Bijna zomervakantie… tijd voor afscheid, tijdelijk en definitief

Ik probeer me een voorstelling te maken van een normale zomervakantie in Nederland. De kinderen hebben gewoon zes weken vakantie. Van die zes weken ga je er drie met elkaar op pad, kamperen in Frankrijk of Italië of naar Texel. Heerlijk! De overige drie weken zal wel een gepuzzel zijn met logeerpartijtjes bij opa’s en oma’s, misschien een week zeilkamp als de kinderen wat groter zijn en dan is er nog de BSO waar dagopvang is. Heb ik het goed? Tijdens die drie “puzzel-weken” gaat het werkende leven van de ouders gewoon door. Misschien staat het sociaal leven even op een wat lager pitje, omdat je vrienden een andere vakantieplanning hebben. Maar in principe is het business as usual.

Lijkt me heerlijk. Een heel overzichtelijke vakantie. Voor ons is het alweer 4 jaar geleden dat we zo’n overzichtelijke zomervakantie hadden. Ik klaag niet hoor! Ik weet dat het expat leven heel veel voordelen biedt en ik ben daar dankbaar voor. Maar de zomervakantie, daar kijk ik naar uit en zie ik tegelijk tegenop. Begrijp me niet verkeerd, ook ik ben aan het aftellen! Aftellen tot 1 juli wanneer we in het vliegtuig stappen en we eindelijk onze familie en vrienden weer kunnen zien, die we zo missen hier. Maar er komt heel wat bij kijken, bij dat aftellen naar 1 juli. Het gekke aan het expat leven is dat vrijwel al je vrienden voor ruim 2 maanden volledig buiten beeld zijn. De schoolvakantie start op donderdag 12 juni en de vluchten van die avond en die op vrijdag de dertiende (hmmm, what’s in a date?), zitten vol met expats met gezin. Mijn vriendinnen vertrekken vrijwel allemaal op een van die twee dagen. De een gaat naar haar ouders in Michigan, de ander gaat naar de hare in Zwitserland, weer een ander vertrekt naar Washington DC en zo kan ik nog wel even doorgaan. Ze zijn de hele zomervakantie (en die duurt maar liefst 9,5  week…) bij hun familie. Vooral onze Amerikaanse vrienden zien hun familie maar eens per jaar, ze blijven dan zo lang mogelijk in de VS. Ook om de hitte in Israël te ontvluchten overigens. En omdat Herzlyia Pituach gedurende die 9,5 week wordt overgenomen door vakantiegangers uit voornamelijk Frankrijk. Geen expat te bekennen op de stranden of in de speeltuinen. De voertaal verandert van Ivriet en Engels in Frans. Serieus, zou Thomas zeggen.

Naast het tijdelijke vertrek van vrienden, wordt het begin van de zomervakantie gekenmerkt door het definitieve vertrek van vrienden. Het is immers overplaatsingstijd. Arjen en ik zien deze zomer gelukkig maar één bevriend gezin vertrekken, onze buren. Zij vertrekken naar New York met hun drie schatten van  kinderen. Buiten onze buren, zijn we vooral bevriend met mensen die hier tegelijk met ons zijn aangekomen. Als alles goed gaat, vertrekken we over drie jaar ook weer allemaal tegelijk. Dat was geen bewuste keuze, zo is het toevallig gelopen en het komt ons best goed uit eerlijk gezegd. Want afscheid nemen, dat doet pijn. Thomas kwam vrijdag tamelijk down thuis uit school. Een van zijn beste vriendjes op school had zijn laatste schooldag gehad en verhuisde afgelopen weekend. Terug naar zijn thuisland, India. Zijn enige Nederlandse vriendje in de klas, verhuist deze zomer naar Sint Maarten. Heel erg jammer. Ook Benjamin ziet dierbaren vertrekken. Ons buurmeisje Tessa is een van zijn beste vriendinnetjes en zij gaat dus naar New York en zijn beste vriendje op school is al vertrokken, terug naar India.

Omdat het einde van het schooljaar gelijk staat aan tijdelijk en definitief afscheid, lopen onze agenda’s over. Op school zijn er de end of year poolparties, Benjamin heeft een soort graduation ceremony omdat hij afscheid neemt van de Pre School en overgaat naar de Elementary School (hij gaat naar groep 2 in Nederlandse termen). Ook heeft Benjamin een end-of-year show waar we als gezin naartoe gaan. En dan heb ik het nog niet eens over de diners en BBQ’s die Arjen en ik hebben met vrienden die we graag nog even willen zien voordat ze voor 2 maanden naar de VS of Europa vertrekken. Of het ontbijt met mijn voormalige Hebrew class, de BBQ voor het aftredende bestuur van de Diplomatic Spouses Club, de bruch voor vrijwilligers op school…  Niet goed voor de lijn, I can tell you.

Ondertussen proberen we ook nog enige samenhang te krijgen in onze chaotische vakantieplanning. We zijn van 1 juli tot en met 5 augustus in Nederland/Europa en die tijd zullen we doorbrengen in Den Haag, Putten, Eijsden, Garderen, de Franse Alpen en mogelijk nog een paar dagen in Katwijk. Vakantie? Ja. Maar ook veel reizen, inpakken, uitpakken, tent opzetten en afbreken, kilometers maken, boodschappen doen en medische controles “doorstaan”. En ik ga een cursus doen bij Stichting Valk omdat het vliegen me steeds meer gaat tegenstaan. Niet handig met onze levensstijl…

Dus…. Wish me luck 🙂

Op avontuur met mijn ouders

Laten we eerlijk wezen: hoeveel volwassenen gaan nog op avontuur met hun ouders? Naarmate we opgroeien, invulling geven aan ons eigen leven, een gezin stichten, beleven we onze avonturen steeds vaker met partner, kinderen en vrienden. Waar je als kind tijdens vakanties en weekenden met je ouders de wereld verkende, verandert dat naarmate je ouder wordt en er – natuurlijkerwijs – meer afstand ontstaat ten opzichte van je ouders.

Nu is de afstand tussen mijn ouders en mij fysiek erg groot tegenwoordig. Goed, Voorburg en Eijsden waren al niet direct bij elkaar in de buurt, maar de afstand tussen Tel Aviv en Eijsden is aanmerkelijk te noemen. Een jaar geleden woonden we nog in Dar es Salaam, de fysieke afstand was toen nog veel groter dan nu. Maar dat we ver bij elkaar vandaan wonen mag duidelijk zijn. Die fysieke afstand zou tot emotionele afstand kunnen leiden. Dat gebeurt, ik zie het om me heen. Bij ons heeft het eerder omgekeerd uitgepakt. We hebben geleerd goed gebruik te maken van de mogelijkheden die internet tegenwoordig biedt. En sinds we in Israel wonen, is de afstand niet alleen in kilometers maar ook in perceptie afgenomen. We spreken elkaar veel regelmatiger, soms dagelijks. Ik heb namelijk een geweldig mobiel abonnement waarmee ik tegen zeer lage maandelijkse lasten, onbeperkt kan bellen met vaste nummers in Nederland (hoe zeg je dat eigenlijk in het Nederlands, “landlines”? Mijn Nederlands gaat achteruit!!!).  En omdat de vluchten hier naartoe niet zo lang duren en daarmee minder belastend zijn en het klimaat in voor- en najaar heerlijk is, is het voor mijn ouders ook gemakkelijker geworden ons hier op te zoeken. Tot mijn blijdschap zijn ze Herzlyia al een beetje als thuis gaan beschouwen. Dat was duidelijk te merken toen ze hier afgelopen week waren. Ze hebben al hun eigen koffietentje aan het strand, kennen de weg, herkennen onze vrienden en hun kinderen.

Wat ik nu als een groot voordeel ben gaan ervaren aan ons expat-avontuur, is dat het mij weer de kans geeft op avontuur te gaan met mijn ouders. Als zij hier zijn, gaan we er samen op uit. In het weekend met Arjen en de jongens. Door de week, tussen mijn meetings door, terwijl de kinderen op school zijn, doen we dat met z’n drieën. En dat is bijzonder, we zijn ons daar alle drie erg van bewust. Rondstruinen door Yaffo, winkeltjes in en uit, ons samen verbazend over de mooie, bijzondere en gekke dingen die we zien. De vlooienmarkt doorkruisen, op zoek naar die ene mooie – en betaalbare – Menora (niet gevonden). Een bijzondere sieraden ontwerper ontdekken en horen waar hij zijn materialen vindt. Koffie drinken bij een aardig Arabisch mannetje en genieten van zijn “pastries” die we beslist moesten nemen omdat hij dreigde ze anders zelf op te eten hetgeen zijn gewicht geen goed zou doen. Naast Yaffo bezochten we samen Zichron Ya’akov, een oud dorp in de Carmel, een van de eerste Joodse settlements, nu een creatief centrum met volop mooie galerietjes,  bijzondere winkeltjes en terrasjes waar de lokaal geproduceerde wijnen worden geserveerd (in Zichron Ya’akov bevinden zich een aantal grote wijnhuizen).

Hoogtepunt van het bezoek van mijn ouders aan ons, was zeer beslist het bezoek aan Bethlehem. Voor mijn ouders was het bijzonder de duidelijk andere sfeer te proeven op de Arabische Westelijke Jordaanoever. De zeer sympathieke Arabische christenen die altijd open staan voor een praatje. Van de man die op onze auto lette op het plein voor de Geboortekerk tot de pizza-bakker op straat die de kinderen hun eigen pizza liet bakken.  Terwijl ik met mijn ouders onder begeleiding van een gids de Geboortekerk bekeek, kocht Arjen met de jongens een voetbal waarna ze op Manger Square een potje voetbal speelden tussen de geparkeerde auto’s, waarbij ze al snel gezelschap kregen van een groep Palestijnse jongens. Ronduit bijzonder was die pizza-bakker overigens, die zich over onze jongens ontfermde, ze hun handen liet wassen in een ruimte waar een groep mannen lekkernijen voorbereidden die de oven in moesten en ze water aanbood in een gebarsten oud glas. Bijzondere ontmoetingen in een bijzondere stad.

Op avontuur met mijn ouders. Hoe hadden we ooit kunnen bevroeden dat we ooit nog eens samen door Bethlehem zouden lopen, of dat we intense gesprekken zouden voeren op een muurtje bij de Annunciatie kerk in Nazareth? Met intense dankbaarheid kijk ik terug op de afgelopen week. Het verdriet was intens bij het afscheid op Ben Gurion afgelopen zondag. Niet alleen bij mij, ook bij de jongens. Samen op avontuur verstevigt de familiebanden enorm. En dat kunnen we op dit moment allemaal goed gebruiken zoals onze intimi weten. Ik hoop dat we allemaal nog lang energie kunnen putten uit de afgelopen periode en dat de fijne herinneringen ons helpen op dagen dat het even niet gemakkelijk is. Ondertussen kijken wij al uit naar het volgende bezoek, dat er beslist komt. Dat hebben we afgesproken.

Bij de "Nederlandse" deur van de Basiliek van de Annunciatie, mijn moeder met de beveiliger die haar zegende :)

Bij de “Nederlandse” deur van de Basiliek van de Annunciatie, mijn moeder met de beveiliger die haar zegende 🙂

Mijn ouders bij "hun" koffietentje, vlak voor vertrek terug naar Nederland.

Mijn ouders bij “hun” koffietentje, vlak voor vertrek terug naar Nederland.

Onvergetelijk – Masada

Vriendin L had het me al verteld: alleen al de rit naar Masada is de moeite waard. Naarmate je dichterbij de Dode Zee komt, verandert het landschap en waan je jezelf in een ander land, op een andere planeet zo mogelijk.

Natuurlijk had L gelijk. Het was overigens wel een kleine uitdaging er te komen. Op zich is het redelijk simpel, je moet er niet te veel over nadenken en gewoon de reguliere route via Jeruzalem en over de Westbank volgen. Wij dachten wel na, niet handig. We dachten na omdat we op zondag gingen. In Nederland is zondag over het algemeen een rustige dag om ergens naartoe te rijden. In Israël is dat anders. Zondag is de eerste dag van de werkweek en dat betekent: lange files, onder meer rondom Tel Aviv en Jeruzalem. We meenden die te kunnen omzeilen door een stuk richting Beer Sheva te rijden (in de Negev). Op zichzelf geen gek idee. Het probleem was echter dat onze GPS helemaal in de war raakte van onze wens om niet via Jeruzalem te rijden. Zelfs na ruim 100 km “onze route” gereden te hebben, bleef de GPS ons stug terug sturen richting Jeruzalem. Overigens kwamen we daar pas achter nadat we tot drie keer toe dezelfde weg op en af hadden gereden (en dus twee keer waren omgekeerd). Onze kaart bleek verouderd, we wisten het op een gegeven moment echt niet meer! Toen we uiteindelijk begrepen welke afslag we moesten nemen om te voorkomen dat we in de Negev terecht zouden komen in plaats van aan de Dode Zee, was er aardig wat tijd verstreken hetgeen ons niet echt in dank werd afgenomen door de mannetjes achterin. Ach, we hebben weer een stukje van Israël goed kunnen bekijken.

Toen we eindelijk de gezochte afslag hadden gevonden, ontvouwde zich al snel een prachtig (understatement!) landschap voor onze ogen. De weg kronkelde door een rotsachtige woestijn met hier en daar een verdwaald boompje. In eerste instantie gingen we een stuk aardig stijl omhoog, om vervolgens tot beneden de zeespiegel af te dalen waar de Dode Zee aan onze voeten lag. Na nog een stuk langs de Dode Zee te hebben gereden, waar iedere wadi lijkt te zijn ingenomen door dure hotels behorende bij de grote (Israëlische) ketens zoals Isrotel, Leonardo en Daniel, zagen we links van ons Masada. Hoewel we in de reisgidsen en op internet hadden gelezen dat Masada moeilijk te onderscheiden is van de andere bergplateaus, herkenden wij de vorm direct. We passeerden enorme lege parkeerterreinen: het grote voordeel van het maken van dit soort uitstapjes op zondag is dat er op wat bussen met leerlingen na, vrijwel niemand op de toeristische highlights afkomt. Natuurlijk troffen we in de parkeergarage een gezin waarvan de oudste dochter bij Benjamin in de klas zit en naast onze auto stond een andere auto met een CD nummerplaat van de Nederlandse Ambassade. Al met al is Israël een klein land en kom je – zeker op zondag – al snel andere diplomaten en hun gezinnen tegen.

Je kunt Masada op twee manieren beklimmen: te voet over het zogenaamde slangenpad, zoals ooit de Romeinen deden en de Joden zie zij vervolgden, of op de moderne en gemakkelijke manier: met de kabelbaan. Wij kozen voor die laatste optie en kozen ervoor het slangenpad naar beneden af te dalen na ons bezoek aan de overblijfselen van het roemruchte fort. Achteraf gezien misschien niet de slimste keuze, maar deze dag stond al vanaf de start in het teken van verkeerd gekozen routes :). Alvorens de kabelbaan in te stappen, zagen we een kort promo filmpje over Masada, in het Engels. Wat was ik blij dat ik in de auto al het verhaal van Masada aan de jongens had verteld. Even hadden we getwijfeld of we ze wel konden vertellen over de massale zelfmoord die de vervolgde Joden pleegden nadat hen duidelijk was geworden dat hun bestand niet langer bestand was tegen de Romeinse overmacht aan wapens en belegeringsmachines. Als ik dat had achtergehouden, waren ze er door het bekijken van dit filmpje wel achtergekomen. In het filmpje werd de massale zelfmoord beschreven als een heroïsche daad, een ultiem verzet tegen de Romeinse onderdrukkers. Een en ander werd geïllustreerd met fragmenten uit de miniserie “Masada”. Anyway, we hadden de jongens voorbereid en na het zien van dit filmpje dat zijn doel zeker niet voorbij schiet, stonden de jongens te trappelen van ongeduld om het fort met eigen ogen te aanschouwen. Gelukkig vertrok de kabelbaan al snel en zo stonden we enkele minuten later in het verblindende zonlicht, bovenop het plateau.

Waar de jongens zich een voorstelling probeerden te maken van de gevechten, zagen Arjen en ik het waanzinnige uitzicht in alle richtingen rondom Masada. We zagen goed bewaard gebleven restanten van het fort, een prachtig badhuis, een synagoge, het paleis van Herodes aan de noordzijde van de berg en een indrukwekkend watersysteem. Een behulpzame gids – niet door ons ingehuurd – gaf de jongens een lesje waarin hij de werking van dat watersysteem uitlegde. Wat een technisch vernuft. Moeilijk aan de jongens uit te leggen hoe de Romeinen zulke prachtige uitvindingen hebben nagelaten aan de wereld, terwijl ze tegelijkertijd zoveel ellende hebben gebracht in de door hen bezette gebieden. Mooi ook om te zien hoe de jongens zich steeds meer interesseren voor de verhalen achter wat ze zien. Bijzonder om onze oudste de parallel te horen trekken tussen het verleden en het heden. Nog steeds worden Israël en het Joodse volk belaagd. Gelukkig merken wij daar nu niets van voor wat betreft raketaanvallen die overigens nog steeds plaatsvinden maar die zich niet op Tel Aviv richten. Maar de jongens zijn zich er wel van bewust dat de buurlanden van Israël overwegend vijanden van het land zijn en inderdaad, dat is al lange tijd zo.

Uitkijkend over de Dode Zee, probeerde ik me een voorstelling te maken van hoe het moet zijn geweest in dat fort, ooit door Herodes gebouwd, omsingeld door een overmachtige vijand,  en je te realiseren dat er een einde komt aan je vrijheid. Ik realiseerde me dat ik best iets kan begrijpen van de strijdlustigheid van het Joodse volk. History repeats itself, lijkt de geschiedenis steeds weer te bewijzen. Geen wonder dat Israël tot de tanden toe bewapend is en fel van zich afbijt, letterlijk en figuurlijk. En tegelijkertijd kan ik me niet verenigen met veel van de dingen die gebeuren in het kader van het beschermen van de Israëlische staat en het behouden van het Joodse karakter van die staat. Zoals de bouw en uitbreiding van nederzettingen. Daarover later meer.

De terugkeer naar Tel Aviv begon met het afdalen van Masada, terug naar de auto. We bleken niet de enigen die bedacht hadden dat dat een mooie afsluiting zou zijn. Arjen en Benjamin liepen al snel een stuk voor Thomas en mij uit. Ik ben nu eenmaal geen snelle afdaler met mijn hoogtevrees. Zij hadden daardoor geen last van de groep jongeren die gelijktijdig met ons de tocht naar beneden aanvingen. Voor ons liepen twee meisjes met hoogtevrees. Een van hen droeg een enorm geweer over haar schouder: blijkbaar een dagje vrij van de opleiding bij de IDF. Achter ons een colonne van schreeuwende en liederen zingende jongeren, velen eveneens met grote wapens over hun schouder. Die aanwezigheid van wapens, ik zal er nooit aan kunnen wennen denk ik. Zeker in zo’n situatie waarin de dragers ervan in burger zijn. De IDF-ers mogen hun wapens niet onbeheerd achterlaten en dus dragen ze ze overal met zich mee. Ik hoop ongeladen. Het heeft echt iets engs, die jonge, zelfverzekerde mensen met nonchalant een geweer over hun schouder, een flesje water in de hand, die luidkeels schreeuwend en zingend over een slingerend paadje met losliggende stenen naar beneden lopen. Thomas en ik hielden stevig elkaars hand vast en beten van ons af wanneer er iemand met geweer langs ons heen probeerde te rennen op een smal en stijl stukje trap. Trots dat Thomas op zichzelf was toen we eenmaal beneden stonden!

Na de naar ons gevoel veel te lange heenreis, besloten we de op terugweg via de Westbank te rijden. Afgezien van ons bezoek aan Bethlehem, hadden we nog weinig van de Westbank gezien. Nu reden we het hele stuk vanaf Masada tot Jeruzalem door dit betwiste gebied. En weer hadden we het gevoel een ander land in te rijden. Arabische dorpjes zien er soms redelijk uit, maar op het stuk waar we nu reden, zagen we vreselijk veel dorpjes die slechts bestaan uit hutjes met golfplaten daken. Afrika-like. Druzen met kamelen, geiten en schapen. Armoede. Totale armoede. Echt schrijnend werd het toen we dichterbij Jeruzalem kwamen. Hier zagen we de ene Joodse nederzetting na de andere, gebouwd bovenop de heuvels. Mooie huizen met tuinen, van alle gemakken voorzien, omheind met hekken en prikkeldraad. Goed zichtbaar voor de Arabieren die aan de voet van de nederzettingen iedere dag weer moeten knokken voor hun dagelijks bestaan.

En dan heb ik even geen antwoorden meer op mijn eigen vragen. Hoe kan dit? Hoe kan dit zo geplaagde volk – want daar ben ik me zeer van bewust, de vreselijk moeilijke positie van het Joodse volk in een wereld met absoluut genoeg antisemieten om angst te rechtvaardigen – een ander volk zo in het nauw drijven? Hoe kunnen mensen elkaar dit aan doen? Er zijn zo veel kanten aan dit probleem. Ik kom er niet uit. Wie wel? Twee-staten oplossing? Haalbaar of niet? De toekomst zal het leren. Duidelijk is dat Israël er alles aan zal doen om een situatie zoals die zich destijds op Masada afspeelde, te voorkomen. En dat begrijp ik dan ook wel weer…

 

 

 

Eerste “home leave” en dan … thuiskomen

Naar huis, een kort zinnetje met op het eerste gezicht niet meer betekenis dan dat wat er staat: je naar je huis begeven. Sinds ik expat ben, heeft het zinnetje veel meer betekenis gekregen. Naar huis gaan is terug naar Nederland gaan om familie en vrienden te zien. Naar huis gaan is ook vanuit Nederland terugkeren naar het huis waar onze spullen staan, naar het land waar ons leven zich afspeelt.

Nog geen 24 uur geleden zijn we thuisgekomen na onze eerste zogenaamde “home leave” naar Nederland vanuit Israël. Nooit gehoord van die uitdrukking?  Voor mij was het ook nieuw, dit concept van het voor een vakantie terugkeren naar je thuisland om familie en vrienden te bezoeken en om – in Arjens geval – bij te praten op het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Dat laatste was tijdens het achter ons liggende home leave niet aan de orde overigens. Gelukkig maar, ons programma was overvol.

De oplettende lezer van mijn weblog, heeft vermoedelijk wel begrepen dat ik de eerste maanden in Israël niet als bijzonder gemakkelijk heb ervaren. Heimwee naar Tanzania en heimwee naar familie en vrienden in Nederland streden om de voorrang. Ik heb me eenzaam gevoeld, ik heb me verveeld bij het vooralsnog ontbreken van werk, ik heb gezocht naar afleiding en heb me meer dan eens afgevraagd waarom ik dit ook alweer wilde, in het buitenland wonen. Dat zo’n eerste home leave dan veel betekent, is niet vreemd. Ik heb er enorm naar uitgekeken even terug te keren naar Nederland. Naar mijn familie die twee sterfgevallen te betreuren had in de afgelopen 6 maanden. Sterfgevallen waarbij ik slechts van fysiek grote afstand betrokken kon zijn omdat ik het onverstandig vond om in die eerste onwennige weken in Israël al naar Nederland te gaan. Naar Arjens familie waar vrij snel na onze verhuizing naar Israël een pracht van een tweeling werd geboren. Een tweeling die Thomas, Benjamin en ik tot deze home leave alleen op Skype, foto’s en filmpjes hadden gezien. Naar mijn vriendinnen, waarvan ik sommigen bijna een jaar niet had gezien en in wier levens ook grote veranderingen waren opgetreden. De een moeder geworden van haar eerste, de ander zwanger van nummer twee, weer een andere vriendin heeft haar huis grondig laten verbouwen en dan is er ook nog die vriendin die in haar eigen familie te maken heeft gekregen met de vergankelijkheid van het bestaan. Op grote afstand leven van familie en vrienden is niet gemakkelijk. Als je daarbij je plek nog niet hebt gevonden in je nieuwe standplaats, is de afstand extra moeilijk.

Toen ons KLM toestel ruim drie weken geleden landde op Nederlandse bodem, liepen de tranen over mijn wangen. Tranen die werden veroorzaakt door een mengelmoes van emoties. Het  toch wel vervelende gevoel van nog niet helemaal thuis zijn in Israël, verdriet om wat ik had moeten missen in de voorbije maanden in de levens van mensen die me lief zijn, blijdschap vooral ook bij het vooruitzicht van het weerzien met familie en vrienden. Ik kan de lezers van mijn weblog verzekeren: home leave is een achtbaan. Een achtbaan van emoties, een achtbaan van elkaar snel opvolgende mooie, bijzondere momenten met dierbaren. Maar ook een achtbaan van afgelegde kilometers door een toch echt tamelijk klein land. Koffers uitpakken en weer inpakken, inchecken en uitchecken op vakantieadressen. Bezoekjes aan HEMA, Kruidvat, schoenwinkels, sportzaken en niet te vergeten Albert Heijn. De gang langs huisarts, tandarts en in dit geval een audioloog en twee KNO artsen gevolgd door een niet voorziene operatie (Thomas kreeg voor de vierde keer nieuwe buisjes in zijn oren)… Can you imagine? En dan heb ik het nog niet eens over de vaak intense gesprekken, de tranen die over en weer vloeien bij weerzien en afscheid. Zoveel dat gezegd moet worden. En gevraagd. Een achtbaan van gevoelens en gedachten ook bij onze kinderen. De verwarring bij onze jongste, Benjamin, die naarmate de vakantie vorderde steeds moeilijker kon uitleggen waar hij woont: was het nu Nederland, Tanzania of Israël?

Het was geweldig. En heilzaam. Heilzaam omdat die heerlijke weken in Nederland ons deden realiseren dat ons leven op dit moment niet in Nederland is. En hoewel me – ons – dat soms erg verdrietig kan maken, was het goed om dit weer eens echt te ervaren. In Nederland hebben we geen huis om te wonen. Althans, ons huis in Voorburg hebben we nog steeds, maar het wordt bewoond door andere mensen, expats zoals wij. In Nederland hebben noch Arjen, noch ik een baan. De kinderen gaan er niet naar school. En hoewel ze nog vriendjes hebben in Nederland, zijn ze vooral bezig met hun nieuwe vriendjes in Israël. De bezittingen die we in Nederland hebben zijn verspreid over de huizen van onze ouders en de opslag waar we nog nooit zijn geweest. We hebben net besloten dat we maar eens een lijstje moeten maken van wat waar staat (kampeerspullen bij mijn ouders, Arjens ski- en klimuitrusting bij zijn zus, schoolspullen van Thomas en Benjamin bij mijn ouders etc. etc.). In Nederland zijn we nomaden. In Israël wonen we.

En zo komt het, dat ik Israël verliet met een nogal ontheemd gevoel van nog niet thuis zijn, en er afgelopen nacht ben teruggekeerd met een gevoel van thuiskomen. Thuiskomen in ons heerlijke huis aan zee. Thuis na een heerlijke en heilzame “Home Leave”.

That was a close call…

“Vrijwel dagelijks denk ik wel een keer: that was a close call!”  Deze uitspraak deed een collega van Arjen enkele weken geleden tijdens het afscheidsetentje voor een vertrekkende collega. Wij haalden toen nog onze schouders op, tot dat moment ervoeren we het verkeer in Tel Aviv als een oase van rust in vergelijking tot de chaos die we gewend waren in Dar es Salaam.

We hadden op dat moment echter nog vrijwel geen ervaring met het verkeer in Tel Aviv.

Sinds de jongens naar Summer Camp gaan op AIS (American International School, http://www.wbias.net)  en ik twee keer per dag 18 kilometer heen en 18 kilometer terug rijd om hen te brengen en op te halen, moet ik toegeven dat de gedachte “dat ging maar net goed”, meer dan eens per week door mijn hoofd gaat. Of, om het in Thomas’ woorden te zeggen: “onze auto heeft goede remmen” en “die Israëliër doet ook maar gewoon waar hij zin in heeft, hè mama!”

Het verkeer is hier gekkenwerk. Geloof me, ik overdrijf niet. Ik begin al een radar te ontwikkelen voor auto’s die me waarschijnlijk gaan snijden. Ze halen in van rechts en van links, slalommen tussen het verkeer door, remmen fel en trekken fel op. Een driebaans snelweg kan zomaar in vier banen veranderen. Niet omdat hij breder wordt, maar omdat dat een of meer automobilisten even beter uitkomt. Niemand lijkt dit overigens gek, vervelend of gevaarlijk te vinden (behalve ik dan). Er wordt plaats gemaakt en na verloop van tijd voegen de uit de pas rijdende voertuigen in en rijden weer  mee in de reguliere stromen.

Fietsers op de snelweg, ook zo’n intrigerend fenomeen waar je je niet te veel over moet verbazen. Soms is de route over de vluchtstrook blijkbaar net iets sneller dan die over andere wegen (fietspaden zijn niet overal aanwezig) en met een racefiets is het natuurlijk heerlijk, die kilometers strak asfalt! Wandelaars zie je eveneens langs de snelweg overigens. Vanmorgen nog, liep een wat gezette oudere man gemoedelijk met een krantje onder zijn arm het verkeer tegemoet. Ik vermoed dat hij zijn krantje had gekocht bij het tankstation dat enkele honderden meters achter hem lag. Hij zag er heel relaxed uit, genoot zichtbaar van zijn ochtendwandelingetje… En dan heb je nog de bestuurders die even parkeren langs de snelweg. Soms om een telefoontje te plegen (zeldzaam, rijden en bellen tegelijk is hier eerder regel dan uitzondering), maar ook wordt de zijkant van de snelweg als parkeerplaats gebruikt. Er zijn namelijk bushaltes langs de snelweg en de vrije stukken asfalt in de nabijheid ervan worden op sommige plaatsen gebruikt als een soort P+R terrein. De plekken onder viaducten zijn vanzelfsprekend populair, vanwege de schaduw… Motorrijders dragen geen beschermende kleding, zij rijden – scheuren is een beter woord – gekleed in korte broekjes (helemaal “in”) en shirtjes, tussen het drukke verkeer door. Ze mogen blij zijn dat ik (en met mij hopelijk vele anderen) regelmatig mijn dode hoek check, ook als ik in de meest rechter baan rijd kijk ik regelmatig over mijn rechterschouder, want ook motorrijders halen op zeer hoge snelheid slalommend in, rechtsom of gewoon links. Levensgevaarlijk.

En dan is nog het fenomeen Waze. Waze is een geweldige routeplanner, een perfect functionerende app die vanaf dag één op mijn Iphone is geïnstalleerd. Terwijl ik Arjen instructies gaf op weg naar Caesaria, viel het me op dat ik geregeld berichten voorbij zag komen als “vehicle standing still on motorway” of “police ahead”. Klopte altijd, realtime informatie dus. Ik stond er niet echt bij stil, Israël is enorm ver in zijn technologische ontwikkeling, dit zou daar wel bij horen. Tot ik Waze laatst wat beter bestudeerde en zag dat er een button is waarmee je dit soort incidenten kunt melden, die dan direct worden verwerkt in de route informatie. Op dat moment herinnerde ik me weer dat gesprek met Arjens collega van een paar weken eerder, waarin hij ons vertelde over de gevaren in het verkeer. Hij verklaarde toen al dat Waze een enorme bijdrage leverde aan de onveiligheid in het verkeer. Dat zouden we nog wel ontdekken. En inderdaad, steeds vaker valt het me op: slingerende auto’s, ongecontroleerd rijgedrag. Bij het passeren zie je steeds hetzelfde: de bestuurder zit te bellen of is anderszins druk in de weer met zijn telefoon. Waze? Misschien. Gevaarlijk? Beslist.

In Tanzania was de kans dat je door een verkeersongeluk in het ziekenhuis belandde, groter dan dat je op diezelfde plek terechtkwam door malaria of dengue. In Israël geldt hetzelfde, alleen gaat het dan om het risico op een verkeersongeluk versus het risico van gewond raken (of erger) bij een raketaanval of bomaanslag… En dus houd ik beide handen aan het stuur en gebruik ik mijn spiegels ook als het niet nodig lijkt. Net als in Tanzania.