Over oude deuren en nieuwe deuren

Drie jaar geleden, op de dag af, sloten we een avontuur af. En begonnen we aan een nieuw hoofdstuk. Het Israel hoofdstuk wel te verstaan. Wanneer een deur sluit, opent een andere. Ik denk dat vrijwel iedereen zich vasthoudt aan die gedachte als er grote veranderingen op komst zijn. Maar op het moment dat die ene deur dichtgaat, weet je nog niet wat er achter de nog gesloten deuren op je wacht. Wij waren dan ook allevier verdrietig toen we op 7 juni 2013 Tanzania achter ons lieten. Israel lonkte, Tanzania zat echter onder onze huid.

Onlangs sprak ik een vriendin uit onze Tanzania tijd. Over mijn depressiviteit, over hoe ik in elkaar zit, waar ik aan werk. Zij herinnerde me eraan dat mijn mooie herinneringen aan Tanzania de moeilijke momenten lijken te hebben weggevaagd. Want ook daar wankelde ik af en toe. Had ik moeite met mijn nog nieuwe rol in het leven, zonder het “ik werk bij Heineken” credo achter mijn naam. Na een eerste ongemakkelijk gevoel – nooit fijn, geconfronteerd worden met minder leuke herinneringen – moest ik haar gelijk geven. Typisch hoe het menselijk brein werkt, hoe uiteindelijk de mooie avonden aan zee en de spannende safari’s je herinneringen domineren terwijl de moeilijke momenten, de frustraties, verbleken en vervagen tot ze er nooit lijken te zijn geweest.

Dat gesprek met die oude vriendin, het was misschien even wat ongemakkelijk, zelfs pijnlijk. Maar zo heilzaam en nuttig. Natuurlijk nam ik haar feedback mee naar mijn volgende online gesprek met mijn psycholoog. Tijdens dat gesprek en de daaropvolgende, pelden we langzaam lagen af uit mijn verleden, de moeilijke momenten analyserend, de fijne momenten evaluerend. Wat mijn grootste worsteling is geweest sinds het verlaten van Nederland, is het verlies van identiteit. Die “ik werk bij Heineken” gedachte. Ik was niet alleen Ceciel, moeder van Thomas en Benjamin, vrouw van Arjen. Ik was ook professional, ik ontwikkelde me, ik deed werk dat er toe deed binnen de kaders die ik van kinds af aan kende. Geld, aanzien en respect verdienen door je werk bij een bekend Nederlands bedrijf. Een leven als thuismoeder was iets waar ik me in die periode helemaal, maar dan ook echt helemaal niets bij kon voorstellen. En hoewel ik het nooit zo zou hebben gezegd in die tijd, denk ik dat ik het diep  van binnen afkeurde als andere moeders met bul op zak hun carrière aan de wilgen hingen.

Dat dus. Dat was mijn worsteling. Toe te moeten geven dat ik nu ook één van die moeders was. Met bul, zonder carrière. En hoe dat onderstreept werd als ik op een receptie stond en de zoveelste gesprekspartner me vroeg: ‘So tell me, what does your husband do?’

Toen ik moest onderkennen dat het echt niet goed met me ging, was mijn vervolggedachte een voor mij erg logische: ik moet gewoon weer een baan, een carrière. En: we moeten terug naar Nederland. Zodat alles weer normaal wordt en ik weer mezelf kan zijn.

Mezelf zijn? Is Ceciel dan niet zichzelf als ze geen geld verdient? Werkelijk? Is dat het enige dat ik waardevol vind aan mezelf? Daar was werk aan de winkel, constateerde mijn psycholoog tevreden.

Deze week heb ik het deel van mijn therapie dat puur over het overwinnen van de depressiviteit gaat, afgesloten. Een training Mindfulness is de logische laatste stap op mijn pad naar, uh, helemaal mezelf zijn? Misschien, zoiets. Ik ben al een heel eind gekomen kan ik met trots en blijdschap zeggen. Ik heb veel ontdekt in de afgelopen maanden. Heel simpele dingen zoals wandelen brengt mijn geest tot rust (maar ik raak niet meer in een vrije val als het wandelen er even niet van komt). En schrijven, dát vind ik pas leuk (en kan ik best goed!). Moeder worden en moeder zijn is het mooiste dat me in mijn leven is overkomen (Arjen ontmoeten staat met stip op nummer twee, ik wil mijn geliefde niet tekort doen!). Wat ben ik dankbaar dat ik er voor de jongens kan zijn als ze uit school komen met verhalen en met huiswerk. Dat ik speelafspraken voor ze kan regelen na school, hun vriendjes ken en de moeders van die vriendjes. Dat ik tijd heb om betrokken te zijn bij school, fantastisch fijn. En mijn bestuurswerk blijkt minstens zo uitdagend, zowel inhoudelijk als procesmatig, als dat werk bij good old Heineken. Nee, ik word er niet voor betaald. Maar de impact die mijn werk heeft op het beleid en het functioneren van de school is zichtbaar na twee jaar bikkelen.

Dus misschien gaat die Mindfulness me niet naar mezelf terugbrengen. Misschien ben ik al bij mezelf terug. Hopelijk gaat het me helpen nog net iets beter om te leren gaan met spanningen en onzekerheid. Want die zullen er het komend jaar volop zijn. Dat we drie jaar geleden Tanzania verlieten, betekent namelijk ook dat we aan ons laatste jaar in Israel beginnen. Ons overplaatsingsjaar is aangebroken en we zullen zien waar onze container vol hebben en houden naartoe zal varen. De overplaatsingssystematiek van het Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt gekenmerkt door aardig wat dynamiek. Hoewel onze plaatsing hier uiterlijk over een jaar eindigt, is het mogelijk dat we voor die tijd al verhuizen. Onzekerheid is dus troef en hé, laat het nou net mijn uitdaging zijn daar beter mee te leren omgaan. Dus kom maar op met die Mindfulness training! Ik kan ‘m wel gebruiken!

 

Advertenties

“Nothing happens until you move”

12800304_476340945887839_3090986439364070723_n

Op een dag werd ik wakker en realiseerde me dat ik zin had in de dag die voor me lag.

Vanzelfsprekend? Ik hoop voor velen! Voor mij was het dat lange tijd niet. Ondanks die geweldige man waarnaast ik wakker werd en ondanks mijn lieve schatten die naast ons bed stonden, vol verwachting voor de dag die voor hen lag. Er was een moment waarop ik dacht dat het nooit meer echt beter zou worden, dat de zon die buiten zo uitbundig scheen, mijn hart niet meer zou kunnen bereiken zoals dat eerder het geval was.

Gelukkig heb ik ervoor gekozen in beweging te komen. Letterlijk en figuurlijk. Hoe wonderlijk is het de bijzondere verbinding tussen lichaam en geest te ervaren. Want dat die verbinding er is en dat de wisselwerking tussen beide krachtig is, heb ik in de afgelopen weken en maanden heel bewust gevoeld. Terwijl ik met negatieve gedachten vocht – of eigenlijk ze de ruimte gaf er te zijn – was ik moe. Zo afschuwelijk moe. Daar kon geen slaap tegenop. Slaap die bovendien niet helemaal lekker liep, om het maar zo te zeggen. Ik werd te vroeg wakker, piekerde wat af in bed. Maar zelfs na een goede nachtrust was ik moe. Pas nu ik niet meer moe ben en zelfs een minder goede nacht me niet direct vloert, realiseer ik me dat die moeheid voortkwam uit de zichzelf herhalende negatieve gedachten en het gevoel van eenzaamheid waarmee ik worstelde. Dat dit alles zichzelf in stand hield bovendien door, noch letterlijk, noch figuurlijk te bewegen.

Hoewel ik er nog niet ben, kan ik zeggen dat ik een heel eind ben opgeschoten vanaf dat moment dat ik besloot in beweging te komen. De gesprekken met een geweldige psycholoog vormden aanleiding tot de nodige zelfreflectie en nieuwe inzichten in wie ik ben, wat me drijft en wat mijn energie vreet. Gesprekken met Arjen die daarop volgden, maakten alles nog veel inzichtelijker. Hoe verbindend dat werkt, het is ongelooflijk. Een innerlijk proces, gedeeld met een paar dierbaren, het was en is een stevige wandeling door mijn hoofd en door mijn hart, met de nodige valkuilen waar ik zo af en toe keihard in donder. Maar het lukt steeds beter er weer uit te klimmen zonder uren of dagen te blijven hangen in nare gedachtes over mezelf en de wereld om me heen.

Maar wat echt enorm heeft geholpen, is het letterlijk in beweging komen. Voor iemand als ik die helaas niet veel met sport heeft, is dat niet gemakkelijk. Maar dat bewegen gezond is, voor lichaam en geest, dat wist ik wel. Nou ja, diep van binnen dan, het was een beetje weggezakt. Maar ik ben gaan bewegen. Wandelend wel te verstaan. Wandelend langs de zee, met vriendinnen maar vaak alleen. Terwijl ik door het zand ploegde, wandelde ik door herinneringen en gevoelens en zo heb ik inmiddels een heel eind afgelegd.

De wind in mijn haren, schelpen oprapend in de vloedlijn, af en toe natte voeten krijgend van onverwachts verreikende golven, het werkt. Het werkt echt.

Nu sta ik voor een nieuwe uitdaging. Ik wil en moet blíjven bewegen, mijn vrijwel dagelijkse strandwandelingen blijven maken. Maar wat merk ik? Nu ik beter in mijn vel zit, loopt mijn agenda weer vol. Dagelijkse meetings op school,  het afronden van het nieuwe bestuursbeleid – inclusief waanzinnig professionele website voor ouders en school staf – het werven van nieuwe bestuursleden, het schrijven van mijn boek, het loopt weer allemaal. En ik, ik vergeet te lopen.

Dus zeg ik vandaag weer tegen mezelf: nothing happens until you move! 

Wie loopt er mee?

 

 

Ode aan mijn virtuele vriendinnen

Het lijkt niet samen te kunnen gaan, de termen virtueel en vriendschap. Virtueel heeft  vele betekenissen, één daarvan is “Iets wat niet echt is, maar wel echt lijkt of wat slechts denkbeeldig is”. Je zou kunnen zeggen dat een virtuele vriendschap niet echt kan zijn. Maar ik heb ze, een stel fijne virtuele vriendinnen. Nee, ik heb ze nooit gezien. Niet face to face althans. En toch ontmoet ik ze regelmatig. Soms uitgebreid, soms heel kort. Wat we met elkaar gemeen hebben is dat het leven ons buiten Nederland heeft gebracht en dat we moeder zijn. Sommigen hebben een buitenlandse partner gehuwd en hebben daarom het vertrouwde Nederland verlaten voor een woonplaats in een ver of minder ver buitenland. Sommigen, zoals ik, hebben Nederland tijdelijk verlaten voor het werk van hun geliefde of voor hun eigen baan of bedrijf. We hebben elkaar ontdekt doordat een Nederlandse moeder in Berlijn het tijd vond dat Nederlandse moeders in het buitenland met elkaar verbonden zouden raken zodat ze ervaringen kunnen uitwisselen, elkaar mentaal kunnen steunen in moeilijke tijden.

Hoe waardevol is dit netwerk inmiddels gebleken. Niet alleen voor mij, maar voor vele anderen wereldwijd. De online gesprekken gaan van praktisch tot emotioneel. Hoe maak je bijvoorbeeld typisch Nederlandse producten die je in Nederland kant en klaar kunt kopen? Ik noem maar iets: kroketten, speculaas en kruidnootjes, filet Americain, krentenbollen, rijstevlaai of vanillevla… En wat doe je als je moeder op sterven ligt en je weet je even geen raad omdat je ver weg woont, je kinderen gewoon naar school moeten en je man een drukke baan heeft. Wat doe je als je twee- of meertalige kinderen worstelen met die meertaligheid en de school weet zich geen raad? Hoe vier je Sinterklaas buiten Nederland? Hoe houd je de Nederlandse identiteit levend bij jezelf en bij je kinderen? Of vind je dat niet belangrijk? Hoe leren je kinderen Nederlands? En als je kind nooit meer verjaardagskaarten krijgt doordat opa’s en oma’s het te druk hebben met hun kleinkinderen in Nederland? Inmiddels sturen deze wereldvrouwen verjaardagskaarten naar de kinderen van hun virtuele vriendinnen verspreid over de wereld en er zijn zelfs lootjes getrokken door sommigen, waarna afgelopen zaterdag op vele plekken op de wereld pakjes werden geopend die verstuurd waren door, ja, virtuele vriendinnen verspreid over de wereld.

Inmiddels hebben er life ontmoetingen plaatsgevonden tussen vrouwen die erachter kwamen dat ze hartstikke dicht bij elkaar in de buurt wonen. Real life vriendschappen zijn ontstaan. En wat is dat fijn, een Nederlandse vriendin. Echt, geen kwaad woord over mijn geweldige Amerikaanse, Zwitserse en Israëlische vriendinnen. Ze zijn me intens dierbaar en ik hoop dat een deel van de vriendschappen duurzaam zal blijken. Maar af en toe in je moedertaal praten over het leven in een land dat uiteindelijk nooit helemaal het jouwe zal worden is heerlijk. Zo heb ik Suzanne ontmoet via de groep Nederlandse moeders in het buitenland. Ze woont in Israël met haar Israëlische man en hun drie kinderen, ze schrijft net als ik, heeft haar super baan in Nederland aan de wilgen moeten hangen om hier een bestaan op te bouwen en heeft, net als ik, af en toe enorm heimwee naar Nederland. Geweldig dat we elkaar via Facebook hebben ontdekt en elkaar nu vriendin kunnen noemen.

Terwijl de originele (besloten) Facebook groep groeit, ontstaan er jammer genoeg ook vervelende discussies. Onderwerpen die politiek of religieus zijn, leiden nogal eens tot verhitte discussies. De situatie hier in Israël is zo’n onderwerp dat helaas niet zonder emoties kan worden besproken. Dat maakt me wel eens verdrietig en ik merk dat ik me dan ook liever niet meng in dat soort gesprekken. Angst voor terroristische aanslagen zou moeten kunnen worden gedeeld zonder er een discussie over het conflict tussen Israël en Palestina van te maken. Gesprekken over Sinterklaas en (zwarte?) Piet lopen ook nogal eens uit de hand net als discussies over borstvoeding. De vier moderators hebben er soms hun handen vol aan. Ode aan hun doorzettingsvermogen, zij krijgen soms de wind van voren omdat ze bepaalde gesprekken in de kiem smoren.

Inmiddels zit ik in een klein, besloten groepje waarmee ik niet alleen aan de lijn doe, maar waarmee ik ook mijn persoonlijke zorgen en blijdschappen deel. Een deel van hen gaat elkaar enkele dagen voor Kerstmis ontmoeten in Nederland. Vreselijk jammer dat ik daar niet bij kan zijn! Wat zou ik ze graag ontmoeten! Door hen lukt het mij nu veel beter aan mijn dieet vast te houden, door hun wijze woorden leer ik op een andere manier naar mijn zorgen en irritaties te kijken.

Kortom, Nederlandse moeders in het buitenland, jullie zijn in één woord GEWELDIG!

To Skype or not to Skype

Skypen … Daar ben ik dus niet zo goed in. Meer dan dat. Ik ben niet zo goed in het onderhouden van mijn contacten met mijn (dierbare!) vriendinnen in Nederland. Ik trek het boetekleed aan met schuldgevoel en met de vraag: hoe komt dat toch? Hoe komt het dat het voor mij zo moeilijk is om de contacten met mijn vriendinnen goed te onderhouden? Een duidelijk antwoord heb ik niet. Want ik mis ze wel. Die vrouwen die me al zo lang kennen, die mijn verleden kennen, mijn dromen, mijn gevoeligheden. Waarom Skype of bel ik ze dan niet vaker?

Arjen is er heel goed in. Hij maakt Skypeafspraken en komt die dan ook na. Wacht geduldig bij de laptop tot de betreffende vriend online is. Samen drinken ze dan een glas wijn terwijl ze het leven doornemen. Ik trek me altijd discreet terug zodat het heel even is alsof ze samen ergens in een restaurant zitten, zonder meeluisterende vrouw. Als Arjen een week in Nederland is voor zijn werk – zoals afgelopen week – gebruikt hij zijn vrije tijd ook geweldig. Hij ziet zijn ouders en zijn zussen, maar ook een aantal vrienden. Nu denk ik dat zijn regelmatige dienstreizen naar Nederland het ook wel een stuk gemakkelijker maken om die band in stand te houden. Ik heb dat  niet, dienstreizen naar Nederland (of naar waar dan ook…). Die paar weken per jaar dat wij als gezin in Nederland zijn, loopt onze agenda over. En dat familie dan op één staat vind ik niet meer dan normaal. Dan zijn er nog de diverse doktersafspraken en de waslijst met boodschappen die gedaan  moeten worden. Ik doe mijn best, maar het lukt me nooit om iedere keer al mijn echt dierbare vriendinnen te zien. Schuldgevoelens achtervolgen me dan in de weken na terugkeer in Israel. En toch, geen Skype afspraken.

Hoe komt dat toch? Ik wilde maar dat ik er een antwoord op had! Eén uur tijdsverschil hebben we maar. Dat is weinig. Dat kan het dus niet zijn. Of toch wel? Mijn vriendinnen hebben allemaal kinderen in dezelfde leeftijd als die van ons. Rond de tijd dat die van mij in bed liggen, zitten zij in het spitsuur van tandenpoetsen, voorlezen en naar bed brengen. Wanneer zij daarmee klaar zijn, is het bij mij 9 uur ’s avonds. Laat me eerlijk zijn. Dat is heel geregeld ook het moment dat bij mij het licht uitgaat. Zo niet letterlijk, dan wel figuurlijk. En zo vliegt de week voorbij. In het weekend ligt bij iedereen – ook bij ons – de prioriteit bij gezinstijd. Vaak hebben we dan ook in de avonduren nog etentjes of hebben Arjen en ik de vrije uren echt nodig om met elkaar bij te praten na een drukke week. En nee, ook dan dus geen Skype afspraken.

Ook al vind ik dit heel verdrietig, ik heb wel het gevoel dat de echt belangrijke vriendschappen nog steeds oké zijn. De meeste althans. Eén vriendschap is duidelijk gesneuveld sinds ik in het buitenland woon. Vermoedelijk liepen onze levens te ver uiteen, begrepen we elkaar niet meer. Dat kan ook in Nederland gebeuren. Ik ben er verdrietig om geweest, maar kan niet anders dan het naast me neerleggen. Gelukkig merk ik dat over het algemeen, iedere keer als het eindelijk weer lukt een vriendin te spreken, mailen, zien, de afstand wegvalt. Dat de gesprekken doorgaan alsof er geen lange stilte is geweest. Dat we elkaar nog steeds kennen. Begrijpen. Aanvoelen. Ik heb er dan ook het volste vertrouwen in dat wanneer we terugkeren naar Nederland, de draad weer opgepakt kan en zal worden.

Iets wat overigens wel mee kan spelen bij het onderhouden van de contacten met vriendinnen in Nederland, is de enorme verandering in levensritme. Dat heeft niets met tijdsverschil te maken. Waar mijn vriendinnen allen gevulde dagen hebben met uitdagende carrieres en een dagelijkse race tegen de klok om ook thuis de boel draaiende te houden, zien mijn dagen er totaal anders uit. Ik schrijf. Thuis. In mijn eigen tijd. Ik ben overdag enorm flexibel. Dan zou ik wel tijd hebben om te appen, bellen of zelfs af en toe Skypen. En dat doe ik dan ook. Met mijn beste vriendinnetje in Tanzania bijvoorbeeld. Met mijn ouders die ook alle tijd hebben overdag. Met mijn zusje dat op maandag niet werkt. En met een groep Nederlandse vrouwen die op andere plekken op de wereld wonen en die net als ik met ups en downs kampen als het gaat om het leven ver van Nederland. Over hen volgt een andere weblog. Want zij zijn vaak degenen die mij uit de put praten als ik er weer eens in gevallen ben. Wat ik overdag maar moeilijk kan delen met mijn vriendinnen in Nederland, deel ik wel met een aantal Nederlandse moeders in onder andere Zuid Afrika, Frankrijk, Zwitserland, de UK en Mexico en met een paar vrouwen die tot voor kort in het buitenland woonden en die inmiddels terug zijn in Nederland. Zij hebben tijd om te reageren op die gekke tijdstippen waarop mijn vriendinnen in Nederland keihard aan het werk zijn. Niet dat mijn nomaden-vriendinnen niets te doen hebben. Maar zij kennen de put van heimwee, ze kennen de tranen van het geen werk hebben. Oké. Ik loop vooruit op mijn volgende weblog.

Afsluitend dit: vriendinnen in Nederland, ik mis jullie en houd van jullie. Onverminderd. Laten we het weer eens proberen, dat Skypen. Wie weet, lukt het een keer! Met een kopje thee erbij?

Een onverwachte verhuizing

En dan is het opeens weken geleden sinds mijn laatste post. Geen nieuws is goed nieuws, zou je kunnen zeggen. In dit geval klopt dat ten dele. Inmiddels is ons leven weer op de rit, business as usual so to speak. Maar daarvoor moesten we wel “even” verhuizen.

Bijna vijf weken duurde onze vakantie afgelopen zomer. Een heerlijke tijd in Nederland en in Frankrijk, volop familietijd. Opgeladen keerden we terug naar Israël. De jongens hadden zin in het nieuwe schooljaar, Arjen had een spannende delegatie uit Nederland in het vooruitzicht en ik borrelde van de inspiratie voor mijn boek-in-wording. Maar, zoals de Amerikanen zeggen: “then life happened”. In ons geval was het om precies te zijn “then mold happened”. Een huis met schimmel wordt niet blij van vijf weken gesloten deuren en ramen in combinatie met hoge temperaturen en dito luchtvochtigheid. Schimmel wel. Sterker nog, schimmel wordt daar heel erg blij van. En groeit als kool. Het gevolg was dat Huize Kool ernstig muf rook en er interessante, grillige vormen zichtbaar waren op plafonds en muren in woonkamer en keuken, kelder, trappenhuis en werkkamer.

Nu is algemeen bekend dat schimmel niet bevorderlijk is voor de gezondheid. Met name mensen met allergie-klachten kunnen er aardig ziek van worden. Benjamin, onze jongste, worstelt sinds een kleine anderhalf jaar met vrijwel voortdurend aanwezige allergie klachten. Jeukende ogen, lopende neus en soms ademhalingsklachten. Achteraf gezien moeten de klachten ongeveer een half jaar na de eerste grote lekkage in ons mooie huis aan zee in Israël zijn begonnen. Op die eerste lekkage – die pas na weken werd verholpen – volgden er nog twee. Groei van schimmels was het gevolg. Een poging deze aan te pakken leidde helaas niet tot duurzame verbetering. Schimmel leek part of life in Israël te zijn. En als het niet zo ongezond was geweest, hadden we ons daarbij neergelegd. Benjamin reageerde er echter steeds heftiger op.

Terwijl de ambassade overleg pleegde met de huiseigenaar over renovatie van het huis en een tijdelijke verhuizing van ons, werd Benjamin ziek. Hoofdpijn hield hem uit zijn slaap en hij zag alles dubbel. Dat we bezorgd waren, is een understatement. Gelukkig is de gezondheidszorg in Israël uitstekend. Benjamin en ik mochten dat twee dagen intensief meemaken. Onderzoeken door neurologen en oogartsen werden afgewisseld met gesprekjes met de kinderarts. Hebreeuws spreek ik helaas niet – wat heb ik daar op dat moment van gebaald! – het was een enorm gedoe om onze weg te zoeken in het overigens geweldige Schneider Children Hospital in Petach Tikwah. Artsen spreken weliswaar Engels, maar spreken bij voorkeur Hebreeuws. Hoe vreselijk om te moeten luisteren naar gesprekken tussen artsen over je zieke kind terwijl je de taal niet machtig bent die zij spreken. Mijn opmerkingen dat ik een relatie tussen de hoofdpijn en de allergieën vermoedde, werden weggewimpeld. Dubbelzien duidt meestal op een neurologische aandoening of een probleem met de ogen. Ik kan niet zeggen dat dat me geruststelde. Nog een understatement.

Duidelijkheid kregen we pas na een nacht op de kinderafdeling – waarbij ik naast Benjamin sliep op een uitklapbed. Het hoofd van de afdeling kindergeneeskunde stelde toen voor om zijn bloed ook maar te laten onderzoeken, aangezien de neurologische testen geen eenduidig beeld opleverden en Benjamins ogen in orde leken. De bloedtest bevestigde wat ik al die tijd al vermoedde: Benjamin vertoonde een ernstige allergische reactie, oedeem in zijn sinussen zorgde voor de pijn en het dubbelzien. Het arme mannetje. Maar wat waren we opgelucht! Want aan die allergische klachten konden we iets doen. Aangezien de pollentijd in Israël afgelopen was, was de enige logische verklaring voor de toenemende klachten, de aanwezigheid van schimmel in huis. De huiseigenaar vond dat weliswaar vervelend voor ons, maar was niet van plan het huis te renoveren. Dat zou te kostbaar worden. Een verhuizing was onvermijdelijk. Een kleine twee weken na de diagnose verhuisden we dus. Naar een kleiner huis aan zee. Maar vooral naar een gezonder huis met een geweldige huiseigenaar waarmee we inmiddels al meerdere glazen wijn hebben gedronken.

Nu de chaos van de verhuizing achter ons ligt, dozen zijn uitgepakt, spullen een plek hebben gevonden, zien we Benjamin opknappen. Wat een opluchting. Hoofdpijn heeft hij nog maar heel af en toe, zijn ogen jeuken niet meer en ook de loopneus neemt af. Hij slaapt goed, is blij, straalt, maakt grapjes. En wij? Wij genieten van de jongens en van elkaar. Van ons nieuwe huis dat huiselijk is, gezellig en warm. En hoe bijzonder was het ons nieuwe huis te kunnen inwijden met onze vrienden hier. Iets wat een expat gezin eigenlijk nooit kan doen, aangezien je normaal gesproken niemand kent bij je verhuizing naar een huis op een nieuwe post.

Overigens hebben we in deze nare tijd mogen ervaren hoe enorm intens en waardevol de hier opgebouwde vriendschappen inmiddels zijn. De hulp die we kregen was geweldig. Een etentje bij een Nederlands gezin op de eerste dag van de verhuizing. Speelafspraakjes voor de kinderen, zodat wij onze handen vrij hadden. De dagen in het ziekenhuis met een stroom van sms-jes en mailtjes. Vrienden die een bevriende chirurg in het ziekenhuis inseinden dat ik wel wat hulp kon gebruiken. De goede man zorgde ervoor dat we uiteindelijk op een rustige kamer terecht kwamen waar Benjamin kon uitrusten (daarvoor lagen we op een kamer met een ruziënde moeder en zoon en een schreeuwende moeder met baby). Ook de school was enorm betrokken, Thomas werd geweldig opgevangen. De staf van de ambassade die ervoor zorgde dat we uiteindelijk snel konden verhuizen, dat ons internet werd omgezet, adreswijzigingen werden doorgegeven, een alarmsysteem geïnstalleerd. Het enige wat nu nog moet gebeuren is het op orde brengen van de schuilkelder die we gelukkig, ondanks de toegenomen onrust in het land, op dit moment niet nodig hebben.

Ik hoop van harte dat we de komende twee jaar in goede gezondheid en in vrede hier kunnen wonen, in dit heerlijke lichte huis in Herzlyia Pituach!

De Expat Uitverkoop

Tapas op tafel, fles wijn open, een paar blikjes gekoelde Heineken, brandende fakkels in de tuin, een warme avond in Israël. Een avond van afscheid. Afscheid van onze buren die naar Washington verhuizen. Praten over de afgelopen twee jaar waarin we naast elkaar woonden, waarin we soms intensief en soms wat minder vaak met elkaar optrokken. Vooruitkijken naar hun nieuwe leven, nieuw huis, nieuwe school. Een knuffel ten afscheid, we zien elkaar nog even in augustus voordat ze definitief vertrekken. Maar toch, dit was de laatste keer in onze gezamenlijke tuin. Verdrietig en ja, vreemd ook.

Vanmorgen een ander afscheid van de vrouw van een collega van Arjen. Ook zij verhuizen, in hun geval naar Athene. Ook met haar een gesprek over het leven in Israël, de school hier en de nieuwe school daar. De verhuizing. Afscheid. Het blijft iets geks en moeilijks aan het leven dat we leiden. Steeds maar weer afscheid nemen, steeds weer die vragen over hoe lang je hier nog woont en wat je hierna gaat doen. En ook: steeds weer nieuwe mensen verwelkomen. Onze kinderen anticiperen er al op. Ze zijn nieuwsgierig naar de nieuwe kinderen die ongetwijfeld in hun jaar gaan instromen. Op een reguliere school in Nederland is dat waarschijnlijk niet iets dat heel vaak gebeurt, nieuwe kinderen op school en in de klas. Voor onze kinderen is het een fact of life waar ze eigenlijk wel blij mee zijn. Want die ene pestkop is verhuisd naar de VS en wie weet, komt er wel een heel leuk nieuw klasgenootje voor in de plaats! En Benjamin en zijn vriendjes H en V zagen vriendje J vertrekken waardoor hun kwartet niet meer compleet was. Sindsdien zijn ze op zoek naar een nieuwe J. En die hebben ze nog niet gevonden dus nu hopen ze op de perfecte aanvulling in de nieuwe aanvoer van eersteklassers.

In deze periode van overplaatsingen zie je naast de afscheidsetentjes, -feestjes, -lunches en -recepties ook een ander fenomeen. De Expat Uitverkoop. En dit is iets waar ik me nog steeds over verbaas. Kijk, wij reizen de wereld rond met ons hele hebben en houden en hebben daarbij een dubbele container tot onze beschikking. Dit geldt echter niet voor alle expats. Amerikanen bijvoorbeeld, verhuizen van gemeubileerd huis naar gemeubileerd huis. Zij hebben slechts een beperkt aantal kubieke meters in een container tot hun beschikking. Voor hen is een verhuizing een puzzel: wat gaat mee en wat blijft achter? Die spullen die achterblijven, die gaan dus in de uitverkoop.

Nu zou je zeggen: logisch toch? En tot op zekere hoogte is het dat ook. Absoluut. Wij hebben ook dingen verkocht toen we van Tanzania naar Israël verhuisden. Maar we hebben vooral veel weggegeven. Omdat er mensen zijn in Tanzania die het verre van gemakkelijk hebben in het leven. Die heel erg blij zijn met de borden waar we er te veel van hebben of waar een stukje uit is. Die dolgelukkig zijn met de kleren van de kinderen die te klein zijn geworden. Die blij zijn met speelgoed, of het nu nog mooi is of afgeleefd.

Ook hier in Israël zijn er heel veel mensen die het niet gemakkelijk hebben. Dat begint met de mensen die huizen schoonmaken. Arbeidsmigranten uit India en de Filipijnen die op een tijdelijk werkvisum in Israël verblijven. Ieder expat gezin dat ik ken, heeft wel zo’n arbeidsmigrant in dienst. Wij ook, onze geweldige Benna. Ik ben blij als ik iets extra’s voor hem kan doen af en toe. Hij heeft een gezin in India dat hij onderhoudt. Niet gemakkelijk. Daarom verbaast het mij zo dat expats bij hun verhuizing de meest bizarre dingen in de verkoop doen in plaats van ze gewoon weg te geven. Een paar voorbeelden.

Vier RVS soeplepels voor 10 shekkel (circa 2 euro)
Zonnejurkjes die overbodig zijn op de volgende post, 100 shekkel per stuk
Drie flessen olijfolie, onaangebroken, voor kostprijs
Kinder DVD’s, 20 shekkel per stuk
Tweedehands kinderkleding, prijs nader te bepalen
4 waterglazen van IKEA, iets goedkoper dan in de winkel
Een stel duidelijk te vaak geknuffelde knuffelbeesten voor 50 shekkel per stuk
Theepot, 100 shekkel
Soepborden, 10 shekkel per stuk
Kop en schotel, 10 shekkel
Koffiemok, 5 shekkel per stuk
Handdoeken, afhankelijk van de afmeting 20 of 40 shekkel per stuk

Ik verzin het niet, ik scrol door de berichten in mijn mailbox en op Facebook op zoek naar real life voorbeelden.

Natuurlijk worden er ook wasmachines, boekenkasten, bedden en matrassen en tv’s verkocht. Heel normaal dat je dat niet zo maar weggeeft. Maar echt, mensen die hun voorraadkast leegverkopen en hun bestek per lepel of vork verkopen (en nee, dat is geen tafelzilver of mooi design RVS), daar houdt mijn begrip op. Omdat er altijd wel iemand is die het écht kan gebruiken, die het nodig heeft. En anders zijn er nog de talloze NGO’s die kleding, schoenen, luiers en speelgoed inzamelen voor vluchtelingen uit Syrië. Er zijn speciale kinderopvangorganisaties voor vluchtelingen uit Afrika die onvoldoende speelgoed hebben. Om maar een voorbeeld te geven. En dan heb ik het nog niet eens over de gezinnen in Gaza die veel, zo niet alles, zijn kwijtgeraakt in de oorlog vorig jaar.

Waarom verkopen die expats dan dat soort spullen? Terwijl ze het geld niet nodig hebben. Ik begrijp het niet. Echt niet. Maakt dat me star? Zit ik vast in mijn eigen waarden en normen? So be it. Ik weiger er echter aan mee te doen. Ik geef echt liever weg.

 

HEMA en Albert Heijn en zo

10917343_1072477376111622_1800779343954421536_nHagelslag, te koop bij een hip restaurant in Ramat Gan (Israël)

Deze week reed J, de man van vriendin L, met me mee terug naar Herzlyia na een vergadering op school. We zitten samen in het schoolbestuur en hij is mijn mede-onderhandelaar in de besprekingen met de vakbond over een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst. Hij was naar school gekomen vanaf de Amerikaanse ambassade met een dienstauto en reed na afloop van de bijeenkomst met mij mee terug. Tot mijn verbazing sjouwde hij een grote doos, omvang flinke verhuisdoos, mee naar mijn auto. Van Amazon.com. Aah, de geneugten van het online shoppen…

Tot enkele maanden geleden, konden ook wij nog online shoppen. Pakketten met maximaal de omvang van een schoenendoos konden naar ons verzonden worden per diplomatieke koerier. Ze mochten niet meer dan 2 kilo wegen en ze mochten geen voedingswaren bevatten of vloeibare stoffen. Deze post-regeling was een aanmerkelijke versobering van de regel die van kracht was toen wij naar Tanzania werden uitgezonden. Aanvankelijk konden we – tegen betaling – vrijwel alles laten verzenden. Met uitzondering dan van voeding en vloeibare producten. Zeker in Tanzania was dat geen overbodige luxe. Er waren daar immers vrijwel geen winkels – met uitzondering van supermarktjes en rommelige duka’s waar je van alles en nog wat kon krijgen van onduidelijke kwaliteit en herkomst. Kleding, ondergoed, schoenen, verjaardagscadeautjes voor de kinderen, het moest allemaal uit Nederland komen. Wij waren grootgebruikers van http://www.bol.com, http://www.wehkamp.com en de webshop van de Bijenkorf.

Die tijden zijn voorbij voor Nederlandse diplomaten. Ongeacht waar je woont, de diplomatieke koerier is er niet langer voor privé gebruik. Tot de zomer mogen we nog tijdschriften laten bezorgen en de bezorging van notariële akten en andere officiële documenten blijft toegestaan. Maar that’s it. Nu wonen wij in Israël waar in principe alles verkrijgbaar is. Zelfs hagelslag, appelstroop, poffertjesmix, speculaas, Calvé pindakaas en stroopwafels.  Onhandig is het natuurlijk wel, dat de postbezorging aan huis onbetrouwbaar is. Twee maanden geleden bestelde ik wat tijdschriften, die zijn nooit aangekomen. Jammer, daar niet van. Maar ik kan ermee leven. Tijdschriften lezen kan ook op de tijdschriften app  en we zijn tot nu toe iedere zes maanden in Nederland geweest, Arjen zelfs nog vaker vanwege zijn werk. Meer dan voldoende gelegenheid om boodschappen mee te nemen. Ik merk ook dat we ons steeds beter aanpassen en blij zijn met de producten die hier verkocht worden.

Groot was mijn verbazing dan ook, toen ik luisterde naar J’s opsomming van wat er allemaal in die doos van Amazon.com zat. WC-papier (veel zachter dan wat er in Israël verkocht wordt), ontbijtgranen (specifiek merk), de pindakaas waar de kinderen zo van houden, schoonmaakmiddelen en zo meer. Amerikaanse diplomaten kunnen alles laten bezorgen, waar ter wereld ze ook gestationeerd zijn. Er zijn voor zover ik weet geen limieten aan omvang en gewicht en voedsel en de meeste vloeibare producten zijn ook geen probleem. Ik dacht heel even: wat heerlijk! Wat een feest voor L om straks die doos uit te pakken. Ik weet hoe fijn het is, vertrouwde producten uit je thuisland hebben in het buitenland. En toen vroeg ik me af wat ik dan zou bestellen, als ik diezelfde vrijheid had. En eigenlijk wist ik het niet zo goed. Behalve dan cadeautjes voor verjaardagsfeestjes, want Lego en Playmobil kosten hier het dubbele van de Nederlandse prijzen.

Ik mis de HEMA, ik mis Albert Heijn. Absoluut. Maar ergens vind ik het ook wel bijzonder dat ik zo intens geniet van boodschappen doen in Nederland tijdens de vakanties. De Albert Heijn, perfect georganiseerd, goed uitziende groenten en fruit, lage prijzen (ik weet dat mensen in Nederland daar mogelijk anders over denken), veel keuze. Heerlijk! Die enorme keuze aan kazen, aan biologische producten. Dat ik de labels kan lezen… Maar het mijn weg zoeken bij Stop, onze supermarkt in Herzlyia, is inmiddels geen probleem meer. Labels lezen kan ik nog steeds niet, maar vragen staat vrij en leidt meestal wel tot een begrijpelijk antwoord. En we zijn gaan houden van allerlei typisch Israëlische producten. De humus… onovertroffen! En al die verschillende smeerkazen met verschillende vetpercentages en toegevoegde kruiden, de goedkope verse kruiden… Op vrijdag koop ik altijd Challa, het typische brood dat wordt gegeten op vrijdagavond bij het begin van de Shabbath. En sinds kort hebben we bio-degradable vuilniszakken ontdekt die net zo stevig zijn als de ouderwetse KOMO zakken in Nederland. Die hoeven dus ook niet meer mee in het koffer (echt, dat namen we altijd mee!). Geen diplomatieke koerier meer voor ons en ach, het is prima zo. Beter voor het milieu ook. Ik heb overigens wel te doen met collega’s van Arjen en hun gezinnen in ontwikkelingslanden… Op hun leven zal het ontbreken van postbezorging een heel wat grotere impact hebben.