Bezoedeld vertrouwen. Een rot-ervaring in Jeruzalem

Ik wilde het niet doen. En wel. En niet en toch maar wel. Laat ik het maar doen, want het is te belangrijk en er wordt waarschijnlijk al te vaak over gezwegen. Ik ga schrijven over iets waarvan ik vrees dat ik er vervelende reacties op ga krijgen en dat het in het politieke wordt getrokken. Niet doen alsjeblieft.

Ik houd van Jeruzalem.

Heel veel.

En ik me er altijd veilig gevoeld. Ondanks de terreurdreiging, ondanks (of dankzij) de zwaar bewapende politieagenten en militairen op straat. Ondanks de vele incidenten die er plaatsvinden. In Jeruzalem voel ik iets. Iets speciaals. Een verbondenheid met het eeuwige. Een verbondenheid met God. Met andere religies. Met mijn gezin. Met mezelf. Jeruzalem heeft iets dat ik nog niet eerder heb ervaren in andere steden. Met mij zijn er velen die dat gevoel herkennen. En gelukkig weten bezoekers aan dit mooie land nog steeds de weg naar Jeruzalem te vinden. Ondanks de veiligheidsincidenten. Ondanks de spanningen.

Gisteren is er iets gebeurd waardoor Jeruzalem even iets van haar veiligheid heeft verloren voor mij.

Niet dat ik de stad nu zal mijden. Maar ik zal me minder vrij bewegen door de smalle straatjes en wat ik al helemaal niet meer zal doen, is in m’n eentje onderhandelen met een verkoper als ik iets wil kopen.

Gisteren heeft een verkoper me betast. Ik heb geen zin daar over uit te wijden. Het was onprettig. En dat is een understatement.

Het gebeurde in zijn winkel. Waar hij me probeerde te overtuigen van de kwaliteit van zijn pashmina’s. Ik heb een aardige verslaving aan pashmina’s en wilde een bijzondere kopen voor een lieve vriendin in Herzlyia. Zelf heb ik er al te veel. Hoewel. Nee. Ik heb er nooit te veel van. Niet echt. Nou ja, nu misschien wel.

De verkoper zou me het verschil uitleggen tussen namaak zooi en de real thing, de pashmina van een mix van zijde en cashmere. Niet van polyester.

Ik vertrouwde hem. Hij leek aardig. Oprecht. Totdat hij zijn handen niet bleek thuis te kunnen houden. Ik stond inmiddels helemaal achterin in zijn winkeltje in de soek, in de Muslim Quarter van de oude stad. Niet zichtbaar vanuit het straatje. Enkele winkeltjes verwijderd van Arjen en de jongens die cadeautjes voor familie en vrienden in Nederland was aan het afrekenen.

Degenen die mij langer kennen, weten dat een situatie als deze voor mij extra beangstigend is. Oud zeer en zo.

Maar ik bleef kalm, hield mijn verstand erbij en sprak de man – die aan het vasten was want het is Ramadan – aan op zijn eergevoel en respect voor vrouwen terwijl ik zijn winkel verliet. Hij bleef me naschreeuwen over die rot pashmina die hij me opeens voor een spotprijs probeerde aan te smeren.

De zwaar bewapende soldaten een eindje verderop keken me na. Ik voelde hun ogen in mijn rug terwijl ik nadacht over het wel of niet melden van het incident. Wel of niet uitspreken. Wel of niet delen. Ben ik dit zelf schuld? Hoe kon ik die man zijn winkel in volgen? Waarom had ik een zomerjurkje aan? Oh ja, het was 30 graden, maar toch. Was iets bedekters niet beter geweest?

Ik heb het niet gemeld bij de soldaten. Ik was bang. Bang voor een groter incident in een Jeruzalem vol spanningen tussen Israëliërs en Palestijnen. Bang ook voor wat het met de kinderen zou doen die nu al moesten zien hoe mama gejaagd zo snel mogelijk de soek uit wilde.

Even later, inmiddels buiten de stadsmuren, voegde Arjen zich bij ons, niet begrijpend wat er was gebeurd. Pas toen ik het hem vertelde sloeg de emotie toe. Duizelig en misselijk braken de tranen door, gezeten op een terras in Mamilla (een winkelgebied net buiten Yaffa Gate). Het was al snel over want Benjamin nam mijn paniek over en had zijn moeder nodig.

Er volgde nog een hele fijne avond, we zagen en hoorden de opera Rigoletto van Verdi bij Sultan’s Pool, net buiten de muren van de stad. Schitterend. Maar iets van de sfeer was verloren voor mij. Ik voelde me naïef, vies en dom.

Nu zijn we een nacht en een flink aantal uren verder en heb ik dat rot gevoel van me af geschud. Geen enkele vrouw vraagt erom ongewenst betast te worden. Of erger, verkracht. Het maakt niet uit waar ze is, hoe ze zich kleedt, hoe aardig ze doet tegen een man. Nee is nee. En mannen horen hun handen thuis te houden.

Deze keer kon ik wegkomen. De opkomende paniekaanval kreeg ik snel onder controle en ik ben absoluut oké. Ik ben sterker dan ik lang ben geweest, kan veel meer aan en kan dit een plek geven. Maar wat baal ik ervan dat me dit is overkomen op een plek die me zo dierbaar is. Een situatie die zo stereotype bevestigend is in een tijd waarin zoveel gezegd wordt over moslims en hun intenties.

Het kost even moeite maar ik moet het zeggen. Ik laat deze ervaring mijn blik op de wereld niet verpesten. Aanranders en verkrachters komen voor in alle landen en binnen alle religies. Maar in de oude stad van Jeruzalem zul je mij niet meer zo vrij zien rondlopen als ik altijd heb gedaan. Jammer.En dat is nog een understatement.

 

 

 

 

Advertenties

Mijn eerste luchtalarm

In een parkeergarage, schuilen voor een raket

In een parkeergarage, schuilen voor een raket

Het is dan toch gebeurd, ik heb mijn eerste luchtalarm meegemaakt. Ofwel red alert. Datzelfde geldt voor Arjen en voor de jongens. Het bleek uiteindelijk om een vals alarm te gaan. Ik vond het niet leuk. En dat is echt the understatement of the year.

Vanochtend vroeg las ik dat bronnen van Palestijnse zijde voorspellen dat er binnen enkele uren een staakt het vuren zou zijn. Onderweg naar de bushalte had ik het daar met de jongens over. Thomas had namelijk iets opgevangen en wilde weten wat er vanmorgen op het nieuws was. Dit leek me wel iets om met ze te delen en we praatten met elkaar over hoe je, ook als je ruzie hebt met elkaar, kunt afspreken een time out te nemen om na te denken en dat het daarna gemakkelijker is om het goed te maken met elkaar.

Nadat de schoolbus was vertrokken, ging ik met vriendin D koffie drinken bij Yenkele, het koffietentje direct bij de halte van de schoolbus. D en ik zijn beiden voorzitter van een groot event op school en ze zit in de policy committee waarvan ik als bestuurslid voorzitter ben. We were talking shop, zoals men dat hier noemt. Gezellig en nuttig. Tot het alarm afging. Een alarm dat ik eerlijk gezegd helemaal niet meer verwacht had. Er zou toch bijna een staakt het vuren zijn? Mijn hart schoot in mijn keel en mijn maag draaide zich om. Ik kon alleen aan de jongens denken, waar zij waren en of daar ook luchtalarm was. Of de bus al in Even Yehuda was (het was kwart over acht zag ik later, dus school was gelukkig al begonnen) of dat ze misschien nog op de snelweg waren. Ik had geen notie van tijd en ik had echt geen idee waar ik naartoe moest. Om ons heen zag ik ook alleen maar “kippen zonder kop”. Niemand leek te weten waar we konden schuilen. Vriendin D had ook geen idee.

Aanvankelijk wilden we Yenkele in rennen, het tentje waar we koffie zaten te drinken. Daar werden we echter direct weer naar buiten gestuurd, ze hadden geen veilige plek. Dan maar naar het naast gelegen autoverhuur bedrijf. Waar we ook werden weggestuurd. Het was enorm chaotisch. Totdat de manager van Yenkele het voortouw nam en ons de hoek om dirigeerde, de straat in waar zich ook de residentie van de Nederlandse ambassadeur bevindt. We renden achter elkaar aan een ondergrondse parkeergarage in die me werkelijk nog nooit eerder was opgevallen. Een privé garage, de poort was gesloten. Precies op het moment dat ik bedacht dat dit verre van veilig was, gingen de hekken open: de manager van Yenkele bleek de afstandsbediening bij zich te hebben.

Zo stonden we even later met een stuk of tien mensen te schuilen in een ondergrondse parkeergarage. Terwijl de hekken langzaam dicht gingen, kwam vriendin L – één van mijn dierbaarste vriendinnen hier – naar binnen rennen. Ze was op het moment dat het alarm afging aan het hardlopen en was op zoek naar een schuilplek. We vielen elkaar om de hals, zo fijn om ons eerste luchtalarm met elkaar mee te maken. En niet alleen thuis te zijn. Of, zoals Arjen, met de fiets ergens tussen Herzlyia en Ramat Gan (waar de ambassade gehuisvest is) onder een boom te moeten schuilen.

Na tien minuten konden we de schuilkelder verlaten. Buiten zagen we allemaal mensen naar de lucht turen. Er was niets te zien. We hadden ook geen explosie gehoord. Even later regende het weer sms-jes van allerlei alert-apps: het was een vals alarm. Dat was op zichzelf wel een opluchting, maar het deed niets af aan de gevoelens van mij en mijn vriendinnen. We vonden het eerlijk gezegd echt verschrikkelijk om mee te maken. Het maakt je er weer even enorm van bewust dat we toch echt in een land in oorlog wonen. Ja, we zijn hier super veilig, dat geloof ik nog steeds. We hebben maar liefst 90 seconden respons tijd op het moment dat het alarm afgaat en dat is best lang. Maar toch.

Zojuist kreeg ik bericht van vriendin P die met manlief in de eigen schuilkelder een kopje koffie dronk, dat er ook op school luchtalarm was. Onze kinderen hebben dit dus ook meegemaakt. Het allerliefst zou ik nu in de auto springen en naar school rijden om te zien hoe het met ze gaat. Maar dat kan dus niet. Dat mag niet – beleid  van de school. Ik baal. Ik baal enorm.

Leven in een vreemde realiteit

foto

Aan de lange tafel in onze eetkeuken zitten 8 dames en een heer. We hebben onze eerste vergadering over de te organiseren International Day op school. Ik ben voorzitter. Overigens kom ik nauwelijks aan het woord want de President van de PTA (Parent Teacher Association) is er ook en zij informeert mij en mijn team over de randvoorwaarden waar het evenement aan moet voldoen.

Nu vindt International Day pas midden mei 2015 plaats, we hebben dus nog even. Hopelijk is het tegen die tijd weer echt rustig en veilig in Israël en Gaza. Maar op dit moment bevinden de inwoners van Gaza en Israël zich duidelijk in een onzekere situatie als het gaat om hun veiligheid. Als voorzitter van het organiserend comité voor International Day, moet ik daar rekening mee houden. Dat betekent dat er een emergency plan moet zijn. Wat doe je met 1.500 gasten van binnen en buiten de school als er een raket in de richting van Even Yehuda wordt afgeschoten? En wat vindt de IDF – het Israëlische leger – eigenlijk van zo’n grote bijeenkomst in tijden van conflict? En dan is er het vraagstuk  van de gasten uit momenteel politiek beladen landen. Mogen we van de IDF bijvoorbeeld Turkse gasten ontvangen op zo’n groot evenement? Gaat het ons lukken om de Israëlische en Palestijnse ouders gezamenlijk een tafel te laten inrichten om de “colours en flavours” van hun land(-en) te showen? Dat laatste vraagstuk werd met enig gehoon van de tafel geveegd door de aanwezige Israëlisch/Joodse mensen vanmorgen. Het is één land, er komt één tafel. Een Israëlische tafel. Tja, daar sta je dan mooi voor als niet-Israëlische voorzitter met iets andere denkbeelden over dit onderwerp.

Goed, we waren dus in een interessante discussie verwikkeld toen opeens alle telefoons – die pontificaal op tafel lagen – op precies hetzelfde moment begonnen te piepen. Automatisch reikten 9 handen naar 9 telefoons en niet veel later hoorden we duidelijk explosies van ofwel raketten die ergens zuidwaarts de aarde raakten ofwel de explosies van de luchtafweer raketten  van de Iron Dome. Het dreunde aardig in ons huis. Het waren niet eens explosies bij Tel Aviv, zo bleek uit de sms-jes die we even eerder hadden ontvangen.  De raketten waren op doelen zuidelijker gericht en toch waren de explosies duidelijk hoorbaar.

Op dit moment worden er weer de hele dag door raketten en mortieren over en weer geschoten. Het is verschrikkelijk, ik kan het niet anders zeggen. Dat wij daar rekening mee moeten houden bij de organisatie van onze International Day, is niets als je nadenkt over de gevolgen voor de mensen in het zuiden. In Gaza valt niet veel meer te organiseren. Los van het feit dat men daar niet over het soort scholen beschikt waar wij zo mee gezegend zijn, staat er daar simpelweg niet veel meer overeind. Arjen sprak deze week een journalist die net terug is uit Gaza. Het schijnt echt afschuwelijk te zijn. En dan de mensen in Zuid Israël? Hun economie is behoorlijk onderuit gegaan, ze brengen veel tijd in en rond hun schuilkelder door. Ja, de Iron Domes functioneren goed, gelukkig. Maar het is ontwrichtend zo te moeten leven. Want ook voor “shrapnel” moet je de schuilkelder in.

Hoe belangrijk dat is, bleek wel toen er een stuk shrapnel  door het dak viel van de Nof Yam school. De hele punt van een raket kwam daar naar beneden. Waar Nof Yam is? Nof Yam is het buurtje naast het onze. Daar wonen vriendinnen van me met hun gezinnen. Veel vrienden in Nof Yam,  maar ook hier in Herzlyia Pituach, hebben shrapnel in hun tuin gevonden. Een goede vriend van ons was bijna half-slapend zijn huis uit gelopen toen hij dacht dat het weer veilig was na een luchtalarm. Om voor hemzelf onduidelijke redenen bleef hij even staan in de deuropening en precies op dat moment zag hij vlak voor zich een regen van brokstukjes van een raket of van afweergeschut naar beneden vallen. Die schuilkelders hebben dus wel degelijk een functie, zelfs met geweldig afweergeschut.

Na hun eerste schooldag, kwamen de jongens thuis vol stoere verhalen. Voor Benjamin was het hoogtepunt van de dag wel dat hij erachter was gekomen dat de school een super coole schuilkelder heeft bij de sportvelden. Met douches en wc’s. En voor Thomas was dat de ontdekking van een wel héél grappige schuilkelder: in de meisjes-wc in de buurt van zijn klaslokaal.

En zo leven we momenteel dus. In een bizarre realiteit met schuilkelders, emergency plans en discussies over Israëlische en Palestijnse tafels. Ik ben er erg verdrietig over en kan niet ontkennen dat ik me zorgen maak. Niet zozeer over onze veiligheid. Nog niet althans. Maar wel over de sfeer waarin onze kinderen naar school gaan en over het feit dat ik ze voortdurend moet bijsturen in hun spelletjes. Hier in huis worden namelijk onder geen beding raketten afgeschoten of getekend.

Benjamin, vredestichter in spe

Benjamin, vredestichter in spe?

Benjamin, vredestichter in spe?

Mama, als Israël nou ophoudt met raketten sturen naar Palestina (hij bedoelt Gaza) en als ze nou de raketten afpakken van de stoute mannen in Palestina (hij doelt op Hamas), dan is de oorlog toch gewoon voorbij?

Benjamin denkt (veel te) veel na over het huidige conflict tussen Israël en Gaza/Palestina en zou het dolgraag even oplossen.

Bij de diploma-uitreiking voor alle kinderen die van de Pre-school overgingen naar Kindergarten, vertelden Benjamins juffen al dat Benjamin van orde en regelmaat houdt en dat hij rechtvaardigheid super belangrijk vindt. Zij zagen in hem een toekomstig rechter. Natuurlijk herkenden we die karaktereigenschappen van onze Ben. Hij denkt graag na over “hoe het hoort”, heeft een scherp oog voor rechtvaardigheid. Of het nu gaat om dierenmishandeling of armoede, hij ziet het en praat erover met ons. Als het even kan bedenkt hij een oplossing.

We hebben natuurlijk geprobeerd het conflict hier in Israël niet te dichtbij te laten komen voor de kinderen.  Maar dat was en is niet gemakkelijk. We moesten ze immers instrueren over luchtalarm en zo. En er wordt voortdurend over gepraat. In Nederland was het een terugkerend onderwerp  van gesprek tijdens onze vakantie. En nu, terug in Israël, is het dat al helemaal. En niet iedereen is even terughoudend als het gaat om vrijuit spreken waar kinderen bij zijn. Kinderen van vijf en zeven zouden niets moeten weten over oorlog. Nou ja, zo weinig mogelijk in ieder geval. Wij, Arjen en ik, zijn opgegroeid met verhalen over de Eerste en Tweede Wereldoorlog. En op de een of andere manier heb ik altijd geloofd dat wij nooit persoonlijk geconfronteerd zouden worden met oorlog en conflict. Niet zo dichtbij als nu althans, op 100 kilometer afstand. De realiteit blijkt anders. En waar de wereld om me heen voor mij als kind altijd een veilige haven was, is hij dat voor Thomas en Benjamin niet langer. Veiligheid is voor hen niet meer vanzelfsprekend. En daar baal ik van.

Ik heb natuurlijk helemaal niets te klagen. We wonen op een van de meest veilige plekken in Israël. De mensen in het zuiden en in Gaza hebben het pas echt zwaar! En toch baal ik ervan dat de jongens me vragen of Israël en Palestina al vrede hebben gesloten.  Dat ze zich afvragen of er ook morgen nog een staakt het vuren zal zijn. Of niet.

Vrijdag hebben we een briefing op school waarin we worden geïnformeerd over de maatregelen die de school heeft getroffen om de veiligheid van onze kinderen te waarborgen. Ook zijn de school-psychologen aanwezig om ons een en ander uit te leggen over het omgaan met angst en het begeleiden van onze kinderen daarbij. Leerkrachten zijn geïnstrueerd over hoe om te gaan met angstige kinderen. Sommige kinderen zijn de hele zomer hier geweest en hebben een stuk of vijftien keer in de schuilkelder gezeten. En dan zijn er de Palestijnse kinderen – Thomas heeft een Palestijns vriendje. Hun families hebben al onder normale omstandigheden te kampen met vooroordelen en discriminatie. Dat zal er met het huidige conflict niet beter op zijn geworden. Ook zij komen weer naar school straks.

De eerste week op school – volgende week – zal in het teken staat van het drillen van de kinderen. Drillen als in goed reageren op luchtalarm. Rustig blijven en instructies opvolgen. Netjes in de rij naar de schuilkelder. De kinderen leren niet alleen wat ze moeten doen als ze op school zijn als het alarm afgaat, maar ook de monitor van de schoolbus doet een luchtalarm-oefening met de kinderen. Wat ben ik blij dat onze jongens weer in de schoolbus zitten voor de jongsten. Een kleine groep die de kortste route naar school rijdt zonder tussenstops. Zo’n kleine groep is veel gemakkelijker te managen bij een luchtalarm.

Zoals ook in Nederland bekend, spreken vertegenwoordigers van Israël en de diverse Palestijnse bewegingen momenteel met elkaar in Caïro over een duurzaam bestand. We volgen het nieuws op de voet en hopen intens dat het deze keer lukt. Was het maar zo eenvoudig als onze Benjamin voorstelt.

De horror van de media en mijn nieuwe obsessie

Een Duitse diplomaat vertelde me onlangs tijdens een etentje, dat er tijdens de Koude Oorlog een periode is geweest dat er zeer groot gevaar was voor een nucleaire aanval op Duitsland. Vraag me niet wanneer dat precies speelde en het hoe en waarom, daar hebben we het niet over gehad. Daar ging het ook niet om. Hij vertelde me dit verhaal in het kader van de totale obsessie die wij diplomaten en andere expats, de afgelopen weken vrijwel allen lijken te hebben ontwikkeld voor Het Nieuws. Tijdens de Koude Oorlog was er geen internet, geen 24/7 nieuws op de televisie, er waren geen mobiele telefoons, kortom, het nieuws kon veel minder eenvoudig verspreid en gevolgd worden. Als gevolg daarvan was bij het merendeel van de Duitsers die specifieke nucleaire dreiging onbekend. Uiteindelijk is er op dat moment niets gebeurd en de Koude Oorlog kreeg uiteindelijk zijn beloop en eindigde zonder nucleaire aanvallen. Het was niet zo dat niemand zich zorgen maakte over het bestaan van de atoombom, natuurlijk was daar aandacht voor in de media. Maar je kon niet van uur tot uur het nieuws volgen. Hoewel ik erg blij ben met de verworvenheden van de tijd waarin we leven en het feit dat informatie zo gemakkelijk toegankelijk is voor eenieder, heb ik in de afgelopen spannende weken ervaren dat het van uur tot uur kunnen volgen van de ontwikkelingen in en rondom Syrië, ook een bijzonder vervelende wending kan nemen.

In Tanzania heb ik het wereldnieuws met groot succes op afstand weten te houden. Ik hield nu.nl bij en af en toe schoof ik op de bank naast Arjen wanneer hij het NOS journaal keek op BVN. Buiten dat, maakte ik me liever druk over het wel en wee van onze kinderen en van vrienden en familie in Nederland, onze staf en de dingen die mis gingen in en om het huis, de roddels binnen de expat community (waar ik af en toe aardig genoeg van had), mijn werk, de veiligheidssituatie in Dar es Salaam, malaria, dengue, diarree en virussen, wat waar gekocht kon worden enzovoort, enzovoort. Goed, dit is lichtelijk overdreven gesteld, maar als ik de tijd in Dar vergelijk met mijn en ons leven nu in Israël, moet ik toegeven dat mijn wereld in Dar es Salaam een stuk kleiner en overzichtelijker was dan dat nu het geval is. Ik zet mezelf met deze woorden aardig te kijk als oppervlakkig vrees ik, maar zo was het op dat moment. Ik denk dat de verschillen tussen ons leven in Nederland en dat in Tanzania zo groot waren, dat ik niet genoeg ruimte in mijn hoofd had om me bezig te houden met de problemen in het Midden Oosten. Om maar een voorbeeld te noemen.

We wisten dat we in Israël niet om het wereldnieuws heen zouden kunnen. Of willen. Want hoewel het beangstigend is je aan de rand van een oorlog te bevinden, is het ook interessant, boeiend. We zitten dicht bij het vuur als het gaat om de conflicten in en rondom Israël.  Arjen hoort de meest recente berichten op zijn werk en deelt die met mij en dat geldt ook voor de andere diplomatiek partners en expats die ik dagelijks ontmoet en spreek. Zij horen ook van alles van hun mannen die weer op andere ambassades werken en we wisselen onze kennis gretig uit. En dus gaan de gesprekken bij de cappuccino over Gaza, verijdelde bomaanslagen, raketaanvallen en sinds een aantal weken over Syrië, Syrië en nog eens Syrië en natuurlijk over Assad, Obama, Puttin, Rouhani en Khamenei. Wauw, na mezelf twee jaar lang soort van geïsoleerd te hebben van het wereldnieuws, word ik er nu dagelijks onder bedolven. Figuurlijk dan. En om heel eerlijk te zijn: afgelopen weekend bereikte ik het punt dat ik het echt even niet meer trok. Ik werd gek van mezelf en mijn nieuwsobsessie. NU.nl weet zich inmiddels vergezeld door NOS, The Israël Times, Haaretz, Jerusalem Post, BBC News en artikelen die me worden toegezonden door vriendinnen hier en elders op de wereld, En als al die kranten nu eens hetzelfde schreven, dan ging het nog. Maar nee, ze schrijven niet hetzelfde. Steeds meer dringt tot me door hoe subjectief de verslaggeving kan zijn. Woord- en taalgebruik blijken zo bepalend voor hoe je een bericht moet/kunt interpreteren. Het is om gek van te worden. In Israël is het onderscheid tussen de links en rechts georiënteerde media ook extreem merkbaar als je een krant leest. Waar de ene krant spreekt over een onomkeerbare situatie die vast en zeker tot een derde wereldoorlog zal leiden, is de andere krant een stuk genuanceerder en voorspelt dat Israël overal buiten zal blijven. En juist doordat de berichten elkaar soms voor bijna 100% tegenspreken, blijf ik zoeken naar nog meer informatie, andere invalshoeken, andere meningen. Niet goed voor de gemoedsrust, zeker niet voor iemand als ik, die toch al eerder last heeft van gevoelens van onveiligheid.

En terwijl we dealen met onze eigen onzekerheden en spanningen, hebben we ook te maken met die van onze dierbare familie en vrienden in Nederland. Ook voor hen waren de afgelopen weken extreem spannend. Zij werden bovendien nogal eens geconfronteerd met gevoelloze opmerkingen van mensen in hun omgeving. Dat Ceciel en Arjen en de kinderen echt wel tijdig geëvacueerd worden als het mis gaat in Israël. Alsof dat niets voorstelt. Alsof dat een geruststelling is voor onze familie, die juist hoopt dat ons dat bespaard kan blijven. Dat de kinderen niet overhaast uit hun nieuwe omgeving hoeven worden weggehaald. En voor Arjen en zijn familie leidde de precaire situatie van de afgelopen weken ertoe dat hij een dienstreis naar Nederland moest cancelen, waardoor hij de doop van onze pasgeboren neefjes moest missen. Iets waarop hij zich vanzelfsprekend enorm had verheugd.

Maar er is licht aan de horizon! Na een interventie van Rusland, lijkt het erop dat Syrië zijn chemische wapens onder toezicht wil stellen en gisteravond hoorden we zelfs dat Syrië zich wil aansluiten bij het OPCW, hetgeen zou betekenen dat die chemische wapens vernietigd worden. Obama heeft afgelopen nacht zijn volk en de wereld laten weten nu ook te willen focussen op een diplomatieke oplossing. Militair ingrijpen lijkt hiermee voorlopig niet aan de orde, hoewel we natuurlijk weten dat een en ander sterk afhangt van de manier waarop en de mate waarin Syrië daadwerkelijk zal meewerken. Er is licht. En dat is in de eerste plaats een groot geluk voor de inwoners van Syrië en de vele, vele vluchtelingen die hun heil hebben gezocht in Jordanië, Egypte en Turkije. In vergelijking met de situatie waarin zij zich bevinden, is de spanning die wij hebben gevoeld de afgelopen weken, peanuts.

En Arjen en ik? Arjen kon natuurlijk veel beter omgaan met de spanningen van de afgelopen weken. Een geluk voor ons beiden dat hij ontspannen bleef. Ik ben opgelucht en hoop dat het nu een tijdje rustig blijft en we plannen kunnen maken voor uitstapjes in dit prachtige land. Oh ja, een droomplan wil ik jullie niet onthouden. Stel nou eens dat er vrede komt in Syrië… Misschien volstrekt onrealistisch maar stel nou eens dat dat gebeurt! Wij dromen in ieder geval stiekem een heel, heel klein beetje over een over-land trip dwars door Syrië en Turkije, terug naar Nederland aan het eind van onze plaatsing hier over 4 jaar. Ach, hoop doet leven, toch?

Schuilkelders en gasmaskers

De variant voor volwassenen is zwart en ziet er precies zo uit als je zou verwachten, een beetje eng eigenlijk. Die voor kinderen is super cool en laat ze eruit zien als een astronaut, compleet met filter op hun rug gegespt, als een miniatuur zuurstof tank. Toen we ze gingen uitproberen gisteravond, kregen de jongens ruzie over wie het eerst mocht passen. Ik heb het over gasmaskers. Ooit gedacht dat je nog eens een gasmasker in je woonkamer zou hebben? Strategisch neergezet naast de tuindeuren, op de kortste route naar de schuilkelder? Ik niet in ieder geval en toch is het zo.

Het leven in Israël gaat ogenschijnlijk door alsof er niets aan de hand is. Helaas is er wel iets aan de hand. In Syrië heeft afgelopen week een aanval met gifgas plaatsgevonden. Dat is inmiddels vastgesteld. Wie de gifgasaanval heeft uitgevoerd, is niet duidelijk. Persoonlijk heb ik althans de indruk dat dat niet onomstotelijk is vastgesteld. De Amerikanen, Britten en Fransen zijn er echter van overtuigd dat de aanval is uitgevoerd op bevel van Assad, president van Syrië. De hele wereld houdt zijn adem in, in afwachting van de reactie van de VN Veiligheidsraad dan wel van de VS, de UK en Frankrijk. Vreselijk zou ik het vinden wanneer er besloten wordt – zoals velen verwachten – dat Syrië aangevallen moet worden. Er zijn al zo veel slachtoffers gevallen daar. Velen van hen mensen zoals wij, die hun werk doen, hun kinderen iedere dag naar school brengen en proberen de juiste keuzes te maken in het leven. Niemand weet wat er gebeurt als Syrië wordt aangevallen. Er wordt wel veel gezegd, geroepen, geschreeuwd over wat de reactie van Syrië en machtig bondgenoot Iran zal zijn op een aanval. Zij zullen op hun beurt Israël aanvallen, hun gezamenlijke gezworen vijand. En laten wij nu in Israël wonen…

Israël laat zich natuurlijk niet onder de voet lopen. Het leger is gereed om iedere aanval af te slaan en te beantwoorden. Het veiligheidskabinet heeft besloten een gedeelte van de reservisten op te roepen, de bevolking haalt massaal gasmaskers op bij de postkantoren, schuilkelders die gedurende de afgelopen rustige jaren zijn verstopt geraakt met afgedankt meubilair en andere zooi worden uitgeruimd en schoongemaakt, water en droog en houdbaar voedsel worden ingeslagen. Toch lijkt vrijwel niemand zich echt heel erg veel zorgen te maken. Nothing new, is de overheersende opinie. O.k., de dreiging van chemische wapens is nieuw (althans nu). Maar dat er voortdurend een zekere dreiging is, is “normaal” en dat er af en toe wat raketten over en weer worden afgeschoten is dat ook. Het zou niet normaal moeten zijn, laten we dat voorop stellen. Maar in dit geplaagde land is het dat wel. En in de omringende landen ook.

Voor ons is het niet normaal en allemaal erg nieuw. Het houdt ons bezig. Het nieuws volgen we op de voet, apps van de Jerusalem Post, Haaretz, BBC News en ja, ook NU.nl draaien overuren op mijn Iphone. Syrië is “the talk of the town”. De moeders die ik iedere ochtend en middag tref op Hasharon Square, het pleintje waar de schoolbus de allerkleinsten ophaalt om ze naar school te brengen, praten over schuilkelders en gasmaskers, evacuatieplannen en de rol van hun echtgenoot daarin en het op de juiste toon informeren van familie en vrienden in het paspoortland. En gelukkig – al had ik niet anders verwacht – houdt de veiligheidssituatie ook de ambassade bezig. Niet alleen vanuit de rol die de ambassade heeft in het vertegenwoordigen van Nederland in politiek opzicht, maar ook in de rol van werkgever.  Aldus werden ons deze week onze gasmaskers overhandigd. We gaan er overigens absoluut niet van uit dat we ze nodig zullen hebben, maar dat we ze in huis hebben en weten hoe ze werken, is een prettige gedachte. Better safe then sorry. Het was een hele puzzel om de gasmaskers in elkaar te zetten en te begrijpen hoe ze werken. Maar het is gelukt en inmiddels hebben we ook met de jongens geoefend.

Tja, de jongens. Je vraagt je af hoe kinderen omgaan met deze dreiging. Je kunt ze er helaas niet niets over vertellen. Op school wordt erover gepraat en er zijn veiligheidsoefeningen. Het is immers een hele klus om bij een luchtalarm al die kinderen tijdig (dat wil zeggen binnen 2 minuten vanaf het begin van het alarm!) in de schuilkelders te krijgen. Onze jongens kunnen er ogenschijnlijk goed mee dealen. Thomas is ervan overtuigd dat “ze ons niet gaan botheren” want: “niemand wil oorlog mama”. Benjamin vindt het een beetje spannender en wil er niet te veel over praten omdat hij dan enge dromen krijgt. Dat respecteren we vanzelfsprekend en ik ben er trots op dat onze kinderen met ons praten over dit onderwerp en open zijn over hun gedachten en gevoelens. Zowel Benjamin als Thomas hebben hun gasmasker gepast en hebben ons plechtig beloofd bij een luchtalarm precies te doen wat er van hen gevraagd wordt. En daarmee is er wat Benjamin betreft genoeg gepraat over oorlog en raketten en gaan we weer over op de orde van de dag. En om eerlijk te zijn, zo werkt het voor ons allemaal. Je kunt niet 24 uur per dag nadenken over eventuele vreselijke dingen die zouden kunnen gebeuren maar misschien ook niet. Overgaan tot de orde van de dag, kunnen en moeten we. We hebben natuurlijk wel alle benodigde voorzorgsmaatregelen getroffen, vanzelfsprekend met de hulp van de ambassade.

Zo heeft de ambassade ervoor gezorgd dat de schuilkelder in onze tuin is opgeruimd en bereikbaar is. Dat was tot twee dagen geleden niet het geval. De schuilkelder en de trap er naartoe, stonden vol met zooi. Met bouwmaterialen om precies te zijn. Zakken zand, tegels en allerlei andere spullen die gebruikt worden bij de renovatie van onze compound, lagen her en der verspreid en maakten het vrijwel onmogelijk de schuilkelder in te geraken. Nu was dat tot vorige week geen urgent probleem, dat werd het deze week helaas opeens wel. Inmiddels kunnen we kelder gemakkelijk in en uit, staan er stoelen in, is de elektriciteit aangesloten en is er stromend water. Onze schuilkelder biedt ruimte aan 50 mensen. Dat wil zeggen dat de luchtfilter schone lucht kan produceren voor 50 mensen. Een prettige gedachte. Alleen jammer dat niemand wist hoe het luchtfilter werkt. Echter ook hier is inmiddels verandering in gebracht. Na instructies van de beheerder van de compound, weet ik precies hoe het luchtfilter moet worden bediend, met elektriciteit en bij gebrek daaraan (pfff, dat is vermoeiend, handmatig schone lucht pompen!). In de schuilkelder staan stoelen en liggen wat dunne matrasjes, er is een wc en een wastafel en in de luchtsluis bevindt zich zelfs een douche. Overigens zit je over het algemeen niet langer dan tien tot vijftien minuten achter elkaar in de shelter. En dat is maar goed ook want het is er momenteel snikheet… 

Door de ambassade zijn we uitstekend gebriefd over wat te doen in geval van een noodsituatie. Het allerbelangrijkste is dat we rustig moeten blijven. Als Arjen op de ambassade is tijdens een luchtaanval of serie van luchtaanvallen, moet hij vooral daar blijven en niet overhaast in de auto springen om naar huis te komen. Hetzelfde geldt voor mij. Als de kinderen op school zijn tijdens een aanval, moeten we ons goed realiseren dat ze daar super veilig zijn. De school heeft diepe en goed uitgeruste schuilkelders en staat onder toezicht van de Amerikaanse ambassade met bijbehorende security. Ik mag dan ook niet naar de school rijden in geval van een noodsituatie. De kinderen zitten daar goed en het is volstrekt zinloos mezelf in gevaar te brengen door naar hen toe te willen op zo’n onverhoopt moment van dramatische omstandigheden. Verder moeten we ten alle tijden bereikbaar zijn. Mobiele telefoons binnen handbereik en opgeladen houden is het devies. En mocht het dan misgaan, moeten we goed contact met elkaar houden zodat iedereen altijd weet wie waar is en informatie snel kan worden doorgegeven. Gisteravond is in dat kader de telefoonboom van de ambassade getest. Bij ons was het op dat moment spitsuur: Arjen was net thuis en stond onder de douche, de kinderen hoorden in bed te liggen maar waren het daar niet mee eens en ik was de keuken aan het opruimen. Een perfect moment om de telefoonboom te testen. Toen Arjens telefoon twee keer vlak achter elkaar overging, was ik zo verstandig op te nemen…

En bij de tuindeuren staan dus keurig vier kartonnen dozen opgestapeld met in ieder een gasmasker. Ernaast staat een grote tas met houdbaar voedsel (droge koekjes en crackers), flessen water en bekers, spelletjes en tekenpapier en stiften. Voor zover je kunt zeggen dat je voorbereid bent op een korte oorlog, zijn wij dat. Maar we hopen en bidden dat deze beker aan ons en aan het Syrische en Israëlische volk voorbij zal gaan.

Thomas met gasmasker

Thomas met gasmasker

Benjamin met gasmasker
Benjamin met gasmasker

Ik met gasmasker
Ik met gasmasker

Veiligheid, een terugkerend thema?

Wie mijn posts op http://www.ceciel-arjen-tanzania.nl heeft gelezen, weet dat veiligheid een terugkerend thema vormde in mijn schrijfsels. Met name de persoonlijke veiligheid was in Tanzania een issue. Niet alleen voor expats maar beslist ook voor lokale mensen. Op straat is het credo “keep a low profile”. Opvallende sieraden laat je thuis, een tas draag je liever niet bij je en je gaat discreet om met je mobiele telefoon en andere kostbaarheden.  ’s Avonds over straat, lopend of fietsend, is onverstandig. En als je je per auto verplaatst, zorg je er in principe voor dat je voor zonsondergang in de stad terug bent en natuurlijk zijn de portieren van je auto altijd afgesloten. Bewapende overvallen op huizen komen helaas steeds vaker voor, zeker rondom de laatste Kerstdagen was het onrustig. En bag snatching heeft al tot te veel dodelijke slachtoffers geleid. Een tas draag je in Dar es Salaam losjes over je schouder in plaats van kruislings. Voor het geval je het slachtoffer wordt van grijpgrage handen uit langsrijdende auto’s.

Nu ik het opschrijf, gaat er een steek van heimwee door mijn buik, al is het geen dierbare herinnering aan Tanzania, die gevoelens van onveiligheid die ik er in wisselende mate had.

Tel Aviv kwam nogal onverwacht op ons pad, het stond niet “op ons lijstje” om het in BZ-termen uit te drukken (BZ=Ministerie van Buitenlandse Zaken). Mijn eerste reactie op Arjens mededeling dat hij benaderd was voor een positie in Israel was: je maakt een grapje zeker? Dar es Salaam verruilen voor Tel Aviv leek mij van de regen in de drup raken, van een relatief onveilig land naar een totaal explosief land. “Perceptie, perceptie!”, zo riep men in Den Haag. Tel Aviv is veiliger dan Dar es Salaam, verdiep je er maar in. Dat hebben we natuurlijk gedaan en we hoorden in feite niets dan positieve verhalen. “Een paradijs!”, werd ons voorgehouden. En hoewel we met overtuiging “ja” zeiden tegen deze nieuwe uitdaging, was het vraagstuk rondom veiligheid voor mij nog niet voldoende beantwoord. Veiligheid is immers niet volledig te objectiveren, het is een gevoel. Mijn gevoelens van veiligheid in Dar es Salaam waren minder groot dan die van Arjen, om maar een voorbeeld te geven. Ik was dus benieuwd hoe Tel Aviv zou “voelen” en met mij waren (en zijn) veel familieleden en vrienden in Nederland en in Tanzania benieuwd.

Ruim twee weken zijn we hier nu en dat is kort. We hebben nog niets meegemaakt, om maar zo te stellen. Hoewel, vorig weekend vonden er raketaanvallen vanuit Gaza op Israël plaats en omgekeerd. Hebben we niets van gemerkt. Als we de volgende ochtend niet het smsje hadden gelezen waarin de wederzijdse aanvallen werden gemeld, hadden we het niet geweten.

Tot mijn grote vreugde kan ik zeggen dat ik me tot nu toe in veel, zo niet alle, opzichten veiliger voel dan in Dar es Salaam. Heerlijk is het om een heel stuk over het strand te kunnen lopen (met tas en Iphone…), of het nu licht is of schemert (in het donker nog niet geprobeerd 🙂 ), het kan. Van strandtent naar strandtent lopen, hoe heerlijk! Te voet naar de supermarkt, geen enkel probleem en ja, met sieraden om 🙂 Hoe futiel lijkt het nu ik het opschrijf, maar het is een wereld van verschil. Leven zonder bewaking voor de deur is bevrijdend, al had ik daar in Tanzania eerlijk gezegd weinig moeite mee. Die mannen waarborgden immers onze veiligheid en ze voetbalden met de jongens. Dat het hier niet nodig is, doet me goed. Ik voel me absoluut vrijer dan in de afgelopen twee jaar.

Dat Israël een land is dat omgeven wordt door spanning, is onmiskenbaar. We kregen bij aankomst een handboek met allerhande informatie over huisartsen, ziekenhuizen en scholen, maar ook over wat je moet doen bij een luchtaanval en hoe je safe room moet zijn ingericht. Een parkeergarage inrijden wordt voorafgegaan door een check van je kofferbak en bij het betreden  van een winkelcentrum wordt (meestal) je tas gecontroleerd al laat de bewaker van de shopping mall hier om de hoek me inmiddels steevast zonder controle doorlopen. Tijdens dinertjes vormt de politieke situatie – die zo verweven is met de veiligheid – steevast onderwerp van gesprek, al is mijn zeer voorzichtige indruk dat het vooral de diplomaten en andere buitenlanders zijn die zich hierover uitlaten. De Israëliërs die ik tot nu toe heb ontmoet, spreken liever over andere onderwerpen. Onder diplomaten worden “grapjes” gemaakt over wat te doen als de pleuris los zou breken (snel naar Jeruzalem rijden – de meest veilige plek in Israël vanwege het feit dat het heilige plaatsen herbergt voor alle strijdende partijen – en dan door naar Jordanië). We krijgen gasmaskers, just in case. Maar een aanval met chemische wapens vanuit Libanon zou een enorme oorlog ontketenen die dat land zeker niet wil meemaken. Daar hoeven we ons dus ook geen zorgen over te maken. Tja, er speelt dus veel en de diplomatieke wereld heeft het er enorm druk mee, maar in het dagelijks leven merken we er weinig van. Behalve dan dat we bij ieder huis dat we bezichtigden een kijkje namen in de schuilkelders. Dat deze veelal, na jaren van relatieve rust, zijn omgebouwd tot gastentoilet, wasruimte of berghok, is veelzeggend.

Of veiligheid een terugkerend thema in mijn schrijfsels blijft, valt te bezien. Alles hangt af van de politieke ontwikkelingen in de regio waar Mr. Kerry en de zijnen volop een positieve wending aan proberen te geven. Ik hoop dat veiligheid hier in Israël geen issue blijkt te zijn in ons leven, vanzelfsprekend om meerdere redenen.