De expat vakantie – of wat daarvoor moet doorgaan

Vraag de gemiddelde expat hoe zijn/haar vakantie in het paspoortland – waar dat ook mag zijn – eruit ziet en je bent al moe voor je gesprekspartner is aanbeland bij de terugreis naar het expat-land.

Het gemiddelde Nederlandse gezin brengt tijdens de schoolvakantie denk ik een week of twee à drie door op een vakantiebestemming. De rest van de – wat is het, 6 weken durende – vakantie logeren kinderen bij opa’s en oma’s, spelen ze op de BSO of gaan misschien op zeilkamp. Zo’n vakantie hebben wij nog nooit gehad. Want toen Thomas vier jaar was, verlieten wij Nederland. Dat is nu vijf jaar geleden. Je zou denken dat we inmiddels het ideale concept voor onze ‘expat-vakantie in Nederland’ wel gevonden hebben. Helaas. We maken nog steeds dezelfde inschattingsfouten waardoor we na een maand Nederland (en Frankrijk) tamelijk uitgeput terugkeren naar Israel.

Ons probleem: we willen te veel, kunnen niet kiezen. Dus doen we veel.

En genieten volop, daar niet van. Maar zelfs zonder te kiezen en met een overvol programma heb ik aan het eind van de vakantie het gevoel tekort te hebben geschoten. Er zijn namelijk altijd vriendinnen die ik had willen zien – maar niet gezien heb. De tijd met mijn ouders en mijn zusje is altijd te kort en hetzelfde geldt voor Arjens familie. En dan zwijg ik nog van de vele ooms en tantes en neven en nichten waarvan we velen in geen jaren gezien hebben.

Moeilijk ook voor hen, dat wij onze jaarlijkse kampeervakantie in La Douce France zo belangrijk vinden dat we die niet willen laten vallen. Dit jaar hebben we dat deel van de zomervakantie wel wat ingekort. Want naast al die leuke dingen – familie, vrienden, etentjes, borrels, zelfs twee verjaardagen die we dit jaar mee kunnen vieren – zijn er ook nog eens talloze regel dingen. En medische kwesties. Om maar wat te noemen:

Werk – deze zomer heeft Arjen een aantal belangrijke werkgerelateerde afspraken die hem al gauw twee volle dagen gaan kosten. Spannend, gaaf en leuk. Maar ook een logistieke uitdaging.

Medische kwesties: tandarts afspraken voor ieder, huisarts, KNO arts, audioloog en kinderchirurg (zeer waarschijnlijk inclusief een operatie voor onze Benjamin).

Ons huis in Voorburg moet bekeken worden, beslissingen moeten worden genomen over eventuele benodigde renovaties.

Zelf heb ik deze zomer een spannende afspraak over mijn boek in wording met twee inmiddels zeer gewaardeerde collega debutanten, de manuscript-begeleider en Editio, de organisatie die meedenkt bij het afronden van mijn boek en wat er daarna moet gebeuren. Gaaf. Spannend.

En…

De jongens willen naar de bioscoop, iets wat in Israel vrijwel onmogelijk is vanwege het taalprobleem. Er moeten nieuwe schoenen komen voor ieder, Albert Heijn moet leeg gekocht en ik MOET naar de sauna met mijn lieve zusje want in Israel doe ik zoiets niet. Warm zat.

Volgende week vliegen we dus naar Nederland met een ‘enigszins’ gevulde agenda. De huurauto is geregeld, een vakantiehuisje voor week één idem en campings voor twee weken eveneens. En we mogen een aantal dagen gebruik maken van het huis van vrienden in Den Haag – wat een heerlijkheid! Onze ouders weten wanneer we graag bij ze logeren of bij ze op bezoek komen en al die andere afspraken staan eveneens vast. We hebben er zin in, kijken ernaar uit.

Lekker even in Nederland zijn, waar verkeersregels regels zijn en niet vatbaar voor eigen interpretatie. Waar de Albert Heijn alles verkoopt waar we maar zin in hebben. En meer. Waar de prijzen schappelijk zijn. Waar iedereen onze taal spreekt. Waar het niet zo heet is, waar het af en toe lekker plenst en waait. Waar we kunnen knuffelen met onze ouders, met neefjes en nichtjes die veel te hard groeien. Waar ik de LINDA kan kopen in papieren versie. En kranten. Waar het water uit de kraan lekker is. En zo.

Het lijkt me duidelijk: ik ben toe aan een paar weken Nederland!

 

Wat een steun! Dank!

Barstende hoofdpijn had ik. Alsof mijn hersenen mijn schedel wilden verlaten. Ik denk dat ik wel een uur naar het scherm zat te kijken na het publiceren van mijn vorige blog. Depressief zijn, er rust nog steeds een taboe op. Bij mij dus ook want ik heb nog urenlang overwogen de blog te verwijderen, de linkjes op Facebook weg te halen. Wat als een toekomstig werkgever of opdrachtgever dit over me leest? Wat als mensen het niet begrijpen? Me een slappeling vinden? Of niet begrijpen dat ik dit zo nodig aan de grote klok moet hangen? Wat als? Als maar niet …

Maar toen kwamen de reacties binnenstromen. Reacties van herkenning, vragen over hoe en waar ik hulp had gevonden. Suggesties van methoden die ik zou kunnen uitproberen om me beter te voelen. Meditatie (dank Paul!), Mindfulness, wandelen met Jawbone als externe motivator. Wat fijn, al die mensen die meedenken en meeleven. Ik zie ook dat mijn blog anderen heeft geholpen bij het nadenken over hoe met die nare gevoelens van eenzaamheid en leegte om te gaan. Vaak helpt het te weten dat je niet alleen staat met die gevoelens. Dat het helemaal niet raar is. En dat er oplossingen zijn te vinden in de wereld om je heen en op het worldwide web. Hoe ontluisterend dat er zoveel andere expat partners zijn die worstelen met hun nieuwe rol in het leven in het buitenland. Die worstelen met de cultuur waar hun partner in is opgegroeid en waar zij nu ook in leven. Maar ook vriendinnen in Nederland die het zwaar hebben door de uitdagingen van alledag, het combineren van werk met zorg.

Een paar reacties die ik per mail ontving na mijn blog, bevestigden overigens ook dat er nog steeds een taboe heerst op het onderwerp depressiviteit. Van één mail werd ik zo verdrietig dat ik ‘m direct heb gedelete en heb besloten er niet op te reageren. Laat maar zitten. Als iemand echt meent me aan te moeten spreken op het feit dat ik ‘niet dankbaar’ ben voor onze welvaart, voor onze gezonde en happy kinderen, voor mijn geweldige partner, dan heeft die persoon echt niet begrepen wie ik ben en hoeveel moeite het me heeft gekost onder ogen te zien dat het niet goed met me gaat. Ook het uitblijven van reacties van bepaalde mensen was veelzeggend.

Maar… Ik ben zo ontzettend opgelucht dat ik niet langer het gevoel heb alleen de mooie kant van mijn leven in Israel aan de buitenwereld te moeten laten zien. Dat ik kwetsbaar mag zijn. Want in die kwetsbaarheid blijkt een enorme kans te liggen. Een kans vooral om mezelf beter te leren kennen, te begrijpen wat het precies is dat me drijft, wat ik mis, wat ik nodig heb en misschien nog wel het meest van alles wat ik moet leren om steviger in mijn schoenen te staan. Eelt op mijn ziel te krijgen, zoals mijn psycholoog het noemde. En weer met liefde en trots naar mezelf te leren kijken, zorgen van me af te laten glijden.

De grote uitdaging is nu de lichtpuntjes te zien en te benoemen. Klinkt zo voor de hand liggend, logisch etc etc. Dat je het glas als halfvol kunt beschouwen en niet als half leeg. Helaas is dat  niet altijd gemakkelijk als je depressief bent. Maar het is precies wat ik nu probeer te doen. De positieve momenten benoemen en beschrijven. En hier is een hele fijne! Wat was ik trots toen mijn manuscriptbegeleider na lezing van de synopsis van mijn boek en het eerste deel ervan, zich direct meegenomen voelde naar Tanzania, naar het leven van een expat-partner. Precies wat ik beoog met mijn boek in wording. En ondanks mijn huidige state of mind waarin veel niet lukt, lukt dat me dus wel. Schrijven. Schrijven aan mijn boek, schrijven over hoe ik me voel. En dat is een dikke plus waar ik blij mee ben. En ja, het lukt me ook om te genieten van ons gezin.

Het komt dus wel goed met mij…

Last but not least… Heel veel dank aan allen die hun steun hebben betuigd na het lezen van mijn blog. Jullie hebben geen idee hoeveel kracht dat heeft gegeven. En voor mijn vriendinnen hier in Israel die deze blog met Google Translate lezen: Thank you! You are wonderful and dedicated friends!

En het komt goed. One step at a time.

Depressief. In den vreemde

8% van de Nederlanders van twaalf jaar en ouder was depressief in 2014 en vrouwen zijn vaker depressief dan mannen. Dat las ik vandaag op NU.NL. Ook andere Nederlandse nieuwssites berichten over depressiviteit en vandaag vindt in Amsterdam het eerste heuse Depressiegala plaats want: “Het taboe op psychische klachten en dus ook op depressie is nog altijd enorm groot. Hierdoor hebben mensen twee grote problemen: de depressie en het feit dat het moeilijk is om er voor uit te komen, waardoor ze zich onbegrepen en eenzaam voelen.”

Laat ik een bijdrage leveren aan het doorbreken van dat taboe. Ik ben depressief. Ja. Ook expat vrouwen worden depressief. En ook hier is het een taboe.

Want: life is amaaaaazing en how great to see you, you look so pretty today!

De ellende is dat in expat-land, vriendschappen vaak wat oppervlakkig blijven. Geen wonder dat het na het weekend blijft bij het uitwisselen van complimentjes over nieuwe jurkjes en goed aangebrachte make-up (nee, ik maak geen grapje). Het meest persoonlijke dat nogal eens wordt besproken is dat men uitgeput is na het zoveelste bezoek van familie of vrienden van thuis en dat men toe is aan een bezoek aan thuisland x, y of z. Een enkeling waagt het zich kwetsbaar op te stellen over de ontwikkeling van de kinderen, maar dan heb je het wel gehad.

Ik hoop dat dat in Nederland anders is. We zijn echter al een tijd weg en ik merk dat het niet meer zo gemakkelijk is om aan vriendinnen uit mijn pré-expat-bestaan te vertellen dat het even niet zo lekker loopt hier. Daarbij, van een afstand lijkt mijn leven misschien wel super relaxed, easy-peasy-lemonsqueezie en zo. Mooi huis, meestal zon, een prachtig strand als achtertuin, voldoende inkomen om leuke vakanties te vieren en weekendjes weg te gaan en ik ‘hoef’ niet te werken, sterker nog, ik heb geen baan en verdrink in een zee van vrije tijd (mensen die me echt kennen weten dat dat laatste niet echt bijdraagt aan mijn levensgeluk).

En dat klopt. Mijn, ons, leven is zo slecht nog niet.

Het klopt allemaal.

Maar….

Maar toch ben ik depressief. Ik ben vaak verdrietig, ik voel me vaak alleen. Ik vind het moeilijk mezelf in beweging te krijgen. Vooral op maandag, na een fijn weekend met Arjen en de jongens. Dan strekt de leegte zich voor me uit.

Oké. Ik ben depressief en dat wil ik niet zijn. Wie wil dat wel? Maar, hoe kom je er vanaf? Mijn huisarts hier was tamelijk rechtdoorzee: aan de antidepressiva. Praten? Psycholoog? Mwah. Nee. Hij zag dat niet zitten. Sowieso, de meeste psychologen hier zijn volgens hem gericht op Holocaust gerelateerde psychische problemen en angststoornissen als gevolg van het conflict. Bovendien, praten over gevoelens in het Engels? Dat is toch anders dan een professionele discussie voeren of kletsen met een vriendin. Dat ging ‘m niet worden. Antidepressiva nemen zonder me daar goed in te hebben verdiept, zag ik ook niet zitten.

Good old Google en mijn online vriendinnengroep all around the world brachten uitkomst. Wat blijkt? Nederland loopt voorop in de ontwikkeling van e-therapy. Na wat informatie te hebben opgevraagd hier en daar en een oriënterend gesprek, vond ik een goede Nederlandse psycholoog die zelf als expat-partner in den vreemde vertoeft. Al snel tijdens het eerste gesprek, verdween het aanvankelijk ongemakkelijke gevoel van het Skypend praten over lief en -voornamelijk – leed. Voor ik het wist vertelde ik met tranen in mijn ogen over de gevoelens van eenzaamheid die me vaak bekruipen, over mijn schuldgevoelens als ik een dag niets heb uitgevoerd terwijl er zoveel werk op me wacht.

Inmiddels is er een diagnose gesteld. Heel erg is het niet met me gesteld, ik blijk nog aardig goed over mezelf te kunnen nadenken, weet wat ik moet doen om mezelf in beweging te brengen. Ik weet nog een zekere structuur aan te brengen in mijn dagen en tegen de tijd dat de diagnose gesteld was, had ik al volop afspraken met vriendinnen gemaakt voor lange strandwandelingen en kopjes thee en had ik alweer een paar hoofdstukken van mijn boek op papier.

Het diepste punt heb ik dus achter me gelaten en door gesprekken te voeren met de psycholoog en door schrijfopdrachten uit te voeren in een online behandelomgeving, krijg ik meer zicht op mijn zelfbeeld, de lat die ik consequent te hoog leg en hoe ik beter mijn grenzen kan herkennen, bewaken en communiceren. Daar blijk ik nogal slecht in te zijn waardoor ik veel te gemakkelijk in de rol van helper stap, dingen op me nemend waar ik eigenlijk vooral energie op verlies in plaats dat ik er energie van krijg.

Herkenbaar? Voor velen ongetwijfeld, althans in zekere mate. Ik heb in ieder geval mogen ervaren dat door mijn huidige gevoelens te delen met vriendinnen hier in Israel, ik erachter ben gekomen dat ik niet de enige ben. Bij lange na niet. Wat me schokte, was dat vriendinnen waarvan ik dacht dat we een aardig persoonlijk contact hadden dat absoluut dieper ging dan de Amaaaazing uitspraken, worstelen met gelijksoortige problemen. Met één verschil. Zij hebben geen hulp gevonden in Israel en modderen door met of zonder antidepressiva, extra glazen wijn, dozen bonbons, dagelijks een uur hardlopen of andere middelen die de zielenpijn – al dan niet tijdelijk – verzachten.

Ik heb weer wat meer vertrouwen in de toekomst en ik voel me – juist door het delen van mijn gevoelens – weer meer en beter verbonden met een aantal fijne mensen hier. En niet in de laatste plaats met mijn geliefde man, die me door en door kent en naast me is komen staan om dit samen het hoofd te bieden.

Voor degenen die in stilte lijden onder depressieve gevoelens: deel je gevoelens met anderen en zoek hulp. Het heeft zin. Echt.

 

 

 

 

 

 

Leven in een vreemde realiteit

Wat hebben we het weer heerlijk gehad tijdens het bezoek van mijn ouders aan ons. Hun vijfde bezoek aan Israël al sinds we hier zijn komen wonen. Tien dagen lang konden de jongens opa-en-oma-liefde bijtanken en mijn ouders genoten optimaal van hun kleinkinderen. Gezellig samen eten, een uitstapje naar Yaffo, een ochtend in Zichron Ya’acov, naar de kerk in Jeruzalem en een bezoek aan een prachtig natuurgebied met de meest indrukwekkende grotten. Samen met de LEGO kunstwerken bouwen, helpen bij het huiswerk maken, als ik mijn ouders zo met Thomas en Benjamin zie, voel ik me schuldig. Dat onze kinderen dat heerlijke contact met hun opa’s en oma’s moeten missen een groot deel van het jaar en dat diezelfde opa’s en oma’s hun kleinkinderen zo weinig zien. Daar staat tegenover dat de momenten die we samen hebben, enorm intens zijn. Alsof we dan allemaal inhalen wat we in de weken en maanden ervoor hebben moeten missen.

Voor hun vertrek naar Israël, vroegen mensen uit de omgeving van mijn ouders hen of het wel verstandig was om nu naar Israël te gaan.  Niet veilig, toch? Voor je het weet word je neergestoken. Of er worden stenen naar je auto gegooid. Mijn ouders zijn gelukkig kritische nieuwsvolgers en vertrouwen volledig op onze inschatting ten aanzien van wat veilig is en wat niet. We werden tijdens hun bezoek wel geconfronteerd met een terroristische aanslag in een synagoge dichtbij Yaffo waar wij op dat moment aan het genieten waren van de mooie plekjes daar. Dat was best even heftig en schrikken, vooral omdat de routeplanner die ik gebruikte op de weg naar huis, ons regelrecht naar de plek des onheils stuurde waardoor we getuige waren van de chaos en de enorme hoeveelheid aan politieauto’s en ambulances ter plaatse.

Het is vreemd. Hoewel zoiets op dat moment enorm veel indruk maakt en mijn hart even hoog in mijn keel klopte, het zakt ook snel weer weg, dat gevoel van dreiging. Niet alleen bij mij, maar ook bij mijn ouders. Mijn vader bleef heel rustig toen we vastzaten in het verkeer omringd door een kakofonie van sirenes. Met mijn telefoon (routeplanner) in zijn hand, dirigeerde hij me heel rustig uit de drukte weg, richting een route langs de zee, ver van de ellende vandaan. Thuis zag ik dat ik allerlei lieve berichtjes had gekregen van vriendinnen met de vraag of we veilig waren. Met de snelle informatievoorziening in Israël, weet iedereen zo ongeveer in realtime wat waar gebeurt.

En dat is goed, maar soms ook onrustig. Gisteravond was er bijvoorbeeld een raketaanval vanuit Gaza op het zuiden van het land. Wij wonen relatief noordelijk, raketten uit Gaza zijn niet primair op dit gebied gericht. Dat gebeurt eigenlijk alleen in een escalerende oorlogssituatie. Maar door de sms-jes die prompt verstuurd worden en de push berichten van de Haaretz (de krant die we lezen), zijn we er toch direct van op de hoogte. Je raakt eraan gewend. Is dat niet vreemd?

Er is wel een filter op die nieuwsfeeds. Dat realiseer ik me als ik praat met de vrouw van Arjens collega die in Ramallah werkt. Zij wonen in Jeruzalem en de incidenten die daar vrijwel dagelijks plaatsvinden, daar weet ik nog niet de helft van. Pittig. Ik kan me nauwelijks een voorstelling maken van hoe het is om in die spanning te leven. Zelfs voor expats daar is die spanning er. Zien hoe soldaten hun hand op hun wapen leggen bij het zien van iemand die ze er suspect uit vinden zien. Akelig. Zelfs als het moment voorbij gaat zonder incident, is dat bedreigend.

En toch gaan we allemaal door met ons leven en voelen we ons eigenlijk gewoon veilig. Hier waar wij wonen, in de expat bubble Herzlyia Pituach, is weinig tot niets te merken van spanningen. Alleen ’s ochtends bij de schoolbus zijn veranderingen merkbaar in tijden waarin de ene aanslag op de andere volgt. Bewakers controleren de schoolbus voordat de kinderen erin mogen en de bus wordt gevolgd tot hij de snelweg op draait. En de bodyguards van dat ene rijke gezin, zijn iets zichtbaarder aanwezig dan anders.

Door de manier waarop Israël in het nieuws komt, ligt het toerisme zo goed als op z’n gat. Hoe verdrietig! Hotels met lege kamers, lege terrassen en verlaten restaurants bij toeristische trekpleisters, vrijwel verlaten straatjes in de oude stad van Jeruzalem waar veel winkeltjes hun deuren nog maar beperkt openen. Ons favoriete hostel in de Golan zou de deuren sluiten gedurende de wintermaanden. Vrijwel geen gasten, de kosten om het hostel open te houden werden te hoog. Uiteindelijk hebben ze besloten de boel draaiend te houden, maar dat kan alleen als de eigenaren hun intrek nemen in een paar gastenkamers en hun reguliere huisvesting verlaten.  Triest.

Komende vrijdag hopen we een bezoek te brengen aan Nazareth met goede vrienden. De kinderen hebben maar een paar uur school op deze laatste schooldag voor de wintervakantie. Graag willen we een echte kerstboom zien en kerstsfeer proeven, met Joodse vrienden die zelf geen Kerst vieren maar het leuk vinden dit met ons te beleven. Ik heb het gevoel dat het weer kan en ik weet dat de ondernemers in Nazareth ernstig verlegen zitten om klanten en gezelligheid.

Met dit alles in gedachten is het werkelijk geweldig dat we een paar weken geleden werden verrast met een telefoontje uit Nederland. Wat zouden jullie ervan vinden als we in de Kerstvakantie naar jullie toe komen? Wat we daarvan zouden vinden? Het gejuich van de jongens sprak boekdelen. We zien er dus enorm naar uit onze vrienden (met drie kinderen dus dat wordt een heerlijke dolle boel!) zaterdag op te halen op het vliegveld. En dan te bedenken dat dit gloednieuwe vrienden zijn! Een vreselijk leuk en gezellig gezin dat we afgelopen zomer hebben leren kennen aan het Lac du Sautet in Corps.

We hebben er zin in! Onze eerste Kerstmis in Israël. We zullen onze familie en vrienden in Nederland missen, maar zullen er ook van genieten de geboorte van Jezus te vieren in het land waar Hij geboren werd en stierf.

Merry Christmas!

 

Welcome back – de start van ons derde jaar in Israel

P1040092
Terwijl Arjen en ik ons boodschappenkarretje vol gooiden met potten pindakaas, appelstroop, schenkstroop en potjes met onze favoriete Provençaalse kruidenmix, liepen de tranen over mijn wangen. Het was onze laatste dag in Nederland, een paar uur voor vertrek naar Schiphol. Ik huil altijd in de Albert Heijn op de dag van vertrek. Het begint een mooie traditie te worden…

Teruggaan naar Israël, is teruggaan naar huis. Maar het is tegelijkertijd weggaan van huis. Weggaan van familie en vrienden. Van het oude vertrouwde naar een omgeving die weliswaar aardig bekend is inmiddels maar toch nooit helemaal eigen zal voelen. Omdat we de taal niet spreken, laat staan lezen. Omdat we er niet geboren en getogen zijn. Omdat we ons – gelukkig – ook na vier jaar buitenland zo ontzettend Nederlands voelen. Verbonden zijn met Nederland op veel manieren, verbonden met al die mensen waar we zo van houden. Die we nu weer moeten missen.

Het is iedere keer moeilijk. Weggaan. Het wordt niet minder, het verdriet bij het afscheid. Dat verandert niet.

Gek genoeg wordt thuiskomen in Israël wel steeds gemakkelijker. Nu we ons derde jaar ingaan, is er een draad die opgepakt kan worden. Al voordat we terugvlogen, waren de eerste speelafspraken gemaakt en etentjes gepland. Zoals ik vanuit Israël sms en app met vriendinnen in Nederland. doe ik hetzelfde met mijn vriendinnen hier als ik in Nederland ben. Het is heerlijk hen weer te zien na een lange vakantie, verhalen uit te wisselen over vakantie avonturen. Nieuwe schoenen en jurken te bewonderen – iedereen winkelt toch het allerliefste in haar eigen land – en de gevoelens van gemis te delen.

Culture shocks zijn er overigens ook. Zowel bij aankomst in Nederland als bij terugkeer in Israël. Wat kunnen Nederlanders chagrijnig en onaardig zijn! Luid en duidelijk over je praten terwijl je naast ze staat, kinderen wegduwen, klanten negeren in een winkel. Mopperen, snauwen, vloeken. Wat wordt er veel gevloekt! Ook door kinderen. Maar ook: wat is het verkeer heerlijk overzichtelijk! Verkeersregels worden overwegend opgevolgd, er wordt niet direct getoeterd als je een seconde te laat optrekt bij een groen stoplicht. En alles is in overvloed aanwezig tegen super lage prijzen. Ja, lage prijzen.

Terug in Israël is er direct weer die enorme chaos op de wegen, auto’s die midden op straat stil staan omdat er een telefoontje moet worden gepleegd of omdat er iemand op de stoep loopt waar iets mee moeten worden besproken. In de supermarkt zoeken naar niet beschimmelde sinaasappels. De teleurgestelde gezichten van de kinderen omdat er ook na onze vakantie geen vanillevla wordt verkocht. De ronduit vervelende confrontatie met het af te rekenen – veel te hoge – bedrag bij de kassa. Maar ook de serveersters bij Yankele, mijn favoriete koffietentje, die me omhelzen als ik voor het eerst weer een cappuccino bestel. De onbekende dame op straat die zegt dat ze mijn schoenen zo mooi vindt. Of het pak met een mix van rijst, granen en linzen dat van hand tot hand wordt doorgegeven in de supermarkt tot iemand het in handen krijgt die voldoende Engels spreekt om me uit te leggen hoe ik het moet bereiden. Ook dat is Israël.

We raken inmiddels weer wat geacclimatiseerd, hebben ons ritme aangepast aan de sauna-waardige temperaturen. Onze slijmvliezen zijn al wat minder geïrriteerd door de airconditioning waar we nu echt even niet zonder kunnen. De jongens hebben vandaag hun tweede schooldag en zijn intens gelukkig. Geen grote verschuivingen dit jaar in hun sociale kring. Al hun vriendjes zijn er weer, de draad wordt gewoon weer opgepakt na twee maanden. Arjen fietst weer iedere ochtend naar de ambassade en heeft gisteren afscheid genomen van de eerste delegatie na de zomervakantie. Mijn bestuurswerkzaamheden beginnen vrijdag als ik namens het bestuur een paar woorden spreek tijdens de Welcome Back ochtend die jaarlijks georganiseerd wordt door de Parent Teacher Association.

We zijn dus weer helemaal terug in Israël. Laat het derde jaar maar beginnen. Het laatste jaar zonder overplaatsingsstress. We gaan er goed van genieten!

Diploma zwemmen in Nederland

Alle vooroordelen jegens diplomaten bevestigend, hebben wij een heerlijk zwembad in de tuin. We delen het met de bewoners van de andere 11 huizen op onze “compound”. Aangezien er slechts enkele huizen permanent bewoond worden, is het zwembad meestal leeg. Nu mijn Zumba lessen stilliggen – een frustrerend neven-effect van het feit dat de hele expat gemeenschap vertrekt tijdens de zomermaanden – trek ik er bijna dagelijks baantjes. Toen ik vanmorgen op blote voeten door het bedauwde gras liep, een handdoek over mijn arm en een kikoy om mijn heupen, realiseerde ik weer eens ten volle hoe bijzonder het is dat dit kan. ’s Ochtends vroeg zwemmen. In je eigen zwembad.

Ook voor de jongens is het zwembad een flink pluspunt voor het wonen in Israël. Zeker nu het zomervakantie is en we nog twee weken te gaan hebben alvorens we op vakantie gaan naar Nederland. De temperaturen komen overdag niet onder de 28 graden, een beetje verkoeling is erg prettig. Natuurlijk moet je dan wel kunnen zwemmen. Geen klein detail. Sterker nog, erg belangrijk als je in een land woont waar zwembad en zee een belangrijk onderdeel vormen van je vrije tijd. Wij willen dus dat de kinderen echt goed kunnen zwemmen. Het “in staat zijn het hoofd boven water te houden” is voor ons niet genoeg.

In Tanzania was dit niet anders, daar zijn we dan ook begonnen met zwemlessen. Ik herinner me nog levendig hoe panisch zowel Thomas als Benjamin werden van de zwemlessen die ze kregen op Little Beaumont, de kleine preschool waar ze in ons eerste jaar naartoe gingen. Het heeft ons aardig wat tijd gekost om de jongens daarna weer water-vrij te krijgen. De meeste zwemlessen op dat schooltje zaten ze volgens mij uit aan de zijkant. En onze kinderen zijn erg sportief en inmiddels dol op water. Dat was dus wel apart en vooral vervelend. We moesten op zoek naar een alternatief.

In ons tweede jaar in Tanzania kreeg Thomas met een groepje vriendjes en vriendinnetjes privé les in een zwembad op een compound. Dat ging heel goed. Zo goed eigenlijk, dat we in overleg met de instructeur besloten hem verder te laten gaan met zwemmen bij de zwemclub. Dat was niet ons beste besluit ooit. Na een week of zes met twee lessen per week, weigerde Thomas nog langer te gaan. Als hij iets moest doen wat hij spannend vond, werd hij soms gewoon het water in gegooid door een instructeur. Pedagogische kwaliteiten ontbraken nogal. Tegen heug en meug in is Thomas doorgegaan met zwemmen bij die club. Toen er een goed vriendje en vriendinnetje in zijn groep kwamen, ging het iets beter. Benjamin hebben we dit alles maar bespaard. Tegen de tijd dat we naar Israel verhuisden kon Thomas dus wel zwemmen – al was het zeker nog niet op het niveau van het Nederlandse diploma A- en Benjamin nog steeds niet. Op dat moment waren ze zes en vier. Tijd voor een betere aanpak.

En die diende zich aan in de persoon van Y. Deze Israëlische zweminstructeur werd ons aanbevolen door een collega van Arjen. Vanaf het moment dat we een zwembad tot onze beschikking hadden, kwam hij lesgeven aan de jongens. Y geeft niet alleen privé zwemles, hij werkt ook op school als zweminstructeur in het after school program. Ook werkt hij op school tijdens de jaarlijkse zomerkampen en hij wordt veel ingehuurd voor zwemfeestjes. Kortom, we komen hem overal en altijd tegen. De jongens zijn inmiddels zijn grootste fan. Y geeft goed les, is duidelijk en kordaat en geeft een cadeautje na iedere zwemles. Tijdens de drie zomerkampen die de jongens inmiddels op school hebben meegemaakt, is hij een bekend gezicht. Hij houdt een oogje in het zeil en mij stuurt hij af en toe foto’s van jongens terwijl ze lekker aan het sporten zijn.

Hier in Israël wordt in zwemlessen veel aandacht besteed aan borstcrawl en vlinderslag. Schoolslag komt echter nauwelijks aan bod en wat de kinderen leren komt niet echt overeen met wat ze in Nederland leren. Juist in zee is het erg belangrijk die schoolslag goed te beheersen. Zeker als je zonder zwembril in het water belandt. Daarbij komt dat we niet weten hoe lang we nog in het buitenland wonen. In Nederland heb je formeel gezien een zwemdiploma nodig om zonder bandjes te mogen zwemmen. En ik denk dat daar best een logica in schuilt waar veel andere landen iets van zouden kunnen leren. Het voorkomt immers ongelukken die zeker in de buurt van water, snel gebeurd zijn en dramatisch kunnen aflopen.

En zo hebben wij enkele maanden geleden besloten dat Thomas en Benjamin ook hun diploma’s moeten halen. Conform de Nederlandse standaarden. In Nederland. Onze eerste vakantieweek in Nederland zal dan ook in het teken staan van zwemlessen en diploma zwemmen. De jongens krijgen een week lang intensief zwemles en aan het eind van die week zwemmen ze af. Mogelijk voor B, in ieder geval voor A. Frustrerend is dat ze beiden een uitstekende borstcrawl beheersen en Benjamin (ambitieus als hij is) al oefent op de vlinderslag. Duiken, onder water zwemmen, op de rug zwemmen, gaat allemaal prima. Alleen die schoolslag… Die doen ze alleen onder water. Want zo hebben ze het hier geleerd. Ik ben benieuwd!P1070058

Een weekend van uitersten

Afgelopen weekend gingen we op pad met twee bevriende gezinnen. We hadden kamers geboekt in een hostel in de Golan. We maakten mooie wandelingen naar watervallen, er werd gezwommen in riviertjes, we picknickten terwijl er krabben om ons heen scharrelden. Er werden gesprekken gevoerd, in Engels, Deens, Duits en Nederlands. In het hostel ontmoetten we backpackers en andere avonturiers van overal ter wereld. Met hen deelden we de shabbath maaltijd, aan een lange tafel met prima wijn van de winery in de kibbutz. De zon scheen, het was warm. Het was fijn. Maar…

Maar… de Golan ligt op de grens tussen Israël en Syrië en het eigendom van deze bergstreek wordt al sinds de oudheid betwist en bevochten. Tijdens de 6-daagse oorlog in 1967 veroverde Israël dit gebied op Syrië. De VN veroordeelden zowel de Israëlische verovering, bezetting en vervolgens de annexatie en dringen tot op heden nog aan op een Israëlische militaire terugtrekking en onderhandeling met buurland Syrië. Syrië eist de volkenrechtelijk tot zijn territorium behorende Golan terug, gesteund door VN-resoluties. Libanon, en met name de Hezobollah, leggen een claim op een zeer klein gedeelte van de Golan (de Shebaa-boerderijen), maar die claim wordt niet door de Verenigde Naties gesteund. De VN beschouwen de Shebaa-boerderijen als deel van Syrië, maar de grenstrekking in het verleden geschiedde niet altijd nauwkeurig. De burgerbevolking op de Golanhoogten bestaat uit Druzen, Alawitische Arabieren (een minderheid) alsook Soennitische Turkomannen. De overgrote meerderheid beschouwt zichzelf nog altijd als Syrisch en heeft een Syrisch paspoort. Sinds de niet-erkende Israëlische annexatie in 1981 zijn er op de Golanhoogten talrijke Israelische nederzettingen (Wikipedia).

Een omstreden streek dus. Na een ritje met de kabelbaan, Mount Hermon op, en een kleine wandeling over de berg, keken we neer op Syrië. Voortdurend hoorden we de explosies, zagen rookpluimen opstijgen aan een verder wolkeloze hemel. Links onderaan de berg zagen we een Druzen stadje in Syrië. Rechts onderaan de berg, meerdere Druzen dorpen in Israël. Eén volk, van elkaar gescheiden door een gesloten grens. Velen hebben familieleden aan beide zijden van die grens. Wat het extra complex maakt, is dat Druzen zich traditiegetrouw voegen naar het land waar ze wonen. Druzen uit de dorpen in Israël vechten dan ook mee in de IDF. Druzen in Syrië vechten mee in de regeringstroepen van Assad. In tijden van oplaaiend conflict tussen Israël en Syrië, vechten de Druzen dus tegen hun familie aan de andere kant van de grens. Niet te bevatten wat oorlog met een gemeenschap doet.

Hoe ontwrichtend oorlog is, konden we een heel klein beetje zien vanaf Mount Hermon. Het Druzen stadje aan Syrische zijde leek vanaf onze veilige plek hoog boven Syrië verlaten. Er was geen beweging te zien, geen auto’s op de weg. Niets dan huizen en verlaten straten. De opstijgende rookwolken enkele tientallen kilometers verderop vormden de verklaring voor de levenloze indruk die het dorp op ons maakte. Want die rookwolken geven aan hoe ver Al Nusra (Al Qaida sympathisanten) is opgerukt. Niemand durft nog naar buiten, uit angst voor problemen, uit angst voor oorlog. Hoe afschuwelijk. En zo dichtbij Israël. Zo ontzettend schrikbarend dichtbij. En toch ook ver weg. Heel surrealistisch. Ik had het er moeilijk mee. Die explosies te horen. Thomas en Benjamin en hun vriendjes van school te horen praten over oorlog. Over raketten. Niet op een sensationele manier overigens. zoals met name jongens wel vaker doen als ze over oorlog praten. Ze waren er wat stilletjes onder. Want dit was wel heel dichtbij.

Israël is wat dat betreft echt een land van uitersten. De zee en het strand, de bergen en de natuur. Verschillende religies en verschillende gebruiken, culturen, dicht op elkaar. Conflicten die op de loer liggen. Politiek beladen gebieden en omstreden nederzettingen.  Hip Tel Aviv, traditioneel Jeruzalem.

Zo reden wij van de politiek beladen Golan vlakte naar Massada. Symbool voor Joodse moed en strijdvaardigheid. Momenteel het decor van de opera Tosca. Samen met de jongens maakten we deze opera mee, in de open lucht, in een nagebouwd theater in de woestijn. Woorden schieten tekort om uit te drukken hoe bijzonder dit was. Het massaal zingen van Hatikva (het Israëlisch volkslied) voor aanvang van de opera. De decors. de lichtshow, het gezang, de zwoele avondlucht. Benjamin die af en toe zijn hoofd op mijn schoot legde in een halfslachtige poging om te slapen en die dan binnen enkele minuten overeind schoot omdat hij niets wilde missen. De eerste opera die de jongens meemaakten. Op een historische plek in de woestijn. Een herinnering voor altijd, dat weet ik zeker.

Met dit weekend in de Golan markeren we twee jaar leven in Israël. Twee jaar met ups en downs. Twee jaar waarin vriendschappen zijn ontstaan die nu wat meer diepgang krijgen. Twee jaar waarin we verliefd zijn geworden op dit land. Maar ook twee jaar van frustratie over het uitblijven van resultaten in de vredesbesprekingen. Twee jaar waarin de zorgen over de situatie in de landen rondom Israël toe zijn genomen. Te zien hoe dichtbij Al Qaida is, is ronduit eng. En ja, ik weet het, Israël zal niet zo maar onder de voet gelopen worden. Daarvoor is het defensie systeem veel te sterk en de politieke druk te groot. Een enge gedachte is het wel en mijn hart gaat uit naar degenen die aan de andere kant van de grens wonen en die niet kunnen vertrouwen op een sterk leger. Hoe ironisch, dat de mensen die in het door Israël geannexeerde gebied wonen zo veel veiliger leven dan de mensen die in het Syrische deel van de Golan wonen en zich zo bedreigd weten. Een bittere realiteit.

Het Druzen stadje aan Syrische zijde. Geen leven op straat.

Het Druzen stadje aan Syrische zijde. Geen leven op straat.

De Kooltjes bij Massada, klaar voor de opera Tosca!

De Kooltjes bij Massada, klaar voor de opera Tosca!

.