Eerste “home leave” en dan … thuiskomen

Naar huis, een kort zinnetje met op het eerste gezicht niet meer betekenis dan dat wat er staat: je naar je huis begeven. Sinds ik expat ben, heeft het zinnetje veel meer betekenis gekregen. Naar huis gaan is terug naar Nederland gaan om familie en vrienden te zien. Naar huis gaan is ook vanuit Nederland terugkeren naar het huis waar onze spullen staan, naar het land waar ons leven zich afspeelt.

Nog geen 24 uur geleden zijn we thuisgekomen na onze eerste zogenaamde “home leave” naar Nederland vanuit Israël. Nooit gehoord van die uitdrukking?  Voor mij was het ook nieuw, dit concept van het voor een vakantie terugkeren naar je thuisland om familie en vrienden te bezoeken en om – in Arjens geval – bij te praten op het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Dat laatste was tijdens het achter ons liggende home leave niet aan de orde overigens. Gelukkig maar, ons programma was overvol.

De oplettende lezer van mijn weblog, heeft vermoedelijk wel begrepen dat ik de eerste maanden in Israël niet als bijzonder gemakkelijk heb ervaren. Heimwee naar Tanzania en heimwee naar familie en vrienden in Nederland streden om de voorrang. Ik heb me eenzaam gevoeld, ik heb me verveeld bij het vooralsnog ontbreken van werk, ik heb gezocht naar afleiding en heb me meer dan eens afgevraagd waarom ik dit ook alweer wilde, in het buitenland wonen. Dat zo’n eerste home leave dan veel betekent, is niet vreemd. Ik heb er enorm naar uitgekeken even terug te keren naar Nederland. Naar mijn familie die twee sterfgevallen te betreuren had in de afgelopen 6 maanden. Sterfgevallen waarbij ik slechts van fysiek grote afstand betrokken kon zijn omdat ik het onverstandig vond om in die eerste onwennige weken in Israël al naar Nederland te gaan. Naar Arjens familie waar vrij snel na onze verhuizing naar Israël een pracht van een tweeling werd geboren. Een tweeling die Thomas, Benjamin en ik tot deze home leave alleen op Skype, foto’s en filmpjes hadden gezien. Naar mijn vriendinnen, waarvan ik sommigen bijna een jaar niet had gezien en in wier levens ook grote veranderingen waren opgetreden. De een moeder geworden van haar eerste, de ander zwanger van nummer twee, weer een andere vriendin heeft haar huis grondig laten verbouwen en dan is er ook nog die vriendin die in haar eigen familie te maken heeft gekregen met de vergankelijkheid van het bestaan. Op grote afstand leven van familie en vrienden is niet gemakkelijk. Als je daarbij je plek nog niet hebt gevonden in je nieuwe standplaats, is de afstand extra moeilijk.

Toen ons KLM toestel ruim drie weken geleden landde op Nederlandse bodem, liepen de tranen over mijn wangen. Tranen die werden veroorzaakt door een mengelmoes van emoties. Het  toch wel vervelende gevoel van nog niet helemaal thuis zijn in Israël, verdriet om wat ik had moeten missen in de voorbije maanden in de levens van mensen die me lief zijn, blijdschap vooral ook bij het vooruitzicht van het weerzien met familie en vrienden. Ik kan de lezers van mijn weblog verzekeren: home leave is een achtbaan. Een achtbaan van emoties, een achtbaan van elkaar snel opvolgende mooie, bijzondere momenten met dierbaren. Maar ook een achtbaan van afgelegde kilometers door een toch echt tamelijk klein land. Koffers uitpakken en weer inpakken, inchecken en uitchecken op vakantieadressen. Bezoekjes aan HEMA, Kruidvat, schoenwinkels, sportzaken en niet te vergeten Albert Heijn. De gang langs huisarts, tandarts en in dit geval een audioloog en twee KNO artsen gevolgd door een niet voorziene operatie (Thomas kreeg voor de vierde keer nieuwe buisjes in zijn oren)… Can you imagine? En dan heb ik het nog niet eens over de vaak intense gesprekken, de tranen die over en weer vloeien bij weerzien en afscheid. Zoveel dat gezegd moet worden. En gevraagd. Een achtbaan van gevoelens en gedachten ook bij onze kinderen. De verwarring bij onze jongste, Benjamin, die naarmate de vakantie vorderde steeds moeilijker kon uitleggen waar hij woont: was het nu Nederland, Tanzania of Israël?

Het was geweldig. En heilzaam. Heilzaam omdat die heerlijke weken in Nederland ons deden realiseren dat ons leven op dit moment niet in Nederland is. En hoewel me – ons – dat soms erg verdrietig kan maken, was het goed om dit weer eens echt te ervaren. In Nederland hebben we geen huis om te wonen. Althans, ons huis in Voorburg hebben we nog steeds, maar het wordt bewoond door andere mensen, expats zoals wij. In Nederland hebben noch Arjen, noch ik een baan. De kinderen gaan er niet naar school. En hoewel ze nog vriendjes hebben in Nederland, zijn ze vooral bezig met hun nieuwe vriendjes in Israël. De bezittingen die we in Nederland hebben zijn verspreid over de huizen van onze ouders en de opslag waar we nog nooit zijn geweest. We hebben net besloten dat we maar eens een lijstje moeten maken van wat waar staat (kampeerspullen bij mijn ouders, Arjens ski- en klimuitrusting bij zijn zus, schoolspullen van Thomas en Benjamin bij mijn ouders etc. etc.). In Nederland zijn we nomaden. In Israël wonen we.

En zo komt het, dat ik Israël verliet met een nogal ontheemd gevoel van nog niet thuis zijn, en er afgelopen nacht ben teruggekeerd met een gevoel van thuiskomen. Thuiskomen in ons heerlijke huis aan zee. Thuis na een heerlijke en heilzame “Home Leave”.

De delegatie!

Ik waag me op glad ijs: Arjens werk. Tegelijkertijd kan ik moeilijk niet schrijven over het hoogtepunt in zijn werk tot nu toe. Iets wat bovendien zoveel – helaas negatieve – aandacht heeft gekregen in de media.

Arjen kijkt terug op een succesvolle missie. Een missie waar door ambtenaren van Buitenlandse Zaken en Economische Zaken en van de ambassade in Tel Aviv en de Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah keihard aan gewerkt is. Wij hebben Arjen erg weinig gezien de afgelopen weken. De werkdagen eindigden laat in de avond en liepen door in het weekend. Arjens Blackberry was voortdurend binnen handbereik om telefoontjes, mailtjes of sms-jes te beantwoorden en meer dan eens belde een bepaalde zeer vasthoudende zakenman uit Nederland als wij al in bed lagen. Arjen nam overigens altijd de telefoon op, hoe moe hij ook was.

Je moet je voorstellen dat zo’n omvangrijke handelsdelegatie – met maar liefst de Minister President, twee ministers plus diverse ambtenaren en de voorzitter van VNO-NCW present plus een 70-tal vertegenwoordigers uit het Nederlandse bedrijfsleven  – vooraf wordt gegaan door veel overleg. Natuurlijk is er het ambtelijk overleg tussen ministeries, ambassade en ambtelijke top in Israël. Maar daarnaast is er ook nog de vertegenwoordiging van het Nederlandse en Israëlische bedrijfsleven die betrokken worden bij de voorbereidingen. Je kunt denk ik wel stellen dat iedere diplomatieke delegatie spannend is voor de diplomaten ter plaatse. Alles moet worden voorbereid, potentiële gevoeligheden moeten worden voorzien en gemanaged, gesprekspartners op het juiste niveau moeten worden bereid gevonden rond de tafel te gaan met de Nederlandse bewindvoerders… Er komt enorm veel bij kijken. Hier in Israël speelt daarbij natuurlijk de gespannen situatie rondom het vredesproces en – in het verlengde daarvan – de houding van Nederland ten aanzien van de door Israël bezette gebieden. Alleen al deze laatste formulering zou me een massaal protest kunnen opleveren uit een deel van de Israëlische samenleving, zou mijn weblog hier gelezen worden. Om maar aan te geven hoe het hier is qua politiek: ieder woord wordt op een gouden weegschaal gewogen en ieder agendapunt tijdens een missie wordt vanuit allerlei perspectieven bekeken en beoordeeld.

Dat gezegd hebbende, hoop ik dat onze familie en vrienden de aardig negatieve berichtgeving in de pers met een korreltje zout nemen. Zoals ook Minister President Rutte aangaf tijdens het interview met Nieuwsuur – direct na de landing van ministers en ambtenaren op maandagavond – de ceremonie rondom de scanner stond niet in zijn programma en is dus ook niet afgezegd. En tja, Minister Timmermans wilde zich niet door Israëlische militairen laten vergezellen bij zijn wandeling door Palestijns Hebron omdat hij geen precedenten wil scheppen voor toekomstige bezoekende bewindslieden. Ik vind dat wel begrijpelijk, al is het spijtig dat pas zo laat duidelijk werd dat het oorspronkelijke plan, waarbij Timmermans zou worden begeleid door ongewapende Palestijnen, niet door kon gaan. Het fijne weet ook ik daar niet van.

Wat ik wel weet, is dat de delegatie al een aantal goede deals heeft opgeleverd voor de gas- en energiesector. Ook zijn de diplomatieke banden tussen Nederland en respectievelijk Israël en de Palestijnse Autoriteiten aangehaald. Dat Rutte last minute werd uitgenodigd voor een lunch bij Premier Netanyahu thuis, is mijns inziens illustratief voor de wijze waarop de handelsmissie is ervaren aan Israëlische zijde. Ondanks het feit dat de huidige Nederlandse regering een wat kritischer kijk uitdraagt op de Israëlisch – Palestijnse kwestie.

Al met al kan ik alleen maar trots zijn op mijn man en zijn collegae op de Nederlandse Ambassade te Tel Aviv. Ze hebben er met z’n allen hard voor gewerkt, alle zeilen zijn bijgezet, de delegatie was tot in de puntjes geregeld en, zoals dhr. Wientjes van VNO-NCW zei bij het afscheid: dat is zeker niet altijd het geval. Hulde dus voor Arjen en alle andere betrokkenen.

Een NB namens Thomas en Benjamin: zij zijn blij dat de bazen van Nederland weer vertrokken zijn. Ze hebben hun vader gemist in de afgelopen weken en waren blij hem vanmorgen een stuk ontspannender aan het ontbijt te zien.

 

Interview met Minister President Rutte: http://nieuwsuur.nl/video/584687-nederlands-bezoek-aan-israel-een-fiasco.html

Diplomatiek partner

Een aantal jaren geleden, zwanger van Thomas, vergezelde ik Arjen naar een feestje van Buitenlandse Zaken. Ondanks de gevorderde zwangerschap wilde ik er dolgraag naartoe, Blof trad op en ik hield en houd enorm van hun teksten en muziek. En ik was nieuwsgierig. Nieuwsgierig naar collega’s, nieuwsgierig naar hun partners. Nieuwsgierig naar wat zij mij mogelijk te vertellen hadden over het leven als diplomatiek partner. De kans dat ook mij een periode in het buitenland wachtte als partner van een diplomaat, was immers niet gering. Het was een gedenkwaardige avond. Ik heb de longen uit mijn lijf gezongen, ik genoot enorm.

Maar…

Jawel, er was een maar. Ik voelde me niet helemaal, hoe zal ik het zeggen? Ik voelde me niet op mijn plek gaat te ver en er waren beslist leuke, interessante mensen. Maar toch was er dat onderbuikgevoel – niet afkomstig van Thomas’ trappelende voetjes – dat me nog steeds bijstaat en dat me nu af en toe weer bekruipt. Een gevoel van verwondering misschien. Hoe sommige – let wel: ik wil absoluut niet generaliseren – diplomaten en partners denken over zichzelf en hun plek in de wereld. Nu waren de collega’s op dat feest op dat moment geen diplomaat, dan ben je pas als je bent uitgezonden namens het ministerie. Maar de meesten waren het geweest en keken reikhalzend uit naar hun hopelijk snelle volgende buitenlandplaatsing.

Ik ben inmiddels mijn derde jaar als diplomatiek partner ingegaan. Twee jaar in Tanzania, nu in Israël. De expat gemeenschap in Dar es Salaam was en is erg gevarieerd.  Er zijn veel diplomaten, maar er zijn minstens zoveel expats die via het bedrijfsleven zijn uitgezonden of die in Tanzania verblijven om goed te doen. En sommigen weten succesvol zakendoen op een geweldige manier te combineren met “goed doen” (mijn gedachten dwalen af naar dierbare vrienden…). Variatie genoeg en in onze vriendenkring bevonden zich erg weinig diplomaten. Geen bewuste keuze overigens, zo is het gelopen. Op een paar zogenaamde koffie-ochtenden na en het meehelpen bij de organisatie van een liefdadigheids-bazaar, ben ik er niet actief geweest in de Diplomatic Dpouses Club. De wat? Diplomatic Spouses Club? Jawel, Diplomatic Spouses Club, in diplomaten slang “DSC” genoemd. Het bestaat! Echt! Het is een clubje dat slechts toegankelijk is voor diplomatiek partners.

Hier in Tel Aviv heeft de DSC een wat andere rol dan in Tanzania denk ik. Voor mij althans. Zoals in een eerdere weblog aangegeven, is het hier een stuk uitdagender om vrienden te maken. Bovendien bestaat het overgrote deel van de expat community hier uit diplomaten. Dus als je nieuwe vrienden wilt maken terwijl je die niet zo gemakkelijk ontmoet door de veelheid aan shopping malls, stranden, restaurant, terrasjes en ontspanningsmogelijkheden, dan, tja, dan word je lid van de DSC. Heb ik ook gedaan en met mij vele andere nieuwelingen. En ik moet zeggen: het is me reuze meegevallen :). Niet dat ik het in Dar es Salaam zo vreselijk vond. Maar daar had ik het “niet nodig”. Ik had er een fijne groep vrienden, was druk met Nederlandse School en werk en je kwam er iedereen sowieso wel tegen.

Ik ben dus lid van De Diplomatic Spouses Club Israel. Om erachter te komen dat er onder de diplomatiek partners een zekere hiërarchie bestaat die een kopie is van de hiërarchie op de diverse ambassades. Niet dat iedereen dat zo opvat of uitdraagt overigens. Maar er zijn beslist genoeg partners van de oude stempel, die hun status ontlenen aan de positie van hun man. Het zal ongetwijfeld een functie hebben, maar ik begrijp nog steeds niet waarom de “vrouw van de ambassadeur van …” dit op haar naamkaartje vermeld ziet terwijl de gewone sterveling zoals ik, slechts haar land van herkomst vermeld ziet. Een bijzonder leuk gesprek had ik laatst bij een lunch met de vrouw van een ambassadeur van een Europees land, die me vertelde dat zij zeer beslist haar identiteit los zag van haar mans werk en dat ze zich er bijzonder over kon verbazen dat er nog steeds vrouwen zijn waar dit anders voor is. Zij reageerde ook oprecht positief verrast, toen ik vertelde dat ik vanuit huis ga werken hier in Tel Aviv. Good for you, was haar haar reactie. So much better then going from one brunch to another. Dit lijkt ongetwijfeld heel normaal en dat zou het ook moeten zijn. Maar ik heb heel wat opgetrokken wenkbrauwen gezien wanneer ik vertelde over mijn werk.

Het is moeilijk om anekdotes te vertellen over het gedrag van diplomaten en hun partners. Ik wil niemand voor het hoofd stoten, schrijf ongetwijfeld “te diplomatiek”. Maar ik wil een verhaal niet onvermeld laten, omdat het een Nederland actuele discussie is. Die van de diplomaat en zijn/haar verkeersovertredingen. Wij diplomaten (oh wat erg om dat zo te zeggen), zijn tot op zekere hoogte onschendbaar. In Tanzania mochten we bijvoorbeeld niet aangehouden worden door de politie. Wat erg fijn was want niet-diplomaten werden regelmatig aangehouden om vervolgens boetes opgelegd te krijgen voor overtredingen die ze niet begaan hadden. Hier in Israël heb je die willekeur niet, er is een normaal functionerend justitieel apparaat en dito politiemacht. Althans, voor zover ik weet (wat natuurlijk niet alles zegt). Wij Nederlandse diplomaten betalen dan ook gewoon onze verkeersboetes. Dat is zo afgesproken en het is niet meer dan normaal. Vinden wij. Niet iedereen denkt daar zo over.

Ik volg sinds kort lessen Ivriet met een groepje diplomatiek partners. Super inspirerend en leuk. Nu zit er in mijn klasje een “vrouw van een ambassadeur” die zo’n beetje al haar hele volwassen leven als diplomatiek partner de wereld rond reist. En in al die jaren hebben haar man en zij een waanzinnige stapel bekeuringen opgespaard, ze duidde minstens een meter aan – ze zijn al op leeftijd. Niet een van die bekeuringen is betaald. Het voorrecht van een diplomaat, volgens haar. Toen wij aan het eind van onze les bespraken waar we het beste konden parkeren voor aanvang van de les, deed zij de wel zeer boute uitspraak dat wij, diplomaten, toch zeker anywhere konden parkeren? Op de stoep, voor een garage deur, ach, iedere plek voldeed, zo lang je er maar niet voor hoefde te betalen. Dat ik had gekozen voor de grote betaalde parkeerplaats om de hoek van het appartement van onze lerares, terwijl ik ook op een “verboden te parkeren” plek had kunnen gaan staan zonder te betalen, verbaasde haar ten zeerste. En tot mijn verbazing was ik de enige die haar verbazing hierover uitte. Er leek een soort stilzwijgende goedkeuring te worden gegeven aan dit zeer discutabele voorrecht.

Ach. ik betaal parkeergeld en parkeer daar waar dat mag.

Nu ben ik erg benieuwd wat er morgen gebeurt, als deze dame met me meerijdt naar Tel Aviv voor onze les Ivriet. Ik ga lekker op de betaalde parkeerplaats parkeren. Eens zien wat dat met haar doet.

Ons nieuwe huis… na de verhuizing!

Zithoek in woonkamer

Zithoek in woonkamer

Woonkamer

Woonkamer

Eetkamer

Eetkamer

Speelkamer annex wasruimte annex opslagruimte

Speelkamer annex wasruimte annex opslagruimte

Slaapkamer Benjamin

Slaapkamer Benjamin

Logeerkamer met links een badkamer ensuite (niet op foto).

Logeerkamer met links een badkamer ensuite (niet op foto).

Slaapkamer Thomas

Slaapkamer Thomas

Werkkamer Ceciel / kralenhoek :)

Werkkamer Ceciel / kralenhoek 🙂

Dakterras voor slaapkamer Arjen en Ceciel

Dakterras voor slaapkamer Arjen en Ceciel

Slaapkamer Arjen en Ceciel

Slaapkamer Arjen en Ceciel

Slaapkamer Arjen en Ceciel met links de deur naar de badkamer.

Slaapkamer Arjen en Ceciel met links de deur naar de badkamer.

Waarom wij de nieuwe Floris van Bommels maar hebben afgeschreven…

Met drie volle koffers, een tas met schoonmaakspullen, enkele IKEA tassen gevuld met nieuwe keukenspullen en beddengoed – want in de afgelopen twee Tanzaniaanse jaren niet aangevuld of vervangen – en een grote Albert Heijn tas vol schoenen, kwamen we op zondagmorgen aan bij Ons Huis. Ons Huis, want de vorige bewoners, L&L, hadden hun container een paar dagen eerder uitgezwaaid en logeerden de laatste dagen voor hun vertrek naar Nederland in het huis van de buren. Een heerlijk gevoel gaf het om de sleutel in het slot te steken en binnen te stappen in het huis waar we 4 jaar gaan wonen. Het huis was leeg en schoon en de schilders zouden later die dag komen om de muren en plafonds een opfrisser te geven. Wij dachten praktisch te zijn door alvast wat spullen in het huis te zetten die we in de dagen tot onze verhuizing niet nodig zouden hebben.

Het had wat voeten in aarde, dat schilderen… De schilders begonnen uiteindelijk niet op zondag maar pas op dinsdag met hun werk. De eerste schilder kwam niet opdagen, de tweede was te duur en de derde kreeg aanvankelijk de opdracht van de eigenaar van het huis om alleen de vieze plekken weg te werken met een likje verf – dit vanzelfsprekend als reactie op de te dure schilder. Daar staken wij een stokje voor, we besloten liever de muren af te wassen dan te leven in een huis met vale muren met overal witte vlekken erop. Shlomo, de schildersbaas die de klus uiteindelijk kreeg, was het volledig met me eens dat het wegwerken van vieze plekken esthetisch niet verantwoord was en wist de huisbaas – een goede vriend van hem – ervan te overtuigen dat het beter was het hele huis te schilderen. Zo gezegd, zo gedaan en op dinsdagochtend in alle vroegte liet ik Shlomo en zijn werkmannen het huis in.

Op woensdagavond gingen we een kijkje nemen in het huis, de volgende ochtend zouden we erin trekken en we waren benieuwd naar het eindresultaat. Shlomo had me inmiddels laten weten dat ze de klus woensdagavond al zouden afronden. Mocht je je afvragen of het werkelijk mogelijk is een huis met 5 slaapkamers, 3 badkamers, een ruime woonkamer, eetkamer en keuken in twee werkdagen volledig te schilderen, dan kan ik je bij deze uit de droom helpen: dat kan niet. Maar het moet gezegd worden, zo lang je niet al te nauwkeurig naar de plafonds kijkt (die hier en daar witte vlekken vertonen op een verder vale ondergrond), ziet het er prima uit. Wij waren dus blij, woensdagavond. Al schrokken we lichtelijk van de vele sigarettenpeuken die we overal tegenkwamen, zelfs tussen de latjes van het blad van een tuintafel. Maar ach, we waren al lang blij dat het huis weer wit was.

Wel een beetje jammer dat de tas met schoenen weg was. Alle andere tassen stonden nog netjes op hun plek. Alleen die Albert Heijn tas was weg. Shlomo wist ons met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid te vertellen dat hij L met een tas het huis had zien verlaten eerder die dag. L zat op dat moment echter met vrouw L en zoonlief in een KLM toestel, op weg naar Nederland. We konden ons overigens niet voorstellen dat L&L die enorme tas vol schoenen bij vergissing hadden meegenomen. Ze zouden daar zo ongeveer een extra koffer voor nodig hebben gehad en de ervaring heeft ons geleerd dat je bij een internationale verhuizing eerder een koffer te kort komt dan dat je er een over hebt. Sholomo was echter zo zeker van zijn zaak, dat ik L toch maar een mailtje stuurde. Met een vervelend onderbuikgevoel moet ik erbij zeggen. want L had me met zoveel dingen geholpen sinds onze aankomst, dat ik hem absoluut niet het gevoel wilde geven hem ergens van te beschuldigen.

De volgende ochtend, we waren inmiddels in het huis getrokken om daar de laatste dagen tot de komst van de container af te wachten, ontving ik een telefoontje uit Nederland. Van L&L. Met een bizar verhaal. L was inderdaad nog een laatste keer door hun oude / ons nieuwe huis gelopen terwijl de schilders daar aan het werk waren. Een van de werkmannen vroeg hem of hij wellicht oude schoenen voor hen had want ze hadden geen geld voor schoenen. L moest die vraag ontkennend beantwoorden. Erg toevallig natuurlijk, dat onze (8 paar) schoenen weg waren terwijl de werkmannen L om oude schoenen hadden gevraagd. Arjen belde Shlomo en vertelde hem dit verhaal. Een half uur later belde Shlomo terug, De schoenen waren terecht. Hij had zijn jongens verteld dat hij had gehoord dat er bewakingscamera’s in ons huis hingen en dat de politie de beelden zou gaan bekijken als de schoenen niet binnen 24 uur terecht waren. Mocht een van hen “per ongeluk” de tas met schoenen hebben meegenomen, dan was dit het moment om ze terug te geven.

En zo stond Shlomo op vrijdagochtend bij mij voor de deur, in zijn hand een oranje, gerafelde tas. Zijn verhaal bij het overhandigen van de schoenen is uiteindelijk de reden voor deze weblog. mijn excuses voor de lange aanloop. Ik citeer(dus let niet op het gebrekkige Engels, Sholomo is Israëlisch):

“How stupid can you be! First ask for shoes and then steal shoes, thinking you can get away with it! And then also believe my story about the security camera’s! I am telling you Cecil, those Arabs are the most stupid people on earth. But we should be lucky that they can’t think because if they had brains, they would have thrown us out of the country years ago. It’s only because they are so f..ing stupid that they can’t even hit our cities with their rockets”… en ” if there are still shoes missing, let me know and I will make sure they loose their working permit. They will be kicked out of Israel, never ever coming back for payed jobs”.  Zo ging hij nog even door.

Nooit eerder heb ik binnen enkele minuten tijd zoveel racistische opmerkingen gehoord. De “arabieren” die voor Shlomo werken, wonen op de Westbank.

Racisme en discriminatie kom je overal tegen, in Nederland, in Tanzania, in Israël. En overal ter wereld ook, zijn er bevolkingsgroepen die je met name in ongeschoolde baantjes ziet, die de niet-populaire (vieze) klusjes doen. En ja, wij hadden veel ongeschoold personeel in Tanzania en onze hulp in Nederland was gevlucht uit Afghanistan. Ik ben niet beter dan wie dan ook, ook ik maak fouten, heb vooroordelen en geniet van het feit dat er een Filipijns meisje is dat ons huis hier in Herzleya Pituach eens per week wil schoonmaken. Waar ik echter echt problemen mee heb, is dat inwoners van de Westbank en Gaza zo worden gediscrimineerd en zo gemakkelijk hun bron van levensonderhoud kunnen verliezen als iemand ze “lastig” vindt.  De werkmannen van Shlomo mogen hier in Israël werken, ik vermoed tegen een laag loon, zo lang ze geen problemen veroorzaken. Doen ze dat wel, dan wordt hun werkvergunning onherroepelijk beëindigd. Zonder enige vorm van hoor en wederhoor overigens. Shlomo hoeft maar te klagen bij de politie om die jongens Israël uit te laten zetten en het hen onmogelijk te maken hier verder ooit nog te werken.

Hoe de economische situatie nu precies is op de Westbank en in Gaza. is me nog niet duidelijk. Het feit dat John Kerry, Minister van Buitenlandse Zaken in de VS, een kleine 4 biljoen USD wil investeren in de economische ontwikkeling van de Westbank, is echter veelzeggend. Dat er een enorm conflict is tussen de Palestijnse gebieden en Israël met (zeker in het verleden) veel zelfmoordaanslagen in Israël, verklaart natuurlijk veel van de economische problemen in de Palestijnse gebieden. Maar ik kan er niet omheen dat dit gesprek met Shlomo me erg aangreep. Ik had hem bijna die tas met schoenen teruggegeven, voor zijn jongens die blijkbaar zo weinig verdienen dat ze niet eens fatsoenlijke schoenen kunnen kopen af en toe.

En ja, er ontbrak een paar schoenen. Een gloednieuw paar van Floris van Bommel. Nog maar een keer gedragen. Ze hebben wel een goede smaak, die “Arabieren”… Het was beslist het mooiste en hipste paar in de tas! We hebben besloten Shlomo niet op de hoogte te stellen van dit paar achtergehouden schoenen. We hopen dat ze ontzettend lekker zitten en dat het schilderen minder zwaar is met mooie, comfortabele schoenen aan. We willen echt niet dat deze mannen, die al zo ontzettend hard voor een beter bestaan moeten werken, hun bron van inkomsten kwijtraken door zoiets futiels als een paar schoenen.

Ik realiseer me dat deze blog politiek gevoelig kan en zal liggen en dat er velen zijn die een andere mening hebben dan de mijne. Of die de situatie proberen te relativeren aan de hand van soortgelijke verhalen in Nederland of waar dan ook ter wereld. Ik vind echter dat dit soort verhalen verteld moeten worden. Het Palestijns-Israëlisch conflict gaat niet alleen om politiek dan wel religieus geëngageerde mensen en hun gedachtegoed. Het gaat ook (of misschien vooral) om mensen, hun gezinnen, hun kinderen. Mensen die in hun levensonderhoud moeten zien te voorzien, iedere dag weer. Ik heb de oplossing niet voor de problemen in de regio, maar het minste wat men zou kunnen doen, is elkaar met respect behandelen. Ook als iemand zo dom is geweest iets te stelen en dat ook nog (weliswaar niet expliciet) aan te kondigen. Mocht ik met dit verhaal iemand voor het hoofd stoten, mijn excuses.

Ons nieuwe huis

Eetkamer met zicht op woonkamer

Eetkamer met zicht op woonkamer

P1060772

Keuken

P1060774

Zitgedeelte in masterbedroom (onze slaapkamer) met toegang tot dakterras en uitzicht op zee!

P1060790

Woonkamer, bezien vanuit de kant grenzend aan de tuin. Rechtsachter de eetkamer en keuken (een level hoger) met links van de keuken de voordeur en hal.

P1060791

Ons eigen stukje tuin. We delen de tuin verder met de andere gezinnen die op Gabriel Estate wonen. Met hen delen we ook een groot zwembad en een tennisbaan. Ook vanuit de tuin kun je de zee zien!

P1060792

De speelruimte voor de jongens is onder het huis, in de kelder. Hier is ook opslagruimte voor niet gebruikt meubilair en een wasruimte.

Beelden Kooltjes in Israel

IMG_1993

Thomas heeft facepainting op school en laat trots het resultaat zien.

IMG_5612

Benjamin en een paar kinderen uit zijn Summer Camp klasje.

IMG_5619

Mooi mannetje. Het kostte een paar dagen zwemmen en schrobben om alle verf te verwijderen 🙂

IMG_5733

IMG_6233

IMG_6237

IMG_6263

IMG_6682

Mijn mannetjes en ik bij het Summer Camp  van de American International School

Mijn mannetjes en ik bij het Summer Camp van de American International School