Diplomatiek partner

Een aantal jaren geleden, zwanger van Thomas, vergezelde ik Arjen naar een feestje van Buitenlandse Zaken. Ondanks de gevorderde zwangerschap wilde ik er dolgraag naartoe, Blof trad op en ik hield en houd enorm van hun teksten en muziek. En ik was nieuwsgierig. Nieuwsgierig naar collega’s, nieuwsgierig naar hun partners. Nieuwsgierig naar wat zij mij mogelijk te vertellen hadden over het leven als diplomatiek partner. De kans dat ook mij een periode in het buitenland wachtte als partner van een diplomaat, was immers niet gering. Het was een gedenkwaardige avond. Ik heb de longen uit mijn lijf gezongen, ik genoot enorm.

Maar…

Jawel, er was een maar. Ik voelde me niet helemaal, hoe zal ik het zeggen? Ik voelde me niet op mijn plek gaat te ver en er waren beslist leuke, interessante mensen. Maar toch was er dat onderbuikgevoel – niet afkomstig van Thomas’ trappelende voetjes – dat me nog steeds bijstaat en dat me nu af en toe weer bekruipt. Een gevoel van verwondering misschien. Hoe sommige – let wel: ik wil absoluut niet generaliseren – diplomaten en partners denken over zichzelf en hun plek in de wereld. Nu waren de collega’s op dat feest op dat moment geen diplomaat, dan ben je pas als je bent uitgezonden namens het ministerie. Maar de meesten waren het geweest en keken reikhalzend uit naar hun hopelijk snelle volgende buitenlandplaatsing.

Ik ben inmiddels mijn derde jaar als diplomatiek partner ingegaan. Twee jaar in Tanzania, nu in Israël. De expat gemeenschap in Dar es Salaam was en is erg gevarieerd.  Er zijn veel diplomaten, maar er zijn minstens zoveel expats die via het bedrijfsleven zijn uitgezonden of die in Tanzania verblijven om goed te doen. En sommigen weten succesvol zakendoen op een geweldige manier te combineren met “goed doen” (mijn gedachten dwalen af naar dierbare vrienden…). Variatie genoeg en in onze vriendenkring bevonden zich erg weinig diplomaten. Geen bewuste keuze overigens, zo is het gelopen. Op een paar zogenaamde koffie-ochtenden na en het meehelpen bij de organisatie van een liefdadigheids-bazaar, ben ik er niet actief geweest in de Diplomatic Dpouses Club. De wat? Diplomatic Spouses Club? Jawel, Diplomatic Spouses Club, in diplomaten slang “DSC” genoemd. Het bestaat! Echt! Het is een clubje dat slechts toegankelijk is voor diplomatiek partners.

Hier in Tel Aviv heeft de DSC een wat andere rol dan in Tanzania denk ik. Voor mij althans. Zoals in een eerdere weblog aangegeven, is het hier een stuk uitdagender om vrienden te maken. Bovendien bestaat het overgrote deel van de expat community hier uit diplomaten. Dus als je nieuwe vrienden wilt maken terwijl je die niet zo gemakkelijk ontmoet door de veelheid aan shopping malls, stranden, restaurant, terrasjes en ontspanningsmogelijkheden, dan, tja, dan word je lid van de DSC. Heb ik ook gedaan en met mij vele andere nieuwelingen. En ik moet zeggen: het is me reuze meegevallen :). Niet dat ik het in Dar es Salaam zo vreselijk vond. Maar daar had ik het “niet nodig”. Ik had er een fijne groep vrienden, was druk met Nederlandse School en werk en je kwam er iedereen sowieso wel tegen.

Ik ben dus lid van De Diplomatic Spouses Club Israel. Om erachter te komen dat er onder de diplomatiek partners een zekere hiërarchie bestaat die een kopie is van de hiërarchie op de diverse ambassades. Niet dat iedereen dat zo opvat of uitdraagt overigens. Maar er zijn beslist genoeg partners van de oude stempel, die hun status ontlenen aan de positie van hun man. Het zal ongetwijfeld een functie hebben, maar ik begrijp nog steeds niet waarom de “vrouw van de ambassadeur van …” dit op haar naamkaartje vermeld ziet terwijl de gewone sterveling zoals ik, slechts haar land van herkomst vermeld ziet. Een bijzonder leuk gesprek had ik laatst bij een lunch met de vrouw van een ambassadeur van een Europees land, die me vertelde dat zij zeer beslist haar identiteit los zag van haar mans werk en dat ze zich er bijzonder over kon verbazen dat er nog steeds vrouwen zijn waar dit anders voor is. Zij reageerde ook oprecht positief verrast, toen ik vertelde dat ik vanuit huis ga werken hier in Tel Aviv. Good for you, was haar haar reactie. So much better then going from one brunch to another. Dit lijkt ongetwijfeld heel normaal en dat zou het ook moeten zijn. Maar ik heb heel wat opgetrokken wenkbrauwen gezien wanneer ik vertelde over mijn werk.

Het is moeilijk om anekdotes te vertellen over het gedrag van diplomaten en hun partners. Ik wil niemand voor het hoofd stoten, schrijf ongetwijfeld “te diplomatiek”. Maar ik wil een verhaal niet onvermeld laten, omdat het een Nederland actuele discussie is. Die van de diplomaat en zijn/haar verkeersovertredingen. Wij diplomaten (oh wat erg om dat zo te zeggen), zijn tot op zekere hoogte onschendbaar. In Tanzania mochten we bijvoorbeeld niet aangehouden worden door de politie. Wat erg fijn was want niet-diplomaten werden regelmatig aangehouden om vervolgens boetes opgelegd te krijgen voor overtredingen die ze niet begaan hadden. Hier in Israël heb je die willekeur niet, er is een normaal functionerend justitieel apparaat en dito politiemacht. Althans, voor zover ik weet (wat natuurlijk niet alles zegt). Wij Nederlandse diplomaten betalen dan ook gewoon onze verkeersboetes. Dat is zo afgesproken en het is niet meer dan normaal. Vinden wij. Niet iedereen denkt daar zo over.

Ik volg sinds kort lessen Ivriet met een groepje diplomatiek partners. Super inspirerend en leuk. Nu zit er in mijn klasje een “vrouw van een ambassadeur” die zo’n beetje al haar hele volwassen leven als diplomatiek partner de wereld rond reist. En in al die jaren hebben haar man en zij een waanzinnige stapel bekeuringen opgespaard, ze duidde minstens een meter aan – ze zijn al op leeftijd. Niet een van die bekeuringen is betaald. Het voorrecht van een diplomaat, volgens haar. Toen wij aan het eind van onze les bespraken waar we het beste konden parkeren voor aanvang van de les, deed zij de wel zeer boute uitspraak dat wij, diplomaten, toch zeker anywhere konden parkeren? Op de stoep, voor een garage deur, ach, iedere plek voldeed, zo lang je er maar niet voor hoefde te betalen. Dat ik had gekozen voor de grote betaalde parkeerplaats om de hoek van het appartement van onze lerares, terwijl ik ook op een “verboden te parkeren” plek had kunnen gaan staan zonder te betalen, verbaasde haar ten zeerste. En tot mijn verbazing was ik de enige die haar verbazing hierover uitte. Er leek een soort stilzwijgende goedkeuring te worden gegeven aan dit zeer discutabele voorrecht.

Ach. ik betaal parkeergeld en parkeer daar waar dat mag.

Nu ben ik erg benieuwd wat er morgen gebeurt, als deze dame met me meerijdt naar Tel Aviv voor onze les Ivriet. Ik ga lekker op de betaalde parkeerplaats parkeren. Eens zien wat dat met haar doet.