Afrikaanse vluchtelingen in Israel

Het merendeel van de lezers van mijn persoonlijke weblog, hebben waarschijnlijk mijn artikel over de situatie van Afrikaanse vluchtelingen in Israël gelezen op http://www.lindanieuws.nl/wereldwijven. Omdat het onderwerp me erg raakt en omdat ik ergens in de komende weken een bezoek hoop te brengen aan The Schoolhouse, een in 2012 opgerichte school voor volwassen asielzoekers in Israël, schrijf ik er bij deze ook over op mijn weblog.

Met 4 andere diplomatic spouses, dames/vriendinnen die ik via mijn Hebrew class ken, staan we met een wat onbehaaglijk gevoel in een troosteloze straat in zuid Tel Aviv. Het huisnummer dat aan ons is doorgegeven, prijkt op de gevel van een pand dat zo mogelijk nog deprimerender is dan de andere panden in de straat. Graffiti op de muren, met stalen luiken afgesloten ramen aan de voorzijde en slechts enkele raampjes voorzien van tralies. Triest. En toch. Dit trieste gebouw herbergt een sprankje hoop voor Eritrese vrouwen die als vluchteling in Israël verblijven. In dit gebouw is namelijk het Eritrean Women Community Center gevestigd. Overdag een veilige opvang voor de kinderen van de werkende en werkzoekende moeders. ’s Avonds een centrum voor volwassen educatie.

Dan, een medewerker van Amnesty International, wacht ons op. We mogen even naar binnen kijken in het centrum. Jonge Eritrese kinderen, vrijwel allen gehuld in winterjasjes met vale kleuren, kijken ons nieuwsgierig aan. Een van hen kan ik niet uit mijn hoofd krijgen. Zo klein, zo kwetsbaar, een fles melk in zijn knuistjes geklemd alsof het zijn anker op een woelige zee is, een te grote dons-jas aan om hem te beschermen tegen de voor hem zo ongewone kou. Ik durf geen foto’s te maken binnen. Dat voelt niet goed. Maar de ruimte moet je je voorstellen als klein, onderkomen, een veelheid aan uiteenlopende boxen en camping-bedjes achterin de ruimte, daarvoor hier en daar wat speelgoed op de tegelvloer. Kinderen die wat wezenloos rondscharrelen. Gevluchte kinderen. Wat zullen ze al niet meegemaakt hebben? En wat staat hen nog te wachten?

Dan neemt ons weer mee naar buiten. Gezeten op tuinstoelen op een buitenspeelplaats, luisteren we naar zijn verhaal en dat van twee jonge mannelijke vluchtelingen. Respectievelijk uit Sudan (ook Dan geheten) en Eritrea (helaas, zijn naam ben ik vergeten). Beiden nog geen 30 jaar. Geen van beiden heeft een beroepsopleiding kunnen voltooien. Om uiteenlopende maar even trieste redenen. Wat hen hier brengt is oorlog, geweld, onderdrukking. Zij dachten een veilig heenkomen te vinden in Israël. Een immigranten land bij uitstek. Een land met inwoners waarvan een deel ooit naar Israël vluchtte om een bestaan op te bouwen na de holocaust te hebben overleefd. Niets bleek minder waar. Goed, ze zijn in betrekkelijke veiligheid nu. Maar: hun asielaanvraag – en die van de 55.000 andere asielzoekers – wordt niet in behandeling genomen. En: het lijkt er momenteel sterk op dat de verstrekte tijdelijke visa (met de duur van een tot drie maanden) niet meer verlengd worden. Vele Eritreeërs en Sudanezen hebben inmiddels een brief ontvangen waarin hen wordt kenbaar gemaakt dat zij zich, na het verlopen van hun tijdelijke visum, moeten melden in Holot. Een detentiecentrum in de Negev. Opsluiting voor onbepaalde tijd staat hen te wachten. Tenzij er voor het verlopen van hun tijdelijke visum een oplossing komt. Een bestaan opbouwen, al is het maar voor de duur van hun hopelijk tijdelijke verblijf hier, zit er niet in voor de Afrikaanse vluchtelingen. Ze wachten en hopen.

Laten we eerlijk zijn: geen enkel land zit te wachten op de toestroom van asielzoekers. Het vergt nogal wat qua logistiek en huisvesting en dan zwijg ik nog van de administratieve last die erbij komt kijken om de status van asielzoekers vast te stellen. Maar tegelijkertijd: we hebben het hier over vluchtelingen. Echte vluchtelingen. Geen gelukszoekers die hopen op een beter inkomen en betere scholing voor hun kinderen. Nee. Mensen die hun land ontvlucht zijn vanwege oorlog, bloedvergieten, geweld. Sterker nog: een deel van deze vluchtelingen had een soort van tijdelijk veilig heenkomen gevonden in de vluchtelingenkampen in Sudan. Een kamp van waaruit ze vervolgens werden ontvoerd om vastgehouden, gemarteld, verkracht en bedreigd te worden in de Sinaï woestijn. Dat je zoiets overleeft, mag een wonder heten. Hoe afschuwelijk om dan na al die ontberingen, in Israël aan te komen en erachter te komen dat je wordt beschouwd als een indringer, een crimineel. Iemand die erop uit is de Joodse samenleving demografisch te ontwrichten. Want dat lijkt de grootste drijfveer te zijn achter het handelen van de Israëlische regering. De angst om door de toestroom van niet-Joodse mensen, Israël haar Joodse karakter te zien verliezen. Hetgeen het land nog kwetsbaarder zou maken.

En daarmee raak ik direct dat steeds terugkerende onderwerp in gesprekken onder expats. Het kwetsbare Israël met haar complexe verleden en heden. Met een bevolking die getekend is door trauma. Nog steeds. Niet alleen de daadwerkelijke holocaust slachtoffers lijden nog dagelijks onder hun herinneringen. Ook hun nageslacht. Ik zeg wel eens: het gaat blijkbaar in de genen zitten, die angst voor vervolging en uitroeiing. En dat maakt alles zo ontzettend ingewikkeld. Ik zal er zeker nog eens een weblog over schrijven (of twee, drie, of tien). Want het is een onderwerp dat moeilijk is maar ook onvermijdelijk. Israel, het land dat zichzelf voortdurend moet beschermen tegen haar buurlanden en tegen aartsvijand Iran. En blijkbaar ook tegen onschuldige vluchtelingen uit door oorlog verscheurde landen in Afrika.

Gistermiddag, vlak voor het einde van zijn werkdag, werd Arjen gebeld door een Eritrese man. Of hij Arjen (nu) even kon spreken. Arjen probeerde uit te vinden waarom en wat precies de bedoeling was. Uiteindelijk ging hij akkoord om de man even beneden te ontmoeten. Toen hij hem vroeg waar hij hem aan kon herkennen, gaf de man aan dat dat wel goed zou komen. Op tijd realiseerde Arjen zich wat er aan de hand was. Beneden, voor het gebouw waar de Nederlandse Ambassade gevestigd is, stond een grote groep Eritrese vluchtelingen. Met spandoeken. Zij maakten een mars (en ze maken er veel momenteel) langs ambassades en VN organisaties. Om hun zaak onder de aandacht te brengen. Om om hulp te vragen. Arjen nam zijn collega van de politieke afdeling mee naar beneden, waar hij een brief in ontvangst nam. Een brief waarin onder andere staat dat Nederland circa 75%  van de Eritrese asielzoekers accepteert als officiële vluchteling. Ten opzichte van nog geen 1% van de Eritrese vluchtelingen die als vluchteling worden erkend in Israël. Dat wil wel wat zeggen.

Ik kan mijn weblog slechts eindigen met: wordt vervolgd. Dit onderwerp laat mij voorlopig niet los.

Afrikaanse vluchtelingen in Israel – de foto’s

Visit to Eritrean community centre 001

Eritrean Community Center South Tel Aviv

Visit to Eritrean community centre 004

African refugees waiting for work or for deportation to Holot. Levinsky Park, South Tel Aviv.

Visit to Eritrean community centre 006

Mothers and children, refugees, waiting in Levinsky Park, South Tel Aviv

Visit to Eritrean community centre 010

Uitspraak Benjamin Netanyahu over “de indringers die zich vluchteling noemen”.

Visit to Eritrean community centre 011

Tel Aviv, Central Busstation. Waar de vlucht naar Israel voorlopig eindigt voor de vele Afrikaanse vluchtelingen.

 

Bethlehem, de andere kant van de muur

Ik denk dat er weinig mensen zijn die werkelijk nog nooit van dit plaatsje gehoord hebben. Joods, Christelijk, Islamitisch of niet-gelovend, wie kent het verhaal  van de geboorte van Christus niet? Afgelopen zaterdag brachten wij een bezoek aan deze stad waar ooit, volgens de Bijbel en andere overleveringen, Jezus Christus het levenslicht zag. Hoewel de jongens helemaal in Sinterklaassfeer waren (en zijn), besloten we unaniem dat kerstliedjes toepasselijker waren dan sinterklaasliedjes, onderweg naar Bethlehem. Vorig jaar maakten we een fantastische reis door Tanzania rondom de Kerstdagen en voor die gelegenheid had ik een Sky Radio proof cd gebrand voor in de auto. Nu, die afspeellijst  – in onze nieuwe auto kunnen we de I-phone aansluiten voor de nodige muziek – voldoet ook prima in Israël. Niet dat we van Skyradio houden, maar het is toch een stukje Nederlandse cultuur nietwaar. Anyway, met de bekende kerstkrakers op de achtergrond en een moeder die haar emoties niet de baas wist te blijven, reden we met twee andere gezinnen – onze buren – naar Jeruzalem. Bethlehem ligt namelijk dichtbij Jeruzalem. Zo dichtbij dat het niet meer dan logisch zou zijn dat er in Jeruzalem bewegwijzering zou zijn naar deze beroemde stad. Hoewel we ervoor gewaarschuwd waren, was het toch een vreemde gewaarwording dat borden met de naam Bethlehem volledig ontbraken. We volgden onze buren – zij wonen hier al ruim 4 jaar – die ons behendig door Jeruzalem loodsten. Pas vlak voor het checkpoint ontdekten we zowaar een bordje waar Bethlehem op werd genoemd als mogelijke bestemming.

Waarom er geen borden de weg wijzen naar Bethlehem? Welnu, vermoedelijk om dezelfde reden waarom er een checkpoint is voordat je Bethlehem kunt bereiken. Checkpoint? Zoals in Checkpoint Charlie in Berlijn? Inderdaad. Een checkpoint met hetzelfde doel als het beroemde (of beruchte) checkpoint dat ooit de doorgang tussen Oost en West Berlijn markeerde. Een checkpoint met als doel mensen aan de ene of de andere kant van de muur te houden. Een muur? Ja. Een muur. Een muur die Israël scheidt van Palestina. Of de Palestijnse gebieden, Het is maar net hoe je over de Israëlisch-Palestijnse kwestie denkt. De muur vormt een onderdeel van de Israëlische Westoever barrière die bestaat uit stukken muur, greppels, prikkeldraad, torens en poorten en die langs de Westelijke Jordaanoever loopt.

Bethlehem ligt dus aan de andere kant van de muur. Op Palestijns grondgebied. De stad wordt bijna volledig omsingeld door de acht meter hoge muur. We vermoeden dat er geen bewegwijzering naar Bethlehem te zien is vanwege het conflict tussen Israël en de Palestijnse autoriteit. Aan de andere kant van de muur zijn Israëliërs niet welkom en vice versa zijn Palestijnen niet welkom in Israël. Tenzij ze over een speciale vergunning beschikken die hen ontheffing verleent. Bijvoorbeeld omdat ze familie hebben aan de andere kant van de muur. Of er zakelijke belangen hebben. Een groot bord bij het checkpoint geeft het duidelijk aan: verboden toegang voor Israëliërs. Wij waren wel welkom. Evenals toeristen.

Het passeren van het checkpoint, aan beide zijden bewaakt door zwaar bewapende militairen, vond ik heftig. Mijn tranen zaten al tamelijk “los” vanwege die zoetsappige kerstliedjes. Maar langs een zwaarbewaakt checkpoint een ommuurd gebied inrijden, een gebied dat naar mijn gevoel het symbool van vrede zou moeten zijn – Bethlehem – werd me even te veel. Het contrast tussen de ene kant van de muur en de andere kant hielp ook niet overigens. Israël is relatief welvarend, Palestina alleshalve. We leken wel terug te zijn in Afrika met de vele straatventers die hun waren aan automobilisten proberen te verkopen. Ergens had ik verwacht dat ik Bethlehem spannend zou vinden, dat ik me bedreigd zou kunnen voelen. Niets was minder waar. Wat een gastvrijheid en blijmoedigheid! De kerstsfeer – hoewel het wat vroeg is voor kerstsferen, je zult er weinig van merken in Israël. Het was werkelijk bijzonder.

We brachten een bezoek aan de Geboortekerk. Een kerk die gebouwd is op de plaats waarvan men meent dat Jezus er geboren is. Een gids bracht ons naar de zilveren veertienpuntige ster die de plek waar de kribbe zou hebben gestaan markeert. Dat was bijna een stressvolle ervaring. Het was er namelijk waanzinnig druk, vele, vele pelgrims van overal ter wereld, willen dat kruis kussen of aanraken, bij voorkeur in de weken voor Kerstmis. De pelgrims en andere bezoekers worden daarom op hoog tempo langs de ster geloodst. Even te langs stilstaan om een foto te maken, leidt onvermijdelijk tot een reprimande van de toezichthouders.

Stille Nacht, Heilige Nacht weerklonk op het moment dat ik een blik kon werpen op de ster. Niet uit luidsprekers, maar uit de monden van een groep pelgrims. Hoewel ik er wat moeite mee heb te geloven dat de plek waar Jezus geboren is met zoveel precisie bekend is zoveel jaren na dato, was dat toch wel een bijzonder moment. En hoewel mijn geloof wellicht iets anders in elkaar zit dan dat van sommige pelgrims die zich geëmotioneerd voor de ster op de grond lieten vallen, het is uiteindelijk ook bijzonder om zo’n puur geloof te zien bij andere mensen. Ja, al met al vond ik het bijzonder en raakte het me. Meer dan de Heilig Grafkerk in Jeruzalem dat deed overigens. Maar daar in een andere weblog meer over (ik realiseer me nu pas dat ik nog nooit over Jeruzalem geschreven heb!).

Na ons bezoek aan de Geboortekerk en aan de Milk Grotto (een grot waar Maria Jezus zou hebben gevoed, op hun vlucht naar Egypte), begaven we ons naar Manger Square om daar bij een geweldig restaurant te lunchen. Citroenlimonade met crushed ice en mint, een gerecht met lamsvlees uit de tajine. We waren even helemaal in het Midden Oosten. Israël is maar een paar kilometer verderop, maar de sfeer in Bethlehem is totaal anders (hoewel die heerlijke citroenlimonade met mint ook overal in Israël wordt geschonken). Je moet het hebben gezien om het te begrijpen denk ik. Ik vind het moeilijk er de juiste woorden voor te vinden. Maar waar Israëliërs niet altijd even vriendelijk zijn, wat met name merkbaar is in restaurants en winkels, heb ik op die ene dag in Bethlehem zo veel vriendelijke, uitnodigende mensen gezien en gesproken. De jongens hebben op de Manger Square gevoetbald met een groepje Palestijnse jongens, waarna iedereen op de foto moest. Het was echt bijzonder. Met veel plezier hebben we een kerststalletje uitgezocht, gemaakt van olijfhout (hopelijk niet in China maar in Bethlehem), dat we deze week op de post doen naar Tanzania. Een kerstcadeautje voor onze nanny Nellie. Ik weet dat dat veel voor haar zal betekenen. En daarmee doet het dat ook voor ons.

Bethlehem, aan de andere kant van de muur. En waar de emoties even de overhand kregen bij me toen we door de poort Palestina inreden, verdwenen die gevoelens op de een of andere manier terwijl we door de stad liepen. Maar ja, ik was slechts een bezoeker, een passant. De mensen die aan de andere kant van de muur wonen, zijn “locked in”. Iedere dag. Hun leven lang. En ja, die muur staat er met een reden en heeft effect. Het aantal terroristische aanslagen is aanmerkelijk afgenomen zo niet tot nul gereduceerd sinds die muur er staat. Dat is natuurlijk een enorme vooruitgang. Nou ja, vooruitgang. Dat is wel een enorm understatement. Ik kan me er waarschijnlijk slechts bij benadering iets bij voorstellen hoe het leven hier was ten tijde van de laatste Intifada. De voortdurende dreiging van aanslagen… dat moet verschrikkelijk zijn. Maar toch, die muur ontneemt ook veel doodgewone, vredelievende mensen – niet-terroristen – hun bewegingsvrijheid. De kans op het opbouwen van een florerende onderneming. De kans op, nou ja, op zoveel. Die muur symboliseert naar mijn gevoel alles wat er mis is in deze regio, Triest is het, dat die muur er staat. Triest is het ook dat hij nodig is. Laat ik het daar maar bij laten.

 

De horror van de media en mijn nieuwe obsessie

Een Duitse diplomaat vertelde me onlangs tijdens een etentje, dat er tijdens de Koude Oorlog een periode is geweest dat er zeer groot gevaar was voor een nucleaire aanval op Duitsland. Vraag me niet wanneer dat precies speelde en het hoe en waarom, daar hebben we het niet over gehad. Daar ging het ook niet om. Hij vertelde me dit verhaal in het kader van de totale obsessie die wij diplomaten en andere expats, de afgelopen weken vrijwel allen lijken te hebben ontwikkeld voor Het Nieuws. Tijdens de Koude Oorlog was er geen internet, geen 24/7 nieuws op de televisie, er waren geen mobiele telefoons, kortom, het nieuws kon veel minder eenvoudig verspreid en gevolgd worden. Als gevolg daarvan was bij het merendeel van de Duitsers die specifieke nucleaire dreiging onbekend. Uiteindelijk is er op dat moment niets gebeurd en de Koude Oorlog kreeg uiteindelijk zijn beloop en eindigde zonder nucleaire aanvallen. Het was niet zo dat niemand zich zorgen maakte over het bestaan van de atoombom, natuurlijk was daar aandacht voor in de media. Maar je kon niet van uur tot uur het nieuws volgen. Hoewel ik erg blij ben met de verworvenheden van de tijd waarin we leven en het feit dat informatie zo gemakkelijk toegankelijk is voor eenieder, heb ik in de afgelopen spannende weken ervaren dat het van uur tot uur kunnen volgen van de ontwikkelingen in en rondom Syrië, ook een bijzonder vervelende wending kan nemen.

In Tanzania heb ik het wereldnieuws met groot succes op afstand weten te houden. Ik hield nu.nl bij en af en toe schoof ik op de bank naast Arjen wanneer hij het NOS journaal keek op BVN. Buiten dat, maakte ik me liever druk over het wel en wee van onze kinderen en van vrienden en familie in Nederland, onze staf en de dingen die mis gingen in en om het huis, de roddels binnen de expat community (waar ik af en toe aardig genoeg van had), mijn werk, de veiligheidssituatie in Dar es Salaam, malaria, dengue, diarree en virussen, wat waar gekocht kon worden enzovoort, enzovoort. Goed, dit is lichtelijk overdreven gesteld, maar als ik de tijd in Dar vergelijk met mijn en ons leven nu in Israël, moet ik toegeven dat mijn wereld in Dar es Salaam een stuk kleiner en overzichtelijker was dan dat nu het geval is. Ik zet mezelf met deze woorden aardig te kijk als oppervlakkig vrees ik, maar zo was het op dat moment. Ik denk dat de verschillen tussen ons leven in Nederland en dat in Tanzania zo groot waren, dat ik niet genoeg ruimte in mijn hoofd had om me bezig te houden met de problemen in het Midden Oosten. Om maar een voorbeeld te noemen.

We wisten dat we in Israël niet om het wereldnieuws heen zouden kunnen. Of willen. Want hoewel het beangstigend is je aan de rand van een oorlog te bevinden, is het ook interessant, boeiend. We zitten dicht bij het vuur als het gaat om de conflicten in en rondom Israël.  Arjen hoort de meest recente berichten op zijn werk en deelt die met mij en dat geldt ook voor de andere diplomatiek partners en expats die ik dagelijks ontmoet en spreek. Zij horen ook van alles van hun mannen die weer op andere ambassades werken en we wisselen onze kennis gretig uit. En dus gaan de gesprekken bij de cappuccino over Gaza, verijdelde bomaanslagen, raketaanvallen en sinds een aantal weken over Syrië, Syrië en nog eens Syrië en natuurlijk over Assad, Obama, Puttin, Rouhani en Khamenei. Wauw, na mezelf twee jaar lang soort van geïsoleerd te hebben van het wereldnieuws, word ik er nu dagelijks onder bedolven. Figuurlijk dan. En om heel eerlijk te zijn: afgelopen weekend bereikte ik het punt dat ik het echt even niet meer trok. Ik werd gek van mezelf en mijn nieuwsobsessie. NU.nl weet zich inmiddels vergezeld door NOS, The Israël Times, Haaretz, Jerusalem Post, BBC News en artikelen die me worden toegezonden door vriendinnen hier en elders op de wereld, En als al die kranten nu eens hetzelfde schreven, dan ging het nog. Maar nee, ze schrijven niet hetzelfde. Steeds meer dringt tot me door hoe subjectief de verslaggeving kan zijn. Woord- en taalgebruik blijken zo bepalend voor hoe je een bericht moet/kunt interpreteren. Het is om gek van te worden. In Israël is het onderscheid tussen de links en rechts georiënteerde media ook extreem merkbaar als je een krant leest. Waar de ene krant spreekt over een onomkeerbare situatie die vast en zeker tot een derde wereldoorlog zal leiden, is de andere krant een stuk genuanceerder en voorspelt dat Israël overal buiten zal blijven. En juist doordat de berichten elkaar soms voor bijna 100% tegenspreken, blijf ik zoeken naar nog meer informatie, andere invalshoeken, andere meningen. Niet goed voor de gemoedsrust, zeker niet voor iemand als ik, die toch al eerder last heeft van gevoelens van onveiligheid.

En terwijl we dealen met onze eigen onzekerheden en spanningen, hebben we ook te maken met die van onze dierbare familie en vrienden in Nederland. Ook voor hen waren de afgelopen weken extreem spannend. Zij werden bovendien nogal eens geconfronteerd met gevoelloze opmerkingen van mensen in hun omgeving. Dat Ceciel en Arjen en de kinderen echt wel tijdig geëvacueerd worden als het mis gaat in Israël. Alsof dat niets voorstelt. Alsof dat een geruststelling is voor onze familie, die juist hoopt dat ons dat bespaard kan blijven. Dat de kinderen niet overhaast uit hun nieuwe omgeving hoeven worden weggehaald. En voor Arjen en zijn familie leidde de precaire situatie van de afgelopen weken ertoe dat hij een dienstreis naar Nederland moest cancelen, waardoor hij de doop van onze pasgeboren neefjes moest missen. Iets waarop hij zich vanzelfsprekend enorm had verheugd.

Maar er is licht aan de horizon! Na een interventie van Rusland, lijkt het erop dat Syrië zijn chemische wapens onder toezicht wil stellen en gisteravond hoorden we zelfs dat Syrië zich wil aansluiten bij het OPCW, hetgeen zou betekenen dat die chemische wapens vernietigd worden. Obama heeft afgelopen nacht zijn volk en de wereld laten weten nu ook te willen focussen op een diplomatieke oplossing. Militair ingrijpen lijkt hiermee voorlopig niet aan de orde, hoewel we natuurlijk weten dat een en ander sterk afhangt van de manier waarop en de mate waarin Syrië daadwerkelijk zal meewerken. Er is licht. En dat is in de eerste plaats een groot geluk voor de inwoners van Syrië en de vele, vele vluchtelingen die hun heil hebben gezocht in Jordanië, Egypte en Turkije. In vergelijking met de situatie waarin zij zich bevinden, is de spanning die wij hebben gevoeld de afgelopen weken, peanuts.

En Arjen en ik? Arjen kon natuurlijk veel beter omgaan met de spanningen van de afgelopen weken. Een geluk voor ons beiden dat hij ontspannen bleef. Ik ben opgelucht en hoop dat het nu een tijdje rustig blijft en we plannen kunnen maken voor uitstapjes in dit prachtige land. Oh ja, een droomplan wil ik jullie niet onthouden. Stel nou eens dat er vrede komt in Syrië… Misschien volstrekt onrealistisch maar stel nou eens dat dat gebeurt! Wij dromen in ieder geval stiekem een heel, heel klein beetje over een over-land trip dwars door Syrië en Turkije, terug naar Nederland aan het eind van onze plaatsing hier over 4 jaar. Ach, hoop doet leven, toch?

Schuilkelders en gasmaskers

De variant voor volwassenen is zwart en ziet er precies zo uit als je zou verwachten, een beetje eng eigenlijk. Die voor kinderen is super cool en laat ze eruit zien als een astronaut, compleet met filter op hun rug gegespt, als een miniatuur zuurstof tank. Toen we ze gingen uitproberen gisteravond, kregen de jongens ruzie over wie het eerst mocht passen. Ik heb het over gasmaskers. Ooit gedacht dat je nog eens een gasmasker in je woonkamer zou hebben? Strategisch neergezet naast de tuindeuren, op de kortste route naar de schuilkelder? Ik niet in ieder geval en toch is het zo.

Het leven in Israël gaat ogenschijnlijk door alsof er niets aan de hand is. Helaas is er wel iets aan de hand. In Syrië heeft afgelopen week een aanval met gifgas plaatsgevonden. Dat is inmiddels vastgesteld. Wie de gifgasaanval heeft uitgevoerd, is niet duidelijk. Persoonlijk heb ik althans de indruk dat dat niet onomstotelijk is vastgesteld. De Amerikanen, Britten en Fransen zijn er echter van overtuigd dat de aanval is uitgevoerd op bevel van Assad, president van Syrië. De hele wereld houdt zijn adem in, in afwachting van de reactie van de VN Veiligheidsraad dan wel van de VS, de UK en Frankrijk. Vreselijk zou ik het vinden wanneer er besloten wordt – zoals velen verwachten – dat Syrië aangevallen moet worden. Er zijn al zo veel slachtoffers gevallen daar. Velen van hen mensen zoals wij, die hun werk doen, hun kinderen iedere dag naar school brengen en proberen de juiste keuzes te maken in het leven. Niemand weet wat er gebeurt als Syrië wordt aangevallen. Er wordt wel veel gezegd, geroepen, geschreeuwd over wat de reactie van Syrië en machtig bondgenoot Iran zal zijn op een aanval. Zij zullen op hun beurt Israël aanvallen, hun gezamenlijke gezworen vijand. En laten wij nu in Israël wonen…

Israël laat zich natuurlijk niet onder de voet lopen. Het leger is gereed om iedere aanval af te slaan en te beantwoorden. Het veiligheidskabinet heeft besloten een gedeelte van de reservisten op te roepen, de bevolking haalt massaal gasmaskers op bij de postkantoren, schuilkelders die gedurende de afgelopen rustige jaren zijn verstopt geraakt met afgedankt meubilair en andere zooi worden uitgeruimd en schoongemaakt, water en droog en houdbaar voedsel worden ingeslagen. Toch lijkt vrijwel niemand zich echt heel erg veel zorgen te maken. Nothing new, is de overheersende opinie. O.k., de dreiging van chemische wapens is nieuw (althans nu). Maar dat er voortdurend een zekere dreiging is, is “normaal” en dat er af en toe wat raketten over en weer worden afgeschoten is dat ook. Het zou niet normaal moeten zijn, laten we dat voorop stellen. Maar in dit geplaagde land is het dat wel. En in de omringende landen ook.

Voor ons is het niet normaal en allemaal erg nieuw. Het houdt ons bezig. Het nieuws volgen we op de voet, apps van de Jerusalem Post, Haaretz, BBC News en ja, ook NU.nl draaien overuren op mijn Iphone. Syrië is “the talk of the town”. De moeders die ik iedere ochtend en middag tref op Hasharon Square, het pleintje waar de schoolbus de allerkleinsten ophaalt om ze naar school te brengen, praten over schuilkelders en gasmaskers, evacuatieplannen en de rol van hun echtgenoot daarin en het op de juiste toon informeren van familie en vrienden in het paspoortland. En gelukkig – al had ik niet anders verwacht – houdt de veiligheidssituatie ook de ambassade bezig. Niet alleen vanuit de rol die de ambassade heeft in het vertegenwoordigen van Nederland in politiek opzicht, maar ook in de rol van werkgever.  Aldus werden ons deze week onze gasmaskers overhandigd. We gaan er overigens absoluut niet van uit dat we ze nodig zullen hebben, maar dat we ze in huis hebben en weten hoe ze werken, is een prettige gedachte. Better safe then sorry. Het was een hele puzzel om de gasmaskers in elkaar te zetten en te begrijpen hoe ze werken. Maar het is gelukt en inmiddels hebben we ook met de jongens geoefend.

Tja, de jongens. Je vraagt je af hoe kinderen omgaan met deze dreiging. Je kunt ze er helaas niet niets over vertellen. Op school wordt erover gepraat en er zijn veiligheidsoefeningen. Het is immers een hele klus om bij een luchtalarm al die kinderen tijdig (dat wil zeggen binnen 2 minuten vanaf het begin van het alarm!) in de schuilkelders te krijgen. Onze jongens kunnen er ogenschijnlijk goed mee dealen. Thomas is ervan overtuigd dat “ze ons niet gaan botheren” want: “niemand wil oorlog mama”. Benjamin vindt het een beetje spannender en wil er niet te veel over praten omdat hij dan enge dromen krijgt. Dat respecteren we vanzelfsprekend en ik ben er trots op dat onze kinderen met ons praten over dit onderwerp en open zijn over hun gedachten en gevoelens. Zowel Benjamin als Thomas hebben hun gasmasker gepast en hebben ons plechtig beloofd bij een luchtalarm precies te doen wat er van hen gevraagd wordt. En daarmee is er wat Benjamin betreft genoeg gepraat over oorlog en raketten en gaan we weer over op de orde van de dag. En om eerlijk te zijn, zo werkt het voor ons allemaal. Je kunt niet 24 uur per dag nadenken over eventuele vreselijke dingen die zouden kunnen gebeuren maar misschien ook niet. Overgaan tot de orde van de dag, kunnen en moeten we. We hebben natuurlijk wel alle benodigde voorzorgsmaatregelen getroffen, vanzelfsprekend met de hulp van de ambassade.

Zo heeft de ambassade ervoor gezorgd dat de schuilkelder in onze tuin is opgeruimd en bereikbaar is. Dat was tot twee dagen geleden niet het geval. De schuilkelder en de trap er naartoe, stonden vol met zooi. Met bouwmaterialen om precies te zijn. Zakken zand, tegels en allerlei andere spullen die gebruikt worden bij de renovatie van onze compound, lagen her en der verspreid en maakten het vrijwel onmogelijk de schuilkelder in te geraken. Nu was dat tot vorige week geen urgent probleem, dat werd het deze week helaas opeens wel. Inmiddels kunnen we kelder gemakkelijk in en uit, staan er stoelen in, is de elektriciteit aangesloten en is er stromend water. Onze schuilkelder biedt ruimte aan 50 mensen. Dat wil zeggen dat de luchtfilter schone lucht kan produceren voor 50 mensen. Een prettige gedachte. Alleen jammer dat niemand wist hoe het luchtfilter werkt. Echter ook hier is inmiddels verandering in gebracht. Na instructies van de beheerder van de compound, weet ik precies hoe het luchtfilter moet worden bediend, met elektriciteit en bij gebrek daaraan (pfff, dat is vermoeiend, handmatig schone lucht pompen!). In de schuilkelder staan stoelen en liggen wat dunne matrasjes, er is een wc en een wastafel en in de luchtsluis bevindt zich zelfs een douche. Overigens zit je over het algemeen niet langer dan tien tot vijftien minuten achter elkaar in de shelter. En dat is maar goed ook want het is er momenteel snikheet… 

Door de ambassade zijn we uitstekend gebriefd over wat te doen in geval van een noodsituatie. Het allerbelangrijkste is dat we rustig moeten blijven. Als Arjen op de ambassade is tijdens een luchtaanval of serie van luchtaanvallen, moet hij vooral daar blijven en niet overhaast in de auto springen om naar huis te komen. Hetzelfde geldt voor mij. Als de kinderen op school zijn tijdens een aanval, moeten we ons goed realiseren dat ze daar super veilig zijn. De school heeft diepe en goed uitgeruste schuilkelders en staat onder toezicht van de Amerikaanse ambassade met bijbehorende security. Ik mag dan ook niet naar de school rijden in geval van een noodsituatie. De kinderen zitten daar goed en het is volstrekt zinloos mezelf in gevaar te brengen door naar hen toe te willen op zo’n onverhoopt moment van dramatische omstandigheden. Verder moeten we ten alle tijden bereikbaar zijn. Mobiele telefoons binnen handbereik en opgeladen houden is het devies. En mocht het dan misgaan, moeten we goed contact met elkaar houden zodat iedereen altijd weet wie waar is en informatie snel kan worden doorgegeven. Gisteravond is in dat kader de telefoonboom van de ambassade getest. Bij ons was het op dat moment spitsuur: Arjen was net thuis en stond onder de douche, de kinderen hoorden in bed te liggen maar waren het daar niet mee eens en ik was de keuken aan het opruimen. Een perfect moment om de telefoonboom te testen. Toen Arjens telefoon twee keer vlak achter elkaar overging, was ik zo verstandig op te nemen…

En bij de tuindeuren staan dus keurig vier kartonnen dozen opgestapeld met in ieder een gasmasker. Ernaast staat een grote tas met houdbaar voedsel (droge koekjes en crackers), flessen water en bekers, spelletjes en tekenpapier en stiften. Voor zover je kunt zeggen dat je voorbereid bent op een korte oorlog, zijn wij dat. Maar we hopen en bidden dat deze beker aan ons en aan het Syrische en Israëlische volk voorbij zal gaan.

Thomas met gasmasker

Thomas met gasmasker

Benjamin met gasmasker
Benjamin met gasmasker

Ik met gasmasker
Ik met gasmasker

Waarom wij de nieuwe Floris van Bommels maar hebben afgeschreven…

Met drie volle koffers, een tas met schoonmaakspullen, enkele IKEA tassen gevuld met nieuwe keukenspullen en beddengoed – want in de afgelopen twee Tanzaniaanse jaren niet aangevuld of vervangen – en een grote Albert Heijn tas vol schoenen, kwamen we op zondagmorgen aan bij Ons Huis. Ons Huis, want de vorige bewoners, L&L, hadden hun container een paar dagen eerder uitgezwaaid en logeerden de laatste dagen voor hun vertrek naar Nederland in het huis van de buren. Een heerlijk gevoel gaf het om de sleutel in het slot te steken en binnen te stappen in het huis waar we 4 jaar gaan wonen. Het huis was leeg en schoon en de schilders zouden later die dag komen om de muren en plafonds een opfrisser te geven. Wij dachten praktisch te zijn door alvast wat spullen in het huis te zetten die we in de dagen tot onze verhuizing niet nodig zouden hebben.

Het had wat voeten in aarde, dat schilderen… De schilders begonnen uiteindelijk niet op zondag maar pas op dinsdag met hun werk. De eerste schilder kwam niet opdagen, de tweede was te duur en de derde kreeg aanvankelijk de opdracht van de eigenaar van het huis om alleen de vieze plekken weg te werken met een likje verf – dit vanzelfsprekend als reactie op de te dure schilder. Daar staken wij een stokje voor, we besloten liever de muren af te wassen dan te leven in een huis met vale muren met overal witte vlekken erop. Shlomo, de schildersbaas die de klus uiteindelijk kreeg, was het volledig met me eens dat het wegwerken van vieze plekken esthetisch niet verantwoord was en wist de huisbaas – een goede vriend van hem – ervan te overtuigen dat het beter was het hele huis te schilderen. Zo gezegd, zo gedaan en op dinsdagochtend in alle vroegte liet ik Shlomo en zijn werkmannen het huis in.

Op woensdagavond gingen we een kijkje nemen in het huis, de volgende ochtend zouden we erin trekken en we waren benieuwd naar het eindresultaat. Shlomo had me inmiddels laten weten dat ze de klus woensdagavond al zouden afronden. Mocht je je afvragen of het werkelijk mogelijk is een huis met 5 slaapkamers, 3 badkamers, een ruime woonkamer, eetkamer en keuken in twee werkdagen volledig te schilderen, dan kan ik je bij deze uit de droom helpen: dat kan niet. Maar het moet gezegd worden, zo lang je niet al te nauwkeurig naar de plafonds kijkt (die hier en daar witte vlekken vertonen op een verder vale ondergrond), ziet het er prima uit. Wij waren dus blij, woensdagavond. Al schrokken we lichtelijk van de vele sigarettenpeuken die we overal tegenkwamen, zelfs tussen de latjes van het blad van een tuintafel. Maar ach, we waren al lang blij dat het huis weer wit was.

Wel een beetje jammer dat de tas met schoenen weg was. Alle andere tassen stonden nog netjes op hun plek. Alleen die Albert Heijn tas was weg. Shlomo wist ons met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid te vertellen dat hij L met een tas het huis had zien verlaten eerder die dag. L zat op dat moment echter met vrouw L en zoonlief in een KLM toestel, op weg naar Nederland. We konden ons overigens niet voorstellen dat L&L die enorme tas vol schoenen bij vergissing hadden meegenomen. Ze zouden daar zo ongeveer een extra koffer voor nodig hebben gehad en de ervaring heeft ons geleerd dat je bij een internationale verhuizing eerder een koffer te kort komt dan dat je er een over hebt. Sholomo was echter zo zeker van zijn zaak, dat ik L toch maar een mailtje stuurde. Met een vervelend onderbuikgevoel moet ik erbij zeggen. want L had me met zoveel dingen geholpen sinds onze aankomst, dat ik hem absoluut niet het gevoel wilde geven hem ergens van te beschuldigen.

De volgende ochtend, we waren inmiddels in het huis getrokken om daar de laatste dagen tot de komst van de container af te wachten, ontving ik een telefoontje uit Nederland. Van L&L. Met een bizar verhaal. L was inderdaad nog een laatste keer door hun oude / ons nieuwe huis gelopen terwijl de schilders daar aan het werk waren. Een van de werkmannen vroeg hem of hij wellicht oude schoenen voor hen had want ze hadden geen geld voor schoenen. L moest die vraag ontkennend beantwoorden. Erg toevallig natuurlijk, dat onze (8 paar) schoenen weg waren terwijl de werkmannen L om oude schoenen hadden gevraagd. Arjen belde Shlomo en vertelde hem dit verhaal. Een half uur later belde Shlomo terug, De schoenen waren terecht. Hij had zijn jongens verteld dat hij had gehoord dat er bewakingscamera’s in ons huis hingen en dat de politie de beelden zou gaan bekijken als de schoenen niet binnen 24 uur terecht waren. Mocht een van hen “per ongeluk” de tas met schoenen hebben meegenomen, dan was dit het moment om ze terug te geven.

En zo stond Shlomo op vrijdagochtend bij mij voor de deur, in zijn hand een oranje, gerafelde tas. Zijn verhaal bij het overhandigen van de schoenen is uiteindelijk de reden voor deze weblog. mijn excuses voor de lange aanloop. Ik citeer(dus let niet op het gebrekkige Engels, Sholomo is Israëlisch):

“How stupid can you be! First ask for shoes and then steal shoes, thinking you can get away with it! And then also believe my story about the security camera’s! I am telling you Cecil, those Arabs are the most stupid people on earth. But we should be lucky that they can’t think because if they had brains, they would have thrown us out of the country years ago. It’s only because they are so f..ing stupid that they can’t even hit our cities with their rockets”… en ” if there are still shoes missing, let me know and I will make sure they loose their working permit. They will be kicked out of Israel, never ever coming back for payed jobs”.  Zo ging hij nog even door.

Nooit eerder heb ik binnen enkele minuten tijd zoveel racistische opmerkingen gehoord. De “arabieren” die voor Shlomo werken, wonen op de Westbank.

Racisme en discriminatie kom je overal tegen, in Nederland, in Tanzania, in Israël. En overal ter wereld ook, zijn er bevolkingsgroepen die je met name in ongeschoolde baantjes ziet, die de niet-populaire (vieze) klusjes doen. En ja, wij hadden veel ongeschoold personeel in Tanzania en onze hulp in Nederland was gevlucht uit Afghanistan. Ik ben niet beter dan wie dan ook, ook ik maak fouten, heb vooroordelen en geniet van het feit dat er een Filipijns meisje is dat ons huis hier in Herzleya Pituach eens per week wil schoonmaken. Waar ik echter echt problemen mee heb, is dat inwoners van de Westbank en Gaza zo worden gediscrimineerd en zo gemakkelijk hun bron van levensonderhoud kunnen verliezen als iemand ze “lastig” vindt.  De werkmannen van Shlomo mogen hier in Israël werken, ik vermoed tegen een laag loon, zo lang ze geen problemen veroorzaken. Doen ze dat wel, dan wordt hun werkvergunning onherroepelijk beëindigd. Zonder enige vorm van hoor en wederhoor overigens. Shlomo hoeft maar te klagen bij de politie om die jongens Israël uit te laten zetten en het hen onmogelijk te maken hier verder ooit nog te werken.

Hoe de economische situatie nu precies is op de Westbank en in Gaza. is me nog niet duidelijk. Het feit dat John Kerry, Minister van Buitenlandse Zaken in de VS, een kleine 4 biljoen USD wil investeren in de economische ontwikkeling van de Westbank, is echter veelzeggend. Dat er een enorm conflict is tussen de Palestijnse gebieden en Israël met (zeker in het verleden) veel zelfmoordaanslagen in Israël, verklaart natuurlijk veel van de economische problemen in de Palestijnse gebieden. Maar ik kan er niet omheen dat dit gesprek met Shlomo me erg aangreep. Ik had hem bijna die tas met schoenen teruggegeven, voor zijn jongens die blijkbaar zo weinig verdienen dat ze niet eens fatsoenlijke schoenen kunnen kopen af en toe.

En ja, er ontbrak een paar schoenen. Een gloednieuw paar van Floris van Bommel. Nog maar een keer gedragen. Ze hebben wel een goede smaak, die “Arabieren”… Het was beslist het mooiste en hipste paar in de tas! We hebben besloten Shlomo niet op de hoogte te stellen van dit paar achtergehouden schoenen. We hopen dat ze ontzettend lekker zitten en dat het schilderen minder zwaar is met mooie, comfortabele schoenen aan. We willen echt niet dat deze mannen, die al zo ontzettend hard voor een beter bestaan moeten werken, hun bron van inkomsten kwijtraken door zoiets futiels als een paar schoenen.

Ik realiseer me dat deze blog politiek gevoelig kan en zal liggen en dat er velen zijn die een andere mening hebben dan de mijne. Of die de situatie proberen te relativeren aan de hand van soortgelijke verhalen in Nederland of waar dan ook ter wereld. Ik vind echter dat dit soort verhalen verteld moeten worden. Het Palestijns-Israëlisch conflict gaat niet alleen om politiek dan wel religieus geëngageerde mensen en hun gedachtegoed. Het gaat ook (of misschien vooral) om mensen, hun gezinnen, hun kinderen. Mensen die in hun levensonderhoud moeten zien te voorzien, iedere dag weer. Ik heb de oplossing niet voor de problemen in de regio, maar het minste wat men zou kunnen doen, is elkaar met respect behandelen. Ook als iemand zo dom is geweest iets te stelen en dat ook nog (weliswaar niet expliciet) aan te kondigen. Mocht ik met dit verhaal iemand voor het hoofd stoten, mijn excuses.

Culture shock, jawel, nog steeds

… niet dat me dat verrast overigens, dat we nog steeds in een soort culture shock verkeren. Iets anders hadden we nauwelijks kunnen verwachten na twee jaar Afrika.

Het is hier en daar wat tegenstrijdig overigens, hoe we de veranderingen ervaren. Hoewel we een land hebben verlaten dat qua oppervlakte veel groter is dan ons nieuwe land, hebben we het gevoel dat onze wereld vele malen groter is geworden nu we in Israël wonen. Waar ‘m dat in zit? Heel voor de hand liggend is natuurlijk het feit dat Israël en de omringende landen, in het middelpunt van de (politieke) belangstelling staan. De regio is onrustig met de laatste staatsgreep in Egypte, de oorlog in Syrië en de politieke veranderingen in Iran.  Tel daarbij op de jongste poging om het vredesoverleg tussen Israël en de Palestijnse gebieden weer op gang te brengen en je begrijpt wel wat ik bedoel als ik zeg het gevoel te hebben dat onze wereld veel groter is geworden. Via Facebook fora, kranten en online Israëlisch nieuws, worden we voortdurend blootgesteld aan wat er in de buurlanden gebeurt en wat de Israëlische regering, de IDF (Israëlische krijgsmacht) en de inwoners van dit land daarvan vinden. Het is interessant, boeiend zelfs, hoewel ik dat nauwelijks hier durf op te schrijven aangezien ik me er enorm van bewust ben dat ik het gemakkelijk onder de noemer “interessant” kan scharen aangezien ik hier niet voorgoed woon, maar slechts tijdelijk te gast ben. Een luxe positie hebben wij hier. Niet alleen letterlijk (ook daar raak ik steeds meer van doordrongen nu ik meer zicht krijg op de economische situatie waarin het merendeel van de Israëliërs verkeert), maar zeker ook figuurlijk. We zijn toeschouwers bij een moeizaam vredesproces waar de meningen – ook in Israël zelf – enorm over uiteen lopen en waar de emoties hoog over oplopen soms. Toeschouwers, wij vertrekken immers weer wanneer Arjen opnieuw wordt overgeplaatst. Voor de inwoners van Israël en de Palestijnse gebieden geldt (en dan doel ik op alle bevolkingsgroepen die er leven), dat de onrust in de regio en de bijbehorende onzekerheid over de toekomst, een fact of life is. Zij zijn geen toeschouwers. Hun toekomst en die van hun kinderen, hangt af van het vredesproces en van de stabiliteit in de omringende landen. Wat gebeurt er als het niet lukt de spelers aan één tafel te krijgen en de Palestijnse autoriteit zich tot de VN richt in protest tegen de Israëlische nederzettingen? Niemand die het weet, al wordt er genoeg over nagedacht en gesproken.

In gesprekken met diplomaten en andere internationals – en om heel eerlijk te zijn ook in gesprekken met vrienden en familie buiten Israël -, merken we dat de vraag “aan welke kant sta je”, enorm belangrijk is. Er wordt volop afgetast, vragen worden gesteld en verhalen worden verteld die de door de gesprekspartner gekozen kant in het conflict, moet illustreren en onderbouwen. Ik kan nog niets met die verhalen, hoewel ze me veel doen en ze ook bij mij emoties oproepen. Ik ben hier nog te kort om echt te begrijpen wat er speelt en waarom. Mij is wel duidelijk dat er ontzettend veel levens in zeer grote mate beïnvloed worden door de geschiedenis van Israël en de Palestijnse gebieden, en de geschiedenis van het Joodse volk en van de andere inwoners van deze regio en dat er binnen dat Joodse volk weer vele groeperingen zijn met uiteenlopende religieuze visies en dientengevolge evenzo uiteenlopende visies op het vredesproces. Wat een land, wat een wereld… Het zal een hele tijd duren voordat ik er werkelijk iets van begrijp. Een mening over wat er hier gebeurt, heb ik nog niet, niet in zoverre dat ik erover kan schrijven althans. Ik wil veel meer weten, meer mensen spreken, meer lezen, meer ervaren. Vandaar mijn voorzichtige verhalen so far. In Tanzania durfde ik opener te schrijven over wat ik hoorde, zag, voelde. Omdat alles hier zo gevoelig ligt, ben ik voorzichtiger in deze blog.

Dat Israël ook buiten de politieke situatie waarin het land zich bevindt, heel veel interessants te bieden heeft, wisten we natuurlijk al. Voor mij ging dit echter pas goed leven toen we met de jongens rondliepen tussen de overblijfselen uit de Romeinse tijd in Caesarea. Nou ja, tussen is niet het goede woord, er is daar zo weinig afgezet dat je letterlijk over de geschiedenis loopt, over eeuwenoude mozaïeken, langs afbrokkelende zuilen en dwars over het hippodrome! Met name het paleis van Herodes maakte veel bij de jongens los. Te zien hoe voor de jongens de verhalen uit de Bijbel een beetje tot leven kwamen (al is Caesarea niet eens een Bijbelse plaats), was werkelijk geweldig en bijzonder. Wanneer Arjen terugkomt uit Londen, waar hij nu 3 weken verblijft om te studeren aan de London School of Economics, gaan we snel een weekend naar Jeruzalem. Niet alleen omdat we dat zelf erg graag willen, maar ook omdat onze jongens erom vragen. De kinderbijbel was voor hen al een favoriet boek, maar is inmiddels verheven tot “Het Voor Het Slapen Gaan Voorleesboek”. Het is immers een boek vol spannende verhalen die zich afspelen in het land waar we wonen. De jongens verheugen zich echt op Jeruzalem en dat vinden wij heel bijzonder. Thomas probeert ondertussen overigens het conflict tussen Israël en de Palestijnse gebieden op te lossen en dat leidt tot zeer bijzondere en voor ons allemaal inspirerende gesprekken. Wie weet, brengt hij ons tot nieuwe inzichten, de geest van een kind kan erg verfrissend zijn…