Afrikaanse vluchtelingen in Israel

Het merendeel van de lezers van mijn persoonlijke weblog, hebben waarschijnlijk mijn artikel over de situatie van Afrikaanse vluchtelingen in Israël gelezen op http://www.lindanieuws.nl/wereldwijven. Omdat het onderwerp me erg raakt en omdat ik ergens in de komende weken een bezoek hoop te brengen aan The Schoolhouse, een in 2012 opgerichte school voor volwassen asielzoekers in Israël, schrijf ik er bij deze ook over op mijn weblog.

Met 4 andere diplomatic spouses, dames/vriendinnen die ik via mijn Hebrew class ken, staan we met een wat onbehaaglijk gevoel in een troosteloze straat in zuid Tel Aviv. Het huisnummer dat aan ons is doorgegeven, prijkt op de gevel van een pand dat zo mogelijk nog deprimerender is dan de andere panden in de straat. Graffiti op de muren, met stalen luiken afgesloten ramen aan de voorzijde en slechts enkele raampjes voorzien van tralies. Triest. En toch. Dit trieste gebouw herbergt een sprankje hoop voor Eritrese vrouwen die als vluchteling in Israël verblijven. In dit gebouw is namelijk het Eritrean Women Community Center gevestigd. Overdag een veilige opvang voor de kinderen van de werkende en werkzoekende moeders. ’s Avonds een centrum voor volwassen educatie.

Dan, een medewerker van Amnesty International, wacht ons op. We mogen even naar binnen kijken in het centrum. Jonge Eritrese kinderen, vrijwel allen gehuld in winterjasjes met vale kleuren, kijken ons nieuwsgierig aan. Een van hen kan ik niet uit mijn hoofd krijgen. Zo klein, zo kwetsbaar, een fles melk in zijn knuistjes geklemd alsof het zijn anker op een woelige zee is, een te grote dons-jas aan om hem te beschermen tegen de voor hem zo ongewone kou. Ik durf geen foto’s te maken binnen. Dat voelt niet goed. Maar de ruimte moet je je voorstellen als klein, onderkomen, een veelheid aan uiteenlopende boxen en camping-bedjes achterin de ruimte, daarvoor hier en daar wat speelgoed op de tegelvloer. Kinderen die wat wezenloos rondscharrelen. Gevluchte kinderen. Wat zullen ze al niet meegemaakt hebben? En wat staat hen nog te wachten?

Dan neemt ons weer mee naar buiten. Gezeten op tuinstoelen op een buitenspeelplaats, luisteren we naar zijn verhaal en dat van twee jonge mannelijke vluchtelingen. Respectievelijk uit Sudan (ook Dan geheten) en Eritrea (helaas, zijn naam ben ik vergeten). Beiden nog geen 30 jaar. Geen van beiden heeft een beroepsopleiding kunnen voltooien. Om uiteenlopende maar even trieste redenen. Wat hen hier brengt is oorlog, geweld, onderdrukking. Zij dachten een veilig heenkomen te vinden in Israël. Een immigranten land bij uitstek. Een land met inwoners waarvan een deel ooit naar Israël vluchtte om een bestaan op te bouwen na de holocaust te hebben overleefd. Niets bleek minder waar. Goed, ze zijn in betrekkelijke veiligheid nu. Maar: hun asielaanvraag – en die van de 55.000 andere asielzoekers – wordt niet in behandeling genomen. En: het lijkt er momenteel sterk op dat de verstrekte tijdelijke visa (met de duur van een tot drie maanden) niet meer verlengd worden. Vele Eritreeërs en Sudanezen hebben inmiddels een brief ontvangen waarin hen wordt kenbaar gemaakt dat zij zich, na het verlopen van hun tijdelijke visum, moeten melden in Holot. Een detentiecentrum in de Negev. Opsluiting voor onbepaalde tijd staat hen te wachten. Tenzij er voor het verlopen van hun tijdelijke visum een oplossing komt. Een bestaan opbouwen, al is het maar voor de duur van hun hopelijk tijdelijke verblijf hier, zit er niet in voor de Afrikaanse vluchtelingen. Ze wachten en hopen.

Laten we eerlijk zijn: geen enkel land zit te wachten op de toestroom van asielzoekers. Het vergt nogal wat qua logistiek en huisvesting en dan zwijg ik nog van de administratieve last die erbij komt kijken om de status van asielzoekers vast te stellen. Maar tegelijkertijd: we hebben het hier over vluchtelingen. Echte vluchtelingen. Geen gelukszoekers die hopen op een beter inkomen en betere scholing voor hun kinderen. Nee. Mensen die hun land ontvlucht zijn vanwege oorlog, bloedvergieten, geweld. Sterker nog: een deel van deze vluchtelingen had een soort van tijdelijk veilig heenkomen gevonden in de vluchtelingenkampen in Sudan. Een kamp van waaruit ze vervolgens werden ontvoerd om vastgehouden, gemarteld, verkracht en bedreigd te worden in de Sinaï woestijn. Dat je zoiets overleeft, mag een wonder heten. Hoe afschuwelijk om dan na al die ontberingen, in Israël aan te komen en erachter te komen dat je wordt beschouwd als een indringer, een crimineel. Iemand die erop uit is de Joodse samenleving demografisch te ontwrichten. Want dat lijkt de grootste drijfveer te zijn achter het handelen van de Israëlische regering. De angst om door de toestroom van niet-Joodse mensen, Israël haar Joodse karakter te zien verliezen. Hetgeen het land nog kwetsbaarder zou maken.

En daarmee raak ik direct dat steeds terugkerende onderwerp in gesprekken onder expats. Het kwetsbare Israël met haar complexe verleden en heden. Met een bevolking die getekend is door trauma. Nog steeds. Niet alleen de daadwerkelijke holocaust slachtoffers lijden nog dagelijks onder hun herinneringen. Ook hun nageslacht. Ik zeg wel eens: het gaat blijkbaar in de genen zitten, die angst voor vervolging en uitroeiing. En dat maakt alles zo ontzettend ingewikkeld. Ik zal er zeker nog eens een weblog over schrijven (of twee, drie, of tien). Want het is een onderwerp dat moeilijk is maar ook onvermijdelijk. Israel, het land dat zichzelf voortdurend moet beschermen tegen haar buurlanden en tegen aartsvijand Iran. En blijkbaar ook tegen onschuldige vluchtelingen uit door oorlog verscheurde landen in Afrika.

Gistermiddag, vlak voor het einde van zijn werkdag, werd Arjen gebeld door een Eritrese man. Of hij Arjen (nu) even kon spreken. Arjen probeerde uit te vinden waarom en wat precies de bedoeling was. Uiteindelijk ging hij akkoord om de man even beneden te ontmoeten. Toen hij hem vroeg waar hij hem aan kon herkennen, gaf de man aan dat dat wel goed zou komen. Op tijd realiseerde Arjen zich wat er aan de hand was. Beneden, voor het gebouw waar de Nederlandse Ambassade gevestigd is, stond een grote groep Eritrese vluchtelingen. Met spandoeken. Zij maakten een mars (en ze maken er veel momenteel) langs ambassades en VN organisaties. Om hun zaak onder de aandacht te brengen. Om om hulp te vragen. Arjen nam zijn collega van de politieke afdeling mee naar beneden, waar hij een brief in ontvangst nam. Een brief waarin onder andere staat dat Nederland circa 75%  van de Eritrese asielzoekers accepteert als officiële vluchteling. Ten opzichte van nog geen 1% van de Eritrese vluchtelingen die als vluchteling worden erkend in Israël. Dat wil wel wat zeggen.

Ik kan mijn weblog slechts eindigen met: wordt vervolgd. Dit onderwerp laat mij voorlopig niet los.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s