Onderhandelen Israeli style

Israëliërs behoren volgens mij tot de beste verkopers ter wereld. Dat kan niet anders. Of ik ben gewoon super gemakkelijk over te halen dingen te kopen die ik niet nodig heb (hetgeen ik zeker niet kan uitsluiten). Serieus, op sommige dagen kan ik beter geen winkel ingaan hier. Als ik enigszins emotioneel ben, last heb van heimwee, slecht heb geslapen of anderszins geen beste dag heb, blijf ik beter thuis. Want sjonge, wat zijn de verkopers hier te lande er goed in je te helpen bij het uitgeven van je geld. Onderhandelen, daar zijn ze ook goed in. Daarover later meer.

Het moet zo ongeveer anderhalf jaar geleden zijn geweest, dat ik voor het eerst geconfronteerd werd met de uitstekende verkoopkunsten van, in dit geval, een tweetal charmante Israëlische dames. Ik had heimwee. Niet een beetje. Nee. Het was een allesoverheersend gevoel dat me uit mijn slaap hield. Het nieuwe schooljaar was net begonnen, we woonden zo’n beetje twee maanden in Israël.  Vrijwel alle dozen waren uitgepakt, de belangrijke en de leuke dozen althans. Ik had nog niet veel vriendinnen en de vriendinnen die ik had, waren minder snel met uitpakken en zaten daar dus nog middenin. Er was sprake  van dreiging vanuit Syrië (wist ik veel dat het meestal bij dreiging blijft). Arjen had het lekker druk op de ambassade en de kinderen brachten lange dagen door op hun nieuwe school en kwamen iedere dag thuis met opwindende verhalen. Wat duurden de dagen lang en wat mistte ik Tanzania. En Nederland. Familie en vrienden. Een leven met een reguliere baan. In feite mistte ik alles wat op dat moment (nog) niet voorhanden was in Israël. En toen…, toen ontdekte ik de Body Shop. Een Body Shop! Je moet in Tanzania gewoond hebben – of in een vergelijkbaar land dat verstoken is van dit soort winkels – om te begrijpen hoe blij ik was. Een Body Shop! Even waande ik me in Nederland. Een intens gevoel van thuis zijn overviel me. En hoewel ik werkelijk niets nodig had, was daar opeens die drang om mijn old time favorite White Musk Bodyspray te kopen. Gewoon omdat het kon.

Totaal onbevangen stapte ik de winkel binnen. Overal hingen posters op, er was blijkbaar een aanbieding. Dat interesseerde me echter niet, ik had immers niets nodig. Behalve die bodyspray dan. Al snel had ik die gevonden en ik toog naar de kassa om af te rekenen. Wat er daarna gebeurde, kan ik niet meer navertellen. Nee, ik werd niet bedwelmd, niet bedreigd, niet onder druk gezet. Niets van dat alles. En toch, toch liep ik nog geen vijftien minuten later de winkel uit met een tas vol producten. Shampoo, doucheschuim, bodylotion (ik gebruik nooit bodylotion!), die spray en nog iets wat ik verdrongen heb. Geen idee wat het was. Vijf producten die ik in feite geen van allen nodig had. Wat was er mis gegaan? Tja. Twee zeer goede verkoopsters, dat was wat er mis was gegaan. En echt, ik zou je niet kunnen vertellen hoe ze het voor elkaar kregen, maar ze wisten me ervan te overtuigen dat ik die aanbieding niet kon laten lopen. Een aanbieding speciaal in verband met de Joodse feestdagen.

Inmiddels weet ik beter. Ik weiger iedere hulp in winkels, zoek mijn eigen weg en antwoord standaard met nee op iedere, iedere aanbieding. Want er zijn altijd wel aanbiedingen. Ik doe er niet meer aan mee. En ik ga dus niet meer winkelen op emotioneel minder fijne dagen.

Goed, tegen die verkoopkunsten weet ik me dus te weren. Nu het onderhandelen nog. Sinds kort ben ik voorzitter van de commissie die een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst onderhandelt met de ondernemingsraad van onze school. Enigszins tegen mijn zin overigens. Ik ben van mening dat het schoolbestuur niet de aangewezen entiteit is om te onderhandelen over arbeidsvoorwaarden. De Amerikaanse ambassade wil het echter zo en we zijn nu eenmaal een (Amerikaanse) ambassade school.  Dus zo zij het. Vandaag hadden we de eerste officiële bijeenkomst. Een kennismakingsgesprek. Niet meer dan dat. Er zou niet onderhandeld worden, ook zou er niet gesproken worden over het oud zeer waar de leerkrachten onder gebukt gaan. Mevrouw N, een geweldige gepassioneerde lerares die ook les geeft aan Thomas en Benjamin, kwam als laatste binnen. Met een bakje salade in haar ene hand en een vorkje in de andere. Zuchtend ging ze zitten. Even liet ze haar hoofd in haar handen zakken, waarna ze haar rug rechtte en begon te eten. Op een zeker moment keek ze me aan. Oh Ceciel, you really need to know this. We just never – NEVER – have time for lunch. Or for coffee. We never – NEVER – can take a break. Yes. That’s our life Ceciel. I am so happy that you will help us to make things better. Niet veel later merkte een andere leerkracht op dat de onderhandelingen dit jaar gelukkig soepel zullen verlopen, aangezien de school er financieel uitstekend voor staat. Hij bedoelde dit niet ironisch. Hij was bloody serious, zoals een medebestuurslid achteraf opmerkte.

Ik ben er niet meer gevoelig voor, dit soort verkoop- of onderhandelingsstrategieën. Ik trap er niet in. Het is een groot spel. Een spel waar ik leiding aan mag geven, met aan mijn zijde goede vriend en medebestuurder J. J, diplomaat bij de Amerikaanse ambassade, managet in het dagelijks leven het vredesproces tussen Israël en Palestina. Jawel, ik mag met een heuse vredesonderhandelaar samenwerken. Wat dat zal opleveren, zal de toekomst uitwijzen. Ik heb er vertrouwen in. Conflict resolution draagt onze school hoog in het vaandel. Het staat zelfs in onze missie. Komt goed, zou je zeggen. Tja. Jammer dat het ’t vorig jaar heel erg mis is gelopen, de onderhandelingen voor een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst op onze school. En het vredesproces tussen Israël en Palestina wil ook niet zo vlotten. Maar dat is beslist niet aan J te wijten. Of aan de leerkrachten op onze school. Toch?

PS Voor alle volledigheid: ik ben onder de indruk van de passie waarmee de leerkrachten op onze school hun werk doen en ik ga helemaal voor een win-win situatie waarbij het oud zeer zoveel mogelijk wordt weggenomen – er is nogal wat verkeerd gegaan in het verleden. Mijn beschrijving van lerares N is niet vervelend bedoeld, de leerlingen aanbidden haar en ik kan het erg goed met haar vinden…

Advertenties

Avontuur in Istanbul en de uitdagingen van internationaal onderwijs

De mensen van de veiligheidscontrole op Ben Gurion, het vliegveld bij Tel Aviv, weten zich geen raad met ons. Drie leden van het management van de American International School in Israël, de vrouw van de directeur van de school en een dame getrouwd met een Nederlandse diplomaat – ik dus. Drie Amerikanen, een Israëlische en een Nederlandse dame. We willen inchecken voor onze vlucht naar Istanboel. Een vreemd reisgezelschap, onderweg naar een gevoelige bestemming gezien de huidige minder vriendschappelijke betrekkingen tussen Israël en Turkije. “Waarom gaat u naar Istanboel? Heeft u daar gemeenschappelijke vrienden? Een conferentie over internationaal onderwijs? Kunt u dat bewijzen? Heeft u een uitnodiging bij u?” I-pads worden aangezet, in e-mails wordt naarstig gezocht naar berichten van NESA, de Near East South Asia Council of Overseas Schools. Iemand vist een brochure uit zijn tas maar die is niet overtuigend. De veiligheidsfunctionaris haalt zijn supervisor erbij die ons uit de rij haalt en apart plaatst. Na een herhaling van dezelfde vragen wordt er een nog hoger geplaatste officer bijgehaald die besluit ons allen afzonderlijk te ondervragen. Ik ben als laatste aan de beurt en uiteindelijk mogen we inchecken. Voor mij is dit alles nieuw, diplomaten en gezin worden nooit zo uitgebreid gescreend. Eerlijk gezegd geeft het me wel een veilig gevoel, in Israël wordt de veiligheid aan boord heel serieus genomen. Niet zonder reden natuurlijk.

En zo begint mijn avontuur. Voor het eerst in lange tijd ga ik zonder mijn mannen op reis. Ik ben niet eerder in Istanboel geweest en reis met een groep mensen die ik nog niet zo goed ken. Tamelijk recent ben ik toegetreden tot het bestuur van onze school en deze trip naar Istanboel is bedoeld om in korte tijd veel te leren over het internationaal onderwijs in een tamelijk complexe omgeving en over de rol van bestuurslid van een particuliere school. Ik vertrek twee dagen eerder dan de andere bestuursleden die aan de conferentie zullen deelnemen. De directeur van onze school me heeft gevraagd zijn vrouw gedurende die dagen gezelschap te houden. Zij voelt er weinig voor de stad alleen te verkennen. Natuurlijk heb ik ja gezegd op dat verzoek. Twee dagen een naar het schijnt prachtige stad verkennen, ik zie het wel zitten.

Twee dagen lang doorkruis ik met R een overweldigend mooie stad. We maken een boottocht over de Bosporus, bezoeken de Blauwe Moskee en de Aya Sofia, we winkelen in de Grote Bazaar en in de kleinere Arasta Bazaar, lunchen in de najaarszon en leren elkaar beter kennen. Een bijzondere ervaring. Vaak word ik omhelsd door Turkse handelaren in de twee bazaars: “We love Holland!” Zelfs als ik niets koop krijg ik kopjes sterke Turkse koffie aangeboden en als ik een aankoop overweeg wordt me direct 25% korting aangeboden. Wat overigens volgens R (die Israëlisch is en dus gezegend met ijzersterkte onderhandelingsvaardigheden) geen enkele reden is tot het accepteren van de geboden prijs. Het levert grappige momenten op waarbij ik voor het eerst blij ben met die Israëlische zeer commerciële mentaliteit :). In Israël raak ik er steeds door in de problemen: te vaak verlaat ik winkels met aankopen die ik echt niet nodig had en die ik ook niet van plan was te doen!

En dan eindigt mijn sightseeing-tijd. De andere bestuursleden en nog enkele schoolhoofden van onze school arriveren en het leer-avontuur gaat van start. De NESA leiderschapsconferentie boeit vanaf de eerste minuut. Ik bezoek lezingen over onderwerpen als creativiteit in relatie tot schoolprestaties, normering in schoolrapporten, samenstelling van een goed bestuur, governance, budgettering, institutional development en fundraising en op de laatste dag van de conferentie neem ik deel aan een uitgebreide workshop over de zogenaamde U Theory, een inspirerende theorie over het tot stand brengen van verandering.

Tussen lezingen en workshops door wordt er druk genetwerkt. Ik spreek vooral met bestuursleden van andere internationale scholen in de regio. Ze komen uit Qatar, Egypte, India, de Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi Arabië… Een enkeling weigert te spreken met afgevaardigden uit Israël. Ik heb niet eens zin om uit te leggen dat ik noch Joods, noch Israëlisch ben. Over het algemeen is de sfeer echter open en constructief. We staan allen voor dezelfde uitdaging. Onderwijs bieden aan een multiculturele en multireligieuze groep studenten. Dealen met leerlingen (en hun ouders!) met verschillende taalachtergronden die na enkele jaren onderwijs weer verhuizen naar een ander land. En velen  van ons zijn woonachtig in landen met “enige complexiteit”. Vooral de ontmoeting met de bestuursleden uit Caïro was informatief. Ook wij houden altijd rekening met een oorlog die tot (tijdelijk) evacuatie van leerlingen en uitgezonden leerkrachten leidt. Onze school kan, indien die situatie zich zou voordien, overschakelen op afstandsonderwijs waarbij Skype en Moodle (ons digitale onderwijssysteem) centraal staan.

Tijdens het ontbijt voor vertrek naar de luchthaven in het Aziatische deel van Istanboel, spreek ik een US Marshall die op de conferentie lezingen heeft gegeven over het voorkomen en herkennen  van kindermisbruik en hoe daar vervolgens mee om te gaan. Zijn werkgebied is wereldwijd, hij woont echter met zijn gezin in de VS. Voor hemzelf was de week ook leerzaam, het was zijn eerste kennismaking met leiders van overzeese scholen. Hij deelt zijn observaties over wat in zijn ogen zo anders is aan dit soort scholen in vergelijking tot “gewone” scholen in de VS. Weinig gebroken gezinnen (expats die scheiden keren immers veelal zo snel mogelijk terug naar hun thuisland), vrijwel uitsluitend hoogopgeleide ouders (daar het vooral hoger opgeleiden zijn die worden uitgezonden door overheden en bedrijven) en een populatie die zeer gemakkelijk contacten legt waarbij nog meer dan gemiddeld gebruik wordt gemaakt van diverse media. Vooral kinderen die nieuw zijn op een internationale school kunnen “gemakkelijke” slachtoffers zijn voor kindermisbruikers. Zij hebben nog geen vrienden, zoeken vastigheid. Ook hun ouders kunnen gemakkelijk worden ingepalmd. Als bestuurslid van onze school en als voorzitter van de beleidscommissie, ben ik momenteel druk bezig met het herzien van onze Child Protection Policy. En dat gaat precies hierover. Niet leuk om over na te denken, wel erg belangrijk. Ik doe momenteel even geen betaald advieswerk, maar dit werk voor school voelt voor mij als minstens zo belangrijk en leerzaam.

En zo reis ik terug naar Arjen en de jongens die ik erg gemist heb. Een heleboel kennis en een waardevolle ervaring rijker. Volgende week zit ik de volgende beleidscommissie vergadering voor en zet ik in op een aantal belangrijke veranderingen. Spannend. Leuk!