Ons nieuwe huis

Eetkamer met zicht op woonkamer

Eetkamer met zicht op woonkamer

P1060772

Keuken

P1060774

Zitgedeelte in masterbedroom (onze slaapkamer) met toegang tot dakterras en uitzicht op zee!

P1060790

Woonkamer, bezien vanuit de kant grenzend aan de tuin. Rechtsachter de eetkamer en keuken (een level hoger) met links van de keuken de voordeur en hal.

P1060791

Ons eigen stukje tuin. We delen de tuin verder met de andere gezinnen die op Gabriel Estate wonen. Met hen delen we ook een groot zwembad en een tennisbaan. Ook vanuit de tuin kun je de zee zien!

P1060792

De speelruimte voor de jongens is onder het huis, in de kelder. Hier is ook opslagruimte voor niet gebruikt meubilair en een wasruimte.

Beelden Kooltjes in Israel

IMG_1993

Thomas heeft facepainting op school en laat trots het resultaat zien.

IMG_5612

Benjamin en een paar kinderen uit zijn Summer Camp klasje.

IMG_5619

Mooi mannetje. Het kostte een paar dagen zwemmen en schrobben om alle verf te verwijderen šŸ™‚

IMG_5733

IMG_6233

IMG_6237

IMG_6263

IMG_6682

Mijn mannetjes en ik bij het Summer Camp  van de American International School

Mijn mannetjes en ik bij het Summer Camp van de American International School

What’s in a (street)name?

Met het zweet op mijn voorhoofd probeer ik het alarm van onze huurauto tot zwijgen te brengen. Wat is het verschrikkelijk heet, zelfs in de parkeergarage onder ons appartement is het niet uit te houden. Zo dadelijk ga ik voor het eerst alleen een stukje rijden met de huurauto. De auto is beveiligd met een cijfercode en als je die code niet snel genoeg intoetst na het openen van de auto, gaat het alarm af. Nu kostte het me enige moeite de jongens zo ver te krijgen dat ze in de auto stapten. Er stond namelijk een tĆ© coole raceauto in de buurt van onze auto geparkeerd. En ik had nog niet echt door hoe snel dat alarm afgaat. Erg snel dus. En hoe vaak ik de (juiste!) code ook intoets, het alarm blijft loeien en in stilte ben ik dankbaar voor het feit dat de parkeergarage vrijwel leeg is. Ik heb geen behoefte aan nieuwsgierige blikken. Of hulp aangeboden in het Ivriet. Hoe goed ook bedoeld. Uiteindelijk kom ik op het lumineuze idee om de auto weer af te sluiten en daarna weer te openen en tot mijn grote opluchting, stopt het alarm prompt. In IsraĆ«l worden auto’s alleen verzekerd wanneer er een cijferslot in is geĆÆnstalleerd, ik kan hier maar beter aan wennen.

Hindernis Ć©Ć©n is overwonnen. Hindernis twee dient zich echter al binnen enkele meters rijden aan: het verlaten van de parkeergarage blijkt geen sinecure. IsraĆ«l loopt enorm voorop als het gaat om de ontwikkeling van high tech en men is ook erg bedreven in het toepassen van die high tech in het dagelijks leven. Zo heeft deze parkeergarage een sensor met nummerbordherkenning die de slagboom bedient. Het idee is dat wanneer het nummerbord van je auto bekend is, je automatisch toegang krijgt tot de parkeergarage. En dat je er ook weer uit geraakt. Echter, zowel het in- als uitrijden van de parkeergarage is bij ons appartementencomplex vaker wel dan niet een probleem. Het feit dat de conciĆ«rge feilloos op de sensor vertrouwt, helpt niet echt. Of het feit dat hij geen Engels spreekt of, zo blijkt iedere keer weer, wilt spreken. Het kost me uiteindelijk circa 7 keer voor en achteruit rijden met de auto in de hoop dat de sensor “me ziet”, om de conciĆ«rge ervan te overtuigen dat de sensor het niet doet. Helaas denkt de conciĆ«rge dat dit niet aan de sensor ligt, maar aan mij en aan het nummerbord van de auto. Of ik a.u.b. even naar de receptie kan komen. NU. Ik probeer hem uit te leggen dat NU geen goed moment is daar ik ergens verwacht wordt. Maar hij wil NU mijn nummerbord opnieuw registreren, dat heb ik vast niet goed gedaan (hij spreekt nu opeens wel Engels overigens, niet eens slecht). Ā Uiteindelijk verlies ik mijn geduld en schreeuw ik bijkans in de microfoon dat ik NU eruit wil met mijn inmiddels niet meer zo blije kinderen achterin de auto. Het blijft een minuut stil aan de andere kant en dan gaat – verlossing, verlossing – de slagboom open en rijd ik de felle zon in.

Hindernis nummer twee is overwonnen. Nu nog mijn weg vinden naar het adres van de collega van Arjen. Het is de bedoeling dat ik samen met haar – de vrouw van Arjens collega – op pad ga om een Iphone abonnement af te sluiten. De jongens kunnen ondertussen met haar kinderen spelen. Ik ben al eerder op het betreffende adres geweest en heb goed opgelet waar het is en ik heb een GPS te leen van de ambassade. Moet lukken zou je zeggen. Toen ik in Dar es Salaam voor het eerst zelf op pad ging met de auto, stonden de tranen in mijn ogen en vervloekte ik inwendig Arjens weigering om direct een chauffeur in dienst te nemen, terwijl ik de hobbels in de weg trotseerde en me probeerde te oriĆ«nteren aan de hand van herkenningspunten (straatnaambordjes zijn geen wijdverbreid fenomeen in Dar es Salaam). Hier in Herzlya zijn geen hobbels in de weg, zijn er wel straatnaambordjes en is zelfs het gebruik van GPS mogelijk. Dus…

Dus raak ik de weg alsnog kwijt. Ja, ja, ik weet het. Ik ben vrouw en heb een oriĆ«ntatievermogen van ongeveer 0,01, maar toch had ik me dit iets anders voorgesteld met die GPS. De werkelijkheid blijkt weerbarstig. De “boosdoener”? Ivriet. Of misschien moet ik zeggen het feit dat ik geen Ivriet spreek. Of erger nog: lees. Alle straatnaambordjes zijn in het Ivriet, Arabisch en Engels. Het probleem is echter dat er geen eenduidige Engelse vertalingen zijn voor straatnamen in het Ivriet. Als gevolg daarvan kan het zo maar zo zijn dat het GPS systeem dat je gebruikt, een net iets andere vertaling hanteert van de straatnaam die je zoekt, dan die die aan je is doorgegeven. Mijn GPS kan de straatnaam die ik intoets in ieder geval niet vinden maar geeft me wel een naam die erop lijkt. Op goed geluk kies ik die, om er een paar kilometer verder achter te komen dat ik een totaal andere richting op wordt gestuurd dan ik me herinner van eerdere ritjes. Om een lang verhaal kort te maken, het kost me “wat” tijd en gepriegel met GPS en Waze, ettelijke u-turns (veel eenrichtingsverkeer in Herzleya), geĆÆrriteerd getoeter, veel zweet en (om eerlijk te zijn) wat tranen en uiteindelijk kom ik ruimschoots te laat op het opgegeven adres aan. De tocht naar de mall om mijn mobiele telefoonabonnement af te sluiten blijkt vervolgens ook nog eens voor niets te zijn want met alle hoog technologische snufjes waar men in IsraĆ«l over beschikt, kan het Iphone abonnement bij provider Golan echt maar door Ć©Ć©n genius worden afgesloten in die grote hightech winkel die toepasselijk BUG heet. En laat die genius nou net die dag niet op zijn werk te zijn komen opdagen… So far dus voor de techniek: zonder de juiste mensen kom je nergens. En zonder een goede Engelse vertaling of kennis van het Ivriet evenmin…

Grappig was dat ik enkele weken later opnieuw werd geconfronteerd met de betrekkelijkheid van GPS hier. Inmiddels verhuisd naar de Residentie van de Ambassadeur, zat ik te wachten op een nieuwe collega van Arjen die een hapje zou komen eten met mij en de kids (Arjen was in Londen). Ze kwam maar niet. En ze kwam maar niet. Ruim 2 uur later dan afgesproken kwam ze aan. Bezweet, gefrustreerd en moe (maar nog steeds vrolijk). Vol goede moed was ze die middag op de fiets vertrokken vanuit Tel Aviv. Een goede manier om de stad te leren kennen, Ook haar GPS had haar naar de verkeerde straat gestuurd. Zij was echter niet eerder op de Residentie geweest (ze was pas een week eerder in Tel Aviv aangekomen) en dus kon ze niet afgaan op eerdere ritjes. Ze kwam er aldus pas laat achter dat ze helemaal verkeerd zat en moest vervolgens een stuk fietsen om alsnog bij mij te geraken. Haar fiets heeft ze ’s avonds maar laten staan en ze is met een taxi naar haar hotel teruggekeerd. Leek ons toch verstandiger.

“One moment please…”

Sarah – laat ik haar zo maar even noemen – zit met een telefoon tegen haar oor gedrukt, een smartphone in haar hand en haar ogen gericht op een oude dame die leunend op een stok in de deuropening staat, druk te zijn. Sarah is de Manager Foreign Residents bij een bank. Tegenover de deuropening die deels in beslag wordt genomen door de fragiele oude dame, zitten en staan in totaal 5 “foreign residents” en ik ben er een van. Ik dacht een afspraak met Sarah te hebben, de andere wachtenden bleken ook in die veronderstelling te zijn. Het is alweer mijn derde bezoek aan Sarah en dit bezoek verschilt niet van de twee eerdere. Sarah is super aardig, volledig ongeorganiseerd, empathisch en heeft een talent voor multitasken. Althans, daar lijkt ze zelf van overtuigd want ze doet niet anders. Oh ja, ze is ook de moeder van twee schattige blonde jongetjes die me – als ik eindelijk tegenover haar zit – Ā grijnzend aankijken vanuit de fotolijstjes achter hun moeders rug. Ik vermoed dat ze tevens de makers zijn van de vele tekeningen en knutsels die het hokje van circa 3 bij 4 meter sieren.

De zin die ik Sarah zonder enige twijfel het vaakst heb horen zeggen sinds ik haar “ken” is “one moment please”. Na het uitspreken van die zin kunnen de volgende acties volgen: Sarah begint een telefoongesprek, voert een gesprek met iemand aan de andere kant van de in halfopen hokjes verdeelde kantoortuin (zonder haar plaats te verlaten overigens, dit gaat dus met “enige” stemverheffing gepaard), ze doet iets met haar smartphone, ze rammelt op haar toetsenbord of ze print iets uit, meestal voor iemand anders. Ik vermoed dat ze de enige met een printer op haar bureau is, gezien het grote aantal keren dat er een collega printjes bij haar komt ophalen. Ik ben nu drie keer bij Sarah geweest, de eerste keer om een bankrekening te openen en een credit card aan te vragen, vervolgens om de credit card op te halen en tenslotte om de pincode van de credit card op te halen. Hoewel de handelingen die verricht moesten worden nogal uiteenliepen qua complexiteit, duurden mijn bezoekjes aan Sarah zonder uitzondering minstens 45 minuten langer dan strikt noodzakelijk. Waarom? Nou ja, vanwege dat “one moment please” dus. En vanwege al die andere foreign residents die tegelijk met mij een afspraak met Sarah dachten te hebben en die het niet bijster prettig bleken te vinden als een ander eerder werd geholpen dan zijzelf. Gevolg was dat ook met hen zaken werden gedaan terwijl ik formulieren invulde of ondertekende. Zo werd mij gevraagd naar het netto maandsalaris van mijn man terwijl een Franse klant achter me stond te wachten tot Sarah iets voor haar had opgezocht in haar bestanden. Privacy? Hoezo? Daar hebben IsraĆ«liĆ«rs sowieso niet veel mee naar het schijnt, al heb ik dat buiten deze setting nog niet echt ervaren.

Wat me wel duidelijk is geworden, is dat het concept klantgerichtheid hier nog niet echt is doorgedrongen. Of misschien is het dat wel, maar wordt er op een totaal andere wijze invulling aan gegeven dan we in Nederland gewend zijn. Een ander voorbeeld. De supermarkt. Ik sta in een te lange rij voor de kassa (drie in de rij, kassa erbij is hier niet in zwang). De rij voor de kassa naast die waar ik sta te wachten, is opvallend kort. Alleen een schitterend geklede en gecoiffeerde dame staat op haar beurt te wachten. Vol ontzag kijk ik naar de killer heels onder haar elegant schoenen, waar ze zeer stevig op staat. De lopende band bij “haar kassa” staat vol met boodschappen en haar karretje is nog lang niet leeg. De band beweegt echter niet. Er is wel een kassiĆØre – het is een man overigens, maar daar bestaat geen alternatieve benaming voor – en deze ligt onderuit gezakt op zijn stoel. Hij is druk in de weer met zijn Iphone. De wachtende dame idem dito. Precies op het moment dat de jongeman achter de kassa met een diepe zucht zijn telefoon wegstopt en zijn stoel in de richting van de kassa draait, komt er een groepje leeftijdsgenoten aangesjokt. Duidelijk rechtstreeks vanaf het strand komend, roepen ze al van verre voor mij onverstaanbare woorden naar de knul die zojuist zijn telefoon heeft opgeborgen. Hij veert overeind en draait zijn rug weer naar de kassa toe. Zijn vrienden, gekleed in boarding shorts, handdoeken nonchalant over de schouders gedrapeerd, blikje bier in de hand, dringen om hem heen en er ontstaat een geanimeerd gesprek. Terwijl ik eindelijk mijn eigen boodschappen op de lopende band voor me leg, zie ik hoe de wachtende dame met een enigszins vermoeide blik haar boodschappen terug in haar karretje legt waarna ze bij een andere rij achteraan sluit. Er is geen woord gewisseld tussen haar en “haar kassiĆØre”.

Bizarre situatie, zeker met het oog op het feit dat IsraĆ«liĆ«rs niet direct bekend staan om hun bescheidenheid. Ā Misschien was de wachtende dame net als ik een foreign resident en wist ze zich geen raad met de situatie of met de taalbarriĆØre. Maar de bellende, kletsende of anderszins niet effectieve kassiĆØre, is eerder regel dan uitzondering. Boodschappen doen of naar de bank gaan, je kunt er maar het beste ruim tijd voor uittrekken. Je ergeren heeft geen zin. Zoals Zehavit – een IsraĆ«lische kennis van me uit Tanzania die hier met haar gezin op vakantie is – schaterlachend tegen me zei toen we enkele minuten op een doorgaande weg moesten wachten op twee dames die midden op die weg een gesprek voerden: “Don’t Ā worry dear, this is Israel”.

That was a close call…

“Vrijwel dagelijks denk ik wel een keer: that was a close call!” Ā Deze uitspraak deed een collega van Arjen enkele weken geleden tijdens het afscheidsetentje voor een vertrekkende collega. Wij haalden toen nog onze schouders op, tot dat moment ervoeren we het verkeer in Tel Aviv als een oase van rust in vergelijking tot de chaos die we gewend waren in Dar es Salaam.

We hadden op dat moment echter nog vrijwel geen ervaring met het verkeer in Tel Aviv.

Sinds de jongens naar Summer Camp gaan op AIS (American International School, http://www.wbias.net) Ā en ik twee keer per dag 18 kilometer heen en 18 kilometer terug rijd om hen te brengen en op te halen, moet ik toegeven dat de gedachte “dat ging maar net goed”, meer dan eens per week door mijn hoofd gaat. Of, om het in Thomas’ woorden te zeggen: “onze auto heeft goede remmen” en “die IsraĆ«liĆ«r doet ook maar gewoon waar hij zin in heeft, hĆØ mama!”

Het verkeer is hier gekkenwerk. Geloof me, ik overdrijf niet. Ik begin al een radar te ontwikkelen voor auto’s die me waarschijnlijk gaan snijden. Ze halen in van rechts en van links, slalommen tussen het verkeer door, remmen fel en trekken fel op. Een driebaans snelweg kan zomaar in vier banen veranderen. Niet omdat hij breder wordt, maar omdat dat een of meer automobilisten even beter uitkomt. Niemand lijkt dit overigens gek, vervelend of gevaarlijk te vinden (behalve ik dan). Er wordt plaats gemaakt en na verloop van tijd voegen de uit de pas rijdende voertuigen in en rijden weer Ā mee in de reguliere stromen.

Fietsers op de snelweg, ook zo’n intrigerend fenomeen waar je je niet te veel over moet verbazen. Soms is de route over de vluchtstrook blijkbaar net iets sneller dan die over andere wegen (fietspaden zijn niet overal aanwezig) en met een racefiets is het natuurlijk heerlijk, die kilometers strak asfalt! Wandelaars zie je eveneens langs de snelweg overigens. Vanmorgen nog, liep een wat gezette oudere man gemoedelijk met een krantje onder zijn arm het verkeer tegemoet. Ik vermoed dat hij zijn krantje had gekocht bij het tankstation dat enkele honderden meters achter hem lag. Hij zag er heel relaxed uit, genoot zichtbaar van zijn ochtendwandelingetje… En dan heb je nog de bestuurders die even parkeren langs de snelweg. Soms om een telefoontje te plegen (zeldzaam, rijden en bellen tegelijk is hier eerder regel dan uitzondering), maar ook wordt de zijkant van de snelweg als parkeerplaats gebruikt. Er zijn namelijk bushaltes langs de snelweg en de vrije stukken asfalt in de nabijheid ervan worden op sommige plaatsen gebruikt als een soort P+R terrein. De plekken onder viaducten zijn vanzelfsprekend populair, vanwege de schaduw… Motorrijders dragen geen beschermende kleding, zij rijden – scheuren is een beter woord – gekleed in korte broekjes (helemaal “in”) en shirtjes, tussen het drukke verkeer door. Ze mogen blij zijn dat ik (en met mij hopelijk vele anderen) regelmatig mijn dode hoek check, ook als ik in de meest rechter baan rijd kijk ik regelmatig over mijn rechterschouder, want ook motorrijders halen op zeer hoge snelheid slalommend in, rechtsom of gewoon links. Levensgevaarlijk.

En dan is nog het fenomeen Waze. Waze is een geweldige routeplanner, een perfect functionerende app die vanaf dag Ć©Ć©n op mijn Iphone is geĆÆnstalleerd. Terwijl ik Arjen instructies gaf op weg naar Caesaria, viel het me op dat ik geregeld berichten voorbij zag komen als “vehicle standing still on motorway” of “police ahead”. Klopte altijd, realtime informatie dus. Ik stond er niet echt bij stil, IsraĆ«l is enorm ver in zijn technologische ontwikkeling, dit zou daar wel bij horen. Tot ik Waze laatst wat beter bestudeerde en zag dat er een button is waarmee je dit soort incidenten kunt melden, die dan direct worden verwerkt in de route informatie. Op dat moment herinnerde ik me weer dat gesprek met Arjens collega van een paar weken eerder, waarin hij ons vertelde over de gevaren in het verkeer. Hij verklaarde toen al dat Waze een enorme bijdrage leverde aan de onveiligheid in het verkeer. Dat zouden we nog wel ontdekken. En inderdaad, steeds vaker valt het me op: slingerende auto’s, ongecontroleerd rijgedrag. Bij het passeren zie je steeds hetzelfde: de bestuurder zit te bellen of is anderszins druk in de weer met zijn telefoon. Waze? Misschien. Gevaarlijk? Beslist.

In Tanzania was de kans dat je door een verkeersongeluk in het ziekenhuis belandde, groter dan dat je op diezelfde plek terechtkwam door malaria of dengue. In IsraĆ«l geldt hetzelfde, alleen gaat het dan om het risico op een verkeersongeluk versus het risico van gewond raken (of erger) bij een raketaanval of bomaanslag… En dus houd ik beide handen aan het stuur en gebruik ik mijn spiegels ook als het niet nodig lijkt. Net als in Tanzania.

Houvast en een verhuizing in etappes

We staan in de rij voor de incheckbalie van KLM op Julius Nyere International Airport, Dar es Salaam. Het is vrijdagavond 7 juni 2013. We vormen een ongetwijfeld bijzonder aanzicht in de rij. Arjen aan de balie met ons stapeltje paspoorten, iets achter hem sta ik, omringd door zeven koffers, een gesealed autostoeltje, vier trolleys, Ā twee laptoptassen en twee uitgeputte maar nog steeds schattige hoogblonde Ā jongetjes gekleed in pyama’s. We hebben het warm, zijn te dik gekleed voor het warme, vochtige weer in Tanzania, maar weten dat we het al snel koud zullen krijgen in het vliegtuig. Ik ben emotioneel, de tranen staan me nader dan het lachen. Een Nederlandse consultant achter ons in de rij, vraagt me na ons een tijdje geobserveerd te hebben, hoe wij hier in Godsnaam verzeild zijn geraakt. Ik leg hem uit dat we op het punt staan te verhuizen van Dar es Salaam naar Tel Aviv en ik zie hem denken: wat doe je je kinderen aan? Mogelijk zijn er meer mensen die zich dat afvragen en heel af en toe, als ik het zelf ook even te moeilijk heb met alle veranderingen. vraag ik het me eerlijk gezegd ook wel eens af.

Onze verhuizing begon in feite 10 dagen voor het uiteindelijke vertrek met de KLM Boeing die ons naar Amsterdam bracht en wel op het moment dat we ons huis in Dar es Salaam verlieten en onze intrek namen in het Double Tree Hotel. Dit is een allesbehalve traditionele verhuizing, maar een verhuizing in etappes die voor doorgewinterde expats wellicht “normaal” is. Ik vind het persoonlijk verre van normaal en ervaar het als aardig stressvol. Een verhuizing in etappes betekent in ons geval dat we sinds eind mei al op 4 verschillende plekken hebben “gewoond”. Eerst een dag of tien in het eerder genoemde Double Tree Hotel in Dar es Salaam, vervolgens een week in een vakantiehuisje in Kijkduin gevolgd door drie weken in een appartementje in Herzelya Marina. Momenteel verblijven we in het huis van de Ambassadeur (ook wel Residentie genoemd) in afwachting van het moment dat ons huis vrijkomt en geschilderd is.

Zoals we Dar es Salaam verlieten, zo kwamen we ruim een week later aan in Tel Aviv. Het contrast tussen de twee luchthavens had niet groter kunnen zijn. Julius Nyere is een alles behalve moderne airport. Na er twee jaar lang regelmatig geweest te zijn, zijn we er echter wel aan gewend geraakt en er aankomen stond inmiddels gelijk aan thuiskomen. De wat gebrekkige veiligheidscontroles (iedere keer weer troffen we na aankomst in Nederland een fles water of pakjes sap aan in een rugzak of trolley…), de typisch Afrikaanse geuren en sfeer, de winkeltjes met de hoog opgestapelde onvermijdelijke Tanzania souvenirs… Alles ziet er een beetje viezig en oud uit en velen vragen zich geregeld af of de radar op Nyere het nu doet of Ā niet.

En dan is daar Ben Gurion. Ik vermoed – maar weet het niet zeker – dat we aankwamen in terminal 3, de nieuwste terminal die geldt als een van de modernste ter wereld. Een prachtige galerij leidt de aankomende passagiers om een ronde hal met in het midden en indrukwekkende “omgekeerde” fontein: het water valt er als in een onondebroken waterval vanuit een lichtkoepel recht naar beneden. Ā Impressive. Naar beneden kijkend, de ronde hal in, zie ik moderne koffiebarretjes met glimmende espresso apparaten, hippe stoeltjes en tafeltjes en alles lijkt te glanzen. Voor de bagageband worden we welkom geheten door collega W, Hoofd Bedrijfsvoering op de Ambassade. Hij heeft heel optimistisch een karretje klaargezet voor onze bagage, Arjen haalt er snel nog twee bij en in no time verlaten we de bagage hal met al onze bagage (die in Nederland verder is uitgebreid met een tweede autostoeltje en een mountainbike…).

Verhuizen in Nederland betekent dat je je nieuwe woonplaats of je nieuwe straat, meerdere malen hebt verkend voordat je besluit er een huis te huren of kopen. Ook weet je dat je de plek die je verlaat, any time opnieuw kunt bezoeken. In de praktijk komt het daar misschien niet zo vaak van als dat je je had voorgenomen, maar het kan. Voor mij was Tel Aviv een onbekende stad, ook IsraĆ«l had ik niet eerder bezocht en Tanzania zal ik hopelijk nog eens terugzien tijdens een vakantie, maar ik kan er niet “zo maar”even langsgaan en mochten we er ooit terugkeren is de kans aanzienlijk dat er niemand meer woont van onze huidige vriendengroep. We dachten te weten in welk huis we uiteindelijk zouden gaan wonen, dat gaf nog enig houvast en de kinderen verheugden zich enorm op “ons strandhuis”. Helaas werd ons in ons eerste tijdelijke onderkomen direct een lijstje met te bezichtigen huizen in de handen gedrukt. Al de volgende dag zouden we in de middag worden opgehaald door een makelaar die ons mee zou nemen langs een reeks huizen en dit proces zou zich enkele dagen achter elkaar herhalen met verschillende makelaars. Hoezo? Tja, evenals vele (misschien wel vrijwel alle) Nederlandse bedrijven en de volledige Nederlandse Rijksoverheid, moet ook het Ministerie van Buitenlandse Zaken de broekriem aanhalen. Het huis waar wij via Skype verliefd op waren geworden, was door de nieuwste aanmerkelijk verlaagde huurnormen te duur geworden. We moesten op zoek naar iets anders. En dat was een koude douche.

Arjen en ik hebben een hele trits huizen bekeken, mooie (veel te dure), minder mooie (en nog steeds veel te dure) en bijzonder slecht onderhouden en veel te kleine exemplaren die ook nog steeds boven de huurnorm lagen. Het enige alternatief bleek uiteindelijk een huis te betrekken ruim 18 kilometer van Herzelya Pituach vandaan (en dus nog verder van Tel Aviv verwijderd) , in het dorp waar de Amerikaanse school gevestigd is. Dat leek ons even aantrekkelijk, dichtbij school wonen heeft zo z’n positieve kanten immers. Dit dorp maakte echter een enorm geĆÆsoleerde indruk op ons en de verhalen die we erover hoorden bevestigden dat beeld. Enkele jaren geleden heeft de Ambassade zelfs tussentijds een collega moeten laten verhuizen vanuit Even Yehuda naar Tel Aviv omdat de collega in kwestie echt ongelukkig was zo ver van alles en iedereen verwijderd.

Precies op het moment dat we ons zorgen begonnen te maken over onze toekomstige leefomgeving, kregen we het verlossende bericht dat het de leiding van de Ambassade alsnog was gelukt een goede deal te treffen met de eigenaar van ons droomhuis, waardoor dit huis toch bereikbaar werd. Wat waren en zijn we blij daarmee! Houvast. Klinkt dat dramatisch? Misschien. Degenen die net als wij eerder internationale verhuizingen hebben meegemaakt, weten hoe zeer je naar houvast kunt snakken in den vreemde. Alles is immers anders dan we gewend waren. Ik had geen idee hoe zeer Afrika onder mijn huid was gaan zitten. Hoe zeer ik gewend was geraakt aan het wat rommelige, ongestructureerde leven in Tanzania, het lopen op slippers, de kuilen in de weg, het avontuur, de pizza avonden met vrienden op de Yacht Club. Ik wist me de eerste dagen echt niet goed raad met alle luxe om me heen in dat strakke appartementje dat uitkeek op luxe boten. Nu we zeker weten dat we ons huis aan het strand kunnen betrekken (al over 2,5 week!!) en dat onze container morgen aankomt in Ashdod en dat zelfs alle papieren rond zijn voor de inklaring van onze boedel, heb ik het gevoel dat ik licht zie aan het eind van de tunnel. Precies op het goede moment, daar Arjen snel nadat we te horen kregen dat het huis toch door zou gaan, naar Londen is gevlogen om een summer course te doen aan de London School of Economics.

In ons laatste tijdelijke onderkomen, de Residentie, is het overigens niet slecht toeven. Ik probeer ervan te genieten en zie de jongens tot rust komen nu ze weer ruimte om zich heen hebben. Het moeilijkste nu is ongetwijfeld Arjens afwezigheid en het feit dat we hier nog vrijwel niemand kennen. De mensen die we kennen via de Ambassade, zijn met vakantie in Nederland of zitten midden in hun eigen overplaatsingsstress (twee gezinnen staan op het punt te verhuizen richting respectievelijk Nederland en Rusland). Ik breng mijn dagen door met werken en met de jongens. Mijn avonden zijn volledig gevuld met Skype gesprekken met Arjen in Londen en Skype meetings met HR mensen en managers van Food for the Hungry. Een beetje eenzaam is het wel, maar ik heb er alle vertrouwen in dat we als we eenmaal in ons eigen huis wonen, omringd met ons eigen meubilair, we kunnen genieten Ā van de zonsondergang boven zee vanuit onze eigen tuin, het allemaal wel op z’n pootjes terecht komt. In Tanzania is het immers ook gelukt!

Culture shock, jawel, nog steeds

… niet dat me dat verrast overigens, dat we nog steeds in een soort culture shock verkeren. Iets anders hadden we nauwelijks kunnen verwachten na twee jaar Afrika.

Het is hier en daar wat tegenstrijdig overigens, hoe we de veranderingen ervaren. Hoewel we een land hebben verlaten dat qua oppervlakte veel groter is dan ons nieuwe land, hebben we het gevoel dat onze wereld vele malen groter is geworden nu we in IsraĆ«l wonen. Waar ‘m dat in zit? Heel voor de hand liggend is natuurlijk het feit dat IsraĆ«l en de omringende landen, in het middelpunt van de (politieke) belangstelling staan. De regio is onrustig met de laatste staatsgreep in Egypte, de oorlog in SyriĆ« en de politieke veranderingen in Iran. Ā Tel daarbij op de jongste poging om het vredesoverleg tussen IsraĆ«l en de Palestijnse gebieden weer op gang te brengen en je begrijpt wel wat ik bedoel als ik zeg het gevoel te hebben dat onze wereld veel groter is geworden. Via Facebook fora, kranten en online IsraĆ«lisch nieuws, worden we voortdurend blootgesteld aan wat er in de buurlanden gebeurt en wat de IsraĆ«lische regering, de IDF (IsraĆ«lische krijgsmacht) en de inwoners van dit land daarvan vinden. Het is interessant, boeiend zelfs, hoewel ik dat nauwelijks hier durf op te schrijven aangezien ik me er enorm van bewust ben dat ik het gemakkelijk onder de noemer “interessant” kan scharen aangezien ik hier niet voorgoed woon, maar slechts tijdelijk te gast ben. Een luxe positie hebben wij hier. Niet alleen letterlijk (ook daar raak ik steeds meer van doordrongen nu ik meer zicht krijg op de economische situatie waarin het merendeel van de IsraĆ«liĆ«rs verkeert), maar zeker ook figuurlijk. We zijn toeschouwers bij een moeizaam vredesproces waar de meningen – ook in IsraĆ«l zelf – enorm over uiteen lopen en waar de emoties hoog over oplopen soms. Toeschouwers, wij vertrekken immers weer wanneer Arjen opnieuw wordt overgeplaatst. Voor de inwoners van IsraĆ«l en de Palestijnse gebieden geldt (en dan doel ik op alle bevolkingsgroepen die er leven), dat de onrust in de regio en de bijbehorende onzekerheid over de toekomst, een fact of life is. Zij zijn geen toeschouwers. Hun toekomst en die van hun kinderen, hangt af van het vredesproces en van de stabiliteit in de omringende landen. Wat gebeurt er als het niet lukt de spelers aan Ć©Ć©n tafel te krijgen en de Palestijnse autoriteit zich tot de VN richt in protest tegen de IsraĆ«lische nederzettingen? Niemand die het weet, al wordt er genoeg over nagedacht en gesproken.

In gesprekken met diplomaten en andere internationals – en om heel eerlijk te zijn ook in gesprekken met vrienden en familie buiten IsraĆ«l -, merken we dat de vraag “aan welke kant sta je”, enorm belangrijk is. Er wordt volop afgetast, vragen worden gesteld en verhalen worden verteld die de door de gesprekspartner gekozen kant in het conflict, moet illustreren en onderbouwen. Ik kan nog niets met die verhalen, hoewel ze me veel doen en ze ook bij mij emoties oproepen. Ik ben hier nog te kort om echt te begrijpen wat er speelt en waarom. Mij is wel duidelijk dat er ontzettend veel levens in zeer grote mate beĆÆnvloed worden door de geschiedenis van IsraĆ«l en de Palestijnse gebieden, en de geschiedenis van het Joodse volk en van de andere inwoners van deze regio en dat er binnen dat Joodse volk weer vele groeperingen zijn met uiteenlopende religieuze visies en dientengevolge evenzo uiteenlopende visies op het vredesproces. Wat een land, wat een wereld… Het zal een hele tijd duren voordat ik er werkelijk iets van begrijp. Een mening over wat er hier gebeurt, heb ik nog niet, niet in zoverre dat ik erover kan schrijven althans. Ik wil veel meer weten, meer mensen spreken, meer lezen, meer ervaren. Vandaar mijn voorzichtige verhalen so far. In Tanzania durfde ik opener te schrijven over wat ik hoorde, zag, voelde. Omdat alles hier zo gevoelig ligt, ben ik voorzichtiger in deze blog.

Dat IsraĆ«l ook buiten de politieke situatie waarin het land zich bevindt, heel veel interessants te bieden heeft, wisten we natuurlijk al. Voor mij ging dit echter pas goed leven toen we met de jongens rondliepen tussen de overblijfselen uit de Romeinse tijd in Caesarea. Nou ja, tussen is niet het goede woord, er is daar zo weinig afgezet dat je letterlijk over de geschiedenis loopt, over eeuwenoude mozaĆÆeken, langs afbrokkelende zuilen en dwars over het hippodrome! Met name het paleis van Herodes maakte veel bij de jongens los. Te zien hoe voor de jongens de verhalen uit de Bijbel een beetje tot leven kwamen (al is Caesarea niet eens een Bijbelse plaats), was werkelijk geweldig en bijzonder. Wanneer Arjen terugkomt uit Londen, waar hij nu 3 weken verblijft om te studeren aan de London School of Economics, gaan we snel een weekend naar Jeruzalem. Niet alleen omdat we dat zelf erg graag willen, maar ook omdat onze jongens erom vragen. De kinderbijbel was voor hen al een favoriet boek, maar is inmiddels verheven tot “Het Voor Het Slapen Gaan Voorleesboek”. Het is immers een boek vol spannende verhalen die zich afspelen in het land waar we wonen. De jongens verheugen zich echt op Jeruzalem en dat vinden wij heel bijzonder. Thomas probeert ondertussen overigens het conflict tussen IsraĆ«l en de Palestijnse gebieden op te lossen en dat leidt tot zeer bijzondere en voor ons allemaal inspirerende gesprekken. Wie weet, brengt hij ons tot nieuwe inzichten, de geest van een kind kan erg verfrissend zijn…