Een weekend van uitersten

Afgelopen weekend gingen we op pad met twee bevriende gezinnen. We hadden kamers geboekt in een hostel in de Golan. We maakten mooie wandelingen naar watervallen, er werd gezwommen in riviertjes, we picknickten terwijl er krabben om ons heen scharrelden. Er werden gesprekken gevoerd, in Engels, Deens, Duits en Nederlands. In het hostel ontmoetten we backpackers en andere avonturiers van overal ter wereld. Met hen deelden we de shabbath maaltijd, aan een lange tafel met prima wijn van de winery in de kibbutz. De zon scheen, het was warm. Het was fijn. Maar…

Maar… de Golan ligt op de grens tussen Israël en Syrië en het eigendom van deze bergstreek wordt al sinds de oudheid betwist en bevochten. Tijdens de 6-daagse oorlog in 1967 veroverde Israël dit gebied op Syrië. De VN veroordeelden zowel de Israëlische verovering, bezetting en vervolgens de annexatie en dringen tot op heden nog aan op een Israëlische militaire terugtrekking en onderhandeling met buurland Syrië. Syrië eist de volkenrechtelijk tot zijn territorium behorende Golan terug, gesteund door VN-resoluties. Libanon, en met name de Hezobollah, leggen een claim op een zeer klein gedeelte van de Golan (de Shebaa-boerderijen), maar die claim wordt niet door de Verenigde Naties gesteund. De VN beschouwen de Shebaa-boerderijen als deel van Syrië, maar de grenstrekking in het verleden geschiedde niet altijd nauwkeurig. De burgerbevolking op de Golanhoogten bestaat uit Druzen, Alawitische Arabieren (een minderheid) alsook Soennitische Turkomannen. De overgrote meerderheid beschouwt zichzelf nog altijd als Syrisch en heeft een Syrisch paspoort. Sinds de niet-erkende Israëlische annexatie in 1981 zijn er op de Golanhoogten talrijke Israelische nederzettingen (Wikipedia).

Een omstreden streek dus. Na een ritje met de kabelbaan, Mount Hermon op, en een kleine wandeling over de berg, keken we neer op Syrië. Voortdurend hoorden we de explosies, zagen rookpluimen opstijgen aan een verder wolkeloze hemel. Links onderaan de berg zagen we een Druzen stadje in Syrië. Rechts onderaan de berg, meerdere Druzen dorpen in Israël. Eén volk, van elkaar gescheiden door een gesloten grens. Velen hebben familieleden aan beide zijden van die grens. Wat het extra complex maakt, is dat Druzen zich traditiegetrouw voegen naar het land waar ze wonen. Druzen uit de dorpen in Israël vechten dan ook mee in de IDF. Druzen in Syrië vechten mee in de regeringstroepen van Assad. In tijden van oplaaiend conflict tussen Israël en Syrië, vechten de Druzen dus tegen hun familie aan de andere kant van de grens. Niet te bevatten wat oorlog met een gemeenschap doet.

Hoe ontwrichtend oorlog is, konden we een heel klein beetje zien vanaf Mount Hermon. Het Druzen stadje aan Syrische zijde leek vanaf onze veilige plek hoog boven Syrië verlaten. Er was geen beweging te zien, geen auto’s op de weg. Niets dan huizen en verlaten straten. De opstijgende rookwolken enkele tientallen kilometers verderop vormden de verklaring voor de levenloze indruk die het dorp op ons maakte. Want die rookwolken geven aan hoe ver Al Nusra (Al Qaida sympathisanten) is opgerukt. Niemand durft nog naar buiten, uit angst voor problemen, uit angst voor oorlog. Hoe afschuwelijk. En zo dichtbij Israël. Zo ontzettend schrikbarend dichtbij. En toch ook ver weg. Heel surrealistisch. Ik had het er moeilijk mee. Die explosies te horen. Thomas en Benjamin en hun vriendjes van school te horen praten over oorlog. Over raketten. Niet op een sensationele manier overigens. zoals met name jongens wel vaker doen als ze over oorlog praten. Ze waren er wat stilletjes onder. Want dit was wel heel dichtbij.

Israël is wat dat betreft echt een land van uitersten. De zee en het strand, de bergen en de natuur. Verschillende religies en verschillende gebruiken, culturen, dicht op elkaar. Conflicten die op de loer liggen. Politiek beladen gebieden en omstreden nederzettingen.  Hip Tel Aviv, traditioneel Jeruzalem.

Zo reden wij van de politiek beladen Golan vlakte naar Massada. Symbool voor Joodse moed en strijdvaardigheid. Momenteel het decor van de opera Tosca. Samen met de jongens maakten we deze opera mee, in de open lucht, in een nagebouwd theater in de woestijn. Woorden schieten tekort om uit te drukken hoe bijzonder dit was. Het massaal zingen van Hatikva (het Israëlisch volkslied) voor aanvang van de opera. De decors. de lichtshow, het gezang, de zwoele avondlucht. Benjamin die af en toe zijn hoofd op mijn schoot legde in een halfslachtige poging om te slapen en die dan binnen enkele minuten overeind schoot omdat hij niets wilde missen. De eerste opera die de jongens meemaakten. Op een historische plek in de woestijn. Een herinnering voor altijd, dat weet ik zeker.

Met dit weekend in de Golan markeren we twee jaar leven in Israël. Twee jaar met ups en downs. Twee jaar waarin vriendschappen zijn ontstaan die nu wat meer diepgang krijgen. Twee jaar waarin we verliefd zijn geworden op dit land. Maar ook twee jaar van frustratie over het uitblijven van resultaten in de vredesbesprekingen. Twee jaar waarin de zorgen over de situatie in de landen rondom Israël toe zijn genomen. Te zien hoe dichtbij Al Qaida is, is ronduit eng. En ja, ik weet het, Israël zal niet zo maar onder de voet gelopen worden. Daarvoor is het defensie systeem veel te sterk en de politieke druk te groot. Een enge gedachte is het wel en mijn hart gaat uit naar degenen die aan de andere kant van de grens wonen en die niet kunnen vertrouwen op een sterk leger. Hoe ironisch, dat de mensen die in het door Israël geannexeerde gebied wonen zo veel veiliger leven dan de mensen die in het Syrische deel van de Golan wonen en zich zo bedreigd weten. Een bittere realiteit.

Het Druzen stadje aan Syrische zijde. Geen leven op straat.

Het Druzen stadje aan Syrische zijde. Geen leven op straat.

De Kooltjes bij Massada, klaar voor de opera Tosca!

De Kooltjes bij Massada, klaar voor de opera Tosca!

.

Een hete zomer?

Waar hoop jij op deze zomer? Lekker weer, niet te warm, niet te koud, weinig regen? Een camping, hotel, vakantiehuisje dat aan je verwachtingen voldoet? Een vakantie zonder al te veel geruzie op de achterbank van de auto? Een vlucht naar een mooie bestemming zonder vertraging? Ik ben niet anders dan de meesten van onze familieleden en vrienden, dit zijn ook mijn wensen voor de komende zomervakantie.

Ik heb echter ook een andere wens en dit is een wens waar ik me een beetje zorgen over maak. Ik wens dat de zomer in het Midden Oosten niet “heet” wordt, zoals velen vrezen. En dan bedoel ik niet letterlijk heet – dat wordt het toch wel. Nee, ik heb het over een oorlogvrije zomer. Een zomer zonder schuilkelders, zonder beschietingen en raketaanvallen. Zonder dreigende taal en al dan niet stand houdende wapenstilstanden.

Afgelopen zomer liep het anders. Wij waren nog maar net weg (letterlijk pas een paar uur) toen de ellende in volle hevigheid losbarstte in Palestina en Israël. Wij zaten veilig in Nederland en later in Frankrijk. De zon scheen, de campings voldeden aan onze verwachtingen, de jongens gedroegen zich voorbeeldig. Eén tentstok van onze nieuwe tent ging kapot, maar dat was wel zo’n beetje het enige moment van frustratie. Behalve dan dat Arjen gek werd van mijn obsessie voor het nieuws, van mijn smartphone gedrag. Ik werd er zelf ook gek van, kon Israël en Palestina niet uit mijn hoofd zetten. Dacht aan vrienden die daar waren, die de deur niet uit konden met hun verveelde kinderen. En dat waren dan de mensen die ik kende en waarvan ik wist dat ze uiteindelijk wel veilig waren. Want ze werden beschermd door de Iron Dome en hun goed geoutilleerde schuilkelders. Aan de andere kant van het conflict, in Gaza, bevonden zich al die mensen zonder Iron Dome om raketten uit de lucht te schieten, zonder schuilkelders en op een gegeven moment zonder dak boven hun hoofd, zonder elektriciteit, zonder…

Ik had het er moeilijk mee. Het werd er niet gemakkelijker op dat mensen die we ontmoetten in Nederland allemaal een – soms aardig ongezouten – mening erop na hielden over Het Conflict. Niet altijd gebaseerd op feiten. Dat kon pijnlijk zijn. Mensen die Israël veroordeelden zonder verder na te denken over achtergronden. Mensen die de inwoners van Gaza veroordeelden zonder onderscheid te maken tussen burgers en leden van Hamas. Mensen die meenden dat er in Israël niets aan de hand was – want er zijn Iron Domes – en niet begrepen waar we ons zorgen over maakten (nee, ga jij maar met je kinderen in de schuilkelder zitten). Mensen die ons bekritiseerden, want waarom, waarom gaan jullie in vredesnaam terug naar die ellende terwijl er oorlog is? Ik vond het vreselijk. Iedere oorlog, waar dan ook, kent vooral veel slachtoffers. Aan beide zijden. Ja, ook ik had grote vraagtekens bij de beslissingen die genomen werden aan Israëlische zijde. Maar tegelijkertijd begrijp ik sinds we hier wonen ook iets beter hoe bedreigd de Israëliërs zich voelen. En een kat in het nauw…

Anyway, mijn wens voor deze zomer is dus vooral dat er geen oorlog komt en dat is maar net de vraag. Eind juni loopt de deadline af voor het bereiken van een deal over het nucleaire programma van Iran. Dit brengt spanningen met zich mee in het gehele Midden Oosten en het kan niet worden uitgesloten dat Israël “stuck in the middle” raakt. Afgelopen nacht werd Israël bijvoorbeeld beschoten door de Omar Brigades, aanhangers van IS in Gaza. Waarom? Als wraak op Hamas dat gistermiddag een IS aanhanger doodde. Zo gaat dat dus soms.

Overigens verwachten we niet echt een escalatie tussen Israël en Palestina / Gaza deze zomer. De grote vrees betreft oorlog vanuit het noorden (Hezbollah). Als dat gebeurt, is het hier ook voor ons niet langer veilig. En daar zijn veel mensen om ons heen zich van bewust, het houdt iedereen bezig.

En zo kan het dus voorkomen dat je een gezellige ochtend met vriendinnen doorbrengt en je tijdens het koken van een gemeenschappelijke lunch praat over evacuatieplannen. Stappen jullie dan op de boot naar Cyprus? Of ga je over land naar Jordanië? En wat neem je dan mee? Of blijf je hier?

Ik blijf vooral hopen op een nucleaire deal die wordt geaccepteerd in de regio. Op rust. Op wederopbouw en een nieuwe start van vredesonderhandelingen. Op een rustige zomer waarin kinderen in Israël, Palestina (inclusief Gaza), Syrië, Egypte, Libanon etc op straat kunnen spelen, in de zee kunnen zwemmen, kunnen genieten van vrijheid.

 

Vrouwen die elkaar helpen…

Aanstaande maandag wordt op vele plekken op deze wereld een bijzonder feest gevierd. Koningsdag. Nederlanders komen bij elkaar en vieren feest. Niet alleen om de verjaardag van onze monarch te vieren, maar ook om hun Nederlandse identiteit ten volle te ervaren. Ook hier in Israël zullen we Koningsdag vieren. Niet zoals in Tanzania met een mega feest (wat zou ik er graag bij zijn!!!), maar met een mooie receptie op de residentie van de Ambassadeur. Nu vragen mijn lezers zich ongetwijfeld af wat dat met de titel “Vrouwen die elkaar helpen” te maken heeft. Niet veel op het eerste gezicht. Mijn zoektocht naar een oppas voor die avond deed me echter realiseren dat ik hier in Israël omringd ben door een groep bijzondere vrouwen. En dat inspireerde me om eindelijk weer eens aandacht aan mijn weblog te besteden (excuses voor de lange stilte!). Ik was dus te laat met het regelen van een oppas voor Koningsdag. Ik had ruim op tijd oppas geregeld voor aanstaande zaterdag, wanneer we een benefiet gala hebben voor de art-department op school. Maar met de drukte van alledag was ik totaal vergeten dat we ook op maandag oppas nodig hebben. Natuurlijk zijn we niet de enigen die die avond een feestje te vieren hebben – ook veel van onze internationale vrienden zijn voor die bijzondere avond uitgenodigd. Kortom, ik zat met mijn handen in het haar. Na veel vruchteloze telefoontjes en sms-jes naar de lieve meisjes die normaal bij ons oppassen en zelfs een bericht naar een aardige Franse studente die ik in het vliegtuig van Cyprus naar Israël had ontmoet, gooide ik mijn wanhoop op Facebook. Facebook, verguisd en toch onmisbaar medium. En jawel, de oplossingen stroomden binnen. Niet alleen in de vorm van telefoonnummers van oppasmeisjes die ik nog niet kende. Maar ook in de vorm van twee dierbare vriendinnen die hun eigen avond met echtgenoot wilden opofferen om op onze jongens te komen passen. Vrouwen die elkaar helpen… Zouden expat vrouwen in den vreemde meer voor elkaar doen dan vriendinnen in het vertrouwde Nederland? Ik hoop het niet. Maar toch…

Een belangrijk verschil tussen mijn vriendinnen en hun gezinnen in Nederland en wij hier in het buitenland, is dat wij ons reguliere vangnet van duurzame vriendschappen en familie moeten ontberen. Als er in Nederland een zieke is thuis of als je een weekendje weg wilt met man-lief, is er vaak wel een oma of opa die kan bijspringen. Wanneer je in het buitenland woont, is die optie er niet. Arjen en ik zijn wat dat betreft op elkaar aangewezen en op het netwerk van expat vrienden om ons heen. En dat netwerk, dat netwerk is geweldig. Wat ben ik daar dankbaar voor! Al enkele maanden leid ik een niet al te gemakkelijk onderhandelingstraject tussen het schoolbestuur en de ondernemingsraad van de leerkrachten op onze school. Die onderhandelingen vinden logischerwijs altijd plaats na schooltijd, soms zelfs op zondagochtend. Iedere week, al die maanden al, zijn onze kinderen een en soms zelfs twee middagen per week welkom bij mijn vriendinnen. Ze halen ze op bij de bus, nemen ze mee naar huis en laten de jongens mee-eten. Soms eet Arjen ook een hapje mee als hij ze op tijd kan ophalen. Toen ik in oktober een week in Istanboel was, was diezelfde groep vriendinnen er om mijn mannen op te vangen. En natuurlijk doe ik hetzelfde voor hen. Laatst heb ik een ziek vriendje van Thomas een paar middagen opgevangen. En bij het ontbreken van ooms en tantes om een ziek kind dat een week in het ziekenhuis lag op te vrolijken, zat ik een ochtend in een kinderziekenhuis in Tel Aviv. Vrouwen helpen elkaar… Mannen natuurlijk ook 🙂 Maar in de traditionele expat gemeenschap waarin wij leven, zijn die vaak druk met hun werk.

Sinds kort is er een Facebook groep voor Nederlandse mama’s in het buitenland. Het blijkt een geweldig forum te zijn waar ervaringen en tips worden uitgewisseld voor de problemen waar wij allen tegenaan lopen. Hoe zorg je ervoor dat je kinderen goed Nederlands blijven spreken en de taal leren lezen en schrijven? Hoe ga je om met typische cultuurverschillen zoals de tijd waarop je kinderen naar bed gaan (vaak vroeger dan kinderen met andere nationaliteiten) en de manier waarop je ze beschermt tegen de zon. Of zwemles, hoe regel je dat in het buitenland. Laat je je kinderen hun diploma halen in Nederland terwijl dat in het land waar je woont niet kan en zelfs niet nodig is? Zo fijn om ervaringen uit te kunnen wisselen met vrouwen in soortgelijke situaties. De Facebook groep van de LINDA wereldwijven is ook zo’n geweldig medium geworden. Deze week vertelde een van de andere Wereldwijven dat ze onlangs gescheiden is van haar man die haar nu het contact met haar zoon ontzegt. Hij heeft het recht aan zijn zijde in het land waar hij nog steeds met hun zoon woont. Zij moest echter terug naar Nederland omdat zij in dat land in het Midden Oosten niet kan werken. Dan blijkt zo’n netwerk van expat vrouwen enorm waardevol. Hulp en advies werd haar aangeboden uit allerlei landen. Wat ik maar wil zeggen: zonder mijn vriendinnen hier zou ik het niet redden. En zonder mijn vriendinnen in Nederland overigens ook niet. Dus lieve vriendinnen: bedankt dat jullie er zijn. Waar dan ook ter wereld!

Heb jij de evacuatie-tassen al ge-update?

Niet een vraag die de Nederlandse diplomaten / diplomaten-partners elkaar zullen stellen. Althans, niet in Israël. Daarom was ik zo verbaasd toen een Amerikaanse vriendin mij die vraag laatst stelde. Welke evacuatie-tas bedoel je? En: hebben we dan evacuatie-tassen nodig? Weet jij iets wat ik niet weet over een op handen zijnde oorlog?

Wat blijkt: met name de partners van Amerikaanse defensie mensen – en ik vermoed ook die van Canada, hebben ten alle tijden een evacuatie-tas voor ieder gezinslid. Iedere zes maanden moeten deze worden ge-update zodat de kleding die erin zit overeenkomt met het seizoen van dat moment en de kledingmaat van ieder gezinslid. Want…, je weet maar nooit. Vanmorgen vindt op de Amerikaanse residentie een bijeenkomst plaats voor alle partners van (Amerikaanse) uitgezonden diplomaten in Tel Aviv. Ze krijgen een uitgebreid ontbijt (not bad!) en ze krijgen instructies over hoe je voor te bereiden op een evacuatie en over mentale weerbaarheid in tijden van spanningen en oorlog. In de ogen van de Nederlanders is dit waarschijnlijk enorm overdreven. Volgens de richtlijnen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, is Tel Aviv vergelijkbaar met Kopenhagen (misschien geen goed voorbeeld na de recente vreselijke gebeurtenissen daar) of Berlijn als het om veiligheid gaat. Meestal klopt dat ook wel, al moet ik zeggen dat ik persoonlijk denk dat de voortdurende spanningen in dit land en de bijbehorende onzekerheid over hoe lang het rustig blijft, niet echt vergelijkbaar is met het leven in een stad in West-Europa. Dat het hier veiliger is dan in Dar es Salaam, dat kan ik van harte bevestigen en ik zou dit zeker geen hardship post noemen. Maar toch, een zekere spanning is er wel met regelmaat.

Maar een evacuatie-tas? Nee, dat zie ik  niet voor me. In onze eerste maanden in Tel Aviv, ten tijde van de gifgas aanvallen in Syrië, had ik nog een schuilkelder tas. Ook stonden toen de gasmaskers in de woonkamer. Tot de dreiging vanuit Syrië op de achtergrond raakte en de gasmaskers naar de kelder verhuisden met de schuilkeldertas. Die tas kwam ik een jaar geleden tegen bij het opruimen van de kelder. Ik realiseerde me dat het het een ideale boodschappentas is en…. dat was het einde van de schuilkelder tas… Ik heb zelfs geen nieuwe samengesteld toen er daadwerkelijk raketten werden afgeschoten afgelopen zomer. Niet dat ik helemaal relaxed was, verre van dat. Maar ik had inmiddels wel begrepen dat de raketten uit Gaza geen direct gevaar vormen in de zin van een voltreffer op ons huis (vanwege het excellente defensie materiaal waar de IDF over beschikt). Schuilen voor uit de lucht vallende resten van raketten is iets anders dan schuilen voor een voltreffer.

Een aantal weken geleden liep de spanning tussen Israël en Hezbollah op. Gedurende een dag of twee werden er wat raketten afgevuurd over en weer. Nu ben ik me er inmiddels wel van bewust dat een echte Lebanon oorlog andere koek zal zijn dan een Gaza oorlog. De Iron Dome installaties beschikken over onvoldoende capaciteit om een grootscheepse aanval uit Lebanon af te weren. In zo’n geval wordt een evacuatie wel een reële optie.

Maar ook dan weet ik zeker dat ik genoeg tijd zal hebben om evacuatie-tassen in te pakken: eerst worden de Canadezen geëvacueerd (dat is al twee keer gebeurd sinds wij hier wonen!). Mijn Canadese vriendinnen hebben afgelopen zomer in Londen gezeten tijdens hun laatste evacuatie en in de tijd van de dreiging vanuit Syrië zaten ze in Griekenland meen ik me te herinneren. Na de Canadezen verlaten de Amerikanen het land. Dat heb ik nog niet meegemaakt, hoewel het evacuatiebesluit bijna rond was afgelopen zomer. Voordat er getekend kon worden, werd een staakt het vuren tot stand werd gebracht en de evacuatie hoefde niet plaats te vinden. Kijk, als het ooit zo ver komt dat de Canadezen en de Amerikanen Tel Aviv hebben verlaten, dan kan ik beginnen met inpakken. En aangezien ik voor onze vakanties ook nooit langer dan 12 uur voor vertrek inpak, komt het vast wel goed.

Ik ben wel benieuwd wat mijn Amerikaanse vriendinnen vandaag leren over hoe om te gaan met dreiging in mentaal opzicht. Daar had ik best een training over willen krijgen voordat we naar Israël verhuisden. Want hoe je het ook wendt of keert, je weet hier nooit hoe lang het rustig blijft. Zeker met de verkiezingen op 17 maart, is dat best wel weer spannend.

HEMA en Albert Heijn en zo

10917343_1072477376111622_1800779343954421536_nHagelslag, te koop bij een hip restaurant in Ramat Gan (Israël)

Deze week reed J, de man van vriendin L, met me mee terug naar Herzlyia na een vergadering op school. We zitten samen in het schoolbestuur en hij is mijn mede-onderhandelaar in de besprekingen met de vakbond over een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst. Hij was naar school gekomen vanaf de Amerikaanse ambassade met een dienstauto en reed na afloop van de bijeenkomst met mij mee terug. Tot mijn verbazing sjouwde hij een grote doos, omvang flinke verhuisdoos, mee naar mijn auto. Van Amazon.com. Aah, de geneugten van het online shoppen…

Tot enkele maanden geleden, konden ook wij nog online shoppen. Pakketten met maximaal de omvang van een schoenendoos konden naar ons verzonden worden per diplomatieke koerier. Ze mochten niet meer dan 2 kilo wegen en ze mochten geen voedingswaren bevatten of vloeibare stoffen. Deze post-regeling was een aanmerkelijke versobering van de regel die van kracht was toen wij naar Tanzania werden uitgezonden. Aanvankelijk konden we – tegen betaling – vrijwel alles laten verzenden. Met uitzondering dan van voeding en vloeibare producten. Zeker in Tanzania was dat geen overbodige luxe. Er waren daar immers vrijwel geen winkels – met uitzondering van supermarktjes en rommelige duka’s waar je van alles en nog wat kon krijgen van onduidelijke kwaliteit en herkomst. Kleding, ondergoed, schoenen, verjaardagscadeautjes voor de kinderen, het moest allemaal uit Nederland komen. Wij waren grootgebruikers van http://www.bol.com, http://www.wehkamp.com en de webshop van de Bijenkorf.

Die tijden zijn voorbij voor Nederlandse diplomaten. Ongeacht waar je woont, de diplomatieke koerier is er niet langer voor privé gebruik. Tot de zomer mogen we nog tijdschriften laten bezorgen en de bezorging van notariële akten en andere officiële documenten blijft toegestaan. Maar that’s it. Nu wonen wij in Israël waar in principe alles verkrijgbaar is. Zelfs hagelslag, appelstroop, poffertjesmix, speculaas, Calvé pindakaas en stroopwafels.  Onhandig is het natuurlijk wel, dat de postbezorging aan huis onbetrouwbaar is. Twee maanden geleden bestelde ik wat tijdschriften, die zijn nooit aangekomen. Jammer, daar niet van. Maar ik kan ermee leven. Tijdschriften lezen kan ook op de tijdschriften app  en we zijn tot nu toe iedere zes maanden in Nederland geweest, Arjen zelfs nog vaker vanwege zijn werk. Meer dan voldoende gelegenheid om boodschappen mee te nemen. Ik merk ook dat we ons steeds beter aanpassen en blij zijn met de producten die hier verkocht worden.

Groot was mijn verbazing dan ook, toen ik luisterde naar J’s opsomming van wat er allemaal in die doos van Amazon.com zat. WC-papier (veel zachter dan wat er in Israël verkocht wordt), ontbijtgranen (specifiek merk), de pindakaas waar de kinderen zo van houden, schoonmaakmiddelen en zo meer. Amerikaanse diplomaten kunnen alles laten bezorgen, waar ter wereld ze ook gestationeerd zijn. Er zijn voor zover ik weet geen limieten aan omvang en gewicht en voedsel en de meeste vloeibare producten zijn ook geen probleem. Ik dacht heel even: wat heerlijk! Wat een feest voor L om straks die doos uit te pakken. Ik weet hoe fijn het is, vertrouwde producten uit je thuisland hebben in het buitenland. En toen vroeg ik me af wat ik dan zou bestellen, als ik diezelfde vrijheid had. En eigenlijk wist ik het niet zo goed. Behalve dan cadeautjes voor verjaardagsfeestjes, want Lego en Playmobil kosten hier het dubbele van de Nederlandse prijzen.

Ik mis de HEMA, ik mis Albert Heijn. Absoluut. Maar ergens vind ik het ook wel bijzonder dat ik zo intens geniet van boodschappen doen in Nederland tijdens de vakanties. De Albert Heijn, perfect georganiseerd, goed uitziende groenten en fruit, lage prijzen (ik weet dat mensen in Nederland daar mogelijk anders over denken), veel keuze. Heerlijk! Die enorme keuze aan kazen, aan biologische producten. Dat ik de labels kan lezen… Maar het mijn weg zoeken bij Stop, onze supermarkt in Herzlyia, is inmiddels geen probleem meer. Labels lezen kan ik nog steeds niet, maar vragen staat vrij en leidt meestal wel tot een begrijpelijk antwoord. En we zijn gaan houden van allerlei typisch Israëlische producten. De humus… onovertroffen! En al die verschillende smeerkazen met verschillende vetpercentages en toegevoegde kruiden, de goedkope verse kruiden… Op vrijdag koop ik altijd Challa, het typische brood dat wordt gegeten op vrijdagavond bij het begin van de Shabbath. En sinds kort hebben we bio-degradable vuilniszakken ontdekt die net zo stevig zijn als de ouderwetse KOMO zakken in Nederland. Die hoeven dus ook niet meer mee in het koffer (echt, dat namen we altijd mee!). Geen diplomatieke koerier meer voor ons en ach, het is prima zo. Beter voor het milieu ook. Ik heb overigens wel te doen met collega’s van Arjen en hun gezinnen in ontwikkelingslanden… Op hun leven zal het ontbreken van postbezorging een heel wat grotere impact hebben.

Until when will you be here?

Benjamin had een speelafspraak met een nieuw vriendje. Een Kroatisch jongetje waarvan de vader teammanager is van Maccabi Tel Aviv, heersend Euroleague kampioen basketbal. Ik moet het erbij zeggen want voor Benjamin maakt dit de vriendschap extra interessant. Basketbal is hier bijzonder populair en de vader van vriendje M, torent boven alles en iedereen uit, heeft zelf jarenlang op hoog niveau basketbal gespeeld. Heel interessant voor een jongetje van vijf dat alles wat met een bal te maken heeft, boeiend vindt.

Na afloop van de playdate sprak ik M’s sympathieke moeder. Ze worstelde wat met haar Engels, maar haar tweede, mogelijk derde vraag, was een hele duidelijke, die had ze duidelijk al vaker gesteld…

Until when will you be here? 

Vrij vertaald betekent dit: hoe lang wonen jullie hier nog? Afhankelijk van je antwoord zal ik deze vriendschap al dan niet stimuleren. Begrijpelijk. Vanwege het werk van haar man, zal zij hier hopelijk een aardig aantal jaren doorbrengen. Wij, de nomaden in de expat gemeenschap, zijn hier maar kort. Diplomaten van de Amerikaanse ambassade zijn er doorgaans drie jaar, soms twee. Onze vrienden L en J hebben verlenging aangevraagd en blijven hier net als wij vier jaar. Dit is echter uitzonderlijk. En ja, dat beïnvloedt vriendschappen. Ook tussen kinderen, zo blijkt.

Benjamin is zich erg bewust van die eindtermijn. Zo wist hij me na enkele speelafspraakjes met de Zweedse V te vertellen dat hij in hetzelfde jaar als wij zal verhuizen. Dat vriendje J in december naar Singapore verhuisde was erg moeilijk. Vooral toen ik zijn vraag: wanneer gaan we daar op vakantie? negatief moest beantwoorden. Hoezo gaan we daar niet op vakantie? Voor onze bovengemiddeld bereisde kinderen lijkt dat op de een of andere manier heel erg voor de hand liggend. Gewoon even op vakantie in Singapore. Tja.

Nu de periode is aangebroken waarin de vertrekkende gezinnen te horen krijgen waar ze naartoe zullen verhuizen, is de vraag Until when will you be here een dominante. In onze vriendenkring weet ik vrij exact wie wanneer in de overplaatsing zit. Het lijkt me heerlijk om een leven te leiden waarin dat geen issue is. Waarin je weet dat je kinderen aan het begin van het nieuwe schooljaar, grotendeels hun vriendjes en vriendinnetjes van vorig jaar terugzien. Waar je buren van vandaag, in principe ook je buren van morgen zijn. En overmorgen. Niet dat er in Nederland niet verhuist wordt, maar de dynamiek is niet te vergelijken met het drie- / vierjaarlijkse overplaatsingssysteem.

Komende zomer hoeven we niet veel afscheid te nemen. Onze vriendenkring bestaat voornamelijk uit mensen die gelijk met ons zijn aangekomen. De meesten hebben nog een jaar te gaan na de zomervakantie. Onze buren vertrekken wel. Naar DC. En wij, die nog 2,5 jaar Tel Aviv in het verschiet hebben en dus helemaal niet hoeven na te denken over de volgende bestemming, doen dat stiekem toch. Net als al onze andere vrienden die over 1,5 à 2 jaar overplaatsbaar zijn. Het blijft iets dubbels. Want waar we allemaal af en toe erg kunnen verlangen naar een regulier leven in Nederland, met bezoekjes aan familie en vrienden in de weekends, houden we ook heel erg van het avontuur, de afwisseling die we nu hebben.

Thomas en Benjamin hebben zo hun eigen ideeën over de toekomst. Benjamin droomt van Argentinië. Want daar komt koningin Maxima vandaan en daar kunnen ze goed voetballen. Thomas droomt over Zwitserland en Frankrijk, over lekkere chocolade en bergen om vanaf te skiën. Het zal wel in de genen zitten… En dat, dat maakt me wel eens onrustig, Die genen. Want dat zou zo maar eens kunnen betekenen dat onze kinderen, als ze straks volwassen zijn, ook kiezen voor een expat bestaan. En als ik er bij stilsta hoe moeilijk ik dat zou vinden, realiseer ik me weer dat dit ook geldt voor onze ouders en zussen.

Heel dubbel allemaal.

Voorlopig zitten we hier goed. Benjamin heeft zijn vervolg speelafspraak met M dus al gehad…

Onderhandelen Israeli style

Israëliërs behoren volgens mij tot de beste verkopers ter wereld. Dat kan niet anders. Of ik ben gewoon super gemakkelijk over te halen dingen te kopen die ik niet nodig heb (hetgeen ik zeker niet kan uitsluiten). Serieus, op sommige dagen kan ik beter geen winkel ingaan hier. Als ik enigszins emotioneel ben, last heb van heimwee, slecht heb geslapen of anderszins geen beste dag heb, blijf ik beter thuis. Want sjonge, wat zijn de verkopers hier te lande er goed in je te helpen bij het uitgeven van je geld. Onderhandelen, daar zijn ze ook goed in. Daarover later meer.

Het moet zo ongeveer anderhalf jaar geleden zijn geweest, dat ik voor het eerst geconfronteerd werd met de uitstekende verkoopkunsten van, in dit geval, een tweetal charmante Israëlische dames. Ik had heimwee. Niet een beetje. Nee. Het was een allesoverheersend gevoel dat me uit mijn slaap hield. Het nieuwe schooljaar was net begonnen, we woonden zo’n beetje twee maanden in Israël.  Vrijwel alle dozen waren uitgepakt, de belangrijke en de leuke dozen althans. Ik had nog niet veel vriendinnen en de vriendinnen die ik had, waren minder snel met uitpakken en zaten daar dus nog middenin. Er was sprake  van dreiging vanuit Syrië (wist ik veel dat het meestal bij dreiging blijft). Arjen had het lekker druk op de ambassade en de kinderen brachten lange dagen door op hun nieuwe school en kwamen iedere dag thuis met opwindende verhalen. Wat duurden de dagen lang en wat mistte ik Tanzania. En Nederland. Familie en vrienden. Een leven met een reguliere baan. In feite mistte ik alles wat op dat moment (nog) niet voorhanden was in Israël. En toen…, toen ontdekte ik de Body Shop. Een Body Shop! Je moet in Tanzania gewoond hebben – of in een vergelijkbaar land dat verstoken is van dit soort winkels – om te begrijpen hoe blij ik was. Een Body Shop! Even waande ik me in Nederland. Een intens gevoel van thuis zijn overviel me. En hoewel ik werkelijk niets nodig had, was daar opeens die drang om mijn old time favorite White Musk Bodyspray te kopen. Gewoon omdat het kon.

Totaal onbevangen stapte ik de winkel binnen. Overal hingen posters op, er was blijkbaar een aanbieding. Dat interesseerde me echter niet, ik had immers niets nodig. Behalve die bodyspray dan. Al snel had ik die gevonden en ik toog naar de kassa om af te rekenen. Wat er daarna gebeurde, kan ik niet meer navertellen. Nee, ik werd niet bedwelmd, niet bedreigd, niet onder druk gezet. Niets van dat alles. En toch, toch liep ik nog geen vijftien minuten later de winkel uit met een tas vol producten. Shampoo, doucheschuim, bodylotion (ik gebruik nooit bodylotion!), die spray en nog iets wat ik verdrongen heb. Geen idee wat het was. Vijf producten die ik in feite geen van allen nodig had. Wat was er mis gegaan? Tja. Twee zeer goede verkoopsters, dat was wat er mis was gegaan. En echt, ik zou je niet kunnen vertellen hoe ze het voor elkaar kregen, maar ze wisten me ervan te overtuigen dat ik die aanbieding niet kon laten lopen. Een aanbieding speciaal in verband met de Joodse feestdagen.

Inmiddels weet ik beter. Ik weiger iedere hulp in winkels, zoek mijn eigen weg en antwoord standaard met nee op iedere, iedere aanbieding. Want er zijn altijd wel aanbiedingen. Ik doe er niet meer aan mee. En ik ga dus niet meer winkelen op emotioneel minder fijne dagen.

Goed, tegen die verkoopkunsten weet ik me dus te weren. Nu het onderhandelen nog. Sinds kort ben ik voorzitter van de commissie die een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst onderhandelt met de ondernemingsraad van onze school. Enigszins tegen mijn zin overigens. Ik ben van mening dat het schoolbestuur niet de aangewezen entiteit is om te onderhandelen over arbeidsvoorwaarden. De Amerikaanse ambassade wil het echter zo en we zijn nu eenmaal een (Amerikaanse) ambassade school.  Dus zo zij het. Vandaag hadden we de eerste officiële bijeenkomst. Een kennismakingsgesprek. Niet meer dan dat. Er zou niet onderhandeld worden, ook zou er niet gesproken worden over het oud zeer waar de leerkrachten onder gebukt gaan. Mevrouw N, een geweldige gepassioneerde lerares die ook les geeft aan Thomas en Benjamin, kwam als laatste binnen. Met een bakje salade in haar ene hand en een vorkje in de andere. Zuchtend ging ze zitten. Even liet ze haar hoofd in haar handen zakken, waarna ze haar rug rechtte en begon te eten. Op een zeker moment keek ze me aan. Oh Ceciel, you really need to know this. We just never – NEVER – have time for lunch. Or for coffee. We never – NEVER – can take a break. Yes. That’s our life Ceciel. I am so happy that you will help us to make things better. Niet veel later merkte een andere leerkracht op dat de onderhandelingen dit jaar gelukkig soepel zullen verlopen, aangezien de school er financieel uitstekend voor staat. Hij bedoelde dit niet ironisch. Hij was bloody serious, zoals een medebestuurslid achteraf opmerkte.

Ik ben er niet meer gevoelig voor, dit soort verkoop- of onderhandelingsstrategieën. Ik trap er niet in. Het is een groot spel. Een spel waar ik leiding aan mag geven, met aan mijn zijde goede vriend en medebestuurder J. J, diplomaat bij de Amerikaanse ambassade, managet in het dagelijks leven het vredesproces tussen Israël en Palestina. Jawel, ik mag met een heuse vredesonderhandelaar samenwerken. Wat dat zal opleveren, zal de toekomst uitwijzen. Ik heb er vertrouwen in. Conflict resolution draagt onze school hoog in het vaandel. Het staat zelfs in onze missie. Komt goed, zou je zeggen. Tja. Jammer dat het ’t vorig jaar heel erg mis is gelopen, de onderhandelingen voor een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst op onze school. En het vredesproces tussen Israël en Palestina wil ook niet zo vlotten. Maar dat is beslist niet aan J te wijten. Of aan de leerkrachten op onze school. Toch?

PS Voor alle volledigheid: ik ben onder de indruk van de passie waarmee de leerkrachten op onze school hun werk doen en ik ga helemaal voor een win-win situatie waarbij het oud zeer zoveel mogelijk wordt weggenomen – er is nogal wat verkeerd gegaan in het verleden. Mijn beschrijving van lerares N is niet vervelend bedoeld, de leerlingen aanbidden haar en ik kan het erg goed met haar vinden…

Goodbyes are not forever

Ze staan wat onwennig tegenover elkaar. Benjamin kleurt lichtelijk rood en probeert achter Thomas weg te kruipen. Vriendinnetje S uit Rome doet hetzelfde bij haar moeder. De door Benjamin uitgekozen Orio koekjes doen echter wonderen en niet veel later is het ijs gebroken en spelen Thomas en Benjamin een spelletje schaak met S.

S zat bij Benjamin in de klas vorig jaar. Benjamin en deze Italiaanse schone sloten razendsnel vriendschap en na haar vertrek terug naar Rome, stuurden ze elkaar filmpjes. S stuurde Benjamin zelfs een doos chocolaadjes met Pasen. Ze hebben slechts 5 maanden bij elkaar in de klas gezeten – S en haar broer en ouders verhuisden december vorig jaar van Tel Aviv naar Rome – maar blijkbaar herkenden ze iets in elkaar waardoor de vriendschap in stand bleef. Haar moeder zei toen ze S bij ons achterliet: Goodbyes are not forever, this is a good lesson for our children. Ze heeft gelijk. En het is een les die ook ikzelf weer eens bewust in de praktijk mocht brengen tijdens onze kerstvakantie.

Wat is het fijn – opnieuw – te ervaren dat familiebanden en vriendschappen bestand zijn tegen tijd en afstand. Want is dat niet wat werkelijk telt in het leven? Duurzame vriendschappen, intense familiebanden. Het delen van je leven met anderen. Het uitwisselen van ervaringen, inzichten, gevoelens. Onbetaalbaar, de gezichten van onze kinderen bij het weerzien met hun opa’s en oma’s, tantes en ooms, neefjes en nichtje. De jongens die totaal uit hun dak gaan als oom C nog steeds in blijkt te zijn voor een potje stoeien op Schiphol. Te zien hoe Benjamin teder speelt met de tweeling-neefjes. Hoe Thomas de grote neef is voor diezelfde tweeling en hun broertje en zusje. En hoe hij geniet van die rol. Thomas en Benjamin in de armen te zien vallen van mijn moeder, midden op een tochtig station na een lange treinreis. Alle verveling en moeheid was in één klap weg bij het zien van hun oma uit Limburg. Samen met mijn zusje de jongens naar bed brengen na een gezellige avond samen. En hoe vreselijk, vreselijk moeilijk om Benjamin te zien huilen bij het wegrijden uit Putten. Zelfs midden in de nacht in het vliegtuig liepen de tranen weer over zijn wangen. “Ik mis ze zo”, stamelde hij (waarmee hij vooral doelde op zijn tweeling-neefjes), waarna hij zich snel naar het raampje draaide en zich afsloot voor onze vragen en troostende woorden.

Tijdens onze kerstvakantie brachten we een lang weekend door in een geweldig Airbnb appartementje. We hadden een totaal volgeboekt programma en waren aardig uitgeput tegen de tijd dat we Den Haag op maandagmiddag verlieten. Maar… het was het zo ontzettend waard! We hadden speelafspraakjes voor de jongens. Arjen skiede en schaatste met ze op De Uithof en we maakten een dienst mee in De Kloosterkerk. We waren echt even terug in “ons” Den Haag. Zelf heb ik geluncht en geborreld met mijn geweldige vriendinnen. Vriendinnen waarvan ik me weer realiseer dat zij me echt – écht – kennen. Mij kennen op een manier waarop mijn vriendinnen hier in Tel Aviv me waarschijnlijk niet kennen, mogelijk nooit zullen kennen. Vriendinnen waarbij je aan één woord genoeg hebt. Waarmee je kunt lachen en huilen (en dat binnen twee uur). Waarmee je kunt meezingen met een tweekoppige band (die vooral voor ons leek op te treden). Waarmee je kunt praten over onzekerheden, over je zorgen, maar ook over ditjes en datjes. Vriendinnen die ik nu opeens weer heel erg mis, terwijl dat gevoel van missen er voor onze vakantie niet eens zo erg was. Met hen tijd doorbrengen doet me realiseren wat ik hier in Tel Aviv mis. Doet me ook beslissen in welke vriendschappen ik hier meer wil investeren. Of minder. En dat is goed.

Dat afscheid niet voor altijd is – of in ieder geval niet hoeft te zijn – bewees het weerzien met vriendin N en dochters E en A uit Dar es Salaam. Het gekke is dat N en ik slechts zes maanden tegelijk in Dar es Salaam woonden en elkaar daarvoor beslist niet kenden. Die zes maanden bleken echter voldoende voor het leggen van een solide basis, want ook voor ons geldt dat we de draad van onze vriendschap zonder probleem oppakten tijdens een koffie momentje samen in Amersfoort. Bizar wat dat betreft, het expat leven. In gedachten zie ik mezelf weer zitten met N, in razende vaart nemen we het afgelopen jaar door en onze vriendschapen in onze beider expat landen. Onze huwelijken, de ontwikkeling van de kinderen, de gezondheid van onze ouders, het komt allemaal aan bod terwijl onze kinderen hun banden aanhalen. Zes maanden is blijkbaar genoeg. Genoeg voor Benjamin en zijn vriendin S. Genoeg voor vriendin N en ik.

Goodbyes are not forever. Laat ik dat goed in mijn oren knopen en komende zomer opnieuw tijd inruimen voor borrels en lunches met vriendinnen. Voor een middagje winkelen met mijn moeder en mijn zusje. Voor speelafspraakjes van de jongens met hun vriendjes in Den Haag en omstreken. Voor rustige momenten met onze beider ouders. Voor een wandeling met familie, de neefjes en nichtjes achter elkaar aan te zien rennen door het bos. Zodat we allemaal blijven ervaren hoe belangrijk familiebanden en vriendschappen zijn die floreren, ondanks afstand en tijd.

 

 

 

Na de Dar-Dip nu ook de Tel Aviv – Dip…

In Dar es Salaam spraken we van de Dar-Dip, in Tel Aviv hebben we de Tel Aviv dip en ik, ik zit er even diep in. Oef, dat vergde moed, om dat op te schrijven in een weblog die iedereen kan lezen. Het is echter de waarheid en sinds ik er open over heb gepraat met een paar vriendinnen, heb ik ontdekt dat ik niet de enige ben die de dagen aftelt tot de Kerstvakantie. Vrienden die van plan waren hier te blijven met Kerstmis, boeken last minute tickets naar Wenen, Boedapest of Athene of ze stappen een paar dagen voor Kerstmis in de auto en rijden naar Jordanië. Wij hebben het geluk dat ons thuisland, Nederland, slechts 4 uur vliegen hier vandaan is. Dat geluk hebben onze Amerikaanse, Canadese en Australische vrienden niet, voor hen is een korte vakantie “thuis” geen optie. Het gevoel er even uit te moeten, afstand te willen nemen, leeft desalniettemin bij velen.

Waar komt dat gevoel vandaan? Goed, laat me ervoor waken een klaagzang van deze weblog te maken. Maar eerlijk is eerlijk, Israël is enerzijds een geweldig en bijzonder land om te mogen wonen, anderzijds is het ook pittig. Toen ik in Istanboel was met het schoolbestuur en de directie van onze school, beweerde een Amerikaanse diplomaat tijdens een overigens gezellig diner, dat het niet de vraag is óf er een derde intifada komt, maar wanneer. Een Israëlisch mede-bestuurslid deed er een schepje bovenop, volgens hem was de toenemende onrust in Jeruzalem het begin van die derde intifada. Ik werd er helemaal naar van, de afstandelijkheid waarmee gesproken werd over een mogelijke toename van willekeurig geweld waardoor onze veiligheid zou afnemen en onze bewegingsvrijheid aanmerkelijk zou worden ingeperkt. Even los van de vraag of er een derde intifada komt, het is gewoon onrustig in Israël. Iedereen roept wel dat het leven in Tel Aviv zo heerlijk is, zo ver van alle onrust verwijderd – dat is overigens waar – maar ik merk ondertussen ook dat het wel iets met me doet. Die voortdurende stroom van nieuws, de sms-jes over terroristische aanslagen die ternauwernood zijn voorkomen, die achteraf gezien niet hebben plaatsgevonden of die wel degelijk slachtoffers hebben veroorzaakt, ze raken me en maken me onrustig. Ze vinden over het algemeen niet plaats in Tel Aviv, die aanslagen, maar we hebben vrienden in Jeruzalem, gaan er naar de kerk en uiteindelijk leven we wel in Israël.

Het is overigens niet alleen de instabiele politieke situatie in Israël waar ik persoonlijk graag even afstand van zou willen hebben. Ik zou er ook verstandig aan doen de Nederlandse berichtgeving over Israël wat minder aandachtig te volgen. Ik ben kritisch over politieke beslissingen die in Israël genomen worden, begrijp vele acties niet en kan af en toe versteld staan van uitspraken van politici. Maar de vaak ongezouten meningen die sommige Nederlanders menen te moeten uiten in de media, zijn minstens zo erg. Bizarre verwijzingen naar de Tweede Wereldoorlog en voor mij totaal onbegrijpelijke antisemitische uitspraken doen me veel meer sinds ik hier woon.

Tja, en dan is daar de eeuwige worsteling – voor mij althans – tussen dankbaar zijn voor het bijzondere leven dat we leiden en mijn frustratie over het niet kunnen continueren van mijn carrière. Ik dacht daar alleen in te staan, heb hier weinig vriendinnen die werken of die een baan of consultancy opdracht ambiëren. Tot ik recent twee nieuwe vriendinnen aan mijn kring mocht toevoegen die beiden wel ambities hebben én een bijbehorende baan. Zij zijn in hun gezin de uitgezonden partner. Vriendin D is jurist bij een farmaceutisch bedrijf en vriendin S is plaatsvervangend ambassadeur. Gesprekken met hen inspireren me en hebben me bewust gemaakt van een andere belangrijke oorzaak van mijn huidige Tel Aviv Dip. Ik wil werken. Op mijn eigen vakgebied. Ik durf het nu eindelijk weer hardop te zeggen. Ik-wil-meer. Mijn bestuurswerk voor school is niet bevredigend genoeg, ik wil een werkkring, collega’s om mee te sparren, ik wil me vakinhoudelijk ontwikkelen, mijn kennis op pijl houden.

Klinkt het raar, dat ik dat nu pas hardop durf te zeggen? Probeer je eens voor te stellen dat je vriendenkring louter bestaat uit vrouwen die niet werken. Zij bevinden zich allen in een wankel evenwicht tussen vrede hebben met hun bestaan en frustratie om wat ze achter hebben moeten laten in hun thuisland, omwille van de carrière van hun echtgenoot. Uitspreken dat dat voor jou niet meer voldoende is, zoals ik nu doe, kan dan heel vervelend overkomen. Of als bedreigend worden ervaren. Voordat wij naar Tanzania verhuisden, was ik me daar nog helemaal niet van bewust. Toen ik voor ons vertrek aan een diplomatiek partner vroeg wat haar ervaringen waren ten aanzien van het vinden van werk in Dar es Salaam, leverde me dat achter mijn rug om een berg nare roddels op. Wie dacht ik wel dat ik was? Ik vond mezelf zeker te goed om me toe te leggen op de zorg voor mijn gezin… De dame in kwestie was gelukkig vertrokken tegen de tijd dat wij aankwamen in Dar en ik geloof niet dat haar kwaadsprekerij mijn start daar heeft bemoeilijkt. Maar het is illustratief voor dat wankele evenwicht waarin ik me bevind als diplomatiek partner. Een wankel evenwicht waarover ik heb besloten me er niet langer bij neer te leggen. 2015 wordt voor mij het jaar waarin ik op zoek ga naar adviesopdrachten in Israël. Ik wil weer aan de slag met mijn kennis van human resource management en compensation en benefits. Dus… mocht je iemand in je netwerk hebben waar ik zeker kennis mee moet maken om dit te verwezenlijken? Laat het me weten!

Enne… Nederland, we komen er bijna aan!

Wonen wij te lang in Tel Aviv?

Vriendin R wees me er afgelopen week fijntjes op dat ik inmiddels rijd als een Israëliër: ze had een stukje achter me gereden op weg naar de busstop en het was haar opgevallen dat ik niet één keer mijn richtingaanwijzers had gebruikt. We lachten er met z’n allen hartelijk om en er was herkenning alom, we lijken allemaal wat af te zakken in ons verkeersgedrag. Maar om eerlijk te zijn, trots ben ik er niet op. Goed dat R me erop wees, want dat soort verkeersgedrag kan ik niet echt waarderen in een ander. Bovendien rijd ik over een paar weken weer rond in Nederland. Het zou toch fijn zijn als dat zonder kleerscheuren en boetes gepaard kan gaan…

Dit voorval riep bij mij de algemene vraag op of we na ruim een jaar Israël misschien wat al te veel “verisraeliesd” zijn (ik weet het, dat is geen goed Nederlands!). De jongens bijvoorbeeld, uiten te pas en te onpas hun trots op de Israeli Defence Forces (IDF). “De IDF is echt het allerbeste leger van de hele wereld!” en “Als ik groot ben, ga ik bij de IDF om Israël te verdedigen”. Gelukkig hoor ik ook andere toekomstwensen, zoals net als papa diplomaat worden of – Benjamins grote wens – bergbeklimmer worden. Maar die IDF, dat is wel een dingetje hoor. Net als de Amerikaanse Air Force. De vader van twee vriendjes is hier gepost vanwege zijn positie bij de Air Force en ja, dat prikkelt de fantasie van onze jongens bijzonder. Ik vermoed dat ook jongens die in Nederland wonen af en toe door zo’n fase gaan, maar leven in een land dat voortdurend in conflict is met andere landen en waar militairen op straat en gevechtshelikopters in de lucht heel normaal is, ja, dat doet wel iets met de geest van een kind. Ik kan niet zeggen dat ik er blij mee ben. Anderzijds, ik merk dat het mij steeds minder opvalt. Die jonge meisjes in hun groene uniform voor me in de rij bij de kassa, hun mitrailleur over hun schouder als een damestasje. Het hoort er hier bij.

Op Facebook circuleert momenteel een artikel met als titel “20 signs you have been in Tel Aviv too long” (http://bubbleperspectives.wordpress.com/2014/11/03/20-signs-youve-been-in-tel-aviv-too-long). Gretig las ik het door om het vervolgens voor te lezen aan mijn ouders – zij waren bij ons op bezoek afgelopen week. Ja, er was herkenning. En nee, ik denk niet dat we hier te lang zijn :). Maar waakzaamheid is geboden. Mijn assertiviteit ten opzichte van onvriendelijk winkelpersoneel is erg gegroeid en dat is eigenlijk erg on-Ceciels om nog maar wat slecht Nederlands er tegenaan te gooien. Ik wil jullie de genoemde “20 signs” niet onthouden, ze zijn vermakelijk en geven een aardig beeld van onze huidige leefomgeving!

1. You use the word Yalla for every occasion

Nou nee, noch Arjen, noch ik gebruiken dat woord. Het woord balagan gebruik ik dan weer wel steeds vaker (vrij vertaald betekent dat chaos)…

2. You always show up to a party at least 30 minutes or an hour late

Wij zijn nog steeds aardig op tijd voor afspraken, maar moeten dan regelmatig constateren dat dit alleen voor ons geldt… Naar recepties gaan we inderdaad steeds later…

3. Anything more then 5 minutes travelling is far

Dit is voor onszelf helemaal niet herkenbaar, maar we merken dat dit voor velen om ons heen geldt. Israël is een klein land. Voor ons, gewend aan naar Frankrijk rijden voor een weekje skiën of kamperen, zijn de afstanden hier erg klein en we gaan er graag op uit met de jongens!

4. You know where the nearest bomb shelter is located

Helaas wel ja. En de kinderen kennen de drills, zowel voor raketaanvallen op school, onderweg of thuis als voor het betreden van het schoolterrein door bewapende slechterikken. 

5. You have a dog

Wie ons een beetje kent weet dat hier slechts één reactie de juiste is: NOOIT!

6. You drink only Goldstar

Tot mijn schaamte moet ik mijn oud-Heineken collega’s bekennen dat Goldstar inderdaad vaak favoriet is buitenshuis. Thuis wordt echter uitsluitend Heineken geschonken. 

7. You know how to get drunk in the city without spending too much money

Dit is denk ik meer iets voor een andere generatie. Alhoewel, de maandelijkse mannen-borrel die Arjen organiseert, vindt plaats tijdens het happy hour van de plaatselijke pub :). 

8. You spend a big percentage of your salary on weddings

We hebben jammer genoeg nog geen Joods huwelijk mogen meemaken of een Bar / Bat Mitzwa. Lijkt me bijzonder!

9. You know how to exit Dizengoff center through the same door you entered

Was het maar zo! Wat een doolhof!

10. You know Jewish holidays = “They tried to kill us. We survived. Now let’s eat”

Precies! En we doen er graag aan mee! De jongens kunnen de verhalen achter de Joodse feestdagen inmiddels aardig vertellen. Bijzonder!

11. Soldiers carrying weapons no longer catches your attention

Zoals gezegd, dat klopt wel aardig inmiddels.

12. You believe flipflops go with everything

Persoonlijk draag ik ze niet, maar het klopt, flip flops zijn hier beslist Het Schoeisel. Hoewel, zodra er een spatje regen is gevallen, worden de laarzen uit de kast getrokken. Of het nu warm is of koud. Zie nummer 16.

13. You know the names of all the beaches and which one to go to

Ja, ja, ja! Heel belangrijk! Vorig jaar hadden we met vrienden afgesproken bij Yam beach. We kenden de namen van de stranden nog niet goed en dachten dat het om het strand bij restaurant Yam 7 ging. Not. Het was het strand bij Nof Yam (ruim een kilometer verderop). Heel belangrijk dus als je een sociaal leven op het strand wilt hebben!

14. You are no longer affected by rudeness

Ik denk dat ik hier nooit echt aan zal wennen, maar merk een toenemende mate van assertiviteit bij mezelf die wel helpt om ermee om te gaan. Zo fijn dat dat in Nederland niet of nauwelijks nodig is…

15. 5 minutes of rain means that winter is here and we need to make soup

We blijven wel Nederlands hoor, een spatje regen is voor ons heel normaal. We gaan rustig naar het strand bij zware bewolking. De kinderen echter, blijken er steeds duidelijker anders over te denken. Regen is voor hen tamelijk uitzonderlijk. In Israël kunnen maanden voorbij gaan zonder regen…

16. You know to bring a sweater with you to the cinema during boiling hot summer days

Ik heb altijd een omslagdoek in mijn tas! Ook in shopping malls. Of bij meetings op school. Airconditioners staan meestal op  een temperatuur ingesteld 7 graden kouder dan buiten…

17.  You do most of your shopping from home

Nee. Want ik lees en schrijf geen Ivriet en alle formulieren voor shopping via internet zijn in Ivriet… Maar er zijn supermarkten die ik inmiddels vermijd omdat het er zo overvol is met jongens en meisjes die kratten vullen met boodschappen die afgeleverd moeten worden en dat is met name bij de kassa erg ingewikkeld…

18. You know how to make a kombina

Dit zegt me eigenlijk niets. Maar dat Israëliërs op zoek zijn naar een goede deal, ja, dat is wel bekend…

19. You order Café Hafuch instead of Cappuccino

Natuurlijk! Café Hafuch Kadol (een grote cappuccino). Dat is dan ook een van de weinige dingen die ik in het Ivriet kan zeggen zonder me ongemakkelijk te voelen :).

20. You experience withdrawal sympthoms if stranded without Hummus

JA!!! Afgelopen zomer hebben we zelfs tijdens onze vakantie in Nederland hummus gekocht bij Albert Heijn. We konden niet zonder! Zelfs Thomas heeft inmiddels een mening over de smaak van hummus (de ene is de andere niet!).