Onderhandelen Israeli style

Israëliërs behoren volgens mij tot de beste verkopers ter wereld. Dat kan niet anders. Of ik ben gewoon super gemakkelijk over te halen dingen te kopen die ik niet nodig heb (hetgeen ik zeker niet kan uitsluiten). Serieus, op sommige dagen kan ik beter geen winkel ingaan hier. Als ik enigszins emotioneel ben, last heb van heimwee, slecht heb geslapen of anderszins geen beste dag heb, blijf ik beter thuis. Want sjonge, wat zijn de verkopers hier te lande er goed in je te helpen bij het uitgeven van je geld. Onderhandelen, daar zijn ze ook goed in. Daarover later meer.

Het moet zo ongeveer anderhalf jaar geleden zijn geweest, dat ik voor het eerst geconfronteerd werd met de uitstekende verkoopkunsten van, in dit geval, een tweetal charmante Israëlische dames. Ik had heimwee. Niet een beetje. Nee. Het was een allesoverheersend gevoel dat me uit mijn slaap hield. Het nieuwe schooljaar was net begonnen, we woonden zo’n beetje twee maanden in Israël.  Vrijwel alle dozen waren uitgepakt, de belangrijke en de leuke dozen althans. Ik had nog niet veel vriendinnen en de vriendinnen die ik had, waren minder snel met uitpakken en zaten daar dus nog middenin. Er was sprake  van dreiging vanuit Syrië (wist ik veel dat het meestal bij dreiging blijft). Arjen had het lekker druk op de ambassade en de kinderen brachten lange dagen door op hun nieuwe school en kwamen iedere dag thuis met opwindende verhalen. Wat duurden de dagen lang en wat mistte ik Tanzania. En Nederland. Familie en vrienden. Een leven met een reguliere baan. In feite mistte ik alles wat op dat moment (nog) niet voorhanden was in Israël. En toen…, toen ontdekte ik de Body Shop. Een Body Shop! Je moet in Tanzania gewoond hebben – of in een vergelijkbaar land dat verstoken is van dit soort winkels – om te begrijpen hoe blij ik was. Een Body Shop! Even waande ik me in Nederland. Een intens gevoel van thuis zijn overviel me. En hoewel ik werkelijk niets nodig had, was daar opeens die drang om mijn old time favorite White Musk Bodyspray te kopen. Gewoon omdat het kon.

Totaal onbevangen stapte ik de winkel binnen. Overal hingen posters op, er was blijkbaar een aanbieding. Dat interesseerde me echter niet, ik had immers niets nodig. Behalve die bodyspray dan. Al snel had ik die gevonden en ik toog naar de kassa om af te rekenen. Wat er daarna gebeurde, kan ik niet meer navertellen. Nee, ik werd niet bedwelmd, niet bedreigd, niet onder druk gezet. Niets van dat alles. En toch, toch liep ik nog geen vijftien minuten later de winkel uit met een tas vol producten. Shampoo, doucheschuim, bodylotion (ik gebruik nooit bodylotion!), die spray en nog iets wat ik verdrongen heb. Geen idee wat het was. Vijf producten die ik in feite geen van allen nodig had. Wat was er mis gegaan? Tja. Twee zeer goede verkoopsters, dat was wat er mis was gegaan. En echt, ik zou je niet kunnen vertellen hoe ze het voor elkaar kregen, maar ze wisten me ervan te overtuigen dat ik die aanbieding niet kon laten lopen. Een aanbieding speciaal in verband met de Joodse feestdagen.

Inmiddels weet ik beter. Ik weiger iedere hulp in winkels, zoek mijn eigen weg en antwoord standaard met nee op iedere, iedere aanbieding. Want er zijn altijd wel aanbiedingen. Ik doe er niet meer aan mee. En ik ga dus niet meer winkelen op emotioneel minder fijne dagen.

Goed, tegen die verkoopkunsten weet ik me dus te weren. Nu het onderhandelen nog. Sinds kort ben ik voorzitter van de commissie die een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst onderhandelt met de ondernemingsraad van onze school. Enigszins tegen mijn zin overigens. Ik ben van mening dat het schoolbestuur niet de aangewezen entiteit is om te onderhandelen over arbeidsvoorwaarden. De Amerikaanse ambassade wil het echter zo en we zijn nu eenmaal een (Amerikaanse) ambassade school.  Dus zo zij het. Vandaag hadden we de eerste officiële bijeenkomst. Een kennismakingsgesprek. Niet meer dan dat. Er zou niet onderhandeld worden, ook zou er niet gesproken worden over het oud zeer waar de leerkrachten onder gebukt gaan. Mevrouw N, een geweldige gepassioneerde lerares die ook les geeft aan Thomas en Benjamin, kwam als laatste binnen. Met een bakje salade in haar ene hand en een vorkje in de andere. Zuchtend ging ze zitten. Even liet ze haar hoofd in haar handen zakken, waarna ze haar rug rechtte en begon te eten. Op een zeker moment keek ze me aan. Oh Ceciel, you really need to know this. We just never – NEVER – have time for lunch. Or for coffee. We never – NEVER – can take a break. Yes. That’s our life Ceciel. I am so happy that you will help us to make things better. Niet veel later merkte een andere leerkracht op dat de onderhandelingen dit jaar gelukkig soepel zullen verlopen, aangezien de school er financieel uitstekend voor staat. Hij bedoelde dit niet ironisch. Hij was bloody serious, zoals een medebestuurslid achteraf opmerkte.

Ik ben er niet meer gevoelig voor, dit soort verkoop- of onderhandelingsstrategieën. Ik trap er niet in. Het is een groot spel. Een spel waar ik leiding aan mag geven, met aan mijn zijde goede vriend en medebestuurder J. J, diplomaat bij de Amerikaanse ambassade, managet in het dagelijks leven het vredesproces tussen Israël en Palestina. Jawel, ik mag met een heuse vredesonderhandelaar samenwerken. Wat dat zal opleveren, zal de toekomst uitwijzen. Ik heb er vertrouwen in. Conflict resolution draagt onze school hoog in het vaandel. Het staat zelfs in onze missie. Komt goed, zou je zeggen. Tja. Jammer dat het ’t vorig jaar heel erg mis is gelopen, de onderhandelingen voor een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst op onze school. En het vredesproces tussen Israël en Palestina wil ook niet zo vlotten. Maar dat is beslist niet aan J te wijten. Of aan de leerkrachten op onze school. Toch?

PS Voor alle volledigheid: ik ben onder de indruk van de passie waarmee de leerkrachten op onze school hun werk doen en ik ga helemaal voor een win-win situatie waarbij het oud zeer zoveel mogelijk wordt weggenomen – er is nogal wat verkeerd gegaan in het verleden. Mijn beschrijving van lerares N is niet vervelend bedoeld, de leerlingen aanbidden haar en ik kan het erg goed met haar vinden…

Goodbyes are not forever

Ze staan wat onwennig tegenover elkaar. Benjamin kleurt lichtelijk rood en probeert achter Thomas weg te kruipen. Vriendinnetje S uit Rome doet hetzelfde bij haar moeder. De door Benjamin uitgekozen Orio koekjes doen echter wonderen en niet veel later is het ijs gebroken en spelen Thomas en Benjamin een spelletje schaak met S.

S zat bij Benjamin in de klas vorig jaar. Benjamin en deze Italiaanse schone sloten razendsnel vriendschap en na haar vertrek terug naar Rome, stuurden ze elkaar filmpjes. S stuurde Benjamin zelfs een doos chocolaadjes met Pasen. Ze hebben slechts 5 maanden bij elkaar in de klas gezeten – S en haar broer en ouders verhuisden december vorig jaar van Tel Aviv naar Rome – maar blijkbaar herkenden ze iets in elkaar waardoor de vriendschap in stand bleef. Haar moeder zei toen ze S bij ons achterliet: Goodbyes are not forever, this is a good lesson for our children. Ze heeft gelijk. En het is een les die ook ikzelf weer eens bewust in de praktijk mocht brengen tijdens onze kerstvakantie.

Wat is het fijn – opnieuw – te ervaren dat familiebanden en vriendschappen bestand zijn tegen tijd en afstand. Want is dat niet wat werkelijk telt in het leven? Duurzame vriendschappen, intense familiebanden. Het delen van je leven met anderen. Het uitwisselen van ervaringen, inzichten, gevoelens. Onbetaalbaar, de gezichten van onze kinderen bij het weerzien met hun opa’s en oma’s, tantes en ooms, neefjes en nichtje. De jongens die totaal uit hun dak gaan als oom C nog steeds in blijkt te zijn voor een potje stoeien op Schiphol. Te zien hoe Benjamin teder speelt met de tweeling-neefjes. Hoe Thomas de grote neef is voor diezelfde tweeling en hun broertje en zusje. En hoe hij geniet van die rol. Thomas en Benjamin in de armen te zien vallen van mijn moeder, midden op een tochtig station na een lange treinreis. Alle verveling en moeheid was in één klap weg bij het zien van hun oma uit Limburg. Samen met mijn zusje de jongens naar bed brengen na een gezellige avond samen. En hoe vreselijk, vreselijk moeilijk om Benjamin te zien huilen bij het wegrijden uit Putten. Zelfs midden in de nacht in het vliegtuig liepen de tranen weer over zijn wangen. “Ik mis ze zo”, stamelde hij (waarmee hij vooral doelde op zijn tweeling-neefjes), waarna hij zich snel naar het raampje draaide en zich afsloot voor onze vragen en troostende woorden.

Tijdens onze kerstvakantie brachten we een lang weekend door in een geweldig Airbnb appartementje. We hadden een totaal volgeboekt programma en waren aardig uitgeput tegen de tijd dat we Den Haag op maandagmiddag verlieten. Maar… het was het zo ontzettend waard! We hadden speelafspraakjes voor de jongens. Arjen skiede en schaatste met ze op De Uithof en we maakten een dienst mee in De Kloosterkerk. We waren echt even terug in “ons” Den Haag. Zelf heb ik geluncht en geborreld met mijn geweldige vriendinnen. Vriendinnen waarvan ik me weer realiseer dat zij me echt – écht – kennen. Mij kennen op een manier waarop mijn vriendinnen hier in Tel Aviv me waarschijnlijk niet kennen, mogelijk nooit zullen kennen. Vriendinnen waarbij je aan één woord genoeg hebt. Waarmee je kunt lachen en huilen (en dat binnen twee uur). Waarmee je kunt meezingen met een tweekoppige band (die vooral voor ons leek op te treden). Waarmee je kunt praten over onzekerheden, over je zorgen, maar ook over ditjes en datjes. Vriendinnen die ik nu opeens weer heel erg mis, terwijl dat gevoel van missen er voor onze vakantie niet eens zo erg was. Met hen tijd doorbrengen doet me realiseren wat ik hier in Tel Aviv mis. Doet me ook beslissen in welke vriendschappen ik hier meer wil investeren. Of minder. En dat is goed.

Dat afscheid niet voor altijd is – of in ieder geval niet hoeft te zijn – bewees het weerzien met vriendin N en dochters E en A uit Dar es Salaam. Het gekke is dat N en ik slechts zes maanden tegelijk in Dar es Salaam woonden en elkaar daarvoor beslist niet kenden. Die zes maanden bleken echter voldoende voor het leggen van een solide basis, want ook voor ons geldt dat we de draad van onze vriendschap zonder probleem oppakten tijdens een koffie momentje samen in Amersfoort. Bizar wat dat betreft, het expat leven. In gedachten zie ik mezelf weer zitten met N, in razende vaart nemen we het afgelopen jaar door en onze vriendschapen in onze beider expat landen. Onze huwelijken, de ontwikkeling van de kinderen, de gezondheid van onze ouders, het komt allemaal aan bod terwijl onze kinderen hun banden aanhalen. Zes maanden is blijkbaar genoeg. Genoeg voor Benjamin en zijn vriendin S. Genoeg voor vriendin N en ik.

Goodbyes are not forever. Laat ik dat goed in mijn oren knopen en komende zomer opnieuw tijd inruimen voor borrels en lunches met vriendinnen. Voor een middagje winkelen met mijn moeder en mijn zusje. Voor speelafspraakjes van de jongens met hun vriendjes in Den Haag en omstreken. Voor rustige momenten met onze beider ouders. Voor een wandeling met familie, de neefjes en nichtjes achter elkaar aan te zien rennen door het bos. Zodat we allemaal blijven ervaren hoe belangrijk familiebanden en vriendschappen zijn die floreren, ondanks afstand en tijd.

 

 

 

Na de Dar-Dip nu ook de Tel Aviv – Dip…

In Dar es Salaam spraken we van de Dar-Dip, in Tel Aviv hebben we de Tel Aviv dip en ik, ik zit er even diep in. Oef, dat vergde moed, om dat op te schrijven in een weblog die iedereen kan lezen. Het is echter de waarheid en sinds ik er open over heb gepraat met een paar vriendinnen, heb ik ontdekt dat ik niet de enige ben die de dagen aftelt tot de Kerstvakantie. Vrienden die van plan waren hier te blijven met Kerstmis, boeken last minute tickets naar Wenen, Boedapest of Athene of ze stappen een paar dagen voor Kerstmis in de auto en rijden naar Jordanië. Wij hebben het geluk dat ons thuisland, Nederland, slechts 4 uur vliegen hier vandaan is. Dat geluk hebben onze Amerikaanse, Canadese en Australische vrienden niet, voor hen is een korte vakantie “thuis” geen optie. Het gevoel er even uit te moeten, afstand te willen nemen, leeft desalniettemin bij velen.

Waar komt dat gevoel vandaan? Goed, laat me ervoor waken een klaagzang van deze weblog te maken. Maar eerlijk is eerlijk, Israël is enerzijds een geweldig en bijzonder land om te mogen wonen, anderzijds is het ook pittig. Toen ik in Istanboel was met het schoolbestuur en de directie van onze school, beweerde een Amerikaanse diplomaat tijdens een overigens gezellig diner, dat het niet de vraag is óf er een derde intifada komt, maar wanneer. Een Israëlisch mede-bestuurslid deed er een schepje bovenop, volgens hem was de toenemende onrust in Jeruzalem het begin van die derde intifada. Ik werd er helemaal naar van, de afstandelijkheid waarmee gesproken werd over een mogelijke toename van willekeurig geweld waardoor onze veiligheid zou afnemen en onze bewegingsvrijheid aanmerkelijk zou worden ingeperkt. Even los van de vraag of er een derde intifada komt, het is gewoon onrustig in Israël. Iedereen roept wel dat het leven in Tel Aviv zo heerlijk is, zo ver van alle onrust verwijderd – dat is overigens waar – maar ik merk ondertussen ook dat het wel iets met me doet. Die voortdurende stroom van nieuws, de sms-jes over terroristische aanslagen die ternauwernood zijn voorkomen, die achteraf gezien niet hebben plaatsgevonden of die wel degelijk slachtoffers hebben veroorzaakt, ze raken me en maken me onrustig. Ze vinden over het algemeen niet plaats in Tel Aviv, die aanslagen, maar we hebben vrienden in Jeruzalem, gaan er naar de kerk en uiteindelijk leven we wel in Israël.

Het is overigens niet alleen de instabiele politieke situatie in Israël waar ik persoonlijk graag even afstand van zou willen hebben. Ik zou er ook verstandig aan doen de Nederlandse berichtgeving over Israël wat minder aandachtig te volgen. Ik ben kritisch over politieke beslissingen die in Israël genomen worden, begrijp vele acties niet en kan af en toe versteld staan van uitspraken van politici. Maar de vaak ongezouten meningen die sommige Nederlanders menen te moeten uiten in de media, zijn minstens zo erg. Bizarre verwijzingen naar de Tweede Wereldoorlog en voor mij totaal onbegrijpelijke antisemitische uitspraken doen me veel meer sinds ik hier woon.

Tja, en dan is daar de eeuwige worsteling – voor mij althans – tussen dankbaar zijn voor het bijzondere leven dat we leiden en mijn frustratie over het niet kunnen continueren van mijn carrière. Ik dacht daar alleen in te staan, heb hier weinig vriendinnen die werken of die een baan of consultancy opdracht ambiëren. Tot ik recent twee nieuwe vriendinnen aan mijn kring mocht toevoegen die beiden wel ambities hebben én een bijbehorende baan. Zij zijn in hun gezin de uitgezonden partner. Vriendin D is jurist bij een farmaceutisch bedrijf en vriendin S is plaatsvervangend ambassadeur. Gesprekken met hen inspireren me en hebben me bewust gemaakt van een andere belangrijke oorzaak van mijn huidige Tel Aviv Dip. Ik wil werken. Op mijn eigen vakgebied. Ik durf het nu eindelijk weer hardop te zeggen. Ik-wil-meer. Mijn bestuurswerk voor school is niet bevredigend genoeg, ik wil een werkkring, collega’s om mee te sparren, ik wil me vakinhoudelijk ontwikkelen, mijn kennis op pijl houden.

Klinkt het raar, dat ik dat nu pas hardop durf te zeggen? Probeer je eens voor te stellen dat je vriendenkring louter bestaat uit vrouwen die niet werken. Zij bevinden zich allen in een wankel evenwicht tussen vrede hebben met hun bestaan en frustratie om wat ze achter hebben moeten laten in hun thuisland, omwille van de carrière van hun echtgenoot. Uitspreken dat dat voor jou niet meer voldoende is, zoals ik nu doe, kan dan heel vervelend overkomen. Of als bedreigend worden ervaren. Voordat wij naar Tanzania verhuisden, was ik me daar nog helemaal niet van bewust. Toen ik voor ons vertrek aan een diplomatiek partner vroeg wat haar ervaringen waren ten aanzien van het vinden van werk in Dar es Salaam, leverde me dat achter mijn rug om een berg nare roddels op. Wie dacht ik wel dat ik was? Ik vond mezelf zeker te goed om me toe te leggen op de zorg voor mijn gezin… De dame in kwestie was gelukkig vertrokken tegen de tijd dat wij aankwamen in Dar en ik geloof niet dat haar kwaadsprekerij mijn start daar heeft bemoeilijkt. Maar het is illustratief voor dat wankele evenwicht waarin ik me bevind als diplomatiek partner. Een wankel evenwicht waarover ik heb besloten me er niet langer bij neer te leggen. 2015 wordt voor mij het jaar waarin ik op zoek ga naar adviesopdrachten in Israël. Ik wil weer aan de slag met mijn kennis van human resource management en compensation en benefits. Dus… mocht je iemand in je netwerk hebben waar ik zeker kennis mee moet maken om dit te verwezenlijken? Laat het me weten!

Enne… Nederland, we komen er bijna aan!

Avontuur in Istanbul en de uitdagingen van internationaal onderwijs

De mensen van de veiligheidscontrole op Ben Gurion, het vliegveld bij Tel Aviv, weten zich geen raad met ons. Drie leden van het management van de American International School in Israël, de vrouw van de directeur van de school en een dame getrouwd met een Nederlandse diplomaat – ik dus. Drie Amerikanen, een Israëlische en een Nederlandse dame. We willen inchecken voor onze vlucht naar Istanboel. Een vreemd reisgezelschap, onderweg naar een gevoelige bestemming gezien de huidige minder vriendschappelijke betrekkingen tussen Israël en Turkije. “Waarom gaat u naar Istanboel? Heeft u daar gemeenschappelijke vrienden? Een conferentie over internationaal onderwijs? Kunt u dat bewijzen? Heeft u een uitnodiging bij u?” I-pads worden aangezet, in e-mails wordt naarstig gezocht naar berichten van NESA, de Near East South Asia Council of Overseas Schools. Iemand vist een brochure uit zijn tas maar die is niet overtuigend. De veiligheidsfunctionaris haalt zijn supervisor erbij die ons uit de rij haalt en apart plaatst. Na een herhaling van dezelfde vragen wordt er een nog hoger geplaatste officer bijgehaald die besluit ons allen afzonderlijk te ondervragen. Ik ben als laatste aan de beurt en uiteindelijk mogen we inchecken. Voor mij is dit alles nieuw, diplomaten en gezin worden nooit zo uitgebreid gescreend. Eerlijk gezegd geeft het me wel een veilig gevoel, in Israël wordt de veiligheid aan boord heel serieus genomen. Niet zonder reden natuurlijk.

En zo begint mijn avontuur. Voor het eerst in lange tijd ga ik zonder mijn mannen op reis. Ik ben niet eerder in Istanboel geweest en reis met een groep mensen die ik nog niet zo goed ken. Tamelijk recent ben ik toegetreden tot het bestuur van onze school en deze trip naar Istanboel is bedoeld om in korte tijd veel te leren over het internationaal onderwijs in een tamelijk complexe omgeving en over de rol van bestuurslid van een particuliere school. Ik vertrek twee dagen eerder dan de andere bestuursleden die aan de conferentie zullen deelnemen. De directeur van onze school me heeft gevraagd zijn vrouw gedurende die dagen gezelschap te houden. Zij voelt er weinig voor de stad alleen te verkennen. Natuurlijk heb ik ja gezegd op dat verzoek. Twee dagen een naar het schijnt prachtige stad verkennen, ik zie het wel zitten.

Twee dagen lang doorkruis ik met R een overweldigend mooie stad. We maken een boottocht over de Bosporus, bezoeken de Blauwe Moskee en de Aya Sofia, we winkelen in de Grote Bazaar en in de kleinere Arasta Bazaar, lunchen in de najaarszon en leren elkaar beter kennen. Een bijzondere ervaring. Vaak word ik omhelsd door Turkse handelaren in de twee bazaars: “We love Holland!” Zelfs als ik niets koop krijg ik kopjes sterke Turkse koffie aangeboden en als ik een aankoop overweeg wordt me direct 25% korting aangeboden. Wat overigens volgens R (die Israëlisch is en dus gezegend met ijzersterkte onderhandelingsvaardigheden) geen enkele reden is tot het accepteren van de geboden prijs. Het levert grappige momenten op waarbij ik voor het eerst blij ben met die Israëlische zeer commerciële mentaliteit :). In Israël raak ik er steeds door in de problemen: te vaak verlaat ik winkels met aankopen die ik echt niet nodig had en die ik ook niet van plan was te doen!

En dan eindigt mijn sightseeing-tijd. De andere bestuursleden en nog enkele schoolhoofden van onze school arriveren en het leer-avontuur gaat van start. De NESA leiderschapsconferentie boeit vanaf de eerste minuut. Ik bezoek lezingen over onderwerpen als creativiteit in relatie tot schoolprestaties, normering in schoolrapporten, samenstelling van een goed bestuur, governance, budgettering, institutional development en fundraising en op de laatste dag van de conferentie neem ik deel aan een uitgebreide workshop over de zogenaamde U Theory, een inspirerende theorie over het tot stand brengen van verandering.

Tussen lezingen en workshops door wordt er druk genetwerkt. Ik spreek vooral met bestuursleden van andere internationale scholen in de regio. Ze komen uit Qatar, Egypte, India, de Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi Arabië… Een enkeling weigert te spreken met afgevaardigden uit Israël. Ik heb niet eens zin om uit te leggen dat ik noch Joods, noch Israëlisch ben. Over het algemeen is de sfeer echter open en constructief. We staan allen voor dezelfde uitdaging. Onderwijs bieden aan een multiculturele en multireligieuze groep studenten. Dealen met leerlingen (en hun ouders!) met verschillende taalachtergronden die na enkele jaren onderwijs weer verhuizen naar een ander land. En velen  van ons zijn woonachtig in landen met “enige complexiteit”. Vooral de ontmoeting met de bestuursleden uit Caïro was informatief. Ook wij houden altijd rekening met een oorlog die tot (tijdelijk) evacuatie van leerlingen en uitgezonden leerkrachten leidt. Onze school kan, indien die situatie zich zou voordien, overschakelen op afstandsonderwijs waarbij Skype en Moodle (ons digitale onderwijssysteem) centraal staan.

Tijdens het ontbijt voor vertrek naar de luchthaven in het Aziatische deel van Istanboel, spreek ik een US Marshall die op de conferentie lezingen heeft gegeven over het voorkomen en herkennen  van kindermisbruik en hoe daar vervolgens mee om te gaan. Zijn werkgebied is wereldwijd, hij woont echter met zijn gezin in de VS. Voor hemzelf was de week ook leerzaam, het was zijn eerste kennismaking met leiders van overzeese scholen. Hij deelt zijn observaties over wat in zijn ogen zo anders is aan dit soort scholen in vergelijking tot “gewone” scholen in de VS. Weinig gebroken gezinnen (expats die scheiden keren immers veelal zo snel mogelijk terug naar hun thuisland), vrijwel uitsluitend hoogopgeleide ouders (daar het vooral hoger opgeleiden zijn die worden uitgezonden door overheden en bedrijven) en een populatie die zeer gemakkelijk contacten legt waarbij nog meer dan gemiddeld gebruik wordt gemaakt van diverse media. Vooral kinderen die nieuw zijn op een internationale school kunnen “gemakkelijke” slachtoffers zijn voor kindermisbruikers. Zij hebben nog geen vrienden, zoeken vastigheid. Ook hun ouders kunnen gemakkelijk worden ingepalmd. Als bestuurslid van onze school en als voorzitter van de beleidscommissie, ben ik momenteel druk bezig met het herzien van onze Child Protection Policy. En dat gaat precies hierover. Niet leuk om over na te denken, wel erg belangrijk. Ik doe momenteel even geen betaald advieswerk, maar dit werk voor school voelt voor mij als minstens zo belangrijk en leerzaam.

En zo reis ik terug naar Arjen en de jongens die ik erg gemist heb. Een heleboel kennis en een waardevolle ervaring rijker. Volgende week zit ik de volgende beleidscommissie vergadering voor en zet ik in op een aantal belangrijke veranderingen. Spannend. Leuk!

 

 

One year down, three more to go

Een week geleden schreef vriendin J op facebook: Wow, one year in Israël already! Een paar dagen later meldde vriendin R hetzelfde. Deze week realiseerde ik me dat ook wij ons eerste jaar in Israël erop hebben zitten. De tijd is snel voorbij gegaan, het was zeker niet altijd gemakkelijk. Er is veel gebeurd, zowel hier als in Nederland. Ups en downs hebben elkaar afgewisseld. Vooral in de periode dat we hoorden dat mijn moeder geopereerd moest worden aan wat uiteindelijk gelukkig een zeer kleine tumor bleek te zijn, was het voor mij persoonlijk niet gemakkelijk. Of je nu in Tanzania woont of in Israël, de afstand ten opzichte van Nederland voelt op zo’n moment als die tussen de aarde en de zon.

Maar… we hebben ons er doorheen geslagen. Allemaal. Precies op de dag dat wij onze eerste Israël-verjaardag konden vieren, onderging mijn moeder haar laatste bestraling. Haar perspectieven zijn bijzonder goed, we vertrouwen er allemaal op dat dit het was en dat het hierbij blijft. En voor ons hier in Israël geldt denk ik hetzelfde, we laten een periode van aanpassen en wennen achter ons en kijken vol vertrouwen en plezier uit naar wat komen gaat.

Een overplaatsingsjaar is altijd pittig, ongeacht wat je verwachtingen waren aan het begin. Het tweede jaar is dan een verademing. Je kent de weg in je nieuwe land, letterlijk en figuurlijk. Je hebt vrienden gemaakt, je kent de school. Als ik terugdenk aan die eerste weken in Israël… wat voelde ik me verloren. Ik kende vrijwel niemand, kende de weg naar precies twee supermarkten, naar de school en naar een speeltuin. Ik wist hoe op het strand te geraken en ja, dat was het wel zo’n beetje. Het gebeurde die eerste weken nog geregeld dat ik van het boodschappen doen thuiskwam met verkeerde producten: geen smeerkaas maar kwark, geen yoghurt maar zure room en toch weer brood met desem, waar ik zelf erg van houd maar wat de jongens echt niet lekker vinden…, de taalbarrière speelde me parten. Ook overkwam me een keer dat ik een cappuccino had besteld en er twee kreeg. Omdat ik wat onhandig had uitgelegd dat ik mijn koffie graag met magere melk wilde. Ik begrijp inmiddels wel iets van het Ivriet, maar echt spreken doe ik het niet en dat zal ook niet gaan gebeuren vrees ik. Wel is mijn zelfvertrouwen enorm gegroeid. Ik laat me niet meer overrompelen door de Israëlische manier van doen in winkels en op terrassen en check of ze me begrepen hebben. Ook heb ik ontdekt dat je met een glimlach en een “shalom” en “yom tov” heel ver komt, zelfs bij de meest botte Israëliërs. Dus die heb ik altijd in de aanslag 🙂

Voor de jongens was het ook niet altijd eenvoudig. Thomas bleek wat achter te lopen qua rekenen en werd al snel in een bijles groepje geplaatst. Hij vond dat vreselijk, hij had ook al bijles Engels en logopedie in het Engels, allemaal tijdens schooltijd. Hij werd dus steeds uit de klas gehaald – overigens met klasgenootjes die ook wat extra aandacht nodig hadden voor sommige vakken – en voelde zich daardoor “anders dan de rest”. Hij heeft keihard gewerkt, onze oudste! Zijn eindrapport was prachtig, hij heeft een topjaar gehad, zijn achterstanden volledig ingelopen. Een uitblinker op het voetbalveld, in zijn art-class en in zijn Engels klasje. De juffen lopen met hem weg, hij is “sooo responsible and helpful”. Benjamin had het moeilijker dan Thomas met de verhuizing naar Israël. Hij mistte ons huis en de mensen die daar iedere dag waren. Onze nanny, de huishoudster, de tuinman en de chauffeur. Dat waren zijn vrienden, zijn familie, zijn leven. Vaak heeft hij gevraagd wanneer we nu eindelijk terug zouden gaan naar Tanzania en hij heeft zich oprecht zorgen gemaakt over Nellie, onze nanny. We hebben de jongens maar niet verteld dat onze tuinman, Godi, inmiddels is overleden. We hadden het daar zelf erg moeilijk mee, vooral omdat hij nog met ons in contact heeft proberen te komen toen hij geld nodig had. Dat was een paar weken voordat we hoorden dat hij dood was.

Maar goed, de opstart perikelen hebben we gehad, het gemis van Tanzania is op de achtergrond geraakt. We genieten simpelweg enorm. Ons huis met de zee grenzend aan de tuin, het zwembad, de gezelligheid met de buren en hun kinderen, levert vanaf vrijdagmiddag een instant vakantiegevoel. Het lijkt soms een camping, de kinderen houden voortdurend in de gaten wie er thuis is en wie niet, wie er naar het zwembad gaat of naar het strand. Op zaterdagochtend is ons huis vaak gevuld met een hele zooi kinderen. Ons sociaal leven is super. Ongelooflijk wat je in een jaar tijd met mensen kunt opbouwen. Plezier, er voor elkaar zijn, mooie en verdrietige momenten delen. En dat terwijl we elkaar allemaal nog maar zo kort kennen. En dat is mooi aan het zwervende expat bestaan: vriendschappen kunnen zich razendsnel verdiepen, omdat iedereen los is van zijn/haar normale sociale structuur. Ik vind dat bijzonder en ik ben zo dankbaar voor de mooie nieuwe contacten die we hebben opgedaan.

Toen mijn vriendinnen en ik ons realiseerden dat we allemaal zo’n beetje ons eerste jaar hier in Israel erop hebben zitten, verbaasden we ons er weer eens over dat we vrijwel tegelijk aan zijn gekomen, ons allemaal intens eenzaam hebben gevoeld die eerste weken tot de school begon en dat we niet van elkaars bestaan wisten. En dat terwijl ons aller levens zich een jaar geleden afspeelde tussen dezelfde twee malls en die ene grote speeltuin. Hadden we toen maar geweten hoe we ons nu zouden voelen. Dan was het toen een stuk gemakkelijker geweest. En gelukkig, gelukkig hebben we elkaar gevonden. Dat was dan wel niet in die hete zomer in Tel Aviv toen we regelmatig op dezelfde plekken naar onze spelende kinderen zaten te kijken zonder elkaar te kennen, maar later, toen we onze levens op de rit begonnen te krijgen.

Fijn om hier straks, na de zomervakantie in Nederland, terug te komen en de draad weer op te pakken.

 

 

Happy family on holiday in Jordan (Petra)

Happy family on holiday in Jordan (Petra)

Een jaar op de American International School in Israel

Als de dag van gisteren herinner ik me de eerste keer dat we op de campus van AIS waren. Een grote campus, veel nieuwe gezinnen die kwamen kennismaken en een enorme chaos bij het verstrekken van de schooluniformen. Er was weinig toelichting voor nieuwkomers, terwijl zo’n grote school wel wat toelichting vraagt. AIS is een grote school, het herbergt een kleuterschool, lagere school en middelbare school op een grote campus met sportvelden, speeltuintjes, een grote bibliotheek, zwembad en peuterbad, cafetaria, sporthal, auditorium en verschillende muzieklokalen en art-ruimtes. Waanzinnig. Ik dacht na onze ervaringen in Tanzania iets te weten van internationale scholen. Tot ik AIS leerde kennen. Wat een prachtig complex. Wel een beetje ingewikkeld als je net aankomt. We voelden ons nogal overweldigd.

Gisteren was de laatste schooldag van dit jaar. Ik was op tijd naar school gereden om mijn vriendinnen nog even te zien voordat iedereen naar allerlei uithoeken vliegt. En om afscheid te nemen van leerkrachten en hen te bedanken voor de geweldige begeleiding die ze onze kinderen geboden hebben tijdens hun eerste jaar in Israël. Vooral het afscheid van de leerkrachten van de kleuterschool was emotioneel. Benjamin verlaat immers de kleuterschool en start in augustus op de lagere school in Kindergarten (vergelijkbaar met groep 2 in Nederland). De Joods-Amerikaanse juffen die een echte “can-do kid” van onze Benjamin maakten, hebben zich intens aan hem gehecht en bleven maar herhalen dat hij vooral vaak moet binnenlopen in de kleuterschool. Zijn nieuwe lokaal ligt er pal tegenover, dat komt vast goed. Benjamin zelf was nogal laconiek over het afscheid. Hij is er vooral mee bezig dat hij naar Kindergarten over is en dat hij eindelijk, eindelijk gaat leren lezen en schrijven. Thomas had wat meer moeite met het afscheid nemen van zijn onvolprezen Miss W. Miss W heeft Thomas werkelijk geweldig begeleid, want hij startte in de eerste klas met wat achterstand op het gebied van rekenen, en achterstand die hij met bijlessen binnen 3 maanden in wist te lopen. Op IST, zijn vorige internationale school, lag het niveau op het gebied van rekenen wat lager dan op AIS.

En dat is dan het grote nadeel van het hebben van kinderen op internationale scholen, steeds in andere landen. Natuurlijk zijn er overeenkomsten tussen internationale scholen. Maar als het gaat om hun curriculum, het is mij nog steeds niet helemaal duidelijk maar dat dit uiteenloopt, is duidelijk. Onze school volgt officieel het Amerikaanse curriculum en daar wordt ook toezicht op gehouden door de Amerikaanse overheid. Maar het niveau van de high school is relatief laag in vergelijking tot middelbare scholen in Nederland. Heel problematisch als je hier woont als je kind eindexamen moet doen. Sommige mensen sturen hun kinderen voor hun examenjaar terug naar Nederland om daar bij familie te wonen en eindexamen te doen. Met mijn jonge kinderen kan ik me daar nu nog niets bij voorstellen en ik stel me voor dat we ervoor zorgen dat we gewoon in Nederland wonen in die fase van hun leven. Maar ja, ik dacht ook dat we  na onze plaatsing in Tanzania snel terug naar Nederland zouden verhuizen en dat is toch iets anders gelopen…

Het is en blijft een zorg, of je kind in het buitenland het gewenste niveau bereikt en behoudt, zodat het bij terugkeer in zijn thuisland goed kan instromen in het reguliere onderwijs aldaar. Wij werken er hard aan in het weekend met de jongens. Het is beslist niet altijd leuk om in ieders vrije tijd aan het werk te moeten met Nederlandse les. We nemen zelf CITO toetsen af, communiceren met een begeleidende leerkracht in Nederland via Skype en mail, maken oefeningen met de jongens en lassen soms een les af als de concentratie ver te zoeken is. In onze omgeving ken ik niemand anders die aan thuisonderwijs doet in de moedertaal. Nu hebben we ook aardig wat Amerikaanse vrienden, die hoeven zich daar natuurlijk geen zorgen over te maken.

De kwaliteit van het onderwijs op internationale scholen is een zorg voor veel expats, met name voor degenen uit landen als Nederland, Duitsland en België, waar het niveau van het onderwijs hoog is. Het is tamelijk normaal dat kinderen een jaar achterstand oplopen na verloop van tijd.

Er zijn echter ook veel geweldige voordelen verbonden aan het internationaal onderwijs, voordelen die voor ons en voor de kinderen het leven in het buitenland extra bijzonder maken. Kleine klassen met veel beroepskrachten is er een van. Thomas’  klas bestond dit jaar uit 19 leerlingen met een fulltime leerkracht, een “instructional assistant” die extra aandacht geeft aan kinderen die dat nodig hebben (zowel voor kinderen die wat achterlopen als voor kinderen die juist sneller gaan) en een klasse-assistent.  En dan de geweldige faciliteiten. I-pads in iedere klas, e-readers in de bibliotheek, vakleerkrachten voor vakken als gym, Israeli culture, muziek en art. Onze kinderen lopen al op de lagere school van lokaal naar lokaal, omdat ze gespecialiseerde leerkrachten hebben voor veel vakken. Thomas krijgt ELL (English as second language), hetgeen betekent dat hij extra lessen in lezen, schrijven en spreken krijgt om zijn Engels te verbeteren en ik neem aan dat Benjamin dat volgend jaar ook krijgt. Helemaal geweldig is het afterschool programma. Als je kinderen dat willen en aankunnen, kunnen ze in principe iedere dag na afloop van de lessen op school blijven om bijvoorbeeld tennisles, pianoles, zwemles of toneelles te krijgen (een kleine greep uit een lange lijst…). We hebben het dit jaar rustig aan gedaan, Thomas heeft alleen zwemles gehad. Maar nu hij  naar de tweede klas gaat (groep 4 in Nederland) en hij weet hoe het allemaal werkt op school, heeft hij zijn verlanglijstje aan after school activiteit al klaar liggen…

En hoewel ik eraan moest wennen, ben ik inmiddels ook fan van die enorm positieve en typisch Amerikaanse basishouding, de can-do mentaliteit, het feit dat kinderen die ergens in uitblinken daarvoor geprezen worden tijdens assemblies. Thomas kreeg dit jaar tijdens een assembly (waar de hele lagere school samenkomt) een prijs voor het feit dat hij zoveel verantwoordelijkheid neemt. En gisteren zat er bij zijn eindrapport een certificaat omdat hij volgens zijn art-juf een echte kunstenaar is. Ik moest eraan wennen, maar ik zie hoe de jongens genieten van deze aanpak. Thomas voelt zich echt bijzonder omdat hij wordt geroemd om zijn creativiteit en zijn hulpvaardigheid en zijn zelfvertrouwen is enorm toegenomen in het afgelopen jaar.

Ik hou van onze school in Israël. Het is een enorm positieve, stimulerende omgeving waarin onze kinderen enorm tot hun recht komen. Om die reden heb ik besloten het komende schooljaar veel van mijn vrije tijd aan de school te besteden. Ik ben voorzitter van de commissie die International Day organiseert, een grote fund-raising event voor zowel leerlingen en ouders als geïnteresseerden van buiten de school. Ik heb al een super team om me heen verzameld en we hebben veel zin om er een gave en feestelijke dag van te maken waarbij de vele nationaliteiten die op onze school aanwezig zijn, hun plek vinden. Daarnaast ben ik sinds deze week toegevoegd aan het schoolbestuur als zogenaamd ex-officio lid, waarbij ik voorzitter ben van de commissie die het schoolbeleid evalueert en verbetert. Erg gaaf. Het schoolbestuur van een particuliere school is verantwoordelijk voor het financiële plaatje van de school. investeringen, lange termijn planning en dergelijk. Een geweldige kans om daaraan bij te mogen dragen. Het is misschien wat veel allemaal, wat ik op mijn schouders heb genomen, maar ik heb er zin in! Met de zomervakantie voor ons en ons vertrek naar Nederland nog maar twee weken verwijderd, kijken we allemaal ook alweer uit naar de start van een nieuw schooljaar, met voor ieder nieuwe uitdagingen!

 

Bijna zomervakantie… tijd voor afscheid, tijdelijk en definitief

Ik probeer me een voorstelling te maken van een normale zomervakantie in Nederland. De kinderen hebben gewoon zes weken vakantie. Van die zes weken ga je er drie met elkaar op pad, kamperen in Frankrijk of Italië of naar Texel. Heerlijk! De overige drie weken zal wel een gepuzzel zijn met logeerpartijtjes bij opa’s en oma’s, misschien een week zeilkamp als de kinderen wat groter zijn en dan is er nog de BSO waar dagopvang is. Heb ik het goed? Tijdens die drie “puzzel-weken” gaat het werkende leven van de ouders gewoon door. Misschien staat het sociaal leven even op een wat lager pitje, omdat je vrienden een andere vakantieplanning hebben. Maar in principe is het business as usual.

Lijkt me heerlijk. Een heel overzichtelijke vakantie. Voor ons is het alweer 4 jaar geleden dat we zo’n overzichtelijke zomervakantie hadden. Ik klaag niet hoor! Ik weet dat het expat leven heel veel voordelen biedt en ik ben daar dankbaar voor. Maar de zomervakantie, daar kijk ik naar uit en zie ik tegelijk tegenop. Begrijp me niet verkeerd, ook ik ben aan het aftellen! Aftellen tot 1 juli wanneer we in het vliegtuig stappen en we eindelijk onze familie en vrienden weer kunnen zien, die we zo missen hier. Maar er komt heel wat bij kijken, bij dat aftellen naar 1 juli. Het gekke aan het expat leven is dat vrijwel al je vrienden voor ruim 2 maanden volledig buiten beeld zijn. De schoolvakantie start op donderdag 12 juni en de vluchten van die avond en die op vrijdag de dertiende (hmmm, what’s in a date?), zitten vol met expats met gezin. Mijn vriendinnen vertrekken vrijwel allemaal op een van die twee dagen. De een gaat naar haar ouders in Michigan, de ander gaat naar de hare in Zwitserland, weer een ander vertrekt naar Washington DC en zo kan ik nog wel even doorgaan. Ze zijn de hele zomervakantie (en die duurt maar liefst 9,5  week…) bij hun familie. Vooral onze Amerikaanse vrienden zien hun familie maar eens per jaar, ze blijven dan zo lang mogelijk in de VS. Ook om de hitte in Israël te ontvluchten overigens. En omdat Herzlyia Pituach gedurende die 9,5 week wordt overgenomen door vakantiegangers uit voornamelijk Frankrijk. Geen expat te bekennen op de stranden of in de speeltuinen. De voertaal verandert van Ivriet en Engels in Frans. Serieus, zou Thomas zeggen.

Naast het tijdelijke vertrek van vrienden, wordt het begin van de zomervakantie gekenmerkt door het definitieve vertrek van vrienden. Het is immers overplaatsingstijd. Arjen en ik zien deze zomer gelukkig maar één bevriend gezin vertrekken, onze buren. Zij vertrekken naar New York met hun drie schatten van  kinderen. Buiten onze buren, zijn we vooral bevriend met mensen die hier tegelijk met ons zijn aangekomen. Als alles goed gaat, vertrekken we over drie jaar ook weer allemaal tegelijk. Dat was geen bewuste keuze, zo is het toevallig gelopen en het komt ons best goed uit eerlijk gezegd. Want afscheid nemen, dat doet pijn. Thomas kwam vrijdag tamelijk down thuis uit school. Een van zijn beste vriendjes op school had zijn laatste schooldag gehad en verhuisde afgelopen weekend. Terug naar zijn thuisland, India. Zijn enige Nederlandse vriendje in de klas, verhuist deze zomer naar Sint Maarten. Heel erg jammer. Ook Benjamin ziet dierbaren vertrekken. Ons buurmeisje Tessa is een van zijn beste vriendinnetjes en zij gaat dus naar New York en zijn beste vriendje op school is al vertrokken, terug naar India.

Omdat het einde van het schooljaar gelijk staat aan tijdelijk en definitief afscheid, lopen onze agenda’s over. Op school zijn er de end of year poolparties, Benjamin heeft een soort graduation ceremony omdat hij afscheid neemt van de Pre School en overgaat naar de Elementary School (hij gaat naar groep 2 in Nederlandse termen). Ook heeft Benjamin een end-of-year show waar we als gezin naartoe gaan. En dan heb ik het nog niet eens over de diners en BBQ’s die Arjen en ik hebben met vrienden die we graag nog even willen zien voordat ze voor 2 maanden naar de VS of Europa vertrekken. Of het ontbijt met mijn voormalige Hebrew class, de BBQ voor het aftredende bestuur van de Diplomatic Spouses Club, de bruch voor vrijwilligers op school…  Niet goed voor de lijn, I can tell you.

Ondertussen proberen we ook nog enige samenhang te krijgen in onze chaotische vakantieplanning. We zijn van 1 juli tot en met 5 augustus in Nederland/Europa en die tijd zullen we doorbrengen in Den Haag, Putten, Eijsden, Garderen, de Franse Alpen en mogelijk nog een paar dagen in Katwijk. Vakantie? Ja. Maar ook veel reizen, inpakken, uitpakken, tent opzetten en afbreken, kilometers maken, boodschappen doen en medische controles “doorstaan”. En ik ga een cursus doen bij Stichting Valk omdat het vliegen me steeds meer gaat tegenstaan. Niet handig met onze levensstijl…

Dus…. Wish me luck 🙂