Na de Dar-Dip nu ook de Tel Aviv – Dip…

In Dar es Salaam spraken we van de Dar-Dip, in Tel Aviv hebben we de Tel Aviv dip en ik, ik zit er even diep in. Oef, dat vergde moed, om dat op te schrijven in een weblog die iedereen kan lezen. Het is echter de waarheid en sinds ik er open over heb gepraat met een paar vriendinnen, heb ik ontdekt dat ik niet de enige ben die de dagen aftelt tot de Kerstvakantie. Vrienden die van plan waren hier te blijven met Kerstmis, boeken last minute tickets naar Wenen, Boedapest of Athene of ze stappen een paar dagen voor Kerstmis in de auto en rijden naar Jordanië. Wij hebben het geluk dat ons thuisland, Nederland, slechts 4 uur vliegen hier vandaan is. Dat geluk hebben onze Amerikaanse, Canadese en Australische vrienden niet, voor hen is een korte vakantie “thuis” geen optie. Het gevoel er even uit te moeten, afstand te willen nemen, leeft desalniettemin bij velen.

Waar komt dat gevoel vandaan? Goed, laat me ervoor waken een klaagzang van deze weblog te maken. Maar eerlijk is eerlijk, Israël is enerzijds een geweldig en bijzonder land om te mogen wonen, anderzijds is het ook pittig. Toen ik in Istanboel was met het schoolbestuur en de directie van onze school, beweerde een Amerikaanse diplomaat tijdens een overigens gezellig diner, dat het niet de vraag is óf er een derde intifada komt, maar wanneer. Een Israëlisch mede-bestuurslid deed er een schepje bovenop, volgens hem was de toenemende onrust in Jeruzalem het begin van die derde intifada. Ik werd er helemaal naar van, de afstandelijkheid waarmee gesproken werd over een mogelijke toename van willekeurig geweld waardoor onze veiligheid zou afnemen en onze bewegingsvrijheid aanmerkelijk zou worden ingeperkt. Even los van de vraag of er een derde intifada komt, het is gewoon onrustig in Israël. Iedereen roept wel dat het leven in Tel Aviv zo heerlijk is, zo ver van alle onrust verwijderd – dat is overigens waar – maar ik merk ondertussen ook dat het wel iets met me doet. Die voortdurende stroom van nieuws, de sms-jes over terroristische aanslagen die ternauwernood zijn voorkomen, die achteraf gezien niet hebben plaatsgevonden of die wel degelijk slachtoffers hebben veroorzaakt, ze raken me en maken me onrustig. Ze vinden over het algemeen niet plaats in Tel Aviv, die aanslagen, maar we hebben vrienden in Jeruzalem, gaan er naar de kerk en uiteindelijk leven we wel in Israël.

Het is overigens niet alleen de instabiele politieke situatie in Israël waar ik persoonlijk graag even afstand van zou willen hebben. Ik zou er ook verstandig aan doen de Nederlandse berichtgeving over Israël wat minder aandachtig te volgen. Ik ben kritisch over politieke beslissingen die in Israël genomen worden, begrijp vele acties niet en kan af en toe versteld staan van uitspraken van politici. Maar de vaak ongezouten meningen die sommige Nederlanders menen te moeten uiten in de media, zijn minstens zo erg. Bizarre verwijzingen naar de Tweede Wereldoorlog en voor mij totaal onbegrijpelijke antisemitische uitspraken doen me veel meer sinds ik hier woon.

Tja, en dan is daar de eeuwige worsteling – voor mij althans – tussen dankbaar zijn voor het bijzondere leven dat we leiden en mijn frustratie over het niet kunnen continueren van mijn carrière. Ik dacht daar alleen in te staan, heb hier weinig vriendinnen die werken of die een baan of consultancy opdracht ambiëren. Tot ik recent twee nieuwe vriendinnen aan mijn kring mocht toevoegen die beiden wel ambities hebben én een bijbehorende baan. Zij zijn in hun gezin de uitgezonden partner. Vriendin D is jurist bij een farmaceutisch bedrijf en vriendin S is plaatsvervangend ambassadeur. Gesprekken met hen inspireren me en hebben me bewust gemaakt van een andere belangrijke oorzaak van mijn huidige Tel Aviv Dip. Ik wil werken. Op mijn eigen vakgebied. Ik durf het nu eindelijk weer hardop te zeggen. Ik-wil-meer. Mijn bestuurswerk voor school is niet bevredigend genoeg, ik wil een werkkring, collega’s om mee te sparren, ik wil me vakinhoudelijk ontwikkelen, mijn kennis op pijl houden.

Klinkt het raar, dat ik dat nu pas hardop durf te zeggen? Probeer je eens voor te stellen dat je vriendenkring louter bestaat uit vrouwen die niet werken. Zij bevinden zich allen in een wankel evenwicht tussen vrede hebben met hun bestaan en frustratie om wat ze achter hebben moeten laten in hun thuisland, omwille van de carrière van hun echtgenoot. Uitspreken dat dat voor jou niet meer voldoende is, zoals ik nu doe, kan dan heel vervelend overkomen. Of als bedreigend worden ervaren. Voordat wij naar Tanzania verhuisden, was ik me daar nog helemaal niet van bewust. Toen ik voor ons vertrek aan een diplomatiek partner vroeg wat haar ervaringen waren ten aanzien van het vinden van werk in Dar es Salaam, leverde me dat achter mijn rug om een berg nare roddels op. Wie dacht ik wel dat ik was? Ik vond mezelf zeker te goed om me toe te leggen op de zorg voor mijn gezin… De dame in kwestie was gelukkig vertrokken tegen de tijd dat wij aankwamen in Dar en ik geloof niet dat haar kwaadsprekerij mijn start daar heeft bemoeilijkt. Maar het is illustratief voor dat wankele evenwicht waarin ik me bevind als diplomatiek partner. Een wankel evenwicht waarover ik heb besloten me er niet langer bij neer te leggen. 2015 wordt voor mij het jaar waarin ik op zoek ga naar adviesopdrachten in Israël. Ik wil weer aan de slag met mijn kennis van human resource management en compensation en benefits. Dus… mocht je iemand in je netwerk hebben waar ik zeker kennis mee moet maken om dit te verwezenlijken? Laat het me weten!

Enne… Nederland, we komen er bijna aan!