Een week Tel Aviv, een week in (culture) “shock”

Ik geef het toe, het schiereiland waar wij woonden in Dar es Salaam, had weinig te maken met het echte Tanzania. We leefden er in een luxe bubble, ik noemde het “Expat Heaven” en gezien het welvaartsniveau van het land waarin onze bubble zich bevond, was dat een aardig adequate benaming. Er waren redelijk bevoorrade supermarktjes, een paar prima restaurantjes, de Dar es Salaam Yacht Club bevond zich hier en het was er betrekkelijk veilig, al was dat laatste tanende. Een heerlijke plek om te wonen, weliswaar met de bekende nadelen van een ontwikkelingsland zoals niet drinkbaar – soms zelfs modderig – water uit de kraan, malariamuggen, een krakkemikkige keuken en dito badkamers, mierenplagen in huis, een generator die geregeld met veel lawaai aanspringt bij stroomonderbrekingen, een tv die het een paar keer per maand enkele dagen niet doet na een stroompiek en leven achter hoge muren bedekt met elektrisch draad en 24/7 bewaking voor de deur. Dat we lang niet alles wat we graag eten in de supermarkt konden vinden, hadden we al na een paar maanden naast ons neergelegd en nee, kleding, schoenen, speelgoed en dergelijke was er niet te krijgen (of tegen prijzen die het viervoudige zijn van de Nederlandse), maar daar leer je verbazingwekkend snel mee leven. Dat komt denk ik doordat het leven in Dar es Salaam verder enorm relaxed is. Alles gaat op z’n pole, pole (langzaam, langzaam) en dat is heerlijk, al frustreert het absoluut op momenten waarop je iets NU geregeld wilt zien. Tanzania is bovendien een prachtig land met geweldige stranden, een heerlijk warme zee waar je fantastisch kunt zeilen, indrukwekkende wildparken en een interessante cultuur.

Dat was onze leefomgeving tot voor kort.

Meestal heb je als je als diplomaat van post naar post verhuist, enkele weken vakantie tussen vertrek uit het “oude land” en aankomst in het “nieuwe land”. Je kunt dan als het ware afkicken van je vorige post en opladen voor de start in een heel nieuwe omgeving. Ons was die afkickperiode deze keer niet “gegund” (het kon simpelweg niet vanwege de drukte op de Ambassade in Tel Aviv). En zo belandden we na een drukke week in Nederland, zomaar in een totaal andere wereld.  Zo totaal anders dan pole, pole Tanzania! Ik kan me bijna geen groter verschil voorstellen. Afgezien van de temperaturen die momenteel ongeveer gelijk zijn in beide landen, zie ik tot op heden weinig overeenkomsten. Verhuizen is al heftig an sich. Verhuizen van de ene kant van de wereld naar de andere is nog een tikkeltje heftiger. Ons leven staat volledig op z’n kop en we vallen van de ene verbazing in de andere. Let wel: wij bekijken Tel Aviv met Tanzaniaanse ogen. Voor iemand die vanuit Amsterdam hier naartoe vliegt, zal de culture shock minder groot zijn vermoed ik. Voor ons is de verandering echter enorm en de term culture shock beschrijft aardig hoe wij eraan toe zijn momenteel…

Dat we naar een heel andere wereld verhuisden, bleek in feite al op Schiphol. De El Al balie ligt helemaal achteraan in vertrekhal 3. Voor een afscheiding staan zwaar bewapende mannen en vrouwen van de Koninklijke Marechaussee. Voor mij een confrontatie: hier moet ik aan wennen. De jongens vonden het bijzonder interessant en Thomas sloot al snel vriendschap met een van deze marechaussees die zich bereid verklaarde een paar keer op hem te letten terwijl Arjen heen en weer liep tussen vertrekhal 3 en de taxi standplaats waar Benjamin en ik onze massa bagage bewaakten. Ook na het passeren van de bewaking, voelden we duidelijk dat we Tanzania / Nederland gingen inruilen voor een land dat voortdurend op z’n qui vive is. Voordat je kunt inchecken, word je ondervraagd door veiligheidsmensen van El Al. Waar kom je vandaan, waar ga je naartoe en waarom? Wat heb je bij je? Deze veiligheidsprocedure verliep in ons geval bijzonder prettig en snel. Ik heb echter begrepen dat dit niet altijd het geval is. Ach, het viel ons reuze mee om eerlijk te zijn en we waren ons ervan bewust dat deze controles er zijn in ons eigen belang.

Na een vlucht van slechts 4 uur (we waren iets anders gewend…) en na de blijde ontdekking van humus door de jongens, arriveerden we in Tel Aviv. Een hypermoderne luchthaven, een super snelle bagage afhandeling en voor we het goed en wel in de gaten hadden, zoefden we over de snelweg door Tel Aviv, naar Herzelya. Hoogbouw, shopping malls, geen gaten in het wegdek, een strak blauwe hemel, geen badjadjies of daladala’s, geen hoog opgeladen fietsen met broden, bananen of eieren. Geen mama’s die eten koken langs de kant van de weg. Geen marskramers die hun waren aan inzittenden van auto’s aan de man (of vrouw) proberen te brengen. Geen bedelaars langs de weg (nog niet gezien althans). Wel voortdurend rondcirkelende helikopters met zware artillerie aan boord. Dat laatste is overigens minder geworden na een paar dagen. Er werd meer dan anders gesurveilleerd vanuit de lucht vanwege de aanstaande verjaardag van Peres.

Na enige tijd – volgens Benjamin duurde het een eeuwigheid – arriveerden we bij onze tijdelijke huisvesting, een appartementje in Herzelya Marina. Voor eenieder die wel eens door de haven van, zeg Saint Tropez, heeft geslenterd: Herzelya Marina  lijkt er wel wat op. Een exclusieve omgeving, volop prachtige appartementen rondom een haven met de meest schitterende jachten en zeilboten, een shoppingmall met exclusieve kledingzaken, fijne terrasjes en restaurants en een mooi strand.  Benjamin en ik kwamen als eerste aan bij het appartement (we hadden ons verspreid over 2 auto’s) en hebben enige tijd voor het enorme raam in de woonkamer naar buiten staan staren. Een azuurblauwe zee, vrijwel aan onze voeten, wapperende witte zeilen, jetskies, veel zongebruinde mensen die af en aan lopen over de boulevard, veelal schaars gekleed. Benjamin zag het, ik zag het: het is hier totaal anders dan in Dar es Salaam. Nadat we de koffers naar binnen hadden weten te sjouwen en afscheid hadden genomen van de collegae van de ambassade die ons hadden opgehaald van het vliegveld, bracht Arjen een bliksembezoek aan de supermarkt. Enthousiast keerde hij terug: alles is er! ALLES! Je moet in Dar es Salaam (of een vergelijkbare plaats op aarde) gewoond hebben om onze blijdschap te begrijpen. Verse groenten en fruit (nectarines! druiven! appels! meloentjes!), gerookte zalm, kipfilet, broodbeleg, vele, vele soorten kaas en nog meer keuze als het om zuivel gaat… Inmiddels hebben we ontdekt dat zelfs hagelslag, appelstroop, poedersuiker en schenkstroop verkrijgbaar zijn in de supermarkt hier om de hoek. Wat een rijkdom, wat een luxe!

Ik ben me nu al een week aan het verwonderen. Ik weet dat we ook nu in een luxe bubble terecht zijn gekomen. Herzelya Pituach lijkt een zwaar beveiligd Saint Tropez. Ook hier wonen alleen exorbitant rijke mensen en expats, villa’s van enkele miljoenen dollars domineren het straatbeeld. Huurprijzen zijn torenhoog, ook voor relatief eenvoudige huizen zonder extra’s als zwembaden en dergelijke. Het is bizar. Het is hektisch. Tijdens een etentje bij een collega van de ambassade werd Tel Aviv hysterisch genoemd. En zo voelt het ook. Toen wij vandaag op zoek gingen naar een rustig strandje, werden we volledig overweldigd door de drukte. Rijen en rijen auto’s, bij iedere strandopgang staat er vol mee. Overal lopen (jonge) mensen in bikini of zwembroek, handdoek nonchalant over een schouder, hippe zonnebrillen, slippertjes en designer tassen, veel lawaai, veel muziek, veel leven. En in totaal contrast hiermee zie je veel orthodoxe Joden met hun zwarte hoeden, lange jassen, lange rokken, hoge kousen. Ook zij gaan zeilen overigens, ik heb al verschillende boten gezien die bemand worden door orthodoxe Joden.

Herzelya straalt levensvreugde uit. Het bruist. Het leeft. Het leven wordt hier volop geleefd. Carpe Diem is de sfeer.

En wij moeten wennen. De jongens zijn opmerkzaam, benoemen de enorme verschillen die zij ervaren met Dar es Salaam. Stellen vragen. Zijn verdrietig en soms boos en dan weer blij. Verwonderen zich net als wij, samen met ons. We missen Dar es Salaam, de opgebouwde vriendschappen, de scholen (al is het ook in Dar vakantie…), de Yacht Club en Nelli, Veronica, Godi, Chalamanda en zelfs onze askaries (bewakers). We missen hen als mens, maar, ik schaam me bijna het te moeten bekennen, we missen ook hun geweldige helpende handen. Een volgende weblog hierover volgt snel. Onze culture shock wordt namelijk beslist ook beïnvloed door het ontbreken van huispersoneel. Het goede nieuws is wel dat we in de dochter van een collega al een oppas hebben gevonden. Komende week kan ik Arjen daarom al vergezellen naar een diner met Israelische investeerders met belangen in Nederland.

Wordt vervolgd, wordt vervolgd!

Afbeelding, ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s