Depressief. In den vreemde

8% van de Nederlanders van twaalf jaar en ouder was depressief in 2014 en vrouwen zijn vaker depressief dan mannen. Dat las ik vandaag op NU.NL. Ook andere Nederlandse nieuwssites berichten over depressiviteit en vandaag vindt in Amsterdam het eerste heuse Depressiegala plaats want: “Het taboe op psychische klachten en dus ook op depressie is nog altijd enorm groot. Hierdoor hebben mensen twee grote problemen: de depressie en het feit dat het moeilijk is om er voor uit te komen, waardoor ze zich onbegrepen en eenzaam voelen.”

Laat ik een bijdrage leveren aan het doorbreken van dat taboe. Ik ben depressief. Ja. Ook expat vrouwen worden depressief. En ook hier is het een taboe.

Want: life is amaaaaazing en how great to see you, you look so pretty today!

De ellende is dat in expat-land, vriendschappen vaak wat oppervlakkig blijven. Geen wonder dat het na het weekend blijft bij het uitwisselen van complimentjes over nieuwe jurkjes en goed aangebrachte make-up (nee, ik maak geen grapje). Het meest persoonlijke dat nogal eens wordt besproken is dat men uitgeput is na het zoveelste bezoek van familie of vrienden van thuis en dat men toe is aan een bezoek aan thuisland x, y of z. Een enkeling waagt het zich kwetsbaar op te stellen over de ontwikkeling van de kinderen, maar dan heb je het wel gehad.

Ik hoop dat dat in Nederland anders is. We zijn echter al een tijd weg en ik merk dat het niet meer zo gemakkelijk is om aan vriendinnen uit mijn pré-expat-bestaan te vertellen dat het even niet zo lekker loopt hier. Daarbij, van een afstand lijkt mijn leven misschien wel super relaxed, easy-peasy-lemonsqueezie en zo. Mooi huis, meestal zon, een prachtig strand als achtertuin, voldoende inkomen om leuke vakanties te vieren en weekendjes weg te gaan en ik ‘hoef’ niet te werken, sterker nog, ik heb geen baan en verdrink in een zee van vrije tijd (mensen die me echt kennen weten dat dat laatste niet echt bijdraagt aan mijn levensgeluk).

En dat klopt. Mijn, ons, leven is zo slecht nog niet.

Het klopt allemaal.

Maar….

Maar toch ben ik depressief. Ik ben vaak verdrietig, ik voel me vaak alleen. Ik vind het moeilijk mezelf in beweging te krijgen. Vooral op maandag, na een fijn weekend met Arjen en de jongens. Dan strekt de leegte zich voor me uit.

Oké. Ik ben depressief en dat wil ik niet zijn. Wie wil dat wel? Maar, hoe kom je er vanaf? Mijn huisarts hier was tamelijk rechtdoorzee: aan de antidepressiva. Praten? Psycholoog? Mwah. Nee. Hij zag dat niet zitten. Sowieso, de meeste psychologen hier zijn volgens hem gericht op Holocaust gerelateerde psychische problemen en angststoornissen als gevolg van het conflict. Bovendien, praten over gevoelens in het Engels? Dat is toch anders dan een professionele discussie voeren of kletsen met een vriendin. Dat ging ‘m niet worden. Antidepressiva nemen zonder me daar goed in te hebben verdiept, zag ik ook niet zitten.

Good old Google en mijn online vriendinnengroep all around the world brachten uitkomst. Wat blijkt? Nederland loopt voorop in de ontwikkeling van e-therapy. Na wat informatie te hebben opgevraagd hier en daar en een oriënterend gesprek, vond ik een goede Nederlandse psycholoog die zelf als expat-partner in den vreemde vertoeft. Al snel tijdens het eerste gesprek, verdween het aanvankelijk ongemakkelijke gevoel van het Skypend praten over lief en -voornamelijk – leed. Voor ik het wist vertelde ik met tranen in mijn ogen over de gevoelens van eenzaamheid die me vaak bekruipen, over mijn schuldgevoelens als ik een dag niets heb uitgevoerd terwijl er zoveel werk op me wacht.

Inmiddels is er een diagnose gesteld. Heel erg is het niet met me gesteld, ik blijk nog aardig goed over mezelf te kunnen nadenken, weet wat ik moet doen om mezelf in beweging te brengen. Ik weet nog een zekere structuur aan te brengen in mijn dagen en tegen de tijd dat de diagnose gesteld was, had ik al volop afspraken met vriendinnen gemaakt voor lange strandwandelingen en kopjes thee en had ik alweer een paar hoofdstukken van mijn boek op papier.

Het diepste punt heb ik dus achter me gelaten en door gesprekken te voeren met de psycholoog en door schrijfopdrachten uit te voeren in een online behandelomgeving, krijg ik meer zicht op mijn zelfbeeld, de lat die ik consequent te hoog leg en hoe ik beter mijn grenzen kan herkennen, bewaken en communiceren. Daar blijk ik nogal slecht in te zijn waardoor ik veel te gemakkelijk in de rol van helper stap, dingen op me nemend waar ik eigenlijk vooral energie op verlies in plaats dat ik er energie van krijg.

Herkenbaar? Voor velen ongetwijfeld, althans in zekere mate. Ik heb in ieder geval mogen ervaren dat door mijn huidige gevoelens te delen met vriendinnen hier in Israel, ik erachter ben gekomen dat ik niet de enige ben. Bij lange na niet. Wat me schokte, was dat vriendinnen waarvan ik dacht dat we een aardig persoonlijk contact hadden dat absoluut dieper ging dan de Amaaaazing uitspraken, worstelen met gelijksoortige problemen. Met één verschil. Zij hebben geen hulp gevonden in Israel en modderen door met of zonder antidepressiva, extra glazen wijn, dozen bonbons, dagelijks een uur hardlopen of andere middelen die de zielenpijn – al dan niet tijdelijk – verzachten.

Ik heb weer wat meer vertrouwen in de toekomst en ik voel me – juist door het delen van mijn gevoelens – weer meer en beter verbonden met een aantal fijne mensen hier. En niet in de laatste plaats met mijn geliefde man, die me door en door kent en naast me is komen staan om dit samen het hoofd te bieden.

Voor degenen die in stilte lijden onder depressieve gevoelens: deel je gevoelens met anderen en zoek hulp. Het heeft zin. Echt.