Out of Africa

Strand bij The Lighthouse, ons favoriete plekje bij South Beach, ten zuiden van Dar es Salaam.

Strand bij The Lighthouse, ons favoriete plekje aan South Beach, ten zuiden van Dar es Salaam

De kleuren, de geuren, de geluiden, het ritme, de stranden en de zee, de sfeer en verbondenheid binnen onze vriendengroep, het avontuur, de weekendjes weg naar The Lighthouse, de roadtrips dwars door het land, langs akkers, dorpjes, kraampjes en kerkjes en moskeeën, de safari’s – zoekend naar de cheeta die we nooit zagen – en dat wat ik niet onder woorden kan brengen. Ik mis Afrika. Ik mis Tanzania. En daarin sta ik niet alleen. We missen Afrika allemaal. Arjen, Thomas, Benjamin en ik. Afrika gaat onder je huid zitten. Israël ongetwijfeld ook, maar zo ver ben ik nog lang niet. Dat zijn we geen van allen.

Tanzania en Israël zijn enorm verschillende landen. Er zijn overeenkomsten, absoluut. ik hoef maar te denken aan de “klantvriendelijkheid” in winkels en bij banken en overheidsinstellingen. Of aan het verkeer. De slechte kwaliteit van het werk van “fundi’s” (Swahili voor werkmannen). De uitdaging van het maken van een afspraak met zo’n werkman die vervolgens nooit komt opdagen op het moment dat je hem verwacht. Oh ja, er zijn veel overeenkomsten, overeenkomsten die mensen die uit een Westers en goed georganiseerd land komen, enorm kunnen frustreren. Want waar je in Tanzania verwacht dat de dingen nooit zo gaan als je zou willen, verwacht je in Israël een soepeler verloop van zaken. Israël heeft de looks van een modern land, maar achter de schermen valt er nog veel te ontwikkelen. Wat dat betreft hebben wij het veel gemakkelijker dan expats die hiervoor in een West Europese stad of in de VS woonden. Zij lopen voortdurend aan tegen dingen die het niet doen, mensen die hen onprettig (zeg maar onbeschoft) behandelen en klusjesmannen die niet komen opdagen of hun werk niet goed of niet volledig doen. ik haal daar mijn schouders voor op. Seen it, been there, done that.

Echter, in een ander belangrijk opzicht, hebben mijn nieuwe vriendinnen het veel gemakkelijker dan ik. Vriendin L woonde hiervoor met haar gezin in Litouwen en daarvoor in Kopenhagen, waar het niet gemakkelijk was vrienden te maken, zo vertelt ze mij.  Mijn vriendin P woonde hiervoor in Venetië en daarvoor in Rome, New York en Londen. Grote steden waar het echt een uitdaging is mensen te ontmoeten en te leren kennen. Zowel L en P verzuchten bijna dagelijks dat ze nog nooit zo’n gemakkelijker start hebben gehad in een nieuwe stad als hier, in Tel Aviv / Herzlyia. Beiden zijn hier, net als ik, recent komen wonen en hebben kinderen in de leeftijd van die van ons. We hebben elkaar ontmoet op school en het klikte. Met beide gezinnen trekken we nu geregeld op. Afzonderlijk. Dus niet met z’n allen tegelijk. We eten bij elkaar, de kinderen spelen met elkaar, we gaan samen naar het strand om te picknicken, om zandkastelen te bouwen en te genieten van de zonsondergang. Met L en P ontdek ik supermarkten en shopping malls, we wisselen adresjes uit voor lekker vlees, biologische groenten en vers brood (alledrie moeilijk te vinden). Met L en man en kinderen spreken we vaak af op zondag. Zij zijn Joods en zaterdag is hun heilige dag die ze doorbrengen in en rondom Synagoge en huis, met andere Joodse gezinnen. Met P en man en zoontjes, spreken we juist af op zaterdag aangezien hij vaak op zondag werkt. Arjen en ik zijn ontzettend dankbaar en blij dat we deze gezinnen al zo snel hebben leren kennen en dat we dus al een soort van sociaal leven hebben. Maar…

Maar het is niet zoals het in Dar es Salaam was. Heel irritant, die vergelijking dringt zich iedere keer weer op. Vooral op zaterdag. Zaterdag was Yacht Club dag. En wat missen we de Yacht Club. En de mensen die we er ontmoetten. En de boot die er lag. Op zaterdagmiddag -iedere zaterdagmiddag – wordt er op de Yacht Club een catamaran wedstrijd gezeild. Arjen probeerde daar zo vaak mogelijk aan mee te doen. Voor hem was dat het ultieme sportieve moment van de week. De boot waarop hij zeilde, een Nacra Infusion, is zoiets als de Porsche onder de catamarans in zijn klasse. Een gestroomlijnde boot waarmee hij op zo hoog mogelijke snelheid de golven trotseerde. Het competitie element maakte de middag compleet. Het was iedere keer weer leuk om te zien hoe de ene boot na de andere binnendruppelde en de mannen (vooral mannen) hun prestaties vergeleken en de kritieke momenten herbeleefden  onder het genot van een biertje. Ondertussen werd de pizza oven aangestoken en werd het druk op het pizza deck. Want zaterdagavond was (en is) pizza night op de Yacht Club. Het bijzondere aan die avond was dat je zelden expliciet met iemand afsprak om er samen te eten, maar dat je de avond uiteindelijk altijd afsloot aan een lange tafel met vrienden. Biertjes, gin tonics, glazen wijn en flessen water op tafel, grote borden met pizza’s die gul onderling werden uitgewisseld. Kinderen die rond renden op het strand, op de rotsen klommen en verstoppertje speelden tussen de boten. Pure romantiek. Echt. Gesprekken konden opeens heel diep en intens worden, terwijl het andere keren vooral gezellig en relaxed was. Altijd werd er volop gelachen en regelmatig werden aan tafel bezoekende familieleden of vrienden uit Nederland voorgesteld. Uit Nederland? Ja, uit Nederland. Want hoewel Dar es Salaam een heel gevarieerde expat community heeft, bestond onze vriendengroep toch vooral uit Nederlanders.

In Dar es Salaam woonden we op het schiereiland. Msasani. Een redelijk klein gebied waar zo’n beetje alle expats wonen. Niemand woont verder dan 5 minuten rijden bij je vandaan. Iedereen doet op dezelfde plekken boodschappen, als je naar het strand gaat is dat op de Yacht Club en als je naar het zwembad gaat is dat meestal ook op de Yacht Club waar dan ook vrijwel iedereen lid van is. Er zijn enkele leuke restaurants waar je elkaar ontmoet. Samen eten doe je in een van die restaurants. De keren dat we bij iemand thuis hebben gegeten, kunnen we op twee handen tellen denk ik. Omdat het schiereiland zo klein is en het aantal goede faciliteiten beperkt, kom je elkaar altijd en overal tegen in Dar. In de supermarkt, bij de bakker, op school, bij de dokter. Als ik even niemand wilde zien, kon ik maar het beste thuis blijven. Ik geef toe: dat kleine heeft me enorm benauwd. Soms werd ik er helemaal gek van. Dan had ik het gevoel totaal geen privacy te hebben. Buiten de deur kwam je altijd wel iemand tegen waarmee je een praatje “moest” maken en binnenshuis was er altijd je staf die schoonmaakte, kookte, zong en kletste.

Herzlyia lijkt in een opzicht op Msasani. Het is relatief klein en er wonen vrijwel uitsluitend expats. Maar daar houdt de vergelijking op. Er zijn hier namelijk heel veel goede restaurants, de stranden zijn aaneengeschakeld van Netanya tot Tel Aviv (en verder) en hebben allen hun eigen publiek en “vibe”. Alleen al in Herzlyia zijn meerdere shopping malls waar je terecht kunt voor je boodschappen, een cappuccino, een nieuwe jurk of een paar schoenen.  Daarbij komt dat we hier in Herzlyia geenszins zijn aangewezen op Herzlyia alleen, zoals dat op het Msasani Peninsula in feite het geval is. We hebben Tel Aviv om de hoek met nog meer shopping malls, mooie boetiekjes, musea en art galleries en restaurants, er is Netanya dat lekker handig dicht bij de Amerikaanse school ligt. Daar is onder meer IKEA gevestigd en ook hier zijn wederom vele, vele malls. En dan heb ik het nog niet eens over de stadjes en dorpjes tussen Tel Aviv en Netanya. Of de mogelijkheden voor uitstapjes in onze omgeving in het weekend. Israël is zo klein, dat veel bijzondere plekken vanuit Herzlyia bezocht kunnen worden voor een dagje. Kortom: er is enorm veel keuze, er zijn heel veel – HEEL VEEL – mogelijkheden om je dag en weekend mee invulling te geven. Zo veel dat het vrijwel uitgesloten is dat je spontaan iemand tegenkomt. Een avond in een restaurant die eindigt aan een lange tafel, waar spontaan de ene na de andere familie aanschuift, zullen we hier niet meemaken.

Tja.

een man weet niet wat hij mist
weet niet wat hij mist
een man weet niet wat hij mist
een man weet niet wat hij mist
maar als ze er niet is
als ze er niet is
weet een man pas wat hij mist
oh als ze er niet is

De horror van de media en mijn nieuwe obsessie

Een Duitse diplomaat vertelde me onlangs tijdens een etentje, dat er tijdens de Koude Oorlog een periode is geweest dat er zeer groot gevaar was voor een nucleaire aanval op Duitsland. Vraag me niet wanneer dat precies speelde en het hoe en waarom, daar hebben we het niet over gehad. Daar ging het ook niet om. Hij vertelde me dit verhaal in het kader van de totale obsessie die wij diplomaten en andere expats, de afgelopen weken vrijwel allen lijken te hebben ontwikkeld voor Het Nieuws. Tijdens de Koude Oorlog was er geen internet, geen 24/7 nieuws op de televisie, er waren geen mobiele telefoons, kortom, het nieuws kon veel minder eenvoudig verspreid en gevolgd worden. Als gevolg daarvan was bij het merendeel van de Duitsers die specifieke nucleaire dreiging onbekend. Uiteindelijk is er op dat moment niets gebeurd en de Koude Oorlog kreeg uiteindelijk zijn beloop en eindigde zonder nucleaire aanvallen. Het was niet zo dat niemand zich zorgen maakte over het bestaan van de atoombom, natuurlijk was daar aandacht voor in de media. Maar je kon niet van uur tot uur het nieuws volgen. Hoewel ik erg blij ben met de verworvenheden van de tijd waarin we leven en het feit dat informatie zo gemakkelijk toegankelijk is voor eenieder, heb ik in de afgelopen spannende weken ervaren dat het van uur tot uur kunnen volgen van de ontwikkelingen in en rondom Syrië, ook een bijzonder vervelende wending kan nemen.

In Tanzania heb ik het wereldnieuws met groot succes op afstand weten te houden. Ik hield nu.nl bij en af en toe schoof ik op de bank naast Arjen wanneer hij het NOS journaal keek op BVN. Buiten dat, maakte ik me liever druk over het wel en wee van onze kinderen en van vrienden en familie in Nederland, onze staf en de dingen die mis gingen in en om het huis, de roddels binnen de expat community (waar ik af en toe aardig genoeg van had), mijn werk, de veiligheidssituatie in Dar es Salaam, malaria, dengue, diarree en virussen, wat waar gekocht kon worden enzovoort, enzovoort. Goed, dit is lichtelijk overdreven gesteld, maar als ik de tijd in Dar vergelijk met mijn en ons leven nu in Israël, moet ik toegeven dat mijn wereld in Dar es Salaam een stuk kleiner en overzichtelijker was dan dat nu het geval is. Ik zet mezelf met deze woorden aardig te kijk als oppervlakkig vrees ik, maar zo was het op dat moment. Ik denk dat de verschillen tussen ons leven in Nederland en dat in Tanzania zo groot waren, dat ik niet genoeg ruimte in mijn hoofd had om me bezig te houden met de problemen in het Midden Oosten. Om maar een voorbeeld te noemen.

We wisten dat we in Israël niet om het wereldnieuws heen zouden kunnen. Of willen. Want hoewel het beangstigend is je aan de rand van een oorlog te bevinden, is het ook interessant, boeiend. We zitten dicht bij het vuur als het gaat om de conflicten in en rondom Israël.  Arjen hoort de meest recente berichten op zijn werk en deelt die met mij en dat geldt ook voor de andere diplomatiek partners en expats die ik dagelijks ontmoet en spreek. Zij horen ook van alles van hun mannen die weer op andere ambassades werken en we wisselen onze kennis gretig uit. En dus gaan de gesprekken bij de cappuccino over Gaza, verijdelde bomaanslagen, raketaanvallen en sinds een aantal weken over Syrië, Syrië en nog eens Syrië en natuurlijk over Assad, Obama, Puttin, Rouhani en Khamenei. Wauw, na mezelf twee jaar lang soort van geïsoleerd te hebben van het wereldnieuws, word ik er nu dagelijks onder bedolven. Figuurlijk dan. En om heel eerlijk te zijn: afgelopen weekend bereikte ik het punt dat ik het echt even niet meer trok. Ik werd gek van mezelf en mijn nieuwsobsessie. NU.nl weet zich inmiddels vergezeld door NOS, The Israël Times, Haaretz, Jerusalem Post, BBC News en artikelen die me worden toegezonden door vriendinnen hier en elders op de wereld, En als al die kranten nu eens hetzelfde schreven, dan ging het nog. Maar nee, ze schrijven niet hetzelfde. Steeds meer dringt tot me door hoe subjectief de verslaggeving kan zijn. Woord- en taalgebruik blijken zo bepalend voor hoe je een bericht moet/kunt interpreteren. Het is om gek van te worden. In Israël is het onderscheid tussen de links en rechts georiënteerde media ook extreem merkbaar als je een krant leest. Waar de ene krant spreekt over een onomkeerbare situatie die vast en zeker tot een derde wereldoorlog zal leiden, is de andere krant een stuk genuanceerder en voorspelt dat Israël overal buiten zal blijven. En juist doordat de berichten elkaar soms voor bijna 100% tegenspreken, blijf ik zoeken naar nog meer informatie, andere invalshoeken, andere meningen. Niet goed voor de gemoedsrust, zeker niet voor iemand als ik, die toch al eerder last heeft van gevoelens van onveiligheid.

En terwijl we dealen met onze eigen onzekerheden en spanningen, hebben we ook te maken met die van onze dierbare familie en vrienden in Nederland. Ook voor hen waren de afgelopen weken extreem spannend. Zij werden bovendien nogal eens geconfronteerd met gevoelloze opmerkingen van mensen in hun omgeving. Dat Ceciel en Arjen en de kinderen echt wel tijdig geëvacueerd worden als het mis gaat in Israël. Alsof dat niets voorstelt. Alsof dat een geruststelling is voor onze familie, die juist hoopt dat ons dat bespaard kan blijven. Dat de kinderen niet overhaast uit hun nieuwe omgeving hoeven worden weggehaald. En voor Arjen en zijn familie leidde de precaire situatie van de afgelopen weken ertoe dat hij een dienstreis naar Nederland moest cancelen, waardoor hij de doop van onze pasgeboren neefjes moest missen. Iets waarop hij zich vanzelfsprekend enorm had verheugd.

Maar er is licht aan de horizon! Na een interventie van Rusland, lijkt het erop dat Syrië zijn chemische wapens onder toezicht wil stellen en gisteravond hoorden we zelfs dat Syrië zich wil aansluiten bij het OPCW, hetgeen zou betekenen dat die chemische wapens vernietigd worden. Obama heeft afgelopen nacht zijn volk en de wereld laten weten nu ook te willen focussen op een diplomatieke oplossing. Militair ingrijpen lijkt hiermee voorlopig niet aan de orde, hoewel we natuurlijk weten dat een en ander sterk afhangt van de manier waarop en de mate waarin Syrië daadwerkelijk zal meewerken. Er is licht. En dat is in de eerste plaats een groot geluk voor de inwoners van Syrië en de vele, vele vluchtelingen die hun heil hebben gezocht in Jordanië, Egypte en Turkije. In vergelijking met de situatie waarin zij zich bevinden, is de spanning die wij hebben gevoeld de afgelopen weken, peanuts.

En Arjen en ik? Arjen kon natuurlijk veel beter omgaan met de spanningen van de afgelopen weken. Een geluk voor ons beiden dat hij ontspannen bleef. Ik ben opgelucht en hoop dat het nu een tijdje rustig blijft en we plannen kunnen maken voor uitstapjes in dit prachtige land. Oh ja, een droomplan wil ik jullie niet onthouden. Stel nou eens dat er vrede komt in Syrië… Misschien volstrekt onrealistisch maar stel nou eens dat dat gebeurt! Wij dromen in ieder geval stiekem een heel, heel klein beetje over een over-land trip dwars door Syrië en Turkije, terug naar Nederland aan het eind van onze plaatsing hier over 4 jaar. Ach, hoop doet leven, toch?