Hoe de bus(-stop) mijn leven redde – een kijkje in ons dagelijks leven

Benjamin met zijn beste vriendinnetje - inmiddels tot zijn grote verdriet verhuisd naar Rome en vriendje Jamie in The Dolphin.

Benjamin met zijn beste vriendinnetje – inmiddels tot zijn grote verdriet verhuisd naar Rome – en vriendje Jamie in The Dolphin.

Vriendin L en ik zaten een tijdje geleden bij een lunch met andere “diplomatic spouses”. We hadden het niet getroffen met onze tafel. We waren de enigen waarvan de man geen ambassadeur was. Niet dat ambassadeursvrouwen per definitie niet leuk zijn – ik ken er inmiddels genoeg die super inspirerend en ondernemend zijn. Wat wel vaak zo is: de meesten bevinden zich in een andere levensfase dan ik, met oudere kinderen die veelal niet meer thuiswonend zijn. Anyway, tijdens die lunch bevonden L en ik ons te midden van een groep vrouwen die zich uitsluitend leek druk te maken over het aantal couverts dat hen op hun residentie ter beschikking staat en dus het aantal gasten dat zij tijdens officiële diners kunnen ontvangen. De jaloezie op de vrouw van de Japanse ambassadeur die een heuse Japanse chef kok in dienst heeft, was voelbaar. Toegegeven: we zaten enorm te genieten van vers-bereide sushi en andere Japanse lekkernijen. Je zult maar voor de klus staan regelmatig (zeg maar gemiddeld twee keer per week) groepen delegaties, diplomaten, (Israëlische) ambtenaren en mensen uit het bedrijfsleven te moeten entertainen met uitgelezen menu’s (al dan niet kosher). Ik ben niet jaloers en ben blij dat Arjens functie dat niet met zich meebrengt. L en ik konden in ieder geval niet goed “meepraten”. Wij hebben andere zorgen. Een van de dames vroeg ons wat wij zoal de hele dag doen. L antwoordde: “our life is really all about the schoolbus! The busstop has saved our lives!” L en ik moesten hier beiden hartelijk om lachen, het klinkt nogal pathetisch maar het is echt waar. De busstop heeft ons leven gered. In sociaal opzicht dan. De dames aan onze tafel begrepen er niets van en het gesprek werd dan ook soepeltjes op een ander onderwerp gebracht en L en ik maakten ons snel uit de voeten.

Maar die busstop, ja, die heeft inderdaad mijn leven gered. En dan te bedenken dat we helemaal niet van plan waren gebruik te maken van het schoolbussysteem van AIS (American International School). Als toch wel redelijk traditioneel ingestelde Nederlandse moeder, leek het me niet meer dan vanzelfsprekend dan dat ik de jongens iedere dag naar school zou brengen en ze zou ophalen. Na 3 weken summerschool, vlak na onze aankomst in Israël, kwam ik daar echter al op terug. Ik had namelijk niet stilgestaan bij de lengte van de rit naar school (18 kilometer, one way) en de drukte op de weg. Ook had ik me niet gerealiseerd dat de kinderen wel eens een heel ander idee zouden kunnen hebben over dit onderwerp. Die flitsende schoolbussen spraken enorm tot hun verbeelding en ze konden niet wachten tot ze er iedere dag in zouden mogen zitten met hun nieuwe vriendjes. Na afloop van summerschool gaven we de jongens dan ook op voor de schoolbus en zo kwam de Dolphin in ons leven.

De Dolphin is een van de vele, vele schoolbussen die iedere dag pendelen tussen diverse steden en dorpen en AIS in Even Yehuda. Afgezien van de gezinnen die in Even Yehuda zelf wonen, maken vrijwel alle AIS gezinnen gebruik van die bussen. De Dolphin is daarbij een iets andere bus dan al die andere. Het is namelijk het speciale busje voor de jongste leerlingen van AIS, leerlingen die op de kleuterschool zitten of in de eerste of tweede klas en die geen oudere broers of zusjes hebben om hen te begeleiden in de bus. Het is een kleine bus die zonder tussenstops vanaf een centrale busstop in Herzlyia Pituach naar Even Yehuda rijdt (de andere bussen maken heel veel tussenstops, op de hoeken van straten waar deelnemende gezinnen wonen en kennen dus geen centrale busstop). In de bus is een zogenaamde bus-monitor aanwezig die toezicht houdt op de kinderen en die hen vreselijk verwent. Elli heet hij. En hij is een schat, een soort plaatsvervangende opa voor de kinderen. Hij weet het direct als een kind een slechte dag heeft, hij weet wie hij niet naast elkaar moet laten zitten en hij heeft altijd chocolaatjes en biscuitjes bij zich (dit laatste tot mijn grote frustratie). Wij moeders worden door hem vaderlijk geadviseerd bij ziekte of verkoudheid van kindlief en als hij er een keer niet is – omdat hij zelf ziek is – zijn de kinderen echt een beetje van slag.

Hoezo heeft de Dolphin mijn leven gered? En dat van vriendinnen L, P, I, J, R … nou ja, dat van al die andere moeders? Los  van het feit dat we zoveel tijd voor andere dingen overhouden omdat we niet in de file naar en van school hoeven te rijden? Welnu: omdat we elkaar hebben leren kennen bij de busstop. Geen van ons komt nog vaak op school. Dat is absoluut een nadeel van de schoolbus. Niet alleen ontmoet je daardoor de leerkrachten van je kinderen nog maar zelden, ook loop je daardoor het contact met andere moeders (ouders) mis en dus de mogelijkheid om uit te zoeken of je misschien vrienden kunt worden. Zeker als je ergens nieuw bent – iets dat voor de ouders van kinderen op zo’n typische expat school om de circa 4 jaar het geval is – heb je echt een soort ontmoetingsplaats nodig om vrienden te maken. En die ontmoetingsplaats is voor ons dus de bushalte van de Dolphin gebleken. Mijn twee dierbaarste vriendinnen in Israël, L en P, heb ik hier leren kennen. Er zijn dagen en weken voorbij gegaan waarbij voor zowel mijzelf als voor vele andere expat vrouwen, tijdens die twee momenten per dag bij de busstop, het enige normale contact plaatsvond met andere volwassenen buiten onze eigen man of de kassières bij de supermarkt.

Inmiddels is het al lang niet meer zo triest overigens! Ik heb aardig wat vriendinnen gemaakt, ook buiten L en P om. Ik heb een boekenclub gevonden (vanavond de eerste boekbespreking over Amos Oz’ “Een verhaal van liefde en duisternis”), ik heb twee geweldige buurvrouwen, ik heb mijn wekelijkse Hebreeuws les en sinds vorige week ben ik weer aan het werk. Maar de momenten bij de busstop hebben me door de eerste moeilijke maanden heen geholpen en hebben me twee inspirerende vriendschappen opgeleverd. En ook nu vind ik het heerlijk om me na een ochtend intensief werken, naar de busstop te begeven in de wetenschap dat ik mijn vriendinnen even zie, zonder daar iets voor te hoeven afspreken. Ideaal toch?

En voor de kinderen? Waar de Dolphin mijn sociaal leven heeft vormgegeven, doet het busje dat eigenlijk ook (nog steeds) voor de kinderen. De schooldagen zijn lang, de kinderen vertrekken om 7.25 uur met het busje naar school en rond 16.30 stappen ze er weer uit. Die twee keer twintig minuten in de bus, is hun speeltijd met hun beste vriendjes. Bij het ophalen wordt er nog een kwartier lekker over het pleintje aan zee gerend, worden er plannetjes gesmeed en speelafspraken gemaakt terwijl de moeders hun dag doornemen en plannen maken voor gezamenlijke uitjes in het weekend en voor eetafspraken. Pas daarna gaan we naar huis om huiswerk te maken (Thomas heeft als eersteklasser iedere dag huiswerk), bij te praten en te spelen voor het avondeten.

En zo komt het dus dat vriendin L met recht kon zeggen dat ons leven om de schoolbus draait.

Afrikaanse vluchtelingen in Israel

Het merendeel van de lezers van mijn persoonlijke weblog, hebben waarschijnlijk mijn artikel over de situatie van Afrikaanse vluchtelingen in Israël gelezen op http://www.lindanieuws.nl/wereldwijven. Omdat het onderwerp me erg raakt en omdat ik ergens in de komende weken een bezoek hoop te brengen aan The Schoolhouse, een in 2012 opgerichte school voor volwassen asielzoekers in Israël, schrijf ik er bij deze ook over op mijn weblog.

Met 4 andere diplomatic spouses, dames/vriendinnen die ik via mijn Hebrew class ken, staan we met een wat onbehaaglijk gevoel in een troosteloze straat in zuid Tel Aviv. Het huisnummer dat aan ons is doorgegeven, prijkt op de gevel van een pand dat zo mogelijk nog deprimerender is dan de andere panden in de straat. Graffiti op de muren, met stalen luiken afgesloten ramen aan de voorzijde en slechts enkele raampjes voorzien van tralies. Triest. En toch. Dit trieste gebouw herbergt een sprankje hoop voor Eritrese vrouwen die als vluchteling in Israël verblijven. In dit gebouw is namelijk het Eritrean Women Community Center gevestigd. Overdag een veilige opvang voor de kinderen van de werkende en werkzoekende moeders. ’s Avonds een centrum voor volwassen educatie.

Dan, een medewerker van Amnesty International, wacht ons op. We mogen even naar binnen kijken in het centrum. Jonge Eritrese kinderen, vrijwel allen gehuld in winterjasjes met vale kleuren, kijken ons nieuwsgierig aan. Een van hen kan ik niet uit mijn hoofd krijgen. Zo klein, zo kwetsbaar, een fles melk in zijn knuistjes geklemd alsof het zijn anker op een woelige zee is, een te grote dons-jas aan om hem te beschermen tegen de voor hem zo ongewone kou. Ik durf geen foto’s te maken binnen. Dat voelt niet goed. Maar de ruimte moet je je voorstellen als klein, onderkomen, een veelheid aan uiteenlopende boxen en camping-bedjes achterin de ruimte, daarvoor hier en daar wat speelgoed op de tegelvloer. Kinderen die wat wezenloos rondscharrelen. Gevluchte kinderen. Wat zullen ze al niet meegemaakt hebben? En wat staat hen nog te wachten?

Dan neemt ons weer mee naar buiten. Gezeten op tuinstoelen op een buitenspeelplaats, luisteren we naar zijn verhaal en dat van twee jonge mannelijke vluchtelingen. Respectievelijk uit Sudan (ook Dan geheten) en Eritrea (helaas, zijn naam ben ik vergeten). Beiden nog geen 30 jaar. Geen van beiden heeft een beroepsopleiding kunnen voltooien. Om uiteenlopende maar even trieste redenen. Wat hen hier brengt is oorlog, geweld, onderdrukking. Zij dachten een veilig heenkomen te vinden in Israël. Een immigranten land bij uitstek. Een land met inwoners waarvan een deel ooit naar Israël vluchtte om een bestaan op te bouwen na de holocaust te hebben overleefd. Niets bleek minder waar. Goed, ze zijn in betrekkelijke veiligheid nu. Maar: hun asielaanvraag – en die van de 55.000 andere asielzoekers – wordt niet in behandeling genomen. En: het lijkt er momenteel sterk op dat de verstrekte tijdelijke visa (met de duur van een tot drie maanden) niet meer verlengd worden. Vele Eritreeërs en Sudanezen hebben inmiddels een brief ontvangen waarin hen wordt kenbaar gemaakt dat zij zich, na het verlopen van hun tijdelijke visum, moeten melden in Holot. Een detentiecentrum in de Negev. Opsluiting voor onbepaalde tijd staat hen te wachten. Tenzij er voor het verlopen van hun tijdelijke visum een oplossing komt. Een bestaan opbouwen, al is het maar voor de duur van hun hopelijk tijdelijke verblijf hier, zit er niet in voor de Afrikaanse vluchtelingen. Ze wachten en hopen.

Laten we eerlijk zijn: geen enkel land zit te wachten op de toestroom van asielzoekers. Het vergt nogal wat qua logistiek en huisvesting en dan zwijg ik nog van de administratieve last die erbij komt kijken om de status van asielzoekers vast te stellen. Maar tegelijkertijd: we hebben het hier over vluchtelingen. Echte vluchtelingen. Geen gelukszoekers die hopen op een beter inkomen en betere scholing voor hun kinderen. Nee. Mensen die hun land ontvlucht zijn vanwege oorlog, bloedvergieten, geweld. Sterker nog: een deel van deze vluchtelingen had een soort van tijdelijk veilig heenkomen gevonden in de vluchtelingenkampen in Sudan. Een kamp van waaruit ze vervolgens werden ontvoerd om vastgehouden, gemarteld, verkracht en bedreigd te worden in de Sinaï woestijn. Dat je zoiets overleeft, mag een wonder heten. Hoe afschuwelijk om dan na al die ontberingen, in Israël aan te komen en erachter te komen dat je wordt beschouwd als een indringer, een crimineel. Iemand die erop uit is de Joodse samenleving demografisch te ontwrichten. Want dat lijkt de grootste drijfveer te zijn achter het handelen van de Israëlische regering. De angst om door de toestroom van niet-Joodse mensen, Israël haar Joodse karakter te zien verliezen. Hetgeen het land nog kwetsbaarder zou maken.

En daarmee raak ik direct dat steeds terugkerende onderwerp in gesprekken onder expats. Het kwetsbare Israël met haar complexe verleden en heden. Met een bevolking die getekend is door trauma. Nog steeds. Niet alleen de daadwerkelijke holocaust slachtoffers lijden nog dagelijks onder hun herinneringen. Ook hun nageslacht. Ik zeg wel eens: het gaat blijkbaar in de genen zitten, die angst voor vervolging en uitroeiing. En dat maakt alles zo ontzettend ingewikkeld. Ik zal er zeker nog eens een weblog over schrijven (of twee, drie, of tien). Want het is een onderwerp dat moeilijk is maar ook onvermijdelijk. Israel, het land dat zichzelf voortdurend moet beschermen tegen haar buurlanden en tegen aartsvijand Iran. En blijkbaar ook tegen onschuldige vluchtelingen uit door oorlog verscheurde landen in Afrika.

Gistermiddag, vlak voor het einde van zijn werkdag, werd Arjen gebeld door een Eritrese man. Of hij Arjen (nu) even kon spreken. Arjen probeerde uit te vinden waarom en wat precies de bedoeling was. Uiteindelijk ging hij akkoord om de man even beneden te ontmoeten. Toen hij hem vroeg waar hij hem aan kon herkennen, gaf de man aan dat dat wel goed zou komen. Op tijd realiseerde Arjen zich wat er aan de hand was. Beneden, voor het gebouw waar de Nederlandse Ambassade gevestigd is, stond een grote groep Eritrese vluchtelingen. Met spandoeken. Zij maakten een mars (en ze maken er veel momenteel) langs ambassades en VN organisaties. Om hun zaak onder de aandacht te brengen. Om om hulp te vragen. Arjen nam zijn collega van de politieke afdeling mee naar beneden, waar hij een brief in ontvangst nam. Een brief waarin onder andere staat dat Nederland circa 75%  van de Eritrese asielzoekers accepteert als officiële vluchteling. Ten opzichte van nog geen 1% van de Eritrese vluchtelingen die als vluchteling worden erkend in Israël. Dat wil wel wat zeggen.

Ik kan mijn weblog slechts eindigen met: wordt vervolgd. Dit onderwerp laat mij voorlopig niet los.

Afrikaanse vluchtelingen in Israel – de foto’s

Visit to Eritrean community centre 001

Eritrean Community Center South Tel Aviv

Visit to Eritrean community centre 004

African refugees waiting for work or for deportation to Holot. Levinsky Park, South Tel Aviv.

Visit to Eritrean community centre 006

Mothers and children, refugees, waiting in Levinsky Park, South Tel Aviv

Visit to Eritrean community centre 010

Uitspraak Benjamin Netanyahu over “de indringers die zich vluchteling noemen”.

Visit to Eritrean community centre 011

Tel Aviv, Central Busstation. Waar de vlucht naar Israel voorlopig eindigt voor de vele Afrikaanse vluchtelingen.

 

Eerste “home leave” en dan … thuiskomen

Naar huis, een kort zinnetje met op het eerste gezicht niet meer betekenis dan dat wat er staat: je naar je huis begeven. Sinds ik expat ben, heeft het zinnetje veel meer betekenis gekregen. Naar huis gaan is terug naar Nederland gaan om familie en vrienden te zien. Naar huis gaan is ook vanuit Nederland terugkeren naar het huis waar onze spullen staan, naar het land waar ons leven zich afspeelt.

Nog geen 24 uur geleden zijn we thuisgekomen na onze eerste zogenaamde “home leave” naar Nederland vanuit Israël. Nooit gehoord van die uitdrukking?  Voor mij was het ook nieuw, dit concept van het voor een vakantie terugkeren naar je thuisland om familie en vrienden te bezoeken en om – in Arjens geval – bij te praten op het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Dat laatste was tijdens het achter ons liggende home leave niet aan de orde overigens. Gelukkig maar, ons programma was overvol.

De oplettende lezer van mijn weblog, heeft vermoedelijk wel begrepen dat ik de eerste maanden in Israël niet als bijzonder gemakkelijk heb ervaren. Heimwee naar Tanzania en heimwee naar familie en vrienden in Nederland streden om de voorrang. Ik heb me eenzaam gevoeld, ik heb me verveeld bij het vooralsnog ontbreken van werk, ik heb gezocht naar afleiding en heb me meer dan eens afgevraagd waarom ik dit ook alweer wilde, in het buitenland wonen. Dat zo’n eerste home leave dan veel betekent, is niet vreemd. Ik heb er enorm naar uitgekeken even terug te keren naar Nederland. Naar mijn familie die twee sterfgevallen te betreuren had in de afgelopen 6 maanden. Sterfgevallen waarbij ik slechts van fysiek grote afstand betrokken kon zijn omdat ik het onverstandig vond om in die eerste onwennige weken in Israël al naar Nederland te gaan. Naar Arjens familie waar vrij snel na onze verhuizing naar Israël een pracht van een tweeling werd geboren. Een tweeling die Thomas, Benjamin en ik tot deze home leave alleen op Skype, foto’s en filmpjes hadden gezien. Naar mijn vriendinnen, waarvan ik sommigen bijna een jaar niet had gezien en in wier levens ook grote veranderingen waren opgetreden. De een moeder geworden van haar eerste, de ander zwanger van nummer twee, weer een andere vriendin heeft haar huis grondig laten verbouwen en dan is er ook nog die vriendin die in haar eigen familie te maken heeft gekregen met de vergankelijkheid van het bestaan. Op grote afstand leven van familie en vrienden is niet gemakkelijk. Als je daarbij je plek nog niet hebt gevonden in je nieuwe standplaats, is de afstand extra moeilijk.

Toen ons KLM toestel ruim drie weken geleden landde op Nederlandse bodem, liepen de tranen over mijn wangen. Tranen die werden veroorzaakt door een mengelmoes van emoties. Het  toch wel vervelende gevoel van nog niet helemaal thuis zijn in Israël, verdriet om wat ik had moeten missen in de voorbije maanden in de levens van mensen die me lief zijn, blijdschap vooral ook bij het vooruitzicht van het weerzien met familie en vrienden. Ik kan de lezers van mijn weblog verzekeren: home leave is een achtbaan. Een achtbaan van emoties, een achtbaan van elkaar snel opvolgende mooie, bijzondere momenten met dierbaren. Maar ook een achtbaan van afgelegde kilometers door een toch echt tamelijk klein land. Koffers uitpakken en weer inpakken, inchecken en uitchecken op vakantieadressen. Bezoekjes aan HEMA, Kruidvat, schoenwinkels, sportzaken en niet te vergeten Albert Heijn. De gang langs huisarts, tandarts en in dit geval een audioloog en twee KNO artsen gevolgd door een niet voorziene operatie (Thomas kreeg voor de vierde keer nieuwe buisjes in zijn oren)… Can you imagine? En dan heb ik het nog niet eens over de vaak intense gesprekken, de tranen die over en weer vloeien bij weerzien en afscheid. Zoveel dat gezegd moet worden. En gevraagd. Een achtbaan van gevoelens en gedachten ook bij onze kinderen. De verwarring bij onze jongste, Benjamin, die naarmate de vakantie vorderde steeds moeilijker kon uitleggen waar hij woont: was het nu Nederland, Tanzania of Israël?

Het was geweldig. En heilzaam. Heilzaam omdat die heerlijke weken in Nederland ons deden realiseren dat ons leven op dit moment niet in Nederland is. En hoewel me – ons – dat soms erg verdrietig kan maken, was het goed om dit weer eens echt te ervaren. In Nederland hebben we geen huis om te wonen. Althans, ons huis in Voorburg hebben we nog steeds, maar het wordt bewoond door andere mensen, expats zoals wij. In Nederland hebben noch Arjen, noch ik een baan. De kinderen gaan er niet naar school. En hoewel ze nog vriendjes hebben in Nederland, zijn ze vooral bezig met hun nieuwe vriendjes in Israël. De bezittingen die we in Nederland hebben zijn verspreid over de huizen van onze ouders en de opslag waar we nog nooit zijn geweest. We hebben net besloten dat we maar eens een lijstje moeten maken van wat waar staat (kampeerspullen bij mijn ouders, Arjens ski- en klimuitrusting bij zijn zus, schoolspullen van Thomas en Benjamin bij mijn ouders etc. etc.). In Nederland zijn we nomaden. In Israël wonen we.

En zo komt het, dat ik Israël verliet met een nogal ontheemd gevoel van nog niet thuis zijn, en er afgelopen nacht ben teruggekeerd met een gevoel van thuiskomen. Thuiskomen in ons heerlijke huis aan zee. Thuis na een heerlijke en heilzame “Home Leave”.