De delegatie!

Ik waag me op glad ijs: Arjens werk. Tegelijkertijd kan ik moeilijk niet schrijven over het hoogtepunt in zijn werk tot nu toe. Iets wat bovendien zoveel – helaas negatieve – aandacht heeft gekregen in de media.

Arjen kijkt terug op een succesvolle missie. Een missie waar door ambtenaren van Buitenlandse Zaken en Economische Zaken en van de ambassade in Tel Aviv en de Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah keihard aan gewerkt is. Wij hebben Arjen erg weinig gezien de afgelopen weken. De werkdagen eindigden laat in de avond en liepen door in het weekend. Arjens Blackberry was voortdurend binnen handbereik om telefoontjes, mailtjes of sms-jes te beantwoorden en meer dan eens belde een bepaalde zeer vasthoudende zakenman uit Nederland als wij al in bed lagen. Arjen nam overigens altijd de telefoon op, hoe moe hij ook was.

Je moet je voorstellen dat zo’n omvangrijke handelsdelegatie – met maar liefst de Minister President, twee ministers plus diverse ambtenaren en de voorzitter van VNO-NCW present plus een 70-tal vertegenwoordigers uit het Nederlandse bedrijfsleven  – vooraf wordt gegaan door veel overleg. Natuurlijk is er het ambtelijk overleg tussen ministeries, ambassade en ambtelijke top in Israël. Maar daarnaast is er ook nog de vertegenwoordiging van het Nederlandse en Israëlische bedrijfsleven die betrokken worden bij de voorbereidingen. Je kunt denk ik wel stellen dat iedere diplomatieke delegatie spannend is voor de diplomaten ter plaatse. Alles moet worden voorbereid, potentiële gevoeligheden moeten worden voorzien en gemanaged, gesprekspartners op het juiste niveau moeten worden bereid gevonden rond de tafel te gaan met de Nederlandse bewindvoerders… Er komt enorm veel bij kijken. Hier in Israël speelt daarbij natuurlijk de gespannen situatie rondom het vredesproces en – in het verlengde daarvan – de houding van Nederland ten aanzien van de door Israël bezette gebieden. Alleen al deze laatste formulering zou me een massaal protest kunnen opleveren uit een deel van de Israëlische samenleving, zou mijn weblog hier gelezen worden. Om maar aan te geven hoe het hier is qua politiek: ieder woord wordt op een gouden weegschaal gewogen en ieder agendapunt tijdens een missie wordt vanuit allerlei perspectieven bekeken en beoordeeld.

Dat gezegd hebbende, hoop ik dat onze familie en vrienden de aardig negatieve berichtgeving in de pers met een korreltje zout nemen. Zoals ook Minister President Rutte aangaf tijdens het interview met Nieuwsuur – direct na de landing van ministers en ambtenaren op maandagavond – de ceremonie rondom de scanner stond niet in zijn programma en is dus ook niet afgezegd. En tja, Minister Timmermans wilde zich niet door Israëlische militairen laten vergezellen bij zijn wandeling door Palestijns Hebron omdat hij geen precedenten wil scheppen voor toekomstige bezoekende bewindslieden. Ik vind dat wel begrijpelijk, al is het spijtig dat pas zo laat duidelijk werd dat het oorspronkelijke plan, waarbij Timmermans zou worden begeleid door ongewapende Palestijnen, niet door kon gaan. Het fijne weet ook ik daar niet van.

Wat ik wel weet, is dat de delegatie al een aantal goede deals heeft opgeleverd voor de gas- en energiesector. Ook zijn de diplomatieke banden tussen Nederland en respectievelijk Israël en de Palestijnse Autoriteiten aangehaald. Dat Rutte last minute werd uitgenodigd voor een lunch bij Premier Netanyahu thuis, is mijns inziens illustratief voor de wijze waarop de handelsmissie is ervaren aan Israëlische zijde. Ondanks het feit dat de huidige Nederlandse regering een wat kritischer kijk uitdraagt op de Israëlisch – Palestijnse kwestie.

Al met al kan ik alleen maar trots zijn op mijn man en zijn collegae op de Nederlandse Ambassade te Tel Aviv. Ze hebben er met z’n allen hard voor gewerkt, alle zeilen zijn bijgezet, de delegatie was tot in de puntjes geregeld en, zoals dhr. Wientjes van VNO-NCW zei bij het afscheid: dat is zeker niet altijd het geval. Hulde dus voor Arjen en alle andere betrokkenen.

Een NB namens Thomas en Benjamin: zij zijn blij dat de bazen van Nederland weer vertrokken zijn. Ze hebben hun vader gemist in de afgelopen weken en waren blij hem vanmorgen een stuk ontspannender aan het ontbijt te zien.

 

Interview met Minister President Rutte: http://nieuwsuur.nl/video/584687-nederlands-bezoek-aan-israel-een-fiasco.html

Hebreeuws!

“Nee mam, het gaat zo: akhat, shtaym, shalosh, arba, khamesh, shesh, sheva, shmone, tesha, ESER!” Gefrustreerd herhaal ik de woorden van Thomas. We tellen van 1 tot 10 en ergens halverwege stok ik iedere keer. Het zit er inmiddels aardig in en nu probeer ik 11 tot en met 20 in mijn hoofd te krijgen …

Hebreeuws leren is duidelijk gemakkelijker voor mijn kinderen dan voor mij. Wel eens geprobeerd een geheel nieuwe taal – inclusief zijn eigen unieke alfabet – te leren op volwassen leeftijd? I can tell you: it’s not easy!!! In Tanzania heb ik geen poging gedaan om Swahili te leren. Ik was het wel van plan, helemaal aan het begin, maar omdat ik razendsnel in allerlei projectjes rolde waarbij eerlijk gezegd voornamelijk Nederlands werd gesproken en ik al snel wist dat we geen 4 jaar maar slechts 2 jaar zouden blijven, heb ik dat plan laten varen. Met onze start in Israël besloot ik dat ik het een serieuze  kans wilde geven. Hebreeuws leren is niet alleen handig in verband met het je verstaanbaar maken en daarmee het integreren in de samenleving, het is ook een kans om iets te leren over het Jodendom. Last but not least, het is ontzettend leuk en dat komt door de groep waarmee ik les heb en onze onovertroffen verhalenvertelster Pnina.

Pnina geeft Hebreeuws les aan diplomaten en diplomatiek partners.  De eerste keer dat ik haar ontmoette, moest ik erg wennen aan haar accent en aan de manier waarop ze les geeft. Er is een lesprogramma en er is een boek, maar Pnina springt van de hak op de tak en leert ons nieuwe woorden aan de hand van de verhalen die ze ons vertelt. Naast het lesprogramma dan, dat vaak tegen het einde van de les even snel wordt doorgenomen. Ik moest er aan wennen, maar inmiddels kijk ik echt uit naar mijn donderdagochtend. Pnina heeft namelijk een enorm repertoire aan boeiende, gekke en soms ronduit bizarre verhalen. Haar levensverhalen zijn het. Je zou er een boek over kunnen schrijven. Iets wat naar ik vermoed geldt voor veel Joodse mensen hier in dit land. Ze komen van oorsprong uit allerlei uithoeken van de wereld en zijn om uiteenlopende redenen naar Israël verhuisd of gevlucht. Mijn pianolerares is ook zo iemand. Zij is ooit met haar ouders naar Israël gevlucht vanuit Iran, maar heeft daarna ook weer in vele andere landen gewoond. Zo ook Pnina. Hoe het precies zit, ik weet het nog niet, maar ze heeft overal en nergens gewoond, van de VS tot Vietnam en allerlei andere plekken ertussen in. Overal heeft ze wel een verhaal over. En zo leren we niet alleen Hebreeuws (vooralsnog fonetisch, dus zonder schrijven en lezen), maar ook leren we van alles over de Joodse cultuur en hoe die wereldwijd tot uiting wordt gebracht en, heel grappig, over de bijzondere fruitsoorten die dit land rijk is. Iedere week weer staat er een schotel met fruit op tafel, zodat we ook die kant van Israël leren kennen en waarderen.

Vorige week begon Chanuka. Het is een semi-religieus feest waarbij de Chanukia (een 8+1-armige kandelaar, niet te verwarren met de 7-armige Menorah) en een aantal heerlijke traditionele gerechten centraal staan, naast liederen en gebeden. Pnina nodigde ons uit voor een bijzondere les. Een Chanuka-les. Afgezien van de woorden  Sufgani (een soort Berliner bol of oliebol die traditioneel gegeten wordt met Chanuka), Leviva (aardappelkoekjes), Svivon (een tol die gebruikt wordt om een typisch Chanuka spel te spelen) en de woorden die op die tol staan (Ness, Gadol, Haya, Po en Sham), hebben we geen Hebreeuws geleerd tijdens die les. Wel werden we getrakteerd op het bijzondere verhaal over hoe Pnina haar echtgenoot heeft leren kennen en de rol die haar vader daarin speelde. Een grappig en ontroerend verhaal dat ik hier niet zal herhalen. Het is moeilijk om zo’n gepassioneerde Joodse dame te beschrijven zonder haar tekort te doen. Op de een of andere manier neemt ze ons mee op reis, dwars door de tijd, over landsgrenzen heen in een Engelse taal die doorspekt is met Hebreeuwse woorden. Zoals zij vertelt, maakt dat ik haar leven bij wijze van spreken als een film aan me voorbij zie komen. Toen ze vertelde hoe haar vader haar foto’s verwijderde uit de woonkamer doen ze besloot met de man van haar dromen te trouwen en hem te volgen naar de VS, zag je ons Europeanen geschokt kijken. Werd ze verstoten? Nee, haar vader verstootte haar niet, maar was intens verdrietig dat zijn dochter Israël verliet, hem achterliet. Met het verwijderen van haar foto’s gaf hij uiting aan dat verdriet. Niet meer, niet minder. Uiteindelijk keerden Pnina en haar man later in hun leven terug naar Israël, na de nodige omzwervingen. Ach, zo eindigde ze haar verhaal. “I was deeply in love with my husband. I loved everything he did and said. I am just still mad at him for dying so young”. Een gepassioneerde vrouw.

Deze gepassioneerde vrouw trakteerde ons tijdens de Chanuka les niet alleen op haar sprookjesachtige liefdesverhaal, ook had ze een volledige Chanuka lunch voor ons bereid, inclusief zalm, pasta met twee verschillende sauzen, de eerder genoemde Leviva met cranberry’s en het geheel werd afgesloten met warme sufgani. Voor thuis kregen we een zakje mee met chocolade munten (ook iets typisch voor Chanuka, ze worden gebruikt als inzet bij het traditionele spel met de eerder genoemde svivon) en een houten svivon, zodat we het Chanuka spel thuis konden spelen. Hoe bijzonder!

Pnina doet dit alles uit liefde voor ons en uit liefde voor haar land (de les is gratis voor leden van de Diplomatic Spouses Club!). Ze heeft zelf veel van de wereld gezien en weet dat het in het buitenland nog fijner en leuker leven is, als je iets begrijpt van de religie en de cultuur van het land waar je woont. Natuurlijk heeft ze gelijk. Na die Chanuka les was ik me bewust van de tradities rondom dit feest en keek ik met andere ogen om me heen. Opeens vielen me de grote elektrische Chanukia’s op die her en der langs de kant van de weg staan. Of de Chanukia op de bar van ons favoriete restaurant. De doosjes met de kaarsjes voor de Chanukia in de supermarkt, de bladen vol met sufgani bedekt met chocolade, glazuur, gekleurde sprinkles of jam bij de bakkerij en de zakjes met chocolade munten bij de kassa’s. En ik begreep waar Thomas het over had toen hij vertelde over het mirakel van de olie die niet opgebrand raakte en de reden waarom de Chanukia 8 + 1 armen heeft in plaats van 7 (lees de inzet aan het eind van deze blog over het verhaal achter Chanuka). Toen vriendinnetjes Eve en Lillian de jongens een zakje met chocolade muntjes gaven ter ere van Chanuka, voelde ik me reuze geïntegreerd omdat ik wist waarom ze dat deden :).

Na afloop van die bijzondere les bij Pnina, vroeg een van mijn klasgenoten op welke wijze we haar konden bedanken voor haar grenzeloze gastvrijheid. Pnina dankte haar respectvol, maar gaf aan dat haar huis kosher is en dat ze geen taartjes en dergelijke van ons kan accepteren. Maar, zo redeneerden wij, bloemen zijn altijd kosher. En dus bracht ieder van ons vanmorgen enkele bloemen mee. We veranderden Pnina’s woonkamer in een heuse bloemenwinkel. Pnina greep vanzelfsprekend de gelegenheid aan om ons de Hebreeuwse namen van de bloemen die we meebrachten te leren. Zo weet ik nu dat een tulp tsivoni heet. Weer iets geleerd :). Ik heb nu al zin in de les van volgende week!

De bloemenzee bij Pnina

De bloemenzee bij Pnina

 

Het wonder van Chanuka

Het Hebreeuwse woord Chanuka betekent inwijding. Men viert hier dan ook de her-inwijding van de tempel in het jaar 164 voor Christus.

Om inzicht te krijgen in de gebruiken rondom het Chanuka feest moeten we terug naar de tijd tussen het Eerste en het Tweede Testament. Jeruzalem was toen in handen van de Syrische koning Antiochus IV Epifanes. Hij wilde de stad vergrieksen (helleniseren)

Vijf jaar eerder, in het jaar 169 voor Christus, plunderde hij de tempel en richtte daar een altaar op heidense god Zeus Olympios. Hij onderdrukte de Joden op een verschrikkelijke manier. Alles wat niet paste binnen de Griekse cultuur werd verboden. Het was geen uitzondering dat wetsgetrouwe Joden in Torah rollen werden gewikkeld waarna ze verbrand werden. Op Shabbat vieren of het besnijden van jongetjes op de achtste dag stond de doodstraf! Dit leidde in 167 voor Christus tot de opstand van de Maccabeeën en uiteindelijk tot de herovering van Jeruzalem. In 164 voor Christus op 25 kislev werd de tempel ontdaan van het heidense altaar en de onreine dieren werden verwijderd, waarna de tempel opnieuw werd ingewijd.

Er werd acht dagen feest gevierd als een soort uitgesteld Loofhuttenfeest dat men in dat jaar niet op de normale manier had kunnen vieren. Overal werden lichten ontstoken. Uit vreugde over de overwinning plantten de Maccabeeën hun lansen in de grond van het voorplein van de tempel en hingen er lampen aan als verwijzing naar het licht dat was gaan schijnen na een donkere tijd van onderdrukking.

In de tempel moest altijd één bijzondere lamp blijven branden, het ‘eeuwige licht’, maar die lamp was nu gedoofd. Helaas was er maar één kruikje niet-ontheiligde olie beschikbaar, normaal genoeg voor één dag. Door een wonder bleef de lamp op dat kleine beetje olie toch acht dagen en nachten branden. Dat was precies de duur van het feest van de her-inwijding van de tempel en precies genoeg om opnieuw heilige olie te maken.

Ook nu nog duurt het Chanuka feest acht dagen. Het wordt gevierd in de maand december, de ‘donkere dagen’ aan het einde van het jaar. Het is een feest waarbij licht, de Chanuka Menorah of Chanukia een bijzondere rol speelt. (Menorah is het Hebreeuwse woord voor lamp of kandelaar)

Ter herinnering aan de gebeurtenissen in 164, het wonder met de Chanuka-lamp, wordt tijdens dit feest het licht weer ontstoken. Op de eerste dag 1 kaarsje, op de tweede dag 2, enz. (men denkt daarbij aan het wonder dat elke dag groter werd!) Op de achtste dag branden alle kaarsen.

Het gaat dus steeds om acht kaarsen die worden aangestoken met behulp van een negende, de zogenaamde sjammasj (dienaar). De sjammasj heeft meestal een apart plaatsje. De negenarmige Menorah, of Chanukia, heeft dus een verdeling van 8 + 1 kaarsenhouder en onderscheidt zich hierdoor van de zevenarmige kandelaar, die ook wel dé Menorah genoemd wordt en hét symbool is van de staat Israël. Chanukia’s hebben ook niet altijd armen, maar zijn er in allerlei variaties. 

Ondanks dat het geen door God Zelf ingesteld feest is, kunnen we in de Bijbel wel lezen dat Yeshua dit feest ook mee vierde: En het was het feest van de inwijding van de tempel in Jeruzalem, en het was winter. En Jezus liep rond in de tempel, in de zuilengang van Salomo. (Joh.10:22-23 HSV)

Chanuka is in het Joodse leven net zo belangrijk geworden als Kerst voor veel andere volkeren. Het is echt een familiefeest met bijbehorende gebeden en Chanuka liederen. Men eet speciale in olie bereidde gerechten zoals latkes of leviva (aardappelkoekjes) en oliebollen (sufgani). Men geeft elkaar cadeautjes en kinderen doen spelletjes, zoals het spel met een speciale tol, de svivon. 

Een half jaar later…

Time flies… even when you’re not always having fun…

Op drie dagen na is het een half jaar geleden dat we aan ons nieuwe avontuur begonnen. Op 7 juni 2013 lieten wij Tanzania achter ons. Ondanks de Dar-dipjes die ik best geregeld had, was het alles behalve leuk of gemakkelijk om te vertrekken. Twee jaar slechts woonden we in dit overweldigend mooie land met ontwikkelingsproblemen, veiligheidskwesties en een matige gezondheidszorg. Wat ons betreft had het langer mogen duren. Dat gevoel van missen is niet weg en eigenlijk hoeft dat ook niet weg. Hoewel het missen van mensen en plekken verdriet kan oproepen, is het ook een mooi gevoel. Je kunt iemand (of een plek, een manier van leven) niet missen als je je niet kunt hechten. En wij hebben ons gehecht aan Tanzania, aan Afrika. Onmiskenbaar en onomkeerbaar. Dat mag zo zijn en dat mag en zal zo blijven. Bijzonder vind ik het te zien, dat ook Thomas en Benjamin Tanzania nog steeds missen. Toen wij onlangs bezoek hadden van vrienden die tegelijk met ons in Dar es Salaam woonden, trof ik Thomas stilletjes huilend in bed aan. Hij mistte Tanzania zo erg, gaf hij aan. Hij was het even vergeten omdat het hier in Israël ook heel leuk is, maar toen hij ons bezoek zag en de grote mensen hoorde praten over The Yachtclub, The Lighthouse, zijn vriendjes die ter sprake kwamen, toen voelde hij opeens hoe ver weg hij was van Afrika. Hij vond het niet eerlijk dat we niet zelf kunnen beslissen waar we wonen. Moeilijk om aan een kind uit te leggen hoe dat in elkaar zit. Welke afwegingen je als ouders maakt bij het nemen van beslissingen over werk en wonen, al helemaal als die beslissing betekent dat je je hele hebben en houden oppakt om in een wederom nieuw en onbekend land te gaan wonen.

Natuurlijk breekt je hart wanneer je je kind met heimwee ziet worstelen. Op die momenten vraag ik me echt wel eens af of we er goed aan doen de jongens mee te slepen in onze zucht naar avontuur. Tegelijkertijd zie ik ook dat de eerste zes maanden hier, snel voorbij zijn gegaan. Niet alleen doordat er veel op ons allen afkwam en we onze handen vol hebben gehad aan de verhuizing en de transitie naar een nieuwe omgeving, Maar vooral ook omdat het goed gaat met ons. De jongens hebben allebei vriendjes gemaakt in hun klassen en zelfs daarbuiten. We ondernemen veel. Meer dan veel andere expats die ik spreek en die hun verwondering uitspreken over de vele uitstapjes die wij inmiddels al hebben gemaakt. We streven ernaar zo vaak mogelijk op zondag erop uit te gaan. Jeruzalem, Nazareth, het meer van Tiberias, Zichron Ya’acov met zijn wijnhuizen, Bethlehem, Tsfat, Caesarea en natuurlijk Yaffo en Tel Aviv… we hebben al best veel gezien en gedaan. De jongens hebben niet altijd even veel zin in “weer een kerk” en “weer een verhaal over Jezus en over God”. Maar toch, iedere keer als we in de auto stappen met een tas vol picknickspullen en de Lonely Planet en de Bradt binnen handbereik, stralen ze. We gaan weer op avontuur, klinkt het dan tevreden vanaf de achterbank. En zo is het.

Begrijp me niet verkeerd, we zijn hier natuurlijk niet alleen voor dat avontuur en ons leven is beslist niet altijd even gemakkelijk. Heimwee is niet leuk, hoe mooi het ook is dat je in staat bent je te hechten aan mensen en plaatsen, het is ook verdrietig bij tijd en wijle. Helemaal opnieuw een leven opbouwen in een vreemd land, is spannend, is avontuurlijk, is vaak heel erg leuk maar soms ook eenzaam. Arjen werkt hard. Zeker de laatste weken is het gekkenhuis in verband met de komst van Minister President Rutte en de ministers Ploumen en Timmermans die aanstaande zaterdag in Jeruzalem hun bezoek aan Israël en de Palestijnse gebieden starten. In hun kielzog reizen vertegenwoordigers mee van minstens 70 Nederlandse bedrijven (still counting…), dit met het oog op het creëren van meer business voor het Nederlandse en Israëlische bedrijfsleven. Super uitdagend, een hoogtepunt in Arjens carrière. Maar door dat harde werken is er veel minder gezinstijd dan voorheen, weinig tijd voor het maken van nieuwe vrienden en al helemaal weinig tijd om te zeilen of te kitesurfen. En dat is zeker niet altijd leuk of gemakkelijk.

Voor mij geldt ondertussen dat ik er vaker alleen voor sta dan in Tanzania het geval was. Tel daarbij op dat ik nog niet aan het werk ben (iedereen die mij een beetje kent weet wat dat voor mij betekent…) en dat het maken van vrienden tijd kost, dan is het niet vreemd dat de eenzaamheid mij wel eens naar de keel kan vliegen. Maar… de eerste zes maanden zijn bijna voorbij en iedere expat weet dat dat de periode is waar je echt even doorheen moet. Het kost gemiddeld 6 maanden om je te settelen. De grote eerste dip heb je dan achter de rug (dat klopt wel ongeveer geloof ik 🙂 ), de eerste vriendschappen beginnen uit te kristalliseren, alle verhuisdozen zijn uitgepakt en wat is kapot gegaan tijdens het transport is vervangen. De eerste feestjes zijn gevierd en in ons geval is er al veel familiebezoek geweest. Terugkijkend op de periode die achter ons ligt, ben ik trots en tevreden. Trots op mijn gezin dat in korte tijd een plek heeft weten in te nemen in een nieuwe gemeenschap. Trots op ons viertjes, dat we bij alle veranderingen en de stress die daarbij hoort, dicht bij elkaar zijn blijven staan, elkaar hebben gesteund en soms boven onszelf zijn uitgestegen om iemand tot steun te kunnen zijn die dat nodig had. Of het nu gaat om Thomas die een arm om Benjamin heen slaat en zegt dat hij het oké vindt als mama even wat meer tijd aan Benjamin besteedt bij het naar bed brengen. Of om Benjamin die Thomas een kusje geeft en zegt dat hij het zielig vindt voor zijn broer dat hij weer naar de orendokter moet in Nederland. Of Arjen die eerder naar huis komt omdat ik er echt even doorheen zit.

Midden januari begint naar mijn gevoel het tweede hoofdstuk van ons Israël avontuur. Vanaf dan ben ik weer aan het werk. 25 uur per week maar liefst. Niet veel in de Nederlandse context, maar hier, met het ontbreken van buitenschoolse opvang en andere vangnetten zoals opa’s en oma’s, nanny’s en huishoudsters, is dat heel wat. Ik ben intens dankbaar dat het me gelukt is werk te regelen, op mijn eigen vakgebied nog wel.

En tot midden januari? Eerst maar eens Sinterklaas vieren! Vrijdag komt de Goedheiligman per boot aan in de haven van Yaffo. Dat wordt een groot feest! Het zal leuk zijn weer eens op te gaan in een Nederlandse gemeenschap want hoewel wij die niet ontmoeten, is die er wel degelijk. En als die boot van de Sint terugkeert naar Spanje, komen de ministers aan uit Nederland. We hopen dat we na hun vertrek, weer wat meer kunnen genieten van Arjens aanwezigheid. De tijd zal dan snel voorbij vliegen… Op vrijdag 20 december, in alle vroegte, stappen we in een KLM toestel dat ons weer even terugbrengt naar het vertrouwde Nederland. En daar hebben we allevier super veel zin in en behoefte aan!