Downloading my brains

Een opengeslagen notitieboekje ligt tussen ons in, twee dampende koppen koffie aan weerszijden. Mijn nog relatief nieuwe vriendin K gaat er eens even goed voor zitten. Onze afscheidskoffie blijkt mede bedoeld ‘to download your brains’. K is hier pas een aantal maanden geleden naartoe verhuisd en noteert een half uur lang de must-see’s die ik onvoorbereid uit m’n mouw schud.

In gedachten spring ik van de ene kant van Israël naar de andere. Van kersen plukken op de Golan Heights, spannende verhalen bedenken in Nimrod Fortress, Mount Bental op en dan koffie drinken bij Coffee Anan, nieuwsgierig kijkend naar de VN militairen die daar toezicht houden op de gevechten in Syrië. De smalle straatje van Tsfat met z’n prachtige galeries, de oude synagoge… Of wakker worden aan het mystieke Meer van Galilea en een kerkdienst meemaken aan de rand van het meer waar ook Jezus ooit preekte. Dwalen door Yaffo, aan lange tafels eten bij The Old Man and the Sea, grote kannen citroenlimonade op tafel… Nazareth met z’n schitterende kerken, een pizza eten op straat. Natuurlijk met vers granaatappelsap. En Bethlehem, Bethlehem… Wat kwamen we daar graag. De jongens voetballend op Manger Square met een groep jongens die daar altijd rondhangen. Haifa en de Bahai Gardens. Akko. Zichron Ya’acov – en dan absoluut wijn proeven (en kopen!). Terug naar de Golan en de Banja’s. Zwemmen onder watervallen na een stevige hike in de hitte. Eten bij Manta Ray, Susanna’s, de Italiaan bij het oude treinstation. Romantiek bij Montefiori. De musea (where to start?). De Dode Zee en dan vooral Masada. Drijven bij Ein Bokek tussen de Joodse en Arabische families. Waar de verschillen wegvallen en iedereen kan drijven. Snorkelen bij Eilat. Oh en natuurlijk de kopermijnen van Timna. En dan vergeet ik zo ontzettend veel. Dit land is goed voor ons geweest. En ik hoop dat wij goed zijn geweest voor dit land.

Vergeet ik Jeruzalem? Nee. Jeruzalem verdient zijn eigen alinea. Denken aan Jeruzalem. Woorden schieten tekort om Jeruzalem te beschrijven. Nooit meer naar Jeruzalem. Nou ja, zeg nooit nooit. Je weet maar nooit. Maar toch. Dat nooit.

Nooit meer naar school rijden voor een meeting. Me niet meer opwinden over onderhandelingen die niet lekker lopen. Niet meer naar huis rijden met een oneindig fantastisch gevoel omdat het toch gelukt is. Niet in Israël althans. Kletsen met de betrokken leerkrachten op onze super super school. En nee, nooit meer (voorlopig niet althans) dwalen door Jeruzalem. Jeruzalem waar ik iets van God voel. Maar ook de spanningen tussen mensen met verschillende geloven. Nooit meer naar onze kerk in de oude stad. Of staren naar de muren rondom de stad vanaf de Olijfberg. Koffie drinken met vrienden AM en W en kinderen. Met iets lekkers erbij. Nooit meer. Niet in Jeruzalem. Maar hopelijk wel met AM en W. Als één van de weinigen van onze Israël-vrienden zijn zij Nederlands. Wij vinden elkaar wel weer in Nederland.

De afgelopen weken heb ik dat Nooit op afstand weten te houden. Ik genoot van onze vakantie in Frankrijk en Nederland. Van het terug zijn in Israël, het weerzien met vrienden. Geen zin had ik om er al te lang over na te denken dat het weerzien het afscheid vooruitging. Een afscheid dat nu erg snel nadert. Nog een week. En nog maar drie nachtjes in ons fijne huis aan zee.

Voor wie ons nieuwe avontuur wil mee-beleven, lees mee! Op http://www.in2peru.com.

About two boys

De soek in de oude stad van Jeruzalem kent geen – of althans weinig – geheimen voor hen. Benjamin huppelt over de afgesleten treden naar beneden. Thomas loopt naast me, meer bedachtzaam om zich heen kijkend, vragen stellend en observerend. Nog steeds kan ik me erover verbazen hoe gemakkelijk deze kinderen – onze kinderen – zich hebben aangepast aan het leven in Israel.

Voor Benjamin is Israel het land waar hij het langst heeft gewoond sinds zijn geboorte in 2009. Twee jaar woonde hij in Nederland, twee jaar in Tanzania en inmiddels ruim drieënhalf jaar in Israel. Israel is zijn land. Dit huis is zijn huis – al wonen we hier pas ruim een jaar. WBAIS is zijn school. Pita en bruin brood gekocht in de Westbank (vraag me niet waarom) zijn lievelingsbrood. Engels zijn taal van voorkeur – al is zijn Nederlands nog steeds keurig op niveau. Vraag Benjamin naar zijn lievelingslanden en zijn antwoord is, enigszins politiek incorrect, Israel en Palestina. Hij houdt van Nederland, daar niet van. Maar hij houdt evenveel van Frankrijk. En, zoals dat ook heel normaal is voor zijn leeftijd, hij leeft in het hier en nu.

Hij vindt het erg ‘stressy’, verhuizen naar Lima. Benjamin vindt het daarom opeens spannend om alleen te slapen. En zijn gevoelens gaan wel eens met hem op de loop. Begrijpelijk. Knuffelen helpt. Praten helpt. Op de nieuwe schommelstoel zitten helpt. En soms is het heel fijn om even op bed te gaan liggen met een berg knuffelbeesten om mee te praten. Verhuizen naar Lima is overigens niet alleen stressy volgens Benjamin. Het is ook ongelooflijk cool. Want daar zijn bergen. Heel veel bergen. En Machu Pichu. En een woeste zee. En eigenlijk is het ook wel heel erg gaaf dat er weer veel te ontdekken valt, dat alles nieuw is. En de nieuwe school heeft een grote klimmuur. En een hardloopbaan en een binnenzwembad. Kijk, daar wordt Benjamin nou blij van. En Spaans leren lijkt hem ook erg gaaf. Zo handig als hij later bij de VN gaat werken. Onze Benjamin houdt wel van avontuur, maar niet zo van verandering. Klinkt me erg bekend in de oren. Ik geloof dat ik met zo iemand getrouwd ben. Het komt wel goed met Benjamin. Zijn mantra: zo lang we allemaal bij elkaar zijn, kan er niets mis gaan. Benjamins mantra is mijn mantra. Ik vind het namelijk ook een beetje stressy allemaal.

En dan Thomas. Thomas vindt het ook spannend, de naderende verhuizing. Maar op de één of andere manier heeft hij er meer rust bij. Thomas is zich er aardig van bewust dat ook zijn vrienden uiteindelijk weggaan uit Israel. De een aan het eind van dit schooljaar, de ander een jaar of een paar jaar later. Zijn twee Nederlandse vriendjes, zo filosofeert Thomas, eindigen vast op dezelfde internationale school in Den Haag waar ze dan mooi samen hun IB diploma kunnen halen. En zijn Deense vriendje heeft ouders die goede vrienden zijn van ons. Die gaan we vast opzoeken en ze komen naar ons toe in Peru. In Peru gaat hij gewoon weer nieuwe vrienden maken. Dat dat even kan duren, vindt hij niet zo’n leuk idee, maar dat het goed komt, daar vertrouwt hij op. Hier is het immers ook gelukt.

Thomas heeft de eerdere verhuizing van Tanzania naar Israel iets bewuster meegemaakt dan Benjamin. En hij vindt verandering interessant. De hele verhuizing beschouwt hij dan ook als iets interessants. Niet dat hij Israel niet gaat missen. Natuurlijk vindt hij het jammer dat we weggaan. Vooral het verlaten van WBAIS vindt hij verdrietig. Hij heeft nu de allerbeste juf die er bestaat. Dat hij zijn jaar bij haar niet kan afronden vindt hij balen. En dat hij de units over de oude Grieken en over de Romeinen misloopt, dat vindt hij zorgelijk. Daar staat tegenover dat hij veel gaat leren over de Inca’s. En zijn passie voor architectuur gaat natuurlijk enorm gevoed worden in Peru. Spaans leren ziet Thomas ook wel zitten trouwens. Net als zijn broertje heeft hij een toekomst bij de VN voor ogen – onze kinderen willen vrede stichten in Israel als ze later groot zijn – en een huwelijk met een Spaans meisje sluit hij ook niet uit. Spaans leren past daar allemaal perfect bij.

Doordat Thomas er zo positief in zit, heeft hij schrikbarend veel oog voor mijn gevoelens. Hij weet dat ik ervan baal dat ik mijn bestuurswerk op school moet neerleggen en dat er van schrijven weinig terecht komt nu. Iedere avond weer vraagt hij me hoe mijn dag was, wat ik heb gedaan en hoe ik me voel. Als ik me dan eens laat ontvallen dat de dag niet zo productief was, zegt hij lief: ‘Je moet ook niet zo veel van jezelf verwachten in deze tijden. Je boek komt echt wel af mama. Dan is het maar een paar maanden later dan je had gedacht.’ Wat een wijs kind…

Typische Third Culture Kids dus, onze Thomas en Benjamin. En dat heeft voordelen maar zeker ook nadelen. Daarover een andere keer meer. Vandaag wil ik vooral mijn trots (onze trots!) op onze globetrotters delen. Ze doen het toch maar weer… Accepteren dat onze tijd in Israel erop zit. Dat het nieuwe avontuur op ons wacht. Dat ze alles moeten loslaten hier om in het onbekende te stappen. Wat zijn het toch een coole mannetjes, deze Kooltjes!

Vooruitsnellend heimwee

‘Mama, ik mis mijn vriendjes nu al. Is dat raar?’

Met die zin startte één van de vele gesprekjes die ik in de afgelopen dagen heb gevoerd met onze jongste zoon. We praten veel dezer dagen. Nu zijn we altijd al een praatgraag gezin geweest, je kunt je dus wel voorstellen dat het momenteel zelden stil is. Zowel Thomas als Benjamin zijn gelukkig erg open over hun gedachten en gevoelens. De gesprekken die we voeren zijn mooi, moeilijk, diep en ontroerend.

Is dat raar, dat je iemand al kunt missen terwijl je elkaar dagelijks ziet?

Natuurlijk niet.

De vraag geeft echter een aardige inkijk in de complexiteit van de gevoelens waarmee we allemaal worden geconfronteerd nu het afscheid van Israel nadert. Heimwee dat voor je uit snelt, op topsnelheid voor je uit racet om precies te zijn. Nu zijn we nog hier, genietend van onze favoriete plekjes, het gezelschap zoekend van vrienden die ons dierbaar zijn geworden. De wetenschap dat die plekken over niet al te lange tijd niet meer ‘om de hoek’ liggen en dat die vrienden misschien nooit meer bezocht zullen worden, roept verdriet op. Heimwee. Naar iets dat er nu nog is, maar straks niet meer.

Die gevoelens worden extra gecompliceerd door het vooruitkijken. De nieuwsgierigheid naar wat komen gaat. Het dwalen door de virtuele wereld van Google. In gedachten klimmen naar Machu Pichu. Huizen kijken op websites van makelaars. Met Google Earth wandelen door de straten rondom de nieuwe school.

Op de koffietafel uit Zanzibar liggen nu dus gebroederlijk naast elkaar twee Lonely Planets. De een valt half uit elkaar, de pagina’s getooid met ezelsoren en hier en daar zelfs gemarkeerd met een scheur. De kaft toont de rimpels van een geliefd boek dat in rugzakken en handtassen is meegesleept. De ander is maagdelijk glad en strak. Geen kreukje, geen plooi, geen pennenstreek of vouw doet vermoeden dat iemand dit boek ooit heeft aangeraakt. De komende vierenhalf jaar wordt dit onze gids voor weekenden en korte vakanties. De komende weken de bron van dromen. De ander dient nu als tastbare bucket list, straks als naslagwerk van herinneringen.

De voorbereidingen voor de verhuizing zijn in volle gang. Thomas heeft onder begeleiding van de schoolpsycholoog de toelatingstest afgelegd voor de nieuwe school. Dat was spannend, maar hij heeft er een goed gevoel over. We zijn nu in afwachting van de beslissing van de Roosevelt school. Gisteravond hadden Arjen en ik een verschrikkelijk enthousiasmerend Facetime gesprek met een Nederlands-Peruviaans stel dat ons virtueel liet meerijden op hun zondagochtend rit naar een strand iets ten zuiden van Lima. Een wereld van zandwegen, kleurrijke huisjes en uiteindelijk een woeste zee ontvouwde zich voor onze ogen, terwijl we spraken over de auto die we gaan kopen, de buurten waar we kunnen gaan wonen en de zeilclub waar we zeker kennis moeten gaan maken.

Terwijl de voorbereidingen voortschrijden, werken we onze bucket list Israel af. Een laatste bezoek brachten we aan de Dode Zee en Masada. Met vrienden die last minute overwipten vanuit Nederland voor een bliksembezoek van welgeteld twee dagen en twee nachten. Het komende Thanksgiving weekend zal ons voor een laatste bezoek naar de Rode Zee en Eilat brengen. Daarna volgt een laatste weekend in Jeruzalem en dan is het bijna tijd om tot rust te komen tijdens de Kerstvakantie die we in Frankrijk en Nederland zullen doorbrengen.

En dan is het bijna zover. Op twintig januari verlaten we Israel om na een verblijf van vijf dagen in Den Haag door te reizen naar Lima. Als ik daaraan denk, gaat er een scheut van pijn door m’n lijf die gepaard gaat met een zenuwachtige kriebel in mijn buik.

Vooruitsnellend heimwee en verlangend vooruitkijken. Dus.

Peru!

Peru!

Langzaam maar zeker wennen we aan het idee. We gaan verhuizen. Niet terug naar Europa zoals we aanvankelijk in gedachten hadden. Ook niet naar een ander land in het Midden Oosten – dat leek ons nog een acceptabele reisafstand voor familie en vrienden. Nee. De familie Kool reist naar de andere kant van de wereld, het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Of zoiets. Het was een lichte schok (of een grote) voor onze dierbaren in Nederland die ernstig rekenden of dan toch hoopten op onze terugkeer naar Nederland. Of in ieder geval op een verhuizing naar aan land op een paar uur vliegen afstand.

How come?

Tja.

De overplaatsingsprocedure van Buitenlandse Zaken is complex. Ik zal er niet te veel over uitweiden, maar onze kansen op een plaatsing buiten leken beperkt. We hebben heel veel nagedacht over een terugkeer naar Nederland, terug naar Voorburg. Ik had Thomas en Benjamin al ingeschreven voor een aantal basisscholen die me goed en leuk leken. In gedachten was ik al een nieuwe keuken aan het uitzoeken – de huidige is ondertussen aan vernieuwing toe. Mijn handen jeukten om de door onze huurders verloederde tuin onderhanden te nemen. Een opleiding ten behoeve van een nieuwe carrière had ik ook al gevonden. Het was alleen erg jammer dat er geen leuke functies voorhanden waren voor Arjen in Den Haag. Heel veel gave functies, daar niet van. Maar niet op het vakgebied waarin Arjen door wil gaan. Waar hij goed in is en energie uit haalt. Daarnaast is de leeftijd van de jongens nu nog perfect voor een plaatsing buiten. Ze weghalen uit Nederland nadat ze gestart zijn op de middelbare school, lijkt ons onmogelijk.  Uiteindelijk hebben we daarom toch ingezet op een nieuwe buitenplaatsing. Against all odds, zo leek het. Kansloos, zouden sommige collega’s zeggen.

En toen.

Toen kwam Lima. Een hele leuke functie in Lima om precies te zijn. Die van Plaatsvervangend Ambassadeur Peru, Ecuador en Bolivia. Het bloed kroop en de drang naar avontuur stak de kop op. Wat te doen? Het is zo ver! We vroegen Google om raad en de Facebook groep van Nederlandse moeders in het buitenland werd bevraagd. Al snel wisten we contact te leggen met een aantal Nederlanders ter plaatse en Arjen sprak met collega’s op de ambassade te Lima. En ja. Het klonk toch wel erg gaaf… Het ís gaaf. Peru, land van de Inca’s, van Machu Pichu. Land van bergen, zee en cultuur. Land van de ceviche. Land  van bonte kleuren en met een rijke historie. Maar ook een land met handelsmogelijkheden voor Nederlandse bedrijven. Een land waar die handel wordt ingezet om ontwikkeling te stimuleren. Een super gave regionale functie in een land waar onze passie voor bergen en outdoor samenkomt met de pacific ocean en een rijke cultuur.

Kort en goed: we konden de kans niet laten lopen en hebben dat dus ook niet gedaan. Wat volgde was een complex proces dat uiteindelijk afgelopen week uitmondde in het verlossende groene licht. We gaan! En al snel ook! Eind januari verlaten we Israel om na een week in Nederland door te reizen naar Peru.

De belangrijkste vraag die we van vrienden krijgen is hoe de kinderen het vinden. Daar is geen eenduidig antwoord op te geven. Mixed emotions dekt de lading het best. Om met het positieve te beginnen: Peru lijkt ons allemaal heel erg gaaf. En het is voor de jongens een geruststellende gedachte dat er ook in Peru een Amerikaanse School is, dat er mooie stranden zijn en bergen. Dat er een Gap store is (waar een kind al niet aan denkt) en dat het een relatief veilig land is met een gastvrije cultuur. Nadelen zijn er natuurlijk ook. Het achterlaten van vriendjes voelt op dit moment enorm heftig en dramatisch. Er zijn al heel wat stille tranen gelaten en ja, boosheid is er ook. Benjamin durfde het grote nieuws zelfs niet te delen met zijn beste vriendjes, hij vindt het heel erg dat hij hen achter laat.

Hoe gaan we hiermee om? De school is fantastisch. De kinderen worden goed begeleid door hun juffen en door de schoolpsycholoog. Zo heeft Benjamin vandaag met zijn klas filmpjes over Peru, Ecuador en Bolivia gekeken. Met Thomas ga ik een boek maken over de dingen die we willen zien en doen in Peru. Samen googlen, dingen opschrijven, foto’s uitprinten. De Lonely Planet is besteld en de kinderatlas ligt op tafel en wordt dagelijks uitgebreid bestudeerd.

De eerste praktische stappen zijn ook gezet. Een enorme hoeveelheid papierwerk is de deur uit richting Colegio Franklin Delano Roosevelt, de Amerikaanse school in Lima. Rapporten, vaccinatieschema’s, aanbevelingen van leerkrachten en vragenlijsten over ons gezin en over de persoonlijkheden van de jongens, alles wil zo’n internationale school weten alvorens ze beslissen of je kinderen welkom zijn. Ik verwacht geen problemen, maar spannend is het wel. Er moet een nieuwe auto komen, een fourwheeldrive. Dat is Arjens afdeling. En dan is er het afscheid nemen van Israel en van onze vrienden hier. Het afronden en overdragen van onze beider werkzaamheden. De jongens moeten nog een Cito toets maken. Het is niet niks. Stap voor stap bereiden we ons voor op ons nieuwe avontuur.

In december zijn we anderhalve week in Nederland en de overplaatsing zal ons eind januari ook een week naar Nederland brengen. We zien ernaar uit dan de banden aan te halen met familie en vrienden. En voor degenen die Peru op hun bucket list hebben staan… nou ja. Denk er eens over na!

Fearless – of zo…

14570407_1129705337123952_4525200936348429903_n

Fearless, ik zou mezelf nooit karakteriseren met dat woord. Zonder angst. Mwah. Nee. Iedereen die mij een klein beetje kent, weet hoe gemakkelijk ik me zorgen maak, hoe ik kan wakker liggen, piekerend over iets dat waarschijnlijk nooit zal gebeuren. En toch…

Toen ik deze uitspraak las – geplaatst door een andere expat op haar Facebook pagina – dacht ik: ja! Ik ben ook een klein beetje fearless. Misschien minder dan veel andere expat vrouwen die ik ken – of laat ik ze wereldvrouwen noemen – maar desalniettemin. Een beetje fearless en een beetje meer zenuwachtig. Want we hebben De Lijst ontvangen afgelopen vrijdag. De Lijst. De lijst met vacante functies that is. De lijst waaruit wij onze voorkeursfuncties gaan kiezen, onderbouwen, indienen. De lijst die ons van Tel Aviv naar de andere kant van de wereld kan brengen. Of terug naar Nederland wat ook zo ongeveer als de andere kant van de wereld voelt na inmiddels 5 jaar ‘buiten’ zoals dat door BZ-ers wordt genoemd.

We kenden de lijst al een beetje voordat hij werd gepubliceerd. Er stonden maar een paar echte verrassingen op. Een functie die we heel, heel graag wilden maar die buiten bereik is geraakt doordat hij omhoog is gegaan. Een functie die we graag hadden gewild en die in deze ronde wordt ingevuld door een medewerker van het ministerie van Economische Zaken. Ook onbereikbaar geworden dus. Maar ook: twee functies die er tot onze verrassing op staan en waar we nog niet over hadden nagedacht. Allebei weliswaar wat langer vliegen vanaf Amsterdam dan we in ons hoofd hadden voor onze volgende plaatsing, maar ja… Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en we houden nu eenmaal van avontuur.

Dus toch een beetje fearless. Want hoewel Parijs, Rome en Madrid me ook als muziek in de oren klinken, gaat mijn hart ook hard kloppen van iets exotisch. Iets wat totaal nieuw is. Helaas dan dus ook vaak een beetje ver weg. En dat is een dilemma. Want naast avontuur — Adventure is our middle name zegt Thomas van 9 – houden we ook van onze familie en vrienden in Nederland. Een retourtje voor 250 euro is toch een ander verhaal dan een ticket van 750 euro en dat dan alleen als je geluk hebt. Tja. Keuzes, keuzes, keuzes. En tegelijkertijd: een echte keuze is het niet. Want we zijn niet de enigen die De Lijst hebben gekregen en wiens harten sneller gaan kloppen bij bepaalde functies/landen. Er zal heel veel concurrentie zijn. Wij kiezen slechts waar we voor openstaan. Ambassadeurs in samenspraak met de HR afdeling in Den Haag beslissen.

Oké, vooruit, ik ben een beetje fearless. Want over een klein jaar wonen we weer op een heel andere plek, beginnen we weer from scratch. Zelfs als we teruggaan naar Nederland is dat zo. Misschien is dat zelfs moeilijker dan opnieuw te beginnen met vele andere expats die in dezelfde positie verkeren als wij. In Nederland zouden we weliswaar terugkeren naar ons vertrouwde huis in Voorburg, maar het leven van vrienden en familie is jaren doorgegaan zonder ons. Een baan heb ik er niet meer, vriendjes hebben de kinderen er nauwelijks. Al helemaal niet in Voorburg. De overgang van een leven vol avontuur en met veel vrijheid naar een gestructureerd bestaan, zal enorm zijn. Maar ook fijn. Onze ouders en zussen weer vaak te kunnen zien, de banden met vrienden aan te kunnen halen.

Wat ik écht fearless vind? Die vrouwen die dagelijks met hun partner (of alleen) bikkelen in den vreemde. Die een bedrijf van de grond proberen te krijgen in economisch moeilijke tijden. Wat te denken van de Nederlandse boeren in het buitenland die hun hoofd boven water moeten zien te houden met fluctuerende en helaas momenteel lage melktarieven? Of de gezinnen die hardship accepteren om in de rurale gebieden in Afrika mee te werken aan duurzame ontwikkeling! Of dat ene gezin dat een prachtige lodge runt in Zuid Frankrijk en opeens te maken kreeg met een juridische kwestie die ze nooit hadden kunnen voorzien en die hun nu de kop kan kosten? En dan al die moeders met kinderen die extra zorg nodig hebben! Dat is al moeilijk als je in Nederland woont, maar nog zoveel moeilijker als je in een andere taal die zorg moet zien te regelen. Je weg moeten vinden in een sociaal systeem dat het jouwe niet is. En dan al die Nederlandse vrouwen die hun liefde vonden in het buitenland en zo goed en zo kwaad als het kan hun leven leiden omringd met zijn familie, zijn cultuur, zijn vrienden. Het mag enorm romantisch klinken maar het is zeker niet iedere dag gemakkelijk. En als het dan misgaat en de rozen verwelken… Hoeveel Nederlandse vrouwen kunnen na een echtscheiding niet terug naar Nederland verhuizen omdat ze hun kinderen niet mee kunnen nemen? Gedwongen te blijven in het land van hun ex-man… Absoluut vaak fair,hopelijk blijft de ex-man een betrokken vader. Maar gemakkelijk? Nee.

Fearless is het, om dan door te gaan, opnieuw te beginnen als dat moet, door de zure appel heen te bijten. Petje af voor deze fearless vrouwen!

Ja, dan ben ik maar een klein beetje fearless eerlijk gezegd. Want de wereld rondreizen voor Buitenlandse Zaken is beslist spannend en uitdagend, soms vreselijk moeilijk en frustrerend en een beetje eng. Maar tegelijkertijd wordt ons leven ook gekenmerkt door de zekerheid dat Arjen hoe dan ook een baan heeft. Of dat nu in Den Haag is of toch in Parijs of verder weg. Het kan alle kanten op. En één ding is zeker: waar het leven ons ook zal brengen, wat en waar het ook wordt, het zal goed zijn. Want we hebben elkaar en we hebben het goed.

 

Naar de dokter – heimwee naar Nederland

Wanneer missen we Nederland het meest? De voor de hand liggende antwoorden kent iedereen wel. Verjaardagen van dierbaren, Sinterklaas, Kerstmis, Oudjaar, Pasen, als het sneeuwt, als er geschaatst kan worden, bij ziekte en onzekerheid over de gezondheid van dierbaren…

Maar er is nog iets dat me – ons – naar Nederland doet snakken. En dat zijn de momenten dat er iets is met de gezondheid van een van ons, hier in Israel. Ik bedoel dan niet een verkoudheid of griep, maar iets waar we ons geen raad mee weten. En gek genoeg worstel ik daar in ontwikkeld Israel meer mee dan toen we in ontwikkelingsland Tanzania woonden.

In Tanzania waren we gezegend met de onvolprezen IST Kliniek, een huisartsenpost met een dikke plus, gerund door twee Nederlandse huisartsen die ik nooit zal vergeten. In je eigen taal geholpen worden door artsen die gepokt en gemazeld zijn in Afrika, daar kan weinig tegenop. Nu hebben we in de afgelopen drie jaar weinig vervelends meegemaakt op het gebied van gezondheid. Tot een jaar geleden althans.

Eerst belandden we op de EHBO met Benjamin die na weken klagen over jeukende ogen en terugkerende ademhalingsklachten opeens dubbel zag. Iets met de ogen of iets neurologisch, zeiden de artsen. Misschien een hersentumor. Ik dacht zelf iets met allergie. Nee, nee mevrouw. Daar heeft het niets mee te maken. Pas na een erg onprettige nacht op de overvolle kinderafdeling waar niemand Engels leek te spreken, kwam iemand op het idee een bloedtest te doen. En dat vooral doordat een Israëlische vriendin een bevriend arts naar me toe stuurde. Oh, goh, toch een heftige allergische reactie… Benjamin reageerde heftig op de schimmels in ons huis. We verhuisden naar een ‘schoon’ huis en hij is weer oké.

Een paar weken na de verhuizing kreeg ik allerlei klachten in een schouder en een arm. Het begon met een pijnlijke elleboog en na een wekenlange behandeling door een fysiotherapeut die zonder blikken of blozen 150 USD voor 20 minuten masseren vroeg (zonder ooit naar mijn rug te hebben gekeken), kon ik de betreffende arm nauwelijks nog gebruiken. Uiteindelijk vond ik zelf een goede fysiotherapeute die uitstekend Engels sprak (wat van de eerste niet echt gezegd kon worden) en binnen 5 minuten had ze een diagnose gesteld. Ik bleek een afhangend schouderblad te hebben, scapula alata heet dat. Haar behandelingen sloegen aan en waren veel goedkoper.  Onze huisarts – een voormalig cardioloog die nog wat verdient als huisarts voor expats – haalde zijn schouders op toen hij hoorde van de misdiagnose en verkeerde behandeling. Hij verwijst andere patiënten nog steeds naar alleen die ene fysiotherapeut. Want. Dat is zo de afspraak in de commerciële kliniek waar we allemaal naartoe gaan en waar we schrikbarende prijzen betalen voor zorg die op z’n zachtst gezegd benedenmaats is. Men verwijst alleen binnen de kliniek.

En dat terwijl er in Israel uitstekende artsen zijn. We hebben er alleen geen toegang toe. Sommige artsen behandelen liever geen expats vanwege het taalprobleem of omdat we niet in Israel verzekerd zijn. Maar ook is informatie over artsen, specialisten en ziekenhuizen voor ons als buitenlanders moeilijk te vinden. De verhalen van zwangere vriendinnen zijn stuk voor stuk om te huilen. Velen zijn de eerste maanden van hun zwangerschap bezig met het zoeken naar een goede en prettige gynaecoloog en een fijn ziekenhuis om te bevallen. Een vriendin van me heeft wel vier verschillende artsen uitgeprobeerd (waarbij ze eens huilend van de stress een praktijk verliet) voor ze ergens terecht kwam waar de arts echt goed Engels sprak, waar de zorgverzekering voor wilde betalen en waar ze zich prettig voelde.

Vorige week liep Thomas drie tekenbeten op. De ziekte van Lyme komt in Israel schijnbaar weinig voor. Een andere even schadelijke ziekte wel. Israeli Spotted Disease heet dat. Preventief behandelen leek het beste. Het benodigde medicijn was echter niet over the counter beschikbaar. Althans, zo vertelde onze kinderarts ons die de restanten van teek twee en drie overigens niet wilde verwijderen (ze zaten op een nare plek) en die gewoon wasbenzine op de beestjes smeerde om ze dood te maken. Tja. Of we het medicijn maar even uit Nederland konden laten komen. Voor de zekerheid ging ik met Thomas naar een apotheek. De apotheker vertelde – waar Thomas bij stond – dat genoemde ziekte vaak te laat wordt gediagnosticeerd in Israel met onnodige sterfgevallen (vooral onder kinderen) tot gevolg. ‘Mama, kan ik hieraan doodgaan?’ vroeg Thomas met tranen in zijn ogen. Fijn, zo’n apotheker.

Ik zal de verdere details hier verder achterwege laten, maar uiteindelijk zaten we met twee speciaal voor ons gemaakte flesjes doxycycline siroop in huis. De ene siroop was veel te veel verdund en in het andere flesje zat niet genoeg voor de benodigde behandeling. Gelukkig bleek er een andere, erg goede apotheker bij ons om de hoek te zitten. Hij attendeerde me erop dat er prima tabletten waren in de benodigde concentratie. Onze kinderarts had ons wijsgemaakt dat dit medicijn alleen in grote capsules beschikbaar was in Israel, capsules die zelfs voor een volwassene vervelend te slikken zijn. De apotheek die sprak over doodgaan had dat bevestigd. Thomas bleek met zijn 9 jaar al prima in staat de aanbevolen doxycycline tabletten door te slikken en zo was het probleem opgelost. Maar wat een gedoe…

Een ander verhaal. De vader van een vriendje van Thomas vertoonde op een avond een zeer heftige allergische reactie. Hij had dat nog nooit eerder meegemaakt. De ambulance wist hun huis niet te vinden, deed er 45 minuten over. In de tussentijd was de beveiliging van de Amerikaanse ambassade in actie gekomen (erg sympathiek aangezien dit geen Amerikaanse diplomaat betrof). Goed, de man werd behandeld in een ziekenhuis en mocht naar huis. Maar er moest een allergietest worden uitgevoerd om herhaling te voorkomen. De patient had wel een vermoeden waarop hij had gereageerd, namelijk een lychee die hij voor de aanval had gegeten. De eerder genoemde fameuze kliniek voor expats had wel een allergoloog die het onderzoek kon doen à raison van 700 USD. Een consult dat eruit bestond dat de patient zelf een doosje lychees moest kopen. Het sap uit een lychee werd in een sneetje in de huid gedruppeld. En jawel, er trad een allergische reactie op. ‘U bent inderdaad allergisch voor lychee’s meneer. Niet meer eten dus. Volgende patient!’ Tja, daar sta je dan.

Gelukkig komt het niet vaak voor dat we echt in de stress zitten over de gezondheid van de jongens of onszelf. Maar wat ik me wel steeds meer realiseer is dat het gevoel van kwetsbaarheid als het gaat om het vinden van goede medische zorg, een lastig iets is als je in het buitenland woont. En ik denk dat dit niet alleen voor ons leven in Israel geldt maar dat we er ook mee zouden worstelen in Frankrijk, de UK of Duitsland. Het taalprobleem heb je eigenlijk altijd, de finesses van een onduidelijke klacht uitleggen, zelfs in het Engels, is moeilijk. En dan is er nog de cultuur waarin je bent opgegroeid die mede bepaalt waar je je prettig bij voelt. Wij Nederlanders houden niet van over-medicaliseren en willen erg graag goed begrijpen wat er aan de hand is en waarom iets wel of (nog) niet nodig is.

Met Thomas gaat het trouwens goed. Hij is een dag niet lekker geweest, maar is nu weer helemaal oké. En als we komend weekend gaan wandelen in de Golan, smeren we ons allemaal goed in met DEET, net zoals we dat in Tanzania deden tegen de muggen…

 

Bucket List Israel…

Na een heerlijke vakantie, tijd met onze ouders en zussen, neefjes en nichtjes, vrienden en vriendinnen en veel te veel lekker eten, is nu dan toch echt ons laatste jaar in Israel aangebroken. De kinderen zijn weer happy op school, Arjen aan het werk en ik schrijf verder.

Zo’n laatste jaar is apart. We hebben de voorlopige functielijst bekeken – de lijst met functies die “in de overplaatsingsronde” zitten. We oriënteren ons op nieuwe landen en steden, kijken naar scholen, veiligheid en gezondheidszorg. En tegelijkertijd zijn we dolgelukkig dat we nog een jaar van Israel mogen genieten. Want een fantastisch land is het, Israel.

Begrijpelijkerwijs krijgen we nog steeds regelmatig vragen over het wonen in een land in conflict. ‘Hoe kun je daar wonen met je kinderen?’ ‘Vliegen de raketten je niet om de oren?’ en ‘Iedere dag zijn er toch (zelfmoord-) aanslagen?’ zijn slechts een greep uit de vragen die ons deze zomer gesteld werden. En dan herinner ik me mijn eigen zeer stellige reactie toen Arjen me vertelde dat hij was gevraagd voor een functie in Tel Aviv. ‘Nee, nee en nog eens nee’ en: ‘dat kan toch geen familie-post zijn?’ Ik begrijp die vragen dus wel. De beeldvorming vanuit Nederland wordt sterk bepaald door de media en die bericht vooral over Israel als er ergens iets ergs is gebeurd. Tja, hoe kun je dan van een afstand zien hoe mooi dit land is, ondanks dat conflict en de bijbehorende problemen die ik zeker niet wil ontkennen. En nee, de raketten vliegen ons niet om de oren en als je weet waar je kunt gaan en staan, ben je hier waarschijnlijk veiliger dan in veel Europese steden. En dat zeg ik niet omdat ik biased ben. Het is gewoon zoals het is. Wij voelen ons hier optimaal veilig.

Een mooi land dus, met mooie natuurgebieden – van de heuvels en bergen in de Golan tot de imponerende Negev, de schitterende Dode Zee, het vredige Meer van Galilea en de vele, vele archeologische sites die een rijke historie en vele Bijbelverhalen tot leven brengen. Zoveel moois en al drie jaar mogen we daarvan genieten. En nee, we hebben nog niet alles gezien en gedaan en sommige dingen moeten we absoluut nog een keer doen voordat we verhuizen komende zomer.

Dus we hebben een Bucket List. De Kool Bucket List Israel (en een beetje Jordanië) wel te verstaan. Hij is nog niet af, hij groeit nog. Wat er al op staat?

  • Een bezoek aan de Tempelberg in Jeruzalem
  • Een wandeling door het gangenstelsel onder de oude stad van Jeruzalem
  • Een bezoek aan de Tower of David in Jeruzalem (op speciaal verzoek van de jongens die dit het beste museum op aarde vinden)
  • Eten bij Uri Buri in Akko – het beste visrestaurant in Israel
  • Snorkelen in Eilat (wederom op speciaal verzoek van de jongens!)
  • Nog minstens drie (of vier…?) weekendjes in de Golan Heights Hostel – ons home away from home in Israel
  • Een bezoek aan Jericho op de Westelijke Jordaanoever en als dat kan qua veiligheid ook aan Nablus en Hebron (dat laatste lijkt onwaarschijnlijk)
  • Een bezoek aan Ramallah

Het eerste punt dat van de Bucket List kan worden afgevinkt is vermoedelijk een weekend in de sprookjesachtige Feynan Lodge in Dana Nature Reserve in Jordanië. Sinds we in Israel wonen, hebben we dit schitterende buurland drie keer bezocht. Petra, Wadi Rum, Dana en Aqaba hebben we gezien en Dana is één van de plekken die we absoluut nog een keer willen zien voordat we verhuizen. Begin oktober zullen we een lang weekend genieten van de gastvrijheid van de Bedouinen en wandelen door dit prachtige natuurgebied.

En ja, zo raakt een laatste jaar gemakkelijk gevuld! We zullen intens genieten van jaar 4 terwijl we ons voorbereiden op een verhuizing naar who knows where!