“Nothing happens until you move”

12800304_476340945887839_3090986439364070723_n

Op een dag werd ik wakker en realiseerde me dat ik zin had in de dag die voor me lag.

Vanzelfsprekend? Ik hoop voor velen! Voor mij was het dat lange tijd niet. Ondanks die geweldige man waarnaast ik wakker werd en ondanks mijn lieve schatten die naast ons bed stonden, vol verwachting voor de dag die voor hen lag. Er was een moment waarop ik dacht dat het nooit meer echt beter zou worden, dat de zon die buiten zo uitbundig scheen, mijn hart niet meer zou kunnen bereiken zoals dat eerder het geval was.

Gelukkig heb ik ervoor gekozen in beweging te komen. Letterlijk en figuurlijk. Hoe wonderlijk is het de bijzondere verbinding tussen lichaam en geest te ervaren. Want dat die verbinding er is en dat de wisselwerking tussen beide krachtig is, heb ik in de afgelopen weken en maanden heel bewust gevoeld. Terwijl ik met negatieve gedachten vocht – of eigenlijk ze de ruimte gaf er te zijn – was ik moe. Zo afschuwelijk moe. Daar kon geen slaap tegenop. Slaap die bovendien niet helemaal lekker liep, om het maar zo te zeggen. Ik werd te vroeg wakker, piekerde wat af in bed. Maar zelfs na een goede nachtrust was ik moe. Pas nu ik niet meer moe ben en zelfs een minder goede nacht me niet direct vloert, realiseer ik me dat die moeheid voortkwam uit de zichzelf herhalende negatieve gedachten en het gevoel van eenzaamheid waarmee ik worstelde. Dat dit alles zichzelf in stand hield bovendien door, noch letterlijk, noch figuurlijk te bewegen.

Hoewel ik er nog niet ben, kan ik zeggen dat ik een heel eind ben opgeschoten vanaf dat moment dat ik besloot in beweging te komen. De gesprekken met een geweldige psycholoog vormden aanleiding tot de nodige zelfreflectie en nieuwe inzichten in wie ik ben, wat me drijft en wat mijn energie vreet. Gesprekken met Arjen die daarop volgden, maakten alles nog veel inzichtelijker. Hoe verbindend dat werkt, het is ongelooflijk. Een innerlijk proces, gedeeld met een paar dierbaren, het was en is een stevige wandeling door mijn hoofd en door mijn hart, met de nodige valkuilen waar ik zo af en toe keihard in donder. Maar het lukt steeds beter er weer uit te klimmen zonder uren of dagen te blijven hangen in nare gedachtes over mezelf en de wereld om me heen.

Maar wat echt enorm heeft geholpen, is het letterlijk in beweging komen. Voor iemand als ik die helaas niet veel met sport heeft, is dat niet gemakkelijk. Maar dat bewegen gezond is, voor lichaam en geest, dat wist ik wel. Nou ja, diep van binnen dan, het was een beetje weggezakt. Maar ik ben gaan bewegen. Wandelend wel te verstaan. Wandelend langs de zee, met vriendinnen maar vaak alleen. Terwijl ik door het zand ploegde, wandelde ik door herinneringen en gevoelens en zo heb ik inmiddels een heel eind afgelegd.

De wind in mijn haren, schelpen oprapend in de vloedlijn, af en toe natte voeten krijgend van onverwachts verreikende golven, het werkt. Het werkt echt.

Nu sta ik voor een nieuwe uitdaging. Ik wil en moet blíjven bewegen, mijn vrijwel dagelijkse strandwandelingen blijven maken. Maar wat merk ik? Nu ik beter in mijn vel zit, loopt mijn agenda weer vol. Dagelijkse meetings op school,  het afronden van het nieuwe bestuursbeleid – inclusief waanzinnig professionele website voor ouders en school staf – het werven van nieuwe bestuursleden, het schrijven van mijn boek, het loopt weer allemaal. En ik, ik vergeet te lopen.

Dus zeg ik vandaag weer tegen mezelf: nothing happens until you move! 

Wie loopt er mee?

 

 

Wat een steun! Dank!

Barstende hoofdpijn had ik. Alsof mijn hersenen mijn schedel wilden verlaten. Ik denk dat ik wel een uur naar het scherm zat te kijken na het publiceren van mijn vorige blog. Depressief zijn, er rust nog steeds een taboe op. Bij mij dus ook want ik heb nog urenlang overwogen de blog te verwijderen, de linkjes op Facebook weg te halen. Wat als een toekomstig werkgever of opdrachtgever dit over me leest? Wat als mensen het niet begrijpen? Me een slappeling vinden? Of niet begrijpen dat ik dit zo nodig aan de grote klok moet hangen? Wat als? Als maar niet …

Maar toen kwamen de reacties binnenstromen. Reacties van herkenning, vragen over hoe en waar ik hulp had gevonden. Suggesties van methoden die ik zou kunnen uitproberen om me beter te voelen. Meditatie (dank Paul!), Mindfulness, wandelen met Jawbone als externe motivator. Wat fijn, al die mensen die meedenken en meeleven. Ik zie ook dat mijn blog anderen heeft geholpen bij het nadenken over hoe met die nare gevoelens van eenzaamheid en leegte om te gaan. Vaak helpt het te weten dat je niet alleen staat met die gevoelens. Dat het helemaal niet raar is. En dat er oplossingen zijn te vinden in de wereld om je heen en op het worldwide web. Hoe ontluisterend dat er zoveel andere expat partners zijn die worstelen met hun nieuwe rol in het leven in het buitenland. Die worstelen met de cultuur waar hun partner in is opgegroeid en waar zij nu ook in leven. Maar ook vriendinnen in Nederland die het zwaar hebben door de uitdagingen van alledag, het combineren van werk met zorg.

Een paar reacties die ik per mail ontving na mijn blog, bevestigden overigens ook dat er nog steeds een taboe heerst op het onderwerp depressiviteit. Van één mail werd ik zo verdrietig dat ik ‘m direct heb gedelete en heb besloten er niet op te reageren. Laat maar zitten. Als iemand echt meent me aan te moeten spreken op het feit dat ik ‘niet dankbaar’ ben voor onze welvaart, voor onze gezonde en happy kinderen, voor mijn geweldige partner, dan heeft die persoon echt niet begrepen wie ik ben en hoeveel moeite het me heeft gekost onder ogen te zien dat het niet goed met me gaat. Ook het uitblijven van reacties van bepaalde mensen was veelzeggend.

Maar… Ik ben zo ontzettend opgelucht dat ik niet langer het gevoel heb alleen de mooie kant van mijn leven in Israel aan de buitenwereld te moeten laten zien. Dat ik kwetsbaar mag zijn. Want in die kwetsbaarheid blijkt een enorme kans te liggen. Een kans vooral om mezelf beter te leren kennen, te begrijpen wat het precies is dat me drijft, wat ik mis, wat ik nodig heb en misschien nog wel het meest van alles wat ik moet leren om steviger in mijn schoenen te staan. Eelt op mijn ziel te krijgen, zoals mijn psycholoog het noemde. En weer met liefde en trots naar mezelf te leren kijken, zorgen van me af te laten glijden.

De grote uitdaging is nu de lichtpuntjes te zien en te benoemen. Klinkt zo voor de hand liggend, logisch etc etc. Dat je het glas als halfvol kunt beschouwen en niet als half leeg. Helaas is dat  niet altijd gemakkelijk als je depressief bent. Maar het is precies wat ik nu probeer te doen. De positieve momenten benoemen en beschrijven. En hier is een hele fijne! Wat was ik trots toen mijn manuscriptbegeleider na lezing van de synopsis van mijn boek en het eerste deel ervan, zich direct meegenomen voelde naar Tanzania, naar het leven van een expat-partner. Precies wat ik beoog met mijn boek in wording. En ondanks mijn huidige state of mind waarin veel niet lukt, lukt dat me dus wel. Schrijven. Schrijven aan mijn boek, schrijven over hoe ik me voel. En dat is een dikke plus waar ik blij mee ben. En ja, het lukt me ook om te genieten van ons gezin.

Het komt dus wel goed met mij…

Last but not least… Heel veel dank aan allen die hun steun hebben betuigd na het lezen van mijn blog. Jullie hebben geen idee hoeveel kracht dat heeft gegeven. En voor mijn vriendinnen hier in Israel die deze blog met Google Translate lezen: Thank you! You are wonderful and dedicated friends!

En het komt goed. One step at a time.

Depressief. In den vreemde

8% van de Nederlanders van twaalf jaar en ouder was depressief in 2014 en vrouwen zijn vaker depressief dan mannen. Dat las ik vandaag op NU.NL. Ook andere Nederlandse nieuwssites berichten over depressiviteit en vandaag vindt in Amsterdam het eerste heuse Depressiegala plaats want: “Het taboe op psychische klachten en dus ook op depressie is nog altijd enorm groot. Hierdoor hebben mensen twee grote problemen: de depressie en het feit dat het moeilijk is om er voor uit te komen, waardoor ze zich onbegrepen en eenzaam voelen.”

Laat ik een bijdrage leveren aan het doorbreken van dat taboe. Ik ben depressief. Ja. Ook expat vrouwen worden depressief. En ook hier is het een taboe.

Want: life is amaaaaazing en how great to see you, you look so pretty today!

De ellende is dat in expat-land, vriendschappen vaak wat oppervlakkig blijven. Geen wonder dat het na het weekend blijft bij het uitwisselen van complimentjes over nieuwe jurkjes en goed aangebrachte make-up (nee, ik maak geen grapje). Het meest persoonlijke dat nogal eens wordt besproken is dat men uitgeput is na het zoveelste bezoek van familie of vrienden van thuis en dat men toe is aan een bezoek aan thuisland x, y of z. Een enkeling waagt het zich kwetsbaar op te stellen over de ontwikkeling van de kinderen, maar dan heb je het wel gehad.

Ik hoop dat dat in Nederland anders is. We zijn echter al een tijd weg en ik merk dat het niet meer zo gemakkelijk is om aan vriendinnen uit mijn pré-expat-bestaan te vertellen dat het even niet zo lekker loopt hier. Daarbij, van een afstand lijkt mijn leven misschien wel super relaxed, easy-peasy-lemonsqueezie en zo. Mooi huis, meestal zon, een prachtig strand als achtertuin, voldoende inkomen om leuke vakanties te vieren en weekendjes weg te gaan en ik ‘hoef’ niet te werken, sterker nog, ik heb geen baan en verdrink in een zee van vrije tijd (mensen die me echt kennen weten dat dat laatste niet echt bijdraagt aan mijn levensgeluk).

En dat klopt. Mijn, ons, leven is zo slecht nog niet.

Het klopt allemaal.

Maar….

Maar toch ben ik depressief. Ik ben vaak verdrietig, ik voel me vaak alleen. Ik vind het moeilijk mezelf in beweging te krijgen. Vooral op maandag, na een fijn weekend met Arjen en de jongens. Dan strekt de leegte zich voor me uit.

Oké. Ik ben depressief en dat wil ik niet zijn. Wie wil dat wel? Maar, hoe kom je er vanaf? Mijn huisarts hier was tamelijk rechtdoorzee: aan de antidepressiva. Praten? Psycholoog? Mwah. Nee. Hij zag dat niet zitten. Sowieso, de meeste psychologen hier zijn volgens hem gericht op Holocaust gerelateerde psychische problemen en angststoornissen als gevolg van het conflict. Bovendien, praten over gevoelens in het Engels? Dat is toch anders dan een professionele discussie voeren of kletsen met een vriendin. Dat ging ‘m niet worden. Antidepressiva nemen zonder me daar goed in te hebben verdiept, zag ik ook niet zitten.

Good old Google en mijn online vriendinnengroep all around the world brachten uitkomst. Wat blijkt? Nederland loopt voorop in de ontwikkeling van e-therapy. Na wat informatie te hebben opgevraagd hier en daar en een oriënterend gesprek, vond ik een goede Nederlandse psycholoog die zelf als expat-partner in den vreemde vertoeft. Al snel tijdens het eerste gesprek, verdween het aanvankelijk ongemakkelijke gevoel van het Skypend praten over lief en -voornamelijk – leed. Voor ik het wist vertelde ik met tranen in mijn ogen over de gevoelens van eenzaamheid die me vaak bekruipen, over mijn schuldgevoelens als ik een dag niets heb uitgevoerd terwijl er zoveel werk op me wacht.

Inmiddels is er een diagnose gesteld. Heel erg is het niet met me gesteld, ik blijk nog aardig goed over mezelf te kunnen nadenken, weet wat ik moet doen om mezelf in beweging te brengen. Ik weet nog een zekere structuur aan te brengen in mijn dagen en tegen de tijd dat de diagnose gesteld was, had ik al volop afspraken met vriendinnen gemaakt voor lange strandwandelingen en kopjes thee en had ik alweer een paar hoofdstukken van mijn boek op papier.

Het diepste punt heb ik dus achter me gelaten en door gesprekken te voeren met de psycholoog en door schrijfopdrachten uit te voeren in een online behandelomgeving, krijg ik meer zicht op mijn zelfbeeld, de lat die ik consequent te hoog leg en hoe ik beter mijn grenzen kan herkennen, bewaken en communiceren. Daar blijk ik nogal slecht in te zijn waardoor ik veel te gemakkelijk in de rol van helper stap, dingen op me nemend waar ik eigenlijk vooral energie op verlies in plaats dat ik er energie van krijg.

Herkenbaar? Voor velen ongetwijfeld, althans in zekere mate. Ik heb in ieder geval mogen ervaren dat door mijn huidige gevoelens te delen met vriendinnen hier in Israel, ik erachter ben gekomen dat ik niet de enige ben. Bij lange na niet. Wat me schokte, was dat vriendinnen waarvan ik dacht dat we een aardig persoonlijk contact hadden dat absoluut dieper ging dan de Amaaaazing uitspraken, worstelen met gelijksoortige problemen. Met één verschil. Zij hebben geen hulp gevonden in Israel en modderen door met of zonder antidepressiva, extra glazen wijn, dozen bonbons, dagelijks een uur hardlopen of andere middelen die de zielenpijn – al dan niet tijdelijk – verzachten.

Ik heb weer wat meer vertrouwen in de toekomst en ik voel me – juist door het delen van mijn gevoelens – weer meer en beter verbonden met een aantal fijne mensen hier. En niet in de laatste plaats met mijn geliefde man, die me door en door kent en naast me is komen staan om dit samen het hoofd te bieden.

Voor degenen die in stilte lijden onder depressieve gevoelens: deel je gevoelens met anderen en zoek hulp. Het heeft zin. Echt.

 

 

 

 

 

 

Leven in een vreemde realiteit

Wat hebben we het weer heerlijk gehad tijdens het bezoek van mijn ouders aan ons. Hun vijfde bezoek aan Israël al sinds we hier zijn komen wonen. Tien dagen lang konden de jongens opa-en-oma-liefde bijtanken en mijn ouders genoten optimaal van hun kleinkinderen. Gezellig samen eten, een uitstapje naar Yaffo, een ochtend in Zichron Ya’acov, naar de kerk in Jeruzalem en een bezoek aan een prachtig natuurgebied met de meest indrukwekkende grotten. Samen met de LEGO kunstwerken bouwen, helpen bij het huiswerk maken, als ik mijn ouders zo met Thomas en Benjamin zie, voel ik me schuldig. Dat onze kinderen dat heerlijke contact met hun opa’s en oma’s moeten missen een groot deel van het jaar en dat diezelfde opa’s en oma’s hun kleinkinderen zo weinig zien. Daar staat tegenover dat de momenten die we samen hebben, enorm intens zijn. Alsof we dan allemaal inhalen wat we in de weken en maanden ervoor hebben moeten missen.

Voor hun vertrek naar Israël, vroegen mensen uit de omgeving van mijn ouders hen of het wel verstandig was om nu naar Israël te gaan.  Niet veilig, toch? Voor je het weet word je neergestoken. Of er worden stenen naar je auto gegooid. Mijn ouders zijn gelukkig kritische nieuwsvolgers en vertrouwen volledig op onze inschatting ten aanzien van wat veilig is en wat niet. We werden tijdens hun bezoek wel geconfronteerd met een terroristische aanslag in een synagoge dichtbij Yaffo waar wij op dat moment aan het genieten waren van de mooie plekjes daar. Dat was best even heftig en schrikken, vooral omdat de routeplanner die ik gebruikte op de weg naar huis, ons regelrecht naar de plek des onheils stuurde waardoor we getuige waren van de chaos en de enorme hoeveelheid aan politieauto’s en ambulances ter plaatse.

Het is vreemd. Hoewel zoiets op dat moment enorm veel indruk maakt en mijn hart even hoog in mijn keel klopte, het zakt ook snel weer weg, dat gevoel van dreiging. Niet alleen bij mij, maar ook bij mijn ouders. Mijn vader bleef heel rustig toen we vastzaten in het verkeer omringd door een kakofonie van sirenes. Met mijn telefoon (routeplanner) in zijn hand, dirigeerde hij me heel rustig uit de drukte weg, richting een route langs de zee, ver van de ellende vandaan. Thuis zag ik dat ik allerlei lieve berichtjes had gekregen van vriendinnen met de vraag of we veilig waren. Met de snelle informatievoorziening in Israël, weet iedereen zo ongeveer in realtime wat waar gebeurt.

En dat is goed, maar soms ook onrustig. Gisteravond was er bijvoorbeeld een raketaanval vanuit Gaza op het zuiden van het land. Wij wonen relatief noordelijk, raketten uit Gaza zijn niet primair op dit gebied gericht. Dat gebeurt eigenlijk alleen in een escalerende oorlogssituatie. Maar door de sms-jes die prompt verstuurd worden en de push berichten van de Haaretz (de krant die we lezen), zijn we er toch direct van op de hoogte. Je raakt eraan gewend. Is dat niet vreemd?

Er is wel een filter op die nieuwsfeeds. Dat realiseer ik me als ik praat met de vrouw van Arjens collega die in Ramallah werkt. Zij wonen in Jeruzalem en de incidenten die daar vrijwel dagelijks plaatsvinden, daar weet ik nog niet de helft van. Pittig. Ik kan me nauwelijks een voorstelling maken van hoe het is om in die spanning te leven. Zelfs voor expats daar is die spanning er. Zien hoe soldaten hun hand op hun wapen leggen bij het zien van iemand die ze er suspect uit vinden zien. Akelig. Zelfs als het moment voorbij gaat zonder incident, is dat bedreigend.

En toch gaan we allemaal door met ons leven en voelen we ons eigenlijk gewoon veilig. Hier waar wij wonen, in de expat bubble Herzlyia Pituach, is weinig tot niets te merken van spanningen. Alleen ’s ochtends bij de schoolbus zijn veranderingen merkbaar in tijden waarin de ene aanslag op de andere volgt. Bewakers controleren de schoolbus voordat de kinderen erin mogen en de bus wordt gevolgd tot hij de snelweg op draait. En de bodyguards van dat ene rijke gezin, zijn iets zichtbaarder aanwezig dan anders.

Door de manier waarop Israël in het nieuws komt, ligt het toerisme zo goed als op z’n gat. Hoe verdrietig! Hotels met lege kamers, lege terrassen en verlaten restaurants bij toeristische trekpleisters, vrijwel verlaten straatjes in de oude stad van Jeruzalem waar veel winkeltjes hun deuren nog maar beperkt openen. Ons favoriete hostel in de Golan zou de deuren sluiten gedurende de wintermaanden. Vrijwel geen gasten, de kosten om het hostel open te houden werden te hoog. Uiteindelijk hebben ze besloten de boel draaiend te houden, maar dat kan alleen als de eigenaren hun intrek nemen in een paar gastenkamers en hun reguliere huisvesting verlaten.  Triest.

Komende vrijdag hopen we een bezoek te brengen aan Nazareth met goede vrienden. De kinderen hebben maar een paar uur school op deze laatste schooldag voor de wintervakantie. Graag willen we een echte kerstboom zien en kerstsfeer proeven, met Joodse vrienden die zelf geen Kerst vieren maar het leuk vinden dit met ons te beleven. Ik heb het gevoel dat het weer kan en ik weet dat de ondernemers in Nazareth ernstig verlegen zitten om klanten en gezelligheid.

Met dit alles in gedachten is het werkelijk geweldig dat we een paar weken geleden werden verrast met een telefoontje uit Nederland. Wat zouden jullie ervan vinden als we in de Kerstvakantie naar jullie toe komen? Wat we daarvan zouden vinden? Het gejuich van de jongens sprak boekdelen. We zien er dus enorm naar uit onze vrienden (met drie kinderen dus dat wordt een heerlijke dolle boel!) zaterdag op te halen op het vliegveld. En dan te bedenken dat dit gloednieuwe vrienden zijn! Een vreselijk leuk en gezellig gezin dat we afgelopen zomer hebben leren kennen aan het Lac du Sautet in Corps.

We hebben er zin in! Onze eerste Kerstmis in Israël. We zullen onze familie en vrienden in Nederland missen, maar zullen er ook van genieten de geboorte van Jezus te vieren in het land waar Hij geboren werd en stierf.

Merry Christmas!

 

Ode aan mijn virtuele vriendinnen

Het lijkt niet samen te kunnen gaan, de termen virtueel en vriendschap. Virtueel heeft  vele betekenissen, één daarvan is “Iets wat niet echt is, maar wel echt lijkt of wat slechts denkbeeldig is”. Je zou kunnen zeggen dat een virtuele vriendschap niet echt kan zijn. Maar ik heb ze, een stel fijne virtuele vriendinnen. Nee, ik heb ze nooit gezien. Niet face to face althans. En toch ontmoet ik ze regelmatig. Soms uitgebreid, soms heel kort. Wat we met elkaar gemeen hebben is dat het leven ons buiten Nederland heeft gebracht en dat we moeder zijn. Sommigen hebben een buitenlandse partner gehuwd en hebben daarom het vertrouwde Nederland verlaten voor een woonplaats in een ver of minder ver buitenland. Sommigen, zoals ik, hebben Nederland tijdelijk verlaten voor het werk van hun geliefde of voor hun eigen baan of bedrijf. We hebben elkaar ontdekt doordat een Nederlandse moeder in Berlijn het tijd vond dat Nederlandse moeders in het buitenland met elkaar verbonden zouden raken zodat ze ervaringen kunnen uitwisselen, elkaar mentaal kunnen steunen in moeilijke tijden.

Hoe waardevol is dit netwerk inmiddels gebleken. Niet alleen voor mij, maar voor vele anderen wereldwijd. De online gesprekken gaan van praktisch tot emotioneel. Hoe maak je bijvoorbeeld typisch Nederlandse producten die je in Nederland kant en klaar kunt kopen? Ik noem maar iets: kroketten, speculaas en kruidnootjes, filet Americain, krentenbollen, rijstevlaai of vanillevla… En wat doe je als je moeder op sterven ligt en je weet je even geen raad omdat je ver weg woont, je kinderen gewoon naar school moeten en je man een drukke baan heeft. Wat doe je als je twee- of meertalige kinderen worstelen met die meertaligheid en de school weet zich geen raad? Hoe vier je Sinterklaas buiten Nederland? Hoe houd je de Nederlandse identiteit levend bij jezelf en bij je kinderen? Of vind je dat niet belangrijk? Hoe leren je kinderen Nederlands? En als je kind nooit meer verjaardagskaarten krijgt doordat opa’s en oma’s het te druk hebben met hun kleinkinderen in Nederland? Inmiddels sturen deze wereldvrouwen verjaardagskaarten naar de kinderen van hun virtuele vriendinnen verspreid over de wereld en er zijn zelfs lootjes getrokken door sommigen, waarna afgelopen zaterdag op vele plekken op de wereld pakjes werden geopend die verstuurd waren door, ja, virtuele vriendinnen verspreid over de wereld.

Inmiddels hebben er life ontmoetingen plaatsgevonden tussen vrouwen die erachter kwamen dat ze hartstikke dicht bij elkaar in de buurt wonen. Real life vriendschappen zijn ontstaan. En wat is dat fijn, een Nederlandse vriendin. Echt, geen kwaad woord over mijn geweldige Amerikaanse, Zwitserse en Israëlische vriendinnen. Ze zijn me intens dierbaar en ik hoop dat een deel van de vriendschappen duurzaam zal blijken. Maar af en toe in je moedertaal praten over het leven in een land dat uiteindelijk nooit helemaal het jouwe zal worden is heerlijk. Zo heb ik Suzanne ontmoet via de groep Nederlandse moeders in het buitenland. Ze woont in Israël met haar Israëlische man en hun drie kinderen, ze schrijft net als ik, heeft haar super baan in Nederland aan de wilgen moeten hangen om hier een bestaan op te bouwen en heeft, net als ik, af en toe enorm heimwee naar Nederland. Geweldig dat we elkaar via Facebook hebben ontdekt en elkaar nu vriendin kunnen noemen.

Terwijl de originele (besloten) Facebook groep groeit, ontstaan er jammer genoeg ook vervelende discussies. Onderwerpen die politiek of religieus zijn, leiden nogal eens tot verhitte discussies. De situatie hier in Israël is zo’n onderwerp dat helaas niet zonder emoties kan worden besproken. Dat maakt me wel eens verdrietig en ik merk dat ik me dan ook liever niet meng in dat soort gesprekken. Angst voor terroristische aanslagen zou moeten kunnen worden gedeeld zonder er een discussie over het conflict tussen Israël en Palestina van te maken. Gesprekken over Sinterklaas en (zwarte?) Piet lopen ook nogal eens uit de hand net als discussies over borstvoeding. De vier moderators hebben er soms hun handen vol aan. Ode aan hun doorzettingsvermogen, zij krijgen soms de wind van voren omdat ze bepaalde gesprekken in de kiem smoren.

Inmiddels zit ik in een klein, besloten groepje waarmee ik niet alleen aan de lijn doe, maar waarmee ik ook mijn persoonlijke zorgen en blijdschappen deel. Een deel van hen gaat elkaar enkele dagen voor Kerstmis ontmoeten in Nederland. Vreselijk jammer dat ik daar niet bij kan zijn! Wat zou ik ze graag ontmoeten! Door hen lukt het mij nu veel beter aan mijn dieet vast te houden, door hun wijze woorden leer ik op een andere manier naar mijn zorgen en irritaties te kijken.

Kortom, Nederlandse moeders in het buitenland, jullie zijn in één woord GEWELDIG!

To Skype or not to Skype

Skypen … Daar ben ik dus niet zo goed in. Meer dan dat. Ik ben niet zo goed in het onderhouden van mijn contacten met mijn (dierbare!) vriendinnen in Nederland. Ik trek het boetekleed aan met schuldgevoel en met de vraag: hoe komt dat toch? Hoe komt het dat het voor mij zo moeilijk is om de contacten met mijn vriendinnen goed te onderhouden? Een duidelijk antwoord heb ik niet. Want ik mis ze wel. Die vrouwen die me al zo lang kennen, die mijn verleden kennen, mijn dromen, mijn gevoeligheden. Waarom Skype of bel ik ze dan niet vaker?

Arjen is er heel goed in. Hij maakt Skypeafspraken en komt die dan ook na. Wacht geduldig bij de laptop tot de betreffende vriend online is. Samen drinken ze dan een glas wijn terwijl ze het leven doornemen. Ik trek me altijd discreet terug zodat het heel even is alsof ze samen ergens in een restaurant zitten, zonder meeluisterende vrouw. Als Arjen een week in Nederland is voor zijn werk – zoals afgelopen week – gebruikt hij zijn vrije tijd ook geweldig. Hij ziet zijn ouders en zijn zussen, maar ook een aantal vrienden. Nu denk ik dat zijn regelmatige dienstreizen naar Nederland het ook wel een stuk gemakkelijker maken om die band in stand te houden. Ik heb dat  niet, dienstreizen naar Nederland (of naar waar dan ook…). Die paar weken per jaar dat wij als gezin in Nederland zijn, loopt onze agenda over. En dat familie dan op één staat vind ik niet meer dan normaal. Dan zijn er nog de diverse doktersafspraken en de waslijst met boodschappen die gedaan  moeten worden. Ik doe mijn best, maar het lukt me nooit om iedere keer al mijn echt dierbare vriendinnen te zien. Schuldgevoelens achtervolgen me dan in de weken na terugkeer in Israel. En toch, geen Skype afspraken.

Hoe komt dat toch? Ik wilde maar dat ik er een antwoord op had! Eén uur tijdsverschil hebben we maar. Dat is weinig. Dat kan het dus niet zijn. Of toch wel? Mijn vriendinnen hebben allemaal kinderen in dezelfde leeftijd als die van ons. Rond de tijd dat die van mij in bed liggen, zitten zij in het spitsuur van tandenpoetsen, voorlezen en naar bed brengen. Wanneer zij daarmee klaar zijn, is het bij mij 9 uur ’s avonds. Laat me eerlijk zijn. Dat is heel geregeld ook het moment dat bij mij het licht uitgaat. Zo niet letterlijk, dan wel figuurlijk. En zo vliegt de week voorbij. In het weekend ligt bij iedereen – ook bij ons – de prioriteit bij gezinstijd. Vaak hebben we dan ook in de avonduren nog etentjes of hebben Arjen en ik de vrije uren echt nodig om met elkaar bij te praten na een drukke week. En nee, ook dan dus geen Skype afspraken.

Ook al vind ik dit heel verdrietig, ik heb wel het gevoel dat de echt belangrijke vriendschappen nog steeds oké zijn. De meeste althans. Eén vriendschap is duidelijk gesneuveld sinds ik in het buitenland woon. Vermoedelijk liepen onze levens te ver uiteen, begrepen we elkaar niet meer. Dat kan ook in Nederland gebeuren. Ik ben er verdrietig om geweest, maar kan niet anders dan het naast me neerleggen. Gelukkig merk ik dat over het algemeen, iedere keer als het eindelijk weer lukt een vriendin te spreken, mailen, zien, de afstand wegvalt. Dat de gesprekken doorgaan alsof er geen lange stilte is geweest. Dat we elkaar nog steeds kennen. Begrijpen. Aanvoelen. Ik heb er dan ook het volste vertrouwen in dat wanneer we terugkeren naar Nederland, de draad weer opgepakt kan en zal worden.

Iets wat overigens wel mee kan spelen bij het onderhouden van de contacten met vriendinnen in Nederland, is de enorme verandering in levensritme. Dat heeft niets met tijdsverschil te maken. Waar mijn vriendinnen allen gevulde dagen hebben met uitdagende carrieres en een dagelijkse race tegen de klok om ook thuis de boel draaiende te houden, zien mijn dagen er totaal anders uit. Ik schrijf. Thuis. In mijn eigen tijd. Ik ben overdag enorm flexibel. Dan zou ik wel tijd hebben om te appen, bellen of zelfs af en toe Skypen. En dat doe ik dan ook. Met mijn beste vriendinnetje in Tanzania bijvoorbeeld. Met mijn ouders die ook alle tijd hebben overdag. Met mijn zusje dat op maandag niet werkt. En met een groep Nederlandse vrouwen die op andere plekken op de wereld wonen en die net als ik met ups en downs kampen als het gaat om het leven ver van Nederland. Over hen volgt een andere weblog. Want zij zijn vaak degenen die mij uit de put praten als ik er weer eens in gevallen ben. Wat ik overdag maar moeilijk kan delen met mijn vriendinnen in Nederland, deel ik wel met een aantal Nederlandse moeders in onder andere Zuid Afrika, Frankrijk, Zwitserland, de UK en Mexico en met een paar vrouwen die tot voor kort in het buitenland woonden en die inmiddels terug zijn in Nederland. Zij hebben tijd om te reageren op die gekke tijdstippen waarop mijn vriendinnen in Nederland keihard aan het werk zijn. Niet dat mijn nomaden-vriendinnen niets te doen hebben. Maar zij kennen de put van heimwee, ze kennen de tranen van het geen werk hebben. Oké. Ik loop vooruit op mijn volgende weblog.

Afsluitend dit: vriendinnen in Nederland, ik mis jullie en houd van jullie. Onverminderd. Laten we het weer eens proberen, dat Skypen. Wie weet, lukt het een keer! Met een kopje thee erbij?

Een onverwachte verhuizing

En dan is het opeens weken geleden sinds mijn laatste post. Geen nieuws is goed nieuws, zou je kunnen zeggen. In dit geval klopt dat ten dele. Inmiddels is ons leven weer op de rit, business as usual so to speak. Maar daarvoor moesten we wel “even” verhuizen.

Bijna vijf weken duurde onze vakantie afgelopen zomer. Een heerlijke tijd in Nederland en in Frankrijk, volop familietijd. Opgeladen keerden we terug naar Israël. De jongens hadden zin in het nieuwe schooljaar, Arjen had een spannende delegatie uit Nederland in het vooruitzicht en ik borrelde van de inspiratie voor mijn boek-in-wording. Maar, zoals de Amerikanen zeggen: “then life happened”. In ons geval was het om precies te zijn “then mold happened”. Een huis met schimmel wordt niet blij van vijf weken gesloten deuren en ramen in combinatie met hoge temperaturen en dito luchtvochtigheid. Schimmel wel. Sterker nog, schimmel wordt daar heel erg blij van. En groeit als kool. Het gevolg was dat Huize Kool ernstig muf rook en er interessante, grillige vormen zichtbaar waren op plafonds en muren in woonkamer en keuken, kelder, trappenhuis en werkkamer.

Nu is algemeen bekend dat schimmel niet bevorderlijk is voor de gezondheid. Met name mensen met allergie-klachten kunnen er aardig ziek van worden. Benjamin, onze jongste, worstelt sinds een kleine anderhalf jaar met vrijwel voortdurend aanwezige allergie klachten. Jeukende ogen, lopende neus en soms ademhalingsklachten. Achteraf gezien moeten de klachten ongeveer een half jaar na de eerste grote lekkage in ons mooie huis aan zee in Israël zijn begonnen. Op die eerste lekkage – die pas na weken werd verholpen – volgden er nog twee. Groei van schimmels was het gevolg. Een poging deze aan te pakken leidde helaas niet tot duurzame verbetering. Schimmel leek part of life in Israël te zijn. En als het niet zo ongezond was geweest, hadden we ons daarbij neergelegd. Benjamin reageerde er echter steeds heftiger op.

Terwijl de ambassade overleg pleegde met de huiseigenaar over renovatie van het huis en een tijdelijke verhuizing van ons, werd Benjamin ziek. Hoofdpijn hield hem uit zijn slaap en hij zag alles dubbel. Dat we bezorgd waren, is een understatement. Gelukkig is de gezondheidszorg in Israël uitstekend. Benjamin en ik mochten dat twee dagen intensief meemaken. Onderzoeken door neurologen en oogartsen werden afgewisseld met gesprekjes met de kinderarts. Hebreeuws spreek ik helaas niet – wat heb ik daar op dat moment van gebaald! – het was een enorm gedoe om onze weg te zoeken in het overigens geweldige Schneider Children Hospital in Petach Tikwah. Artsen spreken weliswaar Engels, maar spreken bij voorkeur Hebreeuws. Hoe vreselijk om te moeten luisteren naar gesprekken tussen artsen over je zieke kind terwijl je de taal niet machtig bent die zij spreken. Mijn opmerkingen dat ik een relatie tussen de hoofdpijn en de allergieën vermoedde, werden weggewimpeld. Dubbelzien duidt meestal op een neurologische aandoening of een probleem met de ogen. Ik kan niet zeggen dat dat me geruststelde. Nog een understatement.

Duidelijkheid kregen we pas na een nacht op de kinderafdeling – waarbij ik naast Benjamin sliep op een uitklapbed. Het hoofd van de afdeling kindergeneeskunde stelde toen voor om zijn bloed ook maar te laten onderzoeken, aangezien de neurologische testen geen eenduidig beeld opleverden en Benjamins ogen in orde leken. De bloedtest bevestigde wat ik al die tijd al vermoedde: Benjamin vertoonde een ernstige allergische reactie, oedeem in zijn sinussen zorgde voor de pijn en het dubbelzien. Het arme mannetje. Maar wat waren we opgelucht! Want aan die allergische klachten konden we iets doen. Aangezien de pollentijd in Israël afgelopen was, was de enige logische verklaring voor de toenemende klachten, de aanwezigheid van schimmel in huis. De huiseigenaar vond dat weliswaar vervelend voor ons, maar was niet van plan het huis te renoveren. Dat zou te kostbaar worden. Een verhuizing was onvermijdelijk. Een kleine twee weken na de diagnose verhuisden we dus. Naar een kleiner huis aan zee. Maar vooral naar een gezonder huis met een geweldige huiseigenaar waarmee we inmiddels al meerdere glazen wijn hebben gedronken.

Nu de chaos van de verhuizing achter ons ligt, dozen zijn uitgepakt, spullen een plek hebben gevonden, zien we Benjamin opknappen. Wat een opluchting. Hoofdpijn heeft hij nog maar heel af en toe, zijn ogen jeuken niet meer en ook de loopneus neemt af. Hij slaapt goed, is blij, straalt, maakt grapjes. En wij? Wij genieten van de jongens en van elkaar. Van ons nieuwe huis dat huiselijk is, gezellig en warm. En hoe bijzonder was het ons nieuwe huis te kunnen inwijden met onze vrienden hier. Iets wat een expat gezin eigenlijk nooit kan doen, aangezien je normaal gesproken niemand kent bij je verhuizing naar een huis op een nieuwe post.

Overigens hebben we in deze nare tijd mogen ervaren hoe enorm intens en waardevol de hier opgebouwde vriendschappen inmiddels zijn. De hulp die we kregen was geweldig. Een etentje bij een Nederlands gezin op de eerste dag van de verhuizing. Speelafspraakjes voor de kinderen, zodat wij onze handen vrij hadden. De dagen in het ziekenhuis met een stroom van sms-jes en mailtjes. Vrienden die een bevriende chirurg in het ziekenhuis inseinden dat ik wel wat hulp kon gebruiken. De goede man zorgde ervoor dat we uiteindelijk op een rustige kamer terecht kwamen waar Benjamin kon uitrusten (daarvoor lagen we op een kamer met een ruziënde moeder en zoon en een schreeuwende moeder met baby). Ook de school was enorm betrokken, Thomas werd geweldig opgevangen. De staf van de ambassade die ervoor zorgde dat we uiteindelijk snel konden verhuizen, dat ons internet werd omgezet, adreswijzigingen werden doorgegeven, een alarmsysteem geïnstalleerd. Het enige wat nu nog moet gebeuren is het op orde brengen van de schuilkelder die we gelukkig, ondanks de toegenomen onrust in het land, op dit moment niet nodig hebben.

Ik hoop van harte dat we de komende twee jaar in goede gezondheid en in vrede hier kunnen wonen, in dit heerlijke lichte huis in Herzlyia Pituach!

Welcome back – de start van ons derde jaar in Israel

P1040092
Terwijl Arjen en ik ons boodschappenkarretje vol gooiden met potten pindakaas, appelstroop, schenkstroop en potjes met onze favoriete Provençaalse kruidenmix, liepen de tranen over mijn wangen. Het was onze laatste dag in Nederland, een paar uur voor vertrek naar Schiphol. Ik huil altijd in de Albert Heijn op de dag van vertrek. Het begint een mooie traditie te worden…

Teruggaan naar Israël, is teruggaan naar huis. Maar het is tegelijkertijd weggaan van huis. Weggaan van familie en vrienden. Van het oude vertrouwde naar een omgeving die weliswaar aardig bekend is inmiddels maar toch nooit helemaal eigen zal voelen. Omdat we de taal niet spreken, laat staan lezen. Omdat we er niet geboren en getogen zijn. Omdat we ons – gelukkig – ook na vier jaar buitenland zo ontzettend Nederlands voelen. Verbonden zijn met Nederland op veel manieren, verbonden met al die mensen waar we zo van houden. Die we nu weer moeten missen.

Het is iedere keer moeilijk. Weggaan. Het wordt niet minder, het verdriet bij het afscheid. Dat verandert niet.

Gek genoeg wordt thuiskomen in Israël wel steeds gemakkelijker. Nu we ons derde jaar ingaan, is er een draad die opgepakt kan worden. Al voordat we terugvlogen, waren de eerste speelafspraken gemaakt en etentjes gepland. Zoals ik vanuit Israël sms en app met vriendinnen in Nederland. doe ik hetzelfde met mijn vriendinnen hier als ik in Nederland ben. Het is heerlijk hen weer te zien na een lange vakantie, verhalen uit te wisselen over vakantie avonturen. Nieuwe schoenen en jurken te bewonderen – iedereen winkelt toch het allerliefste in haar eigen land – en de gevoelens van gemis te delen.

Culture shocks zijn er overigens ook. Zowel bij aankomst in Nederland als bij terugkeer in Israël. Wat kunnen Nederlanders chagrijnig en onaardig zijn! Luid en duidelijk over je praten terwijl je naast ze staat, kinderen wegduwen, klanten negeren in een winkel. Mopperen, snauwen, vloeken. Wat wordt er veel gevloekt! Ook door kinderen. Maar ook: wat is het verkeer heerlijk overzichtelijk! Verkeersregels worden overwegend opgevolgd, er wordt niet direct getoeterd als je een seconde te laat optrekt bij een groen stoplicht. En alles is in overvloed aanwezig tegen super lage prijzen. Ja, lage prijzen.

Terug in Israël is er direct weer die enorme chaos op de wegen, auto’s die midden op straat stil staan omdat er een telefoontje moet worden gepleegd of omdat er iemand op de stoep loopt waar iets mee moeten worden besproken. In de supermarkt zoeken naar niet beschimmelde sinaasappels. De teleurgestelde gezichten van de kinderen omdat er ook na onze vakantie geen vanillevla wordt verkocht. De ronduit vervelende confrontatie met het af te rekenen – veel te hoge – bedrag bij de kassa. Maar ook de serveersters bij Yankele, mijn favoriete koffietentje, die me omhelzen als ik voor het eerst weer een cappuccino bestel. De onbekende dame op straat die zegt dat ze mijn schoenen zo mooi vindt. Of het pak met een mix van rijst, granen en linzen dat van hand tot hand wordt doorgegeven in de supermarkt tot iemand het in handen krijgt die voldoende Engels spreekt om me uit te leggen hoe ik het moet bereiden. Ook dat is Israël.

We raken inmiddels weer wat geacclimatiseerd, hebben ons ritme aangepast aan de sauna-waardige temperaturen. Onze slijmvliezen zijn al wat minder geïrriteerd door de airconditioning waar we nu echt even niet zonder kunnen. De jongens hebben vandaag hun tweede schooldag en zijn intens gelukkig. Geen grote verschuivingen dit jaar in hun sociale kring. Al hun vriendjes zijn er weer, de draad wordt gewoon weer opgepakt na twee maanden. Arjen fietst weer iedere ochtend naar de ambassade en heeft gisteren afscheid genomen van de eerste delegatie na de zomervakantie. Mijn bestuurswerkzaamheden beginnen vrijdag als ik namens het bestuur een paar woorden spreek tijdens de Welcome Back ochtend die jaarlijks georganiseerd wordt door de Parent Teacher Association.

We zijn dus weer helemaal terug in Israël. Laat het derde jaar maar beginnen. Het laatste jaar zonder overplaatsingsstress. We gaan er goed van genieten!

De Expat Uitverkoop

Tapas op tafel, fles wijn open, een paar blikjes gekoelde Heineken, brandende fakkels in de tuin, een warme avond in Israël. Een avond van afscheid. Afscheid van onze buren die naar Washington verhuizen. Praten over de afgelopen twee jaar waarin we naast elkaar woonden, waarin we soms intensief en soms wat minder vaak met elkaar optrokken. Vooruitkijken naar hun nieuwe leven, nieuw huis, nieuwe school. Een knuffel ten afscheid, we zien elkaar nog even in augustus voordat ze definitief vertrekken. Maar toch, dit was de laatste keer in onze gezamenlijke tuin. Verdrietig en ja, vreemd ook.

Vanmorgen een ander afscheid van de vrouw van een collega van Arjen. Ook zij verhuizen, in hun geval naar Athene. Ook met haar een gesprek over het leven in Israël, de school hier en de nieuwe school daar. De verhuizing. Afscheid. Het blijft iets geks en moeilijks aan het leven dat we leiden. Steeds maar weer afscheid nemen, steeds weer die vragen over hoe lang je hier nog woont en wat je hierna gaat doen. En ook: steeds weer nieuwe mensen verwelkomen. Onze kinderen anticiperen er al op. Ze zijn nieuwsgierig naar de nieuwe kinderen die ongetwijfeld in hun jaar gaan instromen. Op een reguliere school in Nederland is dat waarschijnlijk niet iets dat heel vaak gebeurt, nieuwe kinderen op school en in de klas. Voor onze kinderen is het een fact of life waar ze eigenlijk wel blij mee zijn. Want die ene pestkop is verhuisd naar de VS en wie weet, komt er wel een heel leuk nieuw klasgenootje voor in de plaats! En Benjamin en zijn vriendjes H en V zagen vriendje J vertrekken waardoor hun kwartet niet meer compleet was. Sindsdien zijn ze op zoek naar een nieuwe J. En die hebben ze nog niet gevonden dus nu hopen ze op de perfecte aanvulling in de nieuwe aanvoer van eersteklassers.

In deze periode van overplaatsingen zie je naast de afscheidsetentjes, -feestjes, -lunches en -recepties ook een ander fenomeen. De Expat Uitverkoop. En dit is iets waar ik me nog steeds over verbaas. Kijk, wij reizen de wereld rond met ons hele hebben en houden en hebben daarbij een dubbele container tot onze beschikking. Dit geldt echter niet voor alle expats. Amerikanen bijvoorbeeld, verhuizen van gemeubileerd huis naar gemeubileerd huis. Zij hebben slechts een beperkt aantal kubieke meters in een container tot hun beschikking. Voor hen is een verhuizing een puzzel: wat gaat mee en wat blijft achter? Die spullen die achterblijven, die gaan dus in de uitverkoop.

Nu zou je zeggen: logisch toch? En tot op zekere hoogte is het dat ook. Absoluut. Wij hebben ook dingen verkocht toen we van Tanzania naar Israël verhuisden. Maar we hebben vooral veel weggegeven. Omdat er mensen zijn in Tanzania die het verre van gemakkelijk hebben in het leven. Die heel erg blij zijn met de borden waar we er te veel van hebben of waar een stukje uit is. Die dolgelukkig zijn met de kleren van de kinderen die te klein zijn geworden. Die blij zijn met speelgoed, of het nu nog mooi is of afgeleefd.

Ook hier in Israël zijn er heel veel mensen die het niet gemakkelijk hebben. Dat begint met de mensen die huizen schoonmaken. Arbeidsmigranten uit India en de Filipijnen die op een tijdelijk werkvisum in Israël verblijven. Ieder expat gezin dat ik ken, heeft wel zo’n arbeidsmigrant in dienst. Wij ook, onze geweldige Benna. Ik ben blij als ik iets extra’s voor hem kan doen af en toe. Hij heeft een gezin in India dat hij onderhoudt. Niet gemakkelijk. Daarom verbaast het mij zo dat expats bij hun verhuizing de meest bizarre dingen in de verkoop doen in plaats van ze gewoon weg te geven. Een paar voorbeelden.

Vier RVS soeplepels voor 10 shekkel (circa 2 euro)
Zonnejurkjes die overbodig zijn op de volgende post, 100 shekkel per stuk
Drie flessen olijfolie, onaangebroken, voor kostprijs
Kinder DVD’s, 20 shekkel per stuk
Tweedehands kinderkleding, prijs nader te bepalen
4 waterglazen van IKEA, iets goedkoper dan in de winkel
Een stel duidelijk te vaak geknuffelde knuffelbeesten voor 50 shekkel per stuk
Theepot, 100 shekkel
Soepborden, 10 shekkel per stuk
Kop en schotel, 10 shekkel
Koffiemok, 5 shekkel per stuk
Handdoeken, afhankelijk van de afmeting 20 of 40 shekkel per stuk

Ik verzin het niet, ik scrol door de berichten in mijn mailbox en op Facebook op zoek naar real life voorbeelden.

Natuurlijk worden er ook wasmachines, boekenkasten, bedden en matrassen en tv’s verkocht. Heel normaal dat je dat niet zo maar weggeeft. Maar echt, mensen die hun voorraadkast leegverkopen en hun bestek per lepel of vork verkopen (en nee, dat is geen tafelzilver of mooi design RVS), daar houdt mijn begrip op. Omdat er altijd wel iemand is die het écht kan gebruiken, die het nodig heeft. En anders zijn er nog de talloze NGO’s die kleding, schoenen, luiers en speelgoed inzamelen voor vluchtelingen uit Syrië. Er zijn speciale kinderopvangorganisaties voor vluchtelingen uit Afrika die onvoldoende speelgoed hebben. Om maar een voorbeeld te geven. En dan heb ik het nog niet eens over de gezinnen in Gaza die veel, zo niet alles, zijn kwijtgeraakt in de oorlog vorig jaar.

Waarom verkopen die expats dan dat soort spullen? Terwijl ze het geld niet nodig hebben. Ik begrijp het niet. Echt niet. Maakt dat me star? Zit ik vast in mijn eigen waarden en normen? So be it. Ik weiger er echter aan mee te doen. Ik geef echt liever weg.

 

Diploma zwemmen in Nederland

Alle vooroordelen jegens diplomaten bevestigend, hebben wij een heerlijk zwembad in de tuin. We delen het met de bewoners van de andere 11 huizen op onze “compound”. Aangezien er slechts enkele huizen permanent bewoond worden, is het zwembad meestal leeg. Nu mijn Zumba lessen stilliggen – een frustrerend neven-effect van het feit dat de hele expat gemeenschap vertrekt tijdens de zomermaanden – trek ik er bijna dagelijks baantjes. Toen ik vanmorgen op blote voeten door het bedauwde gras liep, een handdoek over mijn arm en een kikoy om mijn heupen, realiseerde ik weer eens ten volle hoe bijzonder het is dat dit kan. ’s Ochtends vroeg zwemmen. In je eigen zwembad.

Ook voor de jongens is het zwembad een flink pluspunt voor het wonen in Israël. Zeker nu het zomervakantie is en we nog twee weken te gaan hebben alvorens we op vakantie gaan naar Nederland. De temperaturen komen overdag niet onder de 28 graden, een beetje verkoeling is erg prettig. Natuurlijk moet je dan wel kunnen zwemmen. Geen klein detail. Sterker nog, erg belangrijk als je in een land woont waar zwembad en zee een belangrijk onderdeel vormen van je vrije tijd. Wij willen dus dat de kinderen echt goed kunnen zwemmen. Het “in staat zijn het hoofd boven water te houden” is voor ons niet genoeg.

In Tanzania was dit niet anders, daar zijn we dan ook begonnen met zwemlessen. Ik herinner me nog levendig hoe panisch zowel Thomas als Benjamin werden van de zwemlessen die ze kregen op Little Beaumont, de kleine preschool waar ze in ons eerste jaar naartoe gingen. Het heeft ons aardig wat tijd gekost om de jongens daarna weer water-vrij te krijgen. De meeste zwemlessen op dat schooltje zaten ze volgens mij uit aan de zijkant. En onze kinderen zijn erg sportief en inmiddels dol op water. Dat was dus wel apart en vooral vervelend. We moesten op zoek naar een alternatief.

In ons tweede jaar in Tanzania kreeg Thomas met een groepje vriendjes en vriendinnetjes privé les in een zwembad op een compound. Dat ging heel goed. Zo goed eigenlijk, dat we in overleg met de instructeur besloten hem verder te laten gaan met zwemmen bij de zwemclub. Dat was niet ons beste besluit ooit. Na een week of zes met twee lessen per week, weigerde Thomas nog langer te gaan. Als hij iets moest doen wat hij spannend vond, werd hij soms gewoon het water in gegooid door een instructeur. Pedagogische kwaliteiten ontbraken nogal. Tegen heug en meug in is Thomas doorgegaan met zwemmen bij die club. Toen er een goed vriendje en vriendinnetje in zijn groep kwamen, ging het iets beter. Benjamin hebben we dit alles maar bespaard. Tegen de tijd dat we naar Israel verhuisden kon Thomas dus wel zwemmen – al was het zeker nog niet op het niveau van het Nederlandse diploma A- en Benjamin nog steeds niet. Op dat moment waren ze zes en vier. Tijd voor een betere aanpak.

En die diende zich aan in de persoon van Y. Deze Israëlische zweminstructeur werd ons aanbevolen door een collega van Arjen. Vanaf het moment dat we een zwembad tot onze beschikking hadden, kwam hij lesgeven aan de jongens. Y geeft niet alleen privé zwemles, hij werkt ook op school als zweminstructeur in het after school program. Ook werkt hij op school tijdens de jaarlijkse zomerkampen en hij wordt veel ingehuurd voor zwemfeestjes. Kortom, we komen hem overal en altijd tegen. De jongens zijn inmiddels zijn grootste fan. Y geeft goed les, is duidelijk en kordaat en geeft een cadeautje na iedere zwemles. Tijdens de drie zomerkampen die de jongens inmiddels op school hebben meegemaakt, is hij een bekend gezicht. Hij houdt een oogje in het zeil en mij stuurt hij af en toe foto’s van jongens terwijl ze lekker aan het sporten zijn.

Hier in Israël wordt in zwemlessen veel aandacht besteed aan borstcrawl en vlinderslag. Schoolslag komt echter nauwelijks aan bod en wat de kinderen leren komt niet echt overeen met wat ze in Nederland leren. Juist in zee is het erg belangrijk die schoolslag goed te beheersen. Zeker als je zonder zwembril in het water belandt. Daarbij komt dat we niet weten hoe lang we nog in het buitenland wonen. In Nederland heb je formeel gezien een zwemdiploma nodig om zonder bandjes te mogen zwemmen. En ik denk dat daar best een logica in schuilt waar veel andere landen iets van zouden kunnen leren. Het voorkomt immers ongelukken die zeker in de buurt van water, snel gebeurd zijn en dramatisch kunnen aflopen.

En zo hebben wij enkele maanden geleden besloten dat Thomas en Benjamin ook hun diploma’s moeten halen. Conform de Nederlandse standaarden. In Nederland. Onze eerste vakantieweek in Nederland zal dan ook in het teken staan van zwemlessen en diploma zwemmen. De jongens krijgen een week lang intensief zwemles en aan het eind van die week zwemmen ze af. Mogelijk voor B, in ieder geval voor A. Frustrerend is dat ze beiden een uitstekende borstcrawl beheersen en Benjamin (ambitieus als hij is) al oefent op de vlinderslag. Duiken, onder water zwemmen, op de rug zwemmen, gaat allemaal prima. Alleen die schoolslag… Die doen ze alleen onder water. Want zo hebben ze het hier geleerd. Ik ben benieuwd!P1070058