Leven in een vreemde realiteit

Wat hebben we het weer heerlijk gehad tijdens het bezoek van mijn ouders aan ons. Hun vijfde bezoek aan Israël al sinds we hier zijn komen wonen. Tien dagen lang konden de jongens opa-en-oma-liefde bijtanken en mijn ouders genoten optimaal van hun kleinkinderen. Gezellig samen eten, een uitstapje naar Yaffo, een ochtend in Zichron Ya’acov, naar de kerk in Jeruzalem en een bezoek aan een prachtig natuurgebied met de meest indrukwekkende grotten. Samen met de LEGO kunstwerken bouwen, helpen bij het huiswerk maken, als ik mijn ouders zo met Thomas en Benjamin zie, voel ik me schuldig. Dat onze kinderen dat heerlijke contact met hun opa’s en oma’s moeten missen een groot deel van het jaar en dat diezelfde opa’s en oma’s hun kleinkinderen zo weinig zien. Daar staat tegenover dat de momenten die we samen hebben, enorm intens zijn. Alsof we dan allemaal inhalen wat we in de weken en maanden ervoor hebben moeten missen.

Voor hun vertrek naar Israël, vroegen mensen uit de omgeving van mijn ouders hen of het wel verstandig was om nu naar Israël te gaan.  Niet veilig, toch? Voor je het weet word je neergestoken. Of er worden stenen naar je auto gegooid. Mijn ouders zijn gelukkig kritische nieuwsvolgers en vertrouwen volledig op onze inschatting ten aanzien van wat veilig is en wat niet. We werden tijdens hun bezoek wel geconfronteerd met een terroristische aanslag in een synagoge dichtbij Yaffo waar wij op dat moment aan het genieten waren van de mooie plekjes daar. Dat was best even heftig en schrikken, vooral omdat de routeplanner die ik gebruikte op de weg naar huis, ons regelrecht naar de plek des onheils stuurde waardoor we getuige waren van de chaos en de enorme hoeveelheid aan politieauto’s en ambulances ter plaatse.

Het is vreemd. Hoewel zoiets op dat moment enorm veel indruk maakt en mijn hart even hoog in mijn keel klopte, het zakt ook snel weer weg, dat gevoel van dreiging. Niet alleen bij mij, maar ook bij mijn ouders. Mijn vader bleef heel rustig toen we vastzaten in het verkeer omringd door een kakofonie van sirenes. Met mijn telefoon (routeplanner) in zijn hand, dirigeerde hij me heel rustig uit de drukte weg, richting een route langs de zee, ver van de ellende vandaan. Thuis zag ik dat ik allerlei lieve berichtjes had gekregen van vriendinnen met de vraag of we veilig waren. Met de snelle informatievoorziening in Israël, weet iedereen zo ongeveer in realtime wat waar gebeurt.

En dat is goed, maar soms ook onrustig. Gisteravond was er bijvoorbeeld een raketaanval vanuit Gaza op het zuiden van het land. Wij wonen relatief noordelijk, raketten uit Gaza zijn niet primair op dit gebied gericht. Dat gebeurt eigenlijk alleen in een escalerende oorlogssituatie. Maar door de sms-jes die prompt verstuurd worden en de push berichten van de Haaretz (de krant die we lezen), zijn we er toch direct van op de hoogte. Je raakt eraan gewend. Is dat niet vreemd?

Er is wel een filter op die nieuwsfeeds. Dat realiseer ik me als ik praat met de vrouw van Arjens collega die in Ramallah werkt. Zij wonen in Jeruzalem en de incidenten die daar vrijwel dagelijks plaatsvinden, daar weet ik nog niet de helft van. Pittig. Ik kan me nauwelijks een voorstelling maken van hoe het is om in die spanning te leven. Zelfs voor expats daar is die spanning er. Zien hoe soldaten hun hand op hun wapen leggen bij het zien van iemand die ze er suspect uit vinden zien. Akelig. Zelfs als het moment voorbij gaat zonder incident, is dat bedreigend.

En toch gaan we allemaal door met ons leven en voelen we ons eigenlijk gewoon veilig. Hier waar wij wonen, in de expat bubble Herzlyia Pituach, is weinig tot niets te merken van spanningen. Alleen ’s ochtends bij de schoolbus zijn veranderingen merkbaar in tijden waarin de ene aanslag op de andere volgt. Bewakers controleren de schoolbus voordat de kinderen erin mogen en de bus wordt gevolgd tot hij de snelweg op draait. En de bodyguards van dat ene rijke gezin, zijn iets zichtbaarder aanwezig dan anders.

Door de manier waarop Israël in het nieuws komt, ligt het toerisme zo goed als op z’n gat. Hoe verdrietig! Hotels met lege kamers, lege terrassen en verlaten restaurants bij toeristische trekpleisters, vrijwel verlaten straatjes in de oude stad van Jeruzalem waar veel winkeltjes hun deuren nog maar beperkt openen. Ons favoriete hostel in de Golan zou de deuren sluiten gedurende de wintermaanden. Vrijwel geen gasten, de kosten om het hostel open te houden werden te hoog. Uiteindelijk hebben ze besloten de boel draaiend te houden, maar dat kan alleen als de eigenaren hun intrek nemen in een paar gastenkamers en hun reguliere huisvesting verlaten.  Triest.

Komende vrijdag hopen we een bezoek te brengen aan Nazareth met goede vrienden. De kinderen hebben maar een paar uur school op deze laatste schooldag voor de wintervakantie. Graag willen we een echte kerstboom zien en kerstsfeer proeven, met Joodse vrienden die zelf geen Kerst vieren maar het leuk vinden dit met ons te beleven. Ik heb het gevoel dat het weer kan en ik weet dat de ondernemers in Nazareth ernstig verlegen zitten om klanten en gezelligheid.

Met dit alles in gedachten is het werkelijk geweldig dat we een paar weken geleden werden verrast met een telefoontje uit Nederland. Wat zouden jullie ervan vinden als we in de Kerstvakantie naar jullie toe komen? Wat we daarvan zouden vinden? Het gejuich van de jongens sprak boekdelen. We zien er dus enorm naar uit onze vrienden (met drie kinderen dus dat wordt een heerlijke dolle boel!) zaterdag op te halen op het vliegveld. En dan te bedenken dat dit gloednieuwe vrienden zijn! Een vreselijk leuk en gezellig gezin dat we afgelopen zomer hebben leren kennen aan het Lac du Sautet in Corps.

We hebben er zin in! Onze eerste Kerstmis in Israël. We zullen onze familie en vrienden in Nederland missen, maar zullen er ook van genieten de geboorte van Jezus te vieren in het land waar Hij geboren werd en stierf.

Merry Christmas!

 

Welcome back – de start van ons derde jaar in Israel

P1040092
Terwijl Arjen en ik ons boodschappenkarretje vol gooiden met potten pindakaas, appelstroop, schenkstroop en potjes met onze favoriete Provençaalse kruidenmix, liepen de tranen over mijn wangen. Het was onze laatste dag in Nederland, een paar uur voor vertrek naar Schiphol. Ik huil altijd in de Albert Heijn op de dag van vertrek. Het begint een mooie traditie te worden…

Teruggaan naar Israël, is teruggaan naar huis. Maar het is tegelijkertijd weggaan van huis. Weggaan van familie en vrienden. Van het oude vertrouwde naar een omgeving die weliswaar aardig bekend is inmiddels maar toch nooit helemaal eigen zal voelen. Omdat we de taal niet spreken, laat staan lezen. Omdat we er niet geboren en getogen zijn. Omdat we ons – gelukkig – ook na vier jaar buitenland zo ontzettend Nederlands voelen. Verbonden zijn met Nederland op veel manieren, verbonden met al die mensen waar we zo van houden. Die we nu weer moeten missen.

Het is iedere keer moeilijk. Weggaan. Het wordt niet minder, het verdriet bij het afscheid. Dat verandert niet.

Gek genoeg wordt thuiskomen in Israël wel steeds gemakkelijker. Nu we ons derde jaar ingaan, is er een draad die opgepakt kan worden. Al voordat we terugvlogen, waren de eerste speelafspraken gemaakt en etentjes gepland. Zoals ik vanuit Israël sms en app met vriendinnen in Nederland. doe ik hetzelfde met mijn vriendinnen hier als ik in Nederland ben. Het is heerlijk hen weer te zien na een lange vakantie, verhalen uit te wisselen over vakantie avonturen. Nieuwe schoenen en jurken te bewonderen – iedereen winkelt toch het allerliefste in haar eigen land – en de gevoelens van gemis te delen.

Culture shocks zijn er overigens ook. Zowel bij aankomst in Nederland als bij terugkeer in Israël. Wat kunnen Nederlanders chagrijnig en onaardig zijn! Luid en duidelijk over je praten terwijl je naast ze staat, kinderen wegduwen, klanten negeren in een winkel. Mopperen, snauwen, vloeken. Wat wordt er veel gevloekt! Ook door kinderen. Maar ook: wat is het verkeer heerlijk overzichtelijk! Verkeersregels worden overwegend opgevolgd, er wordt niet direct getoeterd als je een seconde te laat optrekt bij een groen stoplicht. En alles is in overvloed aanwezig tegen super lage prijzen. Ja, lage prijzen.

Terug in Israël is er direct weer die enorme chaos op de wegen, auto’s die midden op straat stil staan omdat er een telefoontje moet worden gepleegd of omdat er iemand op de stoep loopt waar iets mee moeten worden besproken. In de supermarkt zoeken naar niet beschimmelde sinaasappels. De teleurgestelde gezichten van de kinderen omdat er ook na onze vakantie geen vanillevla wordt verkocht. De ronduit vervelende confrontatie met het af te rekenen – veel te hoge – bedrag bij de kassa. Maar ook de serveersters bij Yankele, mijn favoriete koffietentje, die me omhelzen als ik voor het eerst weer een cappuccino bestel. De onbekende dame op straat die zegt dat ze mijn schoenen zo mooi vindt. Of het pak met een mix van rijst, granen en linzen dat van hand tot hand wordt doorgegeven in de supermarkt tot iemand het in handen krijgt die voldoende Engels spreekt om me uit te leggen hoe ik het moet bereiden. Ook dat is Israël.

We raken inmiddels weer wat geacclimatiseerd, hebben ons ritme aangepast aan de sauna-waardige temperaturen. Onze slijmvliezen zijn al wat minder geïrriteerd door de airconditioning waar we nu echt even niet zonder kunnen. De jongens hebben vandaag hun tweede schooldag en zijn intens gelukkig. Geen grote verschuivingen dit jaar in hun sociale kring. Al hun vriendjes zijn er weer, de draad wordt gewoon weer opgepakt na twee maanden. Arjen fietst weer iedere ochtend naar de ambassade en heeft gisteren afscheid genomen van de eerste delegatie na de zomervakantie. Mijn bestuurswerkzaamheden beginnen vrijdag als ik namens het bestuur een paar woorden spreek tijdens de Welcome Back ochtend die jaarlijks georganiseerd wordt door de Parent Teacher Association.

We zijn dus weer helemaal terug in Israël. Laat het derde jaar maar beginnen. Het laatste jaar zonder overplaatsingsstress. We gaan er goed van genieten!

Diploma zwemmen in Nederland

Alle vooroordelen jegens diplomaten bevestigend, hebben wij een heerlijk zwembad in de tuin. We delen het met de bewoners van de andere 11 huizen op onze “compound”. Aangezien er slechts enkele huizen permanent bewoond worden, is het zwembad meestal leeg. Nu mijn Zumba lessen stilliggen – een frustrerend neven-effect van het feit dat de hele expat gemeenschap vertrekt tijdens de zomermaanden – trek ik er bijna dagelijks baantjes. Toen ik vanmorgen op blote voeten door het bedauwde gras liep, een handdoek over mijn arm en een kikoy om mijn heupen, realiseerde ik weer eens ten volle hoe bijzonder het is dat dit kan. ’s Ochtends vroeg zwemmen. In je eigen zwembad.

Ook voor de jongens is het zwembad een flink pluspunt voor het wonen in Israël. Zeker nu het zomervakantie is en we nog twee weken te gaan hebben alvorens we op vakantie gaan naar Nederland. De temperaturen komen overdag niet onder de 28 graden, een beetje verkoeling is erg prettig. Natuurlijk moet je dan wel kunnen zwemmen. Geen klein detail. Sterker nog, erg belangrijk als je in een land woont waar zwembad en zee een belangrijk onderdeel vormen van je vrije tijd. Wij willen dus dat de kinderen echt goed kunnen zwemmen. Het “in staat zijn het hoofd boven water te houden” is voor ons niet genoeg.

In Tanzania was dit niet anders, daar zijn we dan ook begonnen met zwemlessen. Ik herinner me nog levendig hoe panisch zowel Thomas als Benjamin werden van de zwemlessen die ze kregen op Little Beaumont, de kleine preschool waar ze in ons eerste jaar naartoe gingen. Het heeft ons aardig wat tijd gekost om de jongens daarna weer water-vrij te krijgen. De meeste zwemlessen op dat schooltje zaten ze volgens mij uit aan de zijkant. En onze kinderen zijn erg sportief en inmiddels dol op water. Dat was dus wel apart en vooral vervelend. We moesten op zoek naar een alternatief.

In ons tweede jaar in Tanzania kreeg Thomas met een groepje vriendjes en vriendinnetjes privé les in een zwembad op een compound. Dat ging heel goed. Zo goed eigenlijk, dat we in overleg met de instructeur besloten hem verder te laten gaan met zwemmen bij de zwemclub. Dat was niet ons beste besluit ooit. Na een week of zes met twee lessen per week, weigerde Thomas nog langer te gaan. Als hij iets moest doen wat hij spannend vond, werd hij soms gewoon het water in gegooid door een instructeur. Pedagogische kwaliteiten ontbraken nogal. Tegen heug en meug in is Thomas doorgegaan met zwemmen bij die club. Toen er een goed vriendje en vriendinnetje in zijn groep kwamen, ging het iets beter. Benjamin hebben we dit alles maar bespaard. Tegen de tijd dat we naar Israel verhuisden kon Thomas dus wel zwemmen – al was het zeker nog niet op het niveau van het Nederlandse diploma A- en Benjamin nog steeds niet. Op dat moment waren ze zes en vier. Tijd voor een betere aanpak.

En die diende zich aan in de persoon van Y. Deze Israëlische zweminstructeur werd ons aanbevolen door een collega van Arjen. Vanaf het moment dat we een zwembad tot onze beschikking hadden, kwam hij lesgeven aan de jongens. Y geeft niet alleen privé zwemles, hij werkt ook op school als zweminstructeur in het after school program. Ook werkt hij op school tijdens de jaarlijkse zomerkampen en hij wordt veel ingehuurd voor zwemfeestjes. Kortom, we komen hem overal en altijd tegen. De jongens zijn inmiddels zijn grootste fan. Y geeft goed les, is duidelijk en kordaat en geeft een cadeautje na iedere zwemles. Tijdens de drie zomerkampen die de jongens inmiddels op school hebben meegemaakt, is hij een bekend gezicht. Hij houdt een oogje in het zeil en mij stuurt hij af en toe foto’s van jongens terwijl ze lekker aan het sporten zijn.

Hier in Israël wordt in zwemlessen veel aandacht besteed aan borstcrawl en vlinderslag. Schoolslag komt echter nauwelijks aan bod en wat de kinderen leren komt niet echt overeen met wat ze in Nederland leren. Juist in zee is het erg belangrijk die schoolslag goed te beheersen. Zeker als je zonder zwembril in het water belandt. Daarbij komt dat we niet weten hoe lang we nog in het buitenland wonen. In Nederland heb je formeel gezien een zwemdiploma nodig om zonder bandjes te mogen zwemmen. En ik denk dat daar best een logica in schuilt waar veel andere landen iets van zouden kunnen leren. Het voorkomt immers ongelukken die zeker in de buurt van water, snel gebeurd zijn en dramatisch kunnen aflopen.

En zo hebben wij enkele maanden geleden besloten dat Thomas en Benjamin ook hun diploma’s moeten halen. Conform de Nederlandse standaarden. In Nederland. Onze eerste vakantieweek in Nederland zal dan ook in het teken staan van zwemlessen en diploma zwemmen. De jongens krijgen een week lang intensief zwemles en aan het eind van die week zwemmen ze af. Mogelijk voor B, in ieder geval voor A. Frustrerend is dat ze beiden een uitstekende borstcrawl beheersen en Benjamin (ambitieus als hij is) al oefent op de vlinderslag. Duiken, onder water zwemmen, op de rug zwemmen, gaat allemaal prima. Alleen die schoolslag… Die doen ze alleen onder water. Want zo hebben ze het hier geleerd. Ik ben benieuwd!P1070058

Een weekend van uitersten

Afgelopen weekend gingen we op pad met twee bevriende gezinnen. We hadden kamers geboekt in een hostel in de Golan. We maakten mooie wandelingen naar watervallen, er werd gezwommen in riviertjes, we picknickten terwijl er krabben om ons heen scharrelden. Er werden gesprekken gevoerd, in Engels, Deens, Duits en Nederlands. In het hostel ontmoetten we backpackers en andere avonturiers van overal ter wereld. Met hen deelden we de shabbath maaltijd, aan een lange tafel met prima wijn van de winery in de kibbutz. De zon scheen, het was warm. Het was fijn. Maar…

Maar… de Golan ligt op de grens tussen Israël en Syrië en het eigendom van deze bergstreek wordt al sinds de oudheid betwist en bevochten. Tijdens de 6-daagse oorlog in 1967 veroverde Israël dit gebied op Syrië. De VN veroordeelden zowel de Israëlische verovering, bezetting en vervolgens de annexatie en dringen tot op heden nog aan op een Israëlische militaire terugtrekking en onderhandeling met buurland Syrië. Syrië eist de volkenrechtelijk tot zijn territorium behorende Golan terug, gesteund door VN-resoluties. Libanon, en met name de Hezobollah, leggen een claim op een zeer klein gedeelte van de Golan (de Shebaa-boerderijen), maar die claim wordt niet door de Verenigde Naties gesteund. De VN beschouwen de Shebaa-boerderijen als deel van Syrië, maar de grenstrekking in het verleden geschiedde niet altijd nauwkeurig. De burgerbevolking op de Golanhoogten bestaat uit Druzen, Alawitische Arabieren (een minderheid) alsook Soennitische Turkomannen. De overgrote meerderheid beschouwt zichzelf nog altijd als Syrisch en heeft een Syrisch paspoort. Sinds de niet-erkende Israëlische annexatie in 1981 zijn er op de Golanhoogten talrijke Israelische nederzettingen (Wikipedia).

Een omstreden streek dus. Na een ritje met de kabelbaan, Mount Hermon op, en een kleine wandeling over de berg, keken we neer op Syrië. Voortdurend hoorden we de explosies, zagen rookpluimen opstijgen aan een verder wolkeloze hemel. Links onderaan de berg zagen we een Druzen stadje in Syrië. Rechts onderaan de berg, meerdere Druzen dorpen in Israël. Eén volk, van elkaar gescheiden door een gesloten grens. Velen hebben familieleden aan beide zijden van die grens. Wat het extra complex maakt, is dat Druzen zich traditiegetrouw voegen naar het land waar ze wonen. Druzen uit de dorpen in Israël vechten dan ook mee in de IDF. Druzen in Syrië vechten mee in de regeringstroepen van Assad. In tijden van oplaaiend conflict tussen Israël en Syrië, vechten de Druzen dus tegen hun familie aan de andere kant van de grens. Niet te bevatten wat oorlog met een gemeenschap doet.

Hoe ontwrichtend oorlog is, konden we een heel klein beetje zien vanaf Mount Hermon. Het Druzen stadje aan Syrische zijde leek vanaf onze veilige plek hoog boven Syrië verlaten. Er was geen beweging te zien, geen auto’s op de weg. Niets dan huizen en verlaten straten. De opstijgende rookwolken enkele tientallen kilometers verderop vormden de verklaring voor de levenloze indruk die het dorp op ons maakte. Want die rookwolken geven aan hoe ver Al Nusra (Al Qaida sympathisanten) is opgerukt. Niemand durft nog naar buiten, uit angst voor problemen, uit angst voor oorlog. Hoe afschuwelijk. En zo dichtbij Israël. Zo ontzettend schrikbarend dichtbij. En toch ook ver weg. Heel surrealistisch. Ik had het er moeilijk mee. Die explosies te horen. Thomas en Benjamin en hun vriendjes van school te horen praten over oorlog. Over raketten. Niet op een sensationele manier overigens. zoals met name jongens wel vaker doen als ze over oorlog praten. Ze waren er wat stilletjes onder. Want dit was wel heel dichtbij.

Israël is wat dat betreft echt een land van uitersten. De zee en het strand, de bergen en de natuur. Verschillende religies en verschillende gebruiken, culturen, dicht op elkaar. Conflicten die op de loer liggen. Politiek beladen gebieden en omstreden nederzettingen.  Hip Tel Aviv, traditioneel Jeruzalem.

Zo reden wij van de politiek beladen Golan vlakte naar Massada. Symbool voor Joodse moed en strijdvaardigheid. Momenteel het decor van de opera Tosca. Samen met de jongens maakten we deze opera mee, in de open lucht, in een nagebouwd theater in de woestijn. Woorden schieten tekort om uit te drukken hoe bijzonder dit was. Het massaal zingen van Hatikva (het Israëlisch volkslied) voor aanvang van de opera. De decors. de lichtshow, het gezang, de zwoele avondlucht. Benjamin die af en toe zijn hoofd op mijn schoot legde in een halfslachtige poging om te slapen en die dan binnen enkele minuten overeind schoot omdat hij niets wilde missen. De eerste opera die de jongens meemaakten. Op een historische plek in de woestijn. Een herinnering voor altijd, dat weet ik zeker.

Met dit weekend in de Golan markeren we twee jaar leven in Israël. Twee jaar met ups en downs. Twee jaar waarin vriendschappen zijn ontstaan die nu wat meer diepgang krijgen. Twee jaar waarin we verliefd zijn geworden op dit land. Maar ook twee jaar van frustratie over het uitblijven van resultaten in de vredesbesprekingen. Twee jaar waarin de zorgen over de situatie in de landen rondom Israël toe zijn genomen. Te zien hoe dichtbij Al Qaida is, is ronduit eng. En ja, ik weet het, Israël zal niet zo maar onder de voet gelopen worden. Daarvoor is het defensie systeem veel te sterk en de politieke druk te groot. Een enge gedachte is het wel en mijn hart gaat uit naar degenen die aan de andere kant van de grens wonen en die niet kunnen vertrouwen op een sterk leger. Hoe ironisch, dat de mensen die in het door Israël geannexeerde gebied wonen zo veel veiliger leven dan de mensen die in het Syrische deel van de Golan wonen en zich zo bedreigd weten. Een bittere realiteit.

Het Druzen stadje aan Syrische zijde. Geen leven op straat.

Het Druzen stadje aan Syrische zijde. Geen leven op straat.

De Kooltjes bij Massada, klaar voor de opera Tosca!

De Kooltjes bij Massada, klaar voor de opera Tosca!

.

Een hete zomer?

Waar hoop jij op deze zomer? Lekker weer, niet te warm, niet te koud, weinig regen? Een camping, hotel, vakantiehuisje dat aan je verwachtingen voldoet? Een vakantie zonder al te veel geruzie op de achterbank van de auto? Een vlucht naar een mooie bestemming zonder vertraging? Ik ben niet anders dan de meesten van onze familieleden en vrienden, dit zijn ook mijn wensen voor de komende zomervakantie.

Ik heb echter ook een andere wens en dit is een wens waar ik me een beetje zorgen over maak. Ik wens dat de zomer in het Midden Oosten niet “heet” wordt, zoals velen vrezen. En dan bedoel ik niet letterlijk heet – dat wordt het toch wel. Nee, ik heb het over een oorlogvrije zomer. Een zomer zonder schuilkelders, zonder beschietingen en raketaanvallen. Zonder dreigende taal en al dan niet stand houdende wapenstilstanden.

Afgelopen zomer liep het anders. Wij waren nog maar net weg (letterlijk pas een paar uur) toen de ellende in volle hevigheid losbarstte in Palestina en Israël. Wij zaten veilig in Nederland en later in Frankrijk. De zon scheen, de campings voldeden aan onze verwachtingen, de jongens gedroegen zich voorbeeldig. Eén tentstok van onze nieuwe tent ging kapot, maar dat was wel zo’n beetje het enige moment van frustratie. Behalve dan dat Arjen gek werd van mijn obsessie voor het nieuws, van mijn smartphone gedrag. Ik werd er zelf ook gek van, kon Israël en Palestina niet uit mijn hoofd zetten. Dacht aan vrienden die daar waren, die de deur niet uit konden met hun verveelde kinderen. En dat waren dan de mensen die ik kende en waarvan ik wist dat ze uiteindelijk wel veilig waren. Want ze werden beschermd door de Iron Dome en hun goed geoutilleerde schuilkelders. Aan de andere kant van het conflict, in Gaza, bevonden zich al die mensen zonder Iron Dome om raketten uit de lucht te schieten, zonder schuilkelders en op een gegeven moment zonder dak boven hun hoofd, zonder elektriciteit, zonder…

Ik had het er moeilijk mee. Het werd er niet gemakkelijker op dat mensen die we ontmoetten in Nederland allemaal een – soms aardig ongezouten – mening erop na hielden over Het Conflict. Niet altijd gebaseerd op feiten. Dat kon pijnlijk zijn. Mensen die Israël veroordeelden zonder verder na te denken over achtergronden. Mensen die de inwoners van Gaza veroordeelden zonder onderscheid te maken tussen burgers en leden van Hamas. Mensen die meenden dat er in Israël niets aan de hand was – want er zijn Iron Domes – en niet begrepen waar we ons zorgen over maakten (nee, ga jij maar met je kinderen in de schuilkelder zitten). Mensen die ons bekritiseerden, want waarom, waarom gaan jullie in vredesnaam terug naar die ellende terwijl er oorlog is? Ik vond het vreselijk. Iedere oorlog, waar dan ook, kent vooral veel slachtoffers. Aan beide zijden. Ja, ook ik had grote vraagtekens bij de beslissingen die genomen werden aan Israëlische zijde. Maar tegelijkertijd begrijp ik sinds we hier wonen ook iets beter hoe bedreigd de Israëliërs zich voelen. En een kat in het nauw…

Anyway, mijn wens voor deze zomer is dus vooral dat er geen oorlog komt en dat is maar net de vraag. Eind juni loopt de deadline af voor het bereiken van een deal over het nucleaire programma van Iran. Dit brengt spanningen met zich mee in het gehele Midden Oosten en het kan niet worden uitgesloten dat Israël “stuck in the middle” raakt. Afgelopen nacht werd Israël bijvoorbeeld beschoten door de Omar Brigades, aanhangers van IS in Gaza. Waarom? Als wraak op Hamas dat gistermiddag een IS aanhanger doodde. Zo gaat dat dus soms.

Overigens verwachten we niet echt een escalatie tussen Israël en Palestina / Gaza deze zomer. De grote vrees betreft oorlog vanuit het noorden (Hezbollah). Als dat gebeurt, is het hier ook voor ons niet langer veilig. En daar zijn veel mensen om ons heen zich van bewust, het houdt iedereen bezig.

En zo kan het dus voorkomen dat je een gezellige ochtend met vriendinnen doorbrengt en je tijdens het koken van een gemeenschappelijke lunch praat over evacuatieplannen. Stappen jullie dan op de boot naar Cyprus? Of ga je over land naar Jordanië? En wat neem je dan mee? Of blijf je hier?

Ik blijf vooral hopen op een nucleaire deal die wordt geaccepteerd in de regio. Op rust. Op wederopbouw en een nieuwe start van vredesonderhandelingen. Op een rustige zomer waarin kinderen in Israël, Palestina (inclusief Gaza), Syrië, Egypte, Libanon etc op straat kunnen spelen, in de zee kunnen zwemmen, kunnen genieten van vrijheid.

 

Vrouwen die elkaar helpen…

Aanstaande maandag wordt op vele plekken op deze wereld een bijzonder feest gevierd. Koningsdag. Nederlanders komen bij elkaar en vieren feest. Niet alleen om de verjaardag van onze monarch te vieren, maar ook om hun Nederlandse identiteit ten volle te ervaren. Ook hier in Israël zullen we Koningsdag vieren. Niet zoals in Tanzania met een mega feest (wat zou ik er graag bij zijn!!!), maar met een mooie receptie op de residentie van de Ambassadeur. Nu vragen mijn lezers zich ongetwijfeld af wat dat met de titel “Vrouwen die elkaar helpen” te maken heeft. Niet veel op het eerste gezicht. Mijn zoektocht naar een oppas voor die avond deed me echter realiseren dat ik hier in Israël omringd ben door een groep bijzondere vrouwen. En dat inspireerde me om eindelijk weer eens aandacht aan mijn weblog te besteden (excuses voor de lange stilte!). Ik was dus te laat met het regelen van een oppas voor Koningsdag. Ik had ruim op tijd oppas geregeld voor aanstaande zaterdag, wanneer we een benefiet gala hebben voor de art-department op school. Maar met de drukte van alledag was ik totaal vergeten dat we ook op maandag oppas nodig hebben. Natuurlijk zijn we niet de enigen die die avond een feestje te vieren hebben – ook veel van onze internationale vrienden zijn voor die bijzondere avond uitgenodigd. Kortom, ik zat met mijn handen in het haar. Na veel vruchteloze telefoontjes en sms-jes naar de lieve meisjes die normaal bij ons oppassen en zelfs een bericht naar een aardige Franse studente die ik in het vliegtuig van Cyprus naar Israël had ontmoet, gooide ik mijn wanhoop op Facebook. Facebook, verguisd en toch onmisbaar medium. En jawel, de oplossingen stroomden binnen. Niet alleen in de vorm van telefoonnummers van oppasmeisjes die ik nog niet kende. Maar ook in de vorm van twee dierbare vriendinnen die hun eigen avond met echtgenoot wilden opofferen om op onze jongens te komen passen. Vrouwen die elkaar helpen… Zouden expat vrouwen in den vreemde meer voor elkaar doen dan vriendinnen in het vertrouwde Nederland? Ik hoop het niet. Maar toch…

Een belangrijk verschil tussen mijn vriendinnen en hun gezinnen in Nederland en wij hier in het buitenland, is dat wij ons reguliere vangnet van duurzame vriendschappen en familie moeten ontberen. Als er in Nederland een zieke is thuis of als je een weekendje weg wilt met man-lief, is er vaak wel een oma of opa die kan bijspringen. Wanneer je in het buitenland woont, is die optie er niet. Arjen en ik zijn wat dat betreft op elkaar aangewezen en op het netwerk van expat vrienden om ons heen. En dat netwerk, dat netwerk is geweldig. Wat ben ik daar dankbaar voor! Al enkele maanden leid ik een niet al te gemakkelijk onderhandelingstraject tussen het schoolbestuur en de ondernemingsraad van de leerkrachten op onze school. Die onderhandelingen vinden logischerwijs altijd plaats na schooltijd, soms zelfs op zondagochtend. Iedere week, al die maanden al, zijn onze kinderen een en soms zelfs twee middagen per week welkom bij mijn vriendinnen. Ze halen ze op bij de bus, nemen ze mee naar huis en laten de jongens mee-eten. Soms eet Arjen ook een hapje mee als hij ze op tijd kan ophalen. Toen ik in oktober een week in Istanboel was, was diezelfde groep vriendinnen er om mijn mannen op te vangen. En natuurlijk doe ik hetzelfde voor hen. Laatst heb ik een ziek vriendje van Thomas een paar middagen opgevangen. En bij het ontbreken van ooms en tantes om een ziek kind dat een week in het ziekenhuis lag op te vrolijken, zat ik een ochtend in een kinderziekenhuis in Tel Aviv. Vrouwen helpen elkaar… Mannen natuurlijk ook 🙂 Maar in de traditionele expat gemeenschap waarin wij leven, zijn die vaak druk met hun werk.

Sinds kort is er een Facebook groep voor Nederlandse mama’s in het buitenland. Het blijkt een geweldig forum te zijn waar ervaringen en tips worden uitgewisseld voor de problemen waar wij allen tegenaan lopen. Hoe zorg je ervoor dat je kinderen goed Nederlands blijven spreken en de taal leren lezen en schrijven? Hoe ga je om met typische cultuurverschillen zoals de tijd waarop je kinderen naar bed gaan (vaak vroeger dan kinderen met andere nationaliteiten) en de manier waarop je ze beschermt tegen de zon. Of zwemles, hoe regel je dat in het buitenland. Laat je je kinderen hun diploma halen in Nederland terwijl dat in het land waar je woont niet kan en zelfs niet nodig is? Zo fijn om ervaringen uit te kunnen wisselen met vrouwen in soortgelijke situaties. De Facebook groep van de LINDA wereldwijven is ook zo’n geweldig medium geworden. Deze week vertelde een van de andere Wereldwijven dat ze onlangs gescheiden is van haar man die haar nu het contact met haar zoon ontzegt. Hij heeft het recht aan zijn zijde in het land waar hij nog steeds met hun zoon woont. Zij moest echter terug naar Nederland omdat zij in dat land in het Midden Oosten niet kan werken. Dan blijkt zo’n netwerk van expat vrouwen enorm waardevol. Hulp en advies werd haar aangeboden uit allerlei landen. Wat ik maar wil zeggen: zonder mijn vriendinnen hier zou ik het niet redden. En zonder mijn vriendinnen in Nederland overigens ook niet. Dus lieve vriendinnen: bedankt dat jullie er zijn. Waar dan ook ter wereld!

Heb jij de evacuatie-tassen al ge-update?

Niet een vraag die de Nederlandse diplomaten / diplomaten-partners elkaar zullen stellen. Althans, niet in Israël. Daarom was ik zo verbaasd toen een Amerikaanse vriendin mij die vraag laatst stelde. Welke evacuatie-tas bedoel je? En: hebben we dan evacuatie-tassen nodig? Weet jij iets wat ik niet weet over een op handen zijnde oorlog?

Wat blijkt: met name de partners van Amerikaanse defensie mensen – en ik vermoed ook die van Canada, hebben ten alle tijden een evacuatie-tas voor ieder gezinslid. Iedere zes maanden moeten deze worden ge-update zodat de kleding die erin zit overeenkomt met het seizoen van dat moment en de kledingmaat van ieder gezinslid. Want…, je weet maar nooit. Vanmorgen vindt op de Amerikaanse residentie een bijeenkomst plaats voor alle partners van (Amerikaanse) uitgezonden diplomaten in Tel Aviv. Ze krijgen een uitgebreid ontbijt (not bad!) en ze krijgen instructies over hoe je voor te bereiden op een evacuatie en over mentale weerbaarheid in tijden van spanningen en oorlog. In de ogen van de Nederlanders is dit waarschijnlijk enorm overdreven. Volgens de richtlijnen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, is Tel Aviv vergelijkbaar met Kopenhagen (misschien geen goed voorbeeld na de recente vreselijke gebeurtenissen daar) of Berlijn als het om veiligheid gaat. Meestal klopt dat ook wel, al moet ik zeggen dat ik persoonlijk denk dat de voortdurende spanningen in dit land en de bijbehorende onzekerheid over hoe lang het rustig blijft, niet echt vergelijkbaar is met het leven in een stad in West-Europa. Dat het hier veiliger is dan in Dar es Salaam, dat kan ik van harte bevestigen en ik zou dit zeker geen hardship post noemen. Maar toch, een zekere spanning is er wel met regelmaat.

Maar een evacuatie-tas? Nee, dat zie ik  niet voor me. In onze eerste maanden in Tel Aviv, ten tijde van de gifgas aanvallen in Syrië, had ik nog een schuilkelder tas. Ook stonden toen de gasmaskers in de woonkamer. Tot de dreiging vanuit Syrië op de achtergrond raakte en de gasmaskers naar de kelder verhuisden met de schuilkeldertas. Die tas kwam ik een jaar geleden tegen bij het opruimen van de kelder. Ik realiseerde me dat het het een ideale boodschappentas is en…. dat was het einde van de schuilkelder tas… Ik heb zelfs geen nieuwe samengesteld toen er daadwerkelijk raketten werden afgeschoten afgelopen zomer. Niet dat ik helemaal relaxed was, verre van dat. Maar ik had inmiddels wel begrepen dat de raketten uit Gaza geen direct gevaar vormen in de zin van een voltreffer op ons huis (vanwege het excellente defensie materiaal waar de IDF over beschikt). Schuilen voor uit de lucht vallende resten van raketten is iets anders dan schuilen voor een voltreffer.

Een aantal weken geleden liep de spanning tussen Israël en Hezbollah op. Gedurende een dag of twee werden er wat raketten afgevuurd over en weer. Nu ben ik me er inmiddels wel van bewust dat een echte Lebanon oorlog andere koek zal zijn dan een Gaza oorlog. De Iron Dome installaties beschikken over onvoldoende capaciteit om een grootscheepse aanval uit Lebanon af te weren. In zo’n geval wordt een evacuatie wel een reële optie.

Maar ook dan weet ik zeker dat ik genoeg tijd zal hebben om evacuatie-tassen in te pakken: eerst worden de Canadezen geëvacueerd (dat is al twee keer gebeurd sinds wij hier wonen!). Mijn Canadese vriendinnen hebben afgelopen zomer in Londen gezeten tijdens hun laatste evacuatie en in de tijd van de dreiging vanuit Syrië zaten ze in Griekenland meen ik me te herinneren. Na de Canadezen verlaten de Amerikanen het land. Dat heb ik nog niet meegemaakt, hoewel het evacuatiebesluit bijna rond was afgelopen zomer. Voordat er getekend kon worden, werd een staakt het vuren tot stand werd gebracht en de evacuatie hoefde niet plaats te vinden. Kijk, als het ooit zo ver komt dat de Canadezen en de Amerikanen Tel Aviv hebben verlaten, dan kan ik beginnen met inpakken. En aangezien ik voor onze vakanties ook nooit langer dan 12 uur voor vertrek inpak, komt het vast wel goed.

Ik ben wel benieuwd wat mijn Amerikaanse vriendinnen vandaag leren over hoe om te gaan met dreiging in mentaal opzicht. Daar had ik best een training over willen krijgen voordat we naar Israël verhuisden. Want hoe je het ook wendt of keert, je weet hier nooit hoe lang het rustig blijft. Zeker met de verkiezingen op 17 maart, is dat best wel weer spannend.

Until when will you be here?

Benjamin had een speelafspraak met een nieuw vriendje. Een Kroatisch jongetje waarvan de vader teammanager is van Maccabi Tel Aviv, heersend Euroleague kampioen basketbal. Ik moet het erbij zeggen want voor Benjamin maakt dit de vriendschap extra interessant. Basketbal is hier bijzonder populair en de vader van vriendje M, torent boven alles en iedereen uit, heeft zelf jarenlang op hoog niveau basketbal gespeeld. Heel interessant voor een jongetje van vijf dat alles wat met een bal te maken heeft, boeiend vindt.

Na afloop van de playdate sprak ik M’s sympathieke moeder. Ze worstelde wat met haar Engels, maar haar tweede, mogelijk derde vraag, was een hele duidelijke, die had ze duidelijk al vaker gesteld…

Until when will you be here? 

Vrij vertaald betekent dit: hoe lang wonen jullie hier nog? Afhankelijk van je antwoord zal ik deze vriendschap al dan niet stimuleren. Begrijpelijk. Vanwege het werk van haar man, zal zij hier hopelijk een aardig aantal jaren doorbrengen. Wij, de nomaden in de expat gemeenschap, zijn hier maar kort. Diplomaten van de Amerikaanse ambassade zijn er doorgaans drie jaar, soms twee. Onze vrienden L en J hebben verlenging aangevraagd en blijven hier net als wij vier jaar. Dit is echter uitzonderlijk. En ja, dat beïnvloedt vriendschappen. Ook tussen kinderen, zo blijkt.

Benjamin is zich erg bewust van die eindtermijn. Zo wist hij me na enkele speelafspraakjes met de Zweedse V te vertellen dat hij in hetzelfde jaar als wij zal verhuizen. Dat vriendje J in december naar Singapore verhuisde was erg moeilijk. Vooral toen ik zijn vraag: wanneer gaan we daar op vakantie? negatief moest beantwoorden. Hoezo gaan we daar niet op vakantie? Voor onze bovengemiddeld bereisde kinderen lijkt dat op de een of andere manier heel erg voor de hand liggend. Gewoon even op vakantie in Singapore. Tja.

Nu de periode is aangebroken waarin de vertrekkende gezinnen te horen krijgen waar ze naartoe zullen verhuizen, is de vraag Until when will you be here een dominante. In onze vriendenkring weet ik vrij exact wie wanneer in de overplaatsing zit. Het lijkt me heerlijk om een leven te leiden waarin dat geen issue is. Waarin je weet dat je kinderen aan het begin van het nieuwe schooljaar, grotendeels hun vriendjes en vriendinnetjes van vorig jaar terugzien. Waar je buren van vandaag, in principe ook je buren van morgen zijn. En overmorgen. Niet dat er in Nederland niet verhuist wordt, maar de dynamiek is niet te vergelijken met het drie- / vierjaarlijkse overplaatsingssysteem.

Komende zomer hoeven we niet veel afscheid te nemen. Onze vriendenkring bestaat voornamelijk uit mensen die gelijk met ons zijn aangekomen. De meesten hebben nog een jaar te gaan na de zomervakantie. Onze buren vertrekken wel. Naar DC. En wij, die nog 2,5 jaar Tel Aviv in het verschiet hebben en dus helemaal niet hoeven na te denken over de volgende bestemming, doen dat stiekem toch. Net als al onze andere vrienden die over 1,5 à 2 jaar overplaatsbaar zijn. Het blijft iets dubbels. Want waar we allemaal af en toe erg kunnen verlangen naar een regulier leven in Nederland, met bezoekjes aan familie en vrienden in de weekends, houden we ook heel erg van het avontuur, de afwisseling die we nu hebben.

Thomas en Benjamin hebben zo hun eigen ideeën over de toekomst. Benjamin droomt van Argentinië. Want daar komt koningin Maxima vandaan en daar kunnen ze goed voetballen. Thomas droomt over Zwitserland en Frankrijk, over lekkere chocolade en bergen om vanaf te skiën. Het zal wel in de genen zitten… En dat, dat maakt me wel eens onrustig, Die genen. Want dat zou zo maar eens kunnen betekenen dat onze kinderen, als ze straks volwassen zijn, ook kiezen voor een expat bestaan. En als ik er bij stilsta hoe moeilijk ik dat zou vinden, realiseer ik me weer dat dit ook geldt voor onze ouders en zussen.

Heel dubbel allemaal.

Voorlopig zitten we hier goed. Benjamin heeft zijn vervolg speelafspraak met M dus al gehad…

Terug naar school… naar dezelfde school!

Thomas en Benjamin, terug naar school!

Thomas en Benjamin, terug naar school!

Terug naar school… Naar dezelfde school! Dat klinkt heel vanzelfsprekend, maar voor ons is het dat niet. Sterker nog, het is voor het eerst sinds Thomas en Benjamin naar school gaan, dat ze na de zomervakantie terugkeren naar dezelfde school. Echt waar! En wat zijn we daar alle vier blij mee!

Toen Thomas vier werd, woonden we nog net in Nederland. Twee maanden lang bezocht hij De Vijverhof in Voorburg. Dat was vanzelfsprekend te kort om nieuwe vriendjes te maken. In de daarop volgende zomervakantie verhuisden we naar Dar es Salaam, waar we de jongens hadden ingeschreven bij een lokaal internationaal kleuterschooltje, Little Beaumont. Aanvankelijk waren we heel enthousiast over dat schooltje, totdat er iets heel vervelends gebeurde. Een meisje uit Thomas’ klas overleed aan de gevolgen van extreme diarree. Slechts drie dagen was ze ziek toen haar nieren het begaven. Daar kon de school natuurlijk niets aan doen. De school reageerde echter weinig adequaat en de eigenaresse van de school weigerde de school enkele dagen te sluiten om speelgoed te reinigen. Er waren al meer vervelende dingen voorgevallen, dit was echter de druppel voor ons. We besloten de jongens niet te laten terugkeren na de zomervakantie. Thomas stapte over naar de internationale school, IST. Benjamin stapte over naar een andere lokale Engelstalige preschool (kleuterschool). En ja, na dat schooljaar werden we overgeplaatst naar Israël, Tel Aviv.

Gelukkig hebben we er hier direct vanaf het begin voor gekozen ook Benjamin naar de American International School te laten gaan en hem niet eerst een jaartje naar een kleine kleuterschool te laten gaan zoals ons werd aangeraden door sommige mensen. Zouden we dat gedaan hebben, dan had Benjamin nu alweer moeten overstappen naar een andere school… Gelukkig hebben we hem op AIS naar de kleuterschool laten gaan. Want oh wat is het heerlijk om na de zomervakantie terug te keren naar een school die je al kent!

Gisteren was ik voor het eerst na de zomervakantie terug op school met beide jongens. Het was de dag voor de lessen weer van start gingen en ik had me als vrijwilliger aangemeld om nieuwe families op te vangen en welkom te heten. Hoe goed wist ik me te herinneren hoe totaal verloren wij een jaar geleden op school aankwamen. In de hitte schooluniformen uitzoeken. In een van de kantoortjes – welke? waar? – foto’s laten maken voor de administratie en voor de toegangspasjes. Schoolmaterialen uitkiezen en kopen bij een lange tafel vol schriften, plakstiften, headphones voor Ipads, potloden, gummen, rugzakken en andere spullen waar massa’s ouders zich rondom verdringen.  Uitzoeken in welke klas de kinderen zaten. Proberen iets te begrijpen van het rare roulerende schoolrooster (we hebben blauwe en rode weken op school en de roosters zijn verschillend). Namen en gezichten onthouden van de superintendent (directeur van de school) en de principals (hoofden van de verschillende onderdelen van de school). Onze weg vinden in en tussen de verschillende schoolgebouwen, een cafeteria-kaart regelen voor Thomas. Het heeft wel even geduurd eer ik het allemaal begreep en alles goed geregeld was.

Dit jaar hoefden we niets uit te zoeken en niets te regelen. We zijn nu eindelijk eens een “returning family”. En wat is dat fijn! We kennen de weg, we kennen veel van de leerkrachten en nu ik in het schoolbestuur zit ken ik de superintendent en principals persoonlijk. De jongens vliegen hun vriendjes om de hals na een lange vakantie. Het was als thuiskomen na een lange vakantie, thuiskomen op school.

Met de ervaringen van de “returning families’ in het achterhoofd, heeft de PTA (een soort oudercommissie) een welcoming program opgestart zodat nieuwe families een wat minder ruwe start maken op school. Ieder nieuw gezin is gekoppeld aan een vader of moeder van een gezin dat al een jaar of langer meedraait op school. Dat scheelt veel gestress en onduidelijkheid. Want AIS is een grote school die op het eerste gezicht wat onoverzichtelijk lijkt. Ik vind het oprecht fijn een bijdrage te kunnen leveren aan het verder verbeteren van de school. Want ook dat is een nadeel van slechts een jaar meedraaien op een school. Daar komt het dan niet van.

Vandaag is school dan weer echt begonnen voor de jongens. Vanmorgen stonden we weer bij de schoolbus te wachten. Een warm weerzien met de bus monitor Elli, die ons allen trakteerde op Zwitserse chocolade. Hij was dolblij de kinderen weer terug te zien na een lange en niet al te prettige zomer. Bij het uitdelen van zijn chocolade sprak hij de wens uit dat we allen een “Sweet Year” mochten hebben. Een mooie wens die ik graag herhaal voor iedereen die mijn weblog leest en die mogelijk ook zijn/haar kinderen ziet terugkeren naar school na de zomervakantie. I wish you all a sweet new schoolyear!

Terugkeren naar huis, naar een land in conflict

Als het alarm afgaat, rennen we allemaal naar de schuilkelder in de tuin. Niet eerst mama of papa zoeken, direct naar de trap en dan voorzichtig de trap af lopen. Niet rennen op de trap want die is stijl. Als het alarm afgaat terwijl we in de auto zitten, parkeert mama of papa snel de auto en iedereen stapt uit. Let op andere auto’s, misschien stopt niet iedereen. En dan ga je op de grond liggen naast de auto, met je handen op je hoofd.

Dit waren in het kort de instructies die we de kinderen gegeven hebben op de ochtend voor vertrek terug naar Israël. Inmiddels zijn we thuis. Arjen en ik slapen for the time being op dezelfde verdieping als de jongens. Normaal gesproken slapen wij op de tweede verdieping en zij op de eerste verdieping. Nu slapen wij in de logeerkamer die zich op dezelfde verdieping bevindt als de slaapkamers van de jongens. Zo zijn we sneller bij ze als er een rocket alert klinkt. De tas met boekjes, koekjes en water voor in de schuilkelder moet ik nog samenstellen en de luchtbedden voor in de kelder moeten worden opgeblazen zodat we daar verder kunnen slapen in geval van een alert tijdens de nacht.

De praktijk zal moeten uitwijzen in hoeverre we de de schuilkelder nodig zullen hebben. Het lijkt erop dat het conflict tussen Israël en Gaza/Palestina over zijn hoogtepunt – of beter gezegd dieptepunt – heen is. Mensen die niet met vakantie zijn gegaan, geven aan dat het een stuk rustiger is dan een dag of tien geleden. 

Veel mensen in Nederland hebben ons gevraagd of het wel verantwoord is om terug te keren naar Israël met de kinderen. De jongens en ik hadden langer in Nederland kunnen blijven. School begint pas over 2,5 week. Laat me vooropstellen dat Arjen en ik de kinderen nooit willens en wetens in een gevaarlijke situatie zouden brengen. Het was geen eenvoudige beslissing. We hebben goed contact gehouden met de ambassade en met mensen die niet met vakantie zijn gegaan. We hebben de media gevolgd, politieke analyses gelezen. We wisten dat er ook in Herzlyia luchtalarmen zijn geweest. Lang niet zo veel als in het zuiden van het land en ook minder vaak dan in Tel Aviv zelf, maar toch. We weten echter ook dat de meeste raketten uit de lucht worden geschoten door de Iron Dome en dat er nog nooit een inslag is geweest waar wij wonen. Herzlyia is geen doelwit. Tel Aviv wel. Maar zelfs in Tel Aviv is geen raket ingeslagen tot nu toe. Naar een schuilkelder rennen met kleine kinderen is niet leuk. Je bespaart het ze liever. Tegelijkertijd is dit nu waar we wonen. Al onze spullen zijn hier. De jongens hebben hier hun vriendjes en vriendinnetjes. Arjen moest hoe dan ook weer aan het werk. Voor ons vertrek uit Nederland gisteravond, leefden we ruim 4,5 week uit koffers en tassen, ons alsmaar verplaatsten van de ene plek naar de andere. Op een gegeven moment wil je gewoon graag naar huis. En dat huis, thuis, is voor ons nu in Israël. 

We hebben goed nagedacht, veel gepraat, veel gelezen. Dat de school op 19 augustus gewoon opengaat, was voor ons een belangrijke indicatie dat het veilig is, evenals het feit dat het reisadvies voor dit deel van Israël vrijwel ongewijzigd is. De school van de kinderen wordt beveiligd door de Amerikaanse Ambassade en zij staan erom bekend nog een stuk terughoudender te zijn ten aanzien van veiligheidsrisico’s dan veel andere ambassades. Ook de Israëlische strijdmacht, de IDF, is betrokken bij het beoordelen van de veiligheid van de school. 

Tja, en nu zijn we er dus. Het is bijna surrealistisch om hier te zijn. Te weten dat er in het zuiden nog steeds gevochten wordt. Dat er zoveel doden en gewonden zijn gevallen aan beide zijden. Dat dat in “ons” land gebeurt. Dat de hele wereld toekijkt, meeleeft, zich zorgen maakt. En dat wij hier wonen. Herzlyia lijkt uitgestorven. De stranden liggen er verlaten bij, de grote parkeerplaatsen zijn leeg. In de supermarkt was het vanmorgen extreem rustig, maar alle vakken zijn gevuld, alles is zoals gebruikelijk verkrijgbaar. Gezien de omstandigheden zit er op dit moment geen bezoek aan speeltuinen in en het lijkt ook verstandig niet naar de indoor speeltuinen in de malls te gaan. Het is toch lastig om je kinderen daar binnen 1,5 minuut uit te krijgen en een schuilruimte te bereiken. Over het strand twijfel ik nog. Ik heb begrepen dat er wel veilige schuilplekken zijn in de buurt van een bepaald strand hier in de buurt. Voorlopig doen we het maar even met ons heerlijke zwembad. De jongens zijn super blij dat ze hun speelgoed weer terug hebben, voorlopig hoeven ze zich in en rond het huis niet te vervelen. Hopelijk is er rust in Israël en Gaza tegen de tijd dat de verveling toeslaat.

Ondertussen gaan onze gedachten en gebeden uit naar de al die mensen die veel en veel meer geraakt worden door het conflict.