Only in Israel 2

Aflevering twee van Only in Israël, ik vermoed dat er nog vele zullen volgen, genoeg anekdotes!

Wij wonen op een soort compound, de Gabriela Residence genoemd. Het is geen compound zoals ik die kende in Tanzania, met hoge muren, prikkeldraad en bewaking. Dat soort veiligheidsmaatregelen zijn hier niet aan de orde. We hebben wel een slagboom , die is echter uitsluitend nodig omdat onze parkeerplaats ideaal ligt ten opzichte van het strand van Herzlyia Pituach. Nu het zomer is en de stranden vollopen – met name op Shabbath – is dat geen overbodige luxe. Ook is er een muur die ons huizengroepje  tot een compound maakt, met deuren erin die tot een paar weken geleden altijd open waren.

De Gabriela Residence moet je eigenlijk zien als een klein vakantiedorp. Jaren geleden is de residence gebouwd door een groep Frans-Joodse vrienden. Kapitaalkrachtige Parijzenaren die graag een mooi vakantiehuis wilden hebben aan het strand in Herzlyia Pituach. Twaalf huizen rondom een ruim zwembad en een tennisbaan. Vanuit de tuin loop je de strandboulevard op. Erg perfect. Normaal gesproken is het merendeel van de huizen niet bewoond en daarom neemt beheerder Bennie het  niet al te nauw met het onderhoud van het complex. Sinds een paar weken lopen er echter opeens opvallend veel werklieden rond op het terrein. De douche bij het zwembad werd vernieuwd – met regendouche! -, het deurtje in het hek rond het zwembad heeft tot onze vreugde een slot gekregen, overal zijn nieuwe bloeiende planten in de aarde geplaatst en…. van het ene moment op het andere zitten er codesloten op alle deuren in de muren rondom de tuin. Bennie moet opeens in de stress geraakt zijn over het installeren van die sloten, toen ik een paar weken geleden op een ochtend het huis verliet, waren ze er nog niet. Toen ik ergens na het middaguur thuiskwam, waren alle deuren op slot. En ik had geen sleutel. Ook geen code. Wel had ik een slapend kind in mijn armen terwijl de temperaturen de dertig overstegen. Not so funny. Gelukkig was vriendin en buurvrouw M thuis, zij kon de deur openen en na een sms-je aan Benny ontving ik de code alsnog. Zijn sms-je had een licht verwijtende toon. Hij had me die ochtend niet thuis aangetroffen en had me niet kunnen informeren. Dat mijn mobiele nummer gewoon in zijn adresboek staat, ach ja, natuurlijk, niet aan gedacht…

Een andere bijzondere ervaring had ik met een buurvrouw die af en toe op de residence woont. Laat ik haar Celine noemen. Ik kende Celine niet. Ze was er tot april zelden. Als ze er was, begroette ik haar altijd. Ze beantwoordde mijn begroeting nooit. Niet geheel vreemd, de overige eigenaren van de huizen waren en zijn niet direct vriendelijk tegen ons. Onze kinderen rennen namelijk door HUN tuin en zwemmen in HUN zwembad. Dat we hier wonen en dat er echt een prima huurprijs wordt betaald voor ons huis, is niet ter zake. We zijn slechts huurders en mogen bij Gods gratie gebruik maken van hun faciliteiten. Aangezien de eigenaren van de niet permanent verhuurde huizen hier nauwelijks zijn, maakt me dat oprecht niets uit. Ik heb er geen last van en onze directe buren zijn net als wij expats en inmiddels goede vrienden. Anyway. Celine dus. Celine blokkeerde enkele weken geleden mijn pad, toen ik met twee volle boodschappen tassen richting voordeur strompelde. “That thing on your terrace is spoiling my view. Remove it. Now.”  Ik had werkelijk geen idee over welk “thing” ze het had. Of hoe zij welk “thing” dan ook zou kunnen zien vanuit haar huis. De huizen zijn namelijk zodanig gebouwd dat je niet in elkaars stukje privé tuin kunt kijken, met verspringende muren. Daarbij ging het niet eens om haar uitzicht vanuit de tuin. Het ging om het uitzicht vanaf het “soort van” terrasje naast haar voordeur.  Ik noem het “een soort van terrasje” omdat het dat platte stukje naast de voordeur bij alle huizen wordt gebruikt om er fietsen te stallen en om gas- en waterflessen op te slaan. Als Celine (ik kende haar naam op dat moment overigens nog niet),  helemaal voorover boog achter haar gasflessen, dan kon ze dus een droogrekje zien uitsteken boven het muurtje van ons terrasje. Dat stoorde haar nogal, dat droogrekje. En het moest nu weg. Ze volgde me toen ik doorliep naar de trappen naar onze voordeur.

Ik dacht na over een gepaste reactie. Ik had me nooit eerder echt gestoord aan de hautaine houding van de huiseigenaren. Ze zijn er immers zelden en als ze er zijn, lopen we over het paadje achter de huizen langs naar het zwembad in plaats van door de  tuin. Hun Shabbath gezangen op vrijdagavond luidden ook ons weekend in en kan ik inmiddels best waarderen. Ik begroet iedereen hartelijk in het Frans, soms krijg ik antwoord. Vaak niet. Maar dit vond ik wel wat gortig. Vooral omdat Celine mijn begroetingen nooit beantwoordde en ik dit wel een erg ondiplomatieke wijze vond om problemen aan te pakken. Dus ik draaide me om en antwoordde in het Frans (ik had inmiddels door dat Celine liever Frans sprak dan Engels), dat ik het erg vervelend vond dat ze me zo  vervelend aansprak op een droogrekje dat nauwelijks zichtbaar is en dat ik haar naam niet eens kende. Daarna droeg ik mijn boodschappen de trap op, benieuwd naar haar reactie. Tot mijn verbazing  liep Celine achter me aan het trapje op en vroeg me hoe lang we hier nog dachten te wonen. Nog ruim drie jaar, luidde mijn antwoord. Vervolgens reikte ze me de hand, stelde zich voor en vertelde me hoe vreselijk ze het vond dat er steeds tijdelijk mensen in deze huizen wonen. Hoe ze nooit weet wie ze zal aantreffen als ze weer eens vanuit Parijs aankomt. Steeds weer nieuwe gezichten die er de volgende keer dat ze komt, al dan niet zijn. Daarom is ze opgehouden met aardig doen tegen tijdelijke bewoners. Ze vertrekken meestal toch weer vrij snel. Maar ruim drie jaar, ja, dat is best een tijd. Dus laten we vrienden worden. Even later stonden we samen het droogrekje te bevrijden uit zijn ingeklemde positie tussen waterflessen en muur.

Zijn dit typische “Only  in Israël” anekdotes? Mogelijk niet. Maar ik vind ze erg vermakelijk en – met het risico politiek incorrect te zijn – tamelijk typerend voor het contact met Joodse mensen. Ze zijn meestal waanzinnig direct en onthutsend eerlijk. Zelfs naar Nederlandse maatstaven. Een laatste kleine anekdote om dit te illustreren. Onlangs waren Arjen en ik in een wijnbar van Tishbi in Zichron Ya’acov. Tishbi is onze favoriete wijnmakerij in Israël als het gaat om droge witte wijn. We twijfelden tussen hun reguliere en wat betaalbaardere Sauvignon Blanc en hun Estate versie van de Sauvignon Blanc die een stuk duurder is. De verkoopster was duidelijk in haar advies. “Take the regular one. It’s cheaper and the taste is much more balanced then the Estate one. Really, Try it”. Twee glazen werden royaal gevuld en even later verlieten we de winkel met vier flessen van de goedkopere variant die inderdaad beter op smaak bleek. Geweldig toch?

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s