Bezoedeld vertrouwen. Een rot-ervaring in Jeruzalem

Ik wilde het niet doen. En wel. En niet en toch maar wel. Laat ik het maar doen, want het is te belangrijk en er wordt waarschijnlijk al te vaak over gezwegen. Ik ga schrijven over iets waarvan ik vrees dat ik er vervelende reacties op ga krijgen en dat het in het politieke wordt getrokken. Niet doen alsjeblieft.

Ik houd van Jeruzalem.

Heel veel.

En ik me er altijd veilig gevoeld. Ondanks de terreurdreiging, ondanks (of dankzij) de zwaar bewapende politieagenten en militairen op straat. Ondanks de vele incidenten die er plaatsvinden. In Jeruzalem voel ik iets. Iets speciaals. Een verbondenheid met het eeuwige. Een verbondenheid met God. Met andere religies. Met mijn gezin. Met mezelf. Jeruzalem heeft iets dat ik nog niet eerder heb ervaren in andere steden. Met mij zijn er velen die dat gevoel herkennen. En gelukkig weten bezoekers aan dit mooie land nog steeds de weg naar Jeruzalem te vinden. Ondanks de veiligheidsincidenten. Ondanks de spanningen.

Gisteren is er iets gebeurd waardoor Jeruzalem even iets van haar veiligheid heeft verloren voor mij.

Niet dat ik de stad nu zal mijden. Maar ik zal me minder vrij bewegen door de smalle straatjes en wat ik al helemaal niet meer zal doen, is in m’n eentje onderhandelen met een verkoper als ik iets wil kopen.

Gisteren heeft een verkoper me betast. Ik heb geen zin daar over uit te wijden. Het was onprettig. En dat is een understatement.

Het gebeurde in zijn winkel. Waar hij me probeerde te overtuigen van de kwaliteit van zijn pashmina’s. Ik heb een aardige verslaving aan pashmina’s en wilde een bijzondere kopen voor een lieve vriendin in Herzlyia. Zelf heb ik er al te veel. Hoewel. Nee. Ik heb er nooit te veel van. Niet echt. Nou ja, nu misschien wel.

De verkoper zou me het verschil uitleggen tussen namaak zooi en de real thing, de pashmina van een mix van zijde en cashmere. Niet van polyester.

Ik vertrouwde hem. Hij leek aardig. Oprecht. Totdat hij zijn handen niet bleek thuis te kunnen houden. Ik stond inmiddels helemaal achterin in zijn winkeltje in de soek, in de Muslim Quarter van de oude stad. Niet zichtbaar vanuit het straatje. Enkele winkeltjes verwijderd van Arjen en de jongens die cadeautjes voor familie en vrienden in Nederland was aan het afrekenen.

Degenen die mij langer kennen, weten dat een situatie als deze voor mij extra beangstigend is. Oud zeer en zo.

Maar ik bleef kalm, hield mijn verstand erbij en sprak de man – die aan het vasten was want het is Ramadan – aan op zijn eergevoel en respect voor vrouwen terwijl ik zijn winkel verliet. Hij bleef me naschreeuwen over die rot pashmina die hij me opeens voor een spotprijs probeerde aan te smeren.

De zwaar bewapende soldaten een eindje verderop keken me na. Ik voelde hun ogen in mijn rug terwijl ik nadacht over het wel of niet melden van het incident. Wel of niet uitspreken. Wel of niet delen. Ben ik dit zelf schuld? Hoe kon ik die man zijn winkel in volgen? Waarom had ik een zomerjurkje aan? Oh ja, het was 30 graden, maar toch. Was iets bedekters niet beter geweest?

Ik heb het niet gemeld bij de soldaten. Ik was bang. Bang voor een groter incident in een Jeruzalem vol spanningen tussen Israëliërs en Palestijnen. Bang ook voor wat het met de kinderen zou doen die nu al moesten zien hoe mama gejaagd zo snel mogelijk de soek uit wilde.

Even later, inmiddels buiten de stadsmuren, voegde Arjen zich bij ons, niet begrijpend wat er was gebeurd. Pas toen ik het hem vertelde sloeg de emotie toe. Duizelig en misselijk braken de tranen door, gezeten op een terras in Mamilla (een winkelgebied net buiten Yaffa Gate). Het was al snel over want Benjamin nam mijn paniek over en had zijn moeder nodig.

Er volgde nog een hele fijne avond, we zagen en hoorden de opera Rigoletto van Verdi bij Sultan’s Pool, net buiten de muren van de stad. Schitterend. Maar iets van de sfeer was verloren voor mij. Ik voelde me naïef, vies en dom.

Nu zijn we een nacht en een flink aantal uren verder en heb ik dat rot gevoel van me af geschud. Geen enkele vrouw vraagt erom ongewenst betast te worden. Of erger, verkracht. Het maakt niet uit waar ze is, hoe ze zich kleedt, hoe aardig ze doet tegen een man. Nee is nee. En mannen horen hun handen thuis te houden.

Deze keer kon ik wegkomen. De opkomende paniekaanval kreeg ik snel onder controle en ik ben absoluut oké. Ik ben sterker dan ik lang ben geweest, kan veel meer aan en kan dit een plek geven. Maar wat baal ik ervan dat me dit is overkomen op een plek die me zo dierbaar is. Een situatie die zo stereotype bevestigend is in een tijd waarin zoveel gezegd wordt over moslims en hun intenties.

Het kost even moeite maar ik moet het zeggen. Ik laat deze ervaring mijn blik op de wereld niet verpesten. Aanranders en verkrachters komen voor in alle landen en binnen alle religies. Maar in de oude stad van Jeruzalem zul je mij niet meer zo vrij zien rondlopen als ik altijd heb gedaan. Jammer.En dat is nog een understatement.

 

 

 

 

Advertenties

Over oude deuren en nieuwe deuren

Drie jaar geleden, op de dag af, sloten we een avontuur af. En begonnen we aan een nieuw hoofdstuk. Het Israel hoofdstuk wel te verstaan. Wanneer een deur sluit, opent een andere. Ik denk dat vrijwel iedereen zich vasthoudt aan die gedachte als er grote veranderingen op komst zijn. Maar op het moment dat die ene deur dichtgaat, weet je nog niet wat er achter de nog gesloten deuren op je wacht. Wij waren dan ook allevier verdrietig toen we op 7 juni 2013 Tanzania achter ons lieten. Israel lonkte, Tanzania zat echter onder onze huid.

Onlangs sprak ik een vriendin uit onze Tanzania tijd. Over mijn depressiviteit, over hoe ik in elkaar zit, waar ik aan werk. Zij herinnerde me eraan dat mijn mooie herinneringen aan Tanzania de moeilijke momenten lijken te hebben weggevaagd. Want ook daar wankelde ik af en toe. Had ik moeite met mijn nog nieuwe rol in het leven, zonder het “ik werk bij Heineken” credo achter mijn naam. Na een eerste ongemakkelijk gevoel – nooit fijn, geconfronteerd worden met minder leuke herinneringen – moest ik haar gelijk geven. Typisch hoe het menselijk brein werkt, hoe uiteindelijk de mooie avonden aan zee en de spannende safari’s je herinneringen domineren terwijl de moeilijke momenten, de frustraties, verbleken en vervagen tot ze er nooit lijken te zijn geweest.

Dat gesprek met die oude vriendin, het was misschien even wat ongemakkelijk, zelfs pijnlijk. Maar zo heilzaam en nuttig. Natuurlijk nam ik haar feedback mee naar mijn volgende online gesprek met mijn psycholoog. Tijdens dat gesprek en de daaropvolgende, pelden we langzaam lagen af uit mijn verleden, de moeilijke momenten analyserend, de fijne momenten evaluerend. Wat mijn grootste worsteling is geweest sinds het verlaten van Nederland, is het verlies van identiteit. Die “ik werk bij Heineken” gedachte. Ik was niet alleen Ceciel, moeder van Thomas en Benjamin, vrouw van Arjen. Ik was ook professional, ik ontwikkelde me, ik deed werk dat er toe deed binnen de kaders die ik van kinds af aan kende. Geld, aanzien en respect verdienen door je werk bij een bekend Nederlands bedrijf. Een leven als thuismoeder was iets waar ik me in die periode helemaal, maar dan ook echt helemaal niets bij kon voorstellen. En hoewel ik het nooit zo zou hebben gezegd in die tijd, denk ik dat ik het diep  van binnen afkeurde als andere moeders met bul op zak hun carrière aan de wilgen hingen.

Dat dus. Dat was mijn worsteling. Toe te moeten geven dat ik nu ook één van die moeders was. Met bul, zonder carrière. En hoe dat onderstreept werd als ik op een receptie stond en de zoveelste gesprekspartner me vroeg: ‘So tell me, what does your husband do?’

Toen ik moest onderkennen dat het echt niet goed met me ging, was mijn vervolggedachte een voor mij erg logische: ik moet gewoon weer een baan, een carrière. En: we moeten terug naar Nederland. Zodat alles weer normaal wordt en ik weer mezelf kan zijn.

Mezelf zijn? Is Ceciel dan niet zichzelf als ze geen geld verdient? Werkelijk? Is dat het enige dat ik waardevol vind aan mezelf? Daar was werk aan de winkel, constateerde mijn psycholoog tevreden.

Deze week heb ik het deel van mijn therapie dat puur over het overwinnen van de depressiviteit gaat, afgesloten. Een training Mindfulness is de logische laatste stap op mijn pad naar, uh, helemaal mezelf zijn? Misschien, zoiets. Ik ben al een heel eind gekomen kan ik met trots en blijdschap zeggen. Ik heb veel ontdekt in de afgelopen maanden. Heel simpele dingen zoals wandelen brengt mijn geest tot rust (maar ik raak niet meer in een vrije val als het wandelen er even niet van komt). En schrijven, dát vind ik pas leuk (en kan ik best goed!). Moeder worden en moeder zijn is het mooiste dat me in mijn leven is overkomen (Arjen ontmoeten staat met stip op nummer twee, ik wil mijn geliefde niet tekort doen!). Wat ben ik dankbaar dat ik er voor de jongens kan zijn als ze uit school komen met verhalen en met huiswerk. Dat ik speelafspraken voor ze kan regelen na school, hun vriendjes ken en de moeders van die vriendjes. Dat ik tijd heb om betrokken te zijn bij school, fantastisch fijn. En mijn bestuurswerk blijkt minstens zo uitdagend, zowel inhoudelijk als procesmatig, als dat werk bij good old Heineken. Nee, ik word er niet voor betaald. Maar de impact die mijn werk heeft op het beleid en het functioneren van de school is zichtbaar na twee jaar bikkelen.

Dus misschien gaat die Mindfulness me niet naar mezelf terugbrengen. Misschien ben ik al bij mezelf terug. Hopelijk gaat het me helpen nog net iets beter om te leren gaan met spanningen en onzekerheid. Want die zullen er het komend jaar volop zijn. Dat we drie jaar geleden Tanzania verlieten, betekent namelijk ook dat we aan ons laatste jaar in Israel beginnen. Ons overplaatsingsjaar is aangebroken en we zullen zien waar onze container vol hebben en houden naartoe zal varen. De overplaatsingssystematiek van het Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt gekenmerkt door aardig wat dynamiek. Hoewel onze plaatsing hier uiterlijk over een jaar eindigt, is het mogelijk dat we voor die tijd al verhuizen. Onzekerheid is dus troef en hé, laat het nou net mijn uitdaging zijn daar beter mee te leren omgaan. Dus kom maar op met die Mindfulness training! Ik kan ‘m wel gebruiken!

 

“Nothing happens until you move”

12800304_476340945887839_3090986439364070723_n

Op een dag werd ik wakker en realiseerde me dat ik zin had in de dag die voor me lag.

Vanzelfsprekend? Ik hoop voor velen! Voor mij was het dat lange tijd niet. Ondanks die geweldige man waarnaast ik wakker werd en ondanks mijn lieve schatten die naast ons bed stonden, vol verwachting voor de dag die voor hen lag. Er was een moment waarop ik dacht dat het nooit meer echt beter zou worden, dat de zon die buiten zo uitbundig scheen, mijn hart niet meer zou kunnen bereiken zoals dat eerder het geval was.

Gelukkig heb ik ervoor gekozen in beweging te komen. Letterlijk en figuurlijk. Hoe wonderlijk is het de bijzondere verbinding tussen lichaam en geest te ervaren. Want dat die verbinding er is en dat de wisselwerking tussen beide krachtig is, heb ik in de afgelopen weken en maanden heel bewust gevoeld. Terwijl ik met negatieve gedachten vocht – of eigenlijk ze de ruimte gaf er te zijn – was ik moe. Zo afschuwelijk moe. Daar kon geen slaap tegenop. Slaap die bovendien niet helemaal lekker liep, om het maar zo te zeggen. Ik werd te vroeg wakker, piekerde wat af in bed. Maar zelfs na een goede nachtrust was ik moe. Pas nu ik niet meer moe ben en zelfs een minder goede nacht me niet direct vloert, realiseer ik me dat die moeheid voortkwam uit de zichzelf herhalende negatieve gedachten en het gevoel van eenzaamheid waarmee ik worstelde. Dat dit alles zichzelf in stand hield bovendien door, noch letterlijk, noch figuurlijk te bewegen.

Hoewel ik er nog niet ben, kan ik zeggen dat ik een heel eind ben opgeschoten vanaf dat moment dat ik besloot in beweging te komen. De gesprekken met een geweldige psycholoog vormden aanleiding tot de nodige zelfreflectie en nieuwe inzichten in wie ik ben, wat me drijft en wat mijn energie vreet. Gesprekken met Arjen die daarop volgden, maakten alles nog veel inzichtelijker. Hoe verbindend dat werkt, het is ongelooflijk. Een innerlijk proces, gedeeld met een paar dierbaren, het was en is een stevige wandeling door mijn hoofd en door mijn hart, met de nodige valkuilen waar ik zo af en toe keihard in donder. Maar het lukt steeds beter er weer uit te klimmen zonder uren of dagen te blijven hangen in nare gedachtes over mezelf en de wereld om me heen.

Maar wat echt enorm heeft geholpen, is het letterlijk in beweging komen. Voor iemand als ik die helaas niet veel met sport heeft, is dat niet gemakkelijk. Maar dat bewegen gezond is, voor lichaam en geest, dat wist ik wel. Nou ja, diep van binnen dan, het was een beetje weggezakt. Maar ik ben gaan bewegen. Wandelend wel te verstaan. Wandelend langs de zee, met vriendinnen maar vaak alleen. Terwijl ik door het zand ploegde, wandelde ik door herinneringen en gevoelens en zo heb ik inmiddels een heel eind afgelegd.

De wind in mijn haren, schelpen oprapend in de vloedlijn, af en toe natte voeten krijgend van onverwachts verreikende golven, het werkt. Het werkt echt.

Nu sta ik voor een nieuwe uitdaging. Ik wil en moet blíjven bewegen, mijn vrijwel dagelijkse strandwandelingen blijven maken. Maar wat merk ik? Nu ik beter in mijn vel zit, loopt mijn agenda weer vol. Dagelijkse meetings op school,  het afronden van het nieuwe bestuursbeleid – inclusief waanzinnig professionele website voor ouders en school staf – het werven van nieuwe bestuursleden, het schrijven van mijn boek, het loopt weer allemaal. En ik, ik vergeet te lopen.

Dus zeg ik vandaag weer tegen mezelf: nothing happens until you move! 

Wie loopt er mee?

 

 

Ode aan mijn virtuele vriendinnen

Het lijkt niet samen te kunnen gaan, de termen virtueel en vriendschap. Virtueel heeft  vele betekenissen, één daarvan is “Iets wat niet echt is, maar wel echt lijkt of wat slechts denkbeeldig is”. Je zou kunnen zeggen dat een virtuele vriendschap niet echt kan zijn. Maar ik heb ze, een stel fijne virtuele vriendinnen. Nee, ik heb ze nooit gezien. Niet face to face althans. En toch ontmoet ik ze regelmatig. Soms uitgebreid, soms heel kort. Wat we met elkaar gemeen hebben is dat het leven ons buiten Nederland heeft gebracht en dat we moeder zijn. Sommigen hebben een buitenlandse partner gehuwd en hebben daarom het vertrouwde Nederland verlaten voor een woonplaats in een ver of minder ver buitenland. Sommigen, zoals ik, hebben Nederland tijdelijk verlaten voor het werk van hun geliefde of voor hun eigen baan of bedrijf. We hebben elkaar ontdekt doordat een Nederlandse moeder in Berlijn het tijd vond dat Nederlandse moeders in het buitenland met elkaar verbonden zouden raken zodat ze ervaringen kunnen uitwisselen, elkaar mentaal kunnen steunen in moeilijke tijden.

Hoe waardevol is dit netwerk inmiddels gebleken. Niet alleen voor mij, maar voor vele anderen wereldwijd. De online gesprekken gaan van praktisch tot emotioneel. Hoe maak je bijvoorbeeld typisch Nederlandse producten die je in Nederland kant en klaar kunt kopen? Ik noem maar iets: kroketten, speculaas en kruidnootjes, filet Americain, krentenbollen, rijstevlaai of vanillevla… En wat doe je als je moeder op sterven ligt en je weet je even geen raad omdat je ver weg woont, je kinderen gewoon naar school moeten en je man een drukke baan heeft. Wat doe je als je twee- of meertalige kinderen worstelen met die meertaligheid en de school weet zich geen raad? Hoe vier je Sinterklaas buiten Nederland? Hoe houd je de Nederlandse identiteit levend bij jezelf en bij je kinderen? Of vind je dat niet belangrijk? Hoe leren je kinderen Nederlands? En als je kind nooit meer verjaardagskaarten krijgt doordat opa’s en oma’s het te druk hebben met hun kleinkinderen in Nederland? Inmiddels sturen deze wereldvrouwen verjaardagskaarten naar de kinderen van hun virtuele vriendinnen verspreid over de wereld en er zijn zelfs lootjes getrokken door sommigen, waarna afgelopen zaterdag op vele plekken op de wereld pakjes werden geopend die verstuurd waren door, ja, virtuele vriendinnen verspreid over de wereld.

Inmiddels hebben er life ontmoetingen plaatsgevonden tussen vrouwen die erachter kwamen dat ze hartstikke dicht bij elkaar in de buurt wonen. Real life vriendschappen zijn ontstaan. En wat is dat fijn, een Nederlandse vriendin. Echt, geen kwaad woord over mijn geweldige Amerikaanse, Zwitserse en Israëlische vriendinnen. Ze zijn me intens dierbaar en ik hoop dat een deel van de vriendschappen duurzaam zal blijken. Maar af en toe in je moedertaal praten over het leven in een land dat uiteindelijk nooit helemaal het jouwe zal worden is heerlijk. Zo heb ik Suzanne ontmoet via de groep Nederlandse moeders in het buitenland. Ze woont in Israël met haar Israëlische man en hun drie kinderen, ze schrijft net als ik, heeft haar super baan in Nederland aan de wilgen moeten hangen om hier een bestaan op te bouwen en heeft, net als ik, af en toe enorm heimwee naar Nederland. Geweldig dat we elkaar via Facebook hebben ontdekt en elkaar nu vriendin kunnen noemen.

Terwijl de originele (besloten) Facebook groep groeit, ontstaan er jammer genoeg ook vervelende discussies. Onderwerpen die politiek of religieus zijn, leiden nogal eens tot verhitte discussies. De situatie hier in Israël is zo’n onderwerp dat helaas niet zonder emoties kan worden besproken. Dat maakt me wel eens verdrietig en ik merk dat ik me dan ook liever niet meng in dat soort gesprekken. Angst voor terroristische aanslagen zou moeten kunnen worden gedeeld zonder er een discussie over het conflict tussen Israël en Palestina van te maken. Gesprekken over Sinterklaas en (zwarte?) Piet lopen ook nogal eens uit de hand net als discussies over borstvoeding. De vier moderators hebben er soms hun handen vol aan. Ode aan hun doorzettingsvermogen, zij krijgen soms de wind van voren omdat ze bepaalde gesprekken in de kiem smoren.

Inmiddels zit ik in een klein, besloten groepje waarmee ik niet alleen aan de lijn doe, maar waarmee ik ook mijn persoonlijke zorgen en blijdschappen deel. Een deel van hen gaat elkaar enkele dagen voor Kerstmis ontmoeten in Nederland. Vreselijk jammer dat ik daar niet bij kan zijn! Wat zou ik ze graag ontmoeten! Door hen lukt het mij nu veel beter aan mijn dieet vast te houden, door hun wijze woorden leer ik op een andere manier naar mijn zorgen en irritaties te kijken.

Kortom, Nederlandse moeders in het buitenland, jullie zijn in één woord GEWELDIG!

To Skype or not to Skype

Skypen … Daar ben ik dus niet zo goed in. Meer dan dat. Ik ben niet zo goed in het onderhouden van mijn contacten met mijn (dierbare!) vriendinnen in Nederland. Ik trek het boetekleed aan met schuldgevoel en met de vraag: hoe komt dat toch? Hoe komt het dat het voor mij zo moeilijk is om de contacten met mijn vriendinnen goed te onderhouden? Een duidelijk antwoord heb ik niet. Want ik mis ze wel. Die vrouwen die me al zo lang kennen, die mijn verleden kennen, mijn dromen, mijn gevoeligheden. Waarom Skype of bel ik ze dan niet vaker?

Arjen is er heel goed in. Hij maakt Skypeafspraken en komt die dan ook na. Wacht geduldig bij de laptop tot de betreffende vriend online is. Samen drinken ze dan een glas wijn terwijl ze het leven doornemen. Ik trek me altijd discreet terug zodat het heel even is alsof ze samen ergens in een restaurant zitten, zonder meeluisterende vrouw. Als Arjen een week in Nederland is voor zijn werk – zoals afgelopen week – gebruikt hij zijn vrije tijd ook geweldig. Hij ziet zijn ouders en zijn zussen, maar ook een aantal vrienden. Nu denk ik dat zijn regelmatige dienstreizen naar Nederland het ook wel een stuk gemakkelijker maken om die band in stand te houden. Ik heb dat  niet, dienstreizen naar Nederland (of naar waar dan ook…). Die paar weken per jaar dat wij als gezin in Nederland zijn, loopt onze agenda over. En dat familie dan op één staat vind ik niet meer dan normaal. Dan zijn er nog de diverse doktersafspraken en de waslijst met boodschappen die gedaan  moeten worden. Ik doe mijn best, maar het lukt me nooit om iedere keer al mijn echt dierbare vriendinnen te zien. Schuldgevoelens achtervolgen me dan in de weken na terugkeer in Israel. En toch, geen Skype afspraken.

Hoe komt dat toch? Ik wilde maar dat ik er een antwoord op had! Eén uur tijdsverschil hebben we maar. Dat is weinig. Dat kan het dus niet zijn. Of toch wel? Mijn vriendinnen hebben allemaal kinderen in dezelfde leeftijd als die van ons. Rond de tijd dat die van mij in bed liggen, zitten zij in het spitsuur van tandenpoetsen, voorlezen en naar bed brengen. Wanneer zij daarmee klaar zijn, is het bij mij 9 uur ’s avonds. Laat me eerlijk zijn. Dat is heel geregeld ook het moment dat bij mij het licht uitgaat. Zo niet letterlijk, dan wel figuurlijk. En zo vliegt de week voorbij. In het weekend ligt bij iedereen – ook bij ons – de prioriteit bij gezinstijd. Vaak hebben we dan ook in de avonduren nog etentjes of hebben Arjen en ik de vrije uren echt nodig om met elkaar bij te praten na een drukke week. En nee, ook dan dus geen Skype afspraken.

Ook al vind ik dit heel verdrietig, ik heb wel het gevoel dat de echt belangrijke vriendschappen nog steeds oké zijn. De meeste althans. Eén vriendschap is duidelijk gesneuveld sinds ik in het buitenland woon. Vermoedelijk liepen onze levens te ver uiteen, begrepen we elkaar niet meer. Dat kan ook in Nederland gebeuren. Ik ben er verdrietig om geweest, maar kan niet anders dan het naast me neerleggen. Gelukkig merk ik dat over het algemeen, iedere keer als het eindelijk weer lukt een vriendin te spreken, mailen, zien, de afstand wegvalt. Dat de gesprekken doorgaan alsof er geen lange stilte is geweest. Dat we elkaar nog steeds kennen. Begrijpen. Aanvoelen. Ik heb er dan ook het volste vertrouwen in dat wanneer we terugkeren naar Nederland, de draad weer opgepakt kan en zal worden.

Iets wat overigens wel mee kan spelen bij het onderhouden van de contacten met vriendinnen in Nederland, is de enorme verandering in levensritme. Dat heeft niets met tijdsverschil te maken. Waar mijn vriendinnen allen gevulde dagen hebben met uitdagende carrieres en een dagelijkse race tegen de klok om ook thuis de boel draaiende te houden, zien mijn dagen er totaal anders uit. Ik schrijf. Thuis. In mijn eigen tijd. Ik ben overdag enorm flexibel. Dan zou ik wel tijd hebben om te appen, bellen of zelfs af en toe Skypen. En dat doe ik dan ook. Met mijn beste vriendinnetje in Tanzania bijvoorbeeld. Met mijn ouders die ook alle tijd hebben overdag. Met mijn zusje dat op maandag niet werkt. En met een groep Nederlandse vrouwen die op andere plekken op de wereld wonen en die net als ik met ups en downs kampen als het gaat om het leven ver van Nederland. Over hen volgt een andere weblog. Want zij zijn vaak degenen die mij uit de put praten als ik er weer eens in gevallen ben. Wat ik overdag maar moeilijk kan delen met mijn vriendinnen in Nederland, deel ik wel met een aantal Nederlandse moeders in onder andere Zuid Afrika, Frankrijk, Zwitserland, de UK en Mexico en met een paar vrouwen die tot voor kort in het buitenland woonden en die inmiddels terug zijn in Nederland. Zij hebben tijd om te reageren op die gekke tijdstippen waarop mijn vriendinnen in Nederland keihard aan het werk zijn. Niet dat mijn nomaden-vriendinnen niets te doen hebben. Maar zij kennen de put van heimwee, ze kennen de tranen van het geen werk hebben. Oké. Ik loop vooruit op mijn volgende weblog.

Afsluitend dit: vriendinnen in Nederland, ik mis jullie en houd van jullie. Onverminderd. Laten we het weer eens proberen, dat Skypen. Wie weet, lukt het een keer! Met een kopje thee erbij?