Bezoedeld vertrouwen. Een rot-ervaring in Jeruzalem

Ik wilde het niet doen. En wel. En niet en toch maar wel. Laat ik het maar doen, want het is te belangrijk en er wordt waarschijnlijk al te vaak over gezwegen. Ik ga schrijven over iets waarvan ik vrees dat ik er vervelende reacties op ga krijgen en dat het in het politieke wordt getrokken. Niet doen alsjeblieft.

Ik houd van Jeruzalem.

Heel veel.

En ik me er altijd veilig gevoeld. Ondanks de terreurdreiging, ondanks (of dankzij) de zwaar bewapende politieagenten en militairen op straat. Ondanks de vele incidenten die er plaatsvinden. In Jeruzalem voel ik iets. Iets speciaals. Een verbondenheid met het eeuwige. Een verbondenheid met God. Met andere religies. Met mijn gezin. Met mezelf. Jeruzalem heeft iets dat ik nog niet eerder heb ervaren in andere steden. Met mij zijn er velen die dat gevoel herkennen. En gelukkig weten bezoekers aan dit mooie land nog steeds de weg naar Jeruzalem te vinden. Ondanks de veiligheidsincidenten. Ondanks de spanningen.

Gisteren is er iets gebeurd waardoor Jeruzalem even iets van haar veiligheid heeft verloren voor mij.

Niet dat ik de stad nu zal mijden. Maar ik zal me minder vrij bewegen door de smalle straatjes en wat ik al helemaal niet meer zal doen, is in m’n eentje onderhandelen met een verkoper als ik iets wil kopen.

Gisteren heeft een verkoper me betast. Ik heb geen zin daar over uit te wijden. Het was onprettig. En dat is een understatement.

Het gebeurde in zijn winkel. Waar hij me probeerde te overtuigen van de kwaliteit van zijn pashmina’s. Ik heb een aardige verslaving aan pashmina’s en wilde een bijzondere kopen voor een lieve vriendin in Herzlyia. Zelf heb ik er al te veel. Hoewel. Nee. Ik heb er nooit te veel van. Niet echt. Nou ja, nu misschien wel.

De verkoper zou me het verschil uitleggen tussen namaak zooi en de real thing, de pashmina van een mix van zijde en cashmere. Niet van polyester.

Ik vertrouwde hem. Hij leek aardig. Oprecht. Totdat hij zijn handen niet bleek thuis te kunnen houden. Ik stond inmiddels helemaal achterin in zijn winkeltje in de soek, in de Muslim Quarter van de oude stad. Niet zichtbaar vanuit het straatje. Enkele winkeltjes verwijderd van Arjen en de jongens die cadeautjes voor familie en vrienden in Nederland was aan het afrekenen.

Degenen die mij langer kennen, weten dat een situatie als deze voor mij extra beangstigend is. Oud zeer en zo.

Maar ik bleef kalm, hield mijn verstand erbij en sprak de man – die aan het vasten was want het is Ramadan – aan op zijn eergevoel en respect voor vrouwen terwijl ik zijn winkel verliet. Hij bleef me naschreeuwen over die rot pashmina die hij me opeens voor een spotprijs probeerde aan te smeren.

De zwaar bewapende soldaten een eindje verderop keken me na. Ik voelde hun ogen in mijn rug terwijl ik nadacht over het wel of niet melden van het incident. Wel of niet uitspreken. Wel of niet delen. Ben ik dit zelf schuld? Hoe kon ik die man zijn winkel in volgen? Waarom had ik een zomerjurkje aan? Oh ja, het was 30 graden, maar toch. Was iets bedekters niet beter geweest?

Ik heb het niet gemeld bij de soldaten. Ik was bang. Bang voor een groter incident in een Jeruzalem vol spanningen tussen Israëliërs en Palestijnen. Bang ook voor wat het met de kinderen zou doen die nu al moesten zien hoe mama gejaagd zo snel mogelijk de soek uit wilde.

Even later, inmiddels buiten de stadsmuren, voegde Arjen zich bij ons, niet begrijpend wat er was gebeurd. Pas toen ik het hem vertelde sloeg de emotie toe. Duizelig en misselijk braken de tranen door, gezeten op een terras in Mamilla (een winkelgebied net buiten Yaffa Gate). Het was al snel over want Benjamin nam mijn paniek over en had zijn moeder nodig.

Er volgde nog een hele fijne avond, we zagen en hoorden de opera Rigoletto van Verdi bij Sultan’s Pool, net buiten de muren van de stad. Schitterend. Maar iets van de sfeer was verloren voor mij. Ik voelde me naïef, vies en dom.

Nu zijn we een nacht en een flink aantal uren verder en heb ik dat rot gevoel van me af geschud. Geen enkele vrouw vraagt erom ongewenst betast te worden. Of erger, verkracht. Het maakt niet uit waar ze is, hoe ze zich kleedt, hoe aardig ze doet tegen een man. Nee is nee. En mannen horen hun handen thuis te houden.

Deze keer kon ik wegkomen. De opkomende paniekaanval kreeg ik snel onder controle en ik ben absoluut oké. Ik ben sterker dan ik lang ben geweest, kan veel meer aan en kan dit een plek geven. Maar wat baal ik ervan dat me dit is overkomen op een plek die me zo dierbaar is. Een situatie die zo stereotype bevestigend is in een tijd waarin zoveel gezegd wordt over moslims en hun intenties.

Het kost even moeite maar ik moet het zeggen. Ik laat deze ervaring mijn blik op de wereld niet verpesten. Aanranders en verkrachters komen voor in alle landen en binnen alle religies. Maar in de oude stad van Jeruzalem zul je mij niet meer zo vrij zien rondlopen als ik altijd heb gedaan. Jammer.En dat is nog een understatement.

 

 

 

 

Onderhandelen Israeli style

Israëliërs behoren volgens mij tot de beste verkopers ter wereld. Dat kan niet anders. Of ik ben gewoon super gemakkelijk over te halen dingen te kopen die ik niet nodig heb (hetgeen ik zeker niet kan uitsluiten). Serieus, op sommige dagen kan ik beter geen winkel ingaan hier. Als ik enigszins emotioneel ben, last heb van heimwee, slecht heb geslapen of anderszins geen beste dag heb, blijf ik beter thuis. Want sjonge, wat zijn de verkopers hier te lande er goed in je te helpen bij het uitgeven van je geld. Onderhandelen, daar zijn ze ook goed in. Daarover later meer.

Het moet zo ongeveer anderhalf jaar geleden zijn geweest, dat ik voor het eerst geconfronteerd werd met de uitstekende verkoopkunsten van, in dit geval, een tweetal charmante Israëlische dames. Ik had heimwee. Niet een beetje. Nee. Het was een allesoverheersend gevoel dat me uit mijn slaap hield. Het nieuwe schooljaar was net begonnen, we woonden zo’n beetje twee maanden in Israël.  Vrijwel alle dozen waren uitgepakt, de belangrijke en de leuke dozen althans. Ik had nog niet veel vriendinnen en de vriendinnen die ik had, waren minder snel met uitpakken en zaten daar dus nog middenin. Er was sprake  van dreiging vanuit Syrië (wist ik veel dat het meestal bij dreiging blijft). Arjen had het lekker druk op de ambassade en de kinderen brachten lange dagen door op hun nieuwe school en kwamen iedere dag thuis met opwindende verhalen. Wat duurden de dagen lang en wat mistte ik Tanzania. En Nederland. Familie en vrienden. Een leven met een reguliere baan. In feite mistte ik alles wat op dat moment (nog) niet voorhanden was in Israël. En toen…, toen ontdekte ik de Body Shop. Een Body Shop! Je moet in Tanzania gewoond hebben – of in een vergelijkbaar land dat verstoken is van dit soort winkels – om te begrijpen hoe blij ik was. Een Body Shop! Even waande ik me in Nederland. Een intens gevoel van thuis zijn overviel me. En hoewel ik werkelijk niets nodig had, was daar opeens die drang om mijn old time favorite White Musk Bodyspray te kopen. Gewoon omdat het kon.

Totaal onbevangen stapte ik de winkel binnen. Overal hingen posters op, er was blijkbaar een aanbieding. Dat interesseerde me echter niet, ik had immers niets nodig. Behalve die bodyspray dan. Al snel had ik die gevonden en ik toog naar de kassa om af te rekenen. Wat er daarna gebeurde, kan ik niet meer navertellen. Nee, ik werd niet bedwelmd, niet bedreigd, niet onder druk gezet. Niets van dat alles. En toch, toch liep ik nog geen vijftien minuten later de winkel uit met een tas vol producten. Shampoo, doucheschuim, bodylotion (ik gebruik nooit bodylotion!), die spray en nog iets wat ik verdrongen heb. Geen idee wat het was. Vijf producten die ik in feite geen van allen nodig had. Wat was er mis gegaan? Tja. Twee zeer goede verkoopsters, dat was wat er mis was gegaan. En echt, ik zou je niet kunnen vertellen hoe ze het voor elkaar kregen, maar ze wisten me ervan te overtuigen dat ik die aanbieding niet kon laten lopen. Een aanbieding speciaal in verband met de Joodse feestdagen.

Inmiddels weet ik beter. Ik weiger iedere hulp in winkels, zoek mijn eigen weg en antwoord standaard met nee op iedere, iedere aanbieding. Want er zijn altijd wel aanbiedingen. Ik doe er niet meer aan mee. En ik ga dus niet meer winkelen op emotioneel minder fijne dagen.

Goed, tegen die verkoopkunsten weet ik me dus te weren. Nu het onderhandelen nog. Sinds kort ben ik voorzitter van de commissie die een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst onderhandelt met de ondernemingsraad van onze school. Enigszins tegen mijn zin overigens. Ik ben van mening dat het schoolbestuur niet de aangewezen entiteit is om te onderhandelen over arbeidsvoorwaarden. De Amerikaanse ambassade wil het echter zo en we zijn nu eenmaal een (Amerikaanse) ambassade school.  Dus zo zij het. Vandaag hadden we de eerste officiële bijeenkomst. Een kennismakingsgesprek. Niet meer dan dat. Er zou niet onderhandeld worden, ook zou er niet gesproken worden over het oud zeer waar de leerkrachten onder gebukt gaan. Mevrouw N, een geweldige gepassioneerde lerares die ook les geeft aan Thomas en Benjamin, kwam als laatste binnen. Met een bakje salade in haar ene hand en een vorkje in de andere. Zuchtend ging ze zitten. Even liet ze haar hoofd in haar handen zakken, waarna ze haar rug rechtte en begon te eten. Op een zeker moment keek ze me aan. Oh Ceciel, you really need to know this. We just never – NEVER – have time for lunch. Or for coffee. We never – NEVER – can take a break. Yes. That’s our life Ceciel. I am so happy that you will help us to make things better. Niet veel later merkte een andere leerkracht op dat de onderhandelingen dit jaar gelukkig soepel zullen verlopen, aangezien de school er financieel uitstekend voor staat. Hij bedoelde dit niet ironisch. Hij was bloody serious, zoals een medebestuurslid achteraf opmerkte.

Ik ben er niet meer gevoelig voor, dit soort verkoop- of onderhandelingsstrategieën. Ik trap er niet in. Het is een groot spel. Een spel waar ik leiding aan mag geven, met aan mijn zijde goede vriend en medebestuurder J. J, diplomaat bij de Amerikaanse ambassade, managet in het dagelijks leven het vredesproces tussen Israël en Palestina. Jawel, ik mag met een heuse vredesonderhandelaar samenwerken. Wat dat zal opleveren, zal de toekomst uitwijzen. Ik heb er vertrouwen in. Conflict resolution draagt onze school hoog in het vaandel. Het staat zelfs in onze missie. Komt goed, zou je zeggen. Tja. Jammer dat het ’t vorig jaar heel erg mis is gelopen, de onderhandelingen voor een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst op onze school. En het vredesproces tussen Israël en Palestina wil ook niet zo vlotten. Maar dat is beslist niet aan J te wijten. Of aan de leerkrachten op onze school. Toch?

PS Voor alle volledigheid: ik ben onder de indruk van de passie waarmee de leerkrachten op onze school hun werk doen en ik ga helemaal voor een win-win situatie waarbij het oud zeer zoveel mogelijk wordt weggenomen – er is nogal wat verkeerd gegaan in het verleden. Mijn beschrijving van lerares N is niet vervelend bedoeld, de leerlingen aanbidden haar en ik kan het erg goed met haar vinden…

Na de Dar-Dip nu ook de Tel Aviv – Dip…

In Dar es Salaam spraken we van de Dar-Dip, in Tel Aviv hebben we de Tel Aviv dip en ik, ik zit er even diep in. Oef, dat vergde moed, om dat op te schrijven in een weblog die iedereen kan lezen. Het is echter de waarheid en sinds ik er open over heb gepraat met een paar vriendinnen, heb ik ontdekt dat ik niet de enige ben die de dagen aftelt tot de Kerstvakantie. Vrienden die van plan waren hier te blijven met Kerstmis, boeken last minute tickets naar Wenen, Boedapest of Athene of ze stappen een paar dagen voor Kerstmis in de auto en rijden naar Jordanië. Wij hebben het geluk dat ons thuisland, Nederland, slechts 4 uur vliegen hier vandaan is. Dat geluk hebben onze Amerikaanse, Canadese en Australische vrienden niet, voor hen is een korte vakantie “thuis” geen optie. Het gevoel er even uit te moeten, afstand te willen nemen, leeft desalniettemin bij velen.

Waar komt dat gevoel vandaan? Goed, laat me ervoor waken een klaagzang van deze weblog te maken. Maar eerlijk is eerlijk, Israël is enerzijds een geweldig en bijzonder land om te mogen wonen, anderzijds is het ook pittig. Toen ik in Istanboel was met het schoolbestuur en de directie van onze school, beweerde een Amerikaanse diplomaat tijdens een overigens gezellig diner, dat het niet de vraag is óf er een derde intifada komt, maar wanneer. Een Israëlisch mede-bestuurslid deed er een schepje bovenop, volgens hem was de toenemende onrust in Jeruzalem het begin van die derde intifada. Ik werd er helemaal naar van, de afstandelijkheid waarmee gesproken werd over een mogelijke toename van willekeurig geweld waardoor onze veiligheid zou afnemen en onze bewegingsvrijheid aanmerkelijk zou worden ingeperkt. Even los van de vraag of er een derde intifada komt, het is gewoon onrustig in Israël. Iedereen roept wel dat het leven in Tel Aviv zo heerlijk is, zo ver van alle onrust verwijderd – dat is overigens waar – maar ik merk ondertussen ook dat het wel iets met me doet. Die voortdurende stroom van nieuws, de sms-jes over terroristische aanslagen die ternauwernood zijn voorkomen, die achteraf gezien niet hebben plaatsgevonden of die wel degelijk slachtoffers hebben veroorzaakt, ze raken me en maken me onrustig. Ze vinden over het algemeen niet plaats in Tel Aviv, die aanslagen, maar we hebben vrienden in Jeruzalem, gaan er naar de kerk en uiteindelijk leven we wel in Israël.

Het is overigens niet alleen de instabiele politieke situatie in Israël waar ik persoonlijk graag even afstand van zou willen hebben. Ik zou er ook verstandig aan doen de Nederlandse berichtgeving over Israël wat minder aandachtig te volgen. Ik ben kritisch over politieke beslissingen die in Israël genomen worden, begrijp vele acties niet en kan af en toe versteld staan van uitspraken van politici. Maar de vaak ongezouten meningen die sommige Nederlanders menen te moeten uiten in de media, zijn minstens zo erg. Bizarre verwijzingen naar de Tweede Wereldoorlog en voor mij totaal onbegrijpelijke antisemitische uitspraken doen me veel meer sinds ik hier woon.

Tja, en dan is daar de eeuwige worsteling – voor mij althans – tussen dankbaar zijn voor het bijzondere leven dat we leiden en mijn frustratie over het niet kunnen continueren van mijn carrière. Ik dacht daar alleen in te staan, heb hier weinig vriendinnen die werken of die een baan of consultancy opdracht ambiëren. Tot ik recent twee nieuwe vriendinnen aan mijn kring mocht toevoegen die beiden wel ambities hebben én een bijbehorende baan. Zij zijn in hun gezin de uitgezonden partner. Vriendin D is jurist bij een farmaceutisch bedrijf en vriendin S is plaatsvervangend ambassadeur. Gesprekken met hen inspireren me en hebben me bewust gemaakt van een andere belangrijke oorzaak van mijn huidige Tel Aviv Dip. Ik wil werken. Op mijn eigen vakgebied. Ik durf het nu eindelijk weer hardop te zeggen. Ik-wil-meer. Mijn bestuurswerk voor school is niet bevredigend genoeg, ik wil een werkkring, collega’s om mee te sparren, ik wil me vakinhoudelijk ontwikkelen, mijn kennis op pijl houden.

Klinkt het raar, dat ik dat nu pas hardop durf te zeggen? Probeer je eens voor te stellen dat je vriendenkring louter bestaat uit vrouwen die niet werken. Zij bevinden zich allen in een wankel evenwicht tussen vrede hebben met hun bestaan en frustratie om wat ze achter hebben moeten laten in hun thuisland, omwille van de carrière van hun echtgenoot. Uitspreken dat dat voor jou niet meer voldoende is, zoals ik nu doe, kan dan heel vervelend overkomen. Of als bedreigend worden ervaren. Voordat wij naar Tanzania verhuisden, was ik me daar nog helemaal niet van bewust. Toen ik voor ons vertrek aan een diplomatiek partner vroeg wat haar ervaringen waren ten aanzien van het vinden van werk in Dar es Salaam, leverde me dat achter mijn rug om een berg nare roddels op. Wie dacht ik wel dat ik was? Ik vond mezelf zeker te goed om me toe te leggen op de zorg voor mijn gezin… De dame in kwestie was gelukkig vertrokken tegen de tijd dat wij aankwamen in Dar en ik geloof niet dat haar kwaadsprekerij mijn start daar heeft bemoeilijkt. Maar het is illustratief voor dat wankele evenwicht waarin ik me bevind als diplomatiek partner. Een wankel evenwicht waarover ik heb besloten me er niet langer bij neer te leggen. 2015 wordt voor mij het jaar waarin ik op zoek ga naar adviesopdrachten in Israël. Ik wil weer aan de slag met mijn kennis van human resource management en compensation en benefits. Dus… mocht je iemand in je netwerk hebben waar ik zeker kennis mee moet maken om dit te verwezenlijken? Laat het me weten!

Enne… Nederland, we komen er bijna aan!

Leven in een vreemde realiteit

foto

Aan de lange tafel in onze eetkeuken zitten 8 dames en een heer. We hebben onze eerste vergadering over de te organiseren International Day op school. Ik ben voorzitter. Overigens kom ik nauwelijks aan het woord want de President van de PTA (Parent Teacher Association) is er ook en zij informeert mij en mijn team over de randvoorwaarden waar het evenement aan moet voldoen.

Nu vindt International Day pas midden mei 2015 plaats, we hebben dus nog even. Hopelijk is het tegen die tijd weer echt rustig en veilig in Israël en Gaza. Maar op dit moment bevinden de inwoners van Gaza en Israël zich duidelijk in een onzekere situatie als het gaat om hun veiligheid. Als voorzitter van het organiserend comité voor International Day, moet ik daar rekening mee houden. Dat betekent dat er een emergency plan moet zijn. Wat doe je met 1.500 gasten van binnen en buiten de school als er een raket in de richting van Even Yehuda wordt afgeschoten? En wat vindt de IDF – het Israëlische leger – eigenlijk van zo’n grote bijeenkomst in tijden van conflict? En dan is er het vraagstuk  van de gasten uit momenteel politiek beladen landen. Mogen we van de IDF bijvoorbeeld Turkse gasten ontvangen op zo’n groot evenement? Gaat het ons lukken om de Israëlische en Palestijnse ouders gezamenlijk een tafel te laten inrichten om de “colours en flavours” van hun land(-en) te showen? Dat laatste vraagstuk werd met enig gehoon van de tafel geveegd door de aanwezige Israëlisch/Joodse mensen vanmorgen. Het is één land, er komt één tafel. Een Israëlische tafel. Tja, daar sta je dan mooi voor als niet-Israëlische voorzitter met iets andere denkbeelden over dit onderwerp.

Goed, we waren dus in een interessante discussie verwikkeld toen opeens alle telefoons – die pontificaal op tafel lagen – op precies hetzelfde moment begonnen te piepen. Automatisch reikten 9 handen naar 9 telefoons en niet veel later hoorden we duidelijk explosies van ofwel raketten die ergens zuidwaarts de aarde raakten ofwel de explosies van de luchtafweer raketten  van de Iron Dome. Het dreunde aardig in ons huis. Het waren niet eens explosies bij Tel Aviv, zo bleek uit de sms-jes die we even eerder hadden ontvangen.  De raketten waren op doelen zuidelijker gericht en toch waren de explosies duidelijk hoorbaar.

Op dit moment worden er weer de hele dag door raketten en mortieren over en weer geschoten. Het is verschrikkelijk, ik kan het niet anders zeggen. Dat wij daar rekening mee moeten houden bij de organisatie van onze International Day, is niets als je nadenkt over de gevolgen voor de mensen in het zuiden. In Gaza valt niet veel meer te organiseren. Los van het feit dat men daar niet over het soort scholen beschikt waar wij zo mee gezegend zijn, staat er daar simpelweg niet veel meer overeind. Arjen sprak deze week een journalist die net terug is uit Gaza. Het schijnt echt afschuwelijk te zijn. En dan de mensen in Zuid Israël? Hun economie is behoorlijk onderuit gegaan, ze brengen veel tijd in en rond hun schuilkelder door. Ja, de Iron Domes functioneren goed, gelukkig. Maar het is ontwrichtend zo te moeten leven. Want ook voor “shrapnel” moet je de schuilkelder in.

Hoe belangrijk dat is, bleek wel toen er een stuk shrapnel  door het dak viel van de Nof Yam school. De hele punt van een raket kwam daar naar beneden. Waar Nof Yam is? Nof Yam is het buurtje naast het onze. Daar wonen vriendinnen van me met hun gezinnen. Veel vrienden in Nof Yam,  maar ook hier in Herzlyia Pituach, hebben shrapnel in hun tuin gevonden. Een goede vriend van ons was bijna half-slapend zijn huis uit gelopen toen hij dacht dat het weer veilig was na een luchtalarm. Om voor hemzelf onduidelijke redenen bleef hij even staan in de deuropening en precies op dat moment zag hij vlak voor zich een regen van brokstukjes van een raket of van afweergeschut naar beneden vallen. Die schuilkelders hebben dus wel degelijk een functie, zelfs met geweldig afweergeschut.

Na hun eerste schooldag, kwamen de jongens thuis vol stoere verhalen. Voor Benjamin was het hoogtepunt van de dag wel dat hij erachter was gekomen dat de school een super coole schuilkelder heeft bij de sportvelden. Met douches en wc’s. En voor Thomas was dat de ontdekking van een wel héél grappige schuilkelder: in de meisjes-wc in de buurt van zijn klaslokaal.

En zo leven we momenteel dus. In een bizarre realiteit met schuilkelders, emergency plans en discussies over Israëlische en Palestijnse tafels. Ik ben er erg verdrietig over en kan niet ontkennen dat ik me zorgen maak. Niet zozeer over onze veiligheid. Nog niet althans. Maar wel over de sfeer waarin onze kinderen naar school gaan en over het feit dat ik ze voortdurend moet bijsturen in hun spelletjes. Hier in huis worden namelijk onder geen beding raketten afgeschoten of getekend.

Benjamin, vredestichter in spe

Benjamin, vredestichter in spe?

Benjamin, vredestichter in spe?

Mama, als Israël nou ophoudt met raketten sturen naar Palestina (hij bedoelt Gaza) en als ze nou de raketten afpakken van de stoute mannen in Palestina (hij doelt op Hamas), dan is de oorlog toch gewoon voorbij?

Benjamin denkt (veel te) veel na over het huidige conflict tussen Israël en Gaza/Palestina en zou het dolgraag even oplossen.

Bij de diploma-uitreiking voor alle kinderen die van de Pre-school overgingen naar Kindergarten, vertelden Benjamins juffen al dat Benjamin van orde en regelmaat houdt en dat hij rechtvaardigheid super belangrijk vindt. Zij zagen in hem een toekomstig rechter. Natuurlijk herkenden we die karaktereigenschappen van onze Ben. Hij denkt graag na over “hoe het hoort”, heeft een scherp oog voor rechtvaardigheid. Of het nu gaat om dierenmishandeling of armoede, hij ziet het en praat erover met ons. Als het even kan bedenkt hij een oplossing.

We hebben natuurlijk geprobeerd het conflict hier in Israël niet te dichtbij te laten komen voor de kinderen.  Maar dat was en is niet gemakkelijk. We moesten ze immers instrueren over luchtalarm en zo. En er wordt voortdurend over gepraat. In Nederland was het een terugkerend onderwerp  van gesprek tijdens onze vakantie. En nu, terug in Israël, is het dat al helemaal. En niet iedereen is even terughoudend als het gaat om vrijuit spreken waar kinderen bij zijn. Kinderen van vijf en zeven zouden niets moeten weten over oorlog. Nou ja, zo weinig mogelijk in ieder geval. Wij, Arjen en ik, zijn opgegroeid met verhalen over de Eerste en Tweede Wereldoorlog. En op de een of andere manier heb ik altijd geloofd dat wij nooit persoonlijk geconfronteerd zouden worden met oorlog en conflict. Niet zo dichtbij als nu althans, op 100 kilometer afstand. De realiteit blijkt anders. En waar de wereld om me heen voor mij als kind altijd een veilige haven was, is hij dat voor Thomas en Benjamin niet langer. Veiligheid is voor hen niet meer vanzelfsprekend. En daar baal ik van.

Ik heb natuurlijk helemaal niets te klagen. We wonen op een van de meest veilige plekken in Israël. De mensen in het zuiden en in Gaza hebben het pas echt zwaar! En toch baal ik ervan dat de jongens me vragen of Israël en Palestina al vrede hebben gesloten.  Dat ze zich afvragen of er ook morgen nog een staakt het vuren zal zijn. Of niet.

Vrijdag hebben we een briefing op school waarin we worden geïnformeerd over de maatregelen die de school heeft getroffen om de veiligheid van onze kinderen te waarborgen. Ook zijn de school-psychologen aanwezig om ons een en ander uit te leggen over het omgaan met angst en het begeleiden van onze kinderen daarbij. Leerkrachten zijn geïnstrueerd over hoe om te gaan met angstige kinderen. Sommige kinderen zijn de hele zomer hier geweest en hebben een stuk of vijftien keer in de schuilkelder gezeten. En dan zijn er de Palestijnse kinderen – Thomas heeft een Palestijns vriendje. Hun families hebben al onder normale omstandigheden te kampen met vooroordelen en discriminatie. Dat zal er met het huidige conflict niet beter op zijn geworden. Ook zij komen weer naar school straks.

De eerste week op school – volgende week – zal in het teken staat van het drillen van de kinderen. Drillen als in goed reageren op luchtalarm. Rustig blijven en instructies opvolgen. Netjes in de rij naar de schuilkelder. De kinderen leren niet alleen wat ze moeten doen als ze op school zijn als het alarm afgaat, maar ook de monitor van de schoolbus doet een luchtalarm-oefening met de kinderen. Wat ben ik blij dat onze jongens weer in de schoolbus zitten voor de jongsten. Een kleine groep die de kortste route naar school rijdt zonder tussenstops. Zo’n kleine groep is veel gemakkelijker te managen bij een luchtalarm.

Zoals ook in Nederland bekend, spreken vertegenwoordigers van Israël en de diverse Palestijnse bewegingen momenteel met elkaar in Caïro over een duurzaam bestand. We volgen het nieuws op de voet en hopen intens dat het deze keer lukt. Was het maar zo eenvoudig als onze Benjamin voorstelt.

Kinderen betalen de rekening (LINDAnieuws)

Voor zover niet bekend bij lezers die me niet op Facebook volgen: ik schrijf af en toe blogs op http://www.lindanieuws.nl/wereldwijven. Deze week werden er twee gepubliceerd die over hetzelfde onderwerp gaan, namelijk over kinderen, jongeren, die slachtoffer zijn van het langslepende conflict tussen Israël en Palestina. Onderstaand een link naar beide artikelen.

http://www.lindanieuws.nl/wereldwijven/cecielhuls/spanningen-in-israel-lopen-op/

http://www.lindanieuws.nl/wereldwijven/cecielhuls/kinderen-van-de-rekening-in-israel-en-palestina/

Onvergetelijk – Masada

Vriendin L had het me al verteld: alleen al de rit naar Masada is de moeite waard. Naarmate je dichterbij de Dode Zee komt, verandert het landschap en waan je jezelf in een ander land, op een andere planeet zo mogelijk.

Natuurlijk had L gelijk. Het was overigens wel een kleine uitdaging er te komen. Op zich is het redelijk simpel, je moet er niet te veel over nadenken en gewoon de reguliere route via Jeruzalem en over de Westbank volgen. Wij dachten wel na, niet handig. We dachten na omdat we op zondag gingen. In Nederland is zondag over het algemeen een rustige dag om ergens naartoe te rijden. In Israël is dat anders. Zondag is de eerste dag van de werkweek en dat betekent: lange files, onder meer rondom Tel Aviv en Jeruzalem. We meenden die te kunnen omzeilen door een stuk richting Beer Sheva te rijden (in de Negev). Op zichzelf geen gek idee. Het probleem was echter dat onze GPS helemaal in de war raakte van onze wens om niet via Jeruzalem te rijden. Zelfs na ruim 100 km “onze route” gereden te hebben, bleef de GPS ons stug terug sturen richting Jeruzalem. Overigens kwamen we daar pas achter nadat we tot drie keer toe dezelfde weg op en af hadden gereden (en dus twee keer waren omgekeerd). Onze kaart bleek verouderd, we wisten het op een gegeven moment echt niet meer! Toen we uiteindelijk begrepen welke afslag we moesten nemen om te voorkomen dat we in de Negev terecht zouden komen in plaats van aan de Dode Zee, was er aardig wat tijd verstreken hetgeen ons niet echt in dank werd afgenomen door de mannetjes achterin. Ach, we hebben weer een stukje van Israël goed kunnen bekijken.

Toen we eindelijk de gezochte afslag hadden gevonden, ontvouwde zich al snel een prachtig (understatement!) landschap voor onze ogen. De weg kronkelde door een rotsachtige woestijn met hier en daar een verdwaald boompje. In eerste instantie gingen we een stuk aardig stijl omhoog, om vervolgens tot beneden de zeespiegel af te dalen waar de Dode Zee aan onze voeten lag. Na nog een stuk langs de Dode Zee te hebben gereden, waar iedere wadi lijkt te zijn ingenomen door dure hotels behorende bij de grote (Israëlische) ketens zoals Isrotel, Leonardo en Daniel, zagen we links van ons Masada. Hoewel we in de reisgidsen en op internet hadden gelezen dat Masada moeilijk te onderscheiden is van de andere bergplateaus, herkenden wij de vorm direct. We passeerden enorme lege parkeerterreinen: het grote voordeel van het maken van dit soort uitstapjes op zondag is dat er op wat bussen met leerlingen na, vrijwel niemand op de toeristische highlights afkomt. Natuurlijk troffen we in de parkeergarage een gezin waarvan de oudste dochter bij Benjamin in de klas zit en naast onze auto stond een andere auto met een CD nummerplaat van de Nederlandse Ambassade. Al met al is Israël een klein land en kom je – zeker op zondag – al snel andere diplomaten en hun gezinnen tegen.

Je kunt Masada op twee manieren beklimmen: te voet over het zogenaamde slangenpad, zoals ooit de Romeinen deden en de Joden zie zij vervolgden, of op de moderne en gemakkelijke manier: met de kabelbaan. Wij kozen voor die laatste optie en kozen ervoor het slangenpad naar beneden af te dalen na ons bezoek aan de overblijfselen van het roemruchte fort. Achteraf gezien misschien niet de slimste keuze, maar deze dag stond al vanaf de start in het teken van verkeerd gekozen routes :). Alvorens de kabelbaan in te stappen, zagen we een kort promo filmpje over Masada, in het Engels. Wat was ik blij dat ik in de auto al het verhaal van Masada aan de jongens had verteld. Even hadden we getwijfeld of we ze wel konden vertellen over de massale zelfmoord die de vervolgde Joden pleegden nadat hen duidelijk was geworden dat hun bestand niet langer bestand was tegen de Romeinse overmacht aan wapens en belegeringsmachines. Als ik dat had achtergehouden, waren ze er door het bekijken van dit filmpje wel achtergekomen. In het filmpje werd de massale zelfmoord beschreven als een heroïsche daad, een ultiem verzet tegen de Romeinse onderdrukkers. Een en ander werd geïllustreerd met fragmenten uit de miniserie “Masada”. Anyway, we hadden de jongens voorbereid en na het zien van dit filmpje dat zijn doel zeker niet voorbij schiet, stonden de jongens te trappelen van ongeduld om het fort met eigen ogen te aanschouwen. Gelukkig vertrok de kabelbaan al snel en zo stonden we enkele minuten later in het verblindende zonlicht, bovenop het plateau.

Waar de jongens zich een voorstelling probeerden te maken van de gevechten, zagen Arjen en ik het waanzinnige uitzicht in alle richtingen rondom Masada. We zagen goed bewaard gebleven restanten van het fort, een prachtig badhuis, een synagoge, het paleis van Herodes aan de noordzijde van de berg en een indrukwekkend watersysteem. Een behulpzame gids – niet door ons ingehuurd – gaf de jongens een lesje waarin hij de werking van dat watersysteem uitlegde. Wat een technisch vernuft. Moeilijk aan de jongens uit te leggen hoe de Romeinen zulke prachtige uitvindingen hebben nagelaten aan de wereld, terwijl ze tegelijkertijd zoveel ellende hebben gebracht in de door hen bezette gebieden. Mooi ook om te zien hoe de jongens zich steeds meer interesseren voor de verhalen achter wat ze zien. Bijzonder om onze oudste de parallel te horen trekken tussen het verleden en het heden. Nog steeds worden Israël en het Joodse volk belaagd. Gelukkig merken wij daar nu niets van voor wat betreft raketaanvallen die overigens nog steeds plaatsvinden maar die zich niet op Tel Aviv richten. Maar de jongens zijn zich er wel van bewust dat de buurlanden van Israël overwegend vijanden van het land zijn en inderdaad, dat is al lange tijd zo.

Uitkijkend over de Dode Zee, probeerde ik me een voorstelling te maken van hoe het moet zijn geweest in dat fort, ooit door Herodes gebouwd, omsingeld door een overmachtige vijand,  en je te realiseren dat er een einde komt aan je vrijheid. Ik realiseerde me dat ik best iets kan begrijpen van de strijdlustigheid van het Joodse volk. History repeats itself, lijkt de geschiedenis steeds weer te bewijzen. Geen wonder dat Israël tot de tanden toe bewapend is en fel van zich afbijt, letterlijk en figuurlijk. En tegelijkertijd kan ik me niet verenigen met veel van de dingen die gebeuren in het kader van het beschermen van de Israëlische staat en het behouden van het Joodse karakter van die staat. Zoals de bouw en uitbreiding van nederzettingen. Daarover later meer.

De terugkeer naar Tel Aviv begon met het afdalen van Masada, terug naar de auto. We bleken niet de enigen die bedacht hadden dat dat een mooie afsluiting zou zijn. Arjen en Benjamin liepen al snel een stuk voor Thomas en mij uit. Ik ben nu eenmaal geen snelle afdaler met mijn hoogtevrees. Zij hadden daardoor geen last van de groep jongeren die gelijktijdig met ons de tocht naar beneden aanvingen. Voor ons liepen twee meisjes met hoogtevrees. Een van hen droeg een enorm geweer over haar schouder: blijkbaar een dagje vrij van de opleiding bij de IDF. Achter ons een colonne van schreeuwende en liederen zingende jongeren, velen eveneens met grote wapens over hun schouder. Die aanwezigheid van wapens, ik zal er nooit aan kunnen wennen denk ik. Zeker in zo’n situatie waarin de dragers ervan in burger zijn. De IDF-ers mogen hun wapens niet onbeheerd achterlaten en dus dragen ze ze overal met zich mee. Ik hoop ongeladen. Het heeft echt iets engs, die jonge, zelfverzekerde mensen met nonchalant een geweer over hun schouder, een flesje water in de hand, die luidkeels schreeuwend en zingend over een slingerend paadje met losliggende stenen naar beneden lopen. Thomas en ik hielden stevig elkaars hand vast en beten van ons af wanneer er iemand met geweer langs ons heen probeerde te rennen op een smal en stijl stukje trap. Trots dat Thomas op zichzelf was toen we eenmaal beneden stonden!

Na de naar ons gevoel veel te lange heenreis, besloten we de op terugweg via de Westbank te rijden. Afgezien van ons bezoek aan Bethlehem, hadden we nog weinig van de Westbank gezien. Nu reden we het hele stuk vanaf Masada tot Jeruzalem door dit betwiste gebied. En weer hadden we het gevoel een ander land in te rijden. Arabische dorpjes zien er soms redelijk uit, maar op het stuk waar we nu reden, zagen we vreselijk veel dorpjes die slechts bestaan uit hutjes met golfplaten daken. Afrika-like. Druzen met kamelen, geiten en schapen. Armoede. Totale armoede. Echt schrijnend werd het toen we dichterbij Jeruzalem kwamen. Hier zagen we de ene Joodse nederzetting na de andere, gebouwd bovenop de heuvels. Mooie huizen met tuinen, van alle gemakken voorzien, omheind met hekken en prikkeldraad. Goed zichtbaar voor de Arabieren die aan de voet van de nederzettingen iedere dag weer moeten knokken voor hun dagelijks bestaan.

En dan heb ik even geen antwoorden meer op mijn eigen vragen. Hoe kan dit? Hoe kan dit zo geplaagde volk – want daar ben ik me zeer van bewust, de vreselijk moeilijke positie van het Joodse volk in een wereld met absoluut genoeg antisemieten om angst te rechtvaardigen – een ander volk zo in het nauw drijven? Hoe kunnen mensen elkaar dit aan doen? Er zijn zo veel kanten aan dit probleem. Ik kom er niet uit. Wie wel? Twee-staten oplossing? Haalbaar of niet? De toekomst zal het leren. Duidelijk is dat Israël er alles aan zal doen om een situatie zoals die zich destijds op Masada afspeelde, te voorkomen. En dat begrijp ik dan ook wel weer…