Skypend werken en ander leed

Ik zit aan mijn bureau. Het is twee uur ’s middags en ik zit te wachten op mijn collega’s waarmee ik een belangrijke werkbespreking heb. Ik ben – heel Nederlands – op tijd, ben goed voorbereid, heb alle alle relevante stukken “open staan” op mijn laptop en mijn aantekeningen van de vorige bespreking liggen voor me. Vooralsnog ben ik echter alleen. Alleen op Skype wel te verstaan. Niemand reageert op mijn chat bericht waarin ik vraag of iedereen klaar is voor de bespreking. Om kwart over twee ontvang ik een chat bericht: “Just woke up, sorry! Need a coffee, will join you a.s.a.p”. Het bericht komt van collega S uit de Verenigde Staten. Ach ja, bij haar is het nu 6 uur ’s ochtends, dan kun je je wel eens verslapen. In Kenya is het echter twee uur ’s middags,, net als hier in Israël. Mijn collega’s daar kunnen zich niet verslapen hebben, toch? Collega L is offline, Ik stuur haar een korte e-mal: “Hi! Where are you? We had planned a meeting from 2 to 3…”. Vooralsnog geen antwoord en ook geen verandering in haar online-status. Dan komt er een berichtje van collega M, eveneens in Kenya: “Are we meeting today?” …. In reactie op mijn bevestiging vraagt ze om 10 minuten uitstel, de regionaal directeur heeft haar even nodig. Uiteindelijk start de meeting rond half 3 terwijl ik om 3 uur de kinderen van school moet halen. De meeting start bovendien zonder collega L die simpelweg niet reageert op e-mails en die ook haar telefoon niet opneemt wanneer collega M haar belt om te achterhalen waarom ze er niet is.

Bizar verhaal? Niet realistisch? Forget it. This is the story of my working life! Serieus. dit overkomt me minstens eens per week en in weken met veel meetings gebeurt het vaker. Ik werk vanuit huis, op afstand van mijn opdrachtgever en van de mensen waarmee ik samenwerk. We werken niet alleen vanuit verschillende plekken op de wereld, ook leven we in verschillende tijdzones en hebben we uiteenlopende culturele achtergronden. Daar komen nog wat taalverschillen bij en problemen met internetverbindingen die buiten Europa en de VS helaas niet zo betrouwbaar zijn. tja, uitdagingen genoeg zeg maar.

Ik ben enorm dankbaar dat ik werk heb, al is het dan niet bij een opdrachtgever in Israël. Dat blijkt namelijk niet eenvoudig. Niet alleen vormt de taal een obstakel, ook de arbeidswetgeving werkt niet echt mee. Tot nu toe heb ik slechts één reële optie om in Israël te werken gehad, waarbij ik minstens 40 uur per week zou moeten werken voor een lager salaris dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. Ik zou minder verdienen voor die 40 uur (plus) dan ik nu verdien met een kleine 20 uur werken per week. Het betrof bovendien werk dat me inhoudelijk totaal niet aansprak en wat totaal niet aansluit op mijn kennis en ervaring. Ik heb dus niets te klagen. En toch doe ik dat af en toe hartgrondig. Werken op afstand met tijds- en cultuurverschillen is namelijk niet altijd eenvoudig. Met name het verschil in cultuur vormt soms een obstakel. Ik heb me niet eerder gerealiseerd hoeveel impact dat heeft op samenwerking.

Zo ben ik gewend aan werken met duidelijke targets, deadlines, plannen, afspraken en met het uitgangspunt afspraak = afspraak aan de basis van de werkrelatie. Natuurlijk, daar komt wel eens iets tussen en dat laat je elkaar dan – indien mogelijk tijdig – weten. Heel Nederlands weet ik inmiddels. Nu werk ik voornamelijk met mensen in verschillende Afrikaanse landen en met mensen in de Verenigde Staten. Ze werken voor een NGO, een non-governmental organization. Een NGO is een non-profit organisatie die zich inzet voor een maatschappelijk belang. Dat is mooi. Alleen blijkt dat in dit geval in de praktijk te betekenen dat prioriteiten van dag tot dag kunnen veranderen als gevolg van noodsituaties en humanitaire rampen, maar ook vanwege andere, heel wat kleinere, afwijkingen van het reguliere. De organisatie cultuur is er een van totaal vertrouwen in het goede van de mens. In theorie is dat mooi, dat meen ik. In de praktijk brengt het echter met zich mee dat men het bijzonder moeilijk vindt om elkaar op verantwoordelijkheden aan te spreken. Als iemand niet komt opdagen bij een bespreking, zonder zich af te melden, gaan collega’s er vanuit dat er iets ergs gebeurd is. Geeft iemand al weken geen opvolging aan actiepunten? Geen probleem, hij/zij heeft het super druk en het regenseizoen leidt tot veel overlast in Kenya. Het gevolg van deze losse manier van werken is dat het maken van een planning weinig zinvol is, behalve dan deze pijnlijk duidelijk maakt wat de gevolgen zijn van zes weken oponthoud. Ik moet bekennen dat ik dat af en toe verschrikkelijk vind. Diplomatiek uitgedrukt. Ik voel me namelijk verantwoordelijk voor de afronding van dit project. Ik heb me gecommitteerd en wil het goed doen, ik wil resultaten boeken.

Ruim een maand geleden vond ik dat ik lang genoeg uitvluchten en excuses had geaccepteerd en heb ik de noodklok geluid. Mijn agenda had ik maanden lang vrijgehouden voor mijn opdrachtgever die me gemiddeld 24 uur per week nodig zou hebben. Die 24 uur haalde ik soms wel, vaker werden het in de praktijk (veel) minder uren omdat afspraken steeds gecanceld werden of zonder cancellation niet plaatsvonden, actiepunten niet werden opgevolgd, door mij opgestelde adviezen of documenten niet werden gereviewed etcetera. Ondertussen hield ik andere verplichtingen op afstand, ik meldde me niet aan voor lezingen omdat ik dacht een afspraak te hebben, ik maakte geen afspraken met vriendinnen en durfde me niet te committeren aan vrijwilligerswerk bij het Eritrees vrouwencentrum in Tel Aviv. Ik luidde dus de noodklok. En dat heeft gewerkt. Na enige discussie over het belang van het daadwerkelijk realiseren van doelstellingen en hoe samen te werken met de genoemde geografische afstanden en cultuurverschillen, gaf mijn opdrachtgever een duidelijke boodschap af aan de medewerkers in zowel de VS als in Afrika: zo kan het niet langer. En dat had effect. De bal ging eindelijk rollen. En hard.

Gisteren had ik een meeting met het senior management van de NGO waarvoor ik werk in Kenya. Vier managers, de country director, regionaal HR Manager en lokale HR Manager zaten in Nairobi in een vergaderzaal, ik zat achter mijn laptop in Israël en de Global HR Manager zat achter de hare in de VS. We bespraken de rangorde van alle functies in de organisatie in Kenya. Na maanden van trekken en duwen waren uiteindelijk alle functies beschreven en gewaardeerd en had de country director zijn feedback gegeven op dat alles. Best spannend is dan zo’n milestone meeting waarin het management team zich moet uitspreken over de rangorde. Die rangorde is immers bepalend voor de salarisniveau’s die medewerkers kunnen bereiken in hun functie. Na al mijn slechte ervaringen in de afgelopen maanden, was ik opgelucht en blij toen ik gisteren om half tien ’s ochtends opmerkte dat iedereen op tijd was (zelfs mijn collega in de VS waar het midden in de nacht was), dat de internetverbindingen overal werkten, dat iedereen voorbereid was en – misschien het belangrijkste van alles – dat de managers zich durfden uit te spreken over de rangorde. Niet heel Afrikaans namelijk, om je duidelijk voor of tegen iets uit te spreken. Het werd een constructieve bespreking waarbij het management ook met name onderling het gesprek aanging over de manier waarop de verschillende projecten worden aangestuurd en uitgevoerd. Het was louterend. De rangorde werd op vier functies na volledig ondersteund en goedgekeurd, afspraken werden gemaakt over harmonisatie van functienamen en over het creëren van betere carrièrepaden. Precies het soort issues waar ik ook mee te maken had toen ik  nog een normale baan had in Nederland.

En zo lijkt het erop dat ik mijn project in Kenya tot een goed einde kan brengen dit najaar terwijl ik de volgende twee projecten kan opstarten in Afrika en in Zuid Amerika. En daar ben ik best trots op.

Advertenties

Kinderen betalen de rekening (LINDAnieuws)

Voor zover niet bekend bij lezers die me niet op Facebook volgen: ik schrijf af en toe blogs op http://www.lindanieuws.nl/wereldwijven. Deze week werden er twee gepubliceerd die over hetzelfde onderwerp gaan, namelijk over kinderen, jongeren, die slachtoffer zijn van het langslepende conflict tussen Israël en Palestina. Onderstaand een link naar beide artikelen.

http://www.lindanieuws.nl/wereldwijven/cecielhuls/spanningen-in-israel-lopen-op/

http://www.lindanieuws.nl/wereldwijven/cecielhuls/kinderen-van-de-rekening-in-israel-en-palestina/

One year down, three more to go

Een week geleden schreef vriendin J op facebook: Wow, one year in Israël already! Een paar dagen later meldde vriendin R hetzelfde. Deze week realiseerde ik me dat ook wij ons eerste jaar in Israël erop hebben zitten. De tijd is snel voorbij gegaan, het was zeker niet altijd gemakkelijk. Er is veel gebeurd, zowel hier als in Nederland. Ups en downs hebben elkaar afgewisseld. Vooral in de periode dat we hoorden dat mijn moeder geopereerd moest worden aan wat uiteindelijk gelukkig een zeer kleine tumor bleek te zijn, was het voor mij persoonlijk niet gemakkelijk. Of je nu in Tanzania woont of in Israël, de afstand ten opzichte van Nederland voelt op zo’n moment als die tussen de aarde en de zon.

Maar… we hebben ons er doorheen geslagen. Allemaal. Precies op de dag dat wij onze eerste Israël-verjaardag konden vieren, onderging mijn moeder haar laatste bestraling. Haar perspectieven zijn bijzonder goed, we vertrouwen er allemaal op dat dit het was en dat het hierbij blijft. En voor ons hier in Israël geldt denk ik hetzelfde, we laten een periode van aanpassen en wennen achter ons en kijken vol vertrouwen en plezier uit naar wat komen gaat.

Een overplaatsingsjaar is altijd pittig, ongeacht wat je verwachtingen waren aan het begin. Het tweede jaar is dan een verademing. Je kent de weg in je nieuwe land, letterlijk en figuurlijk. Je hebt vrienden gemaakt, je kent de school. Als ik terugdenk aan die eerste weken in Israël… wat voelde ik me verloren. Ik kende vrijwel niemand, kende de weg naar precies twee supermarkten, naar de school en naar een speeltuin. Ik wist hoe op het strand te geraken en ja, dat was het wel zo’n beetje. Het gebeurde die eerste weken nog geregeld dat ik van het boodschappen doen thuiskwam met verkeerde producten: geen smeerkaas maar kwark, geen yoghurt maar zure room en toch weer brood met desem, waar ik zelf erg van houd maar wat de jongens echt niet lekker vinden…, de taalbarrière speelde me parten. Ook overkwam me een keer dat ik een cappuccino had besteld en er twee kreeg. Omdat ik wat onhandig had uitgelegd dat ik mijn koffie graag met magere melk wilde. Ik begrijp inmiddels wel iets van het Ivriet, maar echt spreken doe ik het niet en dat zal ook niet gaan gebeuren vrees ik. Wel is mijn zelfvertrouwen enorm gegroeid. Ik laat me niet meer overrompelen door de Israëlische manier van doen in winkels en op terrassen en check of ze me begrepen hebben. Ook heb ik ontdekt dat je met een glimlach en een “shalom” en “yom tov” heel ver komt, zelfs bij de meest botte Israëliërs. Dus die heb ik altijd in de aanslag 🙂

Voor de jongens was het ook niet altijd eenvoudig. Thomas bleek wat achter te lopen qua rekenen en werd al snel in een bijles groepje geplaatst. Hij vond dat vreselijk, hij had ook al bijles Engels en logopedie in het Engels, allemaal tijdens schooltijd. Hij werd dus steeds uit de klas gehaald – overigens met klasgenootjes die ook wat extra aandacht nodig hadden voor sommige vakken – en voelde zich daardoor “anders dan de rest”. Hij heeft keihard gewerkt, onze oudste! Zijn eindrapport was prachtig, hij heeft een topjaar gehad, zijn achterstanden volledig ingelopen. Een uitblinker op het voetbalveld, in zijn art-class en in zijn Engels klasje. De juffen lopen met hem weg, hij is “sooo responsible and helpful”. Benjamin had het moeilijker dan Thomas met de verhuizing naar Israël. Hij mistte ons huis en de mensen die daar iedere dag waren. Onze nanny, de huishoudster, de tuinman en de chauffeur. Dat waren zijn vrienden, zijn familie, zijn leven. Vaak heeft hij gevraagd wanneer we nu eindelijk terug zouden gaan naar Tanzania en hij heeft zich oprecht zorgen gemaakt over Nellie, onze nanny. We hebben de jongens maar niet verteld dat onze tuinman, Godi, inmiddels is overleden. We hadden het daar zelf erg moeilijk mee, vooral omdat hij nog met ons in contact heeft proberen te komen toen hij geld nodig had. Dat was een paar weken voordat we hoorden dat hij dood was.

Maar goed, de opstart perikelen hebben we gehad, het gemis van Tanzania is op de achtergrond geraakt. We genieten simpelweg enorm. Ons huis met de zee grenzend aan de tuin, het zwembad, de gezelligheid met de buren en hun kinderen, levert vanaf vrijdagmiddag een instant vakantiegevoel. Het lijkt soms een camping, de kinderen houden voortdurend in de gaten wie er thuis is en wie niet, wie er naar het zwembad gaat of naar het strand. Op zaterdagochtend is ons huis vaak gevuld met een hele zooi kinderen. Ons sociaal leven is super. Ongelooflijk wat je in een jaar tijd met mensen kunt opbouwen. Plezier, er voor elkaar zijn, mooie en verdrietige momenten delen. En dat terwijl we elkaar allemaal nog maar zo kort kennen. En dat is mooi aan het zwervende expat bestaan: vriendschappen kunnen zich razendsnel verdiepen, omdat iedereen los is van zijn/haar normale sociale structuur. Ik vind dat bijzonder en ik ben zo dankbaar voor de mooie nieuwe contacten die we hebben opgedaan.

Toen mijn vriendinnen en ik ons realiseerden dat we allemaal zo’n beetje ons eerste jaar hier in Israel erop hebben zitten, verbaasden we ons er weer eens over dat we vrijwel tegelijk aan zijn gekomen, ons allemaal intens eenzaam hebben gevoeld die eerste weken tot de school begon en dat we niet van elkaars bestaan wisten. En dat terwijl ons aller levens zich een jaar geleden afspeelde tussen dezelfde twee malls en die ene grote speeltuin. Hadden we toen maar geweten hoe we ons nu zouden voelen. Dan was het toen een stuk gemakkelijker geweest. En gelukkig, gelukkig hebben we elkaar gevonden. Dat was dan wel niet in die hete zomer in Tel Aviv toen we regelmatig op dezelfde plekken naar onze spelende kinderen zaten te kijken zonder elkaar te kennen, maar later, toen we onze levens op de rit begonnen te krijgen.

Fijn om hier straks, na de zomervakantie in Nederland, terug te komen en de draad weer op te pakken.

 

 

Happy family on holiday in Jordan (Petra)

Happy family on holiday in Jordan (Petra)

Only in Israel 2

Aflevering twee van Only in Israël, ik vermoed dat er nog vele zullen volgen, genoeg anekdotes!

Wij wonen op een soort compound, de Gabriela Residence genoemd. Het is geen compound zoals ik die kende in Tanzania, met hoge muren, prikkeldraad en bewaking. Dat soort veiligheidsmaatregelen zijn hier niet aan de orde. We hebben wel een slagboom , die is echter uitsluitend nodig omdat onze parkeerplaats ideaal ligt ten opzichte van het strand van Herzlyia Pituach. Nu het zomer is en de stranden vollopen – met name op Shabbath – is dat geen overbodige luxe. Ook is er een muur die ons huizengroepje  tot een compound maakt, met deuren erin die tot een paar weken geleden altijd open waren.

De Gabriela Residence moet je eigenlijk zien als een klein vakantiedorp. Jaren geleden is de residence gebouwd door een groep Frans-Joodse vrienden. Kapitaalkrachtige Parijzenaren die graag een mooi vakantiehuis wilden hebben aan het strand in Herzlyia Pituach. Twaalf huizen rondom een ruim zwembad en een tennisbaan. Vanuit de tuin loop je de strandboulevard op. Erg perfect. Normaal gesproken is het merendeel van de huizen niet bewoond en daarom neemt beheerder Bennie het  niet al te nauw met het onderhoud van het complex. Sinds een paar weken lopen er echter opeens opvallend veel werklieden rond op het terrein. De douche bij het zwembad werd vernieuwd – met regendouche! -, het deurtje in het hek rond het zwembad heeft tot onze vreugde een slot gekregen, overal zijn nieuwe bloeiende planten in de aarde geplaatst en…. van het ene moment op het andere zitten er codesloten op alle deuren in de muren rondom de tuin. Bennie moet opeens in de stress geraakt zijn over het installeren van die sloten, toen ik een paar weken geleden op een ochtend het huis verliet, waren ze er nog niet. Toen ik ergens na het middaguur thuiskwam, waren alle deuren op slot. En ik had geen sleutel. Ook geen code. Wel had ik een slapend kind in mijn armen terwijl de temperaturen de dertig overstegen. Not so funny. Gelukkig was vriendin en buurvrouw M thuis, zij kon de deur openen en na een sms-je aan Benny ontving ik de code alsnog. Zijn sms-je had een licht verwijtende toon. Hij had me die ochtend niet thuis aangetroffen en had me niet kunnen informeren. Dat mijn mobiele nummer gewoon in zijn adresboek staat, ach ja, natuurlijk, niet aan gedacht…

Een andere bijzondere ervaring had ik met een buurvrouw die af en toe op de residence woont. Laat ik haar Celine noemen. Ik kende Celine niet. Ze was er tot april zelden. Als ze er was, begroette ik haar altijd. Ze beantwoordde mijn begroeting nooit. Niet geheel vreemd, de overige eigenaren van de huizen waren en zijn niet direct vriendelijk tegen ons. Onze kinderen rennen namelijk door HUN tuin en zwemmen in HUN zwembad. Dat we hier wonen en dat er echt een prima huurprijs wordt betaald voor ons huis, is niet ter zake. We zijn slechts huurders en mogen bij Gods gratie gebruik maken van hun faciliteiten. Aangezien de eigenaren van de niet permanent verhuurde huizen hier nauwelijks zijn, maakt me dat oprecht niets uit. Ik heb er geen last van en onze directe buren zijn net als wij expats en inmiddels goede vrienden. Anyway. Celine dus. Celine blokkeerde enkele weken geleden mijn pad, toen ik met twee volle boodschappen tassen richting voordeur strompelde. “That thing on your terrace is spoiling my view. Remove it. Now.”  Ik had werkelijk geen idee over welk “thing” ze het had. Of hoe zij welk “thing” dan ook zou kunnen zien vanuit haar huis. De huizen zijn namelijk zodanig gebouwd dat je niet in elkaars stukje privé tuin kunt kijken, met verspringende muren. Daarbij ging het niet eens om haar uitzicht vanuit de tuin. Het ging om het uitzicht vanaf het “soort van” terrasje naast haar voordeur.  Ik noem het “een soort van terrasje” omdat het dat platte stukje naast de voordeur bij alle huizen wordt gebruikt om er fietsen te stallen en om gas- en waterflessen op te slaan. Als Celine (ik kende haar naam op dat moment overigens nog niet),  helemaal voorover boog achter haar gasflessen, dan kon ze dus een droogrekje zien uitsteken boven het muurtje van ons terrasje. Dat stoorde haar nogal, dat droogrekje. En het moest nu weg. Ze volgde me toen ik doorliep naar de trappen naar onze voordeur.

Ik dacht na over een gepaste reactie. Ik had me nooit eerder echt gestoord aan de hautaine houding van de huiseigenaren. Ze zijn er immers zelden en als ze er zijn, lopen we over het paadje achter de huizen langs naar het zwembad in plaats van door de  tuin. Hun Shabbath gezangen op vrijdagavond luidden ook ons weekend in en kan ik inmiddels best waarderen. Ik begroet iedereen hartelijk in het Frans, soms krijg ik antwoord. Vaak niet. Maar dit vond ik wel wat gortig. Vooral omdat Celine mijn begroetingen nooit beantwoordde en ik dit wel een erg ondiplomatieke wijze vond om problemen aan te pakken. Dus ik draaide me om en antwoordde in het Frans (ik had inmiddels door dat Celine liever Frans sprak dan Engels), dat ik het erg vervelend vond dat ze me zo  vervelend aansprak op een droogrekje dat nauwelijks zichtbaar is en dat ik haar naam niet eens kende. Daarna droeg ik mijn boodschappen de trap op, benieuwd naar haar reactie. Tot mijn verbazing  liep Celine achter me aan het trapje op en vroeg me hoe lang we hier nog dachten te wonen. Nog ruim drie jaar, luidde mijn antwoord. Vervolgens reikte ze me de hand, stelde zich voor en vertelde me hoe vreselijk ze het vond dat er steeds tijdelijk mensen in deze huizen wonen. Hoe ze nooit weet wie ze zal aantreffen als ze weer eens vanuit Parijs aankomt. Steeds weer nieuwe gezichten die er de volgende keer dat ze komt, al dan niet zijn. Daarom is ze opgehouden met aardig doen tegen tijdelijke bewoners. Ze vertrekken meestal toch weer vrij snel. Maar ruim drie jaar, ja, dat is best een tijd. Dus laten we vrienden worden. Even later stonden we samen het droogrekje te bevrijden uit zijn ingeklemde positie tussen waterflessen en muur.

Zijn dit typische “Only  in Israël” anekdotes? Mogelijk niet. Maar ik vind ze erg vermakelijk en – met het risico politiek incorrect te zijn – tamelijk typerend voor het contact met Joodse mensen. Ze zijn meestal waanzinnig direct en onthutsend eerlijk. Zelfs naar Nederlandse maatstaven. Een laatste kleine anekdote om dit te illustreren. Onlangs waren Arjen en ik in een wijnbar van Tishbi in Zichron Ya’acov. Tishbi is onze favoriete wijnmakerij in Israël als het gaat om droge witte wijn. We twijfelden tussen hun reguliere en wat betaalbaardere Sauvignon Blanc en hun Estate versie van de Sauvignon Blanc die een stuk duurder is. De verkoopster was duidelijk in haar advies. “Take the regular one. It’s cheaper and the taste is much more balanced then the Estate one. Really, Try it”. Twee glazen werden royaal gevuld en even later verlieten we de winkel met vier flessen van de goedkopere variant die inderdaad beter op smaak bleek. Geweldig toch?

 

 

Een jaar op de American International School in Israel

Als de dag van gisteren herinner ik me de eerste keer dat we op de campus van AIS waren. Een grote campus, veel nieuwe gezinnen die kwamen kennismaken en een enorme chaos bij het verstrekken van de schooluniformen. Er was weinig toelichting voor nieuwkomers, terwijl zo’n grote school wel wat toelichting vraagt. AIS is een grote school, het herbergt een kleuterschool, lagere school en middelbare school op een grote campus met sportvelden, speeltuintjes, een grote bibliotheek, zwembad en peuterbad, cafetaria, sporthal, auditorium en verschillende muzieklokalen en art-ruimtes. Waanzinnig. Ik dacht na onze ervaringen in Tanzania iets te weten van internationale scholen. Tot ik AIS leerde kennen. Wat een prachtig complex. Wel een beetje ingewikkeld als je net aankomt. We voelden ons nogal overweldigd.

Gisteren was de laatste schooldag van dit jaar. Ik was op tijd naar school gereden om mijn vriendinnen nog even te zien voordat iedereen naar allerlei uithoeken vliegt. En om afscheid te nemen van leerkrachten en hen te bedanken voor de geweldige begeleiding die ze onze kinderen geboden hebben tijdens hun eerste jaar in Israël. Vooral het afscheid van de leerkrachten van de kleuterschool was emotioneel. Benjamin verlaat immers de kleuterschool en start in augustus op de lagere school in Kindergarten (vergelijkbaar met groep 2 in Nederland). De Joods-Amerikaanse juffen die een echte “can-do kid” van onze Benjamin maakten, hebben zich intens aan hem gehecht en bleven maar herhalen dat hij vooral vaak moet binnenlopen in de kleuterschool. Zijn nieuwe lokaal ligt er pal tegenover, dat komt vast goed. Benjamin zelf was nogal laconiek over het afscheid. Hij is er vooral mee bezig dat hij naar Kindergarten over is en dat hij eindelijk, eindelijk gaat leren lezen en schrijven. Thomas had wat meer moeite met het afscheid nemen van zijn onvolprezen Miss W. Miss W heeft Thomas werkelijk geweldig begeleid, want hij startte in de eerste klas met wat achterstand op het gebied van rekenen, en achterstand die hij met bijlessen binnen 3 maanden in wist te lopen. Op IST, zijn vorige internationale school, lag het niveau op het gebied van rekenen wat lager dan op AIS.

En dat is dan het grote nadeel van het hebben van kinderen op internationale scholen, steeds in andere landen. Natuurlijk zijn er overeenkomsten tussen internationale scholen. Maar als het gaat om hun curriculum, het is mij nog steeds niet helemaal duidelijk maar dat dit uiteenloopt, is duidelijk. Onze school volgt officieel het Amerikaanse curriculum en daar wordt ook toezicht op gehouden door de Amerikaanse overheid. Maar het niveau van de high school is relatief laag in vergelijking tot middelbare scholen in Nederland. Heel problematisch als je hier woont als je kind eindexamen moet doen. Sommige mensen sturen hun kinderen voor hun examenjaar terug naar Nederland om daar bij familie te wonen en eindexamen te doen. Met mijn jonge kinderen kan ik me daar nu nog niets bij voorstellen en ik stel me voor dat we ervoor zorgen dat we gewoon in Nederland wonen in die fase van hun leven. Maar ja, ik dacht ook dat we  na onze plaatsing in Tanzania snel terug naar Nederland zouden verhuizen en dat is toch iets anders gelopen…

Het is en blijft een zorg, of je kind in het buitenland het gewenste niveau bereikt en behoudt, zodat het bij terugkeer in zijn thuisland goed kan instromen in het reguliere onderwijs aldaar. Wij werken er hard aan in het weekend met de jongens. Het is beslist niet altijd leuk om in ieders vrije tijd aan het werk te moeten met Nederlandse les. We nemen zelf CITO toetsen af, communiceren met een begeleidende leerkracht in Nederland via Skype en mail, maken oefeningen met de jongens en lassen soms een les af als de concentratie ver te zoeken is. In onze omgeving ken ik niemand anders die aan thuisonderwijs doet in de moedertaal. Nu hebben we ook aardig wat Amerikaanse vrienden, die hoeven zich daar natuurlijk geen zorgen over te maken.

De kwaliteit van het onderwijs op internationale scholen is een zorg voor veel expats, met name voor degenen uit landen als Nederland, Duitsland en België, waar het niveau van het onderwijs hoog is. Het is tamelijk normaal dat kinderen een jaar achterstand oplopen na verloop van tijd.

Er zijn echter ook veel geweldige voordelen verbonden aan het internationaal onderwijs, voordelen die voor ons en voor de kinderen het leven in het buitenland extra bijzonder maken. Kleine klassen met veel beroepskrachten is er een van. Thomas’  klas bestond dit jaar uit 19 leerlingen met een fulltime leerkracht, een “instructional assistant” die extra aandacht geeft aan kinderen die dat nodig hebben (zowel voor kinderen die wat achterlopen als voor kinderen die juist sneller gaan) en een klasse-assistent.  En dan de geweldige faciliteiten. I-pads in iedere klas, e-readers in de bibliotheek, vakleerkrachten voor vakken als gym, Israeli culture, muziek en art. Onze kinderen lopen al op de lagere school van lokaal naar lokaal, omdat ze gespecialiseerde leerkrachten hebben voor veel vakken. Thomas krijgt ELL (English as second language), hetgeen betekent dat hij extra lessen in lezen, schrijven en spreken krijgt om zijn Engels te verbeteren en ik neem aan dat Benjamin dat volgend jaar ook krijgt. Helemaal geweldig is het afterschool programma. Als je kinderen dat willen en aankunnen, kunnen ze in principe iedere dag na afloop van de lessen op school blijven om bijvoorbeeld tennisles, pianoles, zwemles of toneelles te krijgen (een kleine greep uit een lange lijst…). We hebben het dit jaar rustig aan gedaan, Thomas heeft alleen zwemles gehad. Maar nu hij  naar de tweede klas gaat (groep 4 in Nederland) en hij weet hoe het allemaal werkt op school, heeft hij zijn verlanglijstje aan after school activiteit al klaar liggen…

En hoewel ik eraan moest wennen, ben ik inmiddels ook fan van die enorm positieve en typisch Amerikaanse basishouding, de can-do mentaliteit, het feit dat kinderen die ergens in uitblinken daarvoor geprezen worden tijdens assemblies. Thomas kreeg dit jaar tijdens een assembly (waar de hele lagere school samenkomt) een prijs voor het feit dat hij zoveel verantwoordelijkheid neemt. En gisteren zat er bij zijn eindrapport een certificaat omdat hij volgens zijn art-juf een echte kunstenaar is. Ik moest eraan wennen, maar ik zie hoe de jongens genieten van deze aanpak. Thomas voelt zich echt bijzonder omdat hij wordt geroemd om zijn creativiteit en zijn hulpvaardigheid en zijn zelfvertrouwen is enorm toegenomen in het afgelopen jaar.

Ik hou van onze school in Israël. Het is een enorm positieve, stimulerende omgeving waarin onze kinderen enorm tot hun recht komen. Om die reden heb ik besloten het komende schooljaar veel van mijn vrije tijd aan de school te besteden. Ik ben voorzitter van de commissie die International Day organiseert, een grote fund-raising event voor zowel leerlingen en ouders als geïnteresseerden van buiten de school. Ik heb al een super team om me heen verzameld en we hebben veel zin om er een gave en feestelijke dag van te maken waarbij de vele nationaliteiten die op onze school aanwezig zijn, hun plek vinden. Daarnaast ben ik sinds deze week toegevoegd aan het schoolbestuur als zogenaamd ex-officio lid, waarbij ik voorzitter ben van de commissie die het schoolbeleid evalueert en verbetert. Erg gaaf. Het schoolbestuur van een particuliere school is verantwoordelijk voor het financiële plaatje van de school. investeringen, lange termijn planning en dergelijk. Een geweldige kans om daaraan bij te mogen dragen. Het is misschien wat veel allemaal, wat ik op mijn schouders heb genomen, maar ik heb er zin in! Met de zomervakantie voor ons en ons vertrek naar Nederland nog maar twee weken verwijderd, kijken we allemaal ook alweer uit naar de start van een nieuw schooljaar, met voor ieder nieuwe uitdagingen!