Over oude deuren en nieuwe deuren

Drie jaar geleden, op de dag af, sloten we een avontuur af. En begonnen we aan een nieuw hoofdstuk. Het Israel hoofdstuk wel te verstaan. Wanneer een deur sluit, opent een andere. Ik denk dat vrijwel iedereen zich vasthoudt aan die gedachte als er grote veranderingen op komst zijn. Maar op het moment dat die ene deur dichtgaat, weet je nog niet wat er achter de nog gesloten deuren op je wacht. Wij waren dan ook allevier verdrietig toen we op 7 juni 2013 Tanzania achter ons lieten. Israel lonkte, Tanzania zat echter onder onze huid.

Onlangs sprak ik een vriendin uit onze Tanzania tijd. Over mijn depressiviteit, over hoe ik in elkaar zit, waar ik aan werk. Zij herinnerde me eraan dat mijn mooie herinneringen aan Tanzania de moeilijke momenten lijken te hebben weggevaagd. Want ook daar wankelde ik af en toe. Had ik moeite met mijn nog nieuwe rol in het leven, zonder het “ik werk bij Heineken” credo achter mijn naam. Na een eerste ongemakkelijk gevoel – nooit fijn, geconfronteerd worden met minder leuke herinneringen – moest ik haar gelijk geven. Typisch hoe het menselijk brein werkt, hoe uiteindelijk de mooie avonden aan zee en de spannende safari’s je herinneringen domineren terwijl de moeilijke momenten, de frustraties, verbleken en vervagen tot ze er nooit lijken te zijn geweest.

Dat gesprek met die oude vriendin, het was misschien even wat ongemakkelijk, zelfs pijnlijk. Maar zo heilzaam en nuttig. Natuurlijk nam ik haar feedback mee naar mijn volgende online gesprek met mijn psycholoog. Tijdens dat gesprek en de daaropvolgende, pelden we langzaam lagen af uit mijn verleden, de moeilijke momenten analyserend, de fijne momenten evaluerend. Wat mijn grootste worsteling is geweest sinds het verlaten van Nederland, is het verlies van identiteit. Die “ik werk bij Heineken” gedachte. Ik was niet alleen Ceciel, moeder van Thomas en Benjamin, vrouw van Arjen. Ik was ook professional, ik ontwikkelde me, ik deed werk dat er toe deed binnen de kaders die ik van kinds af aan kende. Geld, aanzien en respect verdienen door je werk bij een bekend Nederlands bedrijf. Een leven als thuismoeder was iets waar ik me in die periode helemaal, maar dan ook echt helemaal niets bij kon voorstellen. En hoewel ik het nooit zo zou hebben gezegd in die tijd, denk ik dat ik het diep  van binnen afkeurde als andere moeders met bul op zak hun carrière aan de wilgen hingen.

Dat dus. Dat was mijn worsteling. Toe te moeten geven dat ik nu ook één van die moeders was. Met bul, zonder carrière. En hoe dat onderstreept werd als ik op een receptie stond en de zoveelste gesprekspartner me vroeg: ‘So tell me, what does your husband do?’

Toen ik moest onderkennen dat het echt niet goed met me ging, was mijn vervolggedachte een voor mij erg logische: ik moet gewoon weer een baan, een carrière. En: we moeten terug naar Nederland. Zodat alles weer normaal wordt en ik weer mezelf kan zijn.

Mezelf zijn? Is Ceciel dan niet zichzelf als ze geen geld verdient? Werkelijk? Is dat het enige dat ik waardevol vind aan mezelf? Daar was werk aan de winkel, constateerde mijn psycholoog tevreden.

Deze week heb ik het deel van mijn therapie dat puur over het overwinnen van de depressiviteit gaat, afgesloten. Een training Mindfulness is de logische laatste stap op mijn pad naar, uh, helemaal mezelf zijn? Misschien, zoiets. Ik ben al een heel eind gekomen kan ik met trots en blijdschap zeggen. Ik heb veel ontdekt in de afgelopen maanden. Heel simpele dingen zoals wandelen brengt mijn geest tot rust (maar ik raak niet meer in een vrije val als het wandelen er even niet van komt). En schrijven, dát vind ik pas leuk (en kan ik best goed!). Moeder worden en moeder zijn is het mooiste dat me in mijn leven is overkomen (Arjen ontmoeten staat met stip op nummer twee, ik wil mijn geliefde niet tekort doen!). Wat ben ik dankbaar dat ik er voor de jongens kan zijn als ze uit school komen met verhalen en met huiswerk. Dat ik speelafspraken voor ze kan regelen na school, hun vriendjes ken en de moeders van die vriendjes. Dat ik tijd heb om betrokken te zijn bij school, fantastisch fijn. En mijn bestuurswerk blijkt minstens zo uitdagend, zowel inhoudelijk als procesmatig, als dat werk bij good old Heineken. Nee, ik word er niet voor betaald. Maar de impact die mijn werk heeft op het beleid en het functioneren van de school is zichtbaar na twee jaar bikkelen.

Dus misschien gaat die Mindfulness me niet naar mezelf terugbrengen. Misschien ben ik al bij mezelf terug. Hopelijk gaat het me helpen nog net iets beter om te leren gaan met spanningen en onzekerheid. Want die zullen er het komend jaar volop zijn. Dat we drie jaar geleden Tanzania verlieten, betekent namelijk ook dat we aan ons laatste jaar in Israel beginnen. Ons overplaatsingsjaar is aangebroken en we zullen zien waar onze container vol hebben en houden naartoe zal varen. De overplaatsingssystematiek van het Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt gekenmerkt door aardig wat dynamiek. Hoewel onze plaatsing hier uiterlijk over een jaar eindigt, is het mogelijk dat we voor die tijd al verhuizen. Onzekerheid is dus troef en hé, laat het nou net mijn uitdaging zijn daar beter mee te leren omgaan. Dus kom maar op met die Mindfulness training! Ik kan ‘m wel gebruiken!

 

One year down, three more to go

Een week geleden schreef vriendin J op facebook: Wow, one year in Israël already! Een paar dagen later meldde vriendin R hetzelfde. Deze week realiseerde ik me dat ook wij ons eerste jaar in Israël erop hebben zitten. De tijd is snel voorbij gegaan, het was zeker niet altijd gemakkelijk. Er is veel gebeurd, zowel hier als in Nederland. Ups en downs hebben elkaar afgewisseld. Vooral in de periode dat we hoorden dat mijn moeder geopereerd moest worden aan wat uiteindelijk gelukkig een zeer kleine tumor bleek te zijn, was het voor mij persoonlijk niet gemakkelijk. Of je nu in Tanzania woont of in Israël, de afstand ten opzichte van Nederland voelt op zo’n moment als die tussen de aarde en de zon.

Maar… we hebben ons er doorheen geslagen. Allemaal. Precies op de dag dat wij onze eerste Israël-verjaardag konden vieren, onderging mijn moeder haar laatste bestraling. Haar perspectieven zijn bijzonder goed, we vertrouwen er allemaal op dat dit het was en dat het hierbij blijft. En voor ons hier in Israël geldt denk ik hetzelfde, we laten een periode van aanpassen en wennen achter ons en kijken vol vertrouwen en plezier uit naar wat komen gaat.

Een overplaatsingsjaar is altijd pittig, ongeacht wat je verwachtingen waren aan het begin. Het tweede jaar is dan een verademing. Je kent de weg in je nieuwe land, letterlijk en figuurlijk. Je hebt vrienden gemaakt, je kent de school. Als ik terugdenk aan die eerste weken in Israël… wat voelde ik me verloren. Ik kende vrijwel niemand, kende de weg naar precies twee supermarkten, naar de school en naar een speeltuin. Ik wist hoe op het strand te geraken en ja, dat was het wel zo’n beetje. Het gebeurde die eerste weken nog geregeld dat ik van het boodschappen doen thuiskwam met verkeerde producten: geen smeerkaas maar kwark, geen yoghurt maar zure room en toch weer brood met desem, waar ik zelf erg van houd maar wat de jongens echt niet lekker vinden…, de taalbarrière speelde me parten. Ook overkwam me een keer dat ik een cappuccino had besteld en er twee kreeg. Omdat ik wat onhandig had uitgelegd dat ik mijn koffie graag met magere melk wilde. Ik begrijp inmiddels wel iets van het Ivriet, maar echt spreken doe ik het niet en dat zal ook niet gaan gebeuren vrees ik. Wel is mijn zelfvertrouwen enorm gegroeid. Ik laat me niet meer overrompelen door de Israëlische manier van doen in winkels en op terrassen en check of ze me begrepen hebben. Ook heb ik ontdekt dat je met een glimlach en een “shalom” en “yom tov” heel ver komt, zelfs bij de meest botte Israëliërs. Dus die heb ik altijd in de aanslag 🙂

Voor de jongens was het ook niet altijd eenvoudig. Thomas bleek wat achter te lopen qua rekenen en werd al snel in een bijles groepje geplaatst. Hij vond dat vreselijk, hij had ook al bijles Engels en logopedie in het Engels, allemaal tijdens schooltijd. Hij werd dus steeds uit de klas gehaald – overigens met klasgenootjes die ook wat extra aandacht nodig hadden voor sommige vakken – en voelde zich daardoor “anders dan de rest”. Hij heeft keihard gewerkt, onze oudste! Zijn eindrapport was prachtig, hij heeft een topjaar gehad, zijn achterstanden volledig ingelopen. Een uitblinker op het voetbalveld, in zijn art-class en in zijn Engels klasje. De juffen lopen met hem weg, hij is “sooo responsible and helpful”. Benjamin had het moeilijker dan Thomas met de verhuizing naar Israël. Hij mistte ons huis en de mensen die daar iedere dag waren. Onze nanny, de huishoudster, de tuinman en de chauffeur. Dat waren zijn vrienden, zijn familie, zijn leven. Vaak heeft hij gevraagd wanneer we nu eindelijk terug zouden gaan naar Tanzania en hij heeft zich oprecht zorgen gemaakt over Nellie, onze nanny. We hebben de jongens maar niet verteld dat onze tuinman, Godi, inmiddels is overleden. We hadden het daar zelf erg moeilijk mee, vooral omdat hij nog met ons in contact heeft proberen te komen toen hij geld nodig had. Dat was een paar weken voordat we hoorden dat hij dood was.

Maar goed, de opstart perikelen hebben we gehad, het gemis van Tanzania is op de achtergrond geraakt. We genieten simpelweg enorm. Ons huis met de zee grenzend aan de tuin, het zwembad, de gezelligheid met de buren en hun kinderen, levert vanaf vrijdagmiddag een instant vakantiegevoel. Het lijkt soms een camping, de kinderen houden voortdurend in de gaten wie er thuis is en wie niet, wie er naar het zwembad gaat of naar het strand. Op zaterdagochtend is ons huis vaak gevuld met een hele zooi kinderen. Ons sociaal leven is super. Ongelooflijk wat je in een jaar tijd met mensen kunt opbouwen. Plezier, er voor elkaar zijn, mooie en verdrietige momenten delen. En dat terwijl we elkaar allemaal nog maar zo kort kennen. En dat is mooi aan het zwervende expat bestaan: vriendschappen kunnen zich razendsnel verdiepen, omdat iedereen los is van zijn/haar normale sociale structuur. Ik vind dat bijzonder en ik ben zo dankbaar voor de mooie nieuwe contacten die we hebben opgedaan.

Toen mijn vriendinnen en ik ons realiseerden dat we allemaal zo’n beetje ons eerste jaar hier in Israel erop hebben zitten, verbaasden we ons er weer eens over dat we vrijwel tegelijk aan zijn gekomen, ons allemaal intens eenzaam hebben gevoeld die eerste weken tot de school begon en dat we niet van elkaars bestaan wisten. En dat terwijl ons aller levens zich een jaar geleden afspeelde tussen dezelfde twee malls en die ene grote speeltuin. Hadden we toen maar geweten hoe we ons nu zouden voelen. Dan was het toen een stuk gemakkelijker geweest. En gelukkig, gelukkig hebben we elkaar gevonden. Dat was dan wel niet in die hete zomer in Tel Aviv toen we regelmatig op dezelfde plekken naar onze spelende kinderen zaten te kijken zonder elkaar te kennen, maar later, toen we onze levens op de rit begonnen te krijgen.

Fijn om hier straks, na de zomervakantie in Nederland, terug te komen en de draad weer op te pakken.

 

 

Happy family on holiday in Jordan (Petra)

Happy family on holiday in Jordan (Petra)

Hoe de bus(-stop) mijn leven redde – een kijkje in ons dagelijks leven

Benjamin met zijn beste vriendinnetje - inmiddels tot zijn grote verdriet verhuisd naar Rome en vriendje Jamie in The Dolphin.

Benjamin met zijn beste vriendinnetje – inmiddels tot zijn grote verdriet verhuisd naar Rome – en vriendje Jamie in The Dolphin.

Vriendin L en ik zaten een tijdje geleden bij een lunch met andere “diplomatic spouses”. We hadden het niet getroffen met onze tafel. We waren de enigen waarvan de man geen ambassadeur was. Niet dat ambassadeursvrouwen per definitie niet leuk zijn – ik ken er inmiddels genoeg die super inspirerend en ondernemend zijn. Wat wel vaak zo is: de meesten bevinden zich in een andere levensfase dan ik, met oudere kinderen die veelal niet meer thuiswonend zijn. Anyway, tijdens die lunch bevonden L en ik ons te midden van een groep vrouwen die zich uitsluitend leek druk te maken over het aantal couverts dat hen op hun residentie ter beschikking staat en dus het aantal gasten dat zij tijdens officiële diners kunnen ontvangen. De jaloezie op de vrouw van de Japanse ambassadeur die een heuse Japanse chef kok in dienst heeft, was voelbaar. Toegegeven: we zaten enorm te genieten van vers-bereide sushi en andere Japanse lekkernijen. Je zult maar voor de klus staan regelmatig (zeg maar gemiddeld twee keer per week) groepen delegaties, diplomaten, (Israëlische) ambtenaren en mensen uit het bedrijfsleven te moeten entertainen met uitgelezen menu’s (al dan niet kosher). Ik ben niet jaloers en ben blij dat Arjens functie dat niet met zich meebrengt. L en ik konden in ieder geval niet goed “meepraten”. Wij hebben andere zorgen. Een van de dames vroeg ons wat wij zoal de hele dag doen. L antwoordde: “our life is really all about the schoolbus! The busstop has saved our lives!” L en ik moesten hier beiden hartelijk om lachen, het klinkt nogal pathetisch maar het is echt waar. De busstop heeft ons leven gered. In sociaal opzicht dan. De dames aan onze tafel begrepen er niets van en het gesprek werd dan ook soepeltjes op een ander onderwerp gebracht en L en ik maakten ons snel uit de voeten.

Maar die busstop, ja, die heeft inderdaad mijn leven gered. En dan te bedenken dat we helemaal niet van plan waren gebruik te maken van het schoolbussysteem van AIS (American International School). Als toch wel redelijk traditioneel ingestelde Nederlandse moeder, leek het me niet meer dan vanzelfsprekend dan dat ik de jongens iedere dag naar school zou brengen en ze zou ophalen. Na 3 weken summerschool, vlak na onze aankomst in Israël, kwam ik daar echter al op terug. Ik had namelijk niet stilgestaan bij de lengte van de rit naar school (18 kilometer, one way) en de drukte op de weg. Ook had ik me niet gerealiseerd dat de kinderen wel eens een heel ander idee zouden kunnen hebben over dit onderwerp. Die flitsende schoolbussen spraken enorm tot hun verbeelding en ze konden niet wachten tot ze er iedere dag in zouden mogen zitten met hun nieuwe vriendjes. Na afloop van summerschool gaven we de jongens dan ook op voor de schoolbus en zo kwam de Dolphin in ons leven.

De Dolphin is een van de vele, vele schoolbussen die iedere dag pendelen tussen diverse steden en dorpen en AIS in Even Yehuda. Afgezien van de gezinnen die in Even Yehuda zelf wonen, maken vrijwel alle AIS gezinnen gebruik van die bussen. De Dolphin is daarbij een iets andere bus dan al die andere. Het is namelijk het speciale busje voor de jongste leerlingen van AIS, leerlingen die op de kleuterschool zitten of in de eerste of tweede klas en die geen oudere broers of zusjes hebben om hen te begeleiden in de bus. Het is een kleine bus die zonder tussenstops vanaf een centrale busstop in Herzlyia Pituach naar Even Yehuda rijdt (de andere bussen maken heel veel tussenstops, op de hoeken van straten waar deelnemende gezinnen wonen en kennen dus geen centrale busstop). In de bus is een zogenaamde bus-monitor aanwezig die toezicht houdt op de kinderen en die hen vreselijk verwent. Elli heet hij. En hij is een schat, een soort plaatsvervangende opa voor de kinderen. Hij weet het direct als een kind een slechte dag heeft, hij weet wie hij niet naast elkaar moet laten zitten en hij heeft altijd chocolaatjes en biscuitjes bij zich (dit laatste tot mijn grote frustratie). Wij moeders worden door hem vaderlijk geadviseerd bij ziekte of verkoudheid van kindlief en als hij er een keer niet is – omdat hij zelf ziek is – zijn de kinderen echt een beetje van slag.

Hoezo heeft de Dolphin mijn leven gered? En dat van vriendinnen L, P, I, J, R … nou ja, dat van al die andere moeders? Los  van het feit dat we zoveel tijd voor andere dingen overhouden omdat we niet in de file naar en van school hoeven te rijden? Welnu: omdat we elkaar hebben leren kennen bij de busstop. Geen van ons komt nog vaak op school. Dat is absoluut een nadeel van de schoolbus. Niet alleen ontmoet je daardoor de leerkrachten van je kinderen nog maar zelden, ook loop je daardoor het contact met andere moeders (ouders) mis en dus de mogelijkheid om uit te zoeken of je misschien vrienden kunt worden. Zeker als je ergens nieuw bent – iets dat voor de ouders van kinderen op zo’n typische expat school om de circa 4 jaar het geval is – heb je echt een soort ontmoetingsplaats nodig om vrienden te maken. En die ontmoetingsplaats is voor ons dus de bushalte van de Dolphin gebleken. Mijn twee dierbaarste vriendinnen in Israël, L en P, heb ik hier leren kennen. Er zijn dagen en weken voorbij gegaan waarbij voor zowel mijzelf als voor vele andere expat vrouwen, tijdens die twee momenten per dag bij de busstop, het enige normale contact plaatsvond met andere volwassenen buiten onze eigen man of de kassières bij de supermarkt.

Inmiddels is het al lang niet meer zo triest overigens! Ik heb aardig wat vriendinnen gemaakt, ook buiten L en P om. Ik heb een boekenclub gevonden (vanavond de eerste boekbespreking over Amos Oz’ “Een verhaal van liefde en duisternis”), ik heb twee geweldige buurvrouwen, ik heb mijn wekelijkse Hebreeuws les en sinds vorige week ben ik weer aan het werk. Maar de momenten bij de busstop hebben me door de eerste moeilijke maanden heen geholpen en hebben me twee inspirerende vriendschappen opgeleverd. En ook nu vind ik het heerlijk om me na een ochtend intensief werken, naar de busstop te begeven in de wetenschap dat ik mijn vriendinnen even zie, zonder daar iets voor te hoeven afspreken. Ideaal toch?

En voor de kinderen? Waar de Dolphin mijn sociaal leven heeft vormgegeven, doet het busje dat eigenlijk ook (nog steeds) voor de kinderen. De schooldagen zijn lang, de kinderen vertrekken om 7.25 uur met het busje naar school en rond 16.30 stappen ze er weer uit. Die twee keer twintig minuten in de bus, is hun speeltijd met hun beste vriendjes. Bij het ophalen wordt er nog een kwartier lekker over het pleintje aan zee gerend, worden er plannetjes gesmeed en speelafspraken gemaakt terwijl de moeders hun dag doornemen en plannen maken voor gezamenlijke uitjes in het weekend en voor eetafspraken. Pas daarna gaan we naar huis om huiswerk te maken (Thomas heeft als eersteklasser iedere dag huiswerk), bij te praten en te spelen voor het avondeten.

En zo komt het dus dat vriendin L met recht kon zeggen dat ons leven om de schoolbus draait.

Eerste “home leave” en dan … thuiskomen

Naar huis, een kort zinnetje met op het eerste gezicht niet meer betekenis dan dat wat er staat: je naar je huis begeven. Sinds ik expat ben, heeft het zinnetje veel meer betekenis gekregen. Naar huis gaan is terug naar Nederland gaan om familie en vrienden te zien. Naar huis gaan is ook vanuit Nederland terugkeren naar het huis waar onze spullen staan, naar het land waar ons leven zich afspeelt.

Nog geen 24 uur geleden zijn we thuisgekomen na onze eerste zogenaamde “home leave” naar Nederland vanuit Israël. Nooit gehoord van die uitdrukking?  Voor mij was het ook nieuw, dit concept van het voor een vakantie terugkeren naar je thuisland om familie en vrienden te bezoeken en om – in Arjens geval – bij te praten op het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Dat laatste was tijdens het achter ons liggende home leave niet aan de orde overigens. Gelukkig maar, ons programma was overvol.

De oplettende lezer van mijn weblog, heeft vermoedelijk wel begrepen dat ik de eerste maanden in Israël niet als bijzonder gemakkelijk heb ervaren. Heimwee naar Tanzania en heimwee naar familie en vrienden in Nederland streden om de voorrang. Ik heb me eenzaam gevoeld, ik heb me verveeld bij het vooralsnog ontbreken van werk, ik heb gezocht naar afleiding en heb me meer dan eens afgevraagd waarom ik dit ook alweer wilde, in het buitenland wonen. Dat zo’n eerste home leave dan veel betekent, is niet vreemd. Ik heb er enorm naar uitgekeken even terug te keren naar Nederland. Naar mijn familie die twee sterfgevallen te betreuren had in de afgelopen 6 maanden. Sterfgevallen waarbij ik slechts van fysiek grote afstand betrokken kon zijn omdat ik het onverstandig vond om in die eerste onwennige weken in Israël al naar Nederland te gaan. Naar Arjens familie waar vrij snel na onze verhuizing naar Israël een pracht van een tweeling werd geboren. Een tweeling die Thomas, Benjamin en ik tot deze home leave alleen op Skype, foto’s en filmpjes hadden gezien. Naar mijn vriendinnen, waarvan ik sommigen bijna een jaar niet had gezien en in wier levens ook grote veranderingen waren opgetreden. De een moeder geworden van haar eerste, de ander zwanger van nummer twee, weer een andere vriendin heeft haar huis grondig laten verbouwen en dan is er ook nog die vriendin die in haar eigen familie te maken heeft gekregen met de vergankelijkheid van het bestaan. Op grote afstand leven van familie en vrienden is niet gemakkelijk. Als je daarbij je plek nog niet hebt gevonden in je nieuwe standplaats, is de afstand extra moeilijk.

Toen ons KLM toestel ruim drie weken geleden landde op Nederlandse bodem, liepen de tranen over mijn wangen. Tranen die werden veroorzaakt door een mengelmoes van emoties. Het  toch wel vervelende gevoel van nog niet helemaal thuis zijn in Israël, verdriet om wat ik had moeten missen in de voorbije maanden in de levens van mensen die me lief zijn, blijdschap vooral ook bij het vooruitzicht van het weerzien met familie en vrienden. Ik kan de lezers van mijn weblog verzekeren: home leave is een achtbaan. Een achtbaan van emoties, een achtbaan van elkaar snel opvolgende mooie, bijzondere momenten met dierbaren. Maar ook een achtbaan van afgelegde kilometers door een toch echt tamelijk klein land. Koffers uitpakken en weer inpakken, inchecken en uitchecken op vakantieadressen. Bezoekjes aan HEMA, Kruidvat, schoenwinkels, sportzaken en niet te vergeten Albert Heijn. De gang langs huisarts, tandarts en in dit geval een audioloog en twee KNO artsen gevolgd door een niet voorziene operatie (Thomas kreeg voor de vierde keer nieuwe buisjes in zijn oren)… Can you imagine? En dan heb ik het nog niet eens over de vaak intense gesprekken, de tranen die over en weer vloeien bij weerzien en afscheid. Zoveel dat gezegd moet worden. En gevraagd. Een achtbaan van gevoelens en gedachten ook bij onze kinderen. De verwarring bij onze jongste, Benjamin, die naarmate de vakantie vorderde steeds moeilijker kon uitleggen waar hij woont: was het nu Nederland, Tanzania of Israël?

Het was geweldig. En heilzaam. Heilzaam omdat die heerlijke weken in Nederland ons deden realiseren dat ons leven op dit moment niet in Nederland is. En hoewel me – ons – dat soms erg verdrietig kan maken, was het goed om dit weer eens echt te ervaren. In Nederland hebben we geen huis om te wonen. Althans, ons huis in Voorburg hebben we nog steeds, maar het wordt bewoond door andere mensen, expats zoals wij. In Nederland hebben noch Arjen, noch ik een baan. De kinderen gaan er niet naar school. En hoewel ze nog vriendjes hebben in Nederland, zijn ze vooral bezig met hun nieuwe vriendjes in Israël. De bezittingen die we in Nederland hebben zijn verspreid over de huizen van onze ouders en de opslag waar we nog nooit zijn geweest. We hebben net besloten dat we maar eens een lijstje moeten maken van wat waar staat (kampeerspullen bij mijn ouders, Arjens ski- en klimuitrusting bij zijn zus, schoolspullen van Thomas en Benjamin bij mijn ouders etc. etc.). In Nederland zijn we nomaden. In Israël wonen we.

En zo komt het, dat ik Israël verliet met een nogal ontheemd gevoel van nog niet thuis zijn, en er afgelopen nacht ben teruggekeerd met een gevoel van thuiskomen. Thuiskomen in ons heerlijke huis aan zee. Thuis na een heerlijke en heilzame “Home Leave”.

Een half jaar later…

Time flies… even when you’re not always having fun…

Op drie dagen na is het een half jaar geleden dat we aan ons nieuwe avontuur begonnen. Op 7 juni 2013 lieten wij Tanzania achter ons. Ondanks de Dar-dipjes die ik best geregeld had, was het alles behalve leuk of gemakkelijk om te vertrekken. Twee jaar slechts woonden we in dit overweldigend mooie land met ontwikkelingsproblemen, veiligheidskwesties en een matige gezondheidszorg. Wat ons betreft had het langer mogen duren. Dat gevoel van missen is niet weg en eigenlijk hoeft dat ook niet weg. Hoewel het missen van mensen en plekken verdriet kan oproepen, is het ook een mooi gevoel. Je kunt iemand (of een plek, een manier van leven) niet missen als je je niet kunt hechten. En wij hebben ons gehecht aan Tanzania, aan Afrika. Onmiskenbaar en onomkeerbaar. Dat mag zo zijn en dat mag en zal zo blijven. Bijzonder vind ik het te zien, dat ook Thomas en Benjamin Tanzania nog steeds missen. Toen wij onlangs bezoek hadden van vrienden die tegelijk met ons in Dar es Salaam woonden, trof ik Thomas stilletjes huilend in bed aan. Hij mistte Tanzania zo erg, gaf hij aan. Hij was het even vergeten omdat het hier in Israël ook heel leuk is, maar toen hij ons bezoek zag en de grote mensen hoorde praten over The Yachtclub, The Lighthouse, zijn vriendjes die ter sprake kwamen, toen voelde hij opeens hoe ver weg hij was van Afrika. Hij vond het niet eerlijk dat we niet zelf kunnen beslissen waar we wonen. Moeilijk om aan een kind uit te leggen hoe dat in elkaar zit. Welke afwegingen je als ouders maakt bij het nemen van beslissingen over werk en wonen, al helemaal als die beslissing betekent dat je je hele hebben en houden oppakt om in een wederom nieuw en onbekend land te gaan wonen.

Natuurlijk breekt je hart wanneer je je kind met heimwee ziet worstelen. Op die momenten vraag ik me echt wel eens af of we er goed aan doen de jongens mee te slepen in onze zucht naar avontuur. Tegelijkertijd zie ik ook dat de eerste zes maanden hier, snel voorbij zijn gegaan. Niet alleen doordat er veel op ons allen afkwam en we onze handen vol hebben gehad aan de verhuizing en de transitie naar een nieuwe omgeving, Maar vooral ook omdat het goed gaat met ons. De jongens hebben allebei vriendjes gemaakt in hun klassen en zelfs daarbuiten. We ondernemen veel. Meer dan veel andere expats die ik spreek en die hun verwondering uitspreken over de vele uitstapjes die wij inmiddels al hebben gemaakt. We streven ernaar zo vaak mogelijk op zondag erop uit te gaan. Jeruzalem, Nazareth, het meer van Tiberias, Zichron Ya’acov met zijn wijnhuizen, Bethlehem, Tsfat, Caesarea en natuurlijk Yaffo en Tel Aviv… we hebben al best veel gezien en gedaan. De jongens hebben niet altijd even veel zin in “weer een kerk” en “weer een verhaal over Jezus en over God”. Maar toch, iedere keer als we in de auto stappen met een tas vol picknickspullen en de Lonely Planet en de Bradt binnen handbereik, stralen ze. We gaan weer op avontuur, klinkt het dan tevreden vanaf de achterbank. En zo is het.

Begrijp me niet verkeerd, we zijn hier natuurlijk niet alleen voor dat avontuur en ons leven is beslist niet altijd even gemakkelijk. Heimwee is niet leuk, hoe mooi het ook is dat je in staat bent je te hechten aan mensen en plaatsen, het is ook verdrietig bij tijd en wijle. Helemaal opnieuw een leven opbouwen in een vreemd land, is spannend, is avontuurlijk, is vaak heel erg leuk maar soms ook eenzaam. Arjen werkt hard. Zeker de laatste weken is het gekkenhuis in verband met de komst van Minister President Rutte en de ministers Ploumen en Timmermans die aanstaande zaterdag in Jeruzalem hun bezoek aan Israël en de Palestijnse gebieden starten. In hun kielzog reizen vertegenwoordigers mee van minstens 70 Nederlandse bedrijven (still counting…), dit met het oog op het creëren van meer business voor het Nederlandse en Israëlische bedrijfsleven. Super uitdagend, een hoogtepunt in Arjens carrière. Maar door dat harde werken is er veel minder gezinstijd dan voorheen, weinig tijd voor het maken van nieuwe vrienden en al helemaal weinig tijd om te zeilen of te kitesurfen. En dat is zeker niet altijd leuk of gemakkelijk.

Voor mij geldt ondertussen dat ik er vaker alleen voor sta dan in Tanzania het geval was. Tel daarbij op dat ik nog niet aan het werk ben (iedereen die mij een beetje kent weet wat dat voor mij betekent…) en dat het maken van vrienden tijd kost, dan is het niet vreemd dat de eenzaamheid mij wel eens naar de keel kan vliegen. Maar… de eerste zes maanden zijn bijna voorbij en iedere expat weet dat dat de periode is waar je echt even doorheen moet. Het kost gemiddeld 6 maanden om je te settelen. De grote eerste dip heb je dan achter de rug (dat klopt wel ongeveer geloof ik 🙂 ), de eerste vriendschappen beginnen uit te kristalliseren, alle verhuisdozen zijn uitgepakt en wat is kapot gegaan tijdens het transport is vervangen. De eerste feestjes zijn gevierd en in ons geval is er al veel familiebezoek geweest. Terugkijkend op de periode die achter ons ligt, ben ik trots en tevreden. Trots op mijn gezin dat in korte tijd een plek heeft weten in te nemen in een nieuwe gemeenschap. Trots op ons viertjes, dat we bij alle veranderingen en de stress die daarbij hoort, dicht bij elkaar zijn blijven staan, elkaar hebben gesteund en soms boven onszelf zijn uitgestegen om iemand tot steun te kunnen zijn die dat nodig had. Of het nu gaat om Thomas die een arm om Benjamin heen slaat en zegt dat hij het oké vindt als mama even wat meer tijd aan Benjamin besteedt bij het naar bed brengen. Of om Benjamin die Thomas een kusje geeft en zegt dat hij het zielig vindt voor zijn broer dat hij weer naar de orendokter moet in Nederland. Of Arjen die eerder naar huis komt omdat ik er echt even doorheen zit.

Midden januari begint naar mijn gevoel het tweede hoofdstuk van ons Israël avontuur. Vanaf dan ben ik weer aan het werk. 25 uur per week maar liefst. Niet veel in de Nederlandse context, maar hier, met het ontbreken van buitenschoolse opvang en andere vangnetten zoals opa’s en oma’s, nanny’s en huishoudsters, is dat heel wat. Ik ben intens dankbaar dat het me gelukt is werk te regelen, op mijn eigen vakgebied nog wel.

En tot midden januari? Eerst maar eens Sinterklaas vieren! Vrijdag komt de Goedheiligman per boot aan in de haven van Yaffo. Dat wordt een groot feest! Het zal leuk zijn weer eens op te gaan in een Nederlandse gemeenschap want hoewel wij die niet ontmoeten, is die er wel degelijk. En als die boot van de Sint terugkeert naar Spanje, komen de ministers aan uit Nederland. We hopen dat we na hun vertrek, weer wat meer kunnen genieten van Arjens aanwezigheid. De tijd zal dan snel voorbij vliegen… Op vrijdag 20 december, in alle vroegte, stappen we in een KLM toestel dat ons weer even terugbrengt naar het vertrouwde Nederland. En daar hebben we allevier super veel zin in en behoefte aan!

Gezondheidszorg

In een nieuw land je leven opstarten, betekent ook kennismaken met de gezondheidszorg in dat land. Tot mijn spijt, vond mijn eerste kennismaking met de Israëlische gezondheidszorg al plaats voordat we goed en wel in ons huis aan Wingate waren getrokken. Natuurlijk had ik een arts nodig op het meest onhandige tijdstip van de dag, zo rond een uur of tien in de avond. En natuurlijk was ik er nog niet aan toegekomen een nieuwe huisarts te zoeken. Je zou toch zeggen dat ik dat wel geregeld zou hebben na 7 weken in Israël te wonen. Dat had ik dus niet. Beginnersfout die je bij een tweede internationale verhuizing eigenlijk niet meer mag maken. Maar ja… things happen.

Wat was er aan de hand? Welnu, na een wat ongelukkig verlopen bezoek aan een vage pedicure die met een agressieve gel het overtollige eelt onder mijn voeten aanpakte, bleek er een venijnig gaatje in mijn voet te zijn ontstaan. Het deed ook wel pijn, die gel. Maar ik wilde niet kleinzielig zijn en liet de gel er pas vanaf halen toen ik zo’n beetje tegen het plafond ging van de pijn. Het leed was toen al geschied, het gaatje zat er en ondanks vele sodabadjes, betadine en steriele gaasjes, wilde het gaatje niet dichtgroeien. Op een zekere avond ontdekte ik dat er vanuit het nu wel erg vies uitziende gaatje, een rode streep omhoog liep vanaf de voet, via de enkel richting been. Hmmm, foute boel. Ik ben geen arts, maar dit zag er niet goed uit. Er moest dus een arts bij aan te pas komen en wel graag zo snel mogelijk.

Dat “zo snel mogelijk” bleek niet eenvoudig. We hadden begrepen dat het Herzlyia Medical Center uitstekende zorg biedt aan expats. Het is een internationale kliniek en met de juiste ziektekostenverzekering, hoef je er zelfs niet contant af te rekenen. Ik belde dus het HMC. Het antwoordbandje begon in het Ivriet, maar na enkele seconden klonk het verlossende: “For English press two”. Ik toetste vol vertrouwen de twee in, om vervolgens nieuwe instructies te krijgen van de mevrouw op het bandje… in het Ivriet. Heel erg handig. Na een stuk of zes pogingen waarbij ik telkens een ander cijfer probeerde en keer op keer geconfronteerd te worden met een acuut verbroken verbinding, gaf ik het op. We hadden hulp nodig. Arjen probeerde ondertussen contact te leggen met bevriende artsen in Nederland (hetgeen niet lukte daar iedereen op dat moment met vakantie was) en ik belde vriendin L. Vriendin L kende ik nog maar net, maar omdat zij de zus is van een van mijn dierbaarste vriendinnen in Nederland, durfde ik haar wel lastig te vallen. L is Nederlands, haar man is Israëlisch – beiden spreken goed Ivriet – en samen gingen zij op zoek naar een arts die mij op dit onchristelijke tijdstip  kon helpen.

Dat bleek niet eenvoudig. Zonder Israëlische ziektekostenverzekering bleken we vrijwel nergens terecht te kunnen, Behalve bij de eerste hulp van een ziekenhuis. Helaas was het dichtstbijzijnde ziekenhuis met eerste hulp niet direct bij ons om de hoek. Het Herzlyia Medical Center is dat wel, maar hoewel zij talrijke diensten aanbieden variërend van oncologie tot cosmetische chirurgie, hoort daar geen 24/7 emergency room bij. Terwijl vriendin L en echtgenoot rondbelden, besloot ik het handboek voor de diplomatiek partner erbij te pakken. Daar wist ik het mobiele nummer te vinden van een door de Diplomatic Spouses Club aanbevolen Zuid Afrikaanse arts, die onder andere praktijk houdt in dat Herzlyia Medical Center. Na een korte kennismaking, waarbij het feit dat mijn man Head of Economic Section at The Netherlands Embassy doorslaggevend bleek voor zijn hulpvaardigheid, gaf de arts me instructies voor de nacht (koelen, been hoog houden, paracetamol) en verzocht me om de volgende ochtend direct naar een apotheek te gaan en hem van daaruit te bellen. Hij zou dan aan de apotheker uitleggen welke antibiotica kuur ik nodig had. Zelf zou hij pas na het middaguur op de kliniek zijn en dan zou hij ook nog een blik werpen op mijn voet. Uiteindelijk kwamen we tot de conclusie dat dit de beste aanpak was, een andere werkbare oplossing was er in feite niet, behalve een rit van minstens een half uur per taxi naar een ziekenhuis waar ik dan naar verwachting meerdere uren op mijn beurt zou moeten wachten.

Het kwam helemaal goed met die voet, al kon ik de opdracht om mijn been rust te geven niet realiseren aangezien onze container een paar dagen later aankwam.

Het niveau van de gezondheidszorg is hoog in Israël, de kosten zijn navenant. Met de juiste ziektekostenverzekering, heb je daar geen last van. Onze ziektekostenverzekering valt – zo bleek – niet onder de term “juist”, met als gevolg dat we alles cash moeten voldoen. En dat bij prijzen die “enigszins” hoger zijn dan de prijzen in Nederland. Onze nieuwe huisarts kan alleen contant geld aannemen. Pinnen voor je doktersafspraak dus. Toen er laatst iets van me op kweek werd gezet, moest ik de assistente van de arts cash betalen, waarna zij het geld in een envelop stopte die met het kweekje naar het laboratorium ging. Om het lab te betalen. Cash. Dit laatste verbaasde me werkelijk enorm. Als je bedenkt hoe ver Israël gevorderd is qua technologie, is het niet te bevatten dat betalingen in een ziekenhuis cash moeten worden voldaan en dat zelfs een lab afzonderlijk en cash moet worden betaald voor een controle.

Momenteel worden er bij mij wat vage klachten onderzocht, hopelijk is het niets anders dan een verlate stress reactie op de verhuizing. Toen ik vandaag 800 USD moest betalen voor een simpele bloedtest, was ik er wel even klaar mee. Arjen suggereerde dat het hoe dan ook goedkoper was geweest om op en neer naar Nederland te vliegen voor de bloedtest en de echo die ik eerder deze week moest laten maken en die me 500 USD kostte. We zijn erg benieuwd wat onze ziektekostenverzekering in Nederland van deze bedragen vindt… En we hopen dat het voorlopig hierbij blijft, het bezoeken van artsen in Israël.

 

Out of Africa

Strand bij The Lighthouse, ons favoriete plekje bij South Beach, ten zuiden van Dar es Salaam.

Strand bij The Lighthouse, ons favoriete plekje aan South Beach, ten zuiden van Dar es Salaam

De kleuren, de geuren, de geluiden, het ritme, de stranden en de zee, de sfeer en verbondenheid binnen onze vriendengroep, het avontuur, de weekendjes weg naar The Lighthouse, de roadtrips dwars door het land, langs akkers, dorpjes, kraampjes en kerkjes en moskeeën, de safari’s – zoekend naar de cheeta die we nooit zagen – en dat wat ik niet onder woorden kan brengen. Ik mis Afrika. Ik mis Tanzania. En daarin sta ik niet alleen. We missen Afrika allemaal. Arjen, Thomas, Benjamin en ik. Afrika gaat onder je huid zitten. Israël ongetwijfeld ook, maar zo ver ben ik nog lang niet. Dat zijn we geen van allen.

Tanzania en Israël zijn enorm verschillende landen. Er zijn overeenkomsten, absoluut. ik hoef maar te denken aan de “klantvriendelijkheid” in winkels en bij banken en overheidsinstellingen. Of aan het verkeer. De slechte kwaliteit van het werk van “fundi’s” (Swahili voor werkmannen). De uitdaging van het maken van een afspraak met zo’n werkman die vervolgens nooit komt opdagen op het moment dat je hem verwacht. Oh ja, er zijn veel overeenkomsten, overeenkomsten die mensen die uit een Westers en goed georganiseerd land komen, enorm kunnen frustreren. Want waar je in Tanzania verwacht dat de dingen nooit zo gaan als je zou willen, verwacht je in Israël een soepeler verloop van zaken. Israël heeft de looks van een modern land, maar achter de schermen valt er nog veel te ontwikkelen. Wat dat betreft hebben wij het veel gemakkelijker dan expats die hiervoor in een West Europese stad of in de VS woonden. Zij lopen voortdurend aan tegen dingen die het niet doen, mensen die hen onprettig (zeg maar onbeschoft) behandelen en klusjesmannen die niet komen opdagen of hun werk niet goed of niet volledig doen. ik haal daar mijn schouders voor op. Seen it, been there, done that.

Echter, in een ander belangrijk opzicht, hebben mijn nieuwe vriendinnen het veel gemakkelijker dan ik. Vriendin L woonde hiervoor met haar gezin in Litouwen en daarvoor in Kopenhagen, waar het niet gemakkelijk was vrienden te maken, zo vertelt ze mij.  Mijn vriendin P woonde hiervoor in Venetië en daarvoor in Rome, New York en Londen. Grote steden waar het echt een uitdaging is mensen te ontmoeten en te leren kennen. Zowel L en P verzuchten bijna dagelijks dat ze nog nooit zo’n gemakkelijker start hebben gehad in een nieuwe stad als hier, in Tel Aviv / Herzlyia. Beiden zijn hier, net als ik, recent komen wonen en hebben kinderen in de leeftijd van die van ons. We hebben elkaar ontmoet op school en het klikte. Met beide gezinnen trekken we nu geregeld op. Afzonderlijk. Dus niet met z’n allen tegelijk. We eten bij elkaar, de kinderen spelen met elkaar, we gaan samen naar het strand om te picknicken, om zandkastelen te bouwen en te genieten van de zonsondergang. Met L en P ontdek ik supermarkten en shopping malls, we wisselen adresjes uit voor lekker vlees, biologische groenten en vers brood (alledrie moeilijk te vinden). Met L en man en kinderen spreken we vaak af op zondag. Zij zijn Joods en zaterdag is hun heilige dag die ze doorbrengen in en rondom Synagoge en huis, met andere Joodse gezinnen. Met P en man en zoontjes, spreken we juist af op zaterdag aangezien hij vaak op zondag werkt. Arjen en ik zijn ontzettend dankbaar en blij dat we deze gezinnen al zo snel hebben leren kennen en dat we dus al een soort van sociaal leven hebben. Maar…

Maar het is niet zoals het in Dar es Salaam was. Heel irritant, die vergelijking dringt zich iedere keer weer op. Vooral op zaterdag. Zaterdag was Yacht Club dag. En wat missen we de Yacht Club. En de mensen die we er ontmoetten. En de boot die er lag. Op zaterdagmiddag -iedere zaterdagmiddag – wordt er op de Yacht Club een catamaran wedstrijd gezeild. Arjen probeerde daar zo vaak mogelijk aan mee te doen. Voor hem was dat het ultieme sportieve moment van de week. De boot waarop hij zeilde, een Nacra Infusion, is zoiets als de Porsche onder de catamarans in zijn klasse. Een gestroomlijnde boot waarmee hij op zo hoog mogelijke snelheid de golven trotseerde. Het competitie element maakte de middag compleet. Het was iedere keer weer leuk om te zien hoe de ene boot na de andere binnendruppelde en de mannen (vooral mannen) hun prestaties vergeleken en de kritieke momenten herbeleefden  onder het genot van een biertje. Ondertussen werd de pizza oven aangestoken en werd het druk op het pizza deck. Want zaterdagavond was (en is) pizza night op de Yacht Club. Het bijzondere aan die avond was dat je zelden expliciet met iemand afsprak om er samen te eten, maar dat je de avond uiteindelijk altijd afsloot aan een lange tafel met vrienden. Biertjes, gin tonics, glazen wijn en flessen water op tafel, grote borden met pizza’s die gul onderling werden uitgewisseld. Kinderen die rond renden op het strand, op de rotsen klommen en verstoppertje speelden tussen de boten. Pure romantiek. Echt. Gesprekken konden opeens heel diep en intens worden, terwijl het andere keren vooral gezellig en relaxed was. Altijd werd er volop gelachen en regelmatig werden aan tafel bezoekende familieleden of vrienden uit Nederland voorgesteld. Uit Nederland? Ja, uit Nederland. Want hoewel Dar es Salaam een heel gevarieerde expat community heeft, bestond onze vriendengroep toch vooral uit Nederlanders.

In Dar es Salaam woonden we op het schiereiland. Msasani. Een redelijk klein gebied waar zo’n beetje alle expats wonen. Niemand woont verder dan 5 minuten rijden bij je vandaan. Iedereen doet op dezelfde plekken boodschappen, als je naar het strand gaat is dat op de Yacht Club en als je naar het zwembad gaat is dat meestal ook op de Yacht Club waar dan ook vrijwel iedereen lid van is. Er zijn enkele leuke restaurants waar je elkaar ontmoet. Samen eten doe je in een van die restaurants. De keren dat we bij iemand thuis hebben gegeten, kunnen we op twee handen tellen denk ik. Omdat het schiereiland zo klein is en het aantal goede faciliteiten beperkt, kom je elkaar altijd en overal tegen in Dar. In de supermarkt, bij de bakker, op school, bij de dokter. Als ik even niemand wilde zien, kon ik maar het beste thuis blijven. Ik geef toe: dat kleine heeft me enorm benauwd. Soms werd ik er helemaal gek van. Dan had ik het gevoel totaal geen privacy te hebben. Buiten de deur kwam je altijd wel iemand tegen waarmee je een praatje “moest” maken en binnenshuis was er altijd je staf die schoonmaakte, kookte, zong en kletste.

Herzlyia lijkt in een opzicht op Msasani. Het is relatief klein en er wonen vrijwel uitsluitend expats. Maar daar houdt de vergelijking op. Er zijn hier namelijk heel veel goede restaurants, de stranden zijn aaneengeschakeld van Netanya tot Tel Aviv (en verder) en hebben allen hun eigen publiek en “vibe”. Alleen al in Herzlyia zijn meerdere shopping malls waar je terecht kunt voor je boodschappen, een cappuccino, een nieuwe jurk of een paar schoenen.  Daarbij komt dat we hier in Herzlyia geenszins zijn aangewezen op Herzlyia alleen, zoals dat op het Msasani Peninsula in feite het geval is. We hebben Tel Aviv om de hoek met nog meer shopping malls, mooie boetiekjes, musea en art galleries en restaurants, er is Netanya dat lekker handig dicht bij de Amerikaanse school ligt. Daar is onder meer IKEA gevestigd en ook hier zijn wederom vele, vele malls. En dan heb ik het nog niet eens over de stadjes en dorpjes tussen Tel Aviv en Netanya. Of de mogelijkheden voor uitstapjes in onze omgeving in het weekend. Israël is zo klein, dat veel bijzondere plekken vanuit Herzlyia bezocht kunnen worden voor een dagje. Kortom: er is enorm veel keuze, er zijn heel veel – HEEL VEEL – mogelijkheden om je dag en weekend mee invulling te geven. Zo veel dat het vrijwel uitgesloten is dat je spontaan iemand tegenkomt. Een avond in een restaurant die eindigt aan een lange tafel, waar spontaan de ene na de andere familie aanschuift, zullen we hier niet meemaken.

Tja.

een man weet niet wat hij mist
weet niet wat hij mist
een man weet niet wat hij mist
een man weet niet wat hij mist
maar als ze er niet is
als ze er niet is
weet een man pas wat hij mist
oh als ze er niet is