaat. Ook het uitblijven van reacties van bepaalde mensen was veelzeggend.

Maar… Ik ben zo ontzettend opgelucht dat ik niet langer het gevoel heb alleen de mooie kant van mijn leven in Israel aan de buitenwereld te moeten laten zien. Dat ik kwetsbaar mag zijn. Want in die kwetsbaarheid blijkt een enorme kans te liggen. Een kans vooral om mezelf beter te leren kennen, te begrijpen wat het precies is dat me drijft, wat ik mis, wat ik nodig heb en misschien nog wel het meest van alles wat ik moet leren om steviger in mijn schoenen te staan. Eelt op mijn ziel te krijgen, zoals mijn psycholoog het noemde. En weer met liefde en trots naar mezelf te leren kijken, zorgen van me af te laten glijden.

De grote uitdaging is nu de lichtpuntjes te zien en te benoemen. Klinkt zo voor de hand liggend, logisch etc etc. Dat je het glas als halfvol kunt beschouwen en niet als half leeg. Helaas is dat  niet altijd gemakkelijk als je depressief bent. Maar het is precies wat ik nu probeer te doen. De positieve momenten benoemen en beschrijven. En hier is een hele fijne! Wat was ik trots toen mijn manuscriptbegeleider na lezing van de synopsis van mijn boek en het eerste deel ervan, zich direct meegenomen voelde naar Tanzania, naar het leven van een expat-partner. Precies wat ik beoog met mijn boek in wording. En ondanks mijn huidige state of mind waarin veel niet lukt, lukt dat me dus wel. Schrijven. Schrijven aan mijn boek, schrijven over hoe ik me voel. En dat is een dikke plus waar ik blij mee ben. En ja, het lukt me ook om te genieten van ons gezin.

Het komt dus wel goed met mij…

Last but not least… Heel veel dank aan allen die hun steun hebben betuigd na het lezen van mijn blog. Jullie hebben geen idee hoeveel kracht dat heeft gegeven. En voor mijn vriendinnen hier in Israel die deze blog met Google Translate lezen: Thank you! You are wonderful and dedicated friends!

En het komt goed. One step at a time.

Depressief. In den vreemde

8% van de Nederlanders van twaalf jaar en ouder was depressief in 2014 en vrouwen zijn vaker depressief dan mannen. Dat las ik vandaag op NU.NL. Ook andere Nederlandse nieuwssites berichten over depressiviteit en vandaag vindt in Amsterdam het eerste heuse Depressiegala plaats want: “Het taboe op psychische klachten en dus ook op depressie is nog altijd enorm groot. Hierdoor hebben mensen twee grote problemen: de depressie en het feit dat het moeilijk is om er voor uit te komen, waardoor ze zich onbegrepen en eenzaam voelen.”

Laat ik een bijdrage leveren aan het doorbreken van dat taboe. Ik ben depressief. Ja. Ook expat vrouwen worden depressief. En ook hier is het een taboe.

Want: life is amaaaaazing en how great to see you, you look so pretty today!

De ellende is dat in expat-land, vriendschappen vaak wat oppervlakkig blijven. Geen wonder dat het na het weekend blijft bij het uitwisselen van complimentjes over nieuwe jurkjes en goed aangebrachte make-up (nee, ik maak geen grapje). Het meest persoonlijke dat nogal eens wordt besproken is dat men uitgeput is na het zoveelste bezoek van familie of vrienden van thuis en dat men toe is aan een bezoek aan thuisland x, y of z. Een enkeling waagt het zich kwetsbaar op te stellen over de ontwikkeling van de kinderen, maar dan heb je het wel gehad.

Ik hoop dat dat in Nederland anders is. We zijn echter al een tijd weg en ik merk dat het niet meer zo gemakkelijk is om aan vriendinnen uit mijn pré-expat-bestaan te vertellen dat het even niet zo lekker loopt hier. Daarbij, van een afstand lijkt mijn leven misschien wel super relaxed, easy-peasy-lemonsqueezie en zo. Mooi huis, meestal zon, een prachtig strand als achtertuin, voldoende inkomen om leuke vakanties te vieren en weekendjes weg te gaan en ik ‘hoef’ niet te werken, sterker nog, ik heb geen baan en verdrink in een zee van vrije tijd (mensen die me echt kennen weten dat dat laatste niet echt bijdraagt aan mijn levensgeluk).

En dat klopt. Mijn, ons, leven is zo slecht nog niet.

Het klopt allemaal.

Maar….

Maar toch ben ik depressief. Ik ben vaak verdrietig, ik voel me vaak alleen. Ik vind het moeilijk mezelf in beweging te krijgen. Vooral op maandag, na een fijn weekend met Arjen en de jongens. Dan strekt de leegte zich voor me uit.

Oké. Ik ben depressief en dat wil ik niet zijn. Wie wil dat wel? Maar, hoe kom je er vanaf? Mijn huisarts hier was tamelijk rechtdoorzee: aan de antidepressiva. Praten? Psycholoog? Mwah. Nee. Hij zag dat niet zitten. Sowieso, de meeste psychologen hier zijn volgens hem gericht op Holocaust gerelateerde psychische problemen en angststoornissen als gevolg van het conflict. Bovendien, praten over gevoelens in het Engels? Dat is toch anders dan een professionele discussie voeren of kletsen met een vriendin. Dat ging ‘m niet worden. Antidepressiva nemen zonder me daar goed in te hebben verdiept, zag ik ook niet zitten.

Good old Google en mijn online vriendinnengroep all around the world brachten uitkomst. Wat blijkt? Nederland loopt voorop in de ontwikkeling van e-therapy. Na wat informatie te hebben opgevraagd hier en daar en een oriënterend gesprek, vond ik een goede Nederlandse psycholoog die zelf als expat-partner in den vreemde vertoeft. Al snel tijdens het eerste gesprek, verdween het aanvankelijk ongemakkelijke gevoel van het Skypend praten over lief en -voornamelijk – leed. Voor ik het wist vertelde ik met tranen in mijn ogen over de gevoelens van eenzaamheid die me vaak bekruipen, over mijn schuldgevoelens als ik een dag niets heb uitgevoerd terwijl er zoveel werk op me wacht.

Inmiddels is er een diagnose gesteld. Heel erg is het niet met me gesteld, ik blijk nog aardig goed over mezelf te kunnen nadenken, weet wat ik moet doen om mezelf in beweging te brengen. Ik weet nog een zekere structuur aan te brengen in mijn dagen en tegen de tijd dat de diagnose gesteld was, had ik al volop afspraken met vriendinnen gemaakt voor lange strandwandelingen en kopjes thee en had ik alweer een paar hoofdstukken van mijn boek op papier.

Het diepste punt heb ik dus achter me gelaten en door gesprekken te voeren met de psycholoog en door schrijfopdrachten uit te voeren in een online behandelomgeving, krijg ik meer zicht op mijn zelfbeeld, de lat die ik consequent te hoog leg en hoe ik beter mijn grenzen kan herkennen, bewaken en communiceren. Daar blijk ik nogal slecht in te zijn waardoor ik veel te gemakkelijk in de rol van helper stap, dingen op me nemend waar ik eigenlijk vooral energie op verlies in plaats dat ik er energie van krijg.

Herkenbaar? Voor velen ongetwijfeld, althans in zekere mate. Ik heb in ieder geval mogen ervaren dat door mijn huidige gevoelens te delen met vriendinnen hier in Israel, ik erachter ben gekomen dat ik niet de enige ben. Bij lange na niet. Wat me schokte, was dat vriendinnen waarvan ik dacht dat we een aardig persoonlijk contact hadden dat absoluut dieper ging dan de Amaaaazing uitspraken, worstelen met gelijksoortige problemen. Met één verschil. Zij hebben geen hulp gevonden in Israel en modderen door met of zonder antidepressiva, extra glazen wijn, dozen bonbons, dagelijks een uur hardlopen of andere middelen die de zielenpijn – al dan niet tijdelijk – verzachten.

Ik heb weer wat meer vertrouwen in de toekomst en ik voel me – juist door het delen van mijn gevoelens – weer meer en beter verbonden met een aantal fijne mensen hier. En niet in de laatste plaats met mijn geliefde man, die me door en door kent en naast me is komen staan om dit samen het hoofd te bieden.

Voor degenen die in stilte lijden onder depressieve gevoelens: deel je gevoelens met anderen en zoek hulp. Het heeft zin. Echt.

 

 

 

 

 

 

Leven in een vreemde realiteit

Wat hebben we het weer heerlijk gehad tijdens het bezoek van mijn ouders aan ons. Hun vijfde bezoek aan Israël al sinds we hier zijn komen wonen. Tien dagen lang konden de jongens opa-en-oma-liefde bijtanken en mijn ouders genoten optimaal van hun kleinkinderen. Gezellig samen eten, een uitstapje naar Yaffo, een ochtend in Zichron Ya’acov, naar de kerk in Jeruzalem en een bezoek aan een prachtig natuurgebied met de meest indrukwekkende grotten. Samen met de LEGO kunstwerken bouwen, helpen bij het huiswerk maken, als ik mijn ouders zo met Thomas en Benjamin zie, voel ik me schuldig. Dat onze kinderen dat heerlijke contact met hun opa’s en oma’s moeten missen een groot deel van het jaar en dat diezelfde opa’s en oma’s hun kleinkinderen zo weinig zien. Daar staat tegenover dat de momenten die we samen hebben, enorm intens zijn. Alsof we dan allemaal inhalen wat we in de weken en maanden ervoor hebben moeten missen.

Voor hun vertrek naar Israël, vroegen mensen uit de omgeving van mijn ouders hen of het wel verstandig was om nu naar Israël te gaan.  Niet veilig, toch? Voor je het weet word je neergestoken. Of er worden stenen naar je auto gegooid. Mijn ouders zijn gelukkig kritische nieuwsvolgers en vertrouwen volledig op onze inschatting ten aanzien van wat veilig is en wat niet. We werden tijdens hun bezoek wel geconfronteerd met een terroristische aanslag in een synagoge dichtbij Yaffo waar wij op dat moment aan het genieten waren van de mooie plekjes daar. Dat was best even heftig en schrikken, vooral omdat de routeplanner die ik gebruikte op de weg naar huis, ons regelrecht naar de plek des onheils stuurde waardoor we getuige waren van de chaos en de enorme hoeveelheid aan politieauto’s en ambulances ter plaatse.

Het is vreemd. Hoewel zoiets op dat moment enorm veel indruk maakt en mijn hart even hoog in mijn keel klopte, het zakt ook snel weer weg, dat gevoel van dreiging. Niet alleen bij mij, maar ook bij mijn ouders. Mijn vader bleef heel rustig toen we vastzaten in het verkeer omringd door een kakofonie van sirenes. Met mijn telefoon (routeplanner) in zijn hand, dirigeerde hij me heel rustig uit de drukte weg, richting een route langs de zee, ver van de ellende vandaan. Thuis zag ik dat ik allerlei lieve berichtjes had gekregen van vriendinnen met de vraag of we veilig waren. Met de snelle informatievoorziening in Israël, weet iedereen zo ongeveer in realtime wat waar gebeurt.

En dat is goed, maar soms ook onrustig. Gisteravond was er bijvoorbeeld een raketaanval vanuit Gaza op het zuiden van het land. Wij wonen relatief noordelijk, raketten uit Gaza zijn niet primair op dit gebied gericht. Dat gebeurt eigenlijk alleen in een escalerende oorlogssituatie. Maar door de sms-jes die prompt verstuurd worden en de push berichten van de Haaretz (de krant die we lezen), zijn we er toch direct van op de hoogte. Je raakt eraan gewend. Is dat niet vreemd?

Er is wel een filter op die nieuwsfeeds. Dat realiseer ik me als ik praat met de vrouw van Arjens collega die in Ramallah werkt. Zij wonen in Jeruzalem en de incidenten die daar vrijwel dagelijks plaatsvinden, daar weet ik nog niet de helft van. Pittig. Ik kan me nauwelijks een voorstelling maken van hoe het is om in die spanning te leven. Zelfs voor expats daar is die spanning er. Zien hoe soldaten hun hand op hun wapen leggen bij het zien van iemand die ze er suspect uit vinden zien. Akelig. Zelfs als het moment voorbij gaat zonder incident, is dat bedreigend.

En toch gaan we allemaal door met ons leven en voelen we ons eigenlijk gewoon veilig. Hier waar wij wonen, in de expat bubble Herzlyia Pituach, is weinig tot niets te merken van spanningen. Alleen ’s ochtends bij de schoolbus zijn veranderingen merkbaar in tijden waarin de ene aanslag op de andere volgt. Bewakers controleren de schoolbus voordat de kinderen erin mogen en de bus wordt gevolgd tot hij de snelweg op draait. En de bodyguards van dat ene rijke gezin, zijn iets zichtbaarder aanwezig dan anders.

Door de manier waarop Israël in het nieuws komt, ligt het toerisme zo goed als op z’n gat. Hoe verdrietig! Hotels met lege kamers, lege terrassen en verlaten restaurants bij toeristische trekpleisters, vrijwel verlaten straatjes in de oude stad van Jeruzalem waar veel winkeltjes hun deuren nog maar beperkt openen. Ons favoriete hostel in de Golan zou de deuren sluiten gedurende de wintermaanden. Vrijwel geen gasten, de kosten om het hostel open te houden werden te hoog. Uiteindelijk hebben ze besloten de boel draaiend te houden, maar dat kan alleen als de eigenaren hun intrek nemen in een paar gastenkamers en hun reguliere huisvesting verlaten.  Triest.

Komende vrijdag hopen we een bezoek te brengen aan Nazareth met goede vrienden. De kinderen hebben maar een paar uur school op deze laatste schooldag voor de wintervakantie. Graag willen we een echte kerstboom zien en kerstsfeer proeven, met Joodse vrienden die zelf geen Kerst vieren maar het leuk vinden dit met ons te beleven. Ik heb het gevoel dat het weer kan en ik weet dat de ondernemers in Nazareth ernstig verlegen zitten om klanten en gezelligheid.

Met dit alles in gedachten is het werkelijk geweldig dat we een paar weken geleden werden verrast met een telefoontje uit Nederland. Wat zouden jullie ervan vinden als we in de Kerstvakantie naar jullie toe komen? Wat we daarvan zouden vinden? Het gejuich van de jongens sprak boekdelen. We zien er dus enorm naar uit onze vrienden (met drie kinderen dus dat wordt een heerlijke dolle boel!) zaterdag op te halen op het vliegveld. En dan te bedenken dat dit gloednieuwe vrienden zijn! Een vreselijk leuk en gezellig gezin dat we afgelopen zomer hebben leren kennen aan het Lac du Sautet in Corps.

We hebben er zin in! Onze eerste Kerstmis in Israël. We zullen onze familie en vrienden in Nederland missen, maar zullen er ook van genieten de geboorte van Jezus te vieren in het land waar Hij geboren werd en stierf.

Merry Christmas!